De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

           15-01-2012             

Studie in de brief van de Apostel aan de Efeze

Door: Dov Avnon

Joden en heidenen in 1 lichaam

In Efeze 2:1-10 hebben wij de individuele tekortkomingen gezien, de individuele natuur van de mens vergeleken met de barmhartigheid en genade van God.

 Dat geld voor iedereen, voor ieder mens. Vanaf vers 11 begint Paulus over de tekortkomingen van een lichaam. Nu begint hij eigenlijk stap voor stap de mensen meer over de bedeling van genade te vertellen. Voordat u verder over de bedeling van genade spreekt moet u zich altijd realiseren dat wij altijd van nature zondige mensen zijn en dat wij Gods genade nodig hebben. Wij hebben Gods genade nodig als individu en wij hebben Gods genade ontvangen als leden van het lichaam van Christus.

 Efeze 2:11 “Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en  die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in  het vlees, die met handen geschiedt;”

 Daarom…nu komt er eigenlijk een hele belangrijke tekst waarin Paulus zich richt tot de heidenen. De Bijbel leert ons dat er tijden zijn, perioden en hij roept de heidenen op om iets te gedenken. Te denken aan die periode dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees…Heidenen betekend volkeren. Het kenmerk van de volkeren was dat zij niet besneden waren. De Joden waren besneden en de heidenen waren onbesneden. Tegenwoordig zijn er ook veel niet Joden die zich laten besnijden, maar toen was het niet de gewoonte.

 Een Jood liet zich besnijden als een teken van het verbond en de volkeren, dus al degenen die niet de nakomelingen waren van Abraham, Izaak en Jakob waren, werden heidenen genoemd.Vandaar dat de Bijbel onderscheid maakt tussen drie groepen mensen:heidenen, Joden en het lichaam van Christus. Daarom zegt hij: denk erom dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en  die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in  het vlees, die met handen geschiedt;”

 Denk erom dat gij in die tijd zonder Christus waart. De vraag is: welke tijd? De tijd van het boek Genesis tot het boek Maleachi, tot het boek Mattheus, Markus, Lukas en Johannes en de eerste zeven hoofdstukken van het boek Handelingen in die tijd was God bezig met het volk Israël. Eigenlijk is het de periode na de torenbouw van Babel. Van de schepping tot de toren van Babel is God met alle mensen gelijk bezig en na de torenbouw van Babel lezen wij hoe God een man roept, Abraham, en Hij geeft hem een belofte. Vanaf dat moment tot het laatste hoofdstuk, het zevende hoofdstuk van het boek Handelingen is God bezig met het volk Israël. In die hele periode gaat het om Gods profetische plan en de heidenen zijn uitgesloten.

 Efeze 2:12 “Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap  Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop  hebbende, en zonder God in de wereld.”

 Dat is eigenlijk de meest correcte beschrijving. Heidenen hebben geen belofte, zijn vreemdelingen. Al die beloften en verbonden heeft God met Israël afgesloten, niet met de kerk, niet met de gedoopte kinderen, alleen met het volk Israël.Dus in die tijd, toen God met Israël bezig was waren de heidenen uitgesloten. Zonder God in de wereld…dat is misschien voor ons vandaag moeilijk te begrijpen want wij kunnen God overal waar wij zijn leren kennen. Wij hoeven niet naar Jeruzalem te gaan, maar wij kunnen waar wij ook zijn ons hart openstellen en de Heere aanvaarden als onze persoonlijke Verlosser.

 Efeze 2:13 “Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij  geworden door het bloed van Christus.”  Maar nu….! Dat is eigenlijk de grote vraag, wat is het kenmerk van: maar nu? Eerst niet, eerst vervreemd, eerst uitgesloten, maar nu…!

Wij geloven dat: maar nu de kernverandering is in Gods plan met de apostel Paulus. Dus met de apostel Paulus is een nieuw tijdperk begonnen: de bedeling van Gods genade.

 Maar nu in Christus, maar nu was nog niet aan het kruis, maar nu was nog niet in Handelingen 1-7, maar nu is begonnen nadat zij Stefanus hebben gestenigd.

Nadat wij in Handelingen 8 lezen dat Paulus is geroepen.

 Zo zien wij langzaam aan hoe maar nu is geopenbaard en wij leven nu al bijna tweeduizend jaar in het midden van maar nu:Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij  geworden door het bloed van Christus.

Maar nu is in Christus omdat maar nu niet het lidmaatschap is van een kerk, of een religieus lidmaatschap, maar nu is in Christus.

 In Christus is iemand die ver weg was nabij geworden. Door het bloed van Christus, wij hebben net gelezen wat het bloed van de Heere Jezus Christus heeft gedaan. Het is eigenlijk door het bloed van de Heere Jezus Christus dat heidenen vergeving van zonden krijgen. Dat moeten wij goed begrijpen en alles wat wij nu hebben is in Christus. Niet in de kerk, niet in onze religieuze toestand, in Christus. “Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij  geworden door het bloed van Christus.”

 Efeze 2:14 “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur  des afscheidsels gebroken hebbende,”

 De Bijbel spreekt over drievoudige vrede. In Romeinen 5:1 is er de vrede tussen de mens en God, uit genade nadat wij zijn gerechtvaardigd hebben wij vrede met God, dat is onze positie. In Filippenzen 4:6,7 spreekt Paulus over onze dagelijkse ervaring, de vrede van God. Voel ik de vrede van God, wandel ik in de Geest? En nu in Efeze 2 schrijft Paulus over de vrede tussen Joden en heidenen, de vrede tussen alle mensen die in één lichaam zijn, het lichaam van Christus.

 Efeze 2:14 “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur  des afscheidsels gebroken hebbende,”

 We hebben net gezien dat er vrede is tussen Jood en Griek, er is vrede met God, er is vrede als dagelijkse ervaring. Dat zijn de soorten vrede waar Paulus over spreekt.

 En nu gaat het hier over het onderwerp genade, de bedeling van genade.

Want Hij is onze vrede, er is nu vrede tussen Joden en niet Joden, vrede in één lichaam. Die deze beiden één gemaakt heeft…dus de beiden: de Joden en de niet Joden zijn nu één. Één in Christus, niet zozeer één in cultuur, niet zozeer één in religie, niet zozeer één in de kerk, maar één in één lichaam.

 Paulus gaat ons nu leren over een bijzondere waarheid in Gods plan, het lichaam van Christus, de gemeente en dan zegt hij: “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft…”.

 De beiden zijn de groepen, dat zijn de Joden, de nakomelingen van Abraham, Izaak en Jacob, en de rest van de wereld. En de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende…er was daar een muur en die muur was de wet der geboden en deze muur is afgebroken, met andere woorden: Hij heeft alles vervuld.

 Het is net als: wij wonen in Nederland en toevallig ben ik geen Nederlandse burger, er is dus een muur tussen ons, er zijn bepaalde dingen die ik niet kan doen.

 Zo was het ook met de Joden: er was de muur van de wet die scheiding maakte tussen de Joden en de rest van de wereld en aan het kruis heeft de Heere Jezus Christus deze muur afgebroken. Als er ooit een muur wat tussen de éne groep mensen en de andere, de muur is nu weg!

 De beiden hebben nu één toegang tot de Vader en dat is door het geloof.

Vandaar zegt hij: een gemaakt heeft, en den middelmuur  des afscheidsels gebroken hebbende,”.

 Efeze 2:15 “Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de  wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in  Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;”

 Die vijandschap, die getuigenis die tegen ons was, de wet der geboden heeft de Heere Jezus Christus in Zijn vlees ontmanteld. Wij zondigen, maar wij gaan niet dood, de wet doet de zonde kennen, maar de wet kan ons niet doden.

 Het is net als iets dat tegen u is en dat ontmanteld is, vandaar lezen wij dat Hij de vijandschap in Zijn vlees teniet gemaakt heeft, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande, opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende.

 Het eerste boek van de Bijbel zegt dat in het begin God de hemel en aarde schiep. God heeft een plan met de hemel, God heeft een plan met de aarde. Hier lezen wij dat God weer een nieuw lichaam geschapen heeft en dat lichaam heet het lichaam van Christus, de gemeente, de nieuwe schepping. Paulus zegt tegen de Korinthiers: Wie in Christus is is een nieuwe schepsel. Wie in Christus is woont in dat lichaam.

 Efeze 2:16 “En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het  kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.”

Wij spreken dus niet over een nieuwe organisatie, wij spreken niet over een nieuwe kerk, maar wij spreken over een nieuw lichaam, Joden en niet Joden in één lichaam. Dit is de kern van het evangelie van genade waar wij over spreken. Dat God nu door middel van het kruis vrede maakt tussen de Joden en de niet Joden. Hij plaatst mensen in één lichaam. Op het moment dat iemand Christus aanneemt als zijn persoonlijke Verlosser plaatst Gods Geest die persoon in het lichaam van Christus, niet in de kerk, niet in het verbond, maar in het levende lichaam, het lichaam van Christus.

Efeze 2:17 “En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre  waart, en dien, die nabij waren.”

De unieke boodschap van Paulus zegt dat het door het Evangelie is, niet door Israël. Veel mensen zijn dankbaar voor Israël, maar volgens het profetische plan is de eer en de dankbaarheid voor God, niet voor Israël. Omdat juist het volk Israël Christus niet heeft aangenomen. Zij hebben Gods plan niet uitgevoerd. Het is juist door de openbaring van de verborgenheid aan de apostel Paulus dat de heidenen nu kunnen zeggen: wij zijn nu in één lichaam, het lichaam van Christus. Degenen die nabij waren…degenen die in de tijd van Paulus de afstammelingen van Abraham, Izaak en Jacob waren, als zij ook Christus hebben aangenomen als hun persoonlijke Verlosser heeft de Heilige Geest hen gedoopt in het lichaam van Christus, zij zijn ook een nieuwe schepping geworden.

En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre  waart, en dien, die nabij waren.

Efeze 2:18 “Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.” Ziet u dat die toegang, die deur, niet het volk Israël is, niet de waterdoop, niet de deur van uw kerk. De toegang, die deur, let u op, is Christus! Is het volbrachte werk van Christus aan het kruis, het is de openbaring van de Heere Jezus Christus naar de verborgenheid. “Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.” Waarom zegt hij dat?

Hij zegt dat op basis van 1 Korinthe 12:13  dat wij zijn door één Geest tot één lichaam zijn gedoopt. Daarom kan hij zeggen dat wij allemaal één toegang hebben. Dus ik kom uit een Joodse achtergrond, u komt uit een christelijke achtergrond, maar het maakt niet zoveel uit omdat wij in Christus één zijn.

Wij hebben dezelfde handeling van de Geest ervaren. Het is dezelfde Geest Die ons in één lichaam doopt.

Efeze 2:19 “Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers  der heiligen, en huisgenoten Gods;”

In Efeze 2:11 en 12 hebben wij gezien dat de heidenen eerst vervreemd waren, buiten het verbond. Het is een mooie tekst want het is precies dezelfde vergelijking die wij hadden in Efeze 2 tussen vers 1 en vers 10. In Efeze 2:1 waren wij dood, in vers 10 zijn wij levend. En dan is het hier precies hetzelfde: In Efeze 2:11 zijn de heidenen buiten de verbonden en in vers 19 zijn zij op eens geen vreemdelingen of bijwoners meer . Een heiden die nu in Christus is is geen tweederangsburger, hij is op gelijk niveau met een gelovige uit de Joden in één lichaam. “Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;” Kunt u zich voorstellen: die heiden zou zich als een vreemdeling in Jeruzalem moeten voelen. Hij komt naar Jeruzalem en is niet welkom, hij kan niet overal komen waar Israël kan komen. Nu kan hij zeggen: Ik ben net zoals zij, ik heb dezelfde rechten in dat lichaam.

Efeze 2:20 “Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus  is de uiterste Hoeksteen;”

 

Nu gaan wij naar die gemeente, dat lichaam en gaan wij zien hoe dat lichaam is opgebouwd. Hier spreekt Paulus over iets unieks. Als de meeste mensen dit lezen denken zij aan de twaalf apostelen en aan de profeten: Jesaja, Jeremia, Ezechiël, de kleine profeten. Maar Paulus helpt ons om dit verklaren in hoofdstuk 3:3-6.

Vooral in Efeze 3:5  “Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt,  gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten,  door den Geest;” Wat Paulus nu vertelt was toen in die tijd van de apostelen en profeten niet bekend.

Deze apostelen en profeten waar Paulus over schrijft zijn de apostelen, de mensen die bij hem waren: Timotheüs, de profeten die met hem waren.

Want in de tijd dat Paulus de bedeling van genade verkondigd heeft gaf God de mensen de gave van profetie.

Wij weten dat in het boek Korinthe in de gemeente profeten waren, de mensen hadden nog niet het volledige woord van God en vandaar was er in de gemeente een profeet die de woorden van God uitsprak. Deze profeten, deze apostelen verkondigden samen met Paulus de Heere Jezus Christus naar de openbaring van de verborgenheid. Vandaar dat Paulus tot die groep heidenen zegt in Efeze: let op, jullie zijn gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.

Paulus zegt ook in 1 Korinthe 3:10 dat hij het fundament heeft gelegd.

Het fundament dat wij prediken is het fundament dat Paulus heeft gelegd en dit vinden wij in zijn brieven. Het zijn niet de woorden van de Heere Jezus Christus toen Hij op aarde was. Nee, het zijn de woorden van de Heere Jezus Christus vanuit de hemel aan de apostel Paulus.

Efeze 2:21 “Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot  een heiligen tempel in den Heere;”

Wij hebben nu dus een gebouw, het gebouw bestaat, en is bekwamelijk samengevoegd. Wij zijn eigenlijk levende stenen, een levend gebouw. En dan zegt hij hier ook: …opwast tot een heiligen tempel in den Heere. Paulus zegt in Korinthe dat wij de levende tempel van God zijn. Dat is ook de reden, als wij in het volgende hoofdstuk en vooral als wij in hoofdstuk 4 komen, waarom wij als leden van het lichaam van Christus moeten groeien. Als wij zeggen dat dit gebouw waar wij nu in zitten of een kerkgebouw een tempel van God is, dan verwachten wij dat het gebouw mooi en schoon is, en een getuigenis voor anderen.

Zo is het ook met ons, de gemeente, de levende gemeente als gebouw van God moet groeien, die moet mensen een getuigenis geven. Als mensen tegenwoordig naar het christendom kijken of naar andere religies dan denken ze: wat is dat nu… Wij behoren als leden van het lichaam van Christus te getuigen van de volle rijkdom van God.

 Efeze 2:22 “Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.”

 Hij zegt nu tot de Efeziers: jullie horen er nu ook bij, uit genade alleen.

Als u dat gelooft dan hoort u er ook bij. Wij zijn samen het gebouw van God.

Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.”

 Vandaar dat Paulus vaak spreekt over de bediening van de Geest, wandelen in de Geest, het bedroeven van de Heilige Geest, vervuld worden met de Geest, de Geest Die ons doopt, de Geest overtuigt ons van de zonde, Die ondersteunt ons.

Dat zijn allemaal dingen die wij moeten weten en wij moeten goed begrijpen dat Gods Geest samenwerkt met Zijn Woord. Het gaat allemaal samen met het geschreven Woord van God. Op welken ook gij…dus ook u, mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. Misschien kijkt u naar uw lichaam en misschien kijkt u naar uzelf en u zegt: Ik ben niets..

 Maar als u kijkt naar uzelf door de ogen van Gods genade dan ziet u dat God u ziet in de Geest, u bent onderdeel van een geestelijk gebouw. Vandaar onze opdracht die wij zagen in Efeze 2:7  “Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom  Zijner genade… Om af te sluiten stellen wij u de vraag: Bent u ook bezig om de rijkdom van Gods genade bekend te maken?

 Dat is onze opdracht als gelovige, om mensen de rijkdom van Gods genade duidelijk te maken, de prediking van de Heere Jezus Christus naar de openbaring van de verborgenheid.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011