|
In Efeze
2:1-10 hebben wij de individuele tekortkomingen gezien, de
individuele natuur van de mens vergeleken met de barmhartigheid en
genade van God.
Dat
geld voor iedereen, voor ieder mens. Vanaf vers 11 begint Paulus
over de tekortkomingen van een lichaam. Nu begint hij eigenlijk stap
voor stap de mensen meer over de bedeling van genade te vertellen.
Voordat u verder over de bedeling van genade spreekt moet u zich
altijd realiseren dat wij altijd van nature zondige mensen zijn en
dat wij Gods genade nodig hebben. Wij hebben Gods genade nodig als
individu en wij hebben Gods genade ontvangen als leden van het
lichaam van Christus.
Efeze
2:11 “Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het
vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn
besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;”
Daarom…nu komt er eigenlijk
een hele belangrijke tekst waarin Paulus zich richt tot de heidenen.
De Bijbel leert ons dat er tijden zijn, perioden en hij roept de
heidenen op om iets te gedenken. Te denken aan die periode dat
gij, die eertijds heidenen waart in het vlees…Heidenen betekend
volkeren. Het kenmerk van de volkeren was dat zij niet besneden
waren. De Joden waren besneden en de heidenen waren onbesneden.
Tegenwoordig zijn er ook veel niet Joden die zich laten besnijden,
maar toen was het niet de gewoonte.
Een Jood
liet zich besnijden als een teken van het verbond en de volkeren,
dus al degenen die niet de nakomelingen waren van Abraham, Izaak en
Jakob waren, werden heidenen genoemd.Vandaar dat de Bijbel
onderscheid maakt tussen drie groepen mensen:heidenen, Joden en het
lichaam van Christus. Daarom zegt hij: denk erom dat gij, die
eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt
van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met
handen geschiedt;”
Denk
erom dat gij in die tijd zonder Christus waart. De vraag is: welke
tijd? De tijd van het boek Genesis tot het boek Maleachi, tot het
boek Mattheus, Markus, Lukas en Johannes en de eerste zeven
hoofdstukken van het boek Handelingen in die tijd was God bezig met
het volk Israël. Eigenlijk is het de periode na de torenbouw van
Babel. Van de schepping tot de toren van Babel is God met alle
mensen gelijk bezig en na de torenbouw van Babel lezen wij hoe God
een man roept, Abraham, en Hij geeft hem een belofte. Vanaf dat
moment tot het laatste hoofdstuk, het zevende hoofdstuk van het boek
Handelingen is God bezig met het volk Israël. In die hele periode
gaat het om Gods profetische plan en de heidenen zijn uitgesloten.
Efeze
2:12 “Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het
burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte,
geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.”
Dat is eigenlijk de meest correcte
beschrijving. Heidenen hebben geen belofte, zijn vreemdelingen.
Al die beloften en verbonden heeft God met Israël afgesloten,
niet met de kerk, niet met de gedoopte kinderen, alleen met het volk
Israël.Dus in die tijd, toen God met Israël bezig was waren de
heidenen uitgesloten. Zonder God in de wereld…dat is misschien voor
ons vandaag moeilijk te begrijpen want wij kunnen God overal waar
wij zijn leren kennen. Wij hoeven niet naar Jeruzalem te gaan, maar
wij kunnen waar wij ook zijn ons hart openstellen en de Heere
aanvaarden als onze persoonlijke Verlosser.
Efeze
2:13 “Maar nu in Christus Jezus, zijt
gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van
Christus.” Maar nu….! Dat is eigenlijk de grote vraag, wat
is het kenmerk van: maar nu?
Eerst niet, eerst vervreemd, eerst uitgesloten,
maar nu…!
Wij
geloven dat: maar nu de kernverandering is in Gods plan met
de apostel Paulus. Dus met de apostel Paulus is een nieuw tijdperk
begonnen: de bedeling van Gods genade.
Maar
nu in
Christus, maar nu was nog niet aan het kruis, maar nu
was nog niet in Handelingen 1-7, maar nu is begonnen nadat
zij Stefanus hebben gestenigd.
Nadat wij in Handelingen 8 lezen dat
Paulus is geroepen.
Zo
zien wij langzaam aan hoe maar nu is geopenbaard en wij leven
nu al bijna tweeduizend jaar in het midden van maar nu:
“Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die
eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
Maar nu
is in Christus omdat maar nu niet het lidmaatschap is van een
kerk, of een religieus lidmaatschap, maar nu is in Christus.
In Christus is iemand die ver weg was
nabij geworden. Door het bloed van Christus, wij hebben net gelezen
wat het bloed van de Heere Jezus Christus heeft gedaan. Het is
eigenlijk door het bloed van de Heere Jezus Christus dat heidenen
vergeving van zonden krijgen. Dat moeten wij goed begrijpen en alles
wat wij nu hebben is in Christus. Niet in de kerk, niet in onze
religieuze toestand, in Christus. “Maar nu in Christus Jezus,
zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed
van Christus.”
Efeze
2:14 “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en
den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,”
De Bijbel spreekt over
drievoudige vrede. In Romeinen 5:1 is er de vrede tussen de mens en
God, uit genade nadat wij zijn gerechtvaardigd hebben wij vrede met
God, dat is onze positie. In Filippenzen 4:6,7 spreekt Paulus over
onze dagelijkse ervaring, de vrede van God. Voel ik de vrede van
God, wandel ik in de Geest? En nu in Efeze 2 schrijft Paulus over de
vrede tussen Joden en heidenen, de vrede tussen alle mensen die in
één lichaam zijn, het lichaam van Christus.
Efeze
2:14 “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en
den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,”
We hebben net
gezien dat er vrede is tussen Jood en Griek, er is vrede met God, er
is vrede als dagelijkse ervaring. Dat zijn de soorten vrede waar
Paulus over spreekt.
En nu gaat
het hier over het onderwerp genade, de bedeling van genade.
Want Hij is
onze vrede, er is nu vrede tussen Joden en niet Joden, vrede in één
lichaam. Die deze beiden één gemaakt heeft…dus de beiden: de Joden
en de niet Joden zijn nu één. Één in Christus, niet zozeer één in
cultuur, niet zozeer één in religie, niet zozeer één in de kerk,
maar één in één lichaam.
Paulus
gaat ons nu leren over een bijzondere waarheid in Gods plan, het
lichaam van Christus, de gemeente en dan zegt hij:
“Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt
heeft…”.
De beiden zijn de groepen, dat zijn
de Joden, de nakomelingen van Abraham, Izaak en Jacob, en de rest
van de wereld. En de middelmuur des
afscheidsels gebroken hebbende…er was daar een muur en die muur was
de wet der geboden en deze muur is afgebroken, met andere woorden:
Hij heeft alles vervuld.
Het is net als: wij wonen in
Nederland en toevallig ben ik geen Nederlandse burger, er is dus een
muur tussen ons, er zijn bepaalde dingen die ik niet kan doen.
Zo was het
ook met de Joden: er was de muur van de wet die scheiding maakte
tussen de Joden en de rest van de wereld en aan het kruis heeft de
Heere Jezus Christus deze muur afgebroken. Als er ooit een muur wat
tussen de éne groep mensen en de andere, de muur is nu weg!
De beiden
hebben nu één toegang tot de Vader en dat is door het geloof.
Vandaar zegt hij:
een gemaakt heeft, en den middelmuur
des afscheidsels gebroken hebbende,”.
Efeze 2:15 “Heeft Hij de
vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet
der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in
Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;”
Die vijandschap, die getuigenis die
tegen ons was, de wet der geboden heeft de Heere Jezus Christus in
Zijn vlees ontmanteld. Wij zondigen, maar wij gaan niet dood, de wet
doet de zonde kennen, maar de wet kan ons niet doden.
Het is net
als iets dat tegen u is en dat ontmanteld is, vandaar lezen wij dat
Hij de vijandschap in Zijn vlees teniet gemaakt heeft, namelijk
de wet der geboden in inzettingen bestaande, opdat Hij die twee in
Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende.
Het eerste boek van de Bijbel zegt
dat in het begin God de hemel en aarde schiep. God heeft een plan
met de hemel, God heeft een plan met de aarde. Hier lezen wij dat
God weer een nieuw lichaam geschapen heeft en dat lichaam heet het
lichaam van Christus, de gemeente, de nieuwe schepping. Paulus zegt
tegen de Korinthiers: Wie in Christus is is een nieuwe schepsel. Wie
in Christus is woont in dat lichaam.
Efeze
2:16 “En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou
verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood
hebbende.”
Wij spreken dus niet over een nieuwe
organisatie, wij spreken niet over een nieuwe kerk, maar wij spreken
over een nieuw lichaam, Joden en niet Joden in één lichaam. Dit is
de kern van het evangelie van genade waar wij over spreken. Dat God
nu door middel van het kruis vrede maakt tussen de Joden en de niet
Joden. Hij plaatst mensen in één lichaam. Op het moment dat iemand
Christus aanneemt als zijn persoonlijke Verlosser plaatst Gods Geest
die persoon in het lichaam van Christus, niet in de kerk, niet in
het verbond, maar in het levende lichaam, het lichaam van Christus.
Efeze 2:17 “En komende, heeft
Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en
dien, die nabij waren.”
De unieke boodschap van Paulus zegt
dat het door het Evangelie is, niet door Israël. Veel mensen zijn
dankbaar voor Israël, maar volgens het profetische plan is de eer en
de dankbaarheid voor God, niet voor Israël. Omdat juist het volk
Israël Christus niet heeft aangenomen. Zij hebben Gods plan niet
uitgevoerd. Het is juist door de openbaring van de verborgenheid aan
de apostel Paulus dat de heidenen nu kunnen zeggen: wij zijn nu in
één lichaam, het lichaam van Christus. Degenen die nabij
waren…degenen die in de tijd van Paulus de afstammelingen van
Abraham, Izaak en Jacob waren, als zij ook Christus hebben
aangenomen als hun persoonlijke Verlosser heeft de Heilige Geest hen
gedoopt in het lichaam van Christus, zij zijn ook een nieuwe
schepping geworden.
En komende, heeft Hij door het
Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij
waren.
Efeze 2:18
“Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een
Geest tot den Vader.” Ziet u dat die toegang, die deur, niet het
volk Israël is, niet de waterdoop, niet de deur van uw kerk. De
toegang, die deur, let u op, is Christus! Is het volbrachte werk van
Christus aan het kruis, het is de openbaring van de Heere Jezus
Christus naar de verborgenheid. “Want door Hem hebben wij beiden
den toegang door een Geest tot den Vader.” Waarom zegt hij dat?
Hij zegt
dat op basis van 1 Korinthe 12:13 dat wij zijn door één Geest tot
één lichaam zijn gedoopt. Daarom kan hij zeggen dat wij allemaal één
toegang hebben. Dus ik kom uit een Joodse achtergrond, u komt uit
een christelijke achtergrond, maar het maakt niet zoveel uit omdat
wij in Christus één zijn.
Wij hebben
dezelfde handeling van de Geest ervaren. Het is dezelfde Geest Die
ons in één lichaam doopt.
Efeze 2:19 “Zo zijt gij dan niet
meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en
huisgenoten Gods;”
In Efeze 2:11 en 12 hebben wij gezien
dat de heidenen eerst vervreemd waren, buiten het verbond. Het is
een mooie tekst want het is precies dezelfde vergelijking die wij
hadden in Efeze 2 tussen vers 1 en vers 10. In Efeze 2:1 waren wij
dood, in vers 10 zijn wij levend. En dan is het hier precies
hetzelfde: In Efeze 2:11 zijn de heidenen buiten de verbonden en in
vers 19 zijn zij op eens geen vreemdelingen of bijwoners meer . Een
heiden die nu in Christus is is geen tweederangsburger, hij is op
gelijk niveau met een gelovige uit de Joden in één lichaam. “Zo
zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers
der heiligen, en huisgenoten Gods;” Kunt u zich voorstellen: die
heiden zou zich als een vreemdeling in Jeruzalem moeten voelen. Hij
komt naar Jeruzalem en is niet welkom, hij kan niet overal komen
waar Israël kan komen. Nu kan hij zeggen: Ik ben net zoals zij, ik
heb dezelfde rechten in dat lichaam.
Efeze 2:20 “Gebouwd op het
fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de
uiterste Hoeksteen;”
Nu gaan wij naar die gemeente,
dat lichaam en gaan wij zien hoe dat lichaam is opgebouwd. Hier
spreekt Paulus over iets unieks. Als de meeste mensen dit lezen
denken zij aan de twaalf apostelen en aan de profeten: Jesaja,
Jeremia, Ezechiël, de kleine profeten. Maar Paulus helpt ons om dit
verklaren in hoofdstuk 3:3-6.
Vooral in Efeze 3:5
“Welke in andere eeuwen den kinderen
der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan
Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;” Wat Paulus
nu vertelt was toen in die tijd van de apostelen en profeten niet
bekend.
Deze
apostelen en profeten waar Paulus over schrijft zijn de apostelen,
de mensen die bij hem waren: Timotheüs, de profeten die met hem
waren.
Want in de
tijd dat Paulus de bedeling van genade verkondigd heeft gaf God de
mensen de gave van profetie.
Wij weten
dat in het boek Korinthe in de gemeente profeten waren, de mensen
hadden nog niet het volledige woord van God en vandaar was er in de
gemeente een profeet die de woorden van God uitsprak. Deze profeten,
deze apostelen verkondigden samen met Paulus de Heere Jezus Christus
naar de openbaring van de verborgenheid. Vandaar dat Paulus tot die
groep heidenen zegt in Efeze: let op, jullie zijn gebouwd op het
fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de
uiterste Hoeksteen.
Paulus zegt
ook in 1 Korinthe 3:10 dat hij het fundament heeft gelegd.
Het
fundament dat wij prediken is het fundament dat Paulus heeft gelegd
en dit vinden wij in zijn brieven. Het zijn niet de woorden van de
Heere Jezus Christus toen Hij op aarde was. Nee, het zijn de woorden
van de Heere Jezus Christus vanuit de hemel aan de apostel Paulus.
Efeze 2:21 “Op Welken het gehele
gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen
tempel in den Heere;”
Wij hebben nu dus een gebouw, het
gebouw bestaat, en is bekwamelijk samengevoegd. Wij zijn eigenlijk
levende stenen, een levend gebouw. En dan zegt hij hier ook: …opwast
tot een heiligen tempel in den Heere. Paulus zegt in Korinthe dat
wij de levende tempel van God zijn. Dat is ook de reden, als wij in
het volgende hoofdstuk en vooral als wij in hoofdstuk 4 komen,
waarom wij als leden van het lichaam van Christus moeten groeien.
Als wij zeggen dat dit gebouw waar wij nu in zitten of een
kerkgebouw een tempel van God is, dan verwachten wij dat het gebouw
mooi en schoon is, en een getuigenis voor anderen.
Zo is het
ook met ons, de gemeente, de levende gemeente als gebouw van God
moet groeien, die moet mensen een getuigenis geven. Als mensen
tegenwoordig naar het christendom kijken of naar andere religies dan
denken ze: wat is dat nu… Wij behoren als leden van het lichaam van
Christus te getuigen van de volle rijkdom van God.
Efeze
2:22 “Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in
den Geest.”
Hij zegt
nu tot de Efeziers: jullie horen er nu ook bij, uit genade alleen.
Als u dat
gelooft dan hoort u er ook bij. Wij zijn samen het gebouw van God.
Op Welken ook gij mede gebouwd
wordt tot een woonstede Gods in den Geest.”
Vandaar dat Paulus vaak
spreekt over de bediening van de Geest, wandelen in de Geest, het
bedroeven van de Heilige Geest, vervuld worden met de Geest, de
Geest Die ons doopt, de Geest overtuigt ons van de zonde, Die
ondersteunt ons.
Dat zijn
allemaal dingen die wij moeten weten en wij moeten goed begrijpen
dat Gods Geest samenwerkt met Zijn Woord. Het gaat allemaal samen
met het geschreven Woord van God. Op welken ook gij…dus ook u, mede
gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. Misschien kijkt u
naar uw lichaam en misschien kijkt u naar uzelf en u zegt: Ik ben
niets..
Maar
als u kijkt naar uzelf door de ogen van Gods genade dan ziet u dat
God u ziet in de Geest, u bent onderdeel van een geestelijk gebouw.
Vandaar onze opdracht die wij zagen in Efeze 2:7 “Opdat Hij zou
betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner
genade… Om af te sluiten stellen wij u de vraag: Bent u ook
bezig om de rijkdom van Gods genade bekend te maken?
Dat is
onze opdracht als gelovige, om mensen de rijkdom van Gods genade
duidelijk te maken, de prediking van de Heere Jezus Christus naar de
openbaring van de verborgenheid. |