Efeze 2:1 “En u heeft
Hij mede levend gemaakt, daar gij dood
waart door de misdaden en de zonden;”
Hier gaat
Paulus verder uitleggen dat de handeling waardoor wij met Hem in de
hemelen zijn gezet uit genade is. Eerst heeft hij het over de
individuele genade en later met betrekking tot het volk Israël en de
gemeente.
Nu begint
hij over de persoonlijke genade in Efeze 1:2. Vanuit deze tekst
begrijpen wij dat de mens dood is, wij kennen de lichamelijke
dood en de geestelijke dood. Toen God tegen Adam en Eva zei dat als
zij van de vrucht zouden eten zij dood zouden gaan, was er sprake
van geestelijke dood. Met andere woorden: iemand die de Heere niet
kent is dood voor geestelijke ervaringen.
Een mens kan veel dingen doen, zij
kunnen dokter zijn, auto rijden, ingenieur zijn, maar voor God
blijven zij dood. Mensen kunnen ook religieus zijn, Jood, christen,
moslim, ze kunnen een heel sterk religieus gevoel hebben en toch
dood zijn voor God. Hij zegt hier: en u heeft Hij mede levend
gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden. Dus de
zonden en de misdaden hebben ons in de positie van dood voor God
gebracht.
Laten we
ook in Efeze 1:19 kijken: “En welke de uitnemende
grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking
der sterkte Zijner macht,”
Dus die macht van Christus, die kracht
van de opstanding heeft te maken met het feit dat God uit genade
toen wij dood waren ons mede levend heeft gemaakt.
U moet zich
voorstellen dat Christus dood was en wij zijn met Hem. Iemand is
dood en mensen zeggen: dood is dood. U gaat naar de begraafplaats en
u kunt daar uren wachten, maar verwacht niet dat die dode wakker
wordt. Maar Christus is opgestaan, er was daar een kracht en die
kracht werkt nu ook in de gelovige.
Wij begrijpen door het geloof dat
wij met Hem wakker zijn geworden, wij zijn levend geworden. Dit
moeten wij gewoon geloven.
Efeze 2:2 “In welke gij eertijds
gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de
macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der
ongehoorzaamheid;” Naar de eeuw dezer wereld… er is de geestelijke
wereld en de fysieke wereld, de plaats waar wij wonen.
Paulus
zegt: in welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer
wereld.
Dus u leeft
in deze wereld, maar u wandelt naar een bepaalde geest in deze
wereld. Er is een geest van angst, een geest van slavernij, er is
een geest van deze wereld die zegt: je moet dit hebben en je moet
dat hebben.
Kolossenzen 2:13 “En Hij heeft
u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses,
mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende;”
Er zat daar
een bepaalde kracht waarover wij geleerd hebben in Efeze 1:7
“In Welken wij hebben de verlossing
door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den
rijkdom Zijner genade,”
God was in staat om ons op te wekken
doordat Hij eerst onze zonden heeft vergeven, dat is uit genade
alleen. Dus als wij de mensen nemen, religieus of wat u ook bent,
zij wandelen naar een bepaalde geest, naar een bepaalde wind in deze
wereld.
En dan komt
God en ongeacht uw situatie maakt Hij u levend in Christus, parallel
met wat Christus voor ons aan het kruis heeft gedaan. Christus was
in het graf, God heeft Hem opgewekt en Hij zegt: u bent met Hem.
Het enige
wat u moet doen is geloven. Omdat mensen dit moeilijk vinden om te
geloven gaan zij het symboliseren met waterdoop of andere rituelen.
Maar hij zegt gewoon: Hij is opgestaan, nu bent u ook opgestaan!
Kinderen der ongehoorzaamheid…terwijl wij levend gemaakt zijn ziet
God de wereld als de kinderen der ongehoorzaamheid.
We kunnen
nog een tekst lezen in: 1 Korinthe 6:11 We zien hier dat er een
bepaalde stroming, geest is in de wereld die de wereld in een
bepaalde richting leidt. Net zoals wij zeggen dat de Geest van God
er is, de gelovigen worden geleid door Gods Geest, zo wordt de
wereld door de geest van satan geleid, dat is een bepaalde trend.
De
Korinthiers kwamen uit de wereld met hun religieuze tempels.
1 Korinthe 6:11 “En dit waart gij sommigen;
maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt
gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest
onzes Gods;”
Hij zegt: U bent gerechtvaardigd, u
bent geheiligd, u bent apart gezet. We gaan terug naar Efeze 2:2 De
wereld bestaat uit aarde en hemel, wij zeggen de hemelen. In het
begin schiep God hemel en aarde, hemel is meervoud, God woont in de
derde hemel. En daar is ook de lucht, dat is de ruimte daar tussen
en daar bevind zich satan en zijn machten. Dat is de reden waarom
Paulus in Efeze 6 zegt dat de strijd die wij hebben niet is tegen
vlees en bloed.
Soms kijkt
u naar de wereld en u vraagt zich af: Waarom vechten zij? Constant
veel ellende. Maar toch zien we een trend in de wereld, een bepaalde
geest die in de wereld zweeft en de mensen die luisteren. De rijken
willen rijk zijn, zij willen niet delen, er zijn economische
belangen, er is veel macht en boven alles heerst de grootste
afgoderij, de hoererij. Mensen hebben belang in alles.
…naar de
overste van de macht der lucht…Dus satan is niet de overste van de
wereld, hij heeft nu de macht over de lucht, over de ruimte boven
ons en zo verleid hij de mensen.…de geest die nu werkt in de
kinderen der ongehoorzaamheid.
Efeze 2:3 “Onder dewelke ook wij
allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses,
doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature
kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;”
Dus wij waren allemaal zo, je hebt je
vlees en je vlees wil iets. Als u de Heere niet kent dan gaat
u maar één richting: u ziet het, u voelt het, het spreekt u aan en
dan gaat u, zo leven heel veel mensen. Bijvoorbeeld een man die
veertig of vijftig is neemt een andere vrouw, dan zegt men: ik moet
ook aan mijzelf denken. Dat is de trend. Ik leeft toch maar één
keer… Ik ben al vijftig, hoe lang heb ik nog om te leven, misschien
nog twintig jaar…Dat is de trend, ik moet toch aan mijzelf denken,
ik heb genoeg aan mijn vrouw en de kinderen gedacht. Dat is een
bepaalde manier van denken.Terwijl de Bijbel zal zeggen: Er is
zoiets als trouw zijn aan elkaar, standvastigheid. Hij zegt het
hier mooi:
…doende de wil des vleses en der
gedachten…
Er zit hier
een mens achter, begrijpt u? Wie bent u? U bent iemand. U bent
iemand die doet iets.
Of u
luistert naar uw gedachten of u luistert naar uw vlees, maar u bent
iemand.
U bent door
God geschapen, u bent een unieke persoon, er is leven in u. En u
kunt zeggen: Ik denk nu en ik ga luisteren naar mijn denken. Dat is
de reden dat wij later lezen: Wordt vernieuwd in uw denken of: Gij
hebt anders geleerd.
Want u bent
iemand. Ja, ik zat te denken…Of andere mensen zeggen: Ja, ik voel
het zo.
Dus u
luistert naar iemand. En wij waren van nature kinderen des toorns,
gelijk ook de anderen…Die tekst is voor ons belangrijk omdat deze
tekst ons duidelijk laat zien dat het gaat om iets natuurlijks, het
is van nature. Dat wij slechte dingen doen heeft met onze natuur te
maken. Wij waren van nature kinderen des toorns gelijk ook anderen.
Dus de Bijbel leert niet dat wij zozeer slechte dingen doen, dat
doet iedereen, maar dat dit een resultaat is van onze natuur.
Allen
hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God. Het is iets dat
met onze natuur te maken heeft. Als het gaat om de zonde en de wet
lezen wij in:
Galaten 2:15,16 “Wij zijn van
nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen;” “Doch
wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der
wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in
Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit
het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat
uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.”
Dus Paulus
begrijpt en heeft van de Heere ontvangen dat rechtvaardigheid nu
niet is door de werken der wet.
Dat heeft
ook te maken met onze natuur, onze natuur met alles wat wij proberen
te doen, ook als wij ons best doen, daar kunnen wij God niet mee
behagen. Het is God Die in Zijn genade ons mede levend heeft
gemaakt.
Efeze 2:3
…wij waren van nature kinderen des toorns… Die toorn is deel van
onze natuur, als iemand vloekt, of als iemand boos is op God is dat
deel van zijn natuur. Hij kan proberen God lief te hebben, maar
zonder de Geest kan hij God niet behagen.
Efeze 2:4 “Maar God, Die rijk is
in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons
liefgehad heeft,”
Johannes 3:16 spreekt over de liefde
van God toen de Heere Jezus Christus naar deze aarde kwam. Paulus
zegt in Romeinen 5:8 dat God Zijn liefde aan ons heeft bevestigd dat
Christus stierf voor onze zonden. Dat zijn voor ons soms moeilijke
begrippen, los van de werkelijkheid. In de werkelijkheid zijn er
veel mensen die geen eten en drinken hebben, dus als wij naar die
werkelijkheid kijken dan worden wij op den duur humanistische
predikanten.
De Bijbelse werkelijkheid is de ware
werkelijkheid. Wat wij daar zien is gewoon het resultaat van de
zonde en het is afschuwelijk, maar het is een feit.
Het is een feit voor miljoenen
Chinezen, het is een feit voor miljoenen mensen in India of Afrika.
Wij leven hier in Europa en wij
begrijpen hoe ook de Europeanen heel veel dingen hebben
gemanipuleerd en hoe mensen Afrikanen onder dwang houden.
Het heeft te maken met de structuur
van de zonde. En nu komt God: Maar God, Die rijk is aan
barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad
heeft.
Dus die barmhartigheid van God, en ik
zeg altijd tegen mensen: u kunt het accepteren of niet, maar het is
een feit: Zijn barmhartigheid heeft te maken met het feit dat Hij
stierf voor onze zonden en Hij heeft ons de oplossing gegeven.
Christus kwam naar deze wereld, Hij
stierf voor onze zonden en is opgestaan voor onze rechtvaardigheid.
Daarom lezen wij dat in vers 4. De
barmhartigheid van God in vers 4 hebben wij ook in Efeze 1:7
gezien:
“In Welken wij hebben de verlossing
door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den
rijkdom Zijner genade,”
Dus die
barmhartigheid van God is naar de rijkdom Zijner genade. Voor mensen
is dat soms moeilijk te accepteren, mensen maken veel mee. In Israël
waren de afgelopen dagen herdenkingsdagen van de tweede wereldoorlog
en voor de oorlogen in Israël. In Israël is het een nationale
gebeurtenis en wordt dit elk jaar in stand gehouden. Dus het blijft
bij de mensen hangen zodat mensen het niet vergeten. Ik kan niet
vergeven…
In de
Israëlische situatie kan dat, maar we lezen ook van mensen die leven
in Rwanda, Kosovo of in Joegoslavië die zich weer met elkaar moesten
verzoenen. Vergeving, u vergeet de dingen niet, maar u laat de wraak
aan God over. Het schakelt uw gevoel niet uit, maar u moet niet
vergeten dat wat er ook gebeurd: U laat uzelf nu niet leiden door de
overheersende kracht van wrok en toorn. Wat iemand ook heeft
meegemaakt, hij zal nooit rust voelen als hij wraakzuchtig en
toornig blijft.
In
Efeze 3:8
wordt gesproken over genade of over rijkdom van genade:
“Mij, den allerminste van al de
heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het
Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,”
Dus in
hoofdstuk 1 leren wij een deel van die rijkdom, nu gaan wij naar
hoofdstuk 2 en wij begrijpen dat onze opdracht in deze tijd niet is
om het Koninkrijksevangelie te verkondigen, maar om de
onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen.
Efeze 2:3 “Onder dewelke ook wij
allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses,
doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature
kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;”
De Bijbel leert ons dat wij van nature
kinderen des toorns zijn, natuurlijk doen wij goede dingen,
slechte dingen of u nu een moslim bent of jood of christen, alle
mensen begrijpen dat wij ook slechte dingen doen. Dat is geen goed
nieuws.
Wat de Bijbel ons leert, en dat is
soms voor mensen moeilijk om te accepteren, is dat wij van nature
zondige mensen zijn, van nature kinderen des toorns.
Het feit dat wij slechte dingen doen
leert Paulus ons in deze boodschap van genade, want als wij spreken
over genade dan staat daar de zonde tegenover.
Waarom hebben wij Gods genade nodig?
Omdat wij van nature kinderen des toorns zijn en zoals de tekst
zegt: gelijk ook de anderen.
Met andere woorden: wij zijn niet
anders dan anderen. U kunt naar de kerk gaan, u kunt de bijbelstudie
bijwonen, maar als het gaat om onze natuur dan zijn wij niet anders
dan anderen. Dit is dus een heel belangrijke tekst om te begrijpen,
Efeze hoofdstuk 2 gaat om Gods genade. Dus om de kracht van Gods
genade en liefde te begrijpen moet het voor ons duidelijk zijn dat
wij van nature kinderen des toorns zijn.
Efeze 2:4 “Maar God, Die rijk is in
barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad
heeft,”
Nu
komt eigenlijk de liefde van God tot uiting.
Er zijn drie belangrijke teksten die daar over gaan.
Als wij spreken
over Gods liefde moeten wij dit onderwerp goed begrijpen. Wij
spreken namelijk over Gods liefde en Gods liefde is anders dan wat
wij van God zouden verwacht hebben.
In onze
wereld zijn er veel mensen die geen eten hebben, er zijn veel mensen
die worden mishandeld, vervolgd en dan vraagt men: Waar is God met
Zijn liefde?! Het antwoord is, en dat is inderdaad voor ons als
mensen moeilijk te begrijpen, dat God de mens al liefgehad heeft
toen Christus aan het kruis voor onze zonden is gestorven.
Wij kennen
de bekende tekst: Johannes 3:16, veel mensen gebruiken deze
tekst als een soort evangelisatie tekst: “Want alzo lief heeft
God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…
maar deze tekst gaat over de geboorte van de Heere Jezus
Christus in de wereld.
De tweede
tekst die duidelijk over Gods liefde spreekt is Romeinen 5:8
“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons
gestorven is, als wij nog zondaars waren.”
Nu ziet u weer de uiting van Gods
liefde, wij moeten duidelijk zijn voor onszelf hoe God ons heeft
liefgehad. We gaan terug naar Efeze 2:4 en dan lezen wij nog
een keer: “Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn
grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,”
Let op, God is rijk in barmhartigheid,
de komende tekst gaat duidelijk spreken over Gods grootste liefde. U
zou kunnen zeggen: Wat is de grootste liefde van God? Het antwoord
is dat Christus stierf voor onze zonden.
Efeze 2:5 “Ook toen wij dood
waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met
Christus; uit genade zijt gij zalig geworden,”
…door de misdaden, wij zijn van nature
kinderen des toorns, dat maakt dat wij dood zijn voor God, wij zijn
geestelijk dood. Dood voor ervaring, wij kunnen religieus zijn, wij
kunnen katholiek zijn, protestant, joods, we kunnen doen alsof, maar
wegens onze zondige natuur zijn wij dood.
Nu komt Gods liefde tot uiting: …heeft
ons levend gemaakt met Christus, uit genade zijt gij zalig
geworden. Dat is de kreet die alle eeuwen u met zekerheid doet
zeggen dat u levend bent geworden uit genade alleen. Dat prediken de
katholieken of de protestanten misschien niet of de joden of de
moslims, dat verkondigd de apostel Paulus. Het feit dat dode mensen
voor God levend worden gemaakt is alleen uit genade, door het
geloof, dat is Gods grote liefde: “Ook toen wij dood waren door de
misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt
gij zalig geworden),”
Efeze 2:6 “En heeft ons
mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in
Christus Jezus;”
Dus niet alleen mede levend gemaakt,
maar Hij heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede
gezet in de hemel in Christus Jezus. Deze procedure, dit traject
is niet zomaar. Het is nu niet alleen dat ik levend ben in Christus,
maar ik ben opgewekt met Hem. Ik heb door Hem, door Gods genade een
plaats gekregen in de hemelen. Dat hebben wij in hoofdstuk 1 al
gelezen, dezelfde kracht die Christus uit de doden heeft opgewekt
woont nu ook in ons. Die kan in ons werken, door het geloof.
Een
religieuze houding kan ons niet helpen, wij moeten geloven, geloven
in wat God zegt over ons in Gods liefde.
Efeze 2:7 “Opdat Hij zou betonen
in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door
de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.”
Opdat….
en nu komt de vraag: wat is de bedoeling?! Betonen…om te laten zien.
Wat proberen mensen nu te laten zien? Zij proberen te laten zien hoe
groot hun gebouw is, hoe groot hun organisatie is, hoe groot hun
kerk is, dat wil men laten zien. In de Middeleeuwen of later heeft
men geprobeerd om de grootheid van God door middel van grote
gebouwen te laten zien. Maar het is niet wat wij willen laten zien,
het is wat God ons wil laten zien, dat is het unieke in de boodschap
van Paulus. Opdat… met de bedoeling, dat Hij zou betonen in de
toekomende eeuwen. Wij leven in die toekomende eeuwen, vanaf de
kruisiging en de openbaring van Gods genade, door de apostel Paulus,
zijn de toekomende eeuwen begonnen.
Het is de
tijd van genade, de bedeling van genade. Wij zijn ambassadeurs van
Christus, wij behoren de rijkdom van Gods genade aan de mensen te
vertellen.
Wij
behoren de grootheid van God met andere mensen te delen.
En de grootheid van God is dat Hij ons levend
heeft gemaakt toen wij nog zondaars waren, dat is de grootheid van
Gods genade en liefde.
Deze goedertierenheid is niet dat wij meer eten
hebben of meer te drinken of dat wij hebben wat ons hart begeert. De
goedertierenheid is dat wij mede levend zijn gemaakt door het bloed
van de Heere Jezus Christus.
Efeze
2:8 “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat
niet uit u, het is Gods gave;” Want uit genade…Dus als
iemand u vraagt: Wat is de genade? Dan zegt hij hier: “Want uit
genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u,
het is Gods gave;”
Wij zien hier duidelijk in deze tekst
dat deze handeling van genade niet van onszelf is. Dat betekend dat
wij van nature zondige mensen waren en God heeft ons in Zijn
barmhartigheid levend gemaakt. Deze handeling is niet van onszelf.
Het enige wat wij doen is: wij beamen dit, wij geloven dat. Maar
zelfs als wij kijken naar de definitie van geloof dan is dat ook
niet van onszelf.
Want geloof
komt door het horen en horen door Gods Woord. Wat wij eigenlijk doen
is: wij beamen wat God zegt in het Woord. Net als wij zeggen: Wat is
geloof? Het is een belijdenis. Er is geloof als iets persoonlijks,
ik oefen geloof, vertrouwen en er is geloof als belijdenis.
Dus ik
stel mijn vertrouwen in het geloof van de Heere Jezus Christus en
dat geloof van Hem, die genade is niet van onszelf. Ik geloof niet
wat ik wil, maar ik geloof wat God voor mij heeft volbracht. Vandaar
zeggen wij: het is niet uit u, het is niet ons geloof, het is niet
zo dat ik zeg: Ik heb mijn gereformeerde geloof, ik heb mijn
katholieke geloof, ik heb mijn joodse geloof. Nee, ik vestig mijn
vertrouwen op de woorden van God en deze woorden en handelingen zijn
niet van mij.
Efeze
2:9 “Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
Dat
traject, overgang van dood naar leven is niet uit werken. Het is
niet door besnijdenis, kinderdoop, volwassen doop, opdat niemand
roeme. Zo zien wij hoe sterk de religieuze roem is die onder de
mensen leeft. Maar voor ons geldt: opdat niemand roeme, u kunt niet
bij God roemen. Daar zijn nog de teksten uit Romeinen 4:4,5 waar wij
duidelijk lezen dat Abraham is gerechtvaardigd door het geloof. Het
is niet degene die werkt, maar juist degene die gelooft wordt
gerechtvaardigd. Zo maakt Paulus in hoofdstuk 2 de Efeziers
duidelijk hoe diep de rijkdom is van Gods genade.
Efeze
2:10 “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot
goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve
zouden wandelen.”
Eigenlijk is vers 10 de aanvulling
voor vers 1, omdat wij in Efeze 2:1 dood waren. Dus de vraag is hoe
kunnen dode mensen opeens Gods maaksel zijn? Het antwoord hebben wij
gezien in de verzen 2 tot en met 10. Efeze 2:1 “En u heeft Hij
mede levend gemaakt, daar gij dood waard door de misdaden…”. En
dan lezen wij in Efeze 2:10 “Want wij zijn Zijn maaksel,
geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid
heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.” Die tekst spreekt
duidelijk niet over onze goede werken, let op, maar: welke God
voorbereid heeft! Als u mij vraagt wat die goede werken zijn dan
kunt u dat weer in Efeze hoofdstuk 1 lezen!
Wij behoren
te wandelen in de goede werken van God. Bijvoorbeeld in Efeze 1:7
staat dat Hij al onze zonden heeft vergeven, wij hebben vergeving
door Zijn bloed. Dus het goede werk is dat ik daarin wandel, ik ben
nu in staat om andere mensen te vergeven omdat Christus mij heeft
vergeven. Dus let op, het is niet de veelheid van goede werken,
activiteiten, maar het is het vertrouwen en leunen in wat Hij voor
mij aan het kruis heeft gedaan. We lezen nogmaals Efeze 2:10
“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede
werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden
wandelen.”
Ik hoop dat
dit stuk voor u duidelijk is want vanaf vers 11 gaan wij over een
ander deel spreken. |