|
Hoofdstuk 1
vers 15-23
Efeze 1:15 “Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere
Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen,”
Paulus heeft
eerst alles behandeld wat met de rijkdom van Christus heeft te
maken. Nu gaat Paulus spreken over gebed, omdat hij van hun geloof
gehoord heeft. Dat is het kenmerk, niet hun arbeid, niet hun wandel,
niet wat zij hebben gedaan, maar hij heeft gehoord over hun geloof.
Geloof komt door het horen, horen komt door Gods Woord.
U moet
hierbij denken aan Efeze, in het Turkije van vandaag, Griekse mensen
in die tijd met een Joodse of heidense achtergrond en hij prijst de
mensen voor hun geloof. Hun standvastigheid aan de woorden van God
temidden van een religieuze of afgodische wereld.
Vandaar
dat Paulus zegt: Daarom! Liefde tot al de heiligen, die
woorden zijn belangrijk, dat is de basis erkentenis van de prediking
over het lichaam van Christus. Ik heb liefde voor al de heiligen,
niet allen voor de mensen in mijn kerk, Hoe krijg ik liefde voor al
de heiligen? Door het feit dat ik geloof dat alle mensen die
Christus hebben aangenomen als hun persoonlijke Verlosser heilig
zijn in Christus. Geen liefde voor hem of voor haar, maar liefde
voor heiligen.
Door Paulus
besef ik dat God overal heilige mensen heeft. En ik weet ook dat je
alleen heilig wordt door genade alleen, door het geloof.
Efeze
1:16 “Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn
gebeden;”
Danken
is een werkwoord, maar de vraag is: waar dank ik voor? Ik dank u
voor het koekje, ik dank u voor de koffie. Alle religieuze mensen
danken God, de éne zegt: Allah akbar, de andere zegt: Dank U Jezus
Iedereen dankt. Maar de vraag is: wat is de inhoud van het danken?
Waarvoor dankt u? Het gaat erom dat u God dankt voor wat Hij voor u
heeft gedaan! Dus niet zozeer dat u God dankt voor uw werk, voor uw
geld, voor uw auto. Ik dank God voor veel dingen, maar voor
hetzelfde geld heeft iemand anders dat niet.
U dankt voor
gezondheid, maar waar Paulus hier over spreekt is veel meer, is veel
dieper. Gedenkende uwer in mijn gebeden…Iedereen bidt, maar het
gebed onder genade wordt gebouwd door danken en gedenken, dat is
werk van de hersenen. Ik dank, ik bid, maar de invulling van het
gebed is heel belangrijk.
In Nederland
hebben wij de gewoonte om voor het eten eerst te bidden en na het
eten te danken, maar dat staat er niet. Maar het is één gebed, voor
het eten dankt u God, na het eten dankt u God, het maakt niet zoveel
uit. Alleen, het principe is de invulling.
Dus ik bid,
en de invulling nu van het gebed is: Ik dank God en ik gedenk de
gelovigen.
Aan het eind
van de brief aan de Romeinen noemt Paulus veel namen van mensen.
Soms heeft u misschien de neiging om mensen te haten, te
negatievere, in de wereld zie je pesterij en slechte gedachten over
mensen en in de gemeente is ook alles niet vanzelfsprekend.
De gemeente
is nog erger, de gemeente is geen familie, de gemeente is geen
kring, geen voetbalvereniging waar u naar toe gaat als hobby. De
gemeente is een bijeenkomst van zondige mensen, het zijn mensen die
u normaal nooit zou ontmoeten, en toch uit genade zijn wij bij
elkaar gebracht. Wij blijven dezelfde mensen, iedereen met zijn
gekke trekken, Paulus had ook soms problemen met de mensen.
Wat moet er
dan gebeuren? U moet innerlijk over de mensen denken. Als u over
iemand nadenkt, als u bidt voor iemand dan werkt de Heilige Geest in
u om positief over hem of haar te denken. Dus Paulus denkt aan hen.
Efeze
1:17 “Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der
heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in
Zijn kennis;”
Nu komt er
een inhoudelijk gebed. In vers 12 en 13 hebben wij geleerd dat wij
verzegeld zijn met de Heilige Geest, dat is positie, dat heb ik,
maar nu spreekt hij over iets dat ik nog moet krijgen. …de Vader der
heerlijkheid, u geve…den Geest der wijsheid en der openbaring
in Zijn kennis.
Er is hier sprake van kennis, de éne gelooft het wel en de ander
gelooft het niet.
Maar wat ik nu over de brief van Efeze weet heb ik van iemand
geleerd, het is niet zo dat het tijdens mijn behoudenis aan mij is
geopenbaard. Het is niet zo dat als u tot geloof komt dat u alles
weet, als u tot geloof komt bent u net een kind. U wordt geboren en
dan moet u leren. Dan bidt u, net als voor uw eigen kind, dat hij of
zij het goed zal doen op school.
Kijk maar hoeveel jaren u naar school moet gaan om te leren. Zo is
het nu ook, u bent geboren en in hoofdstuk 1 vertelt Paulus welke
rijkdom wij hebben. Nu bidt hij of u die rijkdom mag kennen, de
diepte van die rijkdom begrijpen.
Dat komt niet vanzelf, daar heeft u een speciale Geest voor nodig.
De Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis. Het is geen
wetenschappelijke kennis, in het Grieks heb je: gnosis en epignosis.
Kennis, ik ken de feiten, ik weet dat 1 + 1 = 2, maar als ik twee
appels neem denk ik dat ik er drie heb…Ik heb de kennis dat ik een
auto heb, maar ik durf niet in de auto te rijden, ik neem de fiets.
Er is verschil tussen kennis van feiten, nog een voorbeeld: u werkt
bij een apotheek en u heeft de kennis waar de medicijnen voor zijn,
maar als u zelf ziek wordt neemt u die medicijnen niet.. U weet voor
uw vak wat bij wat hoort, maar als het er op aan komt dat u het moet
gebruiken dan doet u het niet, dan vertrouwt u het niet.
Er is kennis die u weet dat Christus voor uw zonden stierf , maar
er is ook kennis die zegt: Ik vertrouw Hem. Ik heb de kennis dat u
verzegeld bent met de Heilige Geest, maar er is een kennis die zegt:
God’s liefde zal mij nooit verlaten. Dat is mijn troost en rots in
mijn leven. Ik weet dat ik verzegeld ben met de Heilige Geest.
Efeze
1:18 “Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt
weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij
der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;”
Nu gaat hij
iets meer vertellen, alles is al geopenbaard, God openbaart u niets,
het staat al in het Woord. Die Geest van openbaring is eigenlijk
verlichting, licht op uw verstand. Paulus zegt verder dat wij niet
als heidenen zullen wandelen, verduisterd in het verstand.
U kent de uitdrukking: Gebruik je verstand! Iemand zegt: Ik kan
het niet aan zijn of haar verstand brengen… Er zijn dingen die u
vanaf uw geboorte bijgebracht zijn, door religie, door cultuur,
gewoonte, dat zit vast in uw verstand, alles mooi en aardig, maar
het heeft niets met God te maken.
Wat
God betreft is het duisternis, u weet veel dingen over de aarde, u
heeft uw werk, u kunt auto rijden, u kunt veel dingen doen: de één
is dokter, de ander niets. Maar als het gaat om de Bijbel is uw
verstand verduisterd. En nu komt het licht en het Woord. Wat doet
het Woord?
Langzaam aan,
stap voor stap openbaard en verlicht het Woord delen in u. Als u
b.v. twintig jaar geleden op straat liep en God vervloekte bent u
ineens een jaar later tot geloof gekomen en uw verstand werd
verlicht en nu zegt u: Wacht even, waarom zal ik God vloeken terwijl
Hij mij behouden heeft? En nu steeds meer: Als u vorig jaar dacht
dat als u dat en dat zou doen dat God u zou verlaten, uw verstand is
nu ineens verlicht, via Efeze 1:13,14 waar staat dat het niet kan,
God kan u niet verlaten. Waarom niet? Omdat u verzegeld bent met de
Heilige Geest.
Opdat gij moogt weten…welke de rijkdom zij der heerlijkheid
van Zijn erfenis in de heiligen. Kijkt u maar in hoofdstuk 1:11 daar
staat dat wij een erfdeel geworden zijn. U heeft erfdeel in die
rijkdom, in dat heil van Christus. En nu vraagt hij in vers 18: weet
u dat? Het is net alsof u iets van uw vader heeft geërfd en u weet
het niet. Weet u wat u heeft gekregen?
Het gebed wordt verdeeld in drie gedeelten:
Vers 18: Welke de hoop is van zijn roeping.
Vers 18: Welke
de rijkdom is der heerlijkheid Zijner erfenis in de heiligen.
Vers 19: Welke
de uitnemende grootheid Zijner kracht is aan ons, die geloven.
Efeze
1:19 “En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons,
die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,”
Ik wil dat u het voordeel weet van die kracht. Wat is die kracht?
Dat hebben we net gelezen in Efeze 1:1-14. Dat zijn de componenten
die in ons zijn gelegd: ik ben geheiligd, ik ben een kind van God,
ik ben begenadigd, ik ben uitverkoren, dat is allemaal bereikt door
Zijn opstanding. Vergeet u niet dat er dingen in ons zijn en hij
zegt dat wij die moeten benutten. Hoe kunt u dat benutten? Als u het
weet. Die macht zullen wij straks zien is de kracht van God die
Christus uit de doden heeft opgewekt en gezet in de hemelse
gewesten. Dat is het Griekse woord: Dynamos, dynamiet, er zit een
aspect in van een raket. Het was een bepaalde kracht van God om
Christus uit de doden op te laten staan en boven alle macht en
kracht in de hemel te zetten.
Efeze
1:20 “Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden
heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand
in den hemel;”
Volgende
keer gaan we hier verder mee, we hebben nu gezien dat daar de
rijkdom is van God’s genade en God wil dat wij die zullen weten.
Paulus is degene die ons dat vertelt en wij behoren dit te geloven
omdat wij daardoor God kunnen prijzen. Als wij weten wat God in Zijn
genade voor ons heeft volbracht, kunnen ook anderen dat door ons
horen en God prijzen.
Efeze
1:21 “Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en
heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze
wereld, maar ook in de toekomende;”
Met andere woorden: Er zijn namen in de hemel, machten, krachten.
Net als b.v. in het dorp Hardinxveld; er zijn bedrijven, huizen
namen, er zijn mensen en Christus gaat hier boven. Alle mensen die
u last bezorgen gaat Hij te boven. Dat is wat Paulus ons probeert
duidelijk te maken, dat wij de geschiedenis weten: Jezus van
Nazareth is gestorven, begraven en opgewekt, maar er is veel meer.
Wij herdenken met feestdagen dat Hij daar aan het kruis hing dat Hij
begraven werd en is opgestaan, maar vertelt Paulus ons door zijn
evangelie dat er in die tijd veel dingen gebeurde. En nu bidt hij
voor ons dat wij dat weten.
Efeze
1:22 “En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der
Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;”
Wat
Paulus betreft komen wij nu bij het punt dat die handeling vanaf het
kruis tot de rechterhand van de Vader met de gemeente heeft te
maken.Voor Paulus en ons op dit moment is Hij het Hoofd van het
lichaam. Hij is niet de Koning der koningen, Hij is niet de Messias
Die komt voor Israël.Hij is nu een Hoofd boven alle dingen!
Als ik hier tot u spreek ben ik niet het hoofd van de gemeente, dat
is Christus,
het Hoofd boven alle dingen.Zo begrijpen wij dat satan dit ook heeft
geïmiteerd. Als wij naar bepaalde kerken gaan hebben wij te maken
met een hoofd. Bij de Rooms Katholieke kerk is dat heel sterk, die
man is het hoofd van de kerk, van bijna een miljard gelovigen.
Maar ook in de protestante of reformatorische kerken hebben zij in
mindere mate een synode, een dominee die voor de mensen veel waarde
heeft. Meer dan een leraar of herder van een gemeente, hij is voor
hen een begrip. We gaan naar Kolossenzen 1:18 daar hebben wij
precies hetzelfde.
“En
Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het
Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de
Eerste zou zijn.”
Als u nadenkt bij uzelf, ook als jonge mensen, wie Christus voor u
is. Is het zo omdat mijn vader het heeft verteld, of omdat Hij de
blonde Man is met de blauwe ogen, of is Christus het Hoofd van het
lichaam?! Dat probeert Paulus aan mensen duidelijk te maken. Als u
bidt dat mensen dit zullen begrijpen dan betekend dat mensen worden
vernieuwd, mensen komen los van valse leer. Er zijn een miljard
mensen voor wie de man in Rome hun hoofd is, maar er zijn ook veel
protestanten die denken dat hun leider hun hoofd is.
Als dat gebed van Paulus wordt verhoord wordt u persoonlijk bevrijd
van valse leer.
Dat is wat Paulus noemt: onze vrijheid in Christus. Onze vrijheid
in Christus betekend dat ik kan zitten, ik kan de Bijbel lezen en
vanuit de Bijbel, Gods Woord en doel begrijpen. Ik voeg er iets bij,
maar als u straks naar huis gaat heb ik u in de loop der tijd genoeg
instrumenten gegeven zodat u kunt zeggen: Wat Dov nu zegt is niet
waar.. Dat is de bedoeling.
De bedoeling is dat u begrijpt hoe u de Bijbel moet lezen, het
Woord rechtgesneden en aan de hand daarvan Gods plan leren kennen.
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen… Omdat Hij boven
zit, de werkelijkheid is nog niet gekomen. In Korinthe zegt hij dat
nog niet alle dingen Zijn voeten onderworpen zijn, dat is in de
toekomst. Dat is Zijn macht en kracht, Hij is boven alles. Maar in
de werkelijkheid zoals wij nu onder de genade leven weten wij dat
niet alle dingen Zijn voeten onderworpen zijn. Satan is nog niet
onder de voeten van God onderworpen. Wij leven in een tussenperiode
waarin God de mensen toch een kans wil geven, maar er komt een tijd
dan al Christus alles in alles zijn.
In de tussentijd heeft Hij nog steeds het opperbevel, de macht
boven alles. Dit onderwerp is voor sommige mensen moeilijk te
begrijpen, want het heeft te maken met Gods wil, Gods plan en de
verantwoordelijkheid van de mens. Dat is de reden dat er mensen zijn
die zeggen: Dus de zonde is nu ook onder het opperbevel van God,
eigenlijk heeft God alles zo van tevoren gepland. Maar dat is niet
zo, er is een vrije keus voor de mensen en er is nu een genade tijd.
Satan is los, de mensen kunnen doen wat zij willen, maar dat is tot
een bepaalde hoogte en tijd.
Efeze
1:23 “Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die
alles in allen vervult.”
Welke.. dat is een Hoofd boven alle dingen. Dus Hij is het Hoofd
van het lichaam en de vervulling Degenen Die alles in allen vervult.
Dus wij hebben met het lichaam van Christus te maken, de gemeente.
In Efeze 1:13,14 gelezen dat wij verzegeld zijn met de Heilige Geest
der belofte en vandaar: Welke Zijn lichaam is en de vervulling
Desgenen Die alles in allen vervult.
Wij hebben nu Christus en wij zijn de gemeente en die gemeente is
vervuld met God. Om in die gemeente te zijn moet u Gods Geest hebben
en Gods Geest ontvangt u alleen door het geloof. Door het geloof in
de Heere Jezus Christus.
Vorige
keer hebben we gezien hoe belangrijk het is om te begrijpen dat
Christus het Hoofd is van het lichaam, Hij is het Hoofd van de
gemeente. Niet de dominee, niet ik, maar Christus.
Hier staat dat in Gods plan alles onder Zijn voeten zal onderworpen
worden, onder Zijn heerschappij.
Vanuit deze en andere teksten leren wij dat Hij het Hoofd is van de
gemeente, het lichaam van Christus en er zal een tijd komen dat
alles onder Zijn voeten zal onderworpen zijn.
Maar in feite is Hij het Hoofd van alles en de gemeente is Zijn
lichaam. Het is geen gebouw, het is geen organisatie, het is een
lichaam en het lichaam is boven alles.
Boven alle heerschappij, alle machten en krachten en dat is door
Gods genade.
In hoofdstuk 1 bidt Paulus, Hij bidt dat gelovigen dit zullen
begrijpen. Begrijpen dat Christus’ dood aan het kruis, Zijn dood,
begrafenis en opstanding meer betekend dan alleen een geschiedenis.
Terwijl Hij daar was heeft Hij heel veel dingen voor ons volbracht. |