|
Hoofdstuk 1
vers 1-13
De schatkamer
van onze Here Jezus Christus
Door: Dov avnon
Welkom
iedereen, ik ga u uit de Efezebrief vertellen met de bedoeling dat
mensen die dit lezen daardoor opgebouwd worden, ik maak het niet te
moeilijk.
Efeze 1:1
“Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, aan
de heiligen, die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:”
Paulus zegt
duidelijk dat hij een apostel is van Jezus Christus door de wil van
God en hij zegt ook in hetzelfde vers dat hij de brief schrijft aan
de gelovigen en heiligen in Efeze.
Hij zegt aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, dat
betekend dat een heilige ook een gelovige is.
Alleen het
vraagstuk is altijd: Waarom zegt hij hier aan de heiligen die te
Efeze zijn, en de gelovigen in Christus Jezus?
De reden is
omdat iedereen die gelooft een heilig persoon is, maar het schijnt
dat niet al de heiligen geloven in wat Paulus hier in deze brief
gaat zeggen.
Dus je bent heilig in Christus, maar dat wil niet zeggen dat elke
heilige alles gelooft wat de Bijbel zegt en vooral niet als het gaat
om de prediking van de Heere Jezus Christus naar de openbaring van
het geheimenis.
Hoe dan ook,
tot die mensen zegt hij: Efeze 1:2 “Genade zij u en vrede van God,
onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.”
De groet is
voor iedereen, of u gelooft wat Paulus zegt of niet. Genade en
vrede. Dat zijn de twee kenmerken van deze tijd. En waarom
genade en vrede?
Vooral vrede,
omdat in plaats van dat God zal terugkeren naar deze aarde om de
mensen te oordelen deze groet komt. Vandaar zegt hij dat genade en
vrede de kenmerken zijn van deze tijd. Behoudenis uit genade en de
vrede, dat weten wij, is de vrede die wij hebben mét God en de vrede
die wij hebben van God, dus onze dagelijkse ervaring. Met andere
woorden: Ik heb vrede met iemand, ik ben niet boos op hem, maar de
vraag is of ik dat elke dag ervaar. Dus er is de vrede met en er is
de vrede van God, dat is mijn dagelijkse ervaring.
Tegen die mensen begint hij eerst te vertellen over de rijkdom die
wij hebben in Gods genade. Er is daar een bepaalde rijkdom die wij
moeten weten. Daarom zegt hij in vers 3:
Efeze 1:3 “Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus
Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in
den hemel in Christus.”
Hier is voor ons een belangrijke term: in Christus. U bent
niet in een kerk of in een religie, maar in Christus. In
Christus hebben wij alle dingen, hier op aarde hebben wij misschien
niet alles wat wij willen hebben, maar de zegening die wij hebben is
in de hemel. En nogmaals: het is in Christus. Niet in onze
aardse welvaart.
Lees het vers nogmaals!
Efeze 1:4
“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der
wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in
de liefde;”
Hier komen wij bij een heel belangrijk onderwerp in de Bijbel. Wij
weten dat veel mensen vastzitten aan de uitverkiezing. Ik heb al
eens gezegd dat wij in de Bijbel onderscheid moeten maken tussen
verschillende mensen die God heeft uitverkoren. Over het
algemeen heeft God Israël uitverkoren. Hij heeft Paulus
uitverkoren.
Hij heeft de engelen uitverkoren. En Hij heeft u, het
lichaam van Christus uitverkoren. Daar moeten wij onderscheid in
maken.
Hoe dan ook er staat nergens dat God mensen heeft uitverkoren om in
Hem te geloven. Als wij spreken over uitverkiezing dan moeten wij
onszelf altijd afvragen:
Uitverkoren waarvoor? Voor welk doel? Dus de uitverkiezing is in
Hem. Wanneer? Vóór de grondlegging der wereld. …opdat wij zouden
heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde…
Nu spreken wij over de uitverkiezing van de gemeente het lichaam van
Christus.
In de rest van de brief zullen wij dat ook leren. Maar de vraag is:
Waarvoor heeft God ons uitverkoren? Waarom heeft Hij het lichaam van
Christus uitverkoren? Opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn
voor Hem in de liefde. Het is net alsof ik een advertentie zet: Ik
zoek een verpleegster. Er staan er twintig in de rij en ik kies er
één uit. Waarvoor? Om het werk van een verpleegster te doen.
Iedereen is welkom.
Degenen die welkom zijn dat zijn degenen die het evangelie aannemen,
en als zij het evangelie eenmaal hebben aangenomen dan weten zij
waarvoor zij zijn uitverkoren. Uitverkoren om onberispelijk te zijn
voor Hem in de liefde.
Efeze 1:5
“Die ons te
voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus
Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.”
Dus God heeft
van tevoren iets voorbestemd, Hij heeft bepaald dat mensen Hem
aannemen. Dus aanneming tot kinderen door Jezus Christus. Het
is dus niet aanneming omdat God het heeft bepaald, maar door Jezus
Christus. U moet Hem aannemen om onder de uitverkorenen te zijn.
Naar het welbehagen van Zijn wil, het is Gods wil dat alle
mensen behouden zullen worden en tot de kennis van de waarheid
komen. Dat is Zijn wil. Dus als iemand Christus aanneemt als zijn
persoonlijke Verlosser dan neemt hij deel in Gods wil. En wil
betekend: ik heb een plan, God heeft een plan, en om deel te nemen
in dat plan hebben wij Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus nodig.
Efeze 1:6 “Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij
ons begenadigd heeft in den Geliefde;”
Tot prijs…wij
beseffen het soms niet, maar alles wat te maken heeft met Gods
genade en vrede heeft te maken met Zijn prijs. Met andere woorden:
Toen de tempel er stond in Jeruzalem wist iedereen tot prijs van de
God van Israël dat Hij de ware God was. Zij hebben Hem geprezen.
Nu moeten de mensen naar het lichaam van Christus kijken, naar de
gemeente en dan zeggen zij: Ik prijs God. Vaak denken zij daarbij
aan een kerk, een gebouw. Maar alles wat God ons heeft gegeven is
met de bedoeling dat wij Hem zullen prijzen. Als ik zeg ”Prijst de
Heer”, dan is dat geen emotionele kreet, maar ik zegt gewoon: Prijst
de Heer, Hij heeft mijn zonden vergeven. Prijst de Heer, ik ben Zijn
zoon. Prijst de Heer, ik ben uitverkoren.
Door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde…Die
genade waarvan Paulus zegt: genade en vrede heeft speciaal te maken
met wat Hij voor ons in Christus heeft gedaan. Dit zijn de
essentiële punten die te maken hebben met genade en vrede.
U ziet dat in plaats van dat Hij terugkomt om de aarde te oordelen
er nu hier gedurende 2000 jaar genade, aanneming tot kinderen,
uitverkiezing enz. is.
Efeze 1:7 “In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed,
namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner
genade,”
Nu zegt
Paulus, in het kader van die genade: Wij hebben de verlossing.
Verlossing betekend dat iemand losgeld heeft betaald. Wij zijn
verlost van het loon van de zonde en dat is de dood. En dan zegt
hij: In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed. namelijk de
vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade. Dus
dat hebben wij, en nu zegt hij: Wij hebben de verlossing door Zijn
bloed namelijk… En dan gaat hij een stap verder, hij legt uit wat
dat betekend: verlossing door Zijn bloed. En dan zegt hij: namelijk
de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade. In het
Oude Testament of in het eerste verbond lezen wij dat mensen dieren
moesten offeren.
We lezen over de tempel waar zij dieren moesten offeren. Als wij de
Bergrede van de Heere Jezus lezen dan leren wij dat vergeving iets
voorwaardelijks was. Met andere woorden: U vergeeft andere mensen en
dan zal de Heere u vergeven.
Dus vergeving was voorwaardelijk. En nu als wij dit goed lezen komen
wij er achter dat de hoeveelheid van zijn vergeving is: naar de
rijkdom Zijner genade. Dat is de hoeveelheid van de vergeving.
Naar de rijkdom Zijner genade! Paulus zegt verder in Efeze 4:32 Dat
wij elkander moeten vergeven omdat Christus ons vergeven heeft. Met
andere woorden, als wij nu iemand vergeven dan is dat niet
voorwaardelijk.
Ik vergeef u niet omdat God mij anders niet vergeeft, maar ik
vergeef u omdat Christus mij al vergeven heeft. Ik heb al eens meer
gezegd dat het bij vergeving niet zo is dat u dingen vergeet.
Maar bij vergeving plaatst u uzelf, uw woede, uw boosheid, uw gevoel
van wraak op het kruis. Dus u neemt dat en plaatst het op het kruis.
U zegt: “Heere, ik vergeef hem omdat U mij heeft vergeven”.
Eigenlijk net als een papegaai. Met uw verstand zegt u vaak: Wacht
even, ik vergeef hem niet…
Nee, het is
eigenlijk het identificeren met wat Christus heeft gedaan. Wat heeft
Christus gedaan? God kwam naar deze aarde, ze hebben Hem gekruisigd,
Petrus wilde erop slaan, maar Christus zei: “Vader, vergeef hen want
zij weten niet wat zij doen”. In feite plaats ik mijzelf in Christus
aan het kruis en ik zeg: “Heere, ik kan geen vergeving opbrengen,
maar ik gebruik wat U voor hem heeft gedaan.
Met andere woorden: Ik vergeef hem op basis van dat Christus die man
ook heeft vergeven. Dat is eigenlijk het hele verhaal hier achter.
Efeze 1:8,9 “Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle
wijsheid en voorzichtigheid;” “Ons bekend gemaakt hebbende de
verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij
voorgenomen had in Zichzelven.”
Met welke Hij
overvloedig is geweest over ons… In welk opzicht is God overvloedig
geweest? Doordat Hij het ons bekend heeft gemaakt! Hij maakt nu
bekend wat Hij voor ons in Zijn genade heeft gedaan. Vroeger was het
alleen een schaduw voor de mensen, het was niet bekend.
Maar nu zegt
Hij: Met welke Hij overvloedig is geweest in alle wijsheid en
voorzichtigheid, ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van
Zijn wil.
Dus wat Paulus
nu gaat schrijven in de komende brief heeft te maken met het
verborgen deel in Gods wil. God heeft een plan van eeuwigheid tot
eeuwigheid en in dat plan gaat een groot deel over het volk Israël,
Zijn profetische plan, Zijn plan om op aarde een Koninkrijk te
vestigen. Maar nu komt Hij met de overvloedige genade om ons te
vertellen over het verborgen deel van dat plan. En dat verborgen
deel heeft te maken met de gemeente, het lichaam van Christus, dat
heeft Hij ons nu bekend gemaakt. Anders kunnen mensen in de war
raken, dat zien we bijvoorbeeld in Handelingen 7 waar de mensen hun
spullen al hebben verkocht en samen hebben verdeeld.
Paulus moet
later geld verzamelen voor de armen te Jeruzalem. In de brief van
Petrus zeggen de mensen: Waar blijft de Heere, Hij komt niet!
Petrus moet
hen uitleggen dat die vertraging met iets te maken heeft, zij
dachten: als wij Hem accepteren dan komt Hij snel terug. Maar het
duurt nu al 2000 jaar en Hij is niet teruggekomen. Nu zijn wij de
Heere dankbaar dat Hij het ons bekend heeft gemaakt, maar sommige
mensen geloven het niet…
Efeze 1:10,11
“Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een
te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de
aarde is;” “In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn,
wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen,
Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;”
De
bedeling, dat is het plan. Hij spreekt over een plan dat terug
gaat tot in de eeuwigheid. Uiteindelijk komt alles onder Christus.
Een deel daarvan heeft Hij ons bekendgemaakt en in vers 11 zegt hij:
In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn. Dus er is een
plan, maar nu is de vraag: Maak ik deel uit van dat plan? Het
antwoord is ja, ik maak uit van dat plan, ik ben ook in Hem, in
Welken wij ook een erfdeel geworden zijn…God heeft een wil,
God heeft een plan.
Er zijn mensen
die er vanuit gaan dat daardoor alle mensen behouden zullen worden.
God heeft een plan, God heeft een wil, maar mensen hebben een keus
om dit aan te nemen of te weigeren. Uiteindelijk is het geloof dat
iemand behoud. God heeft een plan, een wil en Hij wil dat alle
behouden zullen worden en tot de kennis van de waarheid komen. Uit
andere teksten leren wij het element van de menselijke
verantwoordelijkheid om Hem aan te nemen en de gave van het eeuwige
leven te accepteren. Hoe dan ook, dat is allemaal in het kader van
Zijn plan, van Zijn wil.
Efeze 1:12 “Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid,
wij, die eerst in Christus gehoopt hebben.”
Dus de vraag is: Waar is de openbaring van dat plan? Of waar wordt
dit plan geopenbaard? Het antwoord is: Wij, door ons. Het
plan van God wordt in ons geopenbaard. Wij zijn leden van het
lichaam van Christus, wij zijn geheiligd, wij zijn degenen die aan
anderen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus moeten vertellen. Wij
zijn eigenlijk de mond en het getuigenis van Gods genade en
barmhartigheid.
Het staat niet op de muur of op mijn voorhoofd, het staat niet in de
krant, het komt uit mijn mond, ik moet het vertellen. Opdat wij
zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid. Degene die op de
markt staat en God gaat prijzen, ben ik. Dat doet de regering niet,
ik moet mensen vertellen hoe ik een kind van God ben geworden, door
genade alleen.
Hoe komt het dat ik eeuwig leven heb, dat moet ik aan de mensen
vertellen. Dat doet niemand anders voor mij en om dit te kunnen
vertellen moet ik Gods plan kennen en geloven. Wij, die eerst in
Christus gehoopt hebben. Wie is wij? Het is niet vanzelfsprekend.
Wij, die eerst gehoopt hebben. Ik heb persoonlijk mijn hoop op Hem
vastgelegd.
Efeze 1:13
“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid,
namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken
gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den
Heiligen Geest der belofte;”
In dit vers spreekt Paulus over de verzegeling met de Heilige
Geest. U moet hier een aantal dingen weten: Eerst moet u het
Evangelie van uw zaligheid horen, u moet weten wat dat is. Het
antwoord is: hristus stierf voor uw zonden en is opgestaan voor uw
rechtvaardigheid. Dat hoort u en op het moment dat u het hoort en
gelooft dan wordt u verzegelt met de Heilige Geest.
Waarom? Wat is de Heilige Geest?
De Heilige Geest is de goddelijke Persoon. De Vader, de Zoon en de
Heilige Geest. Het is een stempel, Gods Geest verzegeld ons, wij
zijn u verzegeld met Gods Geest. Dat is de basis van de leer dat wij
nooit onze behoudenis kunnen verliezen. Dat heeft puur te maken met
de bedeling van genade, en met waar Paulus over spreekt, de rijkdom
van Gods genade.
Als de meeste gelovigen dit voor het eerst horen gaan ze vanuit de
Bijbel laten zien dat dit niet kan. Maar u moet niet naar de rest
van de Bijbel gaan, u moet hier vasthouden aan de verborgenheid die
aan Paulus is geopenbaard. God woont nu in u en Hij laat u niet los
Ik was pas op bezoek in een psychiatrische inrichting waar een
meisje mij vroeg: “Als ik zelfmoord pleeg ga ik dan niet meer naar
de hemel? “. Ik heb het niet benadrukt maar gezegd: “Ten eerste moet
je dat niet doen, maar Gods genade is, éénmaal een kind van God
altijd een kind van God”. Het is niet de bedoeling, God heeft jou
nodig op deze aarde. Jij wil weg, maar dan denk je alleen aan
jezelf.
Maar jij bent een kind van God en een ambassadeur van God. God heeft
jou Zijn Geest gegeven. Er is dus geen reden dat iemand zal zeggen:
Ik wil weg. De zekerheid komt niet uit uw lichamelijke gesteldheid,
maar vanuit de wetenschap dat u verzegeld bent met de Heilige Geest.
Dat is de bron van onze zekerheid.
U bent
verzegeld, tot wanneer? Dat zegt hij in Efeze 4:30 …tot de dag der
verlossing. Dat is de dag dat God ons verlost van dit lichaam, dan
krijgt u een nieuw lichaam. Een deel van die verlossing is al
gebeurd, Hij is voor ons gestorven, Hij heeft het loon voor de zonde
al betaald, wij zijn verlost van de dood, maar er komt nog een
vervolg wanneer wij een nieuw lichaam zullen krijgen.
En tot dan zijn wij verzegeld met de
Heilige Geest.
Efeze 1:14 “Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene
verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.”
Die Geest in u is een onderpand. U ziet al een paar keer in
ditzelfde hoofdstuk dat Paulus het woord prijs gebruikt. Er
zijn bepaalde handelingen die God doet in de gelovige met de
bedoeling dat mensen daardoor zullen zeggen: Prijst de Heer! Het is
niet Prijst de Heer omdat ik naar u kijk en zie dat u een gelovige
bent, of dat u gered bent. Dat is niet zo.
Het is: Prijst de Heer omdat ik nu kan vertellen hóe ik gered ben.
Het gaat er niet om mijzelf te prijzen, maar het is prijst de Héér!
Ik geef de Heere al de prijs omdat ik nu geleerd heb dat Hij een
zondig mens, iemand zoals u en mij nam, iemand die de dood
verdiende, gered heeft. Hij heeft u geheiligd, Hij heeft u
begenadigd. Prijst de Heer! Niet prijst de kerk of prijst de
religie, maar Prijst de Heer!
|