|
En buiten allen twijfel,
de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in
het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de
engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld,
is opgenomen in heerlijkheid. 1 Tim.3:16
Helaas is dit een vers
uit de Bijbel wat door velen verkeerd begrepen wordt. De één zal het
gebruiken als een bewijs voor de Godheid van Christus, maar de ander
gebruikt het juist om de Godheid af te zwakken en Christus juist als
een gewoon mens neer te zetten. Andere Bijbels namelijk hebben
God veranderd in die of hij.
Maar een nadere
bestudering laat iets heel anders zien. Heel belangrijk is om de
verzen goed in zijn verband te lezen. En dan zien wij dat Paulus aan
Timotheus allerlei richtlijnen geeft hoe de plaatselijke gemeente
dient te functioneren. O.a. tucht uit te oefenen tegen mensen die
een andere leer verkondigen (1:3), de man en de vrouw in de gemeente
(Hoofdstuk 2) de kwalificaties van de leiders in de gemeente
(Hoofdstuk 3).
Het gaat allemaal over
die groep mensen die gezamenlijk hetzelfde geloof belijden en bij
elkaar willen komen om aldaar geleerd en vermaand en vertroost te
worden met de gezonde leer zoals Paulus die in zijn brieven heeft
opgeschreven (Kol.1:27-28; 1Kor.4:17; 2Tim.3:10;Titus 1:9). Zij
vormen samen de plaatselijke gemeente. Dé plek waar de gelovigen bij
elkaar komen en die samen die gemeente zijn. Dat moeten ze weten en
daarom schrijft Paulus dat aan hun (vs 14-15).
En in vers 15 noemt
Paulus deze plek het huis van God. Dat was bijzonder, want toen hij
dat zei stond de tempel nog in Jeruzalem. Dat was altijd de plek
waar Israel God moest dienen. Dáár was de plek waar God
woonde, dáár bráchten ze de offers, dáár wáren de
priesters die het volk moesten leren (Ezra 7:7-10; Nehemia 8:6-9)
dáár wáren de feesten en dáár wás de plek van gebed
enz. Zie ook 2 Kron. 6. Voor Israel op de eerste plaats,
maar óók voor de heiden die God wilde dienen, van Hem geleerd wilde
worden en tot Hem wilde bidden was dat de enige plek op aarde
(2Kron.6:32;Jes.56:6-7)
Dus voor de wereld die
in duisternis was, was er toen één plek op aarde waar
de waarheid te vinden was, nl. bij het volk Israel en de tempel te
Jeruzalem. Dat was toén de pilaar en
vastigheid der waarheid. De godzaligheid was alleen dáár
te halen en te vinden. Althans dat hóórde zo te zijn. Israel is
daarin gefaald en gevallen en daarom is nú de Bedeling
der Genade, maar straks in het Koninkrijk op aarde, dán zal het
werkelijk zo zijn (Zach.8:20-23). Maar nú zegt Paulus,
al stond de tempel er toen nog, niet meer.
Wat ons nu moet opvallen
als mensen die het Woord der Waarheid recht willen snijden is dat
dit allemaal duidelijk in de Bijbel beschreven staat in het O.T, in
de Evangeliën (Mark.11:17;Luk.1:8-10; 2:37; 18:10;
Joh.7:14;8:2;18:20;Hand.2:46), maar ook straks ná de Bed. Der Genade
in het 1000 jarig Koninkrijk (Ezech. 40-44; Zach.14:16-21) en dáárna
in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Op. 21 :3,22).
Echter
Paulus spreekt over een godzaligheid die verborgen is!
Waarom? Omdat de regels om nú voor God zalig te gaan
leven niet dezelfde zijn als toen de tempeldienst hiervoor nog het
centrum van de wereld was. Godzaligheid wil zeggen dat je in
gehoorzaamheid aan de waarheid leeft, een godvruchtig leven:
1 Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus
Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis
der waarheid, die naar de godzaligheid is 2 ;In de hoop des
eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft ,
voor de tijden
der eeuwen, maar geopenbaard heeft te
Zijner tijd; 3 Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die
mij toebetrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan
Titus, mijn oprechten zoon, naar het gemeen geloof Titus
1:1-3 (ook 1 Tim.6:3).
Omdat wij nú in de
Bedeling der Genade leven en Paulus daarvan de apostel is
(Rom.11:13) is Paulus nu de autoriteit die ons leert over
godzalig leven. En dat is pas aan Paulus geopenbaard en niet
eerder. Het onderwerp in 1 Tim.3:15-16 is dus niét Christus, maar de
godzaligheid.
Dit kan ook niet anders als wij deze
verzen goed bestuderen in het licht van de openbaring die Christus
aan Paulus gegeven heeft. Want wat is nú de tempel
van God (huis Gods)? Juist! Wij! De Gemeente, het Lichaam van
Christus : Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest
Gods in u lieden woont? 1 Kor.3:16.
De Gemeente is het nú die God dient, echter niet in de
ceremonieën van de wet en de tempel, maar in de Geest (Filip.3:3,
Kol.2:16-17)) in Zijn tempel : ons lichaam.
En zó dienen wij vers 16 te
bestuderen en dan wordt het ook helemaal duidelijk dat dit nooit
over de vleeswording van Christus kan gaan, zoals Joh.1:14 en Filip.
2:6-8 zeggen, terwijl wij op deze verzen uiteraard ook 100% AMEN
zeggen. Nee, het gaat niet over God die vleesgeworden is in de
Persoon van Christus, maar over Zijn vleeswording in… mensen
! Nl. het Lichaam van Christus. Zie in dit verband ook 2
Kor.4:8-11; Fil. 1:20-21; Rom.8:11. Dit wordt ons des te meer
duidelijk uit de rest van vers 16:
·
is gerechtvaardigd in den Geest
- Sinds wanneer
werd Christus in de Geest gerechtvaardigd? Is Hij ooit een zondaar
geweest? Nee, maar wij wel, want wij wáren onrechtvaardig (1
Kor.6:9-10), maar door de Geest zíjn wij nu
gerecht-vaardigd (1Kor.6:11). Hij, de Rechtvaardige voor de
onrechtvaardigen. 1 Pet.3:18
·
is gezien van de engelen
– Juist in de Evangeliën
lezen wij heel weinig over de engelen dat zij direct en persoonlijk
aan Chr. verschenen, dan alleen tijdens de verzoeking in de woestijn
en in de hof van Getsemane om Hem te sterken in de lichamelijke en
in de geestelijke nood (Matt.4:11 en Lukas 22:43). Hoe anders bij
ons nu. Wij hebben voortdurend de strijd tegen de boze machten in de
hemel en maken nú door de verkondiging van het
Evangelie van Gods Genade de veelvuldige wijsheid Gods bekend aan
alle overheden en machten in de hemel. Ef.3:10; 6:12. Sterker nog,
wij worden voortdurend gezien en gadegeslagen door de engelen (1
Kor.4:9), wij zullen hun oordelen (1Kor.6:9) en zijn boven hen
gesteld (Ef.1:20-23).
·
is gepredikt onder de heidenen
– Toen Christus op
aarde in het vlees was is Hij nooit onder de heidenen gepredikt.
Integendeel, Hij verbood het hun zelfs! Zie Matt. 10:5-6; 15:24;
Rom.15:8). Maar Christus is nú wel onder de heidenen
gepredikt en Hij woont in hun en er is in dat Lichaam van
Christus géén verschil tussen Jood en de
heiden(Kol.1:27;3:11;Gal.1:16;Rom.1:5;16:25-26;Han.13:46-48)
·
is geloofd in de wereld
– Goed opletten! Er staat
niet dóór de wereld. Inderdaad, in deze Bedeling wordt
Christus aan alle kreatuur verkondigd (Kol.1:23) als de
Redder van hun zonden, maar helaas niet iedereen gelooft dat.
Echter, gelukkig, overal in de wereld zijn mensen die dit
geloven. Christus op aarde in Israel werd zeker niet geloofd in de
wereld, want samen met de heidenen hebben ze Hem gekruisigd.
(Matt.20:19; Hand.4:27)
·
is opgenomen in heerlijkheid
– Toen Christus opgevaren
was, daarná werd Hij pas in Israel geloofd, zij het niet met
velen. Hier blijkt uit dat het niet over de hemelvaart van Chr. gaat
, maar over de Opname van de Gemeente. Wij verkondigen Hem nú
in de wereld en mensen geloven, totdat wij worden
opge-nomen in de wolken Hem tegemoet , dáárná dus! (1
Thess.4:13-18). Voor God staat dit reeds vast en ziet Hij ons reeds
in de hemel in heerlijkheid. 2 Kor.5:1
Wát een Glorie, wát een Heerlijkheid, wát een
Genade! |