"Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105   "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16    "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken 1 Timotheus 1:15

04-08-2010        Home - Wie zijn wij? - Wij geloven - English -עברית  Spanish GenadeEvangelie.nl  Português

 

De man is het hoofd van de vrouw

1Korinthiërs 11 : 1 – 16.

Waarom zou een man in de samenkomst bidden of profeteren met ongedekt hoofd terwijl de vrouw haar hoofd moet dekken? Dat is om de zaak aangaande het ‘leiderschap (of hoofdschap)” uit te beelden. In vers 3 lezen we:

1) - Christus is het hoofd van iedere man.

2) - De man is het hoofd van de vrouw.

3) - Het hoofd van Christus is God.

De Schriften  leren zeer duidelijk dat de Here Jezus gelijk is aan God, zie Joh.5:18 en Filippiërs 2:6. Nu lezen we dat God het hoofd is van Christus. We zien daarom dat het ‘hoofdschap’ niets te doen heeft met ongelijkheid, of het nu is tussen Christus en God of tussen vrouw en man. Het heeft temaken met de wijze waarop God de dingen, naar zijn welbehagen, tot stand heeft gebracht.

Vers 4 laat ons zien dat, indien een man bidt of profeteert met een bedekt hoofd, hij zijn hoofd onteert. Welk hoofd? Niet zijn eigen ‘natuurlijk’ hoofd, maar de Heere Jezus Christus. Waarom? Omdat de man het beeld en de heerlijkheid Gods is, vers 7. Daarom moet een man zijn hoofd niet dekken omdat de heerlijkheid Gods niet verborgen mag worden.

In vers 5 zien we dat, als een vrouw bidt of profeteert zonder bedekking, zij haar hoofd onteert, en dat is haar man. De reden hiervoor wordt gegeven aan het einde van vers 7: “de vrouw is de heerlijkheid des mans”. De heerlijkheid van de man moet bedekt, of verborgen, zijn omdat in de kerk alleen de heerlijkheid van God gezien moet worden. Het is een schande voor een man als zijn heerlijkheid (de vrouw) niet gedekt is. Het Griekse woord voor “schande” is een sterk woord die in werkelijkheid betekent: “grondig te schande maken”. Als daarom een man verschijnt met een bedekt hoofd, of een vrouw met een ongedekt hoofd, dan ontkennen ze ( hoewel onopzettelijk) dat Christus het hoofd van de man is en onthouden Hem zodoende de eer die Hem toekomt.

Vers 10 noemt de hoofdbedekking van de vrouw een “teken van gezag”. Als de vrouw het draagt laat ze zien dat ze onder het gezag van de man staat. Het betekent dat ze zich onderwerpt aan zijn leiderschap. Dit is de rangorde zoals God dat heeft gevestigd op aarde: de vrouw is onderworpen aan de man terwijl hij de vertegenwoordiger is van Christus, en de man is onderworpen aan Christus.

Waarom moet de vrouw dit teken van gezag op haar hoofd hebben? Niet omdat er mannen aanwezig zijn, maar om der engelen wil, vers 10. Nu zult u vragen:  “Wat heeft de hoofdbedekking van de vrouw temaken met de engelen?”. In Efeziërs 3:10 zien we dat God de kerk gebruikt als een symbool of voorwerp om aan de engelen Zijn grote wijsheid te leren, beide, goed en kwaad, in het hemels koninkrijk. Hier in 1Kor.11 wil Hij de enkeling gebruiken, de man (ongedekt) en de vrouw (gedekt), om hen te onderwijzen aangaande “hoofdschap”, “gezag” en “onderwerping”. Als de vrouw haar hoofd dekt in de gemeentelijke samenkomsten krijgen de engelen een doelgerichte les in onderwerping aan goddelijk leiderschap. Wat is ze een berisping richting de goddeloze engelen! Hun zonde bestaat uit het rebelleren tegen goddelijk gezag. Wat een genot voor de gehoorzame engelen als ze ook het ongedekte hoofd van de man zien, uitbeeldende de onbeschermde heerlijkheid van God en Zijn geaccepteerd gezag.

Sommigen zeggen dat het haar van de vrouw haar is gegeven als bedekking, vers 15, maar als u dit vers leest samen met vers 5 dan zult u zien dat dat niet zo is. Als het haar de vereiste bedekking was zou vers 5 luiden: “Iedere vrouw die bidt of profeteert zonder haar op haar hoofd.....”. In vers 6 lezen we opnieuw dat, als ze niet gedekt is, ze ook haar haar maar af moet snijden. Als het haar de bedekking was dan zou “niet gedekt” moeten betekenen dat ze geen haar heeft. In dat geval kan haar haar niet afgesneden worden!

In vers 15 lezen we dat het lange haar een eer voor de vrouw is. We lezen niet hoe lang maar het moet langer zijn dan dat van de man omdat het voor de man een oneer is als hij lang haar heeft, vers 14. Van nature is het haar van de vrouw langer dan dat van de man. Door haar haar zo te dragen laat ze zien dat ze aanneemt wat God haar wil laten zijn, dat is beter dan te proberen om er uit te zien als een man.

Als u opnieuw zorgvuldig het gedeelte van 1Kor.11 leest zult u opmerken dat de vrouw twee soorten “heerlijkheden (of eer)” heeft. In vers 7 zien we dat ze de heerlijkheid is van de man, en in vers 15 dat het lange haar haar heerlijkheid is. Vanwege beide moet ze gedekt zijn zodat alleen de heerlijkheid van God openbaar wordt.

------------------------