|
De man is het hoofd van de vrouw
1Korinthiërs 11 : 1 – 16.
Waarom zou een
man in de samenkomst bidden of profeteren met ongedekt hoofd terwijl
de vrouw haar hoofd moet dekken? Dat is om de zaak aangaande het
‘leiderschap (of hoofdschap)” uit te beelden. In vers 3 lezen we:
1) - Christus is
het hoofd van iedere man.
2) - De man is
het hoofd van de vrouw.
3) - Het hoofd
van Christus is God.
De Schriften
leren zeer duidelijk dat de Here Jezus gelijk is aan God, zie
Joh.5:18 en Filippiërs 2:6. Nu lezen we dat God het hoofd is van
Christus. We zien daarom dat het ‘hoofdschap’ niets te doen heeft
met ongelijkheid, of het nu is tussen Christus en God of tussen
vrouw en man. Het heeft temaken met de wijze waarop God de dingen,
naar zijn welbehagen, tot stand heeft gebracht.
Vers 4 laat ons
zien dat, indien een man bidt of profeteert met een bedekt hoofd,
hij zijn hoofd onteert. Welk hoofd? Niet zijn eigen ‘natuurlijk’
hoofd, maar de Heere Jezus Christus. Waarom? Omdat de man het beeld
en de heerlijkheid Gods is, vers 7. Daarom moet een man zijn hoofd
niet dekken omdat de heerlijkheid Gods niet verborgen mag worden.
In vers 5 zien we
dat, als een vrouw bidt of profeteert zonder bedekking, zij haar
hoofd onteert, en dat is haar man. De reden hiervoor wordt gegeven
aan het einde van vers 7: “de vrouw is de heerlijkheid des mans”. De
heerlijkheid van de man moet bedekt, of verborgen, zijn omdat in de
kerk alleen de heerlijkheid van God gezien moet worden. Het is een
schande voor een man als zijn heerlijkheid (de vrouw) niet gedekt
is. Het Griekse woord voor “schande” is een sterk woord die in
werkelijkheid betekent: “grondig te schande maken”. Als daarom een
man verschijnt met een bedekt hoofd, of een vrouw met een ongedekt
hoofd, dan ontkennen ze ( hoewel onopzettelijk) dat Christus het
hoofd van de man is en onthouden Hem zodoende de eer die Hem
toekomt.
Vers 10 noemt de
hoofdbedekking van de vrouw een “teken van gezag”. Als de vrouw het
draagt laat ze zien dat ze onder het gezag van de man staat. Het
betekent dat ze zich onderwerpt aan zijn leiderschap. Dit is de
rangorde zoals God dat heeft gevestigd op aarde: de vrouw is
onderworpen aan de man terwijl hij de vertegenwoordiger is van
Christus, en de man is onderworpen aan Christus.
Waarom moet de
vrouw dit teken van gezag op haar hoofd hebben? Niet omdat er mannen
aanwezig zijn, maar om der engelen wil, vers 10. Nu zult u vragen:
“Wat heeft de hoofdbedekking van de vrouw temaken met de engelen?”.
In Efeziërs 3:10 zien we dat God de kerk gebruikt als een symbool of
voorwerp om aan de engelen Zijn grote wijsheid te leren, beide, goed
en kwaad, in het hemels koninkrijk. Hier in 1Kor.11 wil Hij de
enkeling gebruiken, de man (ongedekt) en de vrouw (gedekt), om hen
te onderwijzen aangaande “hoofdschap”, “gezag” en “onderwerping”.
Als de vrouw haar hoofd dekt in de gemeentelijke samenkomsten
krijgen de engelen een doelgerichte les in onderwerping aan
goddelijk leiderschap. Wat is ze een berisping richting de goddeloze
engelen! Hun zonde bestaat uit het rebelleren tegen goddelijk gezag.
Wat een genot voor de gehoorzame engelen als ze ook het ongedekte
hoofd van de man zien, uitbeeldende de onbeschermde heerlijkheid van
God en Zijn geaccepteerd gezag.
Sommigen zeggen
dat het haar van de vrouw haar is gegeven als bedekking, vers 15,
maar als u dit vers leest samen met vers 5 dan zult u zien dat dat
niet zo is. Als het haar de vereiste bedekking was zou vers 5
luiden: “Iedere vrouw die bidt of profeteert zonder haar op haar
hoofd.....”. In vers 6 lezen we opnieuw dat, als ze niet gedekt is,
ze ook haar haar maar af moet snijden. Als het haar de bedekking was
dan zou “niet gedekt” moeten betekenen dat ze geen haar heeft. In
dat geval kan haar haar niet afgesneden worden!
In vers 15 lezen
we dat het lange haar een eer voor de vrouw is. We lezen niet hoe
lang maar het moet langer zijn dan dat van de man omdat het voor de
man een oneer is als hij lang haar heeft, vers 14. Van nature is het
haar van de vrouw langer dan dat van de man. Door haar haar zo te
dragen laat ze zien dat ze aanneemt wat God haar wil laten zijn, dat
is beter dan te proberen om er uit te zien als een man.
Als u opnieuw
zorgvuldig het gedeelte van 1Kor.11 leest zult u opmerken dat de
vrouw twee soorten “heerlijkheden (of eer)” heeft. In vers 7 zien we
dat ze de heerlijkheid is van de man, en in vers 15 dat het lange
haar haar heerlijkheid is. Vanwege beide moet ze gedekt zijn zodat
alleen de heerlijkheid van God openbaar wordt.
------------------------
|