De Dag des Heeren en het Lichaam van Christus
Door: Jan Stelma
Er zijn helaas veel gelovigen die onzeker zijn betreffende hun
status tijdens de komst van Christus en De Dag des Heeren. Dat was
bij Paulus ook al zo en daarom schrijft hij aan hun hierover zodat
ze niet meer onwetend hierover zullen zijn.
1 Maar van de tijden en de gelegenheden , broeders! hebt gij niet
van node, dat men u schrijve.
Wij moeten in de Bijbel nooit zomaar een tekst alleen nemen, maar
altijd in zijn context. En Paulus begint met “maar”. Hij geeft
hiermee een contrast aan met wat hij zojuist in de verzen daarvoor
heeft opgeschreven. Inderdaad, in tegenstelling tot de verzen 13 t/m
18 ervoor, die over de komst van Christus gaan voor Zijn Gemeente om
ze op te halen als de Bedeling der Genade afgelopen is, hoefde hij
niet de tijden en gelegenheden aan hun uit te gaan leggen, nl. het
hoe en wanneer over de komst van Christus naar de aarde om te komen
oordelen en het Koninkrijk op aarde te vestigen. Waarom niet? Omdat
dat allemaal met het geprofeteerde plan van God te maken heeft.
• Profetie dus, want Het is opgeschreven van Genesis t/m de
Evangeliën en dus bekendgemaakt. Bijv. Gen.3:15, waar de Verlosser
al beloofd wordt. Of dat Hij uit de stam Juda komt en waar Hij
geboren zal worden. Ps. 22 waar Hij gekruisigd is. Dan.2:44 waar het
Kon. beloofd wordt. Dat er een opstanding wezen zal. Israel het
Hoofd van alle volken Enz. enz.
• Profetie dus, want dat volgt een tijdslijn, welke wij allemaal in
de profetieën vanaf Genesis tot/met de Evangeliën kunnen opzoeken.
Bijv. Dan. 9:27 dat de Grote Verdrukking 7 jaar duurt; Dan.9:3 dat
de gevangenschap 70 jaar zou duren; Dan.9:25 het aantal jaren totdat
Chr. gekruisigd werd; Gal.4:4 dat toen Chr. kwam de volheid des
tijds er was; De datums van de feesten. Enz., enz.
M.a.w. Het is allemaal na te speuren, óók de Dag des Heeren als Hij
i.o.m de profetieën zal komen. Echter in het geheel niet als wij
komen in de Bed. Der Genade, waarin wij leven. Daarin is alles juist
onbekend en pas alleen aan Paulus bekendgemaakt. We kunnen nu niet
meer naar de profeten gaan om daar meer te weten te komen.
Dus dáárom zegt Paulus i.v.m. de komst van de Here voor ons in
4:13-18 in vers 15: Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren..
De Here heeft het aan hem bekend moeten maken, anders hadden wij het
niet kunnen weten. Maar let op! :
Rom.13:11 En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds
weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken ; want de
zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben .
Ja, door Paulus weten wij nu alles van vóór, tijdens en ná de
Bedeling der Genade. Zijn komst is nabij en moet een motivatie voor
ons zijn om heilig te leven (zie ook vs. 12-14).
2 Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal
komen, gelijk een dief in den nacht.
Behalve hier, wordt door Paulus nooit de term “dag des Heeren”
gebruikt.
Wee dien, die des HEEREN dag begeren ! Waartoe toch zal ulieden de
dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht . Amos
5:18
I.t.t. de komst van de Here voor ons in de lucht, waar wij allemaal
naar horen uit te kijken (en verwachten zegt Paulus in Fil.3:20-21),
is de DdH helemaal niet iets om naar uit te kijken, omdat dat een
dag zal zijn van de toorn van God die komen zal over deze wereld
vóórdat Hij Zijn Koninkrijk op aarde zal vestigen. In deze dag zal
alle hoogmoed vernietigd worden en Hij alleen en niet de mens zal
dan centraal en verheven staan (Jes.2:11-19). Maar deze Dag duurt
lang, nl. vanaf dat het prof. plan weer verder gaat nádat wij zijn
opgenomen : 7 jarige Verdrukking, 1000 jaar Koninkrijk, vernietiging
van satan en de volken die nog tegenstaan, de Grote witte troon, de
verbranding van de elementen, hemelen en de aarde (2Pet.3:9-12) tot
de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dan is de laatste vijand ook
weggedaan, de dood, en dan is de eeuwigheid aangebroken en is er
geen dag meer en is alleen Hij verheven, maar dan zonder dwang.
Paulus zegt daarom ook dat die Dag (en niet Christus) als een dief
in de nacht zal komen. Dus men heeft het niet in de gaten, ze
verwachten het niet , want deze toorn begint namelijk met vrede,
niét met oorlog:
3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar;
dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een
bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
Dáár zit het venijn van de antichrist. Hij gaat Israel (=zij) alles
geven wat aan hun beloofd is in het O.T. Vrede, bescherming van hun
vijanden, de tempeldienst, de wet, de dierenoffers, de priesters, de
feesten enz. Dát gaf Jezus toen allemaal niet. En dus is hij, die
dat allemaal wél doet hun Messias en hun beloofde koning. Dus gaat
hij daarom in die tempel zitten, zich vertonende aan Israel (=zij)
dat hij God en hun koning is (2Thess.2:4). Ja, voor de ongelovige
Joden wel, maar niet voor de gelovige Joden. Die weten vanuit
Dan.9:26-27 dat dat bedrog is en zeker als hij na 3,5 jaar dit
allemaal verbreekt en de vervolging uitbreekt als men dat afwijst.
Dát is het haastige verderf en het teken dat, degenen die dan daar
wonen of verblijven, ze zo snel mogelijk Jeruzalem en Israel moeten
verlaten (Luk.21:20-27). Zij letten op de tekenen (Luk.21:28) en
waken en weten dan dat hun verlossing nabij is omdat Christus dan
zelf naar beneden komt. Voor de ongelovigen is dan de kómst van
Christus als een dief in de nacht (Op.3:3; 16:14-16). Dat is
namelijk de grote afrekening op Armageddon. De Dag des Heeren is dan
al 7 jaar bezig en als een dief in de nacht met vrede begonnen, maar
hier betreft het de komst van Christus met zijn engelen legerschare
om oorlog te voeren. In dit verband zegt Paulus in dezelfde brief in
1:10 dat wij, het Lich. Van Chr. van deze toekomende toorn zijn
gered, omdat wij dan weggenomen zijn. Dus richt hij zich tot ons,
het Lich. van Christus met gij en u en wij :
4 Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als
een dief zou bevangen.
Let op broeders! Context lezen!: “Maar” = Contrast met de voorgaande
verzen! Wij weten nu door Paulus dat wij in een ander programma van
God leven. Daarom zegt Paulus: “Maar gij” . Dwz. wij weten nu dat
wij in de BdG leven en niet in de dag des Heeren zullen terecht
komen. Die werd een dag van dikke duisternis en geen licht genoemd,
zoals wij hierboven zagen. Paulus leert hun recht te snijden, want
de heidenen waren uiteraard onwetend met het nieuwe programma dat
net aan hun door Paulus is bekendgemaakt. Verplaats u eens in hun,
toen. Efeze 1:10 en de overige brieven waren nog niet allemaal
geopenbaard. Dat is geleidelijk gegaan. Hoe triest is het dan dat
velen, nu het allemaal wel bekend is in de Bijbel, nog steeds
hiermee geheel onbekend zijn.
5 Gij zijt allen kinderen des lichts , en kinderen des daags; wij
zijn niet des nachts, noch der duisternis.
“Zijt allen” =Tegenwoordige tijd. Wij zijn het. D.w.z. dat wij dat
hebben en niet krijgen of in stand moeten houden. Onze positie die
wij in Chr. hebben. Dus in deze BdG zijn wij kinderen des lichts en
dus des daags en niet des nachts. Maar ook niét der duisternis: dusl
kinderen des lichts, maar niet die zullen leven in de Dag des Heeren,
in de dag van dikke duisternis. Echter, het is wel zo, dat een ieder
die in Christus is, in het licht is ,zowel nu (Ef.5:8) als na de BdG
((Joh.8:12;12:35-36). Nóóit zegt Paulus dat wij in de duisternis
wandelen, echter hij spoort ons wel aan om als kinderen des lichtst
te leven en geen gemeenschap aan de werken der duisternis te hebben
(Ef.5:8,11).
|