|
De gaven in de “bedeling van Gods genade”
Door: Dov Avnon
Laat ons spreken
aangaande 1 Korinthiërs 12!
“Gaven,
gegeven door de Geest van God als een bovennatuurlijk verschijnsel,
teken gaven, bovennatuurlijke benoeming, of bekrachtiging voor de
bediening (zoals omschreven in 1Kor.12; Rom.12 en Ef.4) zijn
beëindigd op het moment dat het volmaakte, geopenbaarde en
geschreven Woord van God, kompleet was”.
Dit deel van “Wat wij geloven
aangaande de gaven” vindt u in vele gemeenten die de “prediking
van Jezus Christus naar de openbaring van de verborgenheid”
verstaan. Ja, het is waar dat Gods Woord volmaakt is. Paulus
kompleteerde het Woord. Zijn brieven, Romeinen tot en met Filémon
bevatten de boodschap en de leer voor de “bedeling der genade Gods”.
Nadat ik tot begrip was gekomen van
de waarheid aangaande de hoofdbedekking van de vrouw, zoals Paulus
ons dat leert in 1Korinthiërs hoofdstuk 11, toonde een studie in de
hoofdstukken 12 – 14 mij dat er een groot verschil is tussen de
tekenen die God gaf gedurende de prediking van het Evangelie van het
Koninkrijk en gedurende het evangelie aan de besnedenen
(Mark.16:16-17) en de gaven die God aan de gemeente, als Lichaam
van Christus, gaf.
De laatstgenoemde gaven, die aan
het Lichaam van Christus, hadden niets van temaken met de Jood,
Israël of de zogenaamde “Handelingen periode, of de theorie van de
overgangs periode”. Ze waren een deel van de prediking betreffende
de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der
verborgenheid, gegeven aan Paulus.
Ik nodig u uit om deze studie te
lezen en te bidden dat Christus ons die geest zal geven die gelooft
wat in het Woord geschreven staat voor deze bedeling der Genade.
Tekenen en wonderen. Iemand vertelde
mij: “als ik maar een teken van God zou krijgen of een klein
wonder zou zien, dan zou ik zeker Christus als mijn redder
vertrouwen”. Echter kun je niet gered worden door een teken of
een wonder. Redding is niet gebaseerd op tekenen of wonderen maar
door te vertrouwen op wat God in Zijn Woord zegt:
“Want ik heb u ten eerste
overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven
is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en
dat Hij is opgewekt ten derde dage, naar de Schriften”
(1Kor.15:4-4).
Als we spreken over tekenen en
wonderen is de sleutel tot het begrijpen er van gelegen in het feit
waar God ze in Zijn plan heeft geplaatst; we moeten het Woord “recht
snijden”, hetgeen betekent dat er scheiding moet worden gemaakt
tussen de tekenen die de gelovigen zullen volgen
gedurende de prediking van God’s aards koninkrijk en de
geestelijke gaven die God heeft gegeven aan de
Gemeente, het Lichaam van Christus.
Wist u dat de tekenen, waarover we
lezen in het evangelie van Markus 16:17-18, deel zijn van het
evangelie van het koninkrijk op aarde? Ik ben er zeker van dat u dat
weet!
“En hen, die geloofd zullen hebben,
zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen
uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij
opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat
zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en
zij zullen gezond worden”.
Wist u dat er verschil is tussen de
tekenen van het koninkrijk en de geestelijke gaven waarover Paulus
schrijft in 1 Korinthiërs hoofdstukken 12 – 14? Ik hoop dat u dat
verschil weet!
Wist u, dat de geestelijke gaven,
die Christus aan de Gemeente, het Lichaam van Christus, heeft
gegeven, geen onderdeel zijn van Zijn plan met het volk Israël of
van de “Handelingen periode”, maar dat ze onderdeel zijn van de
prediking van Jezus Christus naar de openbaring van de
verborgenheid?
Ik denk dat het beter is om maar te
beginnen met de woorden van de apostel Paulus. “En van de
geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende zijt”
(1Kor.12:1).
Veel gelovigen zijn inderdaad
onwetende wat de geestelijke gaven betreft. Ik zeg dit omdat
ze geen onderscheid maken tussen de tekenen van het
koninkrijk en de geestelijke gaven welke deel zijn van de
prediking van Jezus Christus naar de openbaring van de
verborgenheid.
Laat ons in eerste instantie spreken
over de tekenen van het koninkrijk.
In Matth.4:23 predikt Christus
betreffende het koninkrijk en genezing. In Matth.11:4-5 moeten ze
Johannes vertellen:
“De blinden worden ziende, en de
kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven
horen; de doden worden opgewekt, en de armen wordt het
Evangelie verkondigd”.
(Matth.11:5).
Als we aldus spreken over het
prediken van het evangelie van het koninkrijk kunnen we verwachten
wonderen te zien.
“En
deze tekenen zullen hen, die geloven, volgen”
(Markus 16:16-17).
Gedurende de tijd dat Christus op
aarde was gebruikte God tekenen teneinde Israël bepaalde dingen te
laten zien.
“God
bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei
krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil”
(Hebr.2:4).
Let op dat God tekenen gaf naar
Zijn wil, voor Zijn doel, en niet zoals veel charismatische
theologen dat uitleggen. Als u wilt zien hoe God de tekenen gaf en
tot wanneer, volg dan gewoon enige Schriftplaatsen die ik gebruik.
Als we dus spreken met onze
zogenoemde charismatische mede gelovigen moeten we proberen er
achter te komen of ze het verschil begrijpen tussen de tekenen die
behoren tot het evangelie van het koninkrijk en de gaven die God
gegeven heeft aan de Gemeente, het Lichaam van Christus, in de
bedeling van Genade.
De twaalf apostelen en
de tekenen van het koninkrijk
Als we spreken over tekenen,
wonderen en wonderbaarlijke dingen, en gaven van de Heilige Geest,
moeten we het Woord der waarheid recht snijden, dat betekent
onderscheid maken tussen de werking van Gods Heilige Geest toen
Christus op aarde was inclusief de periode na Pinksteren tot
de bekering van de apostel Paulus en de bedeling van Gods genade
zoals Paulus ons leert in 1 Korinthiërs 12.
“En
hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen……”
(Mark.16:17).
We weten dat datgene, wat de Heer
de gelovigen beloofde in Markus 16:17, nog steeds van kracht was na
de Pinksterdag.
“En
nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met
alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken; Daarin, dat Gij Uw hand
uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door
de Naam van Uw heilig Kind Jezus”.
(Hand.4:29 en 30).
Zelfs na de grote vervolging
(Hand.8:1) lezen we nog steeds over wonderen en tekenen als deel van
hetzelfde koninkrijk onder de prediking van het Evangelie der
besnedenen.
“En
Filippus kwam af in de stad Samaría, en predikte hun Christus”
(Hand.8:5). “zagen de tekenen die hij deed” (Hand.8:6). “en vele
verlamden en kreupelen werden genezen” (Hand.8:7). “Maar toen zij
Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk
Gods…(Hand.8:12). “En Simon geloofde ook zelf, en gedoopt zijnde,
bleef gedurig bij Filippus; en ziende de tekenen en grote
krachten, die er geschieden, ontzette hij zich” (Hand.8:13).
Lees van Handelingen de
hoofdstukken 1 -12 en merk op dat de apostelen, van Jeruzalem,
steeds minder wonderen verrichten. Vergeet a.u.b. niet dat het God
was die dit deed naar Zijn wil, volgens Zijn aards doel, die Hij
spoedig zou vervangen voor de bedeling van Zijn genade en de
prediking van Christus naar de openbaring van de verborgenheid.
“Tabitha, sta op!”
Hand.9:40: “Maar Petrus, hebbende hen allen uitgedreven, knielde
neer en bad; en zich kerende tot het lichaam, zeide hij: Tabitha,
sta op! En zij deed haar ogen open, en Petrus gezien
hebbende, zat zij overeind”.
“Het visioen van Petrus”
Hand.10:19-21: “En toen Petrus over dat gezicht dacht, zeide
de Geest tot hem: Zie, drie mannen zoeken u”.
“De hand des Heeren” Hand.
Hand.11:21: “En de hand des Heeren was met hen; en een groot
getal geloofde, en bekeerde zich tot de Heere”.
“Een licht scheen in de
gevangenis” Hand.12:7: “En ziet, een engel des Heeren stond
daar, en een licht scheen in de woning, en slaande de zijde van
Petrus, wekte hij hem op, zeggende: Sta haastig op. En zijn ketenen
vielen af van zijn handen”.
Note:
De King James vertaling zegt: “gevangenis”; de Statenvertaling 1977
zegt: “woning”. Het is duidelijk dat Paulus in de gevangenis is als
hem de engel verschijnt.
Wanneer en voor hoelang, heeft God
in Zijn Woord gezegd, dat de tekenen en wonderen, ten behoeve van
het Evangelie van het Koninkrijk, zouden verdwijnen?
We weten dat, na de opnamevan de
Gemeente, het programma van het Koninkrijk weer voort zal gaan.
Petrus gaf aan dat hij zou sterven:
“Alzo ik weet ,dat de aflegging
van mijn tabernakel weldra zijn zal……”. (2Petrus 1:13).
“En ik acht het recht te zijn,
zolang ik in deze tabernakel ben, dat ik u opwek door vermaning;
Alzo ik weet, dat de aflegging van mijn tabernakel weldra zijn zal,
gelijk ook onze Heere Jezus Christus mij heeft geopenbaard. Doch ik
zal ook naarstigheid doen bij alle gelegenheid, dat gij na mijn
uitgang van deze dingen gedachtenis moogt hebben”.
In Hand.15 (zie ook Gal.2:7-9)
verkondigden ze, apostelen van Jeruzalem, nog steeds het Evangelie
aan de besnedenen hetgeen tekenen en wonderen nog steeds
noodzakelijk maakte.
“Is iemand krank onder u…..roepe de
ouderlingen…. bidden…. de Heere zal hem oprichten ….opdat gij
gezond wordt”
(Jac.5:14-16),
“Is iemand krank onder u? Dat hij
tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem
bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren. En het gebed
des geloofs zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten,
en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden”.
(Jac.5:14 en 15).
“Een ieder, gelijk hij gave
ontvangen heeft, alzo bediene hij die aan de anderen……En het einde
aller dingen is nabij; weest dan nuchter, en waakt in de gebeden”
(Jac.4:10 en 7).
“Maar vooral hebt vurige liefde tot
elkander; want de liefde zal een menigte van zonden bedekken. Weest
herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren. Een ieder, gelijk
hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij die aan anderen, als
goede uitdelers van de menigerlei genade Gods”
(Jac.4:8 t/m 10).
HEBREEÉN – tekenen en wonderen naar Zijn
wil
“God
bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei
krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil”.
(Hebr.2:4).
Er is een belangrijk principe dat we
moeten begrijpen, namelijk, dat de gaven van de Heilige Geest werken
naar de wil van God. Dit is ver bezijden hetgeen de charismatische
theologie leert. Al de in de Bijbel genoemde tekenen en wonderen
gebeurden omdat ze naar Gods wil waren en omdat ze op dat moment
deel van Zijn plan waren. Het was niet, zoals in onze dagen, een
schouwspel.
Ik noem dit omdat vandaag de dag
velen zeggen: “Maar ik zag het, het overkwam me werkelijk”, etc.
Natuurlijk kun je met iemand argumenteren over zijn
verbeeldingskracht of ervaring maar het zal hem niet helpen om
achter de waarheid te komen. Het is dus belangrijker om iemand uit
te leggen hoe God werkt en wat het werkelijke doel was van de
tekenen en wonderen.
“Want waarlijk, Hij neemt de engelen
niet aan, maar Hij neemt het zaad van Abraham aan”
(Hebr.2:16).
De brief aan de Hebreeën is een
voortzetting van het Evangelie aan de besnedenen waar Christus deel
kreeg aan het zaad van Abraham.
“Daarom
moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat
wij niet te eniger tijd doorvloeien. Want indien het woord, door de
engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en
ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft”
(Hebr.2:1 en 2).
Wie zijn “wij”? Wat waren de dingen
die zij hadden gehoord? Zij, die het Evangelie voor de eerste keer
hoorden toen Christus op aarde was, zijn het zaad van Abraham. Zoals
de naam reeds zegt is de brief aan de Hebreeën aan de Hebreeën
geschreven. (mensen die “van de overkant van de rivier kwamen”).
“Hoe
zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht
nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere,
aan ons bevestigd is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben”
(Hebr.2:3).
Ja, “Hoe zullen wij ontvlieden?”.
Hij spreekt hier niet over het Lichaam van Christus, maar over het
zaad van Abraham, in de toekomst.
“Welke,
begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere”
Dat is het Evangelie dat we lezen in
Mattheüs, Markus, Lukas, en Johannes.
“aan
ons bevestigd is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben”
Dat is het getuigenis van
de twaalf apostelen, en later de apostelen en profeten van
Jeruzalem.
“God bovendien mede getuigende door
tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen van de
Heilige Geest, naar Zijn wil”
(Hebr.2:4).
Nu begrijpen we dat God tekenen en
wonderen gebruikte naar Zijn wil toen Christus op aarde was,
predikende tot het zaad van Abraham, het volk Israël.
Paulus en wonderen, door de kracht van de
Geest van God.
Geachte lezer, begrijpt u dat er
verschil is tussen het Evangelie van het koninkrijk, het Evangelie
aan de besnedenen, en het Evangelie der genade Gods? Ik hoop dat u
dat verschil bekend is! Het volgende punt is dat er verschil is
tussen de werking van de Geest van God onder het koninkrijks
Evangelie en onder de bedeling der genade Gods.
De eerder door mij genoemde tekenen
hadden betrekking op Israël, de besnedenen, het aardse volk van God.
Maar laat ons nu spreken over
Paulus. Als we bij Paulus aankomen vinden we eveneens machtige
tekenen en wonderen, door de kracht van de Geest van God. De mensen
zullen waarschijnlijk zeggen:
--“Ja, natuurlijk, dat is vanwege de
Handelingen periode”.
--“Het is vanwege de overgangs
periode”.
--“Het is omdat Paulus eerst naar de
Joden ging”.
--“Omdat hij een speciaal Evangelie
voor hen had”.
Maar dit is niet het juiste
antwoord. Ik zelf heb jaren lang hetzelfde antwoord gegeven en eerst
nu realiseer ik me hoe ver ik verwijderd was van het “recht snijden”
van het Woord der waarheid in deze zaak.
Daarom spreek ik nu van machtige
tekenen en wonderen, door de kracht van de Geest van God als deel
van de bedeling der genade Gods en niet als deel van God’s aardse
doel voor Israël en de wereld, volgens de profetie.
De tekenen van een apostel
“De
merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle
lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten”
(2Kor.12:12).
Komende bij Paulus hebben we te
doen met maar één Evangelie. Vanaf de tijd dat hij gered werd
predikte hij Jezus Christus naar de openbaring van de verborgenheid.
Het doel van de redding van Paulus
was om Christus aan de wereld te prediken zoals Christus hem
openbaarde vanuit de hemel. De hoofdstukken 1 en 2, uit de brief aan
de Galaten, is voldoende bewijs voor een ieder die het leest en
begrijpt.
“Want
ik heb het ook niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door
de openbaring van Jezus Christus”
(Gal.1:12).
Paulus ontving slechts één
Evangelie van de Heer en de tekenen waren deel van de “tekenen van
een apostel” en niet iets wat te maken had met de tekenen van
Mark.16:16-17 of met het volk Israël.
“Door
kracht van tekenen en wonderheden, en door de kracht van de Geest
Gods, zodat ik, van Jeruzalem af, en rondom, tot Illyrikum toe, het
Evangelie van Christus vervuld heb”
(Rom.15:19).
Het was de Geest van God die in
Paulus werkte om al die machtige tekenen en wonderen te doen. Paulus
predikte het Evangelie van Christus toen de Geest van God in hem
werkte om wonderen uit te voeren.
Niet vanwege Israël, de Joden van
het aardse koninkrijk, maar omdat het de tekenen van een apostel
waren.
“door de kracht van de Geest Gods”.
Leerde of noemde Paulus in enige plaats betreffende de kracht van de
Geest van God zoals God dat deed met Zijn discipelen gedurende de
tijd dat Christus op aarde was of op de dag van Pinksteren? Nee! De
kracht van de Geest van God is deel van een speciale openbaring die
God gaf aan Paulus.
Van Jeruzalem, en rondom naar Illyrikum
Toen Paulus voor de eerste keer
naar Jeruzalem ging:“Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde,
poogde zich bij de discipelen te voegen”. En toen Paulus voor de
laatste keer naar Jeruzalem ging, zie Hand.25:24.
“En
te Jeruzalem gekomen zijnde”
(Hand.15:4). “En nu ziet, ik,
gebonden zijnde door de Geest, reis naar Jeruzalem, niet wetende,
wat mij daar ontmoeten
zal” (Hand.20:22).
Ik zal slechts een weinig hierover
schrijven zodat we niet de hoofdzaak uit het oog verliezen toen
Paulus reisde tussen Jeruzalem, en tot rondom Illyrikum. De Bijbel
vertelt ons welk Evangelie hij predikte, het Evangelie van Christus,
de prediking van Jezus Christus naar de openbaring van de
verborgenheid.
“En heel de menigte zweeg stil, en
zij hoorden Bárnabas en Paulus verhalen, wat grote tekenen en
wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had”
(Hand.15:12).
Toen Bárnabas en Paulus hen
vertelden wat God onder de heidenen gedaan had, over welk Evangelie
spraken zij toen? Het Evangelie van Christus.
“Zij verkeerden dan aldaar een lange
tijd, vrijmoedig sprekende in de Heere, Die getuigenis gaf aan het
Woord Zijner genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden
door hun handen”
(Hand.14:3).
Aan het Woord waar God getuigenis
aan gaf door tekenen en wonderen? Nee! Aan het woord Zijner
genade!
Zijn het Evangelie van Christus, het
Woord Zijner genade, en de prediking van Jezus Christus naar de
openbaring van de verborgenheid van elkaar verschillende evangelieën
die God aan Paulus heeft gegeven? Natuurlijk niet.
Laat ons op Gods Woord vertrouwen en
geloven wat geschreven staat. Laat onze theologie niet boven het
geschreven Woord van God uitgaan.
Tekenen, wonderen, en
wonderbaarlijkheden zijn in de bediening van Paulus “merktekenen van
een apostel, en niet om wille van de Joden of Israël.
De Joden begeren een teken, en de Grieken
zoeken wijsheid
Jarenlang leerde ik dat Paulus de
kracht had om tekenen te doen omdat de Joden een teken begeren. We
zien nu dat dat niet het juiste antwoord is. De tekenen, in het
kader van de bedeling der genade Gods, waren er omdat hij een
apostel was. Als we in de kontekst lezen zien we dat, terwijl de
Joden een teken begeren en de Grieken wijsheid, dat Paulus hen
beide, Jood en Griek, alleen gaf: “Doch wij prediken Christus, de
Gekruisigde, de Joden wel een ergernis, en de Grieken een
dwaasheid” (1Kor.1:23).
Het is vreemd. God gaf de mensen wat
ze wilden, tekenen en wijsheid. Maar in plaats daarvan heeft God hen
nu de prediking van het kruis gegeven.
Maar er is hier nog een ander
belangrijk punt. Toen Paulus de Joden bezocht in de synagoge, was de
bedeling van Genade, met de prediking van Jezus Christus naar de
openbaring van de verborgenheid, reeds begonnen. De tekenen die God
door Paulus verrichtte waren geen deel van hetgeen Christus zei toen
Hij op aarde was:
“En hen, die geloofd zullen hebben,
zullen deze tekenen volgen….”
(Mark.16:17-18).
“Aangezien de Joden een teken
begeren” – Dit gaat over
de ongelovige Joden die deel uitmaakten van de reeds verworpen natie
Israël. We moeten ten eerste de termen begrijpen als “Joden”,
“Joodse religie” en “Synagoge” alvorens we gaan leren dat de
tekenen, die God verrichtte door Paulus, kwamen van Markus 16:17. (
Zie op internet mijn studie: Paulus, de Joden en de Synagoge).
Geachte lezer, vergeet niet: De
kracht van de Geest van God werkte door Paulus vanaf Jeruzalem, en
rondom naar Illyrikum, omdat hij vanaf het begin predikte: “het
Evangelie van Christus naar de openbaring van de verborgenheid”.
“Door kracht van tekenen en
wonderheden, en door de kracht van de Geest Gods, zodat ik, van
Jeruzalem af, en rondom, tot illyrikum toe, het Evangelie van
Christus vervuld heb”
(Rom.15:19).
Een andere naam voor hetzelfde Evangelie
Er zijn sommigen die leren dat
Paulus verschillende evangeliën predikte. Dat zijn dezelfde
Bijbelleraren die u vertellen dat het belangrijk is om de brieven
van Paulus te verdelen in de ‘vroege’ en de ‘gevangenis’ brieven.
Als we dicht bij het Woord van God
blijven zullen we begrijpen dat het recht snijden van het Woord der
waarheid betekent scheiding te maken tussen de prediking van Jezus
Christus naar de openbaring der verborgenheid, in Romeinen tot en
met Filémon, en het Evangelie van het koninkrijk en later het
Evangelie van de besnedenen, in Hebreeën tot en met Openbaring.
Je hoeft geen Grieks of Hebreeuws te
kennen om te begrijpen dat Paulus in al zijn brieven één en
hetzelfde Evangelie predikt. Wat we nodig hebben is God op Zijn
Woord geloven en luisteren naar wat Christus ons wil vertellen in de
brieven van Paulus.
Paulus onderwees, in al zijn
brieven, aan dezelfde groep mensen, Joden en Heidenen, dat de
Heilige Geest hen tot één lichaam doopte, de Gemeente, het Lichaam
van Christus, 1Kor.12:13:
“Want ook wij allen zijn door één
Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken,………”.
“En ik ging op door een openbaring,
en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de
heidenen,…….”.
Paulus predikte het Evangelie onder
de heidenen, geen evangeliën. Hij was door de Heer uitgekozen:
“…om te betuigen het Evangelie der
genade Gods”
(Hand.20:24).
Vanaf het begin zegt Paulus dat hij
was: “….afgezonderd tot het Evangelie van God” (Rom.1:1).
Zie ook Rom.15:16 (Evangelie van
God), 19 (Evangelie van Christus),29 (Evangelie van Christus) en hij
noemt dat Evangelie “Mijn Evangelie” in Rom.16:25.
Dus verschillende namen voor
dezelfde prediking: “de prediking van Jezus Christus, naar de
openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen
verzwegen is geweest” (Rom.16:25).
Paulus vertelt ons zelf dat hij was
“afgezonderd tot het Evangelie van God”, afgezonderd van het
Evangelie waarvan Gods profeten spraken in de Heilige Geschriften.
“Van Zijn Zoon, Die geworden is uit het zaad van David, naar het
vlees” (Rom.1:3).
Dit Evangelie van God verklaart dat
Christus de Zoon van God is en ook de opstanding uit de doden; dat
is de reden waarom Christus hem afzonderde. Dit is waarom hij heeft:
“………ontvangen genade en het apostelschap, tot gehoorzaamheid des
geloofs, onder al de heidenen, voor Zijn Naam”. (Rom.1:5).
Paulus werd dus van het ene
Evangelie van God afgezonderd om een ander Evangelie van God te
prediken, en dat Evangelie is in al zijn brieven hetzelfde.
Mijn Evangelie
“Houd in gedachtenis, dat Jezus
Christus uit de doden is opgewekt; Welke is uit het zaad van David,
naar Mijn Evangelie”
(2Tim.2:8).
Terwijl Paulus aan Timotheüs zegt
dat hij in gedachtenis moet houden dat Jezus Christus uit het zaad
van David is, predikt en leert Paulus waarheden die de opgestane
Christus, vanuit de hemel, aan hem openbaarde in verschillende
openbaringen.
Dus of we nu de woorden van
Christus, door Paulus, lezen in de brief aan de Romeinen of de
woorden van Christus, door Paulus, in Filémon, steeds spreken ze van
hetzelfde “mijn Evangelie” - “het Evangelie van God” – “het
Evangelie uwer zaligheid” – “Het Evangelie van de gezegende God”
etc.
“…..het Evangelie van Zijn Zoon……….”
(Rom.1:9).
“…..Want ik schaam mij het Evangelie
van Christus niet,………”
(Rom.1:16).
“…..het Evangelie van Christus”
(1Kor.9:12).
“…..het Evangelie van Christus…..”
(2Kor.2:12).
“…..het Evangelie der heerlijkheid
van Christus…..”
(2Kor.4:4).
“…..het Evangelie van Christus……” (Gal.1:7).
“…..het Evangelie van Christus……”
(Fil.1:27).
“…..het Evangelie van Christus……”
(1Thess.3:2).
“…..het Evangelie van onze Heere
Jezus Christus…..”
(2Thess.1:8).
Het belangrijkste is om steeds maar
weer te zeggen dat, terwijl Paulus verschillende benamingen noemt,
hij Christus slechts op één manier predikt: “naar de openbaring
der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is
geweest” (Rom.16:25).
We kunnen alles aangaande dit
Evangelie vinden in:
“…..de profetische Schriften…..”
(Rom.16:25).
“In de dag wanneer God……..naar mijn
Evangelie” (Rom.2:16).
“…..het Evangelie Gods……..”
(2Kor.11:7).
“…..het Evangelie der
voorhuid……..het Evangelie der besnijdenis”
(Gal.2:7).
“……het Evangelie uwer zaligheid…….”
(Ef.1:13).
“……het Evangelie des vredes”
(Ef.6:15).
“……de verborgenheid van het
Evangelie……” (Ef.6:19).
“……de waarheid des Evangelies”
(Kol.1:5).
“……de hoop van het Evangelie…..”
(Kol.1:23).
“……het Evangelie van God…….”
(1Thess.2:2).
“……het Evangelie der heerlijkheid
van de zalige God”
(1Tim.1:11).
Paulus en tekenen
Handelingen
14: 1 t/m 4:
“En
het geschiedde te Ikónium, dat zij te zamen gingen in de synagoge
der Joden, en alzo spraken, dat een grote menigte, beiden van Joden
en Grieken, geloofde. Maar de Joden, die ongehoorzaam waren,
verwekten en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders.
Zij verkeerden dan aldaar een lange tijd, vrijmoedig sprekende in de
Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijner genade, en gaf, dat
tekenen en wonderen geschiedden door hun handen. En de menigte der
stad werd verdeeld, en sommigen waren met de Joden, en sommigen met
de apostelen”.
We zagen dat de brieven van Paulus
slechts één Evangelie bevatten. Het is eveneens belangrijk het
tijdelijk karakter te begrijpen van de tekenen die Paulus
verrichtte. Ik schrijf “tijdelijk” omdat heden, onder de bedeling
der genade Gods, Paulus de laatste apostel is en Gods Woord vervuld
is en er zodoende geen apostolische tekenen of geestelijke gaven
meer zijn.
Als we spreken over de term
“tekenen” moeten we altijd onderscheid maken tussen de tekenen van
het koninkrijks Evangelie (Mark.16:17) en de merktekenen van Paulus
als de apostel van de Heidenen ( 2Kor.12:12).
Getuigenis aan het woord van Zijn genade
We lezen dat in Ikonium dat zij te
zamen gingen in de synagoge der Joden. Let op dat dit ongelovige
Joden zijn die deel uitmaken van de Joodse religie. In dit stadium
heeft God Israël, als natie, reeds aan de kant gezet. De prediking
hier is over de genade van God en niet over het aardse koninkrijk.
Zoals we lezen waren de tekenen:
“een getuigenis aan het Woord Zijner genade”, voor beide, Jood en
Heiden.
“Zij verkeerden dan aldaar een lange
tijd, vrijmoedig sprekende in de Heere, Die getuigenis gaf aan het
Woord Zijner genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden
door hun handen”
(Hand.14:3).
Merk op dat er verschil is tussen
het getuigenis, door tekenen en wonderen, aan het Woord Zijner
genade, die de Heer gaf door hun handen, en hetgeen we lezen in de
brief aan de Hebreeën:
“God bovendien mede getuigende door
tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen van de
Heilige Geest, naar Zijn wil”
(Hebr.2:4).
Ik wil opnieuw benadrukken dat:
In de prediking van Paulus, onder de
bedeling der Genade, de tekenen een “getuigenis zijn aan het Woord
Zijner genade”, voor zowel Jood als Heiden.
Het getuigenis “door tekenen en
wonderen”, volgens Hebr.2:4 zijn een deel van Gods aardse doel en
niet van de Gemeente, het Lichaam van Christus.
Tekenen en wonderen onder de Heidenen
“En
heel de menigte zweeg stil, en zij hoorden Bárnabas en Paulus
verhalen, wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de
heidenen gedaan had”
(Hand.15:12).
Deze tekenen en wonderen waren niet
alleen voor de Joden. Het was “onder de Heidenen” dat God deze
tekenen en wonderen gebruikte. Niet omdat het een overgangsperiode
was maar omdat het naar Gods wil was als een teken betreffende een
nieuwe apostel. Paulus predikte hen Genade toen God nog steeds
tekenen en wonderen gebruikte. Zie ook hetgeen Petrus daarover zegt:
“Maar
wij geloven, door de genade van de Heere Jezus Christus, zalig te
worden, op zulke wijze als ook zij”
(Hand.15:12).
Maar God deed meer, speciale,
tekenen en wonderen door de handen van Paulus.
“En
door Paulus werd in de nacht een gezicht gezien…….”
(Hand.16:9).“….en zeide tot de
geest: Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus , dat gij van haar
uitgaat. En hij ging uit op dat zelfde uur”. (Hand.16:18).
“……en terstond werden al de deuren geopend, en de banden van allen
werden los” (Hand.16:26).
“En toen Paulus hun de handen
opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen, en zij spraken met
vreemde talen, en profeteerden”
(Hand.19:6).
“En God deed ongewone krachten door
de handen van Paulus”
(Hand.19:11).
“Want
deze zelfde nacht heeft bij mij gestaan een engel Gods, Wiens ik
ben, Welke ook ik dien”
(Hand.27:23).
“Maar hij schudde het beest af in
het vuur, en leed niets kwaads”
(Hand.28:5).
Geachte lezer, alles wat ik kan
zeggen is dat God ook tekenen en wonderen gebruikte gedurende de
tijd dat Paulus Christus predikte naar de openbaring der
verborgenheid.
De
Gemeente en de geestelijke gaven
1
Korinthiërs 12
“En
van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende
zijt” (1Kor.12:1).
Geestelijke gaven onder de bedeling
der genade Gods? Ja! Het was iets nieuws dat ze niet wisten. Het is
een deel van de openbaring der verborgenheid, niet vanwege Israël of
de Joden, maar vanwege Gods wil en voornemens.
Daarom zegt Paulus “…wil ik niet,
dat gij onwetende zijt”. U ziet dat Paulus deze uitdrukking
veelvuldig gebruikt omdat deze waarheid deel was van de openbaring
van de verborgenheid, het was voorheen niet bekend.
Als we dus niet het speciale
Evangelie begrijpen dat Christus aan Paulus gaf, dan zijn we
onwetende van de volgende waarheden:
“Want ik wil niet, broeders, dat u
deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij
uzelf), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is,
totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn”
(Rom.11:25).
“En ik wil niet, broeders, dat gij
onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen
door de zee doorgegaan zijn”
(1Kor.10:1).
“Doch, broeders, ik wil niet, dat
gij onwetende zijt van hen, die ontslapen zijn, opdat gij niet
bedroefd zijt, zoals de anderen, die geen hoop hebben”
(1Thess.4:13).
Paulus schrijft aan de broeders.
Dezen zijn leden van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Zoals we
zeiden ontving Paulus één Evangelie van de opgestane Heer. De
genoemde broeders zijn, zoals het geschreven staat, Joden en
Heidenen:“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam
gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten,
hetzij vrijen; wij zijn allen tot één Geest gedrenkt”
(1Kor.12:13).
Die broeders, zoals u en ik, moeten
nu het verschil weten tussen de tekenen van het aardse koninkrijk
(Mark.16:16-18) en de geestelijke gaven die God rechtstreeks heeft
gegeven aan de Gemeente, het Lichaam van Christus. Wanneer ik
schrijf “rechtstreeks” bedoel ik dat als een deel van de prediking
van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid en niet
vanwege Israël of de Joden.
Jezus de Heere te
zijn, dan door de Heilige Geest
“Gij
weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken,
naardat gij geleid werdt. Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die
door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en
niemand kan zeggen, Jezus de Heere te zijn, dan door de Heilige
Geest” (1Kor.12:2 en 3).
“Daarom maak ik u bekend” – De
geestelijke gaven, waarover Paulus gaat spreken, zijn bedoeld voor
de gemeentelijke samenkomst. De geestelijke gaven waren aanwezig
gedurende de tijd dat Gods Woord nog niet kompleet was. Dit was de
wijze waarop God Zijn wil bekend maakte door de Geest.
Daarom was het eerste dat ze moesten
begrijpen dat je alleen “JEZUS IS HEER” kon zeggen als de Geest van
God in je woonde en dat je alleen dan, volgens 1Kor.12:13, lid van
de Gemeente bent welke is het Lichaam van Christus.
Gedenk dat, ook in de dagen van
Paulus, er mensen waren die hem alleen volgden om de wonderen. Kijk
alstublieft om u heen hoeveel charismatische mensen alleen spreken
van Jezus, Jezus en niet Zijn titel “Heer” gebruiken.
Ik zeg niet dat dat altijd het geval
is maar in veel gevallen kunnen niet al degene die zeggen “Jezus
heeft me genezen”, ook zeggen Jezus is Heer/God, Hij stierf voor
mijn zonden, Hij stond op uit de dood voor mijn rechtvaardigmaking.
“Namelijk, indien gij met uw mond
zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem
uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden”
(Rom.10:9).
Dit vers lezende zullen we begrijpen
dat, door alle eeuwen heen, er mensen zijn geweest ( zonder Gods
Geest) die de Naam van de Heer misbruikten voor hun eigen
doeleinden.
“En sommigen van de omzwervende
Joden, zijnde duivel bezweerders, hebben zich onderwonden
(waagden) de Naam van de
Heere Jezus te noemen over hen, die boze geesten hadden, zeggende:
Wij bezweren u bij Jezus, Die Paulus predikt!” (Hand.19:13).
Zelfs vandaag zijn er veel
zogenaamde christelijke groeperingen die de naam Jezus Christus
aanbevelen maar die niet leren, of geloven, dat Hij God is.
Opnieuw:
Alvorens we gaan spreken over de geestelijke gaven voor de Gemeente,
het Lichaam van Christus, moeten we niet vergeten:
“niemand kan zeggen, Jezus de Heere
te zijn, dan door de Heilige Geest”.“Gij weet dat gij heidenen
waart, tot de stomme afgoden heengetrokken…..”.
Paulus schrijft de brief aan de
Korintiërs aan Joden en Heidenen in één lichaam. De Joden uit de
synagoge kwamen uit de Joodse religie terwijl de Heidenen van het
aanbidden van de stomme afgoden kwamen.
“Stomme afgoden” = afgoderij, valse
aanbidding door middel van logica, wetenschap, persoonlijke
ondervinding.
“Verzamelt u, en komt, treedt
hiertoe samen, gij, die van de heidenen ontkomen zijt! Zij weten
niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden,
die niet verlossen kan”
(Jesaja 45:20).
“Dat dan niemand u overheerse naar
zijn wil in nederigheid en dienst der engelen, intredende in
hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen zijnde door het
verstand zijns vleses; En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk
het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen
voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijke wasdom”
(Kol.2:18 en 19).
U ziet dat dit slechts een voorbeeld
is van wat voor soort geest er werkte achter deze Romeinse/Griekse
Heidenen, die nu Paulus hoorden prediken en het Evangelie
geloofden. “niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn, dan door
de Heilige Geest”
Verscheidenheid der gaven
God gaf de Gemeente, het Lichaam
van Christus, “verscheidenheid der gaven”, “verscheidenheid der
bedieningen”, en “ verscheidenheid der werkingen”. We spreken hier
niet over de werking van de Heilige Geest tijdens de Pinksterdag,
maar over het werk van de Geest gedurende de bedeling der genade
Gods.
“En
er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest; En er
is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere; En er
is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die
alles in allen werkt. Maar aan een ieder wordt de openbaring des
Geestes gegeven tot hetgeen nuttig is”
(1Kor.12:4 t/m 7).
Hetgeen we hier hebben zijn
speciale gaven rechtstreeks gegeven aan de gemeente als deel van de
openbaring der verborgenheid. Niet vanwege Israël, en niet omdat de
Joden dat wilden maar het is: “God Die alles in allen werkt”. De
Geest heeft het gegeven als speciale assistentie aan de Gemeente.
Verscheidenheid
der gaven
Verscheidenheid der bedieningen
Verscheidenheid der werkingen
Gaven
– bedieningen – werkingen
Dit was de wijze waarop God de
openbaring der verborgenheid verspreidde gedurende de periode dat
het Woord nog niet kompleet was. Het “kompleet zijn” van Gods Woord
was het moment dat Paulus de laatste openbaring, aangaande de
Gemeente, gekregen had en zijn laatste brief geschreven was. Paulus
schrijft hier ook over:
“Maar
aan een ieder wordt de openbaring des
Geestes gegeven tot hetgeen
nuttig is”
Dit is een zeer belangrijke
waarheid. We spreken hier over “de openbaring des Geestes”. Als de
Gemeente vergaderde en ze deze “gaven – bedieningen – werkingen”
praktiseerden werd de Geest van God geopenbaard. Het was geen
menselijke aangelegenheid. Het was geen openbaring door één man maar
“aan een ieder ….tot hetgeen nuttig is”.
Als we heden ten dage de Gemeente
het Woord der waarheid onderwijzen kunnen we niet zeggen dat dat de
openbaring des Geestes is.
Als alle de zogenaamde
pastors/leraren zouden werken onder de openbaring des Geestes zouden
ze allen weten en begrijpen wat Christus, vanaf het begin, heeft
geopenbaard door Paulus. Maar dat is niet het geval, we hebben heden
alleen het geschreven Woord van God en mensen die bekwaam zijn om te
leren en die niet altijd al de waarheid weten hetgeen Christus aan
Paulus heeft gegeven.
“Want
deze wordt door de Geest gegeven het woord der wijsheid, en een
ander het woord der kennis, door dezelfde Geest; En een ander het
geloof, door dezelfde Geest; en een ander de gaven der
gezondmakingen, door dezelfde Geest; En een ander de werkingen der
krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der
geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der
talen. Doch al deze dingen werkt één en dezelfde Geest, delende aan
een ieder, gelijk Hij wil”
(1Kor.12:8 t/m 11).
|
1Korinthiërs 12:1 - 13 |
Romeinen 12:5-8 |
Efeziërs 4:11 |
|
Woord van wijsheid |
Profetie |
Apostelen |
|
Woord van kennis |
Bediening |
Profeten |
|
Geloof door dezelfde Geest |
Onderwijzen |
Evangelisten |
|
Gaven der gezondmaking |
vermaningen |
Herders en leraars |
|
Werkingen der krachten |
|
|
|
Profetie |
|
|
|
Onderscheidingen der geesten |
|
|
|
Menigerlei talen |
|
|
|
Uitlegging der talen |
|
|
Ziet u, toen deze heiligen bijeen
kwamen was dat geheel anders dan nu het geval is. Welke traditie
volgt u? Gaat u iedere zondagmorgen naar de samenkomst en zegt dat
de aanbidding begint om 10.30? Misschien heeft u een schriftlezing,
misschien enige aankondigingen, zingen, en daarna houdt de
voorganger zijn preek. Velen volgen deze traditionele wijze; maar
dat is niet wat Paulus ons leert in 1Kor.12.
Doch
al deze dingen werkt één en dezelfde Geest, delende aan een ieder,
gelijk Hij wil”
Ziet u, als zij samen kwamen dan
was dat een werkzaamheid van de menigte. Zij hadden elkander nodig
om de openbaring des Geestes te verkrijgen. Het was ver verwijderd
van hetgeen we heden ten dage vaak zien, namelijk dat nu op vele
plaatsen de mensen hun voorgangers of hun religieuze leiders
vereren.
De woorden van een leraar, in een
lokale gemeente, zijn niet de “openbaring des Geestes”.
Door één Geest
“Want
gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van
dit éne lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook
Christus. Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam
gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten,
hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt”
(1Kor.12:12 en 13).
Het is belangrijk om te begrijpen
dat Paulus hier schrijft over de werking van de Geest onder de
bedeling der Genade. Dezelfde Geest, die Joden en Heidenen doopt in
het lichaam van Christus, werkte deze gaven in de Gemeente.
Hetgeen dat volmaakt
is
De vraag die sommigen zullen
stellen is: “Wanneer kwam hier een einde aan”? Ik bedoel de gaven
die Christus aan de Gemeente, het lichaam van Christus, gaf. Zoals
ik alreeds zei, deze gaven maken deel uit van de openbaring der
verborgenheid en waren geen gevolg van de prediking van het
koninkrijk.
Het antwoord is “Hetgeen dat
volmaakt is, is gekomen”. De charismatische theologie leert dat
Christus dat “volmaakte” is. Dat zou dus betekenen dat deze gaven in
werking zouden zijn zolang Christus nog niet is terug gekomen.
“Hetgeen dat volmaakt is, is gekomen” is het vervullen van het Woord
van God.
“Welker
dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven
is aan u, om te vervullen het Woord Gods”
(Kol.1:25).
“Want
wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; Doch wanneer het
volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, teniet
gedaan worden” (1Kor.13:9
en 10).
Dus wanneer is het Woord van God,
voor de Gemeente, vervuld? Het antwoord is dat dat was nadat Paulus
zijn laatste brief schreef.
“Te
roemen is mij waarlijk niet nuttig; want ik zal komen tot gezichten
en openbaringen des Heeren”
(2Kor.12:1).
“Gezichten en openbaringen”- De
brieven van Paulus, Romeinen t/m Filémon bevatten die openbaringen
en toen dat afgelopen was, was het Woord van God vervuld. Paulus
schreef die brieven niet zomaar, het was volgens “gezichten en
openbaringen”. Het was Christus die hem alles bekend maakte.
Ook is het gedurende die tijd dat
God de gaven gaf aan de Gemeente, het Lichaam van Christus.
Tot de volmaking der
heiligen
“En
Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, sommigen tot
profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en
leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk
der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus;
Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der
kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de maat
van de grootte der volheid van Christus”
(Ef.4:11 t/m 13).
Apostelen
– profeten – evangelisten – herders en leraars
Waarom gaf God de Gemeente deze
gaven? En doet Hij dat nog steeds? Nee, er zijn heden geen apostelen
en profeten meer, maar ook geen evangelisten, herders en
leraars. Natuurlijk heeft iedere religieuze organisatie zijn
eigen herders en leraars aangesteld. Velen gebruiken deze titels
graag maar de Schrift zegt dat God dezen gaf voor een speciaal doel
in een bepaalde periode, namelijk gedurende het leven van Paulus.
Paulus was de laatste Apostel en de laatste door God aangestelde
leraar.
“waartoe
ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in
Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en
waarheid” (1Tim.2:7).
De periode, waarin Paulus het Woord
van God vervulde, is dezelfde periode dat God de gaven, zoals we
lezen in 1Kor.12:1-13 of Ef.4:8-13, aan de Gemeente gaf.
De volmaakte mens Gods
We komen nu aan het einde van onze
studie. We hebben het verschil geleerd tussen de tekenen van het
koninkrijk, de tekenen van een apostel en de gaven aan de Gemeente.
We zagen dat God aan de Gemeente gaf: Apostelen –
profeten – evangelisten – herders en leraars.
Nu is het de vraag wie ons gaat
onderwijzen terwijl er geen mensen onder ons zijn met genoemde
gaven.
Het
antwoord is:
“Gij
dan, mijn zoon, wordt gesterkt in de genade, die in Christus Jezus
is; En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen,
betrouw dat aan getrouwe mensen, die bekwaam zullen zijn om ook
anderen te leren”
(2Tim.2:1 en 2).
“Dit
is een getrouw woord: zo iemand tot het ambt van een opziener
lust heeft, die begeert een voortreffelijk werk. Een opziener
dan moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, wakker, matig,
eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren” (1Tim.3:1
en 2).
U ziet, dat, vanaf het moment dat
Paulus het Woord van God vervulde, tot in onze dagen, we afhankelijk
zijn van mannen Gods die bekwaam zijn om te leren. Dit is niet
volgens een universitaire opleiding of de bijbelschool, maar door
het leren van de dingen die Christus aan Paulus gaf, voor de
Gemeente.
De mannen die nu leren hebben geen
van de genoemde gaven omdat God ze heden niet meer geeft. Het is nu
de Heilige Geest, werkende door het geschreven Woord van God en het
Evangelie der Genade, die ons de kracht en het licht geeft en zelfs
dan weten we niet alles.
“Al
de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot
weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de
rechtvaardigheid is”
(2Tim.3:16).
Toen Paulus dit schreef zei hij dat
hetgeen God aan hem geopenbaard had, door inspiratie is. De brieven
van Paulus zijn nu het gereedschap door wie de man Gods volmaakt kan
worden. Door de brieven van Paulus kunnen we het volledige beeld
verkrijgen aangaande “leer”- “weerlegging”- “verbetering”-
“onderwijzing” in de rechtvaardigheid.
Als u dus niet over het komplete
beeld beschikt komt dat omdat iemand probeert u te weerhouden van de
prediking van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid.
Een ieder mens
volmaakt stellen in Christus Jezus
“Hem
verkondigen wij, vermanende een ieder mens, en lerende een ieder
mens in alle wijsheid, opdat wij een ieder mens volmaakt zouden
stellen in Christus Jezus”
(Kol.1:28).
“U
groet Epafras, die uit de uwen is, een dienstknecht van Christus, te
allen tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat gij staan moogt
volmaakt en volkomen in al de wil van God”
(Kol.4:12).
Ben ik nu volmaakt omdat ik weet
Woord recht te snijden? Nee! Het Woord is volmaakt. Paulus vervulde
alreeds het Woord van God. De brieven van Paulus zijn volmaakt en
zijn de complete openbaring die Christus aan de Gemeente heeft
gegeven. In het begin had Paulus mensen die hij uit kon zenden naar
de Gemeenten om ze te onderwijzen, maar later had hij dergelijke
mensen niet meer.
“…opdat gij staan moogt volmaakt en
volkomen in al de wil van God”.
Om in een situatie te zijn die we
altijd nodig hebben: “…….getrouwe mensen, die bekwaam
zullen zijn om ook anderen te leren”.
2Timotheüs 2:2. |