De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

                   

I N L E I D I N G

HET WOORD DER WAARHEID RECHT SNIJDEN

"Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt." (2Tim.2:15) 

Zij, die trachten het Woord recht gesneden te onderwijzen, ontmoeten telkens de tegenwerping: "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig..." (2 Tim.3:16). Vanuit deze tekst wordt geargumenteerd, dat het onterend is ten opzichte van God, om de Bijbel in bedelingen te verdelen en de nadruk te leggen op onderlinge verschillen, omdat toch "alles" voor ons is, van Genesis 1 tot Openbaring 22.

Betekent dat dan, dat 2 Tim.2:15 en 2 Tim.3:16 elkaar tegenspreken? Zeker niet. Het is een feit dat deze twee teksten, die niet ver bij elkaar vandaan staan, geschreven door dezelfde schrijver, aan dezelfde persoon, over hetzelfde Boek, elkaar completeren. 2 Tim.2:15 licht toe, hoe Gods arbeider het meest uit de Bijbel verkrijgt, terwijl 2 Tim.3:16 verklaart dat alles tot nut van de leerling werd gegeven. Inderdaad is alle Schrift ten nutte, mits "recht gesneden", maar indien verkeerd ingedeeld of helemaal niet ingedeeld, wordt de waarheid veranderd in leugen en wordt dan zeer onnuttig. 

2 Tim.2:15 is dan ook de sleutel tot 2 Tim.3:16 en tevens tot begrip van en blijdschap in het Woord der waarheid. Het is een moeilijkheid, dat massa Christenen weerhouden worden om de moeite te nemen de Schriften te bestuderen ten aanzien van het recht snijden. En, helaas, bemoedigen hun geestelijke leiders hen dikwijls in deze lusteloosheid.

Enige jaren geleden hoorden wij een predikant uitroepen: "Sommigen zeggen, 'Dit is voor de Joden en dat is voor de kerk. Dit is voor ons, en dat is niet voor ons.' Ik neem de hele Bijbel!"

Meende hij daarmee dat we geen onderscheid mogen maken tussen Gods programma met Israel ten tijde van het Oude Testament en Zijn programma met het Lichaam van Christus in onze dagen? Zeker niet, maar het klonk wel zo. Bedoelde hij, dat degenen die het Woord recht snijden niet de hele Bijbel geloven? Nee, maar hij gaf wel de indruk. Hij ontmoedigde zijn hoorders om te pogen het Woord der waarheid recht te snijden, door toe te voegen, dat degenen die dat doen, bijbelgedeelten beschouwen als niet voor hen geschreven. En deze predikant was vertegenwoordiger van een groot deel van de huidige geestelijke leiders in de kerk van vandaag.

Is het dan verwonderlijk dat de christelijke massa de Bijbel slechts gebruikt bij godsdienstige lezingen, die zelfs ook nog verwaarloost worden? Hoe kunnen zij verwachten interesse in Bijbelstudie te hebben, wanneer hun leiders zelf geen voorbeeld geven? En men hoeft slechts om zich heen te zien om de realiteit hiervan te erkennen. Waar zijn de vroegere Bijbelleraars? Wat gebeurde met de grote Bijbel conferenties die werden gehouden in het hele land? Hoeveel predikanten onderwijzen het Woord aan hun gemeenten? En de zendelingen en evangelisten: is er niet een wijdverspreide mening, dat het niet nodig is de Schriften al te zorgvuldig te onderzoeken, omdat het in de eerste plaats "hun zaak is, om zielen te winnen"?

Als resultaat hiervan, verstaat de grote meerderheid van gelovigen zeer weinig van Gods Woord. Zij kennen de basisgegevens van de redding, maar schijnen ermee tevreden te zijn, onwetend te blijven over kostbare waarheden die zij, wanneer zij ernaar zouden zoeken om ze te vinden, hen tot arbeiders zouden maken, welbeproefd voor God, die zich niet behoeven te schamen in hun dienst voor Hem.

Maar liever dan studeren om een beter begrip van het Woord te verkrijgen en nuttig in het gebruik te worden, beroemen velen zich erop dat zij tevreden zijn met "de eenvoudige dingen"!

En dit na al de ernstige gebeden van Paulus, dat gelovigen de geest van wijsheid en openbaring in de kennis van Christus mogen hebben (Efe.1:17), dat zij mogen weten wat hen geschonken is in Christus (Efe.1:18-23) en verstaan de breedte en lengte en diepte en hoogte ervan! (Efe.3:18). Dit na al zijn werken en streven en moeiten, opdat zij mogen hebben "de volle zekerheid van het verstand"! (Kol.1:28-2:2). Dit na al zijn gebeden dat zij zouden mogen worden "vervuld met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand" (Kol.1:9). Dit na zijn ernstig vermanen van die vleselijke baby's, wie hij alleen Christus als gekruisigd gepredikt had; die hij alleen met melk kon voeden, omdat zij niet in staat waren om vast voedsel te verteren! (1 Kor.2 en 3).

Trage Christenen vinden zichzelf tamelijk geestelijk, alleen al omdat hun emoties snel worden opgewekt. Zij beroemen zich op hun tevredenheid met "de eenvoudige dingen", terwijl zij beschaamd zouden moeten zijn wegens hun onverschilligheid tegenover het geschreven Woord van God. Zij bekennen hun grote toewijding tot God, maar verwaarlozen het éne grote middel om Hem beter te kennen. Zij belijden een ernstig geloof in Hem, en toch nemen zij nauwelijks moeite om te ontdekken wát Hij heeft gezegd. Zij overdenken niet dag en nacht, zoals David, Gods Woord, noch zoals de profeten "ondervragen en onderzoeken zij ijverig" wat de ware bedoeling is.

De resultaten van dit gedrag ten opzichte van het Woord zijn verbijsterend, want zulken mogen wel Christus vertrouwen tot behoudenis, maar daarna beoefenen zij, in de meeste gevallen, een blind, bijgelovig geloof, dat alleen God onteert. Gevoelens worden geaccepteerd als feiten, en hun eigen wensen als Gods Woord. Zij gaan op verkeerde paden, terwijl zij zeggen, "Maar ik heb er ernstig over gebeden en nu voel ik me volkomen tevreden." Zij zeggen, "De Heer sprak tot mij" en bedoelen dan eerder een zeker gevoel, dan dat zij een passage uit de Schrift doelbewust toepassen. Gedachteloos zeggen zij, "Als het in de Bijbel staat, geloof ik het,"  en als zij de Bijbel lezen nemen zij daar voor zichzelf uitsluitend dat uit, wat hun hart verwarmt en laten de rest voor wat het is zonder precies te weten waarom. Maar zij die roemen in hun tevreden zijn met "de simpele zaken" en  de studie over Bijbelse bedelingen afwijzen op grond van het feit dat de gehele Bijbel voor ons is, míssen het feit dat al de Schrift gegeven is opdat  de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. (zie 2 Tim.3:17).

Er is een groot verschil tussen het "kind van God" en de "man van God" en niemand die een kind in de waarheid blijft, kan beproefd zijn als een arbeider voor God of als een soldaat van Jezus Christus, want de beproefde arbeiders voor God moeten weten, hoe het Woord der waarheid recht gesneden wordt, en de soldaten die Hij eert, moeten weten hoe het zwaard des Geestes te hanteren.

Wij kunnen begrip hebben voor diegenen, die begonnen zijn om de Bijbel te bestuderen op bedelingen en het als verwarrend hebben bevonden. Bijna alle studie van een onderwerp is in het begin eerst verwarrend, maar als wij volhouden beginnen we te begrijpen en de vruchten van onze inspanning te oogsten. Inderdaad zullen de Schriften verwarrend blijven voor ieder denkend mens, totdat hij leert om recht te snijden en ze zo te begrijpen. En welke vreugde kan er op tegen het beter verstaan van Gods Woord?

Er staat geschreven over de grote geestelijke opwekking onder Ezra, toen de wet werd gelezen en uitgelegd aan het volk van Israel:"Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; WANT ZIJ HADDEN  DE WOORDEN VERSTAAN, DIE MEN HUN HAD BEKEND GEMAAKT" (Neh.8:13).

Op de morgen van de opstanding waren twee discipelen moeizaam op weg naar Emmaus, met gebroken harten, want hun Meester was gekruisigd. Zij begrepen niet, dat overeenkomstig het profetische Woord, Hij moest lijden en sterven, vóór het binnengaan in Zijn glorie. Toen kwam de Here Jezus Zelf bij hen en, onherkend, verklaarde Hij hen dit vanuit de Schriften totdat zij begrepen, geloofden, en zich verheugden."En zij zeiden tot elkaar: WAS ONS HART NIET BRANDENDE IN ONS, ALS HIJ TOT ONS SPRAK OP DE WEG, EN ALS HIJ ONS DE SCHRIFTEN OPENDE?" (Luk.24:32). Het bestuderen van de Bijbel volgens de bedelingen moge in eerste instantie verwarrend schijnen, maar in werkelijkheid verdrijft het verwarring, legt moeilijke problemen uit, verzoent schijnbare tegenstellingen en verleent kracht aan de bediening van de gelovige.

Als ik binnen zou stappen in een nieuw, modern postkantoor, zal mij alles ongetwijfeld verwarrend schijnen. Maar het zou fout zijn, om voor te stellen, al de post netjes in een hoek op te stapelen en deze achter elkaar uit te reiken aan allen die binnenkomen, zoals sommigen zouden willen doen met de Bijbel. De postbeambten moeten de post "duidelijk verdelen en sorteren", zó dat ieder persoon ontvangt wat aan hem geadresseerd is. Wat aan de nieuweling als verwarrend over komt, is echter een vereenvoudiging van het werk dat gedaan moet worden, om aan ieder zijn eigen post te bezorgen.

Toegegeven wordt, dat in de Bijbel, dat wat geadresseerd is aan diegenen van andere bedelingen, ons is gegeven tot lering en profijt, maar wij moeten dit niet verwarren met onze eigen post, of de fout maken van het uitvoeren van aanwijzingen, in het bijzonder voor anderen bestemd. Terwijl ik de post lees die voor mij persoonlijk is bestemd, overhandigt een vriend mij, in mijn belang of ter informatie, post die voor hem is bestemd. Zijn post en de mijne mogen beide informatief en nuttig blijken, maar ik moet toch oppassen de twee niet te verwarren, en aan hem beloofde dingen te verwachten, of aanwijzingen te volgen, die voor hem bestemd zijn.

De hele Bijbel is dus wel voor ons, maar alles is niet aan ons gericht, of geschreven over ons, ook al zouden wij het werkelijk verstaan en ons erover verheugen; als wij werkelijk willen weten, hoe dit effectief in de dienst van Christus te gebruiken, dienen we altijd nauwkeurig op te letten: wie richt zich tot wie, waarover, wanneer en waarom.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011