De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K   VIII.

PETRUS EN PAULUS ALS BOUWMEESTERS

PETRUS'  BELIJDENIS        

Matt.16:13-19             

 "Als nu Jezus gekomen was in  de delen van Cesarea Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen zeggende: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? "En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: -Elia; en anderen: Jeremia of ייn van de profeten. "En Hij zeide tot hen: Maar gij, -wie zegt gij, dat Ik ben? - "En Simon Petrus antwoordende zeide: GIJ ZIJT DE CHRISTUS, DE ZOON  DES LEVENDEN GODS. "En Jezus antwoordende zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon Bar-Jona want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in hemelen is. 

"Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en OP DEZE PETRA ZAL IK MIJN GEMEENTE BOUWEN, EN DE POORTEN DER HEL ZULLEN DEZELVE NIET OVERWELDIGEN. "EN IK ZAL U GEVEN DE SLEUTELEN VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN; EN ZO WAT   GIJ ZULT BINDEN OP DE AARDE, ZAL IN DE HEMELEN GEBONDEN ZIJN; EN ZO WAT GIJ ONTBINDEN ZULT OP DE AARDE, ZAL IN DE HEMELEN ONTBONDEN ZIJN.

           PAULUS' BELIJDENIS

                  1Cor.3:10-15

  "NAAR DE GENADE GODS DIE MIJ GEGEVEN IS, HEB IK ALS EEN WIJS BOUWMEESTER HET FUNDAMENT GELEGD; EN EEN ANDER BOUWT DAAROP. MAAR EEN IEGELIJK ZIE TOE, HOE HIJ DAAROP BOUWT.

 "WANT NIEMAND KAN EEN ANDER FUNDAMENT LEGGEN, DAN HETGEEN GELEGD IS, HETWELK IS JEZUS CHRISTUS.

 "EN INDIEN IEMAND OP DIT FUNDAMENT BOUWT: GOUD, ZILVER, KOSTBARE STENEN, HOUT, HOOI, STOPPELEN; "EENS IEGELIJKS WERK ZAL OPENBAAR WORDEN, WANT DE DAG ZAL HET VERKLAREN, DEWIJL HET DOOR VUUR ONTDEKT WORDT; EN HOE DANIG EENS IEGELIJKS WERK IS, ZAL HET VUUR BEPROEVEN.

 "ZO IEMANDS WERK BLIJFT, DAT HIJ DAAROP GEBOUWD HEEFT, DIE ZAL LOON ONTVANGEN.

 "ZO IEMANDS WERK ZAL VERBRAND WORDEN, DIE ZAL  SCHADE LIJDEN, MAAR ZELF ZAL HIJ BEHOUDEN WORDEN, DOCH ALZO ALS DOOR VUUR.

       PETRUS EN DE MESSIAANSE GEMEENTE

 Het is belangrijk om op te merken dat het Petrus' belijdenis was waardoor hij de naam Petrus, Rots kreeg, en het was op deze belijdenis ( "deze rots", Gr. Petra) dat Christus Zijn Gemeente zou gaan bouwen. Door te claimen dat de gemeente op Petrus zelf is gefundeerd, verontachtzaamt Rome volledig de context, verhoogd Petrus boven Christus en spreekt vierkant het Woord van God tegen dat zegt:

"WANT NIEMAND KAN EEN ANDER FUNDAMENT LEGGEN DAN HETGEEN GELEGD IS, HETWELK IS JEZUS CHRISTUS".   ( 1 Kor.3:11)

Maar er dient bijzonder op gelet te worden dat Petrus Jezus beleed als "de Christus  (Hebr. Messias,

Gezalfde), de Zoon van de levende God".

  We herinneren ons, dat de twaalf waren uitgezonden om te prediken: "Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" (Matt.10:5-7). Christus Zelf was natuurlijk Gods Gezalfde Zoon, gekozen om op de troon in dit koninkrijk te zitten.

Als de Heere, steeds meer afgewezen in Israel, nu Zijn discipelen vraagt: "Wie zegt gij dat Ik ben?", is het aangrijpend te horen hoe Petrus direct en zonder meer antwoordt: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods".

Deze waarheid: Jezus als de ware Koning, en Zoon van God, moest het enige fundament zijn van de Messiaanse gemeente*/[1], en zo erkenden de ware gelovigen de Heere in die tijd.

Bij een andere gelegenheid belijdt Petrus opnieuw zijn geloof in Jezus als de Messias, als hij zegt:

" en wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt DE CHRISTUS, DE ZOON DES LEVENDEN GODS" (Joh.6:69).

Nathanael erkende Hem op dezelfde wijze en zei:

"Rabbi, Gij zijt DE ZONE GODS; GIJ ZIJT DE KONING  ISRAELS" (Joh.1:50).

Martha zei:

"Ja, Heere, ik heb geloofd, dat Gij zijt DE CHRISTUS, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou" (Joh.11:27).

Johannes, schrijvend over het aardse leven van onze Heere, besluit zijn evangelie:

"Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid van Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek. "Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft,  dat JEZUS IS DE CHRISTUS, DE ZONE GODS; en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam" (Joh.20:30,31).**/[2]

PAULUS EN HET LICHAAM VAN CHRISTUS

Wij weten echter dat Israel als volk Christus afwees en dat de Messiaanse gemeente haar voltooiןng niet kon bereiken. De Messias, de Fundering- en Hoeksteen werd verworpen en het gebouw ligt, ook vandaag nog, in puin. Zo laat God Israel zien, dat haar huis niet zal bestaan, dan totdat zij Jezus als Zijn Zoon en haar Koning erkent.

Ondertussen bouwt God een ander huis, of ten minste een ander gedeelte van het grote samengevoegde gebouw waarnaar wordt verwezen in Ef.2:21,22. Het bouwen van dit huis, de gemeente van deze tijd, was een geheim, waarvan Petrus en de elf niets wisten toen zij Christus als koning volgden, en op Pinksteren Zijn koninkrijk aanboden aan  Israel.

De plannen en details voor het bouwen van deze gemeente werden toevertrouwd aan Paulus door de verheerlijkte Heere Zelf. Hij zegt, door de Geest:

"NAAR DE GENADE GODS DIE MIJ GEGEVEN IS, HEB IK ALS EEN WIJS BOUWMEESTER*/[3] HET FUNDAMENT GELEGD; EN EEN ANDER BOUWT DAAROP" (1Cor.3:10).

 Als Paulus zegt: "Ik heb het fundament gelegd", bedoelt hij niet dat de gemeente van deze bedeling niet ףףk op Christus is gefundeerd, want in het volgende vers verklaart hij duidelijk dat er geen ander fundament kan gelegd worden dan Christus Jezus. Daarom is het zo belangrijk dat "een iegelijk toeziet hoe hij daarop bouwt" (3:10). Inderdaad, in Ef.2:20 zegt hij ook dat wij zijn "gebouwd op het fundament der apostelen en profeten". Dat is, wij zijn "gebouwd op Jezus Christus".

Het punt in Paulus' aanspraak is dat we nu Christus kennen op een andere manier. Terwijl Petrus en de elf Hem kenden als de Koning die de aarde zal regeren, kennen wij Hem (dezelfde Persoon) als het verheerlijkte Hoofd van het Lichaam (Ef.1:19-23),

Paulus geeft, door de Geest, te kennen dat er een verandering in bedeling heeft plaats gevonden, als hij zegt:

"Zo dan, wij kennen VAN NU AAN niemand naar het vlees; en INDIEN WIJ OOK CHRISTUS NAAR HET VLEES GEKEND HEBBEN, NOCHTANS KENNEN WIJ HEM NU NIET MEER NAAR HET VLEES" (2Cor.5:16).

Vףףr die tijd werd van de mensen verwacht dat zij zouden geloven in Jezus als "de Christus, de Zoon des levenden Gods", de Koning Die als God zal regeren op de troon van David. Maar met de roeping van Paulus werd Israels verwerping van Christus een feit en wij stellen ons vertrouwen in de verworpen Koning als onze verheerlijkte Heere en Redder. Daarop verklaart Paulus:

"Namelijk indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden OPGEWEKT heeft, zo zult gij zalig worden" (Rom.10:9).

TWEE NIET TE VERWARREN ZAKEN

Wij moeten ervoor oppassen de gemeente beschreven in de Efezebrief niet te verwarren met die waarover onze Heere met Petrus sprak. Dat was een geprofeteerde gemeente. Deze was een verborgenheid. De plannen en nadere beschrijvingen voor die gemeente vinden wij in de Oud Testamentische geschriften. De plannen en nadere beschrijvingen voor deze gemeente waren "geheim gehouden van het begin der wereld" (Rom.16:25), "verborgen geweest van alle eeuwen en van alle geslachten" (Kol.1:26), "in andere eeuwen... niet bekend gemaakt" (Ef.3:5), maar nu geopenbaard aan en door de apostel Paulus.

Petrus en Paulus bouwden dan ook op hetzelfde fundament, maar terwijl in het duizendjarig rijk de kerk zal zijn gebouwd op onze Heere als Israels Messias, is de gemeente van de tegenwoordige bedeling gebouwd op Hem, als het verheerlijkte Hoofd van het Lichaam, verworpen op aarde, maar verhoogd ver boven alles, aan Gods rechterhand in de hemel.

Dit onderscheid komt duidelijk naar voren door Hand.2 en 2 Tim.2 met elkaar te vergelijken.

In de eerste passage verklaart Petrus dat God Christus uit de dood heeft opgewekt om te zitten op de troon van David (Hand.2:29-36). In de tweede passage vermaant Paulus Timotheus:

"Merk hetgeen  ik zeg; doch de Heere geve u verstand in alle dingen.

"HOUD IN GEDACHTENIS, DAT JEZUS CHRISTUS UIT DE DODEN IS OPGEWEKT, WELKE IS UIT DEN ZADE DAVIDS,  NAAR MIJN EVANGELIE,

"Om hetwelk ik verdrukkingen lijd, tot de banden toe, als kwaaddoener, maar het Woord Gods is niet gebonden" (2Tim.2:7-9).

Om te begrijpen wat de apostel bedoelt wanneer hij zegt dat Jezus Christus, uit het zaad van David, (ook) werd opgewekt uit de dood volgens zijn evangelie, moeten we terugkeren naar Ef.1 en 2, waar we hem biddend vinden dat gelovigen het geestelijke inzicht mogen krijgen om te zien:

"...welke is de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom is der heerlijkheid  Zijner erfenis in de heiligen,

"EN WELKE DE UITNEMENDE GROOTHEID ZIJNER KRACHT IS AAN ONS, DIE GELOVEN, NAAR DE WERKING DER STERKTE ZIJNER MACHT,

"DIE HIJ GEWROCHT HEEFT IN CHRISTUS, ALS HIJ HEM UIT DE DODEN HEEFT OPGEWEKT; EN HEEFT HEM GEZET TOT ZIJN RECHTERHAND IN DEN HEMEL" (EF.1:18-20).

"MAAR GOD, DIE RIJK IS IN BARMHARTIGHEID, DOOR ZIJN GROTE LIEFDE, WAARMEDE HIJ ONS LIEFGEHAD HEEFT,

"OOK TOEN WIJ DOOD WAREN DOOR DE MISDADEN, HEEFT ONS LEVEND GEMAAKT MET CHRISTUS (UIT GENADE ZIJT GIJ ZALIG GEWORDEN),

"EN HEEFT ONS MEDE OPGEWEKT, EN HEEFT ONS MEDE GEZET IN DEN HEMEL IN CHRISTUS JEZUS" (EF.2:4-6).

Petrus zou zeker, indien hij het geweten had, zo'n boodschap op Pinksteren hebben gepredikt. Maar dat wist hij niet. Op Pinksteren verkondigde hij Christus alleen als de Redder-Koning, Die God had opgewekt uit de dood, om te zitten op de troon van David. Hij riep Israel op tot bekering, en tot doop ter vergeving van zonden, zodat de tijden der verkoeling mochten komen, en God Jezus terug zou zenden, Die zij hadden verworpen en gekruisigd  (Hand.3:19-21).

De bediening van Petrus werd inderdaad begeleid door wonderlijke tekenen, die zouden "verdwijnen" gedurende de bediening van Paulus. Maar wie zal er verlangen naar "Pinksterkracht", als hij de opstandingskracht van Christus' heeft leren kennen? (Ef.1:19,20, Fil.3:10).

Het is deze boodschap waar satan een gloeiende hekel aan heeft en zo bitter tegenstaat dat Paulus daardoor moeiten lijdt als een kwaaddoenener tot de boeien toe. En geen wonder! Het zag er naar uit dat met Israels verwerping van Christus alle hoop voor de wereld verloren was; dat de mens zijn eigen redding onmogelijk had gemaakt; dat Gods beloften hadden gefaald. En toen kwam de openbaring van het geheimenis! De voornaamste der zondaren werd gered en uitgezonden om "het evangelie van Gods genade" te verkondigen. Het zelfde kruis dat veroordeling voor de mens betekende werd nu geopenbaard als het krachtige middel tot zijn redding, en zij die in Christus vergoten bloed geloofden werd de vergeving van hun zonden vrij geschonken en een positie in Christus gegeven aan Gods rechterhand in de hemelse gewesten!      

PAULUS DE BOUWMEESTER

Paulus was niet hoogmoedig toen hij zich de bouwmeester van de gemeente van deze bedeling  noemde. Hij maakt duidelijk dat deze positie hem was gegeven "overeenkomstig de genade van God". Hij verbindt inderdaad altijd zijn unieke positie met de genade van God, want zijn bekering en bediening was de uitnemendste betoning van die genade (zie Rom.1:5, 12:3, 15:15,16, 1Cor.15:9,10, Gal.1:15,16, 2:9, Ef.3:7,8 en 1Tim.1:12-16).

Mozes was de bouwmeester van de tabernakel. God gaf hem de plannen en beschrijvingen ervoor, en zei: "Zie...dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is" (Hebr.8:5).

Zoals Mozes de wet vertegenwoordigt, zo vertegenwoordigt Paulus de genade. Paulus was ook een bouwmeester, want aan hem vertrouwde God de plannen en beschrijvingen toe voor een groter gebouw, "een heilige tempel", de gemeente, die Christus' lichaam is. Stap voor stap werden de details aan hem bekend gemaakt door direkte openbaring zodat hij als "een wijs bouwmeester", het recht en de verantwoordelijkheid had, om deze aan ons, de bouwers, voor te houden.

DE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE BOUWERS

Waarom hebben Gods bouwers zo jammerlijk gefaald om te bouwen volgens de plannen en beschrijvingen die uiteengezet zijn in de brieven van Paulus? Waarom negeren zij de waarschuwing:

"IK HEB HET FUNDAMENT GELEGD...EEN IEGELIJK ZIE TOE, HOE HIJ DAAROP BOUWT" (1Cor.3:10)?

Zij hebben materiaal van Petrus genomen en daarmee gebouwd op Paulus' fundament. Zij hebben gesproken over "het koninkrijk bouwen" en hebben tevergeefs geprobeerd de zogenaamde "grote opdracht" uit te voeren. Zij hebben waterdoop, tongentaal, genezingen, en tekenen genomen uit de tijd van een andere bedeling en gevoegd in de bedeling van Gods genade nadat God  had gezegd dat deze zouden "verdwijnen", totdat de kerk zo verward en verdeeld was geworden en weinigen nog weten wat ze moeten geloven.    

Dit komt door  het  te licht opnemen van de apostolische vloek uit Gal.1:8:

"DOCH AL WARE HET OOK, DAT WIJ, OF EEN ENGEL UIT DEN HEMEL, U EEN EVANGELIE VERKONDIGDE, BUITEN HETGEEN WIJ U VERKONDIGD HEBBEN, DIE ZIJ VERVLOEKT".

Zijn de geestelijke leiders zich niet bewust van de toestand van de kerk of zijn zij vergeten dat zij rekenschap zullen moeten afleggen aan God van hun werkzaamheden als het bouwwerk wordt geןnspecteerd?

Wij kunnen natuurlijk niet God de schuld geven van de huidige toestand van de kerk. De bouwers zijn te beschuldigen. In plaats van het Woord recht gesneden te prediken, hebben zij hun gemeenten gevoed met melk en muziek. ֹיn of ander pakkend gezegde, een treffend vers hier of daar vandaan gehaald, ongeacht de context; dit samen met wat entertainment wordt gebracht als wat zou moeten zijn verstandige en geestelijk krachtige prediking van het Woord. En de meerderheid van de christenen is zo lang gevoed met dit soort dieet, dat zij geestelijk ziek zijn- zo ziek, dat hun geestelijke leiders zich genoodzaakt voelen om tot in het oneindige door te gaan met dit lichte dieet.

Veelal wordt aangevoerd dat zielen worden gered, maar zullen de bouwers van kerken dan nimmer inzien dat handen opsteken of het naar voren gaan van mensen niet de mate van succes van hun werk aangeeft? Zal hun werk standhouden? Dat is de vraag. Niet of het publieke bijval heeft, maar zal het de heilige toets doorstaan?

 Te vaak hebben geestelijke leiders de waarschuwing van Paulus in 1 Cor.3:10-17 toegepast op het christelijk gedrag in het algemeen, terwijl deze passage specifiek gaat over de bouwers en hun werk bij de opbouw van de gemeente. Het resultaat: kijk naar naar de gemeente - ja, zelfs de fundamentele, bijbelgetrouwe gemeente. Onderzoek nauwkeurig, en kijk of het gebouw in een gezonde staat verkeert. Kijk of het voor het grootste gedeelte is samengesteld uit "goud, zilver, kostbare stenen," of uit " hout, hooi of stoppelen". En vraag dan uzelf af, wat de grote goddelijke Inspecteur zal zeggen tegen de bouwers als hij hun werk bekijkt.

Vele belangrijke, populaire evangelisten en predikers van vandaag, zullen die dag wenen als zij hun werk in vlammen zien opgaan. Zelfs als "hij zelf zal worden behouden", zal het een droevige zaak zijn, om "verlies te lijden", terwijl er beloningen worden uitgereikt.

Hoe kunnen Gods arbeiders verkeerd bouwen, en de afkeuring van hun werk door de grote Bouw-Inspecteur voorkomen? Er is maar ייn manier:

 "BENAARSTIG U, OM UZELVEN GODE BEPROEFD VOOR TE STELLEN, EEN ARBEIDER DIE NIET BESCHAAMD WORDT, DIE HET WOORD DER WAARHEID RECHT SNIJDT" (2Tim.2:15).

 VRAGEN

1.         Hoe verkreeg Simon de naam Petrus,  Steen?

2.         Op welke Petra, of rots zou Christus toen "Zijn gemeente" bouwen?

3.         Geef een Schriftplaats om te bewijzen, dat deze gemeente niet zou worden gebouwd op Petrus zelf.

4.         Naar welke gemeente verwees onze Heere in Matt. 16:18?

 5.         Waarvan beloofde onze Heere aan Petrus de sleutels te geven?

 6.         Geef bewijs dat de Heere niet heeft kunnen verwijzen naar "de gemeente, die Zijn lichaam is".

7.  Geef twee andere Schriftvoorbeelden die aangeven, dat gelovigen in die tijd  Jezus zagen als de   Messias en Zoon van God.

 8.  Hoe moeten mensen vandaag Jezus belijden om gered te worden? Geef Schriftplaatsen.

 9.  Hoe is de relatie tussen onze Heere en de gemeente in deze huidige bedeling?

10.  Op Pinksteren verklaarde Petrus dat God Christus had opgewekt uit de dood, met welk doel?

11. Welke verdere openbaring kreeg Paulus, en maakte hij bekend over de opstanding van Christus?

12. Paulus herinnerde Timotheus er later aan dat Jezus Christus, uit het zaad van David, werd opgewekt uit de dood, overeenkomstig wat?

13. Welke relatie onderschrijft Paulus m.b.t het bouwen van de gemeente van deze dagen? Geef een Schriftplaats.

14. Hoe bemoedigt hij de bouwers in dit verband?

15. Uit welke verschillende materialen zal Gods gebouw zijn samengesteld?

16. Hoe zal het werk van de bouwers worden beproefd, en wat wat zal de ene, grote proef zijn van   voldoende werk?

17. Hoe zullen de resultaten de bouwers beinvloeden?

18  Geef Schriftplaatsen aan om te bewijzen dat de redding van de werklieden niet zal worden beןnvloed door de kwaliteit van hun werk.

19.  Wie is, overeenkomstig 1Cor.3:10-15, te beschuldigen voor de toestand van de hedendaagse kerk?

20.  Welk Schriftgedeelte geeft aan hoe wij er zeker van kunnen zijn dat wij Gode beproefde arbeiders zijn?

    [1]*/Voetnoot T.w. de koninkrijks Kerk, niet de Gemeente van deze bedeling. Dit wordt duidelijk in het volgende vers, uit het feit, dat aan Petrus de sleutels gegeven worden van het "koninkrijk der hemelen", en ook uit het feit, dat "de Gemeente die Zijn Lichaam is", toen nog een geheimenis, "verborgen bij God" was (Eph.3:1-11).

    [2]**/Voetnoot: Hoewel "de genade van onze Here Jezus Christus", eerder dan Zijn koninkrijk, Gods boodschap voor vandaag is, moeten we natuurlijk ook geloven, dat Hij de gerechtigde Koning, en de Zoon van God is

    [3]*/Voetnoot: /Gr. Hoofd-Architect; de Hoofd-architecten uit die dagen waren waarschijnlijk ook belast met de bouw, zodat "bouwmeester" een juiste vertaling is.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011