De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

H O O F D S T U K  III

HET TWEELEDIG ASPECT VAN HET GEHEIMENIS

DE TWEELEDIGE BETEKENIS VAN HET WOORD

 Het Griekse woord musterion, in de NBG Vertaling weergegeven als  "geheimenis" en in de Statenvertaling als "verborgenheid", heeft een tweeledige betekenis. Het kan betekenen: dat wat verborgen is gehouden, of het kan betekenen: iets dat alleen door ingewijden kan worden begrepen. Het kan ook beide betekenissen gelijktijdig hebben.

Het oorspronkelijke woord komt wellicht dichter bij ons woord geheim dan bij het woord mysterie. Wij kunnen spreken over iets geheim houden,  niet verder vertellen, of we kunnen spreken van het geheim van iemands succes, of de sleutel, clou van zijn succes.

Bij het grote, door Paulus geopenbaarde geheim worden beide betekenissen  gebruikt - soms tezamen:

1.    Het geheimenis is een waarheid, die met een bedoeling verborgen is  gehouden totdat zij aan en door de Apostel Paulus is geopenbaard: Hij zegt, dat het "..de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest" (Rom.16:25), "welke in andere eeuwen … niet is bekendgemaakt", "die van alle eeuwen...verborgen is geweest in God" (Eph.3:5,9), "die verborgen  is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten" (Col.1:26).

2.         Nu het geopenbaard is, wordt het nog slechts begrepen door de ingewijden: Daarom bidt de apostel: "Opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring  in Zijn kennis" (Eph.1:17 en  vers 9), "dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand", "De verborgenheid...nu...geopenbaard is aan Zijn heiligen, aan wie God heeft willen bekend maken welke de rijkdom der heerlijkheid  dezer verborgenheid is onder de heidenen", "der volle verzekerdheid des verstands...tot kennis (Gr. epignosis, volle kennis) der verborgenheid" (Col.1:9,26,27,2:2). Het is daarom van groot belang dat we

om verlichting en verstand door de Heilige Geest vragen bij de studie van dit geweldige onderwerp.

 HET GEHEIM VAN HET EVANGELIE

                     of

 HET GEHEIM VAN HET GOEDE NIEUWS

  Aan het slot van de meest sublieme van al zijn brieven, schrijft de Apostel Paulus: "En (bidt) voor mij, opdat mij het woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om DE VERBORGENHEID DES EVANGELIES bekend te maken, "Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoedig moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken" (Eph.6:19,20).

De uitdrukking "verborgenheid van het evangelie",  behoord zorgvuldig te worden overwogen. De apostel spreekt hier niet van het goede nieuws van een geheim, maar van het geheim van, of sleutel tot, het goede nieuws.*/[1]

  HET GOEDE NIEUWS SINDS DE VAL STEEDS VERKONDIGD

Samen met het idee, dat de Oud-Testamentische heiligen vertrouwden op de komende dood van Christus tot redding, bestaat er nog een al even onschriftuurlijk idee, dat er nooit meer dan ייn evangelie zou zijn geweest.

Dit zal uitvoerig worden besproken in een volgend hoofdstuk, maar  het is hier  nodig om op het eenvoudige feit te wijzen, dat vanaf de zondeval God evangelie, of goed nieuws, aan zondaars heeft verkondigd.

Was het geen evangelie, of goed nieuws, toen God aan Adam en Eva, beloofde dat Eva's zaad uiteindelijk de kop van de slang zou vermorzelen (Gen.3:15)? Was het geen goed nieuws, toen God aan Abraham verkondigde dat in hem alle geslachten der aarde gezegend zouden worden (Gen.12:3;  Gal.3:8)? Was het geen goed nieuws toen God aan David beloofde om zijn huis, troon en koninkrijk voor eeuwig te bevestigen (2 Sam.7:16)? Was het geen goed nieuws toen God door de profeten openbaarde dat vrede, voorspoed en zegening zouden heersen in het komende koninkrijk (Jes.2:2-4, 11:6-9, 35:1-7, Jer.23:5)? Was het geen goed nieuws toen Johannes de Doper  Christus voorstelde en aankondigde dat het koninkrijk "nabij" was (Matt.3:2,3)? Was het geen goed nieuws toen Petrus predikte, en hij later het koninkrijk aan Israel aanbood, roepende: "Bekeert u...de tijden  der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heren; en Hij zal gezonden hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is" (Hand.3:19,20)?

Dit alles was evangelie, of goed nieuws, maar wat was "de verborgenheid van het evangelie"; wat was het geheim van het goede nieuws? Hoe kon een heilig en rechtvaardig God goed nieuws aan zondaars verkondigen? Hoe kon Hij hen op een rechtvaardige manier een hoopvolle toekomst aanbieden terwijl zij als zondaars Zijn toorn verdienden? Het antwoord hierop vinden wij in de brieven van Paulus.

HET GEHEIM VAN HET EVANGELIE

DOOR PAULUS VERKONDIGD

Als er iets duidelijk is in de brieven van Paulus, is het wel het feit dat het geheim van al Gods goede nieuws voor de mens geconcentreerd is op Golgotha. Omdat Christus stierf voor de zonde kon God goed nieuws verkondigen aan zondaars, of het nu ging om de komst van het duizend jarig rijk, de zegening voor de volken door Abrahams zaad, of de uiteindelijke ondergang van satan. Het was echter pas enige tijd na de kruisiging dat het geheim van het evangelie geopenbaard werd aan en door de Apostel Paulus, en daarmee het beste nieuws van alles: "het evangelie van Gods genade".

De verkondiging van "het evangelie van de genade van God" ging vanzelfsprekend samen met de openbaring van het kruis,  het geheim van Gods goede nieuws. Inderdaad noemt de apostel zijn aparte boodschap beide "het evangelie van Gods genade" (Hand.20:24) en "de prediking van het kruis" (1Cor.1:18), want "het evangelie van Gods genade" is "de prediking van het kruis",  het goede nieuws. Het is de verkondiging van de overvloedige genade van God voor de mens door het vergoten bloed van Christus. Want in de Paulinische boodschap draait alles om het kruis.

Overeenkomstig de brieven van Paulus "hebben wij vergeving door het bloed" (Eph.1:7), zijn wij gerechtvaardigd door Zijn bloed" (Rom.5:9), "verzoend met God door de dood van Zijn Zoon" (Rom.5:10), "nabij gekomen door het bloed van Christus" (Eph.2:13) en "rechtvaardigheid Gods in Hem" want "God heeft Hem tot zonde gemaakt voor ons" (2Cor.5:21).

Het verbond van de wet werd afgeschaft "aan het kruis" (Col.2:14), de vloek der wet werd weggedaan door het kruis (Gal.3:13), de "middelmuur des afscheidsels werd weggebroken door het kruis (Eph.2:14,15) en gelovige Joden en heidenen zijn verzoend met God in ייn lichaam door het kruis (Eph.2:16).

Geen wonder dat de apostel zijn boodschap "de prediking van het kruis" noemt!      

Voor de gelovige is het aangrijpend, om het kruis te zien als Gods antwoord aan satan, in eerste instantie leek het erop dat het kruis satan's de grootste overwinning was. Satan had achter de schermen lang gewerkt om de komst van de Verlosser te voorkomen. Hij had die tegengewerkt door te trachten alle Hebreeuwse mannen uit de weg te ruimen in Egypte (Ex.1:16,22), door te pogen het gehele volk te vernietigen door middel van Pharao (Ex.14), door te trachten "al het koninklijk zaad" uit te roeien door  middel van Athalia (2Kron.22:10), en door te trachten opnieuw het ras te vernietigen door middel van Haman (Esth.3:12,13).

Toen de bedrieger werd overwonnen in deze en andere aanslagen op Christus, en de Here ten laatste op aarde verscheen, verdubbelde satan zijn pogingen om Hem te vernietigen. Als baby stond Herodes hem reeds naar het leven (Matt.2); in Nazareth trachtten Zijn stadgenoten Hem van de steilte af te werpen (Luk.4:29); een zware storm in Galilea wilde Hem doen verdrinken (Mark.4:37); etc.

Ten laatste leek het erop dat satan zou winnen. Hij was erin geslaagd Israels bestuurders tegen Christus op te zetten (Joh.7:48), daarna de menigte (Matt.13:13-15), toen velen van Zijn eigen discipelen (Joh.6:66,67) en ten slotte zelfs ייn van de twaalven (Matt.26:14-16).

  Sommigen denken dat satan poogde om de kruisiging te voorkomen, maar wij moeten niet veronderstellen dat Satan begreep hoe het kruis zijn nederlaag en onze verlossing zou teweegbrengen. Wij lezen duidelijk dat "satan voer in" Judas (Joh.13:27). Satan dacht, dat de kruisiging van Christus Hem zou vernietigen. Hoe moet hij zichzelf gelukgewenst hebben met het succes, toen onze Heer in schande en ongenade stierf aan Golgotha's kruis!

Het was ongetwijfeld een grote schok en teleurstelling voor hem toen Christus uit de doden opstond, maar stel u zijn ongenoegen voor toen hij ontdekte dat hij zichzelf beetgenomen had door Christus te kruisigen - dat God werkelijk betaald had voor de zonden van de mens door de dood van Christus, zodat Hij de grootste der zondaars kon redden, en hem kon uitzenden om "verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner genade" (Eph.1:7) aan te bieden. Aldus bereikte satan het hoogtepunt van zijn carriere van bedrog, toen hij zichzelf bedroog op Golgotha.

In het licht hiervan is het niet vreemd dat satan de boodschap van genade, de prediking van het kruis, nog bitterder haat en tegenstaat dan hij ooit het profetisch programma heeft gehaat en tegengestaan. Zo is het ook niet vreemd, dat het Gods plan is dat:"...nu door de gemeente bekendgemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid  Gods" (Eph.3:10).

  HET GEHEIM VAN HET EVANGELIE NIET EERDER GEOPENBAARD DAN DOOR PAULUS

  Wij moeten oppassen dat we niet aannemen dat profetieכn m.b.t. de kruisiging hetzelfde zijn als "de prediking van het kruis", of dat "de prediking van het kruis" niets te doen heeft met het geheimenis  omdat de kruisiging zelf geprofeteerd was.     

Voorspellingen met betrekking tot de dood van Christus kunnen we vinden in talrijke passages van het Oude Testament en in de vier verslagen van de aardse bediening van onze Heere, maar nooit werden de verdiensten van Christus' dood verkondigd als de grondslag voor redding in de tijd vףףr Paulus. De moeilijkheid is, dat er zo veel werd ingelezen in deze teksten, wat er niet staat.

  Hoeveel hebben bijvoorbeeld Adam en Eva begrepen van het plan tot redding vanuit de verklaring in Genesis 3:15? Als zij hieruit hadden begrepen dat de komende Verlosser zou sterven, zouden zij dan niet meer hebben begrepen dan de twaalf apostelen 4000 jaar later, terwijl zij met de Heere Zelf medewerkten en "het evangelie van het koninkrijk" predikten (Luk.9:1-6, 18:31-34).*/[2]

Zou een lezer veronderstellen, dat het plan van God aan Adam en Eva zou zijn verklaard, dan zou zo'n veronderstelling geheel ongegrond zijn. In feite toont het verhaal ons het tegendeel.

Het is nu duidelijk dat de Heilige Geest in Psalm 22 de dood van Christus in gedachten had, maar wie zou gedroomd hebben, totdat Christus stierf, dat het Zijn kruisdood beschreef, of dat de roep waarmee het begint, die van onze gekruisigde Christus zou zijn? De passage werd zelfs niet in de vorm van een voorspelling geschreven!

En wat te zeggen van Jesaja 53? Wordt Christus hier niet afgebeeld als Degene Die de zonden van der wereld draagt? Zij die dit veronderstellen hebben opnieuw iets in de passage gelezen. Vers 6 luidt: "WIJ dwaalden ALLEN als schapen...doch de HEERE heeft ONZER ALLER ongerechtigheid op Hem doen aanlopen."

Als de profeet zegt "wij allen", zal de opmerkzame Bijbellezer zich natuurlijk afvragen: "wie allen?" En hij zal ontdekken dat  Jesaja in vers 8 spreekt als een Hebreeuws profeet met betrekking tot zijn eigen volk:

 "Om de overtreding MIJNS VOLKS is de plaag op Hem geweest."

De profeet spreekt hier dus in de eerste plaats over de dood van de Messias, alleen voor zover het het volk Israel*/[3] aangaat. Het is natuurlijk waar dat wij heidenen ook  dwaalden en dat de Here ook onze ongerechtigheden op Christus gelegd heeft, maar dat is hier de kwestie niet.

De toon van Jesaja 53 is een andere factor die niet over het hoofd moet worden gezien. De profeet verkondigt de dood van Christus niet als het goede nieuws, of biedt geen redding aan door Zijn verdiensten zoals wij dit vandaag met vreugde kunnen doen. Integendeel, hij begint op een  teleurstellende toon:   "Wie heeft onze prediking geloofd? Een rijsje...een wortel uit een dorre aarde...geen

gedaante noch heerlijkheid...geen gestalte dat wij Hem zouden hebben begeerd...veracht...afgewezen...een Man van smarten en verzocht in krankheid."

Wie wil tere plantjes of wortels uit dorre aarde? Trek een mens  prachtige kleding aan, zet hem een kroon op, zet hem op een troon in een paleis met duizend kamers, en de mensen zullen komen van de einden der aarde om zijn voeten te kussen. Maar een mens zoals Jesaja hier beschrijft; wie zal hem eer geven? Maar, vervolgt de profeet, Hij draagt onze zonden. Wij zijn de schuldigen, en toch gaat Hij als een lam ter slachting.

Let wel op dat in alle profetieכn van Jesaja niets te vinden is over geloof in de verdiensten van de Gekruisigde tot redding. Er is sprake van plaatsvervanging, zeker, (die sommigen als het hoogtepunt van christelijke waarheid beschouwen), maar plaatsvervanging op zichzelf is nog geen goed nieuws. Vele onschuldige slachtoffers hebben ten onrechte de straf gedragen voor de misdaad van anderen. Was dit iets om verheugd over te zijn of om op te roemen?

Jesaja wijst inderdaad aan, dat als de Messias komt, Hij zal worden afgewezen en geslagen, dragende de schuld voor Israels zonden, maar dat is nog een heel verschil met het verkondigen van de verdiensten van Christus' dood als een aanbod tot redding dat dient aangenomen te worden in  geloof.*/[4]

Tenslotte herinneren wij onze lezers eraan dat zelfs dit slechts een profetie was die de profeet zelf waarschijnlijk ook niet verstond (1Petr.10-12), anders zou hij zijn boek zeker met deze blijde boodschap hebben gevuld.

Maar wist Johannes de Doper het geheim van het evangelie niet toen hij van Christus zei: "Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!"? (Joh.1:29) Als hij dit wist waarom verkondigde hij dan "de doop der bekering tot vergeving der zonden" (Mark.1:4)?   

In Matt.3:1,2 wordt ons het thema van de boodschap van Johannes gegeven: "En in die dagen kwam Johannes de Doper en predikte in de woestijn van Judea, "en zei: BEKEERT U, WANT HET KONINKRIJK DER HEMELEN IS NABIJ GEKOMEN."

Als Johannes begreep wat wij nu weten over de dood van Christus waarom was dat dan niet zijn thema? Wij moeten de achtergrond van Joh.1:29 niet vergeten. Johannes had berouwvolle zondaars gedoopt, en Jezus was met hen gekomen om ook te worden gedoopt. "Doch Johannes weigerde Hem zeer en zei: "Ik heb nodig door u gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?" (Joh.3:14).

Maar Jezus stond erop te worden gedoopt. Hoewel volkomen zondeloos, kwam Hij als een zondaar en werd "gerekend met de overtreders". Is het vreemd dat Johannes, zich realizerend dat hij zelf en de menigte degenen waren die bekering en reiniging nodig hadden, Christus zou beschrijven als het Lam van God, dat de zonde der wereld draagt? Wij zeggen nogmaals dat als Johannes de Doper zou hebben begrepen, dat Christus zou sterven, hij meer wist dan de twaalven nadat zij met Christus Zelf voor het merendeel aan Zijn aardse bediening hadden meegewerkt. Maar het feit dat Johannes predikte zoals hij preekte, wijst erop dat hij klaarblijkelijk niet meer wist dan zij.

Zelfs na de kruisiging zagen de apostelen de dood van Christus niet direct als het geheim van het evangelie. Petrus verwees, zoals we gezien hebben, naar de kruisiging, maar bood die niet aan tot redding. Hij verweet zijn toehoorders de dood van Christus en riep hen op tot bekering en waterdoop tot vergeving der zonden (Hand.2:36,38).

Nee, zelfs Philippus predikte het kruis niet aan de kamerling uit Morenland als het geheim van het evangelie. De kamerling las Jesaja 53. Toen predikte Philippus hem Christus vanuit dit Schriftgedeelte, en van daaruit bewees hij dat de gekruisigde Jezus de Messias was, wiens komst Jesaja had voorzegd.

Lees het verslag nauwkeurig. Nergens zegt het dat Philippus de kamerling onderwees dat Christus voor hem gestorven was, of dat de kamerling op Zijn dood moest vertrouwen tot redding. Philippus wees Jezus aan als de Messias vanuit dit gedeelte en doopte de kamerling toen hij beleed: "Ik geloof, dat Jezus Christus de Zone Gods is" (Hand.8:37).

Maar toch kan men tegenwerpen: Zegt Paulus niet, "Christus stierf voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften?" Ja, Christus' dood was overeenkomstig de Schriften, maar wij blijven erbij dat pas vanaf Paulus Zijn dood voor de zonde werd verkondigd als het goede nieuws, en als de verborgenheid van בl het goede nieuws dat eraan vooraf ging. Blijft het eenvoudige feit over dat de geprofeteerde dood van Christus,  het geheim van het evangelie bleek te zijn.

Aldus werd het feit van Christus' dood voor de zonde van anderen "tevoren betuigd" (1Petr.1:11). Maar Paulus maakt het, door openbaring,  zeer duidelijk dat het eeuwige plan van God in die dood, en het aanbod tot redding aan allen door Zijn verdiensten zou worden

"...ZIJNDE DE GETUIGENIS TE ZIJNER TIJD, waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel..." (1Tim.2:6,7).

Zoals Petrus op Pinksteren zijn toehoorders had beschuldigd van de kruisiging van Christus en hen had bevolen zich te bekeren en zich te laten dopen tot vergeving der zonden (Hand.2:23,36,38), zo predikte Paulus de kruisiging van Christus als goed nieuws (1Cor.1:18). Bij Petrus op Pinksteren was het een zaak van schande; Paulus roemde erin (Gal.6:14).

Het was door Paulus, en door niemand vףףr Paulus, dat Christus werd "voorgesteld tot een Verzoening DOOR HET GELOOF IN ZIJN BLOED" (Rom.3:25). Het was Paulus die als eerste uitlegde hoe de mens   "onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op HET GELOOF, DAT GEOPENBAARD ZOU WORDEN" (Gal.3:23). En het was Paulus, die als eerste werd gezonden om dat geloof te verkondigen.

Het was Paulus, die als eerste gezegd heeft:

"MAAR NU is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet...""Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid IN DEZEN TEGENWOORDIGEN TIJD; opdat Hij(God) rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is" (Rom.3:21,26). Het was Paulus, die als eerste zei dat:"...Eיn voor allen gestorven is...ZO DAN WIJ KENNEN VAN NU AAN NIEMAND NAAR HET VLEES..."(2Cor.5:15,16).

Paulus, de voornaamste der zondaars, gered door genade, biedt het kruis aan als de enige grond voor verlossing (Rom.3:24); hij roemt erin (Gal.6:14); hij roept uit: "DIE MIJ liefgehad HEEFT en Zichzelven voor MIJ overgegeven heeft!" (Gal.2:20), "Gelijk ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zichzelven voor haar heeft overgegeven!" (Eph.5:25), "Want de liefde van Christus dringt ons...Hij is voor ALLEN gestorven" (2Cor.5:14,15).

  HET MYSTERIE (OF GEHEIMENIS) VAN GODS WIL 

We gaan nu verder van "de verborgenheid (geheimenis) van het evangelie" (Eph.6:19) naar "de verborgenheid van Gods wil" (Eph.1:9); van het geheim van het goede nieuws, naar het goede nieuws van "het geheimenis",  het plan dat verborgen bleef, totdat het aan en door de Apostel Paulus werd geopenbaard. Hiernaar verwijst hij in zijn woorden:

"Ons bekendgemaakt hebende DE VERBORGENHEID VAN ZIJN WIL, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven;Om in de bedeling van de volheid van de tijden, wederom alles tot ייn te vergaderen in Christus, beide wat in den hemel en wat op de aarde is" (Eph.1:9,10).

In deze passage, zowel als in vele andere die Paulus geschreven heeft, verwijst de wil van God naar Zijn eeuwige plan, en niet Zijn wil in ייn bepaald geval, of Zijn wil voor onze levens. Daarom roept hij uit: "Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat wat de wil des Heeren is" (Eph.5:17. Zie ook Eph.1:5,11, Col.1:9).

Zoals wij reeds hebben aangegeven, is de verborgenheid van Gods wil, het in Christus  vergaderen van alles wat in de hemel en op de aarde is. Dit is Zijn hoogste plan. Allen die God toebehoren werden niet ineens tezamen vergaderd in Christus. De verborgenheid van Gods wil bevatte dus de ontvouwing van een nieuw programma, een nieuwe bedeling. In het kort is het geheimenis, zoals wij het nu kennen, de heerlijke waarheid dat God Jood en heiden beiden besloten heeft in ongeloof opdat Hij hun allen barmhartig zou zijn (Rom.11:32) en dat Hij hen beiden zou verzoenen met God in ייn lichaam door het kruis (Eph.2:16).

De hemelse positie van dit "יne lichaam", zijn geestelijke zegeningen, zijn tegenwoordige verantwoordelijkheden, etc. zullen worden besproken in de volgende hoofdstukken, maar het moet hier worden vastgesteld dat Gods eeuwige plan, zo lang verborgen gehouden, direct verbonden is met het geheimenis van het evangelie, want de vervulling van dit plan is de historische demonstratie van het feit dat de Christus Die gekruisigd werd op Golgotha Zelf het geheimenis van al God's goede nieuws is. Inderdaad het was door de onthulling van Zijn lang-verborgen plan, dat God "het geheimenis van het evangelie" bekend gemaakt heeft.

  GODS GEHEIMENIS NIET EERDER GEOPENBAARD DAN DOOR PAULUS

 Het is belangrijk om vast te stellen, dat wij niet eerder dan bij Paulus lezen dat God " ons bekendgemaakt hebbende de verborgendheid van Zijn wil". Het is deze geheime plan, zowel als het geheimenis van het evangelie, dat hij "mijn evangelie" noemt, en benadrukt dat "die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest" (Rom.16:25).

Hij is het, die als eerste bekend maakt "de wijsheid Gods bestaande in verborgenheid die bedekt was, welke God tevoren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was" (1Cor.2:7). Het is hij die weer naar deze geheime bedoeling verwijst en uitlegt "dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, "welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt ", dat het "onnaspeurlijk" was, niet te vinden in de tot dan toe geschreven Schriften, en "van alle eeuwen verborgen is geweest in God" (Eph.3:3-9). Hij is het, die spreekt van:

  " NAAR DE BEDELING GODS, DIE MIJ GEGEVEN IS AAN U, OM TE VERVULLEN  HET WOORD GODS; NAMELIJK DE VERBORGENHEID, DIE VERBORGEN IS GEWEEST VAN ALLE EEUWEN EN VAN ALLE GESLACHTEN, MAAR NU GEOPENBAARD IS AAN ZIJN HEILIGEN, AAN WIE GOD HEEFT WILLEN BEKEND MAKEN, WELKE ZIJ DE RIJKDOM DER HEERLIJKHEID DEZER VERBORGENHEID ONDER DE HEIDENEN, WELKE IS CHRISTUS ONDER U*/[5], DE HOOP  DER HEERLIJKHEID" (Col.1:25-27).

 VRAGEN

 1.    Wat is de tweeledige betekenis van het woord geheimenis, verborgenheid? 

2.    Hoe zou de uitdrukking "geheimenis van het evangelie" kunnen worden vertaald

        in modern, alledaags Nederlands?

3.    Wat wordt er bedoeld met deze uitdrukking?

4.    Wanneer werd het evangelie voor het eerst aan zondaars gepredikt?

5.    Bij welke gebeurtenis treffen we "het geheimenis van het Evangelie" aan?/

6.    Wanneer en door wie werd "het geheimenis van het evangelie" het eerst bekendgemaakt?

7.    Wat hoopte Satan te bereiken met de kruisiging van Christus?

8.    Hoe overwon God hem?

9.    Wat is het verschil tussen voorzeggingen over het kruis en "de prediking van het kruis"?

10.  Welk Schriftgedeelte toont aan, dat de profeten zelf hun voorzeggingen betreffende het lijden van Christus, niet begrepen?

11.  Welke Schriftgedeelten tonen aan dat Christus' eigen apostelen, nadat zij "het evangelie" gedurende enige tijd gepredikt hadden,  niet wisten dat Hij zou sterven?

12.  Hoe kunt u bewijzen dat Jesaja 53 niet spreekt over de Christus Die sterft voor de zonden van alle mensen?

13.  Wat was het thema van de boodschap van Johannes de Doper?

14.  Predikte hij de dood van Christus tot vergeving van zonden?

15.  Hoe stelt Petrus het kruis voor in de Pinksterboodschap en wat verlangde hij ter vergeving van zonden? 

16.  Hoe gebruikte Philippus Jesaja 53 toen hij sprak met de kamerling?

17.  Wie predikte als eerste de boodschap van redding door genade, door het geloof in de dood van Christus?

18.  Wat wordt bedoeld met "het geheimenis van Gods wil"?

19.  Leg uit hoe "het geheimenis van het evangelie" en "het geheimenis van Gods wil" in verhouding staan tot de openbaring die gegeven is aan de apostel Paulus.

20.  Geef drie Schriftplaatsen als bewijs dat "het geheimenis" het eerst aan Paulus werd geopenbaard.

    [1]*/Voetnoot: Het woord evangelie betekent eenvoudig goed nieuws, en zo dient het ook steeds te worden gebruikt.

    [2]*/Voetnoot: Er is wel gezegd, dat onze Here twee van Zijn volgelingen verweet, dat zij niet geloofden al wat de profeten geschreven hadden over Zijn dood en opstanding, maar dit was na Zijn opstanding. Overigens hadden de profeten niet de prediking van het kruis voor vergeving van zonden voorspeld.

    [3]*/Voetnoot:Voor de wijze waarop de kruisiging van Christus voor Israel redding brengt, zie ook het boek van de auteur: "Het tweeledig doel van God".

    [4]*/Voetnoot: Vers 11: "door Zijn kennis zal mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken" wordt in Darby's New Translation vertaald: "door Zijn kennis zal Mijn knecht, de Rechtvaardige, velen onderrichten in rechtvaardigheid."

    [5]*/Voetnoot: Tezamen, als Degene in wie het lichaam is samengevoegd.

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011