H
O O F D S T U K III
HET
TWEELEDIG ASPECT VAN HET GEHEIMENIS
DE
TWEELEDIGE BETEKENIS VAN HET WOORD
Het
Griekse woord musterion,
in
de NBG Vertaling weergegeven als "geheimenis" en in
de Statenvertaling als "verborgenheid",
heeft een tweeledige betekenis. Het kan betekenen: dat wat verborgen is gehouden,
of het kan betekenen: iets dat alleen
door ingewijden kan worden begrepen. Het kan ook beide betekenissen
gelijktijdig hebben.
Het
oorspronkelijke woord komt wellicht dichter bij ons woord geheim
dan bij het woord mysterie. Wij
kunnen spreken over iets geheim houden,
niet verder vertellen, of we kunnen spreken van het
geheim van iemands succes, of de sleutel,
clou van zijn succes.
Bij
het grote, door Paulus geopenbaarde geheim worden beide betekenissen
gebruikt - soms tezamen:
1.
Het geheimenis is een waarheid, die met een bedoeling verborgen is gehouden
totdat zij aan en door de Apostel Paulus is geopenbaard: Hij zegt, dat het "..de openbaring der
verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest" (Rom.16:25),
"welke in andere eeuwen … niet is bekendgemaakt", "die van
alle eeuwen...verborgen is geweest in God" (Eph.3:5,9), "die
verborgen is geweest van alle
eeuwen en van alle geslachten" (Col.1:26).
2.
Nu het geopenbaard is, wordt het nog slechts
begrepen door de ingewijden: Daarom bidt de apostel: "Opdat
de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de
Geest der wijsheid en der openbaring in
Zijn kennis" (Eph.1:17 en vers
9), "dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle
wijsheid en geestelijk verstand", "De
verborgenheid...nu...geopenbaard is aan Zijn heiligen, aan wie God heeft
willen bekend maken welke de rijkdom der heerlijkheid
dezer verborgenheid is onder de heidenen", "der volle
verzekerdheid des verstands...tot kennis (Gr. epignosis, volle kennis) der
verborgenheid" (Col.1:9,26,27,2:2).
Het is daarom van groot belang dat we
om
verlichting en verstand door de Heilige Geest vragen bij de
studie van dit geweldige onderwerp.
HET
GEHEIM VAN HET EVANGELIE
of
HET
GEHEIM VAN HET GOEDE NIEUWS
Aan
het slot van de meest sublieme van al zijn brieven, schrijft de Apostel
Paulus:
"En (bidt) voor mij, opdat mij het woord gegeven worde in de opening
mijns monds met vrijmoedigheid, om DE VERBORGENHEID DES EVANGELIES bekend te
maken, "Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve
vrijmoedig moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken" (Eph.6:19,20).
De
uitdrukking "verborgenheid van het
evangelie", behoord
zorgvuldig te worden overwogen. De apostel spreekt hier niet van het goede
nieuws van een geheim, maar van het geheim
van, of sleutel tot, het goede
nieuws.*/[1]
HET GOEDE NIEUWS SINDS DE VAL
STEEDS VERKONDIGD
Samen
met het idee, dat de Oud-Testamentische heiligen vertrouwden op de komende
dood van Christus tot redding, bestaat er nog een al even onschriftuurlijk
idee, dat er nooit meer dan ייn evangelie zou zijn geweest.
Dit
zal uitvoerig worden besproken in een volgend hoofdstuk, maar
het is hier nodig om op
het eenvoudige feit te wijzen, dat vanaf de zondeval God evangelie, of goed
nieuws, aan zondaars heeft verkondigd.
Was
het geen evangelie, of goed nieuws, toen God aan Adam en Eva, beloofde dat
Eva's zaad uiteindelijk de kop van de slang zou vermorzelen (Gen.3:15)? Was
het geen goed nieuws, toen God aan Abraham verkondigde dat in hem alle
geslachten der aarde gezegend zouden worden (Gen.12:3;
Gal.3:8)? Was het geen goed nieuws toen God aan David beloofde om zijn
huis, troon en koninkrijk voor eeuwig te bevestigen (2 Sam.7:16)? Was het geen
goed nieuws toen God door de profeten openbaarde dat vrede, voorspoed en
zegening zouden heersen in het komende koninkrijk (Jes.2:2-4, 11:6-9, 35:1-7,
Jer.23:5)? Was het geen goed nieuws toen Johannes de Doper
Christus voorstelde en aankondigde dat het koninkrijk "nabij"
was (Matt.3:2,3)? Was het geen goed nieuws toen Petrus predikte, en hij later
het koninkrijk aan Israel aanbood,
roepende: "Bekeert
u...de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des
Heren; en Hij zal gezonden hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt
is" (Hand.3:19,20)?
Dit
alles was evangelie, of goed
nieuws, maar wat was "de
verborgenheid van het evangelie";
wat was het geheim van het
goede nieuws? Hoe kon een heilig en rechtvaardig God goed nieuws aan zondaars verkondigen?
Hoe kon Hij hen op een rechtvaardige manier
een hoopvolle toekomst aanbieden terwijl zij als zondaars Zijn toorn verdienden?
Het antwoord hierop vinden wij in de brieven van Paulus.
HET GEHEIM VAN HET EVANGELIE
DOOR
PAULUS VERKONDIGD
Als
er iets duidelijk is in de brieven van Paulus, is het wel het feit dat het
geheim van al Gods goede nieuws voor de mens geconcentreerd is op Golgotha.
Omdat Christus stierf voor de zonde kon God goed nieuws verkondigen aan
zondaars, of het nu ging om de komst van het duizend jarig rijk, de zegening
voor de volken door Abrahams zaad, of de uiteindelijke ondergang van satan.
Het was echter pas enige tijd na de kruisiging dat het geheim van het
evangelie geopenbaard werd aan en door de Apostel Paulus, en daarmee het beste
nieuws van alles: "het evangelie
van Gods genade".
De
verkondiging van "het evangelie van de genade van God" ging
vanzelfsprekend samen met de openbaring van het kruis,
het geheim van Gods goede nieuws. Inderdaad noemt de apostel zijn
aparte boodschap beide "het evangelie van Gods genade" (Hand.20:24) en "de
prediking van het kruis" (1Cor.1:18), want "het evangelie van
Gods genade" is "de prediking van het kruis",
het goede nieuws. Het is de verkondiging van de overvloedige genade
van God voor de mens door het vergoten bloed van Christus. Want in de
Paulinische boodschap draait alles om het kruis.
Overeenkomstig
de brieven van Paulus "hebben wij vergeving door
het bloed" (Eph.1:7), zijn wij gerechtvaardigd door
Zijn bloed" (Rom.5:9), "verzoend met God door de dood van Zijn Zoon" (Rom.5:10), "nabij gekomen door
het bloed van Christus" (Eph.2:13) en "rechtvaardigheid Gods in
Hem" want "God heeft Hem tot zonde gemaakt voor ons" (2Cor.5:21).
Het
verbond van de wet werd afgeschaft "aan
het kruis" (Col.2:14), de vloek der wet werd weggedaan door
het kruis (Gal.3:13), de "middelmuur des afscheidsels werd
weggebroken door het kruis (Eph.2:14,15)
en gelovige Joden en heidenen zijn verzoend met God in ייn lichaam door
het kruis (Eph.2:16).
Geen
wonder dat de apostel zijn boodschap "de prediking van het kruis"
noemt!
Voor
de gelovige is het aangrijpend, om het kruis te zien als Gods antwoord aan
satan, in eerste instantie leek het erop dat het kruis satan's de grootste
overwinning was. Satan had achter de schermen lang gewerkt om de komst van de
Verlosser te voorkomen. Hij had die tegengewerkt door te trachten alle
Hebreeuwse mannen uit de weg te ruimen in Egypte (Ex.1:16,22), door te pogen
het gehele volk te vernietigen door middel van Pharao (Ex.14), door te
trachten "al het koninklijk zaad" uit te roeien door
middel van Athalia (2Kron.22:10), en door te trachten opnieuw het ras
te vernietigen door middel van Haman (Esth.3:12,13).
Toen
de bedrieger werd overwonnen in deze en andere aanslagen op Christus, en de
Here ten laatste op aarde verscheen, verdubbelde satan zijn pogingen om Hem te
vernietigen. Als baby stond Herodes hem reeds naar het leven (Matt.2); in
Nazareth trachtten Zijn stadgenoten Hem van de steilte af te werpen
(Luk.4:29); een zware storm in Galilea wilde Hem doen verdrinken (Mark.4:37);
etc.
Ten
laatste leek het erop dat satan zou winnen. Hij was erin geslaagd Israels
bestuurders tegen Christus op te zetten (Joh.7:48), daarna de menigte (Matt.13:13-15),
toen velen van Zijn eigen discipelen (Joh.6:66,67) en ten slotte zelfs ייn
van de twaalven (Matt.26:14-16).
Sommigen denken dat satan poogde om de kruisiging te voorkomen,
maar wij moeten niet veronderstellen dat Satan begreep hoe het kruis zijn
nederlaag en onze verlossing zou teweegbrengen. Wij lezen duidelijk dat "satan voer in" Judas (Joh.13:27). Satan dacht, dat de
kruisiging van Christus Hem zou vernietigen.
Hoe moet hij zichzelf gelukgewenst hebben met het succes, toen onze Heer in
schande en ongenade stierf aan Golgotha's kruis!
Het
was ongetwijfeld een grote schok en teleurstelling voor hem toen Christus uit
de doden opstond, maar stel u zijn ongenoegen voor toen hij ontdekte dat hij
zichzelf beetgenomen had door Christus te kruisigen - dat God werkelijk
betaald had voor de zonden van de mens door de dood van Christus, zodat Hij de
grootste der zondaars kon redden, en hem kon uitzenden om "verlossing
door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom Zijner
genade" (Eph.1:7) aan te bieden.
Aldus bereikte satan het hoogtepunt van zijn carriere van bedrog, toen hij zichzelf
bedroog op Golgotha.
In
het licht hiervan is het niet vreemd dat satan de boodschap van genade, de
prediking van het kruis, nog bitterder haat en tegenstaat dan hij ooit het
profetisch programma heeft gehaat en tegengestaan. Zo is het ook niet vreemd,
dat het Gods plan is dat:"...nu door de gemeente
bekendgemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige
wijsheid Gods" (Eph.3:10).
HET GEHEIM VAN HET EVANGELIE NIET EERDER GEOPENBAARD DAN DOOR PAULUS
Wij moeten oppassen dat we niet aannemen dat profetieכn
m.b.t. de kruisiging hetzelfde
zijn als "de prediking van het kruis", of dat "de prediking van
het kruis" niets te doen heeft met het geheimenis
omdat de kruisiging zelf geprofeteerd was.
Voorspellingen
met betrekking tot de dood van Christus kunnen we vinden in talrijke passages
van het Oude Testament en in de vier verslagen van de aardse bediening van
onze Heere, maar nooit werden de verdiensten van Christus' dood verkondigd als de
grondslag voor redding in de tijd vףףr Paulus. De moeilijkheid is, dat
er zo veel werd ingelezen in deze
teksten, wat er niet staat.
Hoeveel hebben bijvoorbeeld Adam en Eva begrepen van het plan tot redding
vanuit de verklaring in Genesis 3:15? Als zij hieruit hadden begrepen dat de
komende Verlosser zou sterven, zouden zij dan niet meer hebben begrepen dan de
twaalf apostelen 4000 jaar later, terwijl zij met de Heere Zelf medewerkten en
"het evangelie van het koninkrijk" predikten (Luk.9:1-6,
18:31-34).*/[2]
Zou
een lezer veronderstellen,
dat het plan van God aan Adam en Eva zou zijn verklaard, dan zou zo'n
veronderstelling geheel ongegrond zijn. In feite toont het verhaal ons het
tegendeel.
Het
is nu duidelijk dat de Heilige
Geest in Psalm 22 de dood van Christus in gedachten had, maar wie zou gedroomd
hebben, totdat Christus stierf, dat het Zijn kruisdood beschreef, of dat de
roep waarmee het begint, die van onze gekruisigde Christus zou zijn? De
passage werd zelfs niet in de vorm van een voorspelling geschreven!
En
wat te zeggen van Jesaja 53? Wordt Christus hier niet afgebeeld als Degene Die
de zonden van der wereld draagt? Zij die dit veronderstellen hebben opnieuw
iets in de passage gelezen. Vers 6
luidt: "WIJ dwaalden ALLEN als
schapen...doch de HEERE heeft ONZER ALLER ongerechtigheid op Hem doen
aanlopen."
Als
de profeet zegt "wij allen",
zal de opmerkzame Bijbellezer zich natuurlijk afvragen: "wie
allen?" En hij zal ontdekken dat
Jesaja in vers 8 spreekt als een Hebreeuws profeet met betrekking tot zijn
eigen volk:
"Om
de overtreding MIJNS VOLKS is de plaag op Hem geweest."
De
profeet spreekt hier dus in de eerste plaats over de dood van de Messias,
alleen voor zover het het volk Israel*/[3] aangaat. Het is natuurlijk waar dat wij heidenen ook
dwaalden en dat de Here ook onze
ongerechtigheden op Christus gelegd heeft, maar dat is hier de kwestie niet.
De
toon van Jesaja 53 is een andere factor die niet over het hoofd moet worden
gezien. De profeet verkondigt de dood van Christus niet als het goede nieuws,
of biedt geen redding aan door Zijn
verdiensten zoals wij dit vandaag met vreugde kunnen doen. Integendeel, hij
begint op een teleurstellende
toon: "Wie
heeft onze prediking geloofd? Een rijsje...een wortel uit een dorre
aarde...geen
gedaante
noch heerlijkheid...geen gestalte dat wij Hem zouden hebben
begeerd...veracht...afgewezen...een Man van smarten en verzocht in
krankheid."
Wie
wil tere plantjes of wortels uit dorre aarde? Trek een mens
prachtige kleding aan, zet hem een kroon op, zet hem op een troon in
een paleis met duizend kamers, en de mensen zullen komen van de einden der
aarde om zijn voeten te kussen. Maar een mens zoals Jesaja hier beschrijft;
wie zal hem eer geven? Maar, vervolgt de profeet, Hij draagt onze zonden. Wij zijn de
schuldigen, en toch gaat Hij als
een lam ter slachting.
Let
wel op dat in alle profetieכn van Jesaja niets te vinden is over geloof in de
verdiensten van de Gekruisigde tot redding. Er is sprake van plaatsvervanging,
zeker, (die sommigen als het hoogtepunt van christelijke waarheid
beschouwen), maar plaatsvervanging op
zichzelf is nog geen goed nieuws. Vele onschuldige slachtoffers hebben ten
onrechte de straf gedragen voor de misdaad van anderen. Was dit iets om
verheugd over te zijn of om op te roemen?
Jesaja
wijst inderdaad aan, dat als de Messias komt, Hij zal worden afgewezen en
geslagen, dragende de schuld voor Israels zonden, maar dat is nog een heel
verschil met het verkondigen van de verdiensten van Christus' dood als een
aanbod tot redding dat dient aangenomen te worden in
geloof.*/[4]
Tenslotte
herinneren wij onze lezers eraan dat zelfs dit slechts een profetie
was die de profeet zelf waarschijnlijk ook niet verstond (1Petr.10-12), anders
zou hij zijn boek zeker met deze blijde boodschap hebben gevuld.
Maar
wist Johannes de Doper het geheim van het evangelie niet toen hij van Christus
zei: "Zie,
het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!"? (Joh.1:29)
Als hij dit wist waarom verkondigde hij dan "de
doop der bekering tot vergeving der zonden" (Mark.1:4)?
In
Matt.3:1,2 wordt ons het thema van de boodschap van Johannes gegeven: "En
in die dagen kwam Johannes de Doper en predikte in de woestijn van Judea,
"en zei: BEKEERT U, WANT HET KONINKRIJK DER HEMELEN IS NABIJ
GEKOMEN."
Als
Johannes begreep wat wij nu weten over de dood van Christus waarom was dat
dan niet zijn thema? Wij moeten de achtergrond van Joh.1:29 niet vergeten.
Johannes had berouwvolle zondaars gedoopt, en Jezus was met hen gekomen om ook
te worden gedoopt. "Doch
Johannes weigerde Hem zeer en zei: "Ik heb nodig door u gedoopt te
worden, en komt Gij tot mij?" (Joh.3:14).
Maar
Jezus stond erop te worden gedoopt. Hoewel volkomen zondeloos, kwam Hij als
een zondaar en werd "gerekend
met de overtreders". Is het vreemd dat Johannes, zich realizerend dat
hij zelf en de menigte degenen waren die bekering en reiniging nodig hadden,
Christus zou beschrijven als het Lam van God, dat de zonde der wereld draagt?
Wij zeggen nogmaals dat als Johannes de Doper zou hebben begrepen, dat
Christus zou sterven, hij meer wist dan de twaalven nadat zij met Christus
Zelf voor het merendeel aan Zijn aardse bediening hadden meegewerkt. Maar het
feit dat Johannes predikte zoals hij preekte, wijst erop dat hij
klaarblijkelijk niet meer wist dan zij.
Zelfs
na de kruisiging zagen de apostelen de dood van Christus niet direct als het
geheim van het evangelie. Petrus verwees,
zoals we gezien hebben, naar de kruisiging, maar bood
die niet aan tot redding. Hij verweet
zijn toehoorders de dood van Christus en riep hen op tot bekering en waterdoop
tot vergeving der zonden (Hand.2:36,38).
Nee,
zelfs Philippus predikte het kruis niet aan de kamerling uit Morenland als het
geheim van het evangelie. De kamerling las Jesaja 53. Toen predikte Philippus
hem Christus vanuit dit
Schriftgedeelte, en van daaruit bewees hij dat de gekruisigde Jezus de Messias
was, wiens komst Jesaja had voorzegd.
Lees
het verslag nauwkeurig. Nergens zegt het dat Philippus de kamerling onderwees
dat Christus voor hem gestorven was, of dat de kamerling op Zijn dood moest
vertrouwen tot redding. Philippus wees Jezus
aan als de Messias vanuit dit gedeelte en doopte de kamerling toen
hij beleed: "Ik geloof, dat Jezus
Christus de Zone Gods is" (Hand.8:37).
Maar
toch kan men tegenwerpen: Zegt Paulus niet, "Christus stierf voor onze
zonden, overeenkomstig de
Schriften?" Ja, Christus' dood was overeenkomstig de Schriften, maar
wij blijven erbij dat pas vanaf Paulus Zijn dood voor de zonde werd verkondigd
als het goede nieuws, en als de verborgenheid van בl het goede nieuws dat
eraan vooraf ging. Blijft het eenvoudige feit over dat de geprofeteerde
dood van Christus, het
geheim van het evangelie bleek te zijn.
Aldus
werd het feit van Christus' dood
voor de zonde van anderen "tevoren betuigd" (1Petr.1:11). Maar Paulus maakt het, door
openbaring, zeer duidelijk dat
het eeuwige plan van God in die dood, en het aanbod tot redding aan allen door
Zijn verdiensten zou worden
"...ZIJNDE
DE GETUIGENIS TE ZIJNER TIJD, waartoe ik gesteld ben een prediker en
apostel..." (1Tim.2:6,7).
Zoals
Petrus op Pinksteren zijn toehoorders had beschuldigd
van de kruisiging van Christus en hen had bevolen zich te bekeren en zich te
laten dopen tot vergeving der zonden (Hand.2:23,36,38), zo predikte Paulus de
kruisiging van Christus als goed nieuws
(1Cor.1:18). Bij Petrus op Pinksteren was het een zaak van schande; Paulus roemde erin
(Gal.6:14).
Het
was door Paulus, en door niemand vףףr Paulus, dat Christus werd "voorgesteld
tot een Verzoening DOOR HET GELOOF IN ZIJN BLOED" (Rom.3:25).
Het was Paulus die als eerste uitlegde hoe de mens
"onder
de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op HET GELOOF, DAT
GEOPENBAARD ZOU WORDEN" (Gal.3:23).
En het was Paulus, die als eerste werd gezonden om dat geloof te verkondigen.
Het
was Paulus, die als eerste gezegd heeft:
"MAAR
NU is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de
wet...""Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid IN DEZEN
TEGENWOORDIGEN TIJD; opdat Hij(God) rechtvaardig zij, en rechtvaardigende
dengene, die uit het geloof van Jezus is" (Rom.3:21,26). Het was Paulus,
die als eerste zei dat:"...Eיn voor allen gestorven is...ZO DAN WIJ
KENNEN VAN NU AAN NIEMAND NAAR HET VLEES..."(2Cor.5:15,16).
Paulus,
de voornaamste der zondaars, gered door genade, biedt
het kruis aan als de enige grond voor verlossing (Rom.3:24); hij roemt
erin (Gal.6:14); hij roept uit: "DIE
MIJ liefgehad HEEFT en Zichzelven voor MIJ overgegeven heeft!"
(Gal.2:20), "Gelijk ook Christus de gemeente liefgehad heeft en
Zichzelven voor haar heeft overgegeven!" (Eph.5:25), "Want de liefde
van Christus dringt ons...Hij is voor ALLEN gestorven" (2Cor.5:14,15).
HET MYSTERIE (OF GEHEIMENIS)
VAN GODS WIL
We
gaan nu verder van "de verborgenheid (geheimenis) van het evangelie"
(Eph.6:19) naar "de verborgenheid van Gods wil"
(Eph.1:9); van het geheim van het goede
nieuws, naar het goede nieuws van "het geheimenis", het plan dat
verborgen bleef, totdat het aan en door de Apostel Paulus werd geopenbaard.
Hiernaar verwijst hij in zijn woorden:
"Ons
bekendgemaakt hebende DE VERBORGENHEID VAN ZIJN WIL, naar Zijn welbehagen,
hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven;Om in de bedeling van de volheid van
de tijden, wederom alles tot ייn te vergaderen in Christus, beide wat in den
hemel en wat op de aarde is" (Eph.1:9,10).
In
deze passage, zowel als in vele andere die Paulus geschreven heeft, verwijst
de wil van God naar Zijn eeuwige
plan, en niet Zijn wil in ייn bepaald geval, of Zijn wil voor onze
levens. Daarom roept hij uit: "Daarom
zijt niet onverstandig, maar
verstaat wat de wil des Heeren is" (Eph.5:17. Zie ook Eph.1:5,11,
Col.1:9).
Zoals
wij reeds hebben aangegeven, is de verborgenheid van Gods wil, het in
Christus vergaderen van alles
wat in de hemel en op de aarde is. Dit is Zijn hoogste
plan. Allen die God toebehoren werden niet ineens tezamen vergaderd in
Christus. De verborgenheid van Gods wil bevatte dus de ontvouwing van een
nieuw programma, een nieuwe bedeling. In het kort is het geheimenis, zoals wij
het nu kennen, de heerlijke waarheid dat God Jood en heiden beiden besloten
heeft in ongeloof opdat Hij hun allen barmhartig zou zijn (Rom.11:32) en dat
Hij hen beiden zou verzoenen met God in ייn lichaam door het kruis (Eph.2:16).
De
hemelse positie van dit "יne lichaam", zijn geestelijke zegeningen,
zijn tegenwoordige verantwoordelijkheden, etc. zullen worden besproken in de
volgende hoofdstukken, maar het moet hier worden vastgesteld dat Gods eeuwige plan,
zo lang verborgen gehouden, direct verbonden is met het geheimenis van het evangelie, want de vervulling van dit plan is
de historische demonstratie van het feit dat de Christus Die gekruisigd werd
op Golgotha Zelf het geheimenis van al God's goede nieuws is.
Inderdaad het was door de onthulling van Zijn lang-verborgen plan,
dat God "het geheimenis van het evangelie" bekend gemaakt heeft.
GODS GEHEIMENIS NIET EERDER
GEOPENBAARD DAN DOOR PAULUS
Het
is belangrijk om vast te stellen, dat wij niet eerder dan bij Paulus lezen dat
God " ons bekendgemaakt hebbende
de verborgendheid van Zijn wil". Het is deze geheime plan,
zowel als het geheimenis van het evangelie, dat hij "mijn
evangelie" noemt, en benadrukt dat "die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest" (Rom.16:25).
Hij
is het, die als eerste bekend maakt "de
wijsheid Gods bestaande in verborgenheid die bedekt was, welke God tevoren
verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was"
(1Cor.2:7).
Het is hij die weer naar deze geheime bedoeling verwijst en uitlegt
"dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid,
"welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt
",
dat het "onnaspeurlijk" was,
niet te vinden in de tot dan toe geschreven Schriften, en "van alle eeuwen verborgen is geweest in God" (Eph.3:3-9).
Hij is het, die spreekt van:
" NAAR DE BEDELING GODS, DIE MIJ GEGEVEN IS AAN U, OM TE VERVULLEN HET WOORD GODS; NAMELIJK DE VERBORGENHEID, DIE VERBORGEN IS
GEWEEST VAN ALLE EEUWEN EN VAN ALLE GESLACHTEN, MAAR NU GEOPENBAARD IS AAN
ZIJN
HEILIGEN, AAN WIE GOD HEEFT WILLEN BEKEND MAKEN, WELKE ZIJ DE RIJKDOM DER
HEERLIJKHEID DEZER VERBORGENHEID ONDER DE HEIDENEN, WELKE IS CHRISTUS ONDER
U*/[5], DE HOOP DER
HEERLIJKHEID" (Col.1:25-27).
VRAGEN
1.
Wat is de tweeledige betekenis van het woord geheimenis, verborgenheid?
2.
Hoe zou de uitdrukking "geheimenis van het evangelie"
kunnen worden vertaald
in modern, alledaags Nederlands?
3.
Wat wordt er bedoeld met deze uitdrukking?
4.
Wanneer werd het evangelie voor het eerst aan zondaars gepredikt?
5.
Bij welke gebeurtenis treffen we "het geheimenis van het
Evangelie" aan?/
6.
Wanneer en door wie werd "het geheimenis van het evangelie"
het eerst bekendgemaakt?
7.
Wat hoopte Satan te bereiken met de kruisiging van Christus?
8.
Hoe overwon God hem?
9.
Wat is het verschil tussen voorzeggingen
over het kruis en "de
prediking van het kruis"?
10.
Welk Schriftgedeelte toont aan, dat de profeten zelf hun voorzeggingen
betreffende het lijden van Christus, niet begrepen?
11.
Welke Schriftgedeelten tonen aan dat Christus' eigen apostelen, nadat
zij "het evangelie" gedurende enige tijd gepredikt hadden,
niet wisten dat Hij zou sterven?
12.
Hoe kunt u bewijzen dat Jesaja 53 niet
spreekt over de Christus Die sterft voor de zonden van alle mensen?
13.
Wat was het thema van de boodschap van Johannes de Doper?
14.
Predikte hij de dood van Christus tot vergeving van zonden?
15.
Hoe stelt Petrus het kruis voor in de Pinksterboodschap en wat
verlangde hij ter vergeving van zonden?
16.
Hoe gebruikte Philippus Jesaja 53 toen hij sprak met de kamerling?
17.
Wie predikte als eerste de boodschap van redding door genade, door het
geloof in de dood van Christus?
18.
Wat wordt bedoeld met "het geheimenis van Gods wil"?
19.
Leg uit hoe "het geheimenis van het evangelie" en "het
geheimenis van Gods wil" in verhouding staan tot de openbaring die
gegeven is aan de apostel Paulus.
20.
Geef drie Schriftplaatsen als bewijs dat "het geheimenis" het
eerst aan Paulus werd geopenbaard.