|
H O O F D S T U K
II
PROFETIE EN GEHEIMENIS
DE BELANGRIJKSTE INDELING VAN DE BIJBEL
De
veronderstelling dat de belangrijkste indeling van de Bijbel die tussen het
Oude- en Nieuwe Testament zou zijn, wordt dikwijls als volgt uitgedrukt:
"Het Oude Testament is voor de Joden; het Nieuwe Testament is voor
ons."
Dit
is niet helemaal juist. Ten eerste geven de titels Oude-en
Nieuwe Testament geen goede beschrijving van de inhoud van de twee
Bijbeldelen.
Het
verbond van de wet, (later genoemd het
oude verbond, of testament), werd
niet eerder gesloten dan nadat ongeveer 2500 jaren van menselijke historie waren
verlopen. Ongeveer 1500 v.Chr., "Is
de wet door Mozes gegeven" (Joh. 1:17, Exodus 19 en 20). Verder weten
wij over deze tijdsperiode dat er:
"van Adam tot Mozes er geen wet
was" (Rom. 5:13,14). De wet was nog niet gegeven.
Dit
houdt in dat er in het boek Genesis geen enkel woord te vinden is over het Oude
Testament. Zelfs het volk Israכl wordt niet eerder volk genoemd dan bij de
uittocht uit Egypte (zie het boek Exodus). Indien dan het Oude Testament voor de
Joden is, en het Nieuwe Testament voor ons, voor wie is dan het boek Genesis
geschreven?
Het
Nieuwe Testament ontstond na de dood van Christus: "...Hij
is de Middelaar van het Nieuwe Testament (Verbond), opdat, de dood daartussen
gekomen zijnde, tot verzoening ...degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der
eeuwige erve ontvangen zouden" (Heb. 9:15).
In
het licht van de komende kruisiging, zei onze Here
tegen Zijn discipelen: "Deze
drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten
wordt." (Luk. 22:20).
Dit
betekent dat het grootste gedeelte van de zgn. vier evangelieכn meer slaat op
het Oude Testament, dan op de geschiedenis van het Nieuwe Testament. En dat onze
Here en Zijn discipelen leefden onder het Oude Verbond en niet onder het Nieuwe
merk op, dat zowel het Oude- als het Nieuwe Testament, uitsluitend
werden gesloten met het volk Israכl.
(uiteraad heeft dit ook invloed op ons). Het Nieuwe Testament belooft dat
Israכl op zekere dag, zal gehoorzamen aan wat in het Oude Testament staat
geschreven. (Deut. 5:1-3, Jer. 31:31).
De
belangrijkste indeling in de Bijbel is dan niet, die tussen het zogenaamde Oude-
en Nieuwe Testament. Maar die tussen profetie
en geheimenis, zoals verkondigd door de apostel Paulus.
Juist
in de openingswoorden van de Bijbel staat: "In
den beginne schiep God de hemel en de aarde". Er staat niet dat Hij het
heelal schiep, maar de hemel en de aarde. God heeft een doel met de aarde en een doel met de hemel. Het
profetisch plan spreekt over Gods doel met de
aarde en het regeren van Christus daarover (II Petr. 1:16-19). Het geheimenis spreekt over Gods doel met de hemel en onze ontmoeting daar met Christus, (Ef. 2:4-10, 3:1-4). Dit zijn in het kort de twee belangrijkste
onderwerpen die we in de Bijbel kunnen onderscheiden.
Met
betrekking tot het Koninkrijk op aarde, zegt Zacharias: "Geloofd
zij de Here, de God Israכls, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg
gebracht voor Zijn volk; "En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht in
het huis van David, Zijn knecht;
"GELIJK
HIJ GESPROKEN HEEFT DOOR DE MOND VAN ZIJN HEILIGE PROFETEN, DIE VAN HET BEGIN
DER WERELD GEWEEST ZIJN;" (Luk.
1:68-70).
Op
het Pinksterfeest sprak Petrus over het afwezig zijn van Christus en de tekenen
van Zijn wederkomst. Hij zei vervolgens: "Welken
de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, DIE GOD
GESPROKEN HEEFT DOOR DE MOND VAN AL ZIJN HEILIGE PROFETEN VAN ALLE EEUW.
"EN OOK AL DE PROFETEN, VAN SAMUEL AAN EN DIE DAARNA GEVOLGD ZIJN, ZOVELEN
ALS ER HEBBEN GESPROKEN, DIE HEBBEN OOK DEZE DAGEN TE VOREN VERKONDIGD" (Hand.
3:21,24).
Over
de gemeente "het lichaam van Christus", en haar hemelse roeping en
positie, wordt geen woord gesproken in de profetische Schriften. Dit plan hield
God geheim totdat Hij het als eerste aan de apostel Paulus openbaarde. De
apostel zegt hierover: "DE VERBORGENHEID, DIE VAN DE TIJDEN DER EEUWEN VERZWEGEN IS
GEWEEST;" (Rom. 16:25). "EEN
VERBORGENHEID, DIE BEDEKT WAS, WELKE GOD TEVOREN VERORDINEERD HEEFT TOT
HEERLIJKHEID VAN ONS, EER DE WERELD WAS" (I Kor. 2:7)."IN
ANDERE EEUWEN... NIET IS BEKEND GEMAAKT" (Ef. 3:5)."DIE
VAN ALLE EEUWEN VERBORGEN IS GEWEEST IN GOD" (Ef. 3:9) "DE
VERBORGENHEID, DIE VERBORGEN GEWEEST IS VAN ALLE EEUWEN EN VAN ALLE
GESLACHTEN..." (Kol. 1:26).
Er
is dan ook een groot verschil tussen dat wat werd "gesproken
door de mond van alle (Gods) heilige profeten sedert de wereld begon" en
dat wat werd "verborgen
gehouden sedert de wereld begon."
PROFETIE EN HET MESSIAANSE
KONINKRIJK
Zoals
we al hebben gezien, was Gods plan om het Messiaanse Koninkrijk op aarde te
vestigen, voor de Joden ten tijde van Christus geen geheim. Het Koninkrijk op
aarde was juist het hoofdthema van de Oud - Testamentische profetieכn. Enige
van de belangrijkste kenmerken zijn:
1.
Het Koninkrijk wordt op aarde gevestigd: "Ik
zal u geven...de einden DER AARDE tot Uw bezitting" (Ps. 2:8). "DE
AARDE zal vol zijn van de kennis des Heren" (Jes. 11:9). "Een
koning zal regeren en voorspoedig zijn, en zal recht en gerechtigheid doen op DE
AARDE" (Jer. 23:5). "Hij
zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het
recht OP AARDE zal hebben besteld" (Jes. 42:4).
De
engelen bevestigden dit na de geboorte van Jezus door God te prijzen: "Ere
zij God in de hoogste hemelen, en vrede OP AARDE, in de mensen een
welbehagen!" (Luk. 2:14).
Onze
Here bevestigde dit ook Zelf: "Zalig
zijn de zachtmoedigen; want zij zullen HET AARDRIJK beכrven" (Matt.
5:5), en heeft Zijn discipelen geleerd om te bidden: "Uw koninkrijk KOME. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook
OP DE AARDE" (Matt. 6:10).
Het
Koninkrijk wat Johannes de Doper, onze Here, en de twaalf discipelen
verkondigden als zijnde "nabij
gekomen", was inderdaad "het koninkrijk der hemelen" (Matt. 3:1,2; 4:17; 10:5-7), Dit Koninkrijk zou
uiteindelijk op aarde gevestigd
worden. Omdat de vestiging van het koninkrijk nu nog niet zover is, is het in
Christus Zelf in de hemel (Kol. 1:13). Het
doel van het profetische plan blijft
de vestiging van het Koninkrijk op
aarde (Rom. 11:25-29).
2.
Het Koninkrijk zal een theocratie zijn. God Zelf zal in de persoon van
Christus regeren: "Gij zult Zijn
naam heten Emmanuכl; dat is overgezet zijnde: God met ons." (Jes.
7:14, Matt. 1:23). "En men noemt
Zijn naam...Sterke God" (Jes. 9:5). "En
de Here zal tot koning over de ganse aarde zijn" (Zach. 14:9). "Koning,
de Here der heerscharen" (Zach. 14:16).
3.
Het centrum van het Koninkrijk zal Jeruzalem, Israכls hoofdstad, zijn: "Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des Heren uit
Jeruzalem" (Jes. 2:3). "...als
de Here der heerscharen regeren zal op de berg Sion en te Jeruzalem" (Jes.
24:23). "In die tijd zullen zij
Jeruzalem noemen, de troon des Heren" (Jer. 3:17). Zo zal Hij
allereerst regeren over Israכl (Micha 5:1).
De
engel Gabriכl (Luk. 1:32,33), de wijzen uit het oosten (Matt. 2:12), en de Here
Zelf bevestigden dit allen (Matt.19:28).
4.
Het Koninkrijk zal zich over de gehele aarde uitbreiden: "Ja,
alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen, alle heidenen zullen Hem
dienen." (Ps. 72:11). "En
Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken,
natiכn en tongen eren zouden;" (Dan. 7:14). "Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om de Here
der heerscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht van de Heren te
smeken." (Zach. 8:22).
5.
Dan zal geheel Israכl behouden worden: "want
zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste
toe" (Jer. 31:34). "Ik zal ze verlossen...en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot
een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn" (Ezech. 37:23). Paulus
bevestigt dit o.a. in Rom. 11:26.
6.
In het Koninkrijk zal Israכls lijden en verdriet voorbij zijn: "Spreekt naar het hart van Jeruzalem...dat haar strijd vervuld is,
dat haar ongerechtigheid verzoend is," (Jes. 40:2). "...dat
hun gegeven wordt sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des
lofs voor een benauwde geest;" (Jes. 61:3). "vrolijkheid
en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen
wegvluchten" (Jes. 35:10).
7.
Dan zal Israכl een zegen worden voor alle volkeren: "En
de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot de glans, die u is
opgegaan." (Jes. 60:3). "En
het zal geschieden, zoals gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israכls, geweest
zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik u behoeden, en gij zult een
zegening wezen" (Zach. 8:13). "Het
zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen,
grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodse man, zeggende: Wij
zullen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is" (Zach.
8:23).
Deze beloften dateren uit de
tijd van het verbond van God met Abraham: "Ik zal uw zaad zeer vermenigvuldigen...en in uw zaad zullen
gezegend worden alle volken der aarde," (Gen. 22:17,18).
8.
De regering zal gezuiverd worden: "Maar
Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met
rechtmatigheid bestraffen;" (Jes. 11:4). "Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof,
wat in haar gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Here HERE gerechtigheid en
lof doen uitspruiten voor al de volken" (Jes. 61:11). "Die
zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen
op de aarde." (Jer. 23:5).
9.
Oorlog en bloedvergieten zal niet meer plaatsvinden.[1]
"En
men noemt Zijn naam...Vredevorst"
(Jes.
9:5). "En Hij zal richten onder de
heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot
spaden, en hun spiesen tot sikkels; het יne volk zal tegen het andere volk geen
zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren." (Jes. 2:4).
10.
Het menselijk geslacht wordt weer gezond en de levensduur wordt langer: "Alsdan zullen de ogen der blinden opengedaan worden, en de oren
der doven zullen geopend worden. Alsdan zal de kreupele springen als een hert,
en de tong van de stomme zal juichen" (Jes. 35:5,6). "Van
daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oude man, die
zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud
zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden."
(Jes. 65:20)
11.
Er is vrede in het dierenrijk: "En
de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij de geitenbok neerliggen; en
het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee tezamen, en een klein jongske zal ze
drijven. De koe en de berin zullen tezamen weiden, haar jongen zullen tezamen
neerliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os. En een zuigeling zal zich
vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand
uitsteken in de kuil van de basilisk. Men zal nergens leed doen noch verderven
op de ganse berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van de kennis des
HEREN zijn." (Jes. 11:6-9).
12.
De vloek wordt uit het plantenrijk weggenomen: "De
woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal
zich verheugen, en zal bloeien als een roos. Zij zal lustig bloeien...want in de
woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis. En het dorre land
zal tot staand water worden, en het dorstige land tot springaders der
wateren" (Jes. 35:1,2,6,7)
HET PROFETISCHE WOORD
EN
DE GELOVIGE VANDAAG
De
gehele Bijbel is uiteraard Gods Woord, en belangrijk voor Gods kinderen. Toch
zal de student van het Woord ontdekken, dat bepaalde Schriftgedeelten meer
gericht zijn op anderen dan op zichzelf. En in die zin belangrijker voor degenen
die er direct bij betrokken waren.
Neem
bijvoorbeeld de opdracht om het Pascha te vieren. Deze opdracht werd aan het
volk Israכl gegeven, tijdens de bedeling van de wet, en was dus belangrijker
voor hen, dan voor ons.
Op
dezelfde wijze heeft profetie (behalve die van Paulus) direct
betrekking op Israכl en de volkeren, en niet op de gemeente "het lichaam
van Christus".
Interesse
in het profetische woord is wel aan te bevelen, maar er is een andere
belangrijke waarheid die meer direct op ons betrekking heeft.
Wanneer
God uiteindelijk het volk Israכl (tijdelijk) terzijde stelt, zegt Hij, door de
apostel Paulus:
"Het
zij u dan bekend, dat de ZALIGHEID GODS TOT DE HEIDENEN GEZONDEN IS, en dezen
zullen horen." (Hand.
28:28).
Daarom
zegt Paulus, geןnspireerd: "...IK SPREEK TOT U, HEIDENEN, VOOR ZOVER IK DE APOSTEL DER
HEIDENEN BEN, MAAK IK MIJN BEDIENING HEERLIJK;" (Rom. 11:13).
Omdat
het profetische programma met het volk Israכl, tijdelijk terzijde gesteld is,
bestaat de Gemeente, met Paulus als haar apostel, nu hoofdzakelijk uit heidenen
naar het vlees.
Daarom
spreekt de apostel over "deze verborgenheid onder de heidenen" (Kol. 1:27) en zegt
tegen de gelovigen van vandaag: "Want
ik wil niet, broeders, dat u DEZE VERBORGENHEID onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), DAT DE
VERHARDING (BLINDHEID) VOOR EEN DEEL OVER ISRAEL GEKOMEN IS, TOTDAT DE VOLHEID
DER HEIDENEN ZAL INGEGAAN ZIJN" (Rom. 11:25).
Wanneer
de bedeling van Gods genade beכindigd zal zijn, zal God Zijn plan met het volk
Israכl weer opnemen en het profetische programma voleindigen, zoals ook de
volgende teksten weergeven: "En alzo zal GEHEEL ISRAEL ZALIG WORDEN, GELIJK GESCHREVEN IS: De
Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. EN DIT
IS HUN EEN VERBOND VAN MIJ..." (Rom. 11:26,27).
Dat
het profetische programma onderbroken is, is een waarheid die wij goed in onze
gedachten moeten houden. Het profetische woord is
en blijft Gods woord, en is even
belangrijk als elk ander deel van de Schrift, maar het heeft betrekking op Israכl
en de volkeren, en niet op de Gemeente "het
lichaam van Christus".
Daarom
zegt Petrus, en niet Paulus:*[2]
"En
wij hebben het profetische woord[3] dat zeer vast is, en gij
doet wel dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere
plaats, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in uw harten." (II
Petr. 1:19).
Het
is juist Johannes, en niet Paulus, die in zijn inleiding tot het boek
Openbaringen schrijft: "Zalig is hij
die leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren,
hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is nabij." (Openb. 1:3).
Natuurlijk
zal een ieder die eerbiedig welk deel dan
ook van het boek Openbaringen gaat lezen en bestuderen, zegen ontvangen. Maar degenen die
het boek Openbaringen gaan lezen en
gehoorzamen in de dagen van de naderende openbaring van Christus in Zijn glorie
voor het volk Israכl, zullen bijzondere zegen ontvangen.
Daarom
is het heel belangrijk om te weten dat, alle Schrift inderdaad voor ons is, maar
dat de brieven van Paulus onze privי-post
bevatten. Paulus werd speciaal door God gekozen als de apostel voor de heidenen,
en als degene door wie het geheimenis zou worden geopenbaard.
Wat
is het jammer dat in deze bedeling van Gods genade, de kerk overloopt van
"profetische experts", terwijl er zo weinig "experts" in
"dit geheimenis onder de heidenen" zijn!
DE OPENBARING VAN HET GEHEIMENIS
In
de Bijbel lezen we over verschillende "geheimenissen",
maar ייn van hen is buitengewoon, nl. het geheimenis wat door openbaring aan
de apostel Paulus is bekendgemaakt.
Toen
de Here Jezus, de Messias, voor 't eerst op aarde kwam, vestigde God Zijn
Koninkrijk niet onmiddellijk. Het Koninkrijk werd eerst aangekondigd als zijnde "nabij".
Deze aankondiging en het aanbod van het Koninkrijk was uiteraard gericht tot het
volk Israכl. De heidenen waren reeds lang opgegeven, "omdat zij het niet goed dachten God te erkennen" (Rom.
1:28). Maar Israכl was niet beter dan de heidenen, vooral toen zij de uit de
hemel gezonden Koning gevangen namen, en aan het kruis nagelden. Ook nadat God
Hem uit de doden had opgewekt, bleven zij de opgestane en verheerlijkte Christus
trotseren. Zij voerden tevens een meedogenloze oorlog tegen degenen, die
Christus wel durfden te erkennen als hun Messias.
"Hij
was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet
gekend. "Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet
aangenomen." (Joh.
1:10,11).
Dit
alles geschiedde voordat Christus werkelijk zou gaan regeren. God stond de mens
toe om zijn eigen morele mislukking te uiten en te ontdekken dat de komst van
het Koninkrijk niet het resultaat is van zijn eigen inspanningen, maar van Gods
genade en kracht. De mens deed alles om de komst van het Koninkrijk te verhinderen.
Maar,
"waar de zonde meerder geworden is,
daar is de genade veel meer overvloedig geweest;" (Rom. 5:20). Toen
Israכl haar Messias afwees, stelde God haar (tijdelijk) opzij, tesamen met de
andere volken, opdat Hij aan al Zijn vijanden, overal, verzoening door genade
alleen, zou kunnen aanbieden, door geloof in de afgewezen Christus. Aldus werd "de bedeling van Gods genade" ingevoegd (Ef. 3:2), zodat
zij, die gewillig waren om Gods genade te accepteren, met Hem verzoend zouden
worden in ייn lichaam, door het kruis (Ef. 2:16).
"WANT
GOD HEEFT HEN ALLEN ONDER DE ONGEHOORZAAMHEID BESLOTEN, OPDAT HIJ HUN ALLEN
BARMHARTIG ZOU ZIJN"
(Rom. 11:32).
"EN
OPDAT HIJ DIE BEIDEN MET GOD IN ֹֹN LICHAAM ZOU VERZOENEN DOOR HET KRUIS, DE
VIJANDSCHAP DAARAAN GEDOOD HEBBENDE. "En komende, heeft Hij door het
Evangelie vrede verkondigd u (heidenen) die verre waart, en hen, (Israכlieten)
die nabij waren" (Ef.
2:16,17).
Wij
kunnen niets hierover in de profetieכn lezen. Het was een genadegeschenk,
"verborgen sinds eeuwen en generaties"; "geheim gehouden sinds
het begin van de wereld". De belangrijkste kenmerken van dit, tot dan toe
niet geopenbaarde programma, zijn:
1.
Israכl wordt tijdelijk terzijde gesteld, tesamen met de heidenen: "Israכl heeft niet verkregen wat het zoekt" (Rom. 11:7). "De
val van hen" (Rom. 11:12). "Hun
verwerping" (Rom. 11:15). "Door
ongeloof afgebroken" (Rom. 11:20). "Want
God heeft hen allen besloten onder ongehoorzaamheid" (Rom. 11:32).
2.
Aan allen wordt dezefde genade geschonken: "Want
God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, OPDAT HIJ HUN ALLEN
BARMHARTIG ZOU ZIJN." (Rom. 11:32). "Want er is GEEN ONDERSCHEID, noch van Jood noch van Griek; want
EENZELFDE IS HERE VAN ALLEN, RIJK OVER ALLEN, DIE HEM AANROEPEN. Want een ieder,
die de Naam des Heren zal aanroepen, zal zalig worden." (Rom.
10:12,13). "Want er is ייn God, er
is ook ייn Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;" (I
Tim. 2:5).
3.
De boodschap van het evangelie van Gods genade, door het volbrachte werk
van Christus, is zoals Paulus dat getuigt "de
dienst welke ik van de Here Jezus ontvangen heb, om te betuigen HET EVANGELIE
DER GENADE GODS, die mij gegeven is aan u" (Hand. 20:24, Ef. 3:2).
4.
Gelovigen worden verzoend met God door het kruis: "Want
God was in Christus de wereld met Zichzelf VERZOENENDE" (II Kor. 5:19).
"Opdat Hij die beiden (Joden en
Heidenen) met God zou VERZOENEN ...DOOR HET KRUIS" (Ef. 2:16). "Toen
wij vijanden waren, met God VERZOEND zijn DOOR DE DOOD VAN ZIJN ZOON" (Rom.
5:10). "En Hij heeft u, die eertijds
vervreemd waart, en vijanden...nu ook VERZOEND, in het lichaam Zijns vleses,
DOOR DE DOOD," (Kol. 1:21,22).
5.
Joodse en heidense gelovigen worden aldus gedoopt in ייn lichaam: "Opdat Hij die beiden met God in ֹֹN LICHAAM zou verzoenen door
het kruis" (Ef. 2:16). "Dat
de heidenen medeכrfgenamen zijn, en van HETZELFDE LICHAAM (van een samengevoegd
lichaam) en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus, door het
Evangelie" (Ef. 3:6). "ֹֹN
LICHAAM is het" (Ef. 4:4). "Want
ook wij allen zijn door ייn Geest tot ֹֹN LICHAAM gedoopt; hetzij Joden,
hetzij Grieken" (I Kor. 12:13). "En
gij zijt HET LICHAAM VAN CHRISTUS, en leden in het bijzonder." (I Kor.
12:27). "Alzo zijn wij velen ֹֹN
LICHAAM in Christus, maar elkeen afzonderlijk zijn wij elkanders leden" (Rom.
12:5). "Want zovelen als gij in
Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is noch Jood noch
Griek...want gij allen zijt ייn in Christus Jezus." (Gal. 3:27,28).
6.
Dit lichaam van gelovigen heeft een plaats gekregen in de hemelse
gewesten: "En (God) heeft ons mede
(samen) opgewekt, en heeft ons mede (samen) gezet in de hemel in Christus
Jezus," (Ef. 2:6). "Die
(God) ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in
Christus." (Ef. 1:3). "Maar
onze wandel is in de hemelen" (Fil. 3:20). "Indien
gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar
Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven
zijn...want... uw leven is met Christus verborgen in God." (Kol.
3:1-3).
Wat
een verschil met de regering van Christus op aarde te Jeruzalem, over Israכl en
de heidenen! In die tijd zal er vrede op aarde zijn, en Israכl zal als volk
behouden worden. Er zullen geen oorlogen en ziekten meer zijn. Het dierenrijk
zal getemd worden, en tenslotte zal de vloek van het plantenrijk weggenomen
worden.
Wat
is het jammer, dat deze belangrijke verschillen tussen profetie en geheimenis,
niet door velen worden waargenomen!
GOD
OP ZIJN WOORD GELOVEN
Vanwege
het niet erkennen van het geheimenis: "het Lichaam van Christus",
hebben sommigen verondersteld dat het nodig is om sommige Bijbelse profetieכn
aan de huidige situatie van Israכl, en de kerk van deze tijd aan te passen. Men
zag aan de ene kant dat de vervulling van profetie na de kruisiging van Christus
ophield, terwijl er nog veel profetieכn vervuld moesten worden.
Daarom
veronderstelden zij dat God iets anders bedoelde toen Hij zei dat Christus, als
Koning van Israכl, op de troon van David in Jeruzalem zou regeren.
Zij
zijn van mening, dat deze dingen een "geestelijke"
bedoeling hadden, en kwamen tot de conclusie dat Christus nu
op "Davids troon" aan
Gods rechterhand zit. Zij hebben daarmee het aardse Jeruzalem met "het
Jeruzalem dat van boven is" verward. Zij hebben ook andere conclusies
getrokken, o.a. dat de kerk van vandaag het "geestelijke" Israכl is,
en dat de hemel Kanaהn zou zijn.
In
werkelijkheid is deze benadering van de Schrift helemaal niet geestelijk. Het is
juist vleselijk; en niet geestelijk
om God niet op Zijn Woord te geloven, en de moeilijkheden zomaar weg te
redeneren, door wat duidelijk geschreven staat te veranderen...
Wij
wijzen deze uitleg af omdat:
1.
Het ons overlevert aan de genade van theologen. Als de Schriften iets
anders bedoelen dan wat er staat, wie heeft de authoriteit om te beslissen wat
zij bedoelen? Als theologen deze authoriteit hebben, dan moeten we de leer van
Rome accepteren, dat de Kerk en niet de Bijbel, de belangrijkste authoriteit is.
Het zal dan niet langer voldoende zijn om zich tot de Schriften te wenden, ten
einde verlicht te worden, want het Woord van God bedoelt niet wat het zegt, en
alleen opgeleide theologen kunnen ons vertellen wat wordt bedoeld.
2.
Het tast Gods waarachtigheid aan. Het is zelfs een bedreiging van
Zijn eer. Als het onmogelijk is om op de zichtbare, natuurlijke bedoeling van de
Oud-Testamentische beloften te steunen, hoe kunnen we dan op enige andere
belofte van God vertrouwen? Wanneer Hij zegt: "Hij
die de naam van de Heer aanroept zal behouden worden", bedoelt God hier
dan ook wat anders? Dit is ondenkbaar bij God, omdat het alleen
maar juist is, dat degene aan wie iets beloofd is, ook een goed begrip heeft
van de belofte, en dat men ook het recht heeft aanspraak te maken precies op datgene wat beloofd is. Een klein kind
zal zeggen: "Indien God niet meent
wat Hij zegt, waarom zegt Hij dan niet wat Hij meent"?
3.
Het draagt bij tot afvalligheid. Dit is inderdaad de kern
van afvalligheid. Wanneer Luk. 1:32.33 wordt "vergeestelijkt", dan
stemt de modernist daar van harte mee in. Hij stemt erin toe dat de troon van
David en het huis Israכls in dit gedeelte moet worden beschouwd in
"geestelijke zin" -en zo ook de
volgende paar verzen! Werd Christus werkelijk uit de maagd Maria geboren? Of
is het alleen maar een geestelijk beeld om ons van Zijn bijzondere
persoonlijkheid te overtuigen?
Op
dezelfde wijze ontkent de modernist de wederopstanding. In verband met Hand.
2:30-32 wordt geargumenteerd dat omdat het bezetten van de troon van David door
Christus niet werkelijk heeft plaatsgevonden, zo is Hij
ook niet werkelijk uit de dood opgestaan! De Schriften die dit zeggen dienen
"geestelijk" te worden geןnterpreteerd!
En
dan komt er iemand naar u toe van de zgn. "Jehova's
getuigen" en zegt dat hij behoort tot de 144.000. Als u dan aan hem
vraagt "tot welke stam behoort u?", dan zal hij uitleggen dat in de
profetie van de 144.000 niet de lichamelijke, maar "geestelijke" Israכlieten
worden bedoeld. Toch wordt ons duidelijk verteld dat er 12.000 van
iedere stam zullen zijn, en de stammen worden ook genoemd!
Rome
gebruikt dezelfde redenering. Zij tracht het Koninkrijk van Christus op aarde te
verwezenlijken! Omdat de Kerk van Rome een werkelijk politiek systeem is, met
een staat en een heerser op aarde, lijkt het alsof zij op een letterlijke
interpretatie van profetie steunt.
Maar
dit is niet zo, omdat de Kerk van Rome niet werkelijk Israכl is, Rome niet
Jeruzalem, en Christus niet Zelf regeert.
Degenen
die de profetische geschriften "vergeestelijken",
doen dit, omdat zij de (schijnbare) stilstand van hun in vervulling gaan niet
zien. Hun probleem zou opgelost zijn, wanneer zij het geheimenis erkennen. Erken
het geheimenis, en er zal geen behoefte zijn om profetie te veranderen.
HET BELANG VAN HET GEHEIMENIS VOOR ONS
Laat
ons, voordat deze grote waarheid verder wordt beschouwd, kennis nemen van het
grote belang hiervan voor ons. Wij zeggen voor
ons, omdat Paulus in 't bijzonder met deze openbaring, tot de heidenen
werd gezonden (Ef. 3:1-3).
1.
God heeft het bekendgemaakt: "ONS
BEKEND GEMAAKT HEBBENDE DE VERBORGENHEID VAN ZIJN WIL" (Ef. 1:9).
2.
Het is Zijn wil dat allen het zullen zien: "EN
ALLEN TE VERLICHTEN, DAT ZIJ MOGEN VERSTAAN, WAT DE GEMEENSCHAP (Gr.oikonomia,
BEDELING) DER VERBORGENHEID (GEHEIMENIS) IS" (Ef. 3:9).
3.
Paulus vroeg om gebed voor open deuren om het bekend te maken: "Biddende...DAT GOD ONS DE DEUR VAN HET WOORD OPENE OM TE SPREKEN
VAN DE VERBORGENHEID VAN CHRISTUS" (Kol. 4:3).
4.
Hij vroeg gebed voor een geopende mond en vrijmoedigheid:
"EN VOOR MIJ, OPDAT HET
WOORD GEGEVEN WORDE IN DE OPENING VAN MIJN MOND MET VRIJMOEDIGHEID, OM DE
VERBORGENHEID VAN HET EVANGELIE BEKEND TE MAKEN" (Ef.
6:19).
5.
Kennis ervan bevat geestelijke bemoediging en verlichting:
"OPDAT HUN HARTEN VERTROOST
(BEMOEDIGD) MOGEN WORDEN...TOT ALLE RIJKDOM DER VOLLE ZEKERDHEID DES VERSTANDS,
TOT KENNIS (Gr. epignosis, VOLLE
KENNIS) DER VERBORGENHEID"
(Kol. 2:2).
6. Gelovigen
worden erdoor bevestigd: "HEM NU,
DIE MACHTIG IS U TE BEVESTIGEN, NAAR MIJN EVANGELIE EN DE PREDIKING VAN JEZUS
CHRISTUS, NAAR DE OPENBARING DER VERBORGENHEID" (Rom.16:25).
7. Verkondigd
tot gehoorzaamheid uit het geloof: "MAAR
NU GEOPENBAARD IS, EN DOOR DE PROFETISCHE SCHRIFTEN[4]...TOT
GEHOORZAAMHEID DES GELOOFS, ONDER AL DE HEIDENEN BEKEND IS GEMAAKT" (Rom.16:26).
FUNDAMENTEEL
ONDERSCHEID TUSSEN
PROFETIE
GEHEIMENIS[5]
|
1)
Heeft betrekking op een koninkrijk;
is levend, en heeft een politieke organisatie
(Dan.
2:44, Matt. 6:10)
2)
Het koninkrijk zal gevestigd worden op
aarde (Jer. 23:5, Matt. 6:10)
3)
Christus zal Koning zijn
(Jer. 23:5, Jes.
9:6,7)
4)
Het koninkrijk geprofeteerd, "sinds het begin der wereld" (Luk. 1:68-70, Hand. 3:21)
5)
Aan Israel wordt heerschappij over de volkeren gegeven, (Jes. 60:10-12; 61:6)
6)
De heidenen gezegend door Israכl
als instrument
(Gen. 22:17,18, Zach. 8:13).
|
Heeft betrekking op een
lichaam; een levend
organisme
(I Kor.
12:12,27; Ef. 4:12
Het lichaam is een plaats gegeven in de hemel (Efe. 1:3,
2:5-6, Kol.3:1-3)
Christus, het levende Hoofd (Efe. 1:19-23, Kol.1:18)
Het lichaam, uitverkoren
in Christus voor het begin der wereld, maar geheim
gehouden vanaf het begin der wereld" (Rom.16:25, Efe. 1:4-11,
3:5-9)
Jood en heiden op hetzelfde
niveau
gesteld voor God,(Rom. 10:12,; 11:32. Ef.
2:16,17)
De heidenen gezegend door Israכls weerstand, (Hand.
13:44-46, Rom. 11: 28-32)
|
|
7)
De heidenen gezegend door de aanname van Israכl. (Jes. 60:1-3,
Zach. 8:22,23)
8)
Profetie heeft hoofdzakelijk betrekking op volkeren als zodanig (Jes.
2:4; Ez. 37:21,22)
9)
Profetie heeft betrekking
op zegening, zowel /materiכle, als
geestelijke zegening op aarde (Jes.
2:3,4, 11:1-9,etc.).
10)Profetie heeft betrekking op Christus' komst
naar de aarde (Jes.59:20; Zach.14:4)
11)In profetie komt redding
uit genade, door geloof alleen, niet voor
12)De bekendmaking van het
profetische programma is
gegeven aan de twaalven (Matt. 10:5-7, Hand.
1:6-8; 3:19-26).
|
De heidenen gezegend door Israכls
val, (Hand. 28:27,28;
Rom. 11:11,12,15)
Het geheimenis heeft betrekking op individuen (Rom. 10:12,13; II Kor.5:14-17)
Het geheimenis heeft
betrekking op "alle
geestelijke zegeningen
"in
de hemelse gewesten"
(Ef. 1:3, Kol. 3:1-3)
Het geheimenis verklaart
Christus' huidige afwezigheid
op
aarde (Ef.
1:20-23, Kol. 3:1-3)
Redding door genade, door
geloof alleen is de kern
van het geheimenis (Rom.3:21- 26; 5, Ef. 2 :8,9).
De bekendmaking van het geheimenis is uitsluitend
gegegeven aan Paulus (Ef.
3:1-3, 8,9; Kol. 1:24-27)
|
|
13)Het
profetisch programma is geopenbaard
door velen van Gods dienaren (Luk.
1:70, II Petr. 1:21)
14)Oud-Testamentische schrijvers begrepen veelal
niet de door hen bekend gemaakte profetieכn Dan, 12:8-10,I Petr. 1:10-12)
|
Het geheimenis is geopenbaard door ייn man:
de apostel
Paulus, (Gal. 1:1,11,12; 2:2,7,9;
Ef. 3:2,3)[6]
Paulus begreep en verlangde dat anderen het aan hem
geopenbaarde geheimenis zouden
mogen verstaan. (Ef. 1:15-23; 3:14-21; Kol. 1:9-10;
2:1-3)
|
VRAGEN
1.
Wat is de belangrijkste indeling van de Bijbel?
2.
Wanneer en door wie werd het Oude Verbond (of Testament)
gesloten?
3.
Wanneer en door wie werd het Nieuwe Verbond gesloten?
4.
Wat is het hoofddoel van profetie?
5.
Welke regeringsvorm zal heersen in het Messiaanse Koninkrijk?
6.
Waar zal de zetel van het Koninkrijk zijn?
7.
Welke grote verandering zal plaatsvinden in Israכl tijdens de vestiging
van dit Koninkrijk?
8.
Wat zal de relatie zijn van de heidenen tot Israכl in het Messiaanse
Koninkrijk?
9.
Wat is het hoofdonderwerp van geheimenis?
10.
Op welk punt in de geschiedenis begon God in Israכls geschiedenis het
geheimenis te openbaren?
11.
Wat is de positie van de heidenen met betrekking tot de Joden voor God in
deze tijd?
12.
Welke relatie is er tegenwoordig tussen Joodse
gelovigen en gelovigen uit de
heidenen?
13.
Welke positie en welk burgerschap hebben gelovigen vandaag?
14.
Welke foutieve uitleg hebben sommige theologen toegepast op de profetieכn
over het Koninkrijk?
15.
Wat is de oorzaak van deze uitleg?
16.
Wat is de invloed van deze uitleg op de overige Schriften?
17.
Welke relatie is er tussen tussen deze uitleg en de huidige dwaalleren?
18.
Welk probleem bracht sommige theologen ertoe om deze
uitlegmethode aan te nemen?
19.
Noem vijf fundamentele verschillen tussen profetie en
geheimenis.
20.
Geef vijf Bijbelverzen, die het belang van het geheimenis aantonen.
**/ (voetnoot: Zij die zich afvragen of de onderwerpen op
deze lijst verbonden zijn met het geheimenis, behoeven dit slechts te
onderzoeken om te zien of ze deze in de profetie kunnen vinden.
*/(Voetnoot: Aan de hand van Ef. 3:5 wordt soms beweerd
dat Paulus slechts ייn van de vele "apostelen en profeten" was,
aan wie het geheimenis werd geopenbaard. De woorden "door de
Geest" zijn in dit verband betekenisvol. Paulus ontving de waarheid van
het geheimenis "door openbaring van Jezus Christus" (Gal. 1:12, Ef.
3:3,etc.). Daarna "ging hij door openbaring" naar Jeruzalem en
deelde het mede aan de leiders (Gal. 2:2). Deze "zagen" en
"erkenden" het, en reikten Paulus en Barnabas, zijn kompagnon,
"de rechterhand der gemeenschap" (Gal. 2:7,9). Het was uiteraard
"door de Geest", dat zij deze waarheden "zagen" en
"erkenden", maar niet eerder dan dat Paulus deze aan hen had
medegedeeld.
|