H O O F D S T U K  XV

 HET AVONDMAAL DES HEEREN  

Veel oprechte gelovigen menen, dat degenen die beweren dat de waterdoop niet voor deze tijd is in Gods programma consequent zouden moeten zijn en ook zouden moeten ophouden met het vieren van het avondmaal des Heeren.

Hier zijn extreme bedelings mensen en kerkelijken het samen over eens, alleen met dat verschil dat de eersten geloven dat noch het avondmaal noch waterdoop in deze bedeling zouden moeten worden gevierd en de laatsten geloven dat beiden dienen te worden gevierd.

EEN ONSCHRIFTUURLIJKE VERONDERSTELLING

 Maar beide groeperingen hebben hun argumenten gebaseerd op een volstrekt onschriftuurlijke veronderstelling - dat waterdoop en het avondmaal beiden in Gods programma thuishoren. Dit is zuiver traditie en het is verrassend dat nu juist extreme bedelingsmensen dit als waarheid aannemen.

  Wij herinneren ons nog goed hoe een zeer verkeerde uitleg van Kol.2:14 ons tot een studie over dit onderwerp heeft gebracht. Een Bijbelleraar had het aldus aangehaald: "Uitgewist hebbende het handschrift dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, er twee overlatende, doop en het avondmaal!" Toen we hierover de Schrift onderzochten ontdekten wij spoedig, dat waterdoop een inzetting was, maar dat het avondmaal nadrukkelijk geen inzetting was, in de Schriftuurlijke zin van die uitdrukking.

Wij moeten Bereeërs (Hand.17:11) zijn en zelf onderzoeken of waterdoop en het avondmaal inzettingen zijn die horen bij Israel of bij het lichaam van Christus, en als we ontdekken dat zij er niet bijhoren moeten wij dat goed in onze gedachten opslaan en voor altijd met deze onschriftuurlijke ideeën afrekenen.

Het is een feit dat er duidelijke verschillen en zelfs contrasten zijn tussen de doop en het avondmaal.

Waterdoop was een Oud Testamentische inzetting. Het avondmaal is een Nieuw Testamentische viering.

1)     Waterdoop, als alle inzettingen, werd "opgelegd".

2)    Het avondmaal werd nimmer opgelegd.

1)    Waterdoop was een vereiste tot redding. 

2)    Het avondmaal nimmer!

1)    Waterdoop was verbonden met de openbaarmakingvan onze Heere aan Israel.

2)     Het avondmaal is verbonden met de verwerping en afwezigheid van onze Heere.

1)     Waterdoop wijst op een onvolbracht werk.

2)      Het avondmaal spreekt van het volbrachte werk van Christus.

1)      Waterdoop was één enkele daad.

2)     Het avondmaal wordt telkens opnieuw gevierd.

1)      Waterdoop was niet begrepen in Paulus' speciale opdracht.

2)    Het avondmaal was begrepen in Paulus' speciale opdracht.

  Zoals we in onze discussie over de waterdoop hebben gezien, was deze gewoonte duidelijk een Oud Testamentische inzetting. Het avondmaal echter, is duidelijk een Nieuw Testamentische viering. Het is teleurstellend om te ontdekken dat sommigen, welgemeend, het avondmaal "het Pascha" noemen, want Lukas 22:14-20 bewijst overtuigend dat onze Heere na het Pascha een "gedachtenis" aan Zijn dood instelde.

Wanneer Paulus vertelt wat onze Heere deed en zei aan de maaltijd, noemt hij slechts het brood en de wijn, terwijl er bij het Pascha meer was dan dat.

Het Pascha, net als de waterdoop, was een Oud Testamentische inzetting, maar het avondmaal des Heeren is duidelijk geassocieerd met het Nieuwe Testament.

       "WANT DAT IS MIJN BLOED, HET BLOED DES NIEUWEN TESTAMENTS..." (Matt.26:28).

Het Pascha sprak, net als de waterdoop, van een onvolbracht werk, want het is onmogelijk dat het bloed van dieren, of de wassing met water zonden zouden wegnemen. Beiden waren voorafschaduwingen van het bloed en het water dat stroomde uit de zijde van de Heiland.

Omdat zovelen struikelen over het feit dat waterdoop eveneens werd toegepast na het kruis, herhalen wij dat de volledige resultaten van Golgotha niet openbaar werden dan "te zijner tijd", door de apostel Paulus. Besnijdenis, de sabbatten en de Levitische feesten spraken op gelijke wijze van een onvolbracht werk en niettemin werden zij ook na het kruis nog gevierd. Dit eenvoudigweg omdat de tijd nog niet rijp was voor de openbaring van Gods verborgen plan en het evangelie van de genade van God tot de roeping van Paulus, en zelfs toen nog was de openbaring en de verdwijning van de oude orde een geleidelijke zaak.

MAAR, terwijl het Pascha en de waterdoop Oud Testamentische inzettingen waren, is het avondmaal een Nieuw Testamentische viering.

De viering van de dood des Heeren mag nooit geclassificeerd worden bij inzettingen, want waar deze allen spraken van een onvolbracht werk, is het avondmaal duidelijk een viering van het VOLBRACHTE WERK van Christus.

Minstens driemaal wordt verklaard dat het avondmaal "een gedachtenis" van het offerwerk van onze Heere is.

HOE HET NIEUWE VERBOND,

ONS AANGAAT

Omdat het Nieuwe Testament, of Verbond, speciaal gemaakt werd met "het huis van Israel en met het huis van Juda" (Jer.31:31), hebben sommigen geconcludeerd dat het geen relatie kan hebben met de heidenen en dat daarom het avondmaal thans niet moet worden gepractiseerd.

Maar dit is een vergissing. Het Oude Verbond, zowel als het Nieuwe, werd gemaakt met Israel, maar het betreft in hoge mate de heidenen. Zie Paulus' woorden in Rom.3:19,20:

"Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zou zijn.

"Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem, want door de wet is de kennis der zonde."

De heidenen waren nimmer, en nu ook niet, onder het verbond der wet, maar het zou een vergissing zijn om te beweren dat de wet de heidenen niet betreft, want zij was gegeven opdat de hele wereld voor God schuldig zou worden bevonden.

Israël vertegenwoordigde de wereld voor God. Israel was het enige volk waarmee God nog bemoeienis had, nadat Hij de heidenen had opgegeven. Toen zij uiteindelijk viel, betekende dit, dat de hele wereld gevallen was. Als God van enige groep mensen de rechtvaardige maatstaf van het Oude Testament zou verlangen (Ex.19:5,6), zou die groep zeker verdoemd zijn geworden. Daarom was het Nieuwe Verbond noodzakelijk.

Nadat Israels falen onder het Oude Verbond steeds duidelijker was geworden, beloofde God om een nieuw verbond met hen te maken. Dit Nieuwe Verbond zou alleen worden gemaakt met het uitverkoren volk. Jeremia stelde dit duidelijk, zoals we hierboven zagen.

En God maakte dit Nieuwe Verbond met Israel en Juda: - op Golgotha (Matt.26:28). Daar bewerkte Christus voor Zijn verbondsvolk wat zij niet konden bereiken onder de wet. Daar werd  Jesaja's profetie vervuld: "om de overtreding Mijns volks is de plaag op Hem geweest" (Jes.53:8).

Het was op grond van Golgotha en het bloed van het Nieuwe Verbond dat de zegen van het koninkrijk op Pinksteren werd aangeboden aan Israel, maar die generatie in Israel weigerde de zegen en het Nieuwe Verbond wacht op een toekomstige vervulling.

Maar hieruit volgt niet dat het Nieuwe Verbond niet op de heidenen zou slaan.

Als de heidenen onder de vloek van het Oude Verbond komen, mogen zij eveneens deel hebben aan de zegeningen van het Nieuwe, want waartoe was het bloed van het Nieuwe Verbond vergoten als het niet de vloek van het Oude zou wegnemen?

Als God door het Oude Verbond met Israel toonde hoe de gehele wereld schuldig staat voor Zijn aangezicht, dan toont God door het Nieuwe Verbond met Israel hoe allen voor Zijn aangezicht*/[1] kunnen worden gerechtvaardigd. Hebr.2:9-16 zegt dat Christus "het zaad van Abraham aanneemt". Maar waarom? "Opdat Hij door de genade Gods VOOR ALLLEN de dood smaken zou."

Op Golgotha verzekerde God Israel door een plechtig verbond: "want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonde niet meer gedenken" (Jer.31:34, vgl. Matt.26:28). God maakte  zo'n verbond niet met de heidenen, maar wat Hij door een verbond aan Israel beloofde, ontvangen wij door genade.

De lezer zou nauwkeurig Jer.31:31-34 moeten onderzoeken en opmerken dat de zegeningen van het Nieuwe Verbond allen geestelijk zijn**/[2]. Er staat niets over het land, het koninkrijk, of de troon. Ontvangen leden van het lichaam van Christus thans de zegeningen die daar beschreven worden? Ja, allemaal. Heeft Hij Zijn wet niet in onze harten geschreven? Is het niet ons verlangen om Hem te gehoorzamen? "Kennen wij de Heere" niet? Is Hij niet onze God? Zijn wij niet Zijn volk? Heeft Hij onze ongerechtigheden niet vergeven? Herinnert Hij Zich onze zonden nog?

Wij moeten niet vergeten dat "wij de verlossing hebben door Zijn bloed" - hetzelfde "bloed van het Nieuwe Verbond". Dat bloed redt ons, zelfs al tast Israel in het duister en wankelt het in ongeloof.

Maar er zijn andere belangrijke verschillen tussen waterdoop en het avondmaal des Heeren.

  EEN VIERING TIJDENS ZIJN AFWEZIGHEID

 Waterdoop is duidelijk verbonden met de openbaring van Christus aan Israel. Laten we de woorden van Johannes de Doper in Joh.1:31 beschouwen:

"EN IK KENDE HEM NIET; MAAR OPDAT HIJ AAN ISRAEL ZOU GEOPENBAARD WORDEN, DAAROM BEN IK GEKOMEN DOPENDE MET HET WATER."

In tegenstelling hiermee is het avondmaal verbonden met de verwerping van Christus en werd ten eerste aan Zijn volgelingen gegeven om in Zijn afwezigheid te vieren, totdat God Zijn vijanden tot Zijn voetbank zou maken.

_____

**/(voetnoot: Dit is waarom Paulus nimmer een dienaar van de Abrahamitische, Mozaische, of Davidische Verbonden wordt genoemd, maar alleen van het Nieuwe Verbond (2Cor.3:5,6).)

Door openbaring maakte de apostel Paulus daarna Gods wonderbare plan bekend dat het oordeel uitgestelt en een periode van genade ingevoegd was. Door openbaring verklaarde hij dat de Heere, in liefde tot zondaars, zou wegblijven, een Balling, ondertussen Zijn ambassadeurs uitzendende om aan Zijn vijanden verzoening aan te bieden door genade,  door geloof in Zijn volbrachte werk (Ef.3:1-4 en 2 Petr.3:3,4,8,9,15).

Thans zou iedere gelovige de boodschap in zijn hart en op zijn lippen moeten hebben die Paulus zo getrouw verkondigde, en die de kerk sindsdien zo ernstig heeft verward en verduisterd:

"Zo zijn wij dan GEZANTEN VAN CHRISTUS WEGE, alsof God door ons bade; wij bidden VAN CHRISTUS WEGE; Laat u met God verzoenen.

"WANT DIEN, DIE GEEN ZONDE GEKEND HEEFT, HEEFT HIJ ZONDE VOOR ONS GEMAAKT, OPDAT WIJ ZOUDEN WORDEN RECHTVAARDIGHEID GODS IN HEM" (2Kor.5:20,21).

Door de voortdurende afwezigheid van Christus heeft Paulus, door openbaring, het avondmaal als een verkondigng van de dood des Heeren "overgegeven", "totdat Hij komt" (1Cor.11:23,26).

AVONDMAAL EN REDDING

We hebben gezien dat waterdoop, zowel vóór als na het kruis, noodzakelijk was voor de vergeving van zonden (Mark.1:4; 16:15,16, Hand.2:38). Met het avondmaal is het tegenovergestelde het geval want slechts zij die reeds gered zijn worden uitgenodigd daar aan deel te nemen.

Onze broeders uit verschillende kerken zouden zeker dit onderscheid moeten erkennen, want terwijl zij de doop tot voorwaarde van het lidmaatschap van hun kerken maken, doen zij dat zelden met het avondmaal als een voorwaarde. Integendeel, het avondmaal is een voorrecht dat slechts aan "geredden" wordt verleend; soms, inderdaad alleen aan leden van bepaalde kerken waar het wordt gevierd.

Omdat waterdoop een onvolbracht werk symboliseert was zij net als alle andere inzettingen voorwaarde tot redding. Zonder dat kon niemand aanspraak maken op redding. Dit in tegenstelling tot het avondmaal des Heeren.

"WANT DAT IS MIJN BLOED, HET BLOED DES NIEUWEN TESTAMENTS, HETWELK VOOR VELEN VERGOTEN WORDT TOT VERGEVING DER ZONDEN" (Matt.26:28).

Hoewel de woorden van de Heere aan tafel nog niet ten volle werden begrepen, laten zij niettemin toch een duidelijk onderscheid zien tussen doop en het avondmaal.

AVONDMAAL NIET OPGELEGD

  Waterdoop was een inzetting; een juk. Het was "opgelegd":

" bestaande in spijzen en dranken en VERSCHEIDEN WASSINGEN EN RECHTVAARDIGMAKINGEN des VLESes, TOT OP DEN TIJD DER VERBETERING OPGELEGD" (Heb.9:10).

Daarom zegt Kol.2:20:

"Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen BELAST?"

Daarom laat Kol.2:9-12 onze besnijdenis en doop zien als zijnde voor ons vervuld door Christus, daaraan toevoegend:

"UITGEWIST HEBBENDE HET HANDSCHRIFT DAT TEGEN ONS WAS, IN INZETTINGEN BESTAANDE, HETWELK, ZEG IK, ENIGERWIJZE ONS TEGEN WAS, EN HEEFT DATZELVE UIT HET MIDDEN WEGGENOMEN, HETZELVE AAN HET KRUIS GENAGELD HEBBENDE" (Vers 14).

Vele predikers hebben geleerd, dat Gods kinderen zich moeten "onderwerpen" aan de waterdoop, maar heeft u ooit gehoord dat wij ons moeten "onderwerpen" aan het avondmaal? Het avondmaal kan nooit ondergebracht worden onder de Oud Testamentische inzettingen. Het werd nooit opgelegd of vereist om door God aangenomen te worden. Integendeel, de Schrift brengt het als een viering, een "herdenking", waarbij het voor de gelovige een voorrecht is om eraan deel te nemen "zo dikwijls" als hij wenst (1Cor.11:26), waarbij wordt aangenomen dat hij op deze manier wil gedenken wat de Heere voor hem gedaan heeft.

DE TAFEL DES HEREN EEN GETUIGENIS

 Nog een scherp verschil tussen waterdoop en avondmaal is, dat terwijl het eerste slechts éénmaal wordt toegediend, het andere steeds opnieuw zou worden gevierd.

Zonder de kleinste aanwijzing of een enkel Schriftuurlijk bewijs, wordt door sommigen beweerd dat de bedoeling van de waterdoop een openbaar getuigenis van onze dood, begrafenis en opstanding met Christus is. Maar waarom zouden gelovigen dan slechts éénmaal moeten worden gedoopt? Is één getuigenis voldoende? Kunnen wij door naar een persoon te kijken zeggen of hij wel of niet gedoopt is? Als waterdoop bedoeld was als getuigenis dat de gelovige werd gekruisigd, begraven en is opgestaan met Christus, zouden we telkens opnieuw moeten worden gedoopt, niet slechts één keer voor één groep mensen.

Maar de Schrift leert duidelijk dat het avondmaal was bedoeld om de gelovigen en de wereld te herinneren aan de dood van Christus.

"DOET DAT TOT MIJN GEDACHTENIS" (1Cor.11:24).

"DOET DAT...TOT MIJN GEDACHTENIS" (1Cor.11:25)

"WANT ZO DIKWIJLS ALS GIJ DIT BROOD ZULT ETEN, EN DEZEN DRINKBEKER ZULT DRINKEN, ZO VERKONDIGT DEN DOOD  DES HEEREN, TOTDAT HIJ KOMT" (1Cor.11:26).

HET AVONDMAAL EN PAULUS' OPDRACHT

  Waterdoop was niet inbegrepen in Paulus' speciale opdracht.

 "WANT CHRISTUS HEEFT MIJ NIET GEZONDEN OM TE DOPEN, MAAR OM HET EVANGELIE TE VERKONDIGEN..."(1Cor.1:17).

De contekst verandert niets aan dit feit. Zeker, de Corinthiërs waren opgeblazen en vleselijk, en daarom was Paulus blij dat hij niet meer van hen had gedoopt. Dit veranderd het feit niet dat hij niet was gezonden om te dopen, maar benadrukt het eerder, en zij die volhouden dat hij was gezonden om te dopen, zoals Johannes de Doper en de twaalf  hadden gedaan, dienen het bewijs te leveren.

Onze kerkelijke broeders kunnen makkelijk bewijzen dat  Johannes de Doper opdracht had om te dopen. Zij kunnen makkelijk bewijzen dat de twaalf opdracht hadden om te dopen, maar zij falen totaal bij het geven van een Schriftplaats die bewijst dat waterdoop was inbegrepen in de grote opdracht die Paulus door openbarig ontving. Als 1Cor.1:17 iets betekent, dan betekent het dat waterdoop niet was opgenomen in die opdracht. Dit wil niet zeggen dat Paulus fout was toen hij doopte voordat Israel terzijde gesteld was, evenmin dat hij het fout deed door wonderen te doen of in tongen te spreken of in de bevestiging van Petrus' boodschap als Gods Woord aan Israel.*/[3]

Maar het avondmaal was opgenomen in Paulus' speciale opdracht.

"Want ik  heb van de Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht in welkenHij verraden werd, het brood nam".

Dit zijn de woorden waarmee Paulus verder gaat om de gedachtenis van de dood des Heeren aan hen "over te geven" (1Cor.11:23). Dit was deel van Paulus' aparte boodschap.

Paulus had geen aantal uiteenlopende evangeliën. De verschillende punten van het goede nieuws dat hij verkondigde maakten allen deel uit van één grote voortschreidend in zijn brieven geopenbaarde boodschap die telkens opnieuw  "mijn evangelie", niet "mijn evangeliën" genoemd wordt.

Het kan niet worden ontkend dat hij Petrus' boodschap bevestigde. Het is eenvoudig aan te tonen dat zelfs in het begin van zijn bediening zijn boodschap niet "het evangelie van de besnijdenis" was zoals sommigen ons willen doen geloven, maar "het evangelie van de voorhuid" (Gal.2:7), en dat het avondmaal behoort tot deze aparte boodschap van Paulus.

HET AVONDMAAL EN ONZE

HEMELSE POSITIE

Eerlijk gezegd, het is voor ons moeilijk om de "logica" van sommige van onze extreme broeders te volgen die redeneren dat aangezien onze positie en onze zegeningen in de hemelse gewesten zijn, wij niet zouden moeten deelnemen aan het avondmaal, omdat het een fysieke viering is.

Zij zeggen: "Stel je voor, een gestorven mens die eet! Stel je voor, iemand aan Gods rechterhand, die deelneemt aan een maaltijd hier beneden! Maar slaat deze "logica" alleen op het avondmaal? Stel je voor, dat een gestorven mens, of iemand in de hemelse gewesten, die leugens vertelt! Stel je voor, dat hij steelt! Stel je hem reizende voor, of in de gevangenis! Toch vermaant Paulus later in zijn brieven broeders wier positie in de hemelse gewesten is, om niet te liegen en te stelen, en verwijst hij naar zijn eigen reizen en gevangenschap.

Zij die bovengenoemde argumentatie naar voren brengen tegen de viering van het avondmaal vergeten gewoon het onderscheid tussen onze wandel in Christus en onze positie. De apostel waarschuwt tegen "vleselijke (fysieke) inzettingen", want vanaf dat het geheimenis ten volle was geopenbaard, zou nu elke eerdere vereiste, al zou deze gepaard gaan met geloof, afbreuk doen aan het volbrachte werk van Christus.

Maar het avondmaal was nimmer een vereiste tot redding en kan niet ingedeelt worden bij de inzettingen. Noch leert Paulus ooit, hij weerlegt daarentegen, de dwaling dat zulke physieke zaken onverenigbaar zijn met geestelijke zegeningen.

Er bestaan vele physieke voorrechten die, mits goed gebruikt, worden omgezet in geestelijke zegeningen.

We mogen eten en drinken tot eer van God (1Cor.10:31).

Wij mogen onze knieen buigen voor de Vader (Ef.3:14).

Wij mogen studeren uit physieke boeken en een physieke Bijbel (1Tim.4:13, 2Tim.2:15).

Wij mogen samen komen met andere heiligen op aarde, over het algemeen in gebouwen (Hebr.10:25, Kol.4:15)

Wij   mogen samenkomen rond een physieke tafel en Christus' dood gedenken met physiek voedsel en drank,  en deze tafel wordt genoemd "het avondmaal des Heeren" (1Cor.10:21, 11:23-26).

  "IK VOELDE ME NOOIT BEWOGEN"

Onlangs bracht iemand het argument naar voren dat het avondmaal eigenlijk niet voor deze tijd kon zijn omdat, zoals hij zei: "Ik voelde mij nooit bewogen aan het avondmaal".

Maar gaan wij door gevoelens of door geloof, door de wil van de mens of door het Woord van God?

Velen zullen getuigen dat zij vervuld werden met vreugde en vrede toen zij gedoopt werden met water. Is dat een bewijs dat waterdoop in Gods programma voor deze tijd is opgenomen? Menigeen werd diep bewogen door de gewaden, de zangen, de rozenkransen en kaarsen van Rome. Maakt dat deze zaken Schriftuurlijk of Gode welgevallig? Vast en zeker niet. Geloof steunt alleen op het geschreven Woord van God.

Velen voelen zich niet bewogen aan de tafel des Heeren omdat de ware betekenis ervan niet wordt begrepen. De Schrift is net zo tegen de wettische wijze waarop het avondmaal wordt gebruikt als tegen de toepassing van de waterdoop van vandaag. Het avondmaal is geen mis. Het is iets oneindig veel kostbaarder dan dat.

WAARTOE AVONDMAAL?

 Iedere onderwezen gelovige vandaag verheugt zich in het heerlijke feit hij werd gedoopt door de Heilige Geest in de dood, begrafenis en opstanding van Christus - ja, in Christus Zelf; dat hem een plaats in Christus in de hemelse gewesten is gegeven.

Maar is het ooit opgekomen bij de lezer dat, om dit te volbrengen, onze gezegende Heere moest worden gedoopt in het menselijk geslacht - been van ons gebeente en vlees van ons vlees moest worden - één met ons, ja, één van ons? Voordat wij konden worden gedoopt in de Godheid, moest Hij worden gedoopt in de mensheid. Voordat wij in Zijn dood konden worden gedoopt, moest Hij worden gedoopt in onze dood (Luk.12:50). Om ons van de aarde naar de hemel op te heffen; om ons te zegenen met alle geestelijke zegeningen, moest Hij een physiek lichaam aannemen, worden geslagen en gegeseld en bespuwd en gekruisigd.

God wil dat wij ons dat herinneren. Hij wil er ons dieper bewust van en meer van harte dankbaar voor maken.Daarom heeft Hij ons een plechtige en kostbare gedachtenis aan Golgotha gegeven. Hij wil ons telkens opnieuw herinneren op deze tastbare manier dat

"En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend,

"IN HET LICHAAM ZIJNS VLESES, DOOR DEN DOOD, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich  stellen" (Col.1:21,22).

En Hij wilde ons niet alleen  herinneren aan dit geweldige feit en ons laten leven in het licht ervan ; Hij wilde dat wij dit ook aan anderen zouden tonen.

"DOE DAT TOT MIJN GEDACHTENIS".

"WANT ZO DIKWIJLS ALS GIJ DIT BROOD ZULT ETEN, EN DEZEN DRINKBEKER ZULT DRINKEN, ZO VERKONDIGT  DEN

  DOOD DES HEEREN, TOTDAT HIJ KOMT."

VRAGEN

1.        Waar stemmen kerkelijke en extreme bedelingsmensen samen overeen ten opzichte van het avondmaal en waterdoop, en waarin doen zij dat niet?

2.        Geef drie bewijzen dat waterdoop en avondmaal Schriftuurlijk niet eender dienen te worden geclassificeerd.

3.        Bewijs vanuit de Schrift, dat het avondmaal niet hetzelfde is als Pascha.

4.        Wat is de relatie tussen Oude en Nieuwe Verbonden?

5.        Met wie waren deze verbonden gesloten?

6.        Hoe betreffen beiden de heidenen?

7.        In welke profetie beloofde God het Nieuwe Verbond te sluiten?

8.        Wanneer werd het Nieuwe Verbond werkelijk gesloten?

9.        Wanneer zal het vervuld worden?

10.      Van welke aard waren de beloften onder het Oude Verbond?

11.      Hoe komen we in de zegeningen van het Nieuwe Verbond?

12.      Laat vanuit de Schriften zien, dat waterdoop een inzetting was, in Schriftuurlijke zin van het woord.

13.      Laat zien, dat het avondmaal niet zo'n inzetting is.

14.      Werden Johannes de Doper en de twaalven uitgezonden om te dopen?

15.      Werd Paulus uitgezonden om te dopen? Noem een Schriftplaats.

16.      Was het avondmaal besloten in Paulus' speciale openbaring en opdracht?

17.      Laat vanuit de Schrift zien dat het avondmaal was bedoeld als getuigenis.

18.      Hoe zou u het argument weerleggen dat het vieren van het avondmaal niet verenigbaar is met onze hemelse positie?

19.      Leg uit waarom God ons deze ene physieke "gedachtenis" gegeven heeft.

20.      Tot wanneer zullen de leden van het lichaam van Christus de dood des Heeren op deze manier verkondigen?

  EINDE

 

Als dit boek u heeft geholpen om Gods Woord beter te begrijpen,

geef het door aan uw vrienden!

 

    [1]*/Voetnoot: Let wel. De kale belofte dat God een nieuw verbond zou maken (Jer.31-34), maakte dit niet duidelijk. Inderdaad was het eerst enige tijd nadat het bloed van het Nieuwe Verbond was vergoten, dat de volle betekenis hiervan werd ontvouwd door Paulus, "een waar dienaar van het Nieuwe Verbond".

    [2]**/Voetnoot: Daarom is Paulus nimmer een dienaar van de verbonden met Abraham, Mozes, of David genoemd, maar alleen van het Nieuwe Verbond (2Cor.3:5,6).

    [3]*/Voetnoot: Opgemerkt dient te worden, dat we niet eerder dan na de bekering van Paulus de doop hebben van hen, die zich reeds verheugden in de redding en, onnodig te zeggen, dat Paulus niet kon en verkondigde de doop niet tot vergeving van zonden zoals Petrus vóór hem gedaan had.