|
Het avondmaal en waarom komen
we als gemeente samenkomen.
Door:
Dov Avnon.
“Want ik heb van den
Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb,
dat de Heere Jezus
in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
En als Hij gedankt
had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat
voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
Desgelijks nam Hij
ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze
drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo
dikwijls als gij dien zult
drinken, tot Mijn gedachtenis.
Want zo dikwijls als
gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo
verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt”
(1Kor.11:23-26).
Paulus ontving de boodschap,
aangaande het avondmaal des Heeren, rechtstreeks van de Heer als
onderdeel van de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der
verborgenheid in de bedeling der genade Gods. De originele boodschap
zoals Paulus dat aan ons heeft overgeleverd is door de jaren heen
door de mensen veranderd. Rooms katholieken, Protestanten en
evangelischen hebben allen hun eigen interpretatie van het avondmaal
des Heeren. Zelfs zijn er zogenoemde genade gelovigen die het
avondmaal des Heeren verwerpen.
Voor sommigen is het een ritueel,
een sacrament en voor weer anderen is het een moment van gedenken en
zo kunnen we nog wel even doorgaan. Als je leert en in praktijk
brengt om het avondmaal des Heeren te houden als de gemeente
samenkomt, zullen sommigen de volgende woorden van Paulus, als
tegenwerping, gebruiken:
“Want wij wandelen
door geloof en niet
door aanschouwen”
(2Kor.5:7),
om daardoor de woorden van dezelfde
apostel, in 1Kor.11:23-26, tegen te spreken.
De allerbelangrijkste vraag is: wat
heeft Paulus ons overgeleverd in zijn brieven aan de Gemeente.
(Romeinen – Filémon).
“Want Christus heeft
mij niet gezonden, om te dopen,…….”
(1Kor.1:17).
“Maar
wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in
verborgenheid,….”
(1Kor.2:7).
“………gelijkerwijs
ik alom in alle Gemeenten leer”
(1Kor.4:17).
“…..want
in Christus Jezus heb ik u door het Evangelie geteeld”
(1Kor.4:15).
Deze verzen, en vele anderen, laten
ons zien dat we, wat ons geloof aangaat, Paulus moeten volgen zoals
hij Christus navolgde en niet wat religie er van heeft gemaakt.
Gedurende de jaren (1980-2010) heb
ik het evangelie der genade onderwezen zoals ik dat zelf heb geleerd
uit de boeken van C. R. Stam en het beluisteren van de prediking van
godsmannen als R. Jordan en Thomas Bruscha en anderen, dat het
avondmaal des Heeren een moment is van gedenken.
Wat ik toen niet wist was dat, het
avondmaal des Heeren en de hoofdbedekking, beide inzettingen zijn
die Christus aan ons, als leden van het lichaam van Christus, heeft
gegeven voor als we als Gemeente samenkomen.
“Weest mijn navolgers,
gelijkerwijs ook ik van Christus”
(1Kor.11:1).
“………en
de inzettingen behoudt, gelijk ik die u
overgegeven heb”
(1Kor.11:2).
Gedurende de jaren heb ik opgemerkt
dat er ook onder hen, die weten dat aan Paulus de bedeling der
Genade is gegeven, er op fundamentele punten verdeeldheid heerst, zo
ook rond het avondmaal des Heeren.
Er is heden ten dage veel onderwijs
om ons heen die het avondmaal des Heeren verwerpen als onderdeel van
de bedeling der genade Gods.
De volgelingen van E. W. Bullinger
en de zogenaamde “Hand.28” of “midden Hand.” mensen leren dat het
avondmaal des Heeren een onderdeel is van Paulus zijn Joodse
bediening, om anderen te overtuigen (en met succes), dat Paulus zijn
brief aan de Korinthiërs niet een volledig onderdeel is van de
prediking van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid.
Dit heeft tot gevolg dat de
gelovigen het doel van het avondmaal des Heeren, in deze bedeling
der genade, niet goed begrijpen en gemakkelijk andere wind van leer
opdoen hetwelk niet datgene is wat Christus aan Paulus heeft
gegeven, voor ons.
Het doel van deze studie is om
anderen te helpen om uit de Schrift te begrijpen, en niet van de één
of andere denominatie, dat zowel het avondmaal des Heeren als de
hoofdbedekking belangrijke inzettingen zijn die Christus aan Paulus
heeft gegeven, voor ons, in de bedeling der Genade.
In de jaren toen ik over het
avondmaal des Heeren sprak ( we waren gewoon om dat eens per maand
te doen en nu iedere week) dacht ik:
Het houden van het avondmaal des
Heeren, zoals dat is geopenbaard aan Paulus in 1Kor.11:23-26 is voor
de leden van het lichaam van Christus om te onderhouden “totdat Hij
komt”. Omdat we het zo
vertaalden vanuit het Engels
Nu weet ik dat het avondmaal des
Heeren een inzetting is voor het lichaam van Christus en dat het
onderwijs daaromtrent, van Paulus, begint in 1Kor. hoofdstuk 10.
“Als
tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.
De drinkbeker der
dankzegging, dien
wij dankzeggende zegenen,
is die niet een gemeenschap des bloeds
van Christus? Het
brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van
Christus?”
(1Kor.10:15-16).
Als we de apostel Paulus volgen in
zijn leer aangaande het avondmaal des Heeren of de hoofdbedekking,
dan zal dat niet gemakkelijk zijn. De mensen houden niet van
dergelijke inzettingen. Historisch gezien zijn er vele denominaties
die allerlei uitleg geven aan deze twee inzettingen. In de meeste
gevallen wisten ze niets van de bedeling der Genade welke aan Paulus
is gegeven, maar als wij getrouwe navolgers willen zijn van Christus
dan moeten wij in deze zaak Paulus volgen:
“Weest mijn navolgers,
gelijkerwijs ook ik van Christus”
(1Kor.11:1).
Toen Paulus deze woorden schreef,
dat we hem moesten navolgen zoals hij Christus navolgde, had dat
betrekking op deze twee inzettingen. Het was niet zomaar een
algemene opmerking.
Het avondmaal des
Heeren en wij
Is het werkelijk zo belangrijk om
over het avondmaal des Heeren te spreken? Waarom zouden we daar een
punt van maken?
Ja, het is belangrijk! Omdat het
avondmaal des Heeren, zoals Paulus dat leert aan de leden van het
lichaam van Christus, een belangrijke inzetting is die Christus aan
ons heeft gegeven als we als Gemeente samenkomen. Het is niet een
inzetting uit de wet van Mozes maar van de bedeling der genade Gods.
Sommigen zeggen dat het avondmaal
des Heeren een Joodse traditie is vanuit Paulus zijn Joodse
bediening. Andere Bijbelleraren proberen aan te tonen dat Paulus
zijn brief aan de Korinthiërs toebehoort aan wat zij noemen, de
Handelingen periode, maar als we gewoon lezen wat Paulus aan ons
schrijft zullen we een betere kijk krijgen op het onderwerp.
Het belangrijkste is, als u de
plaats begrijpt van het avondmaal des Heeren in Gods plan voor deze
bedeling der Genade, dat u vrij zult zijn van:
“Opdat wij niet meer
kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden
met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door
arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen”
(Ef.4:14).
“Weest mijn navolgers,
gelijkerwijs ook ik van Christus.
En ik prijs u,
broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de
inzettingen behoudt, gelijk ik die u
overgegeven heb.
(1Kor.11:1-2).
Uit dit vers begrijpen we dat de
leden van het lichaam van Christus Paulus in zijn leer moeten volgen
aangaande het avondmaal des Heeren (lees 1Kor. hoofdstuk 11).
Is het avondmaal des Heeren één of
ander religieus sacrament of is het een moment van gedenken? En als
we iets moeten gedenken laat ons dan luisteren naar wat onze apostel
Paulus ons hierover te zeggen heeft.
Het samenkomen als Gemeente
Stelde u uzelf ooit de vraag wat
het hoofddoel is als u als Gemeente samenkomt? Ik bedoel daar niet
mee het zingen, gemeenschap of de prediking.
Ik schreef: “het samenkomen
als Gemeente” omdat het in de wereld is veranderd in het
“naar de kerk gaan”. Het gebouw werd de plaats van aanbidding. De
dienst begint en eindigt op een bepaalde tijd en u wordt
waarschijnlijk uitgenodigd om deel te nemen aan de te houden
kollekte.
Ziet u nu hoe belangrijk het is om
uzelf de vraag te stellen; “wat is het hoofddoel als we als
Gemeente samenkomen”?
“En
Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der
Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden,
opdat Hij in allen de Eerste zou zijn”
(Kol.1:18).
“En
Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der
Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden,
opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.
Daarom zal een mens
zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij
twee zullen tot een vlees wezen.
Deze verborgenheid is
groot; doch ik zeg dit, ziende op
Christus en op de Gemeente”
(Ef.5:30-32).
De Gemeente is het lichaam van
Christus of al degenen die in dat éne lichaam zijn gedoopt.
“Want
ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij
Joden, hetzij
Grieken, hetzij
dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest
gedrenkt”
(1Kor.12:13).
Maar “de Gemeente” is ook de naam
die Paulus gebruikt, als hij spreekt over de mensen die in dat
lichaam zijn gedoopt.
“Groet
elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten
ulieden” (Rom.16:16).
“U
groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in den Heere Aquila en
Priscilla, met de
Gemeente, die te
hunnen huize is.
(1Kor.16:19).
“Voorts
maken wij u bekend, broeders, de genade van God, die in de Gemeenten
van
Macedonie gegeven
is.
(2Kor.8:1).
Het is eveneens duidelijk, uit het
woord van God, dat Paulus er hard aan werkte dat de Gemeenten één
zouden zijn en zijn leer zouden volgen. We weten dat alreeds in zijn
dagen velen hem hebben verlaten.
“Daarom
heb ik Timotheus tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is
in den
Heere, welke u zal
indachtig maken mijn wegen, die in Christus zijn, gelijkerwijs ik
alom in
alle Gemeenten leer”
(1Kor.4:17).
“Doch
Gode zij dank, Die dezelfde naarstigheid voor u in het hart van
Titus gegeven heeft; Dat
hij de vermaning heeft aangenomen, en zeer naarstig zijnde, gewillig
tot u gereisd is. En
wij hebben ook met hem gezonden den broeder, die lof heeft in het
Evangelie door al de Gemeenten;
En dat niet alleen,
maar hij is ook van de Gemeenten verkoren, om met ons te reizen
met deze gave, die van ons bediend wordt tot de heerlijkheid des
Heeren Zelven, en de volvaardigheid uws gemoeds”
(2Kor.8:16-19).
Uit deze verzen, en
anderen, weten we dat het zeer belangrijk was dat die Gemeenten de
leer van Paulus volgen. Dat ze zijn apostelschap bleven erkennen en
niet het Evangelie der Genade , dat hij verkondigde, vermengen met
het evangelie wat door de twaalven, te Jeruzalem, werd verkondigd.
Maar hoe zullen deze
Gemeenten sterk blijven in de Genade. Waaraan moeten ze herinnerd
worden betreffende de fundamentele waarheden die Paulus predikte?
Het antwoord is:
“Want
eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er
scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele”
(1Kor.11:18).
Nu begrijpen we
waarom we ten eerste duidelijk moeten zijn aangaande de boodschap
van Paulus en ten tweede om te begrijpen “Waarom komen we samen”.
“Ik bid u dan,
broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot
een levende, heilige en Gode
welbehagelijke offerande, welke is uw
redelijke godsdienst”
(Rom.12:1).
Paulus verteld ons
dat de dienst, onder de bedeling der Genade, niets te doen heeft met
een dienstregeling of rooster. Het heeft temaken met het leven van
een geestelijk leven als behouden gelovigen. Het is niet de tijd die
u spendeert aan de zogenaamde “dienst voor de Gemeente” dat u een
geestelijk persoon maakt maar dat u als gelovige leert om:
“………… uw lichamen
stelt tot een levende, heilige en Gode
welbehagelijke offerande,
welke is uw
redelijke godsdienst”
“En
wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de
vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede,
en welbehagelijke en volmaakte
wil van God zij”
(Rom.12:2).
“Zo
had dan wel ook het eerste verbond rechten
van de gods dienst,
en het wereldlijk
heiligdom”
(Hebr.9:1).
Als we ons slechts
herinneren dat: “het eerste verbond rechten
van de gods dienst,
en het wereldlijk heiligdom”
dan zullen we
begrijpen dat vele gelovigen gedurende de achter ons liggende
eeuwen zich organiseerden op een manier dat ze het wereldlijk
heiligdom, dat God aan Mozes gaf voor Israël, kopiëerden.
Als we om ons heen
kijken zullen we, zeer vergelijkbaar, de zogenaamde “dienst voor de
Gemeente” vinden in vele kerkgebouwen. Op verschillende manieren
zingen, bekendmakingen, getuigenissen en dan de prediking. En,
afhankelijk van de denominatie, zal er eens per maand het avondmaal
des Heeren worden gehouden.
Daarom denk ik dat
het niet vreemd is als we onszelf afvragen: “Wat is het hoofddoel
als we als Gemeente samenkomen?”.
Het eten van het avondmaal des Heeren
“Als gij dan bijeen
samenkomt, dat is
niet des Heeren avondmaal eten”
(1Kor.11:20).
De brieven van Paulus
aan de Korinthiërs geven ons, als leden van het lichaam van
Christus, het antwoord voor wat doel we samenkomen als Gemeente.
Paulus leerde de
Gemeenten het “avondmaal des Heeren” als onderdeel van de prediking
van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid. Als de
leden van het lichaam van Christus het vondmaal des Heeren nuttigen
volgen ze niet een Joodse traditie of de prediking van het
koninkrijk. Ze volgen eenvoudig Paulus zoals hij Christus volgde
naar de openbaring der verborgenheid.
De waarheid
betreffende het avondmaal des Heeren is de afgelopen
2000 jaar veranderd. Het zal voor ons niet gemakkelijk zijn om deze
waarheid te begrijpen tenzij we eenvoudig terug gaan naar Gods woord
en Paulus volgen zoals hij in deze zaak Christus volgt.
De aanval van Satan op
de waarheid aangaande het avondmaal des Heeren is waarschijnlijk
gekomen door de Rooms katholieke theologie, maar, voorzover
we weten, is de zogenaamde Protestantse of Reformatie theologie niet
veel beter betreffende dit onderwerp.
Het Avondmaal des
Heeren, de waterdoop, en de belijdenissen zijn allen door elkaar
gehaald. Het is dus veel beter om naar Paulus te luisteren wat hij
heeft te zeggen, dan er proberen achter te komen wat de redenen zijn
geweest achter de traditie van mensen.
Het avondmaal des
Heeren is voor de meesten slechts alleen een gedenken. Het is dan de
vraag wat we moeten gedenken en wat zijn de dingen die we zo
gemakkelijk vergeten.
Ook degenen die het
avondmaal des Heeren eten, voor alleen het gedenken, zijn een
onderdeel van de traditie van mensen geworden. Het mag dan in uw
kerkconstitutie geschreven staan dat eens per maand het avondmaal
des Heeren gegeten zal worden, maar de vraag is of Paulus dat op
deze wijze leert.
Dan hebben we nog de
dispensationele benadering van de Bijbel. Het recht snijden van het
woord der waarheid. De afgezonderde bediening van Paulus. De
bedoeling van deze uitdrukkingen is om ons te helpen Paulus te
volgen in zijn leer zoals hij Christus volgde en alvorens we tot het
onderwerp komen over “het eten van het avondmaal des Heeren”
zullen we er achter komen dat zelfs genade gelovigen verdeeld zijn
aangaande deze belangrijke waarheid.
Het recht snijden van het woord der
waarheid in deze aangelegenheid is het gaan begrijpen van hetgeen
Paulus leerde in de Gemeenten over “het avondmaal des Heeren”als
onderdeel van de nieuwe openbaring. Het avondmaal des Heeren, zoals
Paulus dat leerde, is niet omdat Christus dat leerde toen Hij op
aarde was. Paulus leerde het ook niet van de 12 apostelen. De
inzetting van “het avondmaal des Heeren” is onderdeel van de
prediking van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid.
Het eten van het brood
De eerste keer dat we
lezen over het eten om te gedenken is in Hoofdstuk 12 van Exodes:
“Dat
er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want
al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering
van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een
ingeborene des lands.
“Onderhoudt
dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in
eeuwigheid.
En het zal geschieden,
als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij
gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
En het zal geschieden,
wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor
een dienst?
Zo zult gij zeggen:
Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen
Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en
onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich”
(Ex.12:19
en 24-27).
Deze dienst werd gegeven aan het
volk Israël als onderdeel van de wet van Mozes. Het gedenken bestond
uit:
“Zo
onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden
dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult
gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige
inzetting.
(Ex.12:17).
De volgende keer dat we lezen over
het eten om te gedenken is in hoofdstuk 26 van Mattheüs:
“En
als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij
het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn
lichaam.
En Hij nam den
drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien,
zeggende: Drinkt allen daaruit;
Want dat is Mijn
bloed, het bloed des
Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving
der zonden.
En Ik zeg u, dat Ik
van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op
dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het
Koninkrijk Mijns Vaders”
(Matth.26:26-29).
Terwijl ze dus aan het eten waren,
herdachten ze wat Mozes hun, als kinderen Israëls, had gezegd.
Jezus, God in het vlees, introduceerde iets nieuws voor Israël.
Het was in het licht van het nieuwe testament en het
koninkrijk op aarde.
Het is belangrijk om te begrijpen
dat de maaltijd, “En als zij aten” deel uitmaakte van
“het feest van het Pascha” dat Mozes hen had gegeven.
“Gij
weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal
overgeleverd worden, om gekruisigd te worden
(Matth.26:2).
“En op den eerste dag
der ongehevelde broden kwamen
de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij
U bereiden het pascha te eten?
(Matth.26:17).
Het breken van het
brood & het eten van het Pascha
Zijn het breken van het brood & het
eten van het Pascha hetzelfde? Nee! Voor zover we uit het Woord van
God weten is Christus niet gekomen om de wet van Mozes te
veranderen.
“En
als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij
het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
En Hij nam den
drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien;
en zij dronken allen uit denzelven.
En Hij zeide tot hen:
Dat is Mijn bloed, het bloed des
Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
Voorwaar, Ik zeg u,
dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op
dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk
Gods.
En als zij den lofzang
gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg”
(Markus 14:22-26).
Het eten van het Pascha was
onderdeel van de wet van Mozes. Het is eerst als we bij Paulus
komen, en de openbaring der verborgenheid, dat we, voor de leden van
het lichaam van Christus, veel eer weten aangaande deze inzetting.
Wat is “het breken van het brood”?
Er zijn Bijbelleraren die denken
dat “het breken van het brood” – “het eten van het Pascha”en “het
avondmaal des Heeren” allen hetzelfde zijn.
“En
zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de
gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden”
(Hand.2:42).
“En
dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot
huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en
eenvoudigheid des harten”
(Hand.2:46).
Houdt alstublieft in gedachten dat
de meeste mensen het Woord der waarheid niet recht snijden en ze
lezen Paulus met “het avondmaal des Heeren” in, of denken dat het
gaat over het eten van het “Pascha”.
“Het breken van het brood” wordt
genoemd in verband met een gemeenschappelijke maaltijd (Markus 6:41;
Hand.27:35).
“En
als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op
naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn
discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen
deelde Hij voor allen”
(Markus 6:41).
“En
als hij dit gezegd had en brood genomen had, dankte hij God in aller
tegenwoordigheid; en hetzelve gebroken
hebbende, begon hij te eten
(Hand.27:35).
Als we dus
Hand.2:42-46 lezen moeten we beseffen dat het daar gaat over de
Messiaanse gemeente van Pinksteren en dat het eten deel was van hun
gemeenschap. Er staat niet geschreven dat Christus hen overleverde
dat, als ze samenkwamen, ze moesten gedenken wat Hij hun had verteld
tijdens het laatste maal.
Toen Paulus naar Troas ging leerde
hij de gemeenten reeds hetgeen Christus hem had geopenbaard
aangaande de inzetting van het avondmaal des Heeren. Als we het
volgende vers lezen leren we betreffende “maaltijd” en “eten”.
“En
op den eersten dag der
week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken,
handelde Paulus met hen, zullende des anderen daags verreizen; en
hij strekte zijne rede
uit tot den middernacht”
(Hand.20:7).
“Doch
Paulus, afgekomen zijnde, viel op hem, en hem omvangende,
zeide hij: Weest niet beroerd; want zijn ziel is in hem.
En als hij weder boven
gegaan was, en brood gebroken en wat gegeten
had, en lang, tot den dageraad toe, met hen gesproken had, vertrok
hij alzo”
(Hand.20:10-11).
Dienaars
des Nieuwen Testaments
“Die ons ook bekwaam
gemaakt heeft, om te zijn dienaars
des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de
letter doodt, maar de Geest maakt levend” (2Kor.3:6).
Zijn
wij dienaars van het Nieuwe Testament?
Het antwoord is erg eenvoudig, Ja!
Daarom schrijft Paulus dit, onder de autoriteit van Christus, aan de
Gemeente, leden van het lichaam van Christus.
De brieven aan de Korinthiërs zijn
deel van de prediking van Jezus Christus naar de openbaring der
verborgenheid. Alles wat Paulus aan de Korinthiërs leerde, dat
leerde hij ook in de andere gemeenten.
“Daarom
heb ik Timotheus tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is
in den Heere, welke u zal indachtig maken mijn wegen, die in
Christus zijn, gelijkerwijs ik alom in alle Gemeenten leer”
(1Kor.4:17).
Waarom gebruikt Paulus, speciaal in
zijn brieven aan de Romeinen, Korinthiërs en Galaten uitdrukkingen
uit het zogenoemde Oude Testament?
“Want
al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering
te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting
der Schriften, hoop hebben zouden
(Rom.15:4).
Het antwoord is eenvoudig. Paulus
gebruikt deze uitdrukkingen niet omdat hij op dat moment een
speciale Joodse bediening had. En ook niet omdat hij eerst naar de
Joodse synagoge ging, maar tot onze lering.
Degenen die veelvuldig herhalen dat
we het woord der waarheid recht moeten snijden, en spreken over de
afgezonderde dienst van Paulus, vergeten soms om naar Paulus zelf te
luisteren naar hetgeen hij aan de gemeenten schrijft.
Alvorens we gaan vergelijken tussen
het nieuwe testament, toen Paulus predikte, en hetgeen de profeet
Jeremia heeft geschreven, is het belangrijk om te weten dat hetgeen
Paulus in zijn brieven schrijft deel is van een nieuw evangelie /
openbaring die hij van de opgestane Heer ontvangen heeft.
(Gal.1:11-12).
“Want
al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering
te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting
der Schriften, hoop hebben zouden
(Rom.15:4).
Ik heb het bovengenoemde vers
gebruikt omdat ik tot het inzicht ben gekomen dat, toen Paulus
verzen uit het oude testament gebruikte, dat niet het geval was
omdat hij een speciale bediening voor de Joden had of dat hij
speciaal aan hen schreef omdat hij eerst naar de synagoge ging.
Paulus gebruikt verzen uit het Woord van God tot onze lering.
De eerste vraag is dus of we
aannemen dat hetgeen Paulus schrijft, deel is van een nieuw
Evangelie dat Christus hem heeft gegeven. Of stellen we iedere keer
zijn autoriteit ter discussie als hij iets uit het oude testament
noemt tot onze lering?
Ik
zal een nieuw verbond maken.
Laat ons eerst onderzoeken wat
Jeremia, de profeet, zegt aan het volk Israël:
“Ziet,
de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en
met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken”
(Jer.31:31).
We
leren hier dus duidelijk met wie God dit verbond gaat maken:
met
het huis van Israel en met het huis van Juda.
“Niet
naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als
Ik hun hand
aangreep, om hen uit
Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben,
hoewel Ik hen
getrouwd had, spreekt de HEERE” (Jer.31:32).
Uit dit vers weten we dat dit
verbond een andere is, en dus niet het verbond van de dagen van
Mozes.
“Maar
dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel
maken zal, spreekt de
HEERE:…….”
(Jer.31:33).
Na
die dagen,- Nu weten we
dat de dagen van het oude testament voorbij waren toen Christus aan
het kruis hing. We weten dat God op de Pinksterdag de profetie van
Joël aan Israël vervulde. Maar dat alles werd tijdelijk gestopt met
de komst van de bedeling der genade Gods.
“Hoe
zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht
nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere,
aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord
hebben;
God bovendien
medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten
en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil”
(Hebr.2:3-4).
De schrijver aan de Hebreeën, onder
het evangelie van de besnijdens (Hebreeën-Openbaring), laat ons zien
dat hetgeen reeds was begonnen, voortgezet zal worden in de toekomst
nadat de bedeling der Genade tot een einde is gekomen.
Ik
zal Mijn wet in hun binnenste geven. (Jer.31:33).
1)-
Ik zal Mijn wet in hun
binnenste geven.
2)-en zal die in hun hart
schrijven.
3)-
en Ik zal hun tot een
God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
4)-
En zij zullen niet
meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren,
zeggende:
5)-
Kent den HEERE! want
zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun
grootste toe, spreekt de HEERE.
6)-want
Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer
gedenken.
Het
hoofddoel van dit toekomstige testament met Israël is, zoals hij
zegt:
1)-
Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven.
2)- en zal die in hun hart
schrijven.
Dit betekent dat het eerste verbond
slechts een letter was – door de wet is de kennis der zonde, en meer
niet. Een ander belangrijk punt is dat het nieuwe verbond met Israël
gebaseerd is op het bloed van Christus en niet op het bloed van
dieren.
We moeten dus begrijpen dat God van
voornemens is om in de toekomst zijn verbond met Israël te
continueren op een andere basis dan met Mozes.
“En
zij zullen daarhenen komen, en al deszelfs verfoeiselen en al
deszelfs gruwelen van daar wegdoen.
En Ik zal hun enerlei
hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven;
en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen
hart geven;
Opdat zij wandelen in
Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij
zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
Maar welker hart het
hart hunner verfoeiselen en hunner gruwelen nawandelt, derzelver weg
zal Ik op hun hoofd geven, spreekt de Heere”
(Ezechiël 11:18-21).
Die
ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars
des Nieuwen Testaments.
Laat ons nu teruggaan naar hetgeen
Paulus schrijft, als deel van de openbaring der verborgenheid, aan
de leden van het lichaam van Christus. Zijn brief aan de Korinthiërs
is een lange brief. Deze brieven zijn gericht aan leden van het
lichaam van Christus van alle tijden.
“Die
ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars
des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de
letter doodt, maar de Geest maakt levend” (2Kor.3:6).
“Ons bekwaam gemaakt heeft” – Ons,
leden van het lichaam van Christus. Het doel waartoe Christus Paulus
redde was:
“Maar
de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren
vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en
de kinderen Israels.
Want Ik zal hem
tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam”
(Hand.9:15-16) .
Heidenen = Naties.
Kinderen
Israëls – in de dagen van
Paulus, tot aan de vernietiging van de tempel, konden ze bewijzen
dat ze behoorden tot het volk Israël en tot welke stam ze behoorden.
Vandaag de dag zijn er enkel NATIES en niemand kan zeggen tot welke
stam hij behoort.
Nu is er het nieuwe testament met
een nieuwe groep gelovigen – het lichaam van Christus. Dit testament
is van de Geest en wordt ook wel genoemd de bediening der
rechtvaardigheid
Opnieuw
zien we dus hoe “al wat te voren geschreven is, dat is tot onze
lering”.
We spreken alleen
over hetzelfde principe maar niet over dezelfde groep mensen.
Wat God heden ten dage doet is het
geven van Zijn Geest aan de leden van het lichaam van Christus op
basis van GENADE en GELOOF. U heeft Gods Geest niet alleen nodig om
gered te worden. Gedenk dat Paulus aan de gelovigen te Korinthe
schrijft dat ze moeten weten en leren aangaande de werking van Gods
Geest in hun leven om te leren hoe ze de zonde kunnen overwinnen.
“……….want
de letter doodt, maar de Geest maakt levend”
(2Kor.3:6).
De letter is de WET van Mozes, de
Geest is het nieuwe testament naar de openbaring der verborgenheid.
(Zie Rom. hoofdstuk 8).
MAAR
ik ben van de Naties, dus HEIDENEN. Wat moet ik doen met de WET van
MOZES?
Schande op hen die hun
dispensationele theorieën stellen boven het woord van God.
Dit is het punt waar het om gaat.
Toen Paulus naar die gemeenten kwam waar Heidenen en Joden uit de
synagoge tezamen waren, hield hij hun de waarheid voor van:
“al wat
te voren geschreven is, dat is tot onze lering”.
Beste broeder, gelooft en leert u
dat de bediening van de Geest naar de openbaring der verborgenheid
is? Als uw antwoord JA is dan bent u ook een bekwame bedienaar van
het nieuwe testament.
Paulus en het avondmaal des Heeren
Ik heb een lange terugblik gegeven
over dit onderwerp opdat ik u nu kan vertellen dat het avondmaal
des Heren, zoals we dat in de brief van Paulus aan de
Korinthiërs lezen, deel is van de prediking van Jezus Christus naar
de openbaring der verborgenheid.
Degenen die leren dat hetgeen
Paulus aan de Korinthiërs leerde deel is van zijn Joodse bediening
zullen het moeilijk hebben om aan te nemen wat Christus hem vertelde
betreffende de Gemeente. Ik hoop dus, dat na het lezen van deze
studie, u er van overtuigd zult worden dat ook wij Paulus moeten
volgen in deze inzetting.
Een ander belangrijk punt, die we
op moeten merken alvorens we verder gaan, is:
“Ziet
toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en
ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste
beginselen der wereld, en niet naar Christus” (Kol.2:8).
“Indien
gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven
zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods”
(Kol.3:1).
“Want
wij wandelen door geloof en niet
door aanschouwen”
(2Kor.5:7).
Er zijn er die begrijpen dat de
bedeling der Genade aan Paulus is gegeven, en niettemin dit vers
gebruiken om het tegendeel te bewijzen. Het is eigenaardig dat
mensen dat doen. Hoe kunt u woorden van dezelfde apostel gebruiken,
en van dezelfde openbaring, en tegelijkertijd tegenspreken hetgeen
hij leert aan de Gemeente, het lichaam van Christus?
We nemen geen deel aan het
avondmaal des Heeren om het gevoelen, maar omdat we weten dat dit is
wat de Heere Jezus Christus zegt aan de Gemeente.
Gemeenschap met het lichaams van Christus
“Daarom,
mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst.
Als tot verstandigen
spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.
De drinkbeker der
dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen,
is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat
wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?
Want een brood is het, zo zijn
wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn”
(1Kor.10:14-17).
De vraag is: “Wat is het avondmaal
des Heeren”, waar gaat het eigenlijk om?
Is het gewoon een maandelijkse
ceremonie? Sommigen doen deze ceremonie eens per drie maanden en
weer anderen eens per jaar omdat ze het verwarren met het Pascha.
Als we de juist genoemde verzen lezen dan leren we, hoe vaak u het
ook doet, dat het meer is dan alleen een ceremonie.
--De
drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen,
is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus?
--Het
brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des
lichaams van Christus?
Paulus leert hier meer dan slechts
een prediking over iets dat we iedere maand, of wanneer dan ook,
vastgelegd in de wetten van onze denominaties, moeten doen. U ziet
dat deze
drinkbeker der dankzegging
of het brood, dat wij breken
te maken heeft met afgodendienst onder de gelovigen.
1Kor.10:14-Daarom,
mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst
Laat ons kijken naar de context van
het hoofdstuk en proberen de boodschap te begrijpen die Paulus
heeft te zeggen aan leden van het lichaam van Christus.
Het
gaat om het gedenken, maar de vraag is: wat moeten we gedenken?
“En
ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen
onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn;
En allen
in Mozes gedoopt zijn in de wolk en
in de zee;
En allen dezelfde
geestelijke spijs gegeten hebben;
En allen denzelfden geestelijken
drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke
steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.
Maar in het meerder deel van
hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn
ter nedergeslagen”
(1Kor.10:1-5).
“En ik wil niet,
broeders” –
Deze broeders zijn Joden en Heidenen die in één lichaam zijn
gedoopt. Het is droevig om te zien hoe bekwame Genade leraren zo ver
gaan door te zeggen dat hij hier spreekt tot Joodse gelovigen of dat
hij spreekt aan “een ander lichaam”. Paulus is hier zeer duidelijk.
Hij schrijft aan de leden van het lichaam van Christus.
1Kor.12:2:
Gij weet, dat gij heidenen waart,………….
Jazeker, het lichaam
van Christus, bestaande uit Joden wiens vaders met Mozes waren onder
de wolk en Heidenen die werden “tot de stomme afgoden
heengetrokken” (1Kor.12:2).
En deze dingen zijn geschied ons tot
voorbeelden
“Want al wat te voren
geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat
wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben
zouden”(Rom.15:4).
Tot
onze lering – dat wij – hoop hebben zouden
“En
deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust
tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad
hebben”
(1Kor.10:6).
Ons tot voorbeelden –
opdat wij
Tegen wie spreekt Paulus hier? Het
mag een wat vreemde vraag lijken maar, als we niet begrijpen dat
hij hier tegen leden van het lichaam van Christus spreekt, zullen we
vermoedelijk niet luisteren.
Als Paulus Schriftgedeelten uit het
oude testament gebruikt zijn dat voorbeelden – tot onze
lering. Het lichaam van Christus is niet anders als het gaat om
afgodendienst – hoereerders – die Christus verzoeken – die
murmureren.
“Men
hoort ganselijk, dat er hoererij
onder u is,
en zodanige hoererij, die ook onder de heidenen niet genoemd wordt,
alzo dat er een zijns vaders huisvrouw heeft”
(1Kor.5:1).
“Gij
weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken,
naar dat gij geleid werdt”
(1Kor.12:2).
“Want
ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij
Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en
wij zijn allen tot een Geest gedrenkt” (1Kor.12:13).
Nu weten we dat Paulus tegen ons
spreekt. Nu moeten we dichterbij komen om te luisteren wat hij heeft
te zeggen. Paulus neemt Israël hier als VOORBEELD voor de leden van
het lichaam van Christus. Waarom zou het verkeerd zijn om
voorbeelden van toen te nemen terwijl we weten dat de werken van het
vlees dezelfde zijn onder de wet van Mozes als onder de bedeling der
Genade Gods.
Over Israël zegt hij:
“Maar
in het meerder deel van
hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn
ter nedergeslagen”
(1Kor.10:5).
Aan het lichaam van Christus zegt
hij:
“Doch
ik, als wel met het lichaam afwezend, maar tegenwoordig zijnde met
den geest, heb alrede, als of ik tegenwoordig ware,
dengene, die dat alzo bedreven heeft,besloten,”
(1Kor.5:3).
“In
den Naam van onzen Heere Jezus Christus, als gijlieden en mijn geest samen vergaderd zullen
zijn, met de kracht van onzen Heere Jezus Christus,
Denzulken over te
geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest
behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus”
(1Kor.5:4-5).
“Maar nu heb ik u
geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien
iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een
gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een
dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten”
(1Kor.5:11).
Christus verteld ons, door Paulus,
om in de zaak van ontucht en afgodendienst naar Israël te zien en
van die situatie te leren. Onder de bedeling der Genade handelt God
op een andere wijze met degenen die in zonde vallen.
“Denzulken
over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest
behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus”
(1Kor.5:5).
“Zo
iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon
ontvangen.
Zo iemands werk zal
verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden
worden, doch alzo als door vuur”
(1Kor.3:14-15).
“Maar
uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van
God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing”
(1Kor.1:30).
Dus
opnieuw zien we dat de boodschap van 1Korinthiërs hoofdstuk 10 voor
de leden van het lichaam van Christus is. Gericht aan geredde mensen
die alreeds verlost zijn door het bloed van Christus. We moeten
steeds weer opnieuw worden herinnerd aan:
“De
drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen,
is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood,
dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van
Christus?
Want een brood is het, zo zijn
wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig
zijn”
(1Kor.10:16-17).
Afgodendienst –
hoereerders – Christus verzoeken – murmureren.
“En
wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van
hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om
te drinken, en zij stonden op om te spelen.
En laat ons niet
hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er
vielen op een dag drie en twintig duizend.
En laat ons
Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht
hebben, en werden van de slagen vernield.
En murmureert niet,
gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden
vernield van den verderver”
(1Kor.10:7-10).
Paulus onderwijst hier de leden van
het lichaam van Christus dat, afgodendienaars – hoereerders – die
Christus verzoeken – en die murmureren, ons heden ten dage eender
zullen beïnvloeden zoals het destijds ook Israël beïnvloedde.
Wordt
geen afgodendienaar
Wordt geen afgodendienaars
– het aanbidden van valse goden – Exodes 32:6-8:
“En
zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij
hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor
hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit
zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben”
(Ex.32:8).
Als we om ons heen kijken naar de
vele verschillende soorten van de zogenaamde “christelijke religie”
vinden we ongetwijfeld in velen van hen een moderne manier van het
dienen van afgoden. Ik hoef hun namen niet te noemen maar het lezen
van hetgeen Paulus zegt aan de gemeente te Kolosse zal ons helpen te
begrijpen dat we naar Paulus moeten luisteren als hij ons verteld
dat we moeten leren van hetgeen over Israël is geschreven.
“Ziet
toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en
ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste
beginselen der wereld, en niet naar Christus” (Kol.2:8).
“Dat dan niemand
u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen,
intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen
zijnde door het verstand zijns vleses”
(Kol.2:18).
laat
ons niet hoereren
“En
Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de
dochteren der Moabieten.
En zij nodigden het
volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog
zich voor haar goden.
Als nu Israel zich
koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel”
(Numeri 25:1-3).
“Men
hoort ganselijk, dat er hoererij
onder u is,
en zodanige hoererij, die ook onder de heidenen niet genoemd
wordt, alzo dat er een zijns vaders huisvrouw heeft”
(1Kor.5:1).
“Vliedt
de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het
lichaam, maar die hoererij bedrijft,…………”
(1Kor.6:18).
“Opdat
wederom, als ik zal gekomen zijn, mijn God mij niet vernedere bij u,
en ik rouw hebbe over velen, die te voren gezondigd hebben, en die
zich niet bekeerd zullen hebben van de onreinigheid, en
hoererij, en ontuchtigheid, die zij gedaan hebben” (2Kor.12:21).
.
(zondigen
tegen het eigen lichaam).
“De
werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij,
onreinigheid, ontuchtigheid”
(Gal.5:19).
“Maar
hoererij en alle onreinigheid, of gierigheid, laat ook onder u niet
genoemd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt”
(Ef.5:3).
Christus
niet verzoeken
Waarom berispte het volk Mozes, en
zei:
“…….Geeft
gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat
twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE?
Toen nu het volk
aldaar dorstte naar water, zo murmureerde het volk tegen Mozes, en
het zeide: Waartoe hebt gij ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat
gij mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deed sterven?”
(Ex..17:2-3).
“En
hij noemde den naam dier plaats Massa en Meriba, om de twist der
kinderen Israels, en omdat zij den HEERE verzocht hadden, zeggende:
Is de HEERE in het midden van ons, of niet?”
(Ex.17:7).
“Daarom
kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat
wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat
Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk”
(Num.21:7).
--Is
de HEERE in het midden van ons, of niet?”
--omdat
wij tegen den HEERE gesproken hebben
“Doet
alle dingen zonder murmureren en tegenspreken”
(Fil.2:14).
“geen
twisting”
(Gen.13:8).
“Verkeerde
krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van
de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin
zij. Wijk af van dezulken”
(1Tim.6:5).
Nu
begrijpen we dat het avondmaal des Heeren is om mensen er steeds
maar weer aan te herinneren betreffende enige fundamentele
waarheden.
Afgodendienst –
hoereerders – Christus verzoeken – murmureren
Israël
naar het vlees en het offeren van de Heidenen
“Ziet
Israel, dat naar het vlees is: hebben niet degenen, die de
offeranden eten, gemeenschap met het altaar?
Wat zeg ik dan? Dat
een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is?
Ja, ik zeg,
dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet
Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.
Gij kunt den
drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der
duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en
aan de tafel der duivelen”
(1Kor.10:18-21).
Het onderwerp is hier gemeenschap
met afgodendienaars. Paulus neemt Israël naar het vlees als
voorbeeld voor de leden van het lichaam van Christus. De priesters
die de offeranden eten hebben gemeenschap met het altaar. Er was een
overtreding gepleegd als er werd geofferd op het altaar. Er werd
verzoening gedaan door de priester. Dit alles betekende dat God ze
steeds maar weer herinnerde om niet de zonde te dienen. Niet te
wandelen naar de weg der Heidenen.
De
bedoeling is eenvoudig, als iemand gered is door het bloed van
Christus moet deze steeds weer er aan herinnerd worden niet de zonde
te dienen.
“En
de priester zal die aansteken op het altaar, ten vuuroffer den
HEERE; het is een schuldoffer.
Al wat mannelijk is
onder de priesteren zal dat eten; in de heilige plaats zal het
gegeten worden; het is een heiligheid der heiligheden.
Gelijk het zondoffer,
alzo zal ook het schuldoffer zijn; enerlei wet zal voor dezelve
zijn; het zal des priesters zijn, die daarmede verzoening gedaan
zal hebben”
(Lev.7:5-7).
“Gelijk
het zondoffer, alzo zal ook het schuldoffer zijn; enerlei wet zal
voor dezelve zijn; het zal des priesters zijn, die daarmede
verzoening gedaan zal hebben.
Zij hebben aan
de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet
kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders
niet geschrikt hebben.
Den Rotssteen, Die
u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis
gesteld den God, Die u gebaard heeft.
Als het de HEERE zag,
zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn
dochteren.
En Hij zeide: Ik zal
Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal
zien, welk
hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht,
kinderen, in welke geen trouw is.
Zij hebben Mij tot
ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn
verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver
verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk
zal Ik hen tot toorn verwekken”
(Deut.32:16-21).
Den
Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten
Dit voorbeeld gaat over Christus.
Israël wende zijn ogen van God af, de ware God die hen uit Egypte
voerde. --Dat
onze vaders allen onder de wolk waren (1Kor.10:1).
--En
allen in Mozes gedoopt zijn (1Kor.10:2).
--En
allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; (1Kor.10:3).
--En
allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben (1Kor.10:4).
Christus is de Rots waarop de
Gemeente, het lichaam van Christus, gebouwd is. Paulus zegt:
“Naar
de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester
het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk
zie toe, hoe hij daarop bouwe”
(1Kor.3:10)..
Sommigen zullen zeggen: Dat weet ik
wel, dus waarom heb ik de inzettingen nodig?
1)-Omdat Christus dat aan Paulus
heeft verteld en Paulus het aan ons heeft verteld.
2)-Dat, als u samenkomt, u het zich
zult herinneren, en niet wordt als:
“………mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid
beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk
af van dezulken”
(1Tim.6:5).
Kijk om u heen en u zult zien
hoeveel mensen er zijn die het doel zijn vergeten waarom ze als
gemeente samenkomen.
Het eten van het avondmaal des Heeren
“Dit
nu, hetgeen ik u aanzegge,
prijs ik niet, namelijk dat
gij niet tot beter, maar tot erger samenkomt.
Want eerstelijk, als
gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn
onder u; en ik geloof het ten dele”
(1Kor.11:17-18).
Als we de verzen 17-33 lezen zullen
we begrijpen dat Paulus schrijft aan gelovigen als zij samenkomen.
Dus als Gemeente samenkomen. Niet “naar de kerk gaan” maar als
Gemeente samenkomen. Een gemeentelijke samenkomst kan overal plaats
vinden. Het gaat niet om de plaats waar we samenkomen maar om het
doel van die samenkomst. Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de
Korinthiërs de voorschriften voor het samenkomen als gemeente. (Zie
de hoofdstukken 10,11,12,13 en 14). Terwijl Paulus leerde dat
TONGEN, PROFETIE en KENNIS tijdelijk waren, bleven al de andere
dingen gelijk.
Als we vergelijken wat het huidige
christendom leert wat te doen wanneer men als gemeente samenkomt,
met hetgeen Christus aan Paulus heeft gegeven voor de Gemeente, dan
zullen we een groot verschil zien.
Velen denken dat, als ze samenkomen
in de kerk, ze dat God aanbidden, hetgeen in feite niet zo is. Ze
AANBIDDEN ENGELEN.
“Dat dan niemand
u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst der engelen,
intredende in hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen
zijnde door het verstand zijns vleses;
En het Hoofd niet
behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen
en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met
goddelijken wasdom” (Kol.2:18-19).
Verdeeldheid
– Over verdeeldheid
spreken is nimmer een gemakkelijk onderwerp geweest. In onze dagen
zijn er zovele leringen dat het voor velen moeilijk zal zijn om te
kunnen zeggen wat waarheid is. Als we de context lezen begrijpen we
dat alreeds in de dagen van Paulus de mensen zijn leer verwierpen.
Ze volgden de inzettingen, die Christus aan de Gemeente heeft
gegeven, niet, namelijk: “het avondmaal des Heeren” en
“Hoofdbedekking”.
“Want
er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht
zijn, openbaar mogen worden onder u” (1Kor.11:19).
Ketterijen
– We mogen iemand een ketter noemen als hij verwerpt dat Christus =
God, of dat redding niet alleen is uit Genade en door geloof.
“En
er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder
u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen
bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft,
verloochenende, en een
haastig verderf over zichzelven brengende” (2Petrus
2:1).
In de context is hier sprake van
ketterijen als we niet datgene volgen wat Christus aan Paulus
vertelde om de Gemeente te onderwijzen.
“Weest
mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.
En ik prijs u,
broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de inzettingen
behoudt, gelijk ik die u
overgegeven heb”
(1Kor.11:1-2).
Het samenkomen
“Als gij dan bijeen
samenkomt, dat is
niet des Heeren avondmaal eten.
Want in het
eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal; en deze is
hongerig, en de andere is dronken.
Hebt gij dan geen
huizen, om er te eten en te drinken? Of veracht gij de Gemeente
Gods, en beschaamt gij degenen, die niet hebben? Wat zal ik u
zeggen? Zal ik u prijzen? In dezen prijs ik u niet”
(1Kor.11:20-22).
Velen
struikelen over de woorden:
Want in het eten neemt een iegelijk te voren zijn eigen avondmaal.
Dat was niet het doel van het als gemeente samenkomen. Paulus
spreekt hier niet over een Joodse of oosterse gewoonte om samen te
eten. Paulus stelt hier het hoofddoel vast wanneer ze samenkomen. Ze
kwamen NIET om het avondmaal des Heeren te eten.
De vraag is dus weer: Waarom
komen we samen als de gemeente? Als Paulus duidelijk zegt
dat het hoofddoel moet zijn het eten van het avondmaal des
Heeren hoe kan het dan dat gedurende de tijd, van Paulus tot
heden, deze waarheid is veranderd? Kijk eens waarom de Rooms
katholieke kerk samenkomt of naar de vele andere zogenoemde
protestantse kerken. Kijk naar de charismatische kerken en u zult
zien dat velen er geen rekening mee houden wat Paulus schreef
betreffende het samenkomen als gemeente.
Sommigen hebben het volgende op hun
agenda staan als ze samenkomen in de kerk. (Voor hen is dat het
gebouw). ……Zondag school.
……Aanbiddings diensten.
……Bijbel studie.
En
waar is hetgeen Paulus zegt? Het eten van het avondmaal des Heeren.
Want ik heb van den Heere ontvangen
Als we de plaats van het avondmaal
des Heeren willen verstaan moeten we eerst notitie nemen van hetgeen
Paulus daarover schrijft omdat hij het heeft: “van
den Heere ontvangen”.
Toen Christus op aarde
was en sprak over de wijn, het brood en Zijn lichaam sprak Hij tegen
Zijn twaalf discipelen Matth.26:26 en Lukas 22:19.
Maar nu spreekt Christus, via Paulus, aan het lichaam van Christus
in de bedeling der Genade.
Laat ons zien wat
Paulus van de Heere heeft ontvangen!
“Want ik heb van den
Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb,……” (1Kor.11:23).
Paulus schrijft aan
de gemeenten over het avondmaal des Heeren omdat hij het
rechtstreeks heeft ontvangen van de Heer. Hij schreef het ook niet
vanwege zijn Joodse achtergrond of omdat eerst naar de Joden ging.
Hij schreef ons er over omdat Christus hem dat heeft gezegd en het
avondmaal des Heeren is deel van Jezus Christus naar de openbaring
der verborgenheid.
“Want
ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar
door de openbaring van Jezus Christus”
(Gal.1:12).
“Daarom
danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der
prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt,
niet als der
mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods
Woord, dat ook werkt in u, die gelooft”
(1Thess.2:13).
“……..dat
de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood
nam”
(1Kor.11:23).;
Paulus spreekt tegen
de leden van het lichaam van Christus over die speciale nacht. Het
was de nacht toen ze het Pascha aten:
“Voorts zeide de HEERE
tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha” (Ex.12:43).
“En Hij zeide tot hen:
Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat
Ik lijde”
(Lukas 22:15).
U
ziet dat het avondmaal des Heeren is niet het PASCHA eten.
Ik weet niet hoe het komt dat zogenaamde genade leraren niet het
verschil zien. We spreken over het feit dat Christus het avondmaal
des Heeren aan Paulus heeft gegeven en niet de Pascha maaltijd.
Christus is ons Pascha:
“…….Want ook ons
Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus”
(1Kor.5:7).
Wij, als leden van het
lichaam van Christus, nemen deel aan het avondmaal des Heeren en
niet aan de Pascha maaltijd.
Denk er aan dat het
avondmaat des Heeren NIET een maaltijd is.
“En als zij aten, nam
Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het
den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
En Hij nam den
drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien,
zeggende: Drinkt allen daaruit;
Want dat is Mijn
bloed, het bloed des
Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot
vergeving der zonden”
(Matth.26:26-28).
“……het
brood nam;
En als Hij gedankt
had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat
voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis”
(1Kor.11:24).
“Desgelijks nam Hij
ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide:
Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo
dikwijls als gij dien zult drinken,
tot Mijn gedachtenis”
(1Kor.11:25).
“Want
zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult
drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt”
(1Kor.11:26).
Wat is dus de belangrijkste
boodschap die Christus aan Paulus, voor de Gemeente, heeft gegeven?
“verkondigt
den dood des Heeren, totdat Hij komt”
U ziet dat het avondmaal des Heeren
niet een historisch gedenken is. Als we de beker nemen en van het
brood eten is dat niet omdat het nodig is te gedenken dat Christus
2000 jaar geleden stierf aan het kruis. Het is niet een gedenken van
het verleden maar een gedenken in het heden totdat Hij komt.
Wanneer een lid van het lichaam van
Christus iedere keer de dood van Christus gedenkt als hij samenkomt,
memoreert hij aangaande de verlossing die we hebben door het bloed.
Hij memoreert aangaande de overwinning die we nu hebben over de
zonde omdat Christus aan het kruis stierf. De dood van Christus
betekent dat we de zonde niet hoeven te dienen.
Dit is het getuigenis dat we aan de
wereld zouden moeten geven, telkens als we als gemeente samenkomen.
De dingen die Christus aan Paulus
heeft gegeven voor de Gemeente, over het avondmaal des Heeren, zijn
veel meer dan een religieus ritueel. Het is een getuigenis.
We leren veel over de dood van
Christus in Romeinen hoofdstuk 5 en 6:
--Verzoend met God door de
dood van Zijn Zoon. (Rom.5:10).
--Wij
(zijn) in Zijn dood gedoopt zijn.
(Rom.6:3).
--Wij zijn dan met Hem
begraven, door den doop in den dood (Rom.6:4).
--Want indien wij met
Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods
(Rom.6:5).
--De
dood heerst niet meer over Hem (Rom.6:9).
Dood,
waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?
De prikkel nu des
doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.
Maar Gode zij dank,
Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus
Christus
(1Kor.15:55-57).
We
hebben alreeds gezien over welke zonden Paulus spreekt.
Afgodendienst – hoereerders – Christus verzoeken – murmureren
Als we dus als
gemeente samenkomen gaat het in eerste instantie om te gedenken wat
het meest belangrijk is.
“Als
die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan
allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat
degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien,
Die voor hen gestorven en opgewekt is”
(2Kor.5:15).
Wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des
Heeren drinkt
“Zo dan, wie
onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt,
die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
Maar de mens beproeve
zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den
drinkbeker”
(1Kor.11:27-28).
Het avondmaal des
Heeren is het gedenken met een persoonlijke verantwoordelijkheid.
Heeft u gelezen wat Paulus alreeds heeft gezegd?
“Gij
kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der
duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en
aan de tafel der duivelen”
(1Kor.10:18-21).
Voor velen is het
alleen maar een moment van gedenken, maar Paulus spreekt hier over
ONWAARDIGLIJK, SCHULDIG, BEPROEVEN.
Dit kan één van de
redenen zijn dat het avondmaal des Heeren een probleem is geworden
voor veel kerken. In plaats van het dikwijls te doen, doen ze het
eens per maand of minder of helemaal niet. Echter uit hetgeen Paulus
schrijft is het avondmaal des Heeren niet gewoon een ritueel, het is
een belangrijk moment van gedenken als we als gemeente samenkomen.
Gedenk alstublieft dat
het hier niet gaat over schuld en beproevingen van de dingen die we
in het verleden hebben gedaan als ongelovigen, het gaat over hoe we
in ons dagelijks leven, als gelovigen, wandelen. Als we leven in de
geest zouden we ook moeten wandelen in de geest:
“Maar nu heb ik u
geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien
iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een
gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een
dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten.
Want
wat heb ik ook die buiten zijn te oordelen? Oordeelt gijlieden niet
die binnen zijn?” (1Kor.5:11-12).
“En ik zeg: Wandelt
door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet.
Want het vlees
begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan
tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet.
Maar indien gij door
den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet”
(Gal.5:16-18).
“De werken des vleses
nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid,
ontuchtigheid,
Afgoderij,
venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn,
gekijf, tweedracht, ketterijen,
Nijd, moord,
dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te
voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke
dingen
doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven”
(Gal.5:19-21).
Heeft Christus het
avondmaal des Heeren, aan Paulus, voor ons, gegeven opdat we niet
vergeten dat Hij voor ons stierf aan het kruis? Nee! We moeten het
lichaam van Christus gedenken en aan anderen vertellen dat ze moeten
weten en begrijpen de kracht van de dood van Christus in ons
dagelijks leven als geredde mensen.
“…wie onwaardiglijk
dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal
schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
Niemand gaat ons
veroordelen vanwege de zonde van Adam (Rom.5:12; Rom.8:1). Maar we
hebben de verplichting te weten waarom Christus Zijn leven en Zijn
bloed voor ons heeft gegeven en we dienen dienovereenkomstig te
wandelen.
“Zo dan, broeders, wij
zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven. Want
indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien
gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij
leven.
Want zovelen als er
door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods”
(Rom.8:12-14).
We weten uit de
kerkgeschiedenis, en ook nu nog, dat er vele religieuze verbindingen
zijn gelegd tussen de doop en het avondmaal des Heeren of tussen
kerklidmaatschap en het avondmaal des Heeren. Dit betekent, ook al
ben je een gered persoon, dat je misschien niet welkom bent om deel
te nemen aan het avondmaal des Heeren in een andere gemeente waar je
geen lid van bent of daar niet bent gedoopt.
Hier spreekt Paulus
echter niet over. Er is één plaats waar hij zegt: “Eet niet met
hem”.
“Maar nu heb ik u
geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien
iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een
gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een
dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult
eten. Want
wat heb ik ook die buiten zijn te oordelen? Oordeelt gijlieden niet
die binnen zijn?”
(1Kor.5:11-12).
Terwijl het Evangelie
der behoudenis er is om zondaren te roepen om zich te verzoenen met
God, is het avondmaal des Heeren een moment waar we onszelf er aan
moeten herinneren om de kracht van Genade in ons leven te gebruiken
om niet in de zonde te vallen.
“Want
de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
En onderwijst
ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden
verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze
tegenwoordige wereld”
(Titus 2:11-12).
“..die
zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren”-
Mensen houden er niet
van om zich schuldig te voelen. Sommige mensen voelen zich schuldig
omdat ze nooit hebben begrepen wat Genade is. Voor velen, komende
uit een religieuze achtergrond, met vele door mensen ingestelde
regels, is het moeilijk om de vrijheid te begrijpen die we nu hebben
in Christus.
U moet Romeinen hoofdstuk 6 eens bestuderen.
Het is een belangrijk
moment om te gedenken dat door de dood van Christus we de zonde niet
behoeven te dienen. Christus heeft ons al onze zonden vergeven, niet
om nu vrij te zijn om te zondigen, maar om in nieuwheid des levens
te wandelen.
Dus zegt Paulus,
beproef u zelven, en eet dan. In eenvoudige woorden, eerst gedenken
en dan eten.
“Want
die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een
oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren”
(1Kor.11:29).
Onwaardiglijk
= Weet u dat het lichaam van Christus op het kruis een zekere waarde
heeft? De meest belangrijke waarde ervan is:
“Want
de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het
eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere”
(Rom.6:23).
Paulus schrijft hier
over gelovigen, geredde mensen die zouden moeten weten dat ze de
waarde van het lichaam van Christus moeten waarderen in hun leven.
Het is een duidelijke waarheid. God heeft ons de genadegift van
eeuwig leven gegeven door Christus. Dat is het meest waardevolle wat
we kunnen hebben in ons leven. Dat is de reden dat gelovigen, in hun
leven, de waarde van de dood van Christus, aan het kruis, moeten
waarderen.
“Weet
gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de
leden van Christus nemen, en maken ze leden ener hoer? Dat zij
verre”
(1Kor.6:15).
“Of
weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen
Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij
uws zelfs niet zijt?
Want gij zijt duur
gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest,
welke Godes zijn”
(1Kor.6:19-20).
U ziet dat het niet
vreemd is dat gelovigen niet “onwaardig” maar “waardig”
moeten eten en drinken.
Zichzelf
een oordeel =
Sprekende over het woord oordeel weten we dat het daar niet gaat
over het al dan niet behouden zijn. Behoudenis is uit genade door
geloof. Paulus zei over degenen die onwaardig wandelen:
“Denzulken
over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest
behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus”
(1Kor.5:5).
Het is niet God die
een oordeel over de gelovigen brengt, maar dat doen we zelf:
“Want die
onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een
oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren”
(1Kor.11:29).
Het
onderscheiden van het lichaam betekent zichzelf beproeven. Aan de
ene kant moeten we weten wat God voor ons, aan het kruis, heeft
gedaan uit Zijn Genade, en aan de andere kant moeten we ons zelf
beproeven, ons zelf afvragen of we wandelen in de geest of voldoen
aan de lusten van het vlees?
Laat ons in het kort zien naar
enige hoofdzaken over Christus zijn lichaam.
“En
Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het
verstand in de boze werken, nu ook verzoend,
In het lichaam Zijns
vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en
onbeschuldiglijk voor Zich stellen”
(Kol.1:21-22).
“Indien gij maar
blijft in het geloof, gefondeerd en vast, en niet bewogen wordt van
de hope des Evangelies, dat gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is
onder al de kreature, die onder den hemel is; van hetwelk ik Paulus
een dienaar geworden ben”
(Kol.1:23).
Waarom zijn er vele zwakken en kranken in het Lichaam van
Christus?
“Daarom
zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
Want indien wij onszelven
oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
Maar als wij
geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat
wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden”
(1Kor.11:30-32).
Gelooft u dat een gered persoon,
iemand die door de Heilige Geest reeds is gedoopt in het ene
lichaam, opnieuw in zonde kan vallen? Ik geloof dat wel! Velen
zullen dan zeggen: “Misschien was het geen ware gelovige”.
Een gered persoon kan zwak en ziek
zijn als hij niet Gods geest wil gebruiken, die in hem is, om te
wandelen in de geest. Een gered persoon die opnieuw in de zonde van
ontucht valt zal dezelfde veroordeling in de wereld krijgen als een
ongelovige. Als u aan de alcohol of aan de drugs gaat zal uw lichaam
net zo lijden als van een ongelovige. Als u geestelijk ziek bent
kunt u in hetzelfde hospitaal komen waarin ook mentaal zieke
ongelovigen zijn.
Zie maar eens om u heen, het aantal
echtscheidingen onder gelovigen is even groot als onder ongelovigen.
De gemeenten zijn niet vrij van welke vorm van zonde dan ook.
Gedenk dat het avondmaal des Heeren
gericht was aan een gemeente, en aan ons, waarvan sommigen diep in
de zonde leefden.
“Men hoort ganselijk, dat er hoererij
onder u is,
en zodanige hoererij, die ook onder de heidenen niet genoemd wordt,
alzo dat er een zijns vaders huisvrouw heeft”
(1Kor.5:1).
“Maar nu heb ik u
geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien
iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een
gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een
dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten”
1
Kor.5:11).
“De
werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij,
onreinigheid, ontuchtigheid,
Afgoderij,
venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden,
toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,
Nijd, moord,
dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te
voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke
dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven”
(Gal.5:19-21).
Aan wie schrijft Paulus deze
dingen? Aan leden van het lichaam van Christus! Spreekt hij hier
over de werken van het vlees van een gelovige of van een ongelovige?
Paulus schrijft aan ons, leden van het lichaam van Christus die
zichzelf steeds maar weer moeten beoordelen.
Mijn
broeders
“Zo
dan, mijn broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
Doch zo
iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel
samenkomt. De overige dingen nu zal ik verordenen, als ik zal
gekomen zijn” (1Kor.11:33-34).
We sluiten dit belangrijke
onderwerp, over het avondmaal des Heeren, af met een woord voor de
broeders. Als we de hoofdstukken 10-14, van 1Kor. zullen lezen dan
zullen we begrijpen dat, als we samenkomen als gemeente, de broeders
de gemeente moeten leiden om het avondmaal op de juiste manier te
eten.
“Maar
ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus,
dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder
u geen scheuringen zijn, maar dat gij
samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen”
(1Kor.1:10).
“Ik
zeg u dit tot
schaamte. Is er dan alzo
onder u geen, die wijs is, ook niet een, die zou kunnen oordelen
tussen zijn broeders?”
(1Kor.6:5).
“En ik wil niet,
broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de
wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn”
(1Kor.10:1).
“En
ik prijs u, broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de
inzettingen behoudt, gelijk ik die u
overgegeven heb”
(1Kor.11:2)
.
Het avondmaal en waarom komen wij samen
- PDF |