|
26-08-2010 Genade Bijbel Stichting
Leerstellige verklaring.
Introductie: "Zo bid ik u dan, ik de
gevangene in de Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen
zijt; met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander
in liefde; u benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door de band des vredes. één
Lichaam is het een één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot één
Hoop uwer roeping; één Heere, één Geloof, één Doop, één
God en Vader van allen. Die daar is boven allen en door allen en in u allen.
Maar aan elkeen van ons is de genade gegeven naar de mate der gave van Christus".
(Efeze 4:1-7).
Wij bevestigen hierbij dat de hierboven
beschreven zevenvoudige eenheid, de leerstellige verklaring is, van de Heilige Geest voor
de gemeente, welke is het Lichaam van Christus. Wij geloven dat alle uitingen met
betrekking tot de leerstellige positie en vereisten in deze bedeling van de genade van
God, in volledige overeenstemming moeten zijn met de omlijning van de Heilige Geest. Wij
herkennen andere leerstellige eenheden voor andere bedelingen, maar bevestigen
nadrukkelijk dat alleen Efeze 4:4-6 de leerstellige eenheid bevat voor deze bedeling. We
willen in volledige overeenstemming zijn met de gezindheid van de Heilige Geest, en daarom
houden we vast aan de volgende leerstellige overtuigingen:
DE BIJBEL
De gehele bijbel is woordelijk geïnspireerd
door God, en heeft volledige autoriteit.(2 Tim.3:16-17, 2 Petr.1:21). Wij geloven dat God
Zijn Woord bewaard. De Statenvertaling van de Bijbel is de betrouwbare vertaling in de
Nederlandse taal zonder weglatingen van woorden of soms zinnen zoals bij andere
vertalingen voorkomen. (Matt. 20:22; Mark. 6:11;7:8 Joh. 3:13,15 Hand. 2:30;17:26 Rom.
1:16 1 Kor 1:14 Efe 3:9,14 Kol. 1:2 1 Tim 3:16 etc.)
GOD
Er bestaat EEN GOD, van eeuwigheid bestaande
uit drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest. (Deut.6:4, Joh.4:24, 10:30, Ef.4:6).
DE PERSOON VAN CHRISTUS
Jezus Christus verwekt door de Heilige Geest,
werd geboren uit de maagd Maria, en is zowel waarlijk God als waarlijk Mens. (Luk,1:35,
Fill.2:6-9, Rom.1:3-4).
DE MENSELIJKE NATUUR
Alle mensen zijn van nature dood in hun
overtredingen en zonden. Hierdoor zijn ze niet in staat door eigen werken te doen wat voor
God welgevallig is, (Ef.2:1-3, Rom.3:9,23;8:7-8). Er wacht een straf voor degenen die
Christus hebben verworpen. (Joh. 3:36; Open. 20:15).
VERLOSSING
God rechtvaardigt goddeloze zondaren uit Zijn
genade, op basis van het bloed van Christus, door middel van geloof. Deze volledige
behoudenis wordt door God geschonken als een gave onafhankelijk van de werken van de mens.
(Rom.3:24-28, 5:1,9, Ef.2:8-9).
EEUWIGE ZEKERHEID
Alle geredde mensen hebben eeuwige zekerheid
in Christus. (Rom. 6:23; 8:1; 8:31-39 Col.2:9, 3:1-4, Fil.1:6 ).
DE PERSOON EN HET WERK VAN DE HEILIGE
GEEST
De Heilige Geest is een Persoon die de wereld
overtuigt van zonde, en die de geredde mensen wederopwekt, doopt, verzegelt, verlicht,
bekrachtigt en in hen woont. (Joh.16:8, Tit.3:5, 1 Cor.12:13, Ef.1:3,17,18, 3:16).
DE GEMEENTE
In de huidige bedeling van genade maken wij
onderscheid tussen de GEMEENTE "het Lichaam van Christus" waar alle
geredde mensen lid zijn (1 Cor.12:13, Ef.1:22,23, 3:6). Van het profetische aardse
koninkrijk van Christus. De historische verschijning van het lichaam van Christus begint
met de apostel Paulus.
DE WANDEL
Vanwege de overwinning van Christus over de
zonde, en de Heilige Geest die woont in de geredde mensen, mag en zou een ieder van hen de
verlossing moeten ervaren van de macht der zonde door Rom.6:11 te gehoorzamen. Maar we
ontkennen dat de zondige natuur van de mens ooit in dit leven uitgeroeid kan worden.
(Rom.6:6-14, Gal.5:16-25, Rom.8:37, 2 Cor.2:14, 10:2-5). Wij hebben in dit leven nog
steeds de zondige natuur, Romein 6:6-14, Galaten 5:16-25. We zullen niet meer zondigen als
wij een nieuw lichaam gekregen hebben, Romeinen 8:23, II Corinthe 5:2-6, Filippensen 3:21.
Wij moeten wandelen als heiligen (letterlijk; degenen die apart gezet zijn) en als leden
van de ware gemeente ( letterlijk: degenen die geroepen zijn). We moeten onze positie
waarmaken en eerbiedige getuigen zijn voor Christus. En niet gelijkvormig wordende aan
deze wereld, tonende onze gehoorzaamheid aan de Heere Jezus Christus en liefde betonende
voor de mensen.
DOOP
Alle geredde mensen zijn lid geworden van het
Lichaam van Christus door EEN doop (dit is de doop door de Heilige Geest in het Lichaam
van Christus 1 Kor. 12:13). Door deze doop wordt elk lid van het Lichaam van Christus
geïdentificeerd met Christus in Zijn dood, begrafenis en opstanding. In het licht van de
verklaring in Efeze 4:5 betreffende de één doop, de verklaring betreffende de doop in
Col.2:12, en de verklaring van Paulus in 1 Cor.1:17 dat "Christus hem niet gezonden
heeft om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen", bevestigen wij dat de
waterdoop geen plaats heeft in Gods geestelijk programma voor het Lichaam van Christus, in
deze bedeling van genade.
AVONDMAAL
De deelname aan het avondmaal, door de leden
van het lichaam van Christus, is zoals geopenbaard door de apostel Paulus in 1
Cor.11:23-26, een gebeurtenis om na te leven "totdat Hij komt". Er is geen
enkele plaats in de Schrift te vinden, waar het avondmaal verbonden wordt met de
waterdoop, noch qua verordening, noch qua sacrament van de gemeente.
OPSTANDING
Jezus Christus is lichamelijk opgestaan uit
de dood, Lucas 24:39-43. En als Hij komt 1 Kor. 15:21 zal Hij alle geredde mensen opwekken
tot eeuwigdurende heerlijkheid. Op het einde zal Hij alle verloren mensen opwekken tot
eeuwigdurende veroordeling. (1 Cor.15:22-24, Openb,20:11-15).
DE TWEEDE KOMST VAN CHRISTUS
Vóór het duizendjaring rijk zal Christus
persoonlijk voor de tweede keer komen. De eerste keer zal Hij komen om de gemeente voor
Zichzelf te ontvangen, daarna zal Hij het duizendjarig rijk ontvangen om daarover te
regeren. (1 Thes.4:13-18, Fil.3:21, Openb.12:11, 20:10).
ONZE TOEVERGADERING TOT HEM,
(de opname van de Gemeente 2 Thess. 2:1)
(de opname van de Gemeente 2 Thess. 2:1)
De opname van de gemeente "die Zijn
lichaam is" en de tweede komst van Christus zullen voor het duizendjarig rijk
plaatsvinden. Eerst komt Hij de leden van Zijn lichaam halen, I Thess. 4:13-18, Filip.
3:20,21, en later Zijn Koninkrijk op aarde bevestigen, waarover Hij gaat regeren, Zacharie
14:4-9, Hand. 1:10,11, Open. 19:11-16; 20:4-6. Omdat de opstanding en de opname van het
lichaam van Christus een aparte boodschap, een deel van het geheimenis is, zal Hij in de
lucht verschijnen VOOR de grote verdrukking, I Thess. 4:13-18, Filipp. 3:20,21, Titus
2:13,14, I Cor. 15:51-53. De grote verdrukking is een deel van het profetische programma,
Jeremia 30:7, Matt. 24:15-31. En de opname van de gemeente is een deel van het geheimenis
dat geopenbaard is aan de apostel Paulus, I Cor. 15:50-51. De opstanding van de andere
behouden mensen (degenen die vóór het lichaam van Christus behouden waren) zal
plaatsvinden NA de verdrukkingstijd, Open. 20:6.
DE POSITIE VAN DE DODEN
Er is geen andere hoop voor degenen die
Christus als hun Verlosser verworpen hebben en doodgingen. Integendeel, in de Schrift
staat, dat zij gestraft zullen worden tot in alle eeuwigheden, Lucas 16:23-28, Openbaring
14:11; 20:14,15, Joh. 3:36, II Thess. 1:9. De z.g. lering van alverzoening, een proeftijd
na de dood, vernietiging van dode verloren mensen, of onbewuste positie van de doden
(zowel behouden als verloren mensen), Lucas 16:23-28, Filipp. 1:23, II Cor. 5:6-8. Zij
worden door ons NIET geaccepteerd en worden als onschriftelijk en gevaarlijke lering
gezien.
OPDRACHT
De opdracht en bediening van de gemeente is de apostel Paulus
te volgen, en de openbaring van het geheimenis, welke de Here Jezus Christus vanuit de
hemel door hem aan ons gegeven heeft. (1 Cor.4:16, 11:1, Fil.3:17, 1 Thes.1:16, Rom.11:13,
15:16, Ef.3:1, 1 Tim.2:7, 2 Tim.1:11, 2:2). Het evangelie welke Paulus 'mijn evangelie'
noemde, is Gods boodschap voor vandaag, in tegenstelling tot het evangelie van de
besnijdenis. (Rom.2:16, 16:25, 2 Tim.2:8, Gal.1:6-9, 2:2,5-7). Evenals Paulus, behoren wij
ernaar te streven het evangelie te prediken in die streken waar Christus nog niet bekend
is.
|