De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

12-02-2012

 

Het begin van Paulus bediening

Deel 2

 

De behoudenis, vanuit God, is tot de Heidenen gezonden

 Door: Dov Avnon

 Wanneer we spreken over het evangelie der genade, dat Christus aan Paulus gaf, dan spreken we over God die handelt met de Heidenen buiten Israël om. We spreken dan over het evangelie van Gods genade naar de Heidenen en NIET over het evangelie der besnijdenis.

 “Hand.10:45:  En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen als met Petrus gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook op de heidenen uitgestort werd”.

 “Hand.11:1: De apostelen nu, en de broeders, die in Judea waren, hebben gehoord, dat ook de heidenen het Woord Gods aangenomen hadden”.

 Deze verzen GAAN NIET over de behoudenis van de Heidenen overeenkomstig de openbaring die Christus aan Paulus gaf! Die verzen gaan over de Heidenen en het evangelie aan de besnijdenis dat Christus gaf aan Petrus, Jacobus en Johannes.

 “Hand.11:17 Indien dan God hun evengelijke gave gegeven heeft, als ook ons, die in de Heere Jezus Christus geloofd hebben, wie was ik toch, die God konde weren?”.

 “Hand.11:18 En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven!”.

Paulus en Barnabas

 “Hand.13:46-48: 46 Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. 47 Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde. 48 Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven”.

 Als nu Paulus reeds in Handelingen 13 zegt dat hij naar de Heidenen gaat hoe kunnen sommigen dan zeggen dat Handelingen 28 de grens is tussen het koninkrijk en de bedeling van Genade?

 “Hand.28:28: Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen”.

 Geeft Hand.28 aan dat daar de grens ligt? Nee! Leert Hand.28, of geeft het aan, dat er twee “lichamen” zijn? Nee!

 De theorie van de “twee lichamen” leidt tot zeer extreme en onschriftuurlijke conclusies.

 Sommigen zeggen: “Paulus ging eerst naar de Joden in de synagoge en dus zijn al zijn brieven, die hij in die periode heeft geschreven, alleen gericht aan de Joden.

 Zulke beweringen zijn onschriftuurlijk want het is zo helder als kristal dat Paulus in de begintijd van zijn bediening hoofdzakelijk sprak tot de Heidenen en niet tot de Joden.

                                   

Paulus in het boek Handelingen

 De verwarring over het boek Handelingen beginnen als we lezen:

 “Hand.22:17 En het gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was; 18 En dat ik Hem zag, en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem; want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen. 19 En ik zeide: Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen geselde, die in U geloofden; 20 En toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die hem doodden. 21 En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”.

 De woorden van Christus aan Paulus: “Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden” komen geheel overeen met:

 “Hand.13:46-47: ………..ziet, wij keren ons tot de heidenen. 47 Want alzo heeft ons de Heere geboden,…….”.

 “Hand.15:3: Zij dan, van de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenicie en Samarie, verhalende de bekering der heidenen;……….

 “Hand.18:6: ………………..van nu voortaan zal ik tot de heidenen heengaan”.

 “Hand.21:18-19: 18 En den volgenden dag ging Paulus met ons in tot Jakobus; en al de ouderlingen waren daar gekomen. 19 En als hij hen gegroet had, verhaalde hij van stuk tot stuk, wat God onder de heidenen door zijn dienst gedaan had”.

 Uit de vroege brieven van Paulus   

 “Rom.11:13: Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk”.

 “1Kor.12:2: Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat gij geleid werdt”.

 “Gal.1:15,16: Maar wanneer het Gode behaagd heeft, …………………………………

16 Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven, door het Evangelie, onder de heidenen zou verkondigen, ………………………..”.

 Opdat ik Denzelven onder de heidenen zou verkondigen, ………………………..”.

 “Gal.4:8: Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn”.

 “1Thess.2:14: Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea zijn, in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden”.

 Vanuit deze Schriftplaatsen weten we dat Christus deze aan Paulus gaf aan het begin van zijn bediening. Paulus ging hoofdzakelijk naar de Heidenen en niet hoofdzakelijk naar de Joden. Het is waar dat Paulus eerst naar de Joden ging, maar dat is een geheel andere zaak. (Zie

http://www.gracegospel.eu/Paul-jews.htm ).

                                  Want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden

“Hand.22:17-21: 17 En het gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was; 18 En dat ik Hem zag, en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem; want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen. 19 En ik zeide: Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen geselde, die in U geloofden; 20 En toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die hem doodden. 21 En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”.

Paulus ging eerst naar de Joden in de synagoge, dat deed hij niet opdat de Joden, of het volk Israël, Christus als hun Koning zouden accepteren, maar alleen omdat:

 “Hand.13:46: Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen”.

 “Rom.3:2: Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun (de Joden) de Woorden Gods zijn toebetrouwd”.

 “Hand.15:21: Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”.

 De kinderen Israëls ontvingen van ouds de Woorden van God. Ze waren de enige groep in die tijd die Mozes (de Wet) lazen en predikten. Dat betekent dat in die tijd de synagoge de enige plaats was waar de mensen kennis opdeden van de schepping (Genesis) en het leren aangaande de principes voor vergeving van zonden door het bloed.

 “Leviticus 17:11: Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen”.

 De bezoeken van Paulus aan de synagoges hadden niets te maken met een andere bediening van Paulus. Het is, terwijl Paulus eerst naar de synagoge ging, dat Christus hem zei:

 Want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden

 God wilde de Joden in de synagoge, of het volk te Jeruzalem, niet verlaten met enig excuus voor het verwerpen van de Messias. Daarom lezen we:

 “Hand.13:46:………………. Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen”.

Jezus is de Christus

 Nadat Christus Paulus had gered predikte Paulus tot de Joden, ter bevestiging van hetgeen Petrus alreeds overal predikte, dat:  Jezus is de Christus”.

 “Hand.4:10-12: 10 Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond. 11 Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is. 12 En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden”.

 Paulus vertelde de Joden niet iets nieuws. Per slot van rekening begon de prediking, van Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid, met de fundamentele waarheid dat : “Jezus is de Christus”. Het is enige tijd later dat hij die Joden zal vertellen dat Jezus niet alleen de Christus is maar ook het einde der Wet.

 “1Kor.1:3: Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus”.

 “Rom.1:1: Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God”.

 Paulus verrichtte zelfs wonderen toen hij predikte: “Jezus is de Christus”. Hij verrichte zelfs grotere wonderen dan Petrus had gedaan, maar Paulus bood, hetgeen Petrus wel deed, nimmer het koninkrijk aan Israël aan.

 “Hand.9:20: En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is”.

 “Hand.9:22: Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is”.

 “Hand.18:5: En als Silas en Timotheus van Macedonie afgekomen waren, werd Paulus door den Geest gedrongen, betuigende den Joden, dat Jezus is de Christus”.

 “Hand.18:28: Want hij overtuigde de Joden met groten ernst in het openbaar, bewijzende door de Schriften, dat Jezus de Christus was”.

 “Hand.20:21: Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus”.

                                  Wonderen en tekenen van een apostel

 Als we spreken over de apostel Paulus, over het evangelie van Gods genade, over wonderen en tekenen, dan spreken we over iets dat onderdeel is van de bedeling der Genade en niet over het evangelie van het koninkrijk.

 “Hand.19:11: En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus”.

 “Gal.3:5: Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?”.

 “Rom.15:19: Door kracht van tekenen en wonderheden, en door de kracht van den Geest Gods, zodat ik, van Jeruzalem af, en rondom, tot Illyrikum toe, het Evangelie van Christus vervuld heb”.

 “2Kor.12:12: De merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten”.

 Dus, waarom gaf Christus aan Paulus de bekwaamheid om wonderen en tekenen te doen? Is dat omdat hij het volk Israël moest overtuigen dat Christus de Messias is en dat het koninkrijk nabij was? Nee! Gods Woord geeft ons een duidelijk antwoord: “de merktekenen van een apostel”. Christus gaf Paulus deze bekwaamheid zodat de gehele regio “van Jeruzalem af, en rondom, tot Illyrikum toe” konden weten dat er een nieuwe apostel was met een nieuw evangelie in een nieuwe bedeling.

                          “Het Koninkrijk”, Paulus en het Koninkrijk van God

 Het is belangrijk om te begrijpen in welke context Paulus de uitdrukking “koninkrijk van God” gebruikte. Christus zond Paulus niet om aan Israël het aardse koninkrijk van God te prediken.

 “Markus 1:14-15: En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods. 15 En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie”.

 “Markus 10:15: Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan”.

 Ieder gered persoon, die weet dat Christus de bedeling der Genade aan Paulus heeft gegeven, weet dat er een groot verschil is tussen de bediening van Paulus en de bediening die Christus gaf aan de twaalf apostelen. Veel mensen weten, en begrijpen, dat Christus Paulus redde met een speciaal doel. Hij, Christus, redde Paulus omdat Israël de prediking van de twaalven weigerde te accepteren. Aangezien dit toch een eenvoudige waarheid is, hoe komt het dan dat er mensen zijn die leren dat een bepaald gedeelte van de bediening van Paulus was om Israël te vertellen over het aardse koninkrijk?

 “Kol.1:13: Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde”.

 Als Paulus de uitdrukking “koninkrijk van God” gebruikt dan gaat dat over: “het Koninkrijk van Zijn geliefde Zoon. Leden van het Lichaam van Christus worden overgezet in “het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde”.

 “Rom.14:17: Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest”.

 “1Kor.4:20: Want het Koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht”.

 “1Kor.15:50: Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beerven kunnen, en de verderfelijkheid beerft de onverderfelijkheid niet”.

 “1Thess.2:12: En betuigden, dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid”.

 Deze verzen, en anderen, zullen ons helpen om te begrijpen over welk koninkrijk Paulus spreekt als hij schrijft:

 “Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank”.

 “Kol.4:11: En Jezus, gezegd Justus, welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn mijn medearbeiders in het Koninkrijk Gods, die mij een vertroosting geweest zijn”.

 Dit is een zeer belangrijk vers omdat in die tijd de meesten uit de besnijdenis samenwerkten met Petrus, Jacobus en Johannes, onder het evangelie der besnijdenis.

 “……Jezus, gezegd Justus, welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn mijn medearbeiders in het Koninkrijk Gods,………”.

 Is dit niet meer dan duidelijk om aan te geven dat de prediking van Paulus, betreffende het koninkrijk, niet gaat over het aardse koninkrijk van het volk Israël?

 Paulus die predikte over “het koninkrijk van God” is dezelfde Paulus die predikte: “en (ons) overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde”.

 “2Tim.4:18: En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”.

 Is de prediking van het hemels koninkrijk, in de huidige bedeling van Genade, dezelfde als de prediking van het koninkrijk der hemelen op aarde? Nee! Om dit te begrijpen moet u het Woord der Waarheid recht snijden en niet de brieven van Paulus recht gaan snijden.

 “2Tim.2:15: Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt”.

 

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011