|
Het
begin van Paulus bediening
Deel 2
De
behoudenis, vanuit God, is tot de Heidenen gezonden
Door: Dov
Avnon
Wanneer we spreken over het
evangelie der genade, dat Christus aan Paulus gaf, dan spreken we
over God die handelt met de Heidenen buiten Israël om. We spreken
dan over het evangelie van Gods genade naar de Heidenen en NIET over
het evangelie der besnijdenis.
“Hand.10:45: En de
gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zovelen als met Petrus
gekomen waren, ontzetten zich, dat de gave des Heiligen Geestes ook
op de heidenen uitgestort werd”.
“Hand.11:1: De apostelen
nu, en de broeders, die in Judea waren, hebben gehoord, dat ook de
heidenen het Woord Gods aangenomen hadden”.
Deze verzen GAAN NIET over
de behoudenis van de Heidenen overeenkomstig de openbaring die
Christus aan Paulus gaf! Die verzen gaan over de Heidenen en het
evangelie aan de besnijdenis dat Christus gaf aan Petrus, Jacobus en
Johannes.
“Hand.11:17 Indien dan
God hun evengelijke gave gegeven heeft, als ook ons, die in de Heere
Jezus Christus geloofd hebben, wie was ik toch, die God konde
weren?”.
“Hand.11:18 En als zij
dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo
heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven!”.
Paulus
en Barnabas
“Hand.13:46-48: 46 Maar
Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was
nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch
nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet
waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. 47 Want alzo
heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht
der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het
uiterste der aarde. 48 Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden
zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen,
als er geordineerd waren tot het eeuwige leven”.
Als nu Paulus reeds in
Handelingen 13 zegt dat hij naar de Heidenen gaat hoe kunnen
sommigen dan zeggen dat Handelingen 28 de grens is tussen het
koninkrijk en de bedeling van Genade?
“Hand.28:28: Het zij u
dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en
dezelve zullen horen”.
Geeft Hand.28 aan dat daar
de grens ligt? Nee! Leert Hand.28, of geeft het aan, dat er twee
“lichamen” zijn? Nee!
De theorie van de “twee
lichamen” leidt tot zeer extreme en onschriftuurlijke conclusies.
Sommigen zeggen: “Paulus
ging eerst naar de Joden in de synagoge en dus zijn al zijn
brieven, die hij in die periode heeft geschreven, alleen gericht aan
de Joden.
Zulke beweringen zijn
onschriftuurlijk want het is zo helder als kristal dat Paulus in de
begintijd van zijn bediening hoofdzakelijk sprak tot de Heidenen en
niet tot de Joden.
Paulus in het boek Handelingen
De verwarring over het boek
Handelingen beginnen als we lezen:
“Hand.22:17 En het
gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel
bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was; 18 En dat ik Hem zag,
en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem;
want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen. 19 En ik zeide:
Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen
geselde, die in U geloofden; 20 En toen het bloed van Stefanus, Uw
getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een
welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die
hem doodden. 21 En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver
tot de heidenen afzenden”.
De woorden van Christus aan
Paulus: “Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”
komen geheel overeen met:
“Hand.13:46-47:
………..ziet, wij keren ons tot de heidenen. 47 Want alzo heeft ons de
Heere geboden,…….”.
“Hand.15:3: Zij dan, van
de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenicie en Samarie,
verhalende de bekering der heidenen;……….
“Hand.18:6: ………………..van
nu voortaan zal ik tot de heidenen heengaan”.
“Hand.21:18-19: 18 En
den volgenden dag ging Paulus met ons in tot Jakobus; en al de
ouderlingen waren daar gekomen. 19 En als hij hen gegroet had,
verhaalde hij van stuk tot stuk, wat God onder de heidenen door zijn
dienst gedaan had”.
Uit de
vroege brieven van Paulus
“Rom.11:13: Want ik
spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik
maak mijn bediening heerlijk”.
“1Kor.12:2: Gij weet,
dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar
dat gij geleid werdt”.
“Gal.1:15,16: Maar
wanneer het Gode behaagd heeft, …………………………………
16 Zijn Zoon in mij te
openbaren, opdat ik Denzelven, door het Evangelie, onder de heidenen
zou verkondigen, ………………………..”.
Opdat ik Denzelven onder de
heidenen zou verkondigen, ………………………..”.
“Gal.4:8: Maar toen, als
gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden
zijn”.
“1Thess.2:14: Want gij,
broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea
zijn, in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van
uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden”.
Vanuit deze Schriftplaatsen
weten we dat Christus deze aan Paulus gaf aan het begin van zijn
bediening. Paulus ging hoofdzakelijk naar de Heidenen en niet
hoofdzakelijk naar de Joden. Het is waar dat Paulus eerst naar de
Joden ging, maar dat is een geheel andere zaak. (Zie
http://www.gracegospel.eu/Paul-jews.htm ).
Want Ik zal u ver tot de
heidenen afzenden
“Hand.22:17-21: 17 En het
gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel
bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was; 18 En dat ik Hem zag,
en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem;
want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen. 19 En ik zeide:
Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen
geselde, die in U geloofden; 20 En toen het bloed van Stefanus, Uw
getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een
welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die
hem doodden. 21 En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot
de heidenen afzenden”.
Paulus ging eerst naar de
Joden in de synagoge, dat deed hij niet opdat de Joden, of het volk
Israël, Christus als hun Koning zouden accepteren, maar alleen
omdat:
“Hand.13:46: Maar Paulus
en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat
eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij
hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig
oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen”.
“Rom.3:2: Vele in alle
manier; want dit is wel het eerste, dat hun (de Joden) de
Woorden Gods zijn toebetrouwd”.
“Hand.15:21: Want Mozes
heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij
wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen”.
De kinderen Israëls
ontvingen van ouds de Woorden van God. Ze waren de enige groep in
die tijd die Mozes (de Wet) lazen en predikten. Dat betekent dat in
die tijd de synagoge de enige plaats was waar de mensen kennis
opdeden van de schepping (Genesis) en het leren aangaande de
principes voor vergeving van zonden door het bloed.
“Leviticus 17:11: Want
de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het
altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is
het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen”.
De bezoeken van Paulus aan
de synagoges hadden niets te maken met een andere bediening van
Paulus. Het is, terwijl Paulus eerst naar de synagoge ging, dat
Christus hem zei:
Want Ik
zal u ver tot de heidenen afzenden
God wilde de Joden in de
synagoge, of het volk te Jeruzalem, niet verlaten met enig excuus
voor het verwerpen van de Messias. Daarom lezen we:
“Hand.13:46:………………. Het
was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch
nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet
waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen”.
Jezus
is de Christus
Nadat Christus Paulus had
gered predikte Paulus tot de Joden, ter bevestiging van hetgeen
Petrus alreeds overal predikte, dat: Jezus is de Christus”.
“Hand.4:10-12: 10 Zo zij
u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van
Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God
van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor
u gezond. 11 Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is,
Welke tot een hoofd des hoeks geworden is. 12 En de zaligheid is in
geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die
onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden”.
Paulus vertelde de Joden
niet iets nieuws. Per slot van rekening begon de prediking, van
Jezus Christus naar de openbaring der verborgenheid, met de
fundamentele waarheid dat : “Jezus is de Christus”. Het is enige
tijd later dat hij die Joden zal vertellen dat Jezus niet alleen de
Christus is maar ook het einde der Wet.
“1Kor.1:3: Genade zij u
en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus”.
“Rom.1:1: Paulus, een
dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd
tot het Evangelie van God”.
Paulus verrichtte zelfs
wonderen toen hij predikte: “Jezus is de Christus”. Hij verrichte
zelfs grotere wonderen dan Petrus had gedaan, maar Paulus bood,
hetgeen Petrus wel deed, nimmer het koninkrijk aan Israël aan.
“Hand.9:20: En hij
predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God
is”.
“Hand.9:22: Doch Saulus
werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te
Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is”.
“Hand.18:5: En als Silas
en Timotheus van Macedonie afgekomen waren, werd Paulus door den
Geest gedrongen, betuigende den Joden, dat Jezus is de Christus”.
“Hand.18:28: Want hij
overtuigde de Joden met groten ernst in het openbaar, bewijzende
door de Schriften, dat Jezus de Christus was”.
“Hand.20:21: Betuigende,
beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen
Heere Jezus Christus”.
Wonderen en tekenen van een
apostel
Als we spreken over de
apostel Paulus, over het evangelie van Gods genade, over wonderen en
tekenen, dan spreken we over iets dat onderdeel is van de bedeling
der Genade en niet over het evangelie van het koninkrijk.
“Hand.19:11: En God deed
ongewone krachten door de handen van Paulus”.
“Gal.3:5: Die u dan den
Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de
werken der wet, of uit de prediking des geloofs?”.
“Rom.15:19: Door kracht
van tekenen en wonderheden, en door de kracht van den Geest Gods,
zodat ik, van Jeruzalem af, en rondom, tot Illyrikum toe, het
Evangelie van Christus vervuld heb”.
“2Kor.12:12: De
merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle
lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten”.
Dus, waarom gaf Christus
aan Paulus de bekwaamheid om wonderen en tekenen te doen? Is dat
omdat hij het volk Israël moest overtuigen dat Christus de Messias
is en dat het koninkrijk nabij was? Nee! Gods Woord geeft ons een
duidelijk antwoord: “de merktekenen van een apostel”.
Christus gaf Paulus deze bekwaamheid zodat de gehele regio “van
Jeruzalem af, en rondom, tot Illyrikum toe” konden weten dat er
een nieuwe apostel was met een nieuw evangelie in een nieuwe
bedeling.
“Het Koninkrijk”, Paulus en het
Koninkrijk van God
Het is belangrijk om te
begrijpen in welke context Paulus de uitdrukking “koninkrijk van
God” gebruikte. Christus zond Paulus niet om aan Israël het aardse
koninkrijk van God te prediken.
“Markus 1:14-15: En
nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende
het Evangelie van het Koninkrijk Gods. 15 En zeggende: De tijd is
vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft
het Evangelie”.
“Markus 10:15: Voorwaar
zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een
kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan”.
Ieder gered persoon, die
weet dat Christus de bedeling der Genade aan Paulus heeft gegeven,
weet dat er een groot verschil is tussen de bediening van Paulus en
de bediening die Christus gaf aan de twaalf apostelen. Veel mensen
weten, en begrijpen, dat Christus Paulus redde met een speciaal
doel. Hij, Christus, redde Paulus omdat Israël de prediking van de
twaalven weigerde te accepteren. Aangezien dit toch een eenvoudige
waarheid is, hoe komt het dan dat er mensen zijn die leren dat een
bepaald gedeelte van de bediening van Paulus was om Israël te
vertellen over het aardse koninkrijk?
“Kol.1:13: Die ons
getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in
het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde”.
Als Paulus de uitdrukking
“koninkrijk van God” gebruikt dan gaat dat over: “het Koninkrijk
van Zijn geliefde Zoon”. Leden van het Lichaam van
Christus worden overgezet in “het Koninkrijk van den Zoon
Zijner liefde”.
“Rom.14:17: Want het
Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en
vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest”.
“1Kor.4:20: Want het
Koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht”.
“1Kor.15:50: Doch dit
zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet
beerven kunnen, en de verderfelijkheid beerft de onverderfelijkheid
niet”.
“1Thess.2:12: En
betuigden, dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot
Zijn Koninkrijk en heerlijkheid”.
Deze verzen, en anderen,
zullen ons helpen om te begrijpen over welk koninkrijk Paulus
spreekt als hij schrijft:
“Want het Koninkrijk
Gods is niet spijs en drank”.
“Kol.4:11: En Jezus,
gezegd Justus, welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn mijn
medearbeiders in het Koninkrijk Gods, die mij een vertroosting
geweest zijn”.
Dit is een zeer belangrijk
vers omdat in die tijd de meesten uit de besnijdenis samenwerkten
met Petrus, Jacobus en Johannes, onder het evangelie der
besnijdenis.
“……Jezus, gezegd
Justus, welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn mijn
medearbeiders in het Koninkrijk Gods,………”.
Is dit niet meer dan
duidelijk om aan te geven dat de prediking van Paulus, betreffende
het koninkrijk, niet gaat over het aardse koninkrijk van het volk
Israël?
Paulus die predikte over
“het koninkrijk van God” is dezelfde Paulus die predikte: “en
(ons) overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon
Zijner liefde”.
“2Tim.4:18: En de Heere
zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels
Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”.
Is de prediking van het
hemels koninkrijk, in de huidige bedeling van Genade, dezelfde als
de prediking van het koninkrijk der hemelen op aarde? Nee! Om dit te
begrijpen moet u het Woord der Waarheid recht snijden en niet de
brieven van Paulus recht gaan snijden.
“2Tim.2:15: Benaarstig
u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet
beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt”.
|