|
Is Israël werkelijk
terug in het land?
Door: Ricky Kurth.
Decennia
lang is ons verteld dat de Eindtijd zeer nabij moet zijn omdat
“Israël terug is in het land”. Terwijl het misschien waar is dat de
Eindtijd nabij is zijn we het er niet mee eens dat de Eindtijd nabij
is omdat er vele Joden terug zijn gekeerd in het beloofde land in de
jaren die volgden op het stichten van de staat Israël in 1948.
We zijn bekend met de vele Bijbelse profetieën die voorzeggen dat
Israël op een bepaalde dag terug zal keren naar het land dat God
heeft gegeven aan hun vader Abraham, maar we geloven niet dat deze
profetieën reeds zijn vervuld. Wij leven in de bedeling der
verborgenheid, een periode waarin in de afgelopen 2000 jaar geen
Bijbelse profetieën zijn vervuld. Met dat in gedachten nodigen we u
uit om u bij ons aan te sluiten als we kijken naar de profetieën die
gaan over de terugkeer van Israël naar het land, en u vanuit de
Schrift laten zien dat de vervulling van deze profetieën nog moet
komen. Als hulpmiddel geven we een Bijbels principe aan die de
oprichter van de Berean Bible Society, pastor C. R. Stam, vele jaren
geleden leerde.
HET PRINCIPE
In “onbeantwoorde gebeden” spreekt pastor Stam over de
“gebedsbelofte” van Jes.65:24:
“Jes.65:24: En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik
antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.
Pastor Stam wijst er op dat, terwijl God van tijd tot tijd gebeden
verhoort op deze manier, Hij dat niet consequent doet zoals de
belofte aangeeft dat het eens wel het geval zal zijn. De nadenkende
onderzoeker van de Schrift zal dan vragen: “Als God vandaag de dag
de gebeden niet consequent verhoort, wanneer zal dat dan wel het
geval zijn?’. Pastor Stam wijst op de context van deze
gebedsbelofte, alwaar het volgende vers het precies identificeert
als een belofte die zijn vervulling zal vinden in het koninkrijk der
hemelen op aarde. Dan zal het nu volgende het geval zijn:
“Jes.65:25: De wolf en het lam zullen te zamen weiden, en de leeuw
zal stro eten als een rund, en stof zal de spijze der slang zijn;
zij zullen geen kwaad doen noch verderven op Mijn gansen heiligen
berg, zegt de HEERE.
Dat is de tijd dat God de gebeden consequent zal beantwoorden
terwijl ze nog spreken. Zo is het! Dat is een onderdeel dat het
“hemel op de aarde” zal maken!
Het Bijbelse principe dat pastor Stam gebruikte, om het tijdkader te
identificeren voor deze gebedsbelofte, is het eenvoudige principe
van “context”, en het is dit principe dat wij zullen handhaven bij
de uitleg van de Bijbelse profetieën die zeggen dat Israël op een
bepaalde dag zal terugkeren naar hun thuisland. Wij geloven dat, als
dit principe wordt toegepast, de context van elk van deze profetieën
precies aangeeft als profetieën die niet vervuld zullen worden
voordat het koninkrijk is opgericht. We nodigen u uit om met ons mee
te gaan als we deze profetieën overdenken in de volgorde zoals ze in
de Schrift voorkomen.
DE PROFETIEËN
“Deut.30:3: En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich
uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken,
waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had.
Terwijl dit vers duidelijk aangeeft dat de Heer op enige dag Israël
zal “vergaderen uit alle volken”, is het de vraag: wanneer zal dat
gebeuren? De context geeft aan dat deze vergadering plaats zal
vinden als het volk Israël met hart en ziel terugkeert naar de Heer.
“Deut.30:1-2: Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over
u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u
voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle
volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft; 2 En gij zult u
bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar
alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart
en met uw ganse ziel.
Wij maken u er op attent dat de Joden die momenteel wonen in het
land Israël niet zijn vergaderd omdat ze terugkeerden naar de Heer.
Vergelijk:
“Jer.29:13-14: En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar
Mij zult vragen met uw ganse hart. 14 En Ik zal van ulieden gevonden
worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u
vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u
gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de
plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren.
Merk ook op dat deze vergadering van Israël eerst plaats zal vinden
wanneer de Heere zal zijn teruggekeerd, dat is een heenwijzing naar
de tweede komst van Christus:
“Deut.30:3: En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich
uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken,
waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had.
De King James Bijbel is hier duidelijker in:
“Deut.30:3: That then the LORD thy God will turn thy captivity, and
have compassion upon thee, and will return and gather thee from all
the nations, whither the LORD thy God hath scattered thee.
Dan zal (then) Israël worden vergaderd door God, tegengesteld aan de
Joden die heden ten dage het land in beslag hebben genomen, dezen
zijn door mensen vergaderd.
Omdat dit de eerste verwijzing in de Bijbel is naar de
hervergadering van Israël in het land, zou de wet van “het eerst
genoemd zijn” er op wijzen dat alle zulke voorzeggingen hun
vervulling zullen vinden bij de tweede komst van Christus.
“Jes.11:12: En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en
Hij zal de verdrevenen van Israel verzamelen, en de verstrooiden uit
Juda vergaderen, van de vier eilanden des aardrijks.
Dit vers zegt dat God Israël zal vergaderen wanneer: “Hij een banier
zal oprichten onder de heidenen”. Deze banier wordt in de context
nader bepaald als dat er een: “Rijsje voortkomen uit den afgehouwen
tronk van Isai”, dat wil zeggen Christus bij Zijn tweede komst,
wanneer Hij: “staan zal tot een banier der volken” (vers 10), in een
tijd wanneer: “Zijn rust heerlijk zal zijn” in het koninkrijk. Hij
zal de wereld vestigen.
“Jes.11:11: Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten
anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het
overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrie,
en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van
Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee.
Hij zal Zijn volk vergaderen van de vier einden der aarde. Als hier
wordt gezegd dat deze vergadering “ten andere male” geschieden zal,
van Israël naar het land, dan moet u zich herinneren dat Israël voor
de eerste keer werd vergaderd na hun eerste verbanning gedurende de
Babylonische gevangenschap.
De context beschrijft verder de dag dat de wolf zal verkeren bij het
lam (vers 6), de leeuw zal stro eten als de os (vers 7), en
dodelijke dieren zullen een kind niets aandoen (vers 8) op de
heilige berg van het koninkrijk des Heeren (vers 9).
De verdere context wijst er op dat God deze vergadering van Zijn
volk zal vergemakkelijken door opnieuw de Rode Zee te splitsen (vers
15) om een gebaande weg te maken zodat het overblijfsel van Zijn
volk kan terugkeren (vers 16).
“Jes.11:15: Ook zal de HEERE den inham der zee van Egypte verbannen,
en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte Zijns
winds; en Hij zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal
maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan.16 En er zal een
gebaande weg zijn voor het overblijfsel Zijns volks, dat
overgebleven zal zijn van Assur, gelijk als Israel geschiedde ten
dage, toen het uit Egypteland optoog.
Het is duidelijk dat deze vergadering van Israël, beschreven in dit
gedeelte, nog niet heeft plaats gevonden.
“Jes.27:13: En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote
bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land
van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van
Egypte; en zij zullen den HEERE aanbidden op den heiligen berg te
Jeruzalem.
De vergadering van Israël zoals die hier is omschreven “zal te dien
dage geschieden” op de dag dat de “grote bazuin geblazen zal
worden”, een bazuin die de wereld nog moet horen. Daarnaast voorzegd
Jesaja dat, wanneer deze vergadering van Israël plaats vindt, het
volk de Heere zal aanbidden, iets wat niet kan worden gezegd van het
volk dat momenteel in het land aanwezig is, maar iets dat zeker kan
worden gezegd van het volk dat God op enige dag vergaderen zal voor
het koninkrijk. Deze vergadering volgt op het splitsen van de rivier
van Egypte (vers 12), een andere watermassa die God zal verdelen om
de terugkomst van Zijn volk naar hun land te vergemakkelijken.
“Jes.43:5-7: 5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den
opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang. 6 Ik zal
zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug;
breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der
aarde;7 Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik
geschapen heb tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik ook
gemaakt heb.
In deze passage moeten we de “zonen” en “dochters” identificeren die
God beloofd heeft te verzamelen van het noorden en het zuiden en van
de einden der aarde. Van Israël kan niet worden gezegd: “gij zijt
kinderen des levenden Gods” (Hosea 1:10) totdat: “de kinderen van
Juda, en de kinderen Israels zullen samenvergaderd worden, en zich
een enig hoofd stellen,…” (vers 11). Naar aanleiding van het
voorgaande stellen wij ons voor dat de zonen en dochters, die God
zal vergaderen, gelovige zonen en dochteren zullen zijn, die zich de
Heere Jezus Christus als een enig Hoofd stellen.
Dit herinnert ons eraan om te zeggen dat, terwijl Israël terug is in
het land:
“Rom.9:6-7: ………..want die zijn niet allen Israel, die uit Israel
zijn. 7 Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen;
maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.
Wanneer God Israël heeft vergadert in het land:
“Matth.24:31: En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van
groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit
de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere
uiterste derzelve”. om het koninkrijk binnen te gaan.
Wat voor reden zou God kunnen hebben gehad om ongelovige Joden te
vergaderen in het land in de jaren na 1948? Die vergadering is in
gang gezet door mensen, en we weten dat God geen hulp van mensen
nodig heeft als het komt tot vervulling van Zijn beloften. Vraag het
maar eens aan Abraham, die een jongen, genaamd Ismaël, in een
vruchteloze poging verwekte om God te helpen Zijn belofte te
vervullen van een zaad.
“Jer.16:15: ………………..want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik
hun vaderen gegeven heb.
Deze belofte om Israël te vergaderen in hun land is verbonden met
een tijd:
Jer.16:14-15: 14…………………, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo
waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israels uit
Egypteland heeft opgevoerd! 15 Maar: Zo waarachtig als de HEERE
leeft, Die de kinderen Israels heeft opgevoerd uit het land van het
noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven
had!.........”.
Dit zal niet eerder gebeuren dan: “Er een Koning zal regeren, en
voorspoedig zijn” in Israël. (vergelijk Jer.23:5-8; Ezechiël 34:13,
23).
“Jer.23:3: En Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen
uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze
wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en
vermenigvuldigen.
Wanneer deze hervergadering van Israël plaats vindt zal God:
“Jer.23:4:En Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden
zullen; en zij zullen niet meer vrezen,…….”..
Dit is zeer zeker niet waar aangaande de Joden die momenteel zijn
vergaderd in Israël, die geen door God gegeven herderen hebben en
die in constante angst leven van de dreiging van terrorisme en
andere gevaren vanuit de volken.
“Jer.30:3: ………………………Ik zal hen wederbrengen in het land, dat Ik hun
vaderen gegeven heb, en zij zullen het erfelijk bezitten.
De context van deze terugkomst, van Israël naar het land, gaat over
de Grote Verdrukking, of:
“een tijd van benauwdheid voor Jakob” (Jer.30:7). “te dien dage”
(vers 8) en: “zij zullen dienen den HEERE, hun God” (vers 9), “en er
zal niemand zijn, die hem verschrikke”(vers 10). Want God zal: “een
voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid
heb”(vers 11).
Niets van dit alles heeft reeds plaats gevonden, en als we dat, in
de context, aannemen, dan heeft ook de terugkeer van Israël niet
plaats gevonden dat hier eveneens wordt genoemd.
“Jer.31:8: Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden,
en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; ……………………….”.
Wanneer deze terugkomst van Israël naar het land plaats vindt, zegt
God:
“Jer.31:9: Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen
voeren;…………”.
Dit kan niet worden gezegd van de Joden die momenteel in het land
wonen. De context voorzegd hier eveneens dat, wanneer deze
hervergadering plaats vindt, God zal: “…..hen leiden aan de
waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen
stoten;…..”. (vers 9).
En dit zal niet eerder plaats vinden totdat God Zijn Geest in hun
binnenste plaatst om er voor te zorgen dat ze naar Zijn wet wandelen
in het koninkrijk. (vergelijk: Jer.32:37-40; Ez.11:17-20; 36:24,
27). Wanneer de Heer Israël vergadert (Jer.31:10), dan zal dat niet
eerder zijn dan nadat de Heere Jacob heeft vrijgekocht:
“Jer.31:11:Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem
verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij.
Vrijgekocht van de Antichrist.
“Ez.20:42: En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik u in het
landschap Israels gebracht zal hebben, ………………….”.
Dee context verbindt dit verzamelen van Israël aan een tijd wanneer
God de zoete smaak van Israël’s dierlijke offers, in het koninkrijk,
zal aannemen, om geheiligd te worden in Israël op een manier waarop
Hij vandaag de dag niet wordt geheiligd (verzen Ez.20:40-41).
Daarnaast zal het volk Israël zichzelf, na hun bijéénvergadering,
verafschuwen voor al hun in het verleden gedane kwaad (vers 43), en
dat is iets wat niet gezegd kan worden van het huidige afvallige
volk dat nu in het land is.
“Ez.37:14: …………..en Ik zal u in uw land zetten;……………………”.
Deze terugkeer van Israël naar hun land zal eerst dan plaats vinden
nadat God Zijn Geest in hen heeft geplaatst, en Christus Koning over
hen allen is (verzen 21-22). Bovendien, wanneer God spreekt over het
plaatsen van Israël in hun “eigen land” verwijst Hij naar het
reusachtige gebied dat Hij aan Abraham en zijn zaad heeft beloofd
(Deut.11:24), niet het stukje land dat de mensen aan Israël hebben
toegewezen in 1948.
“Ez.39:28: Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God
ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen,
maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van
hen meer overgelaten.
Wanneer deze vergadering van Israël plaats vindt belooft God
plechtig dat Hij “niemand” van het volk Israël zal achterlaten onder
de Heidenen. Dit “niemand van hen overlaten” beleid omschrijft een
bijéénvergaderen die blijkbaar nog moet plaats vinden, want er zijn
nog steeds veel Joden onder de volken.
Het is alleen dan wanneer God al Zijn uitverkorenen zal vergaderen
dat Hij dan Zijn Geest over hen uitstort (vers 29) in het koninkrijk
(hoofdstuk 40-48).
“Amos 9:15: En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet
meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb,
zegt de HEERE, uw God.
Hier zegt God dat, wanneer Hij Israël doet terugkeren naar hun land,
Hij hen voor eeuwig zal planten. Het volk Israël dat momenteel in
het land is kan er bij wijze van spreken morgen uitgezet worden; ze
hebben daarentegen geen enkele zekerheid van God. Al de beloften van
God dat Israël voor altijd geplant zal worden in het land zijn
afhankelijk van hun gehoorzaamheid.
Vanaf het begin dat ze een volk waren maakte God Israël duidelijk
dat, als ze in opstand kwamen, het land hen uit zou spugen
(Lev.18:25-28). Toen ze het land verontreinigden met hun zonden
heeft God hen verstrooid (Ez.36:17-19).
God zegt dus dat het alleen dan is wanneer Israël zal:
“Ez.37:24-25:24 ……………..en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en
Mijn inzettingen bewaren en die doen. 25 ……………..daarin zullen zij
wonen, …….tot in eeuwigheid,..”
Het is alleen wanneer het volk van God “alle te zamen rechtvaardigen
zijn” dat ze “het land voor eeuwig zullen bezitten” (Jes.60:21).
Israël zal niet in zijn geheel rechtvaardig zijn totdat het
koninkrijk er is, wanneer God hen zal vullen met Zijn Geest, zoals
Hij dat deed op de Pinksterdag, waardoor ze Zijn wil doen
(Ez.36:27), en daardoor wordt het onmogelijk dat het land hen om hun
zonde uit spuwt.
DE CONCLUSIE
We hebben geprobeerd zo uitputtend mogelijk te zijn in het onderzoek
van deze profetieën. Er zijn zonder twijfel anderen die dit niet zo
zien, en de lezer heeft alleen ons woord. Commentaar van degenen die
het anders zien hebben we weggelaten omdat ze ons inzicht niet
ondersteunen.
DE VALSTRIK
We vragen ons soms af of de huidige vergadering, van ongelovige
Joden naar hun thuisland, een valstrik is, en vergelijkbaar is met
de zaak van Antiochus Epiphanes. Deze machtige tiran van de Joden
kwam ter tonele in de intertestementaire periode (voor Christus), en
velen geloven dat zijn offeren van een varken op het altaar was: ”de
gruwel der verwoesting”, waarvan wordt gesproken door de profeet
Daniël. (Matth.24:15 vergelijk Dan.9:27). Er zijn echter vele
redenenwaarom dat niet zo kan zijn, de belangrijkste is wel dat
Antiochus de tempel ontheiligde voordat de Heer voorzegde dat de
ontheiliging, waarvan Daniël sprak, nog toekomst was (Matth.24:15).
Wij geloven dat Antiochus een Satanische valstrik was, beraamt om
mensen te laten geloven dat de Antichrist, waarover Daniël heeft
gesproken, reeds was gekomen, zodat ze zich niet bewust zijn van het
feit dat de man van zonde nog moet verschijnen. Op gelijke wijze,
als de huidige vergadering van de Joden in Israël de vervulling van
Bijbelse profetie is, is het gemakkelijk om de conclusie te trekken
dat de noodzaak om naar die vervulling uit te zien niet nodig is.
Als de verzen die we hebben overdacht in dit artikel een toekomstige
vergadering van Israël voorzeggen, hoe kan God dan deze toekomstige
profetieën vervullen als Israël al terug is in het oude land? Zelfs
God kan geen mensen vergaderen als ze alreeds zijn vergaderd. Als
leden van het Lichaam van Christus, kan onze “toevergadering tot
Hem”, bij de opname (2Thess.2:1) slechts één keer gebeuren; evenzo
kan de vergadering van Israël, in hun land, slechts één keer
gebeuren.
We realiseren ons dat de manier waarop wij dit hebben gepresenteerd
tegendraads is met veel wat tegenwoordig wordt geleerd. We weten
eveneens dat veel van het volk van God troost vindt in het feit dat
de opname nabij moet zijn omdat Israël terug is in het land. We
willen de broeders niet van troost beroven; wij geven er de voorkeur
aan dat de troost van de opname gebaseerd wordt op de stevige
fundatie van de instructies van Paulus aan de gelovigen van iedere
eeuw om: “Verwachtende de zalige hoop………” (Titus 2:13).
DE TOEPASSING
De meest dringende vraag die op ieder lid van het lichaam van
Christus afkomt heeft niet te maken met het feit of Israël op de
plaats is waar God wil dat ze zijn. De meest dringende vraag voor
ons, een vraag die vaak in ons hart zou moeten zijn, is of wij,
geestelijk gesproken, zijn waar God wil dat we zijn. Als u er
grondig van bent overtuigd dat het volgende gezicht dat u ziet het
gezicht kan zijn van Degene die zijn bloed stortte voor uw zonden,
dan zal dat zeker weerspiegeld worden in uw leven. Is dit waar u op
dit moment bent in uw christelijke beleving. Zo niet, wanneer dan
wel?
|