|
JEZUS
CHRISTUS: ALMACHTIG GOD.
Door: Matthew Mcgee
Jesaja 9:5
zegt:
“Want
een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij
is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad,
Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst”.
Voor velen is
dit een raadselachtig vers. De meeste mensen hebben er geen
problemen mee om over Jezus Christus te denken als een kind en een
zoon. Sommigen zijn zich er van bewust dat, als Hij terugkomt naar
de aarde, Hij als Koning zal heersen over alle overheden. Maar velen
zien niet in dat Jezus Christus ook zou kunnen worden genoemd:
“Sterke God, Vader der eeuwigheid”.
Jezus Christus
vertelde Zijn discipelen, in Joh.14:6-7:
“….Ik
ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den
Vader, dan door Mij.
Indien gijlieden Mij
gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu
kent gij Hem, en hebt Hem gezien”.
Toen zei
Filippus in vers 8:
“……..Heere,
toon ons den Vader, en het is ons genoeg”.
Maar Jezus
Christus antwoordde in de verzen 9 en 10:
“…Ben Ik zo langen
tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij
gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons
den Vader? Gelooft
gij niet, dat Ik in den Vader ben,
en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek,
spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft,
Dezelve doet de werken”.
Joh.1:1 zegt:
“In
den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord
was God”.
Een paar verzen
verder, in Joh.1:14, staat:
“En
het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij
hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des
Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid”.
Daarom weten we
dat Jezus Christus het “Woord” is waarnaar Joh.1:1 verwijst. Zelfs
in het allereerste begin was Jezus Christus er en Jezus Christus was
God. In de eerste brief van Johannes wordt op dezelfde manier
verwezen naar Jezus Christus:
“Hetgeen van den
beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben
met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast
hebben, van het Woord des levens”
(1Joh.1:1).
Verderop in
dezelfde brief, 1Joh.5:20, staat:
“Doch wij weten, dat
de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den
Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige,namelijk in
Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige
Leven”.
Toen Thomas,
die er aan twijfelde dat Jezus Christus uit de dood was opgestaan,
met zijn hand de wonden in de handen en in de zij van Jezus Christus
betaste, staat er in Joh.20:28:
“En
Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!”.
Merk op dat
Jezus Christus Thomas niet corrigeert als hij Hem “mijn God” noemt,
want wat Thomas zei was juist. In plaats daarvan zegt Jezus Christus
in vers 29:
“…..Omdat
gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd………..”. Ook Paulus
bevestigt dat Jezus Christus God is. Hij schreef in Kol. 2:9: “Want
in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk”. Dan in Titus
2:13:
“Verwachtende
de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen
Zaligmaker Jezus Christus”.
In 2Kor.4:4
lezen we:
“In
dewelke de god dezer eeuw (Satan) de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat
hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van
Christus, Die het Beeld Gods is. Tevens schrijft
Paulus in 1Tim.3:16:
“En buiten allen
twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het
vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is
gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid”.
Dan in
2Kor.5:19:
“Want God was in
Christus de wereld met Zichzelven verzoenende……”. Dus was Jezus
Christus: God, geopenbaard in het vlees, de wereld met Zichzelven
verzoenende. De naam
“Emmanuel” betekent: Jezus Christus is God. Matth.1:23 zegt: “Ziet,
de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn
naam heten Emmanuel;
hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons”.
DE GODHEID IN HET OUDE TESTAMENT
De verenigde
maar meervoudige Godheid is niet een begrip dat alleen in het Nieuwe
Testament voor komt. Het is in feite één van de eerste begrippen, zo
niet het allereerste begrip geïntroduceerd in de Bijbel. Het wordt
vele keren uitgedrukt in Oud Testamentische verzen zoals in Gen.1:1:
“In
den beginne schiep God den hemel en de aarde”.
Het woord
vertaald met “God” is “Elohim” in het oorspronkelijke Hebreeuws
welke een meervoudig woord is. Het komt meer dan 2000 keer voor in
het Oude Testament. Een ander voorbeeld is Gen.1:26, waar staat:
“En
God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze
gelijkenis;…..”.
Merk op dat “Elohim”
gevolgd wordt door de meervoudige voornaamwoorden “Ons” en “Onze”.
Het meervoudige voornaamwoord “ons”wordt opnieuw gebruikt toen God
de talen, bij de toren van Babel, verwarde. God zegt in Gen.11:7:
“Kom
aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren,
opdat iegelijk de spraak
zijns naasten niet hore”.
In Gen.3:22 staat:
“Toen
zeide de HEERE God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een,
kennende het goed en het
kwaad!........”.
Als in de
Statenvertaling “HEERE” voor komt is dat het Hebreeuwse woord
“Jehova”, de eigennaam van God. De vertalers van de Statenvertaling
gebruikten niet de naam Jehova, maar vervingen het door “HEERE”.
99,86 % van de meer dan 6000 keer doet zich dat voor in het Oude
Testament. Aldus in Gen.3:22: “HEERE God” is Jehova Elohim. Als
kanttekening: de naam “Jezus” is de Griekse vorm van het Hebreeuwse
woord yeh-ho-shoo’-ah hetgeen beteken “Jehova is redding”.
JEZUS CHRISTUS DE SCHEPPER
Er zijn vele passages
in de Bijbel die duidelijk verklaren dat Jezus Christus de Schepper
is van alle dingen. Hebr.1:1-3 zegt bijvoorbeeld:
“God,
voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de
profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;
Welken Hij gesteld
heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld
gemaakt heeft;
Dewelke, alzo Hij is
het Afschijnsel Zijner heerlijkheid,
en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen
draagt door het woord Zijner kracht,………”.
Een aantal
verzen verderop, in Hebr.1:8-10 staat geschreven:
“Maar
tot den Zoon zegt Hij:
Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is
een rechte schepter.
Gij hebt
rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid
gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw
medegenoten. En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de
hemelen zijn werken Uwer handen”.
God noemt hier
Jezus Christus “God” en schrijft Hem de schepping van hemel en aarde
toe. Gelijk Joh.1:3
zegt van “het Woord”, Jezus Christus:
“Alle dingen zijn door
Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt
is”.
Paulus schrijft
in Ef.3:9:
“En allen te
verlichten, dat zij mogen verstaan,
welke de gemeenschap der verborgenheid zij,
die van alle eeuwen
verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen
heeft door Jezus Christus”.
Dan in
Kol.1:14-17: “In Denwelke wij de
verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de
vergeving der zonden;
Dewelke het Beeld is
des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.
Want door Hem zijn
alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn,
die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen,
hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
En Hij is voor alle
dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem”.
JEZUS CHRISTUS IN HET BOEK OPENBARING
In het boek
Openbaring vinden we vele passages die getuigen van de godheid van
Jezus Christus. De eerste hoofdstukken bevatten beschrijvingen van
enige unieke aspecten van de verschijning van Jezus Christus zoals
Hij verscheen aan Johannes.
Zijn haar:
“En Zijn hoofd en haar
was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw;…..”
(Op.1:14).
Dit identificeert
Jezus Christus als de “Oude
van dagen” die heeft: “het haar Zijns hoofds als zuivere wol……”
(Daniël 7:9).
Daniël 7:21-22
verifieert dat “de Oude van dagen” Jezus Christus is doordat wordt
gezegd dat de “kleine hoorn” (de AntiChrist):
“……………….krijg
voerde tegen de heiligen, en dat hij die overmocht,
Totdat de Oude van dagen kwam,
en het gericht gegeven werd aan de heiligen der hoge plaatsen,
en dat de bestemde tijd kwam, dat de heiligen het Rijk bezaten”.
Uit Openbaring 19-20
weten we dat dit plaats vindt als Jezus Christus, “de Oude van
dagen” naar de aarde terug komt om Zijn Koninkrijk op te richten.
Zijn ogen
en voeten: In
Openbaring 1:14-15 wordt Jezus Christus omschreven als: “………..Zijn
ogen gelijk een vlam vuurs;
En Zijn voeten waren
blinkend koper gelijk, en gloeiden
als in een oven;………..”.
Dit lijkt veel
op hetgeen staat in Daniël 10:6, toen Daniël een gezicht had van een
man met: “…….Zijn ogen gelijk
vurige fakkelen, en Zijn armen en Zijn voeten gelijk de verf van gepolijst
koper;……..”.
Zijn stem:
De stem van Jezus Christus is eveneens uniek. In Openbaring 1:15
wordt het als volgt omschreven: “…………en Zijn stem als
een stem van vele wateren”.
Vergelijk dit
met Ezechiël 43:2 waar wordt gezegd:
“En ziet, de
heerlijkheid des Gods van Israel kwam van den weg naar het oosten; en Zijn stem was als
het geruis van vele wateren, en de aarde werd verlicht van Zijn heerlijkheid”.
Ezechiël 1:24
zegt:
“………hoorde ik een
geruis hunner vleugelen, als het geruis van vele wateren, als de stem des
Almachtigen,…………..”.
En wie is het
die de stem heeft van vele wateren? “De God van Israël”, “de
Almachtige”, Jezus Christus.
Het boek
Openbaring bevat eveneens informatie over andere aspecten van Jezus
Christus die vergeleken kunnen worden met passages in het Oude
Testament, om aan te tonen dat Hij God is.
De eerste
en de laatste: Op
meerdere plaatsen in het boek Openbaring wordt Jezus Christus
genoemd: “de Eerste en de Laatste” en “het Begin en het Einde”, en
de “Alfa en Omega”.
Zo wordt Jehova
vaak genoemd in het Oude Testament. In Openbaring 1:17-18, zegt
Jezus Christus tegen Johannes:
“…….Vrees
niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;
En Die leef, en Ik ben
dood geweest; en zie, Ik
ben levend in alle eeuwigheid,………..”.
Iets eerder in
dit zelfde hoofdstuk Op.1:7-8 wordt gezegd:
“Ziet,
Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die
Hem doorstoken hebben;
en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.
I
k ben de Alfa en de
Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is,
en Die was, en Die komen zal, de Almachtige”.
In Openbaring
2:8 lezen we:
“En
schrijf aan den engel der Gemeente van die van Smyrna: Dit zegt de
Eerste en de Laatste, Die
dood geweest is, en weder levend
is geworden”.
Dan zegt Jezus
Christus in Openbaring 22:13: “Ik
ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de
Laatste”.
Dit stemt
overeen met de Oud Testamentische profeten. “de HEERE” (Jehova) zegt
in Jesaja 48:12:
“Hoor naar Mij, o
Jakob! en gij Israel, Mijn geroepene! Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik
de Laatste”.
En ook in
Jesaja 44:6:
“Zo
zegt de HEERE, de Koning van Israel, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben
de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God”.
Denk er aan dat, als u
“de HEERE” in hoofdletters ziet in de Statenvertaling, het bijna
altijd betrekking heeft op het Hebreeuwse woord “Jehova”, de
eigennnaam van God. Jesaja 41:4 zegt:
“Wie
heeft dit gewrocht
en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de
Eerste ben, en met den Laatste ben Ik Dezelfde”.
Als Jezus Christus dus
blijft verkondigen: “Ik ben de Eerste en de Laatste”, wil Hij allen
laten weten dat Hij de God is van het Oude Testament, de Alfa en
Omega, degene die de hemel en de aarde voortbracht, degene die de
harten en gedachten doorzoekt.
De nieren en de harten:
Openbaring 2:23 zegt: “……..Die nieren en
harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar
uw werken”.
Dit is vrijwel gelijk
aan hetgeen staat in Jeremia 17:10: “Ik,
de HEERE, doorgrond het hart, en proef
de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn
wegen, naar de vrucht zijner handelingen”.
Wie doet dit?
“de HEERE”. Zo zien we dan dat Jezus Christus Jehova is, de
Almachtige God, Die sprak in het Oude Testament. Op dezelfde wijze
zegt Psalm 44:22:
“Zou
God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten”.
ANDERE PASSAGES
Het eerste hoofdstuk
van Handelingen beschrijft hoe Jezus Christus naar de hemel is
opgevaren vanaf de Olijfberg, nagestaard door Zijn discipelen.
Hand.1:9-12 zegt:
“En
als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en
een wolk nam Hem weg van hun
ogen.
En alzo zij hun ogen
naar den hemel hielden, terwijl Hij
heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding;
Welke
ook zeiden: Gij
Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u
opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel
hebt zien heenvaren.
Toen keerden zij
wederom naar Jeruzalem, van den
berg, die genaamd wordt de Olijf berg,……..”.
Aldus weten we dat,
als Jezus Christus weerkeert naar de aarde, Hij zal nederdalen uit
de hemel op de Olijfberg.
Kijk nu eens in
Zacharia 14:3-4, waar gezegd wordt:
“En
de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen,
gelijk ten dage als Hij
gestreden heeft, ten dage des strijds.
En Zijn voeten zullen
te dien dage staan op den
Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten;……….”.
Wie zal staan op de
Olijfberg? De HEERE! Zoals reeds eerder in dit artikel uitgelegd:
als u in het Oude Testament “de HEERE” leest, dan is dat Jehova.
Ook zegt Jesaja
45:22-23: “Wendt
U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik
ben God, en niemand
meer.
Ik heb gezworen bij
Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit
Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen
worden, alle tong Mij zal
zweren”.
Dit is hetgeen onze
Apostel Paulus van Jezus Christus zegt in Filippenzen 2:10-11: “Opdat
in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in de hemel, en die op de
aarde, en die onder de aarde zijn.
En alle tong zou
belijden, dat Jezus Christus
de Heere zij,…………”.
KONCLUSIE
Jezus Christus is:
-- de Schepper van
hemel en aarde,
--de Eerste en de
Laatste,
--de Alfa en Omega,
--het Begin en het
Einde,
--de Oude van Dagen,
--de God van Israël,
-- Jehova,
--de Redder,
--de Eeuwige Vader,
--de Almachtige God.
|