|
De Tijdelijk verharding
ROMEINEN 9,10,11
DOOR
D. AVNON
Goede dag iedereen, en welkom, naar een studie die wij nu beginnen
in de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen hoofdstuk 9,10,en
11. Het is een belangrijk onderdeel binnen deze brief, het is ook
een moeilijk onderwerp, een moeilijk onderdeel, wij moeten ons goed
concentreren, en alles goed voor onszelf op papier zetten, zodat wij
het duidelijk voor onszelf zien en ook aan anderen kunnen uitleggen.
Romeinen 9,10,11 vormt een onderdeel in de brief aan de Romeinen, we
hebben gezien dat we in Romeinen 1 tot 8 een bepaalde opbouw hebben,
in Romeinen 9-11 hebben ook een bepaalde volgorde, en in Romeinen
12-16 behandelen wij de praktijk of de praktische punten, zoals: hoe
moeten mensen onder de genade gaan leven.
Dus als wij een duidelijk overzicht willen maken: Romeinen 1-8:
rechtvaardigheid door genade en wat genade doet. Romeinen 9-11: de
bedeling van genade en wat er met Israël gebeurde. Romeinen 12-16:
hoe moeten wij onder de genade leven. Als wij Romeinen 9-11 proberen
in te delen, dan zeggen wij dat in Romeinen 9 de apostel spreekt
over de uitverkiezing van het volk in de verleden tijd. In hoofdstuk
10 spreekt hij over Israëls huidige behoudenis. En in Romeinen 11 is
het de opwekking of de vernieuwing van het volk en de toekomst, in
de toekomst zal God het volk opnieuw opwekken, opnieuw roepen voor
hun bediening, die Hij tevoren voor hen heeft bestemd.
Het is interessant om te zien dat de apostel Paulus in hoofdstuk
9,10,11 op dezelfde wijze opent, eigenlijk schreef hij deze brief in
de vooravond van Israëls op zij zetting. Wij zeggen nu ook: de
Gemeente is Gods uitverkoren volk, waarvoor? Om Zijn onnaspeurlijke
rijkdom te vertellen, God heeft de Gemeente uitverkoren om het
volbrachte werk van Christus aan het kruis te vertellen. Maar Israël
is ook Gods uitverkoren volk, om het Koninkrijk Evangelie te
prediken. De Gemeente die Zijn Lichaam is is niet uitverkoren in de
plaats van Israël, is ook niet in de plaats van Israël gekomen, maar
wij als leden van het Lichaam van de Gemeente hebben een andere
roeping, een andere verkiezing, wij zijn gekozen om de
onnaspeurlijke rijkdom van Christus aan al de overheden en de
machten te vertellen en daar moet je goed onderscheid in maken. Veel
mensen, als het gaat over uitverkiezing, halen twee dingen door
elkaar. Ze halen de roeping van Israël door elkaar met de roeping
van de Gemeente.
In Romeinen 9:1 lezen wij: Paulus huilt om hen, Paulus was een Jood
uit de Joden, zoals wij in de Filippensenbrief lezen, hij was
Israëliet uit de Israëlieten, die buiten zijn tijd is ge¬boren, uit
genade zijn zijn ogen geopend, en hij huilt om die mensen.
En wat zegt hij in hoofdstuk 10:1?
Dat was de blunder van Israël, ijver zonder verstand. Net als veel
medegelovigen, zij hebben veel ijver voor God, maar zij gebruiken
hun verstand niet, het Woord Gods, zij hebben zoveel kracht in het
Woord, zoveel energie stoppen zij in hun bediening, zonder de tijd
te nemen om Gods Woord te bestuderen, of het Woord recht te snijden,
om duidelijk Gods wil te zien, en dit dan ook bekend te maken.
In Romeinen 11:1 zegt hij:
Wat zien wij hier? Drie keer dezelfde opening. Ten eerste geeft hij
getuigenis over Israël, het is voor hem een droefheid dat Israël nu
aan de zijkant is gezet. Ten tweede in hoofdstuk 10 dat zij ijver
zonder verstand hebben. En ten laatste hoofdstuk 11, ja, maar God
heeft hen niet verstoten, de blindheid die over Israël is gekomen is
van tijdelijke aard, het is voor enige tijd.
Ja, wat wij hier zien is dat de apostel Paulus van zijn volk hield,
het was een grote liefde. Als je kijkt in je eigen familie, omgeving
of naar jezelf, vaak zijn wij met weinig of de enige in de familie
die door de genade Gods zijn gegrepen, en daardoor krijgen wij juist
een extra liefde voor hen, want wij hebben een boodschap voor hen.
Als wij de Heere niet zouden kennen, wat is dan familie? Voor de één
betekend familie wel wat, voor de ander minder. Maar op het moment
dat de liefde van God in ons leeft, is familie heel belangrijk, dan
kun je hen juist de weg van behoudenis vertellen. Paulus had een
grote liefde voor zijn volk. In deze verzen: Rom.9:1-3 zou hij zelf
wel verbannen willen zijn van Christus, het heeft ook te maken met
de tijd van genade, de bedeling van genade heeft veroorzaakt dat
Israël aan de zijkant staat, en het is de wens van de apostel Paulus,
dat dat zal stoppen, hij wil zelf wel verbannen worden van Christus,
opdat zij gered kunnen worden. Maar op de weg van Damascus heeft God
hem duidelijk een bediening gegeven en hij boog voor God. Dus dat
kan niet, maar het laat duidelijk zien wat er in zijn hart gebeurd.
In zijn hart wenst hij zelf wel verbannen te zijn van Christus voor
zijn broeders, voor zijn volk, zodat zij gered kunnen worden.
We gaan naar Romeinen 11:26 Het is mooi om te zien hoe de apostel
Paulus aan de éne kant verlangt om zelf verbannen te worden voor
hen, maar aan de andere kant weet hij dat zij behouden zullen worden.
Als wij verder gaan met deze hoofdstukken 9,10,11 is het belangrijk
om de invalshoek te noteren. De apostel Paulus schrijft hier over de
nationale uitverkiezing van het volk, vergeet dat niet! Het feit dat
veel mensen, en uiteraard de hele reformatorische theologie in een
dwaling zijn terecht gekomen, is omdat men Romeinen 9,10,11 als een
individuele uitverkiezing interpreteert. Terwijl het heel duidelijk
is dat de apostel daar een nationale uitverkiezing leert. Het gaat
over Israëls uitverkiezing, Jacob boven Ezau, het gaat niet over
individuele waarheid. Het gaat niet over individuele waarheid zoals
wij straks het onderwerp van de Olijfboom gaan behandelen. Het gaat
om een nationale waarheid, het heeft met bedelingswaarheid en niet
met een praktische of individuele, persoonlijke waarheid te maken.
En dat zal ik telkens herhalen, zodat wij dit duidelijk voor ogen
zien. Laten wij voordat wij verder gaan nog een belangrijk punt
doornemen in Romeinen 9:3,
Het is belangrijk om hier een notitie te maken dat Paulus hier
spreekt over zijn broeders in het vlees, die mijn maagschap zijn
naar het vlees..., hij spreekt hier over het volk Israël, zij zijn
allemaal geboren uit Abraham, Izaak en Jakob, en hij noemt hen de
broeders in het vlees, dat is ook om duidelijk te laten zien dat
Romeinen 9,10,11 over het volk Israël spreekt. Aan de vooravond van
Israëls op zij zetting noemt Paulus hen zijn broeders, broeders niet
in de geest, want dat zijn de mensen die Christus hebben aangenomen,
maar zijn broeders in het vlees.
Wij kunnen dit even vergelijken met Hebreeën 2:11 Wij weten dat de
brief is geschreven aan de Hebreeën, aan de¬genen die uit hetzelfde
zaad komen als Christus, het zaad van Abraham, degenen aan wie God
de belofte heeft gedaan. Hij zegt hier: Hij, Die heiligt (Christus),
en zij, die geheiligd worden, en Hij noemt hen broeders. In Christus
zijn wij broeders, in Christus zijn degenen die uit het zaad van
Abraham waren zijn broeders. Maar Paulus spreekt in Romeinen 9 over
andere broeders, de kinderen van Abraham naar het vlees.
Als we naar vers 4+5 gaan, gaan we dieper in op de beloften van
Israël, Israël heeft uiteraard een voordeel boven de vol¬keren, in
ieder geval gehad in die tijd. Als wij even een stuk teruggaan naar
wat wij hebben geleerd in Romeinen 3:1, zien wij dat men door de
zogenaamde verbondstheologie de belofte van Israël zichzelf
toegeëigend heeft, en zo is de leer tot standgekomen dat de kerk in
de plaats van Israël is gekomen. Maar dat is niet het geval als wij
teruggaan naar de Bijbel, in de Bijbel zelf vinden wij dat Israel
haar beloften houdt, maar dat God in deze tijd werkt met de Gemeente,
die Zijn Lic¬haam is. In Rom.3:1,2 lezen wij:
Wij leren hier dat het eerste voordeel van de Jood was dat zij in
alle tijden, eerst de woorden van God hebben gekregen. Als wij
teruggaan naar Romeinen 9:3,4,5 dan leren wij wat het voordeel van
de Jood is, wie is die Jood?, of wie is de Israëliet? Want dat staat
hier: welke Israëlieten zijn, dat is het eerste facet. Er zijn een
aantal facetten, het zou mooi zijn als u dat in uw Bijbel zou kunnen
nummeren.
1. dus het eerste facet is: welke Israëlieten zijn.
2. welke is de aanneming tot kinderen.
3. en de heerlijkheid.
4. de verbonden.
5. de wetgeving.
6. de dienst van God.
7. de beloftenissen.
8. welke zijn de vaders, en uit welke Christus is
En hij besluit met: van wie zijn de vaders, en uit wie Christus is,
Christus kwam uit het volk Israël, Hij was niet zomaar een mens,
maar Hij was God, Die boven alles is.
1,2. Welke Israëlieten zijn, en hij spreekt over de aanneming tot
kinderen. Wij hebben gezien dat wij nu door de Geest als Gods
kinderen zijn aangenomen: Rom.8:15
De heidenen hebben nu door Gods Geest de aanneming tot kinderen
gekregen, deze aanneming had Israël al lang tevoren. Hosea 1:10,11
De aanneming tot kinderen wordt alleen toegepast op mensen die geen
kinderen zijn, zoals de heidenen, eeuwenlang waren de heidenen geen
kinderen van God, omdat Israël het verbond had- Efeze 2:11,12- , hij
spreekt hier over een periode, tot de openbaring die aan de apostel
Paulus is gegeven, hij leert dat Joden en heidenen één zijn in
Christus, het is in die tijd dat de heidenen geen hoop hadden, zij
waren buiten het verbond. Zodra de heiden een hoop wilde hebben, en
een band met God, moest hij zich bij het uitverkoren volk aansluiten.
Zodra God aan de apostel Paulus het speciale evangelie had
toevertrouwd, leren wij dat de heidenen door de Geest de aanneming
tot kinderen hebben gekregen. Israël, zoals wij uit Romeinen 9,10
gaan leren, was in die tijd aan de zijkant gezet. Maar wanneer de
Gemeente opgenomen wordt, en God weer met Israël gaat werken, dan
spreekt Hij weer via de profeet Hosea :Israël wordt weer als
kinderen aangenomen. Die aanneming hadden zij, die aanneming was
eerst aan hen gegeven, later van hen weggenomen. Nu hebben degenen
die Zijn Zoon als hun persoonlijke Verlosser hebben aangenomen de
aanneming tot kinderen, niet in plaats van hen!, maar het gaat voor
enige tijd buiten hen om, en later wordt de aanneming tot kinderen
weer aan Israël teruggegeven.
Hosea 2:22 - Hij spreekt hier over de periode dat Israël niet Gods
volk is tot een periode dat zij wel Zijn volk zullen zijn.
Hosea 3:4 - Laten we niet vergeten dat dit de teksten zijn die te
maken hebben met de adoptie.
We gaan terug naar Romeinen 9:4
Israëlieten, staat voor degenen die met God zijn, God heeft nu
kinderen en toen ook.
Deuteronomium 14:1 - Zo sprak God over het volk Israël, als Zijn
kinderen.
3. en de heerlijkheid Wat betekend die heerlijkheid voor Christus?
Numeri 7:89 De glorie betekend dat de aanwezigheid van de almachtige
God, van de Schepper van hemel en aarde, eerst met en onder Israël
was. Wij lezen ook in de Kolossenzenbrief dat Christus de Hoop der
heerlijkheid is (Kol.1:27), en Christus is nu in de Gemeente. En
God, de ware God van Abraham, Izaak en Jacob was onder Israël, dus
de glorie, terug naar Rom.9:4, was in Israël.
4. en de verbonden - God heeft, zover de Bijbel ons zegt, en daarom
houden wij onszelf aan de Bijbel vast, een verbond met Israel
afgesloten. De leer der verbonden is eigenlijk een aparte studie, om
te kijken welke verbonden er zijn, maar alle verbonden betreffen
Israël. God heeft de verbonden met Israël afgesloten, er is trouwens
één verbond, aan het eind van de brief aan de Hebreëen: 13:20 dat
een eeuwig verbond is, dat God met Zichzelf heeft afgesloten. God
heeft gezworen dat Hij later, in de toekomst, onze tijd en alle
tijden die daarna zullen komen, men¬sen zal redden op basis van het
bloed van Zijn eniggeboren Zoon, de Heere Jezus Christus.
Hand.3:25 - Maak voor uzelf maar een lijst van deze onderdelen, dan
kunt u nog extra Schriften toevoegen zodat de lijst compleet wordt.
Tegen wie spreekt hij hier? Hij spreekt niet tegen de leden van een
bepaalde kerk, hij spreekt hier tegen het zaad van Abraham, de
nakomelingen van Abraham, Izaak en Jacob, en tegen hen zegt hij:
gijlieden zijt kinderen der profeten en des verbonds, hetwelk God
met onze vaderen opgericht heeft zeggende tot Abraham: en in uw zaad
zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. Later leren wij
uit de Galatenbrief dat dat geslacht de Heere Jezus Christus was, in
Hem worden wij nu gezegend, in Hem zal Israël gezegend worden en
daarna de volkeren. Dus wij leren uit deze Schrift, dat God Zijn
verbonden met Israël heeft afgesloten, wij hebben ook nog Efeze 2:12
dat ons duidelijk leert dat in de tijd dat God het verbond met
Israël sloot, wij, in die tijd zonder Christus waren, vervreemd van
het burgerschap Israëls en vreemdelingen van de verbonden der
belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld.
We gaan naar het volgende punt;
5. de wetgeving - Wij weten dat de reformatorische theologie zich de
verbonden toeeigend maar ook de wetgeving. De wetgeving is ook aan
Israë¬l gegeven. Als wij b.v. Romeinen 3:2 nemen, zien wij dat God
Zijn Woorden, dus ook Zijn wetgeving aan hen toevertouwd. De wet
doet zonde kennen, wij lezen nog iets over de wet:
1 Korinthe 1:21 Eerst probeerde God de wereld in Zijn wijsheid te
leren, daarna kwam de dwaasheid. En de wijsheid van God was de
wetgeving, in de wetgeving zoals hij aan Mozes was gegeven staat
veel van Gods wijsheid, hoe zij in de woestijn moesten leven, hoe
een organisatie in elkaar moest zitten. Nadat de wereld die wijsheid
van God niet wilde erkennen heeft God besloten om de wereld in
dwaasheid te redden. Wij hebben in het Oude Testament ook schriften
die laten zien dat God de wet, de tien geboden aan Israël heeft
gegeven. In Johannes 1:17 leren wij ook iets duidelijks.
6. en de dienst van God. De dienst van God betekend de regels die
God aan de mensen heeft gegeven om Hem te dienen, en de enige ware
godsdienst was de Joodse of Israëlitische godsdienst. Alleen aan hen
gaf God de ware regels hoe ze Hem moesten dienen, en deze dienst
hield veel uiterlijke dingen in, hierover lezen wij in het Oude
Testament, straks gaan wij ook naar de brief aan de Hebreëen. Als
wij tegenwoordig over alle andere godsdiensten spreken, hebben wij
het over valse godsdiensten, mensen die denken dat hun dienst voor
God is, maar het is voor de bevrediging van hun eigen religieuze
gevoel.
Johannes 4:22 De zaligheid is uit de Joden, en God wil mensen die
Hem in de geest dienen. Tegenover het volk Israël stonden toen de
Samaritanen, zij hadden een eigen tempel gebouwd, maar God was niet
bezig met de Samaritanen, Hij was bezig met het volk Israël. De
zaligheid is uit de Joden, heeft de Heere Jezus duidelijk gemaakt.
Dus deze mensen waren eigenlijk bezig om hun eigen dienst van God op
te richten, maar niet de dienst voor de ware God.
Romeinen 12:1 - God geeft hier een duidelijke instructie wat ze
moeten doen en hoe. Dus God verlangd van ons niet onze werken, maar
onze redelijke godsdienst. Dat is eigenlijk dat wij ons verstand aan
God geven, en als God de besturing krijgt over onze verlangens en
ons verstand dan komt de rest vanzelf. Maar God verlangt dat onze
dienst onze redelijke godsdienst is.
Hebreëen 9:3,10 - Wij zien hier dat Israël een godsdienst, een
samenkomst had, een aangewezen, rituele godsdienst. In vers 10 lezen
wij dat die bestond uit spijzen, dranken, en verscheidene wassingen,
en rechtvaardigmakingen des vleses totop de tijd der verbetering
opgelegd. Al deze rituele of uiterlijke onderdelen van de godsdienst
waren tijdelijk van aard, tot de tijd der verbetering, en die tijd
is gekomen toen Christus aan het kruis alles heeft volbracht, en
later via de apostel Paulus leren wij wat Hij heeft volbracht.
Kolossenzen 2:21,22 - Dus de ware weg om God te dienen is eerst aan
Israël gegeven, niet aan de heidenen, die hadden allerlei rituelen
en afgoderij, niet aan de Rooms Katholieke kerk, hoewel die mooi
lijkt om te zien, in de loop der eeuwen hebben zij hun eigen dienst
opgericht, en als u goed kijkt is het een kopiëren of over nemen van
de Joodse of Israëlitische godsdienst, niet aan de protestantse kerk
of welke kerk dan ook. Want de dienst is een geestelijke dienst, de
dienst begint ook niet om b.v. 10 uur of om 10.30 uur, maar ze
begint op het moment als een zondig mens Christus als zijn
persoonlijke Verlosser aanneemt.
7. en de beloftenissen De beloftenissen zijn uiteraard ook aan
Israël gegeven.
Lukas 1:54 God heeft Zijn volk bezocht en Zijn beloften vervuld, de
be¬loften aangaande de komst van de Verlosser, de Messias, de
Zaligmaker.
Romeinen 9:5 8.welke zijn de vaderen en uit welke Christus is.
Romeinen 11:28 Deuteronomium 10:15
Alles wat God aan Israël heeft belooft was niet omdat Israël zo goed
was, nee, de Schriften zeggen duidelijk dat zij een hardnekkig volk
waren, maar het was vanwege de vaderen. En het karakter van God is
ook altijd dat Hij nakomt hetgeen Hij heeft belooft, Hij kan nooit
liegen, op het moment dat God iets heeft toegezegd, dan komt Hij
Zijn woorden ook na. Dus de beloften zijn vervuld wegens Gods woord
aan de vaderen, en de vaderen zijn Abraham, Izaak en Jakob, daaruit
komt het volk Israël. De vaderen zijn uit het volk Israël en niet
uit de heidenen.
En uit welke Christus is:
2 Timotheus 2:8 Dat is iets wat wij in onze gedachten moeten houden,
de Christus Die wij verkondigen, Jezus Christus, uit het zaad van
David, Hij is geboren voor het volk Israël, uit hen is Hij gekomen,
ook voor de niet-Joden. ...zoveel het vlees aangaat, Welke is God
boven allen te prijzen in eeuwigheid, Amen. Zoveel het vlees aangaat
komt Christus uit de vaderen, uit het volk Israël, voor de rest
komen wij hier naar een Schrift die ons leert over de Godheid van
Christus. Als wij spreken over de Godheid van Christus nemen wij ook:
Titus 2:13 Jeremia 23:5,6
In ons geloof is de Godheid van Christus een heel belangrijk aspect,
Christus in het vlees uit Abraham, Izaak en Jakob, maar Christus was
ook God Zelf in het vlees geopenbaard. Maak hier maar een studie van
voor uzelf, dat is aan Israël gegeven en niet aan de Gemeente.
Romeinen 9:6 - Wat hebben wij hier? De beloften zijn niet
uitgevallen, de beloften staan vast. God heeft de beloften niet
ingetrokken, die blijven vast, maar het is Israël dat gevallen is.
Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn, dan bedoeld
Hij:
Mattheus 3:9 Het gaat niet alleen om de nakomelingen van Abraham in
het vlees, maar ook degenen die in de voetstappen van zijn geloof
wandelen, en deze mensen wordt ook rechtvaardigheid toegerekend. Dus
niet iedereen die uit Abraham, Izaak en Jakob komt is behouden of
Israël, en Israël betekend: met God, nadat Jakob met God heeft
gevochten, heeft hij de naam Israël gekregen, hij was met God. Dus
net als wij zeggen; elk kind dat is besneden of gedoopt is
vanzelfsprekend behouden, want door de besnijdenis of de doop
ontstaat geen verbond. Als een kind behouden is is dat alleen omdat
het bloed van de Heere Jezus Christus ook voor dat kind is tot de
tijd dat hij, zij zelf verantwoordelijk kan zijn voor wat het doet.
Hier hebben wij eigenlijk ook de eerste plaats waar wij nadruk
moeten leggen op een bedelingswaarheid, niet de individuele
waarheid, niet waarheid die met onze persoonlijke rechtvaardigmaking
heeft te maken, maar met bedelingswaarheid.
In vers 7 gaat het verder... Daar begint het eigenlijk, als u kijkt
en u maakt een schema, dan weet u dat Abraham twee kinderen had:
Ismaël en Izaak, en Izaak had twee kinderen: Jakob en Ezau, en het
ging niet via Ismaël en niet via Ezau, maar het ging via Jakob. Uit
Jakob krijgen wij eigenlijk ook twee lijnen, één lijn van gelovig
Israël en één lijn van ongelovig Israël. Als wij over het ongelovige
Israël spreken, hebben wij het over Johannes 8. Spreken wij over
gelovig Israël, dan hebben wij het over Romeinen 4.
Dus nogmaals, wij hebben het hier over bedelingswaarheid, de plaats
van Israël, en niet de individuele behoudenis. Israël was eigenlijk
de gezant van God, of het kanaal dat Hij heeft gekozen waardoor de
wereld behouden kon worden, of Christus leren kennen, God heeft
Israël gekozen, niet de Moabieten, de Edomieten, niet de Arabieren,
niet de Nederlanders of de Amerikanen, Hij heeft Israël gekozen.
Ik bid dat jullie in jullie persoonlijke leven de tijd zullen kunnen
opbrengen, het geduld, de wijsheid en eigenlijk de trouw om deze
studie te volgen, want het is belangrijk dat er meer mensen zijn die
in staat zijn om Gods genade evangelie recht gesneden bekend te
maken. Voor God is de glorie, alleen voor Hem, uit Zijn genade,
AMEN! |