| |
|
DE OVERSTE LEIDSMAN VAN ONS GELOOF
Door: D. Avnon
"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen
gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de
Zoon;" (Heb. 1:1).
"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen
gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de
Zoon;" (Heb. 1:1).
"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen
gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de
Zoon;" (Heb. 1:1).
In het eerste artikel over de brief aan de Hebreeכn met als titel:
"God die spreekt"* hebben wij vragen zoals "God die spreekt" en
"de laatste dagen" in het licht van de huidige bedeling van genade behandeld.
Wij hebben gezien dat het eerste vers van de brief aan de Hebreeכn niet over ons, maar
over het volk Israכl spreekt.
De waarheid dat God via Zijn Zoon sprak, is voor de heidenen in mindere
mate goed nieuws, omdat het in die tijd al de gangbare gedachte was dat iedereen een kind
van God was (Hand. 17:29). Sommige mensen denken dit nog steeds. De Jood is van mening dat
als iemand zich de Zoon van God noemt, hij zich gelijkstelt aan God en zich daarmee
schuldig maakt aan godslastering. Daarom werd onze Here toen Hij Zich als de Zoon van God
voorstelde, meerdere malen bijna gestenigd (Joh. 5:18, 10:33,36).
De brief aan de Hebreeכn is geen goddelijke openbaring betreffende de
Gemeente "DIE ZIJN LICHAAM is", maar de vervulling van Gods beloften aan de
vaderen betreffende de komst van de Messias. De brief heeft enkele overeenkomsten met de
brief van de apostel Paulus aan de Romeinen. Beide brieven laten, los van de verschillende
programma's die zij vertegenwoordigen, duidelijk zien dat in de persoon van Christus de
hele volheid van God woont, en dat Hij de enige schakel is tussen God en de mens. Op grond
daarvan is geloof in Gods werk aan het kruis, de enige basis voor verzoening met God.
Als u mensen vraagt wat Christendom is, zeggen zij "religie",
ze wijzen naar een kerktoren of spreken over hun eigen gemeente. Weinigen weten dat het
ware Christendom al degenen omvat die Christus toebehoren, zij die God in de Geest dienen.
De Hebreeכn hebben dezelfde les nodig! Zij eren de aardse tempel, maar vergeten Christus,
Gods Lam die het beeld daarvan is:
*/ zie Genade Bijbel Kompas, december 1991
"Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw
lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw
redelijke godsdienst." (Rom. 12:1). "Want Christus is niet ingegaan in het
heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in de
hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons;" (Heb. 9:24).
De heidenen die de wet niet hadden, (Rom.2:14) en de Joden die uit
Egypte verlost waren, moeten eerst inzien dat het de zonde is waar zij van verlost moeten
worden. God vereiste bloed voor vergeving van zonden (Lev. 17:11, Heb. 9:22) en Christus
heeft dit voor ons voldaan: "Maar nu in
Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van
Christus." (Ef. 2:13) Door de Here Jezus Christus
hebben wij nu een relatie met de levende God: "Hoeveel
te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onstraffelijk
opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?"
(Heb. 9:14)
De volgende vraag wordt vaak gesteld: "Hoe kan het bloed van
dieren reinigen van zonden?" Het geld dat wij dagelijks gebruiken zou op zich weinig
waarde hebben, als er geen tegenwaarde aan verbonden zou zijn in de centrale bank, zoals
bijv. goud. Ook het bloed van dieren op zich heeft geen waarde als het geen schaduw was
van het bloed van Christus dat ons van zonden reinigt. Niemand is ooit door de schaduw,
het bloed van dieren, gered, maar alleen door het beeld, nl. Christus.
"En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van
hen wonen. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld van deze tabernakel, en een voorbeeld van al
zijn gereedschap wijzen zal, juist alzo zult gij dat maken." "De God nu des
vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige testament, uit de
doden heeft weergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus," (Ex. 25:8,9, Heb.
13:20).
"...Zijn allen uit ייn; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te
noemen." (Heb. 2:11)
Het is de persoonlijke overtuiging van schrijver dezes dat de brief aan
de Hebreeכn actueel goed nieuws wordt voor het volk Israכl, nadat de Gemeente is
opgenomen. In deze tijd zal ook de tempel gebouwd worden, van waaruit de antichrist
tijdelijk zal regeren: "...tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat
geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs; Die zich tegenstelt, en verheft
boven al wat God genaamd, of als God geכerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een
God zal zitten, zichzelf vertonende, dat hij God is." (II Thess. 2:3,4)
DAAROM!
"Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord
is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien. Want indien het woord, door de engelen
gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige
vergelding ontvangen heeft;" (Heb. 2:1). "Daarom
zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden; maar de lastering tegen
de Geest zal de mensen niet vergeven worden."
(Matth. 12:31,32). Vanaf dat moment heeft God een nieuwe bedeling ingelast, de bedeling
van genade, waarin wij nu leven.
Er zijn twee belangrijke hoofdstukken in Gods Woord die de geschiedenis
en wandel van Israכl met God laten zien, nl. Psalm 78 en Handelingen 7. Psalm 78
beschrijft de hele geschiedenis van het volk vanaf het ontstaan, tot de laatste dagen van
Gods profetische plan, wanneer de Here hun Koning op aarde zal zijn, (78:67-72). De lezer
zal ontdekken dat telkens wanneer de Here Israכl zijn liefde toonde, het volk Hem
antwoordde met ongehoorzaamheid:
"Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn Heil niet
vertrouwden" (78:22) "En Hij verdreef voor hun aangezicht de heidenen...Maar zij
verzochten en verbitterden God, de Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen
niet." (78:55,56)
De bedeling waarin wij leven is een onderbreking* van het
oorspronkelijke plan van God met Israכl en de volkeren, om Zijn Koninkrijk op aarde te
vestigen. De toespraak van Stefanus in Handelingen 7 moet ook in dat licht gezien worden.
De apostel Paulus spreekt in Romeinen 11:15 over de verwerping van Israכl die de
verzoening van de wereld mogelijk maakt. Stefanus geeft in zijn toespraak de lezer meer
inzicht in de achtergronden die tot deze tijdelijke verwerping hebben geleid.
"Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is
(opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding voor een deel over Israכl gekomen
is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israכl zalig
worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden
afwenden van Jakob." (Rom. 11:25,26).
Maar er wacht Israכl als volk nog een heerlijke toekomst, wanneer hun
ogen geopend zullen worden om het Zaad van David als hun grote Herder te zien: "De
God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige
testament, uit de doden heeft weergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus,"
(Heb. 13:20). "De
God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige
testament, uit de doden heeft weergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus,"
(Heb. 13:20).
*\ De groep mensen waarmee God in deze ingelaste periode bezig is, is
niet ייn van de vele reformatorische groeperingen, of de Rooms - Katholieke kerk, maar
Zijn Gemeente "Het lichaam van Christus" welke is opgebouwd uit al degenen die
Christus als hun persoonlijke Zaligmaker hebben aangenomen.
DE GROTE ZALIGHEID
"Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen
acht nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd
is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben;" (Heb. 2:3).
"Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen
acht nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd
is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben;" (Heb. 2:3).
Wanneer u met iemand over zaligheid of behoudenis spreekt, zal de
persoon u waarschijnlijk vragen: "Behoudenis, waarvan?". Wij weten dat de hele
Bijbelse boodschap van Gods liefde voor de mens, draait om de verlossing van de mens, door
de Here Jezus, uit de macht van de dood.
"Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift
Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere." "Dood, waar is uw
prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht
der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere
Jezus Christus." (Rom. 6:23, I Kor.15:55-57.)
De zaligheid waarover in het tweede hoofdstuk van de brief aan de
Hebreeכn wordt gesproken, spreekt over de wet, het woord dat door de engelen is gegeven
(Hand. 7:53). Het is vreemd dat veel mensen in de zgn. christelijke wereld zich nog
vasthouden aan die wet, die oorspronkelijk niet voor hen bedoeld is (Rom. 2:14). Zij zien
ook niet in dat het juist ייn van de vele doelen van het kruis was om de wet te
voleindigen: "Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een ieder,
die gelooft." " Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk
de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelf tot een nieuwe
mens zou scheppen, vrede makende;" (Rom. 10:4, Ef. 2:15)
Het woord dat door de engelen is gegeven duldde geen ongehoorzaamheid
(Deut. 27,26, Hand. 7:53, Gal. 3:19) En het oordeel bestond altijd uit een rechtvaardige
straf. Als God, via Zijn Zoon, in de laatste dagen van Zijn plan met Israכl spreekt, hoe
kunnen zij dan ontvluchten als zij op zo'n woord van genade geen acht slaan, nadat God "...naar
Zijn grote barmhartigheid ons heeft WEDERGEBOREN tot een levende hoop, door de opstanding
van Jezus Christus uit de doden." (I Petrus 1:3-4).
Wij kunnen hieruit leren dat de prediking van Gods genade niet eeuwig
zal duren. Zolang wij nog heden Christus als onze Heiland kunnen aannemen, moeten wij niet
tot morgen wachten: "En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade
Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben. Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u
verhoord, en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename
tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!" (II Kor. 6:1-2) "En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade
Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben. Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u
verhoord, en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename
tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!" (II Kor. 6:1-2)
HET BEGIN VAN DE VERKONDIGING
Gods plan om een volk tot Zijn eer te roepen, begon al met de roeping
van Abraham. Het testament met dat volk werd veel later, op basis van het bloed van jonge
ossen, in de woestijn afgesloten (Ex. 24:3-8). De verkondiging van de komst van het
Koninkrijk begint bij de komst van Gods Zoon, de Messias, de Here Jezus (Luk. 1:68-70).
Zoals de lezer kan zien het gaat hier uitsluitend over de verkondiging
van Gods profetische plan voor Israכl en de wereld. Zijn geheime plan om Joden en
heidenen door het geloof, door Zijn Geest in ייn lichaam te dopen, (I Kor. 12:13) was
toen nog niet bekend.
Matth. 3:2; 4:17; 10:7, 28:19 Hand. 2:38,39; 3:25 Mark. 16:16
"En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
"Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u;
want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen"
"En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen"
"Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders,
en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden
heb.
"En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den
Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen
Geestes ontvangen"
"Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo
velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal"
"Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze
vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der
aarde gezegend worden"
"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het
Evangelie aan alle kreaturen"
"Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal
geloofd hebben, zal verdoemd worden"
Er zijn in het zgn. Christendom veel veronderstellingen omtrent het
begin van de verkondiging van het huidige evangelie van genade, ook wel het evangelie van
het kruis genoemd. Johannes 1:17 leert wel "...de genade en waarheid is door Jezus
Christus geworden", maar de verkondiging van de genade als goed nieuws in een aparte
bedeling, begon niet eerder dan bij de komst van de apostel Paulus. Het is jammer dat veel
mensen Pinksteren, (Hand 2) als het hoogtepunt en het ontstaan van de Gemeente zien. Door
die onjuiste visie hebben zij de aparte bediening van de apostel Paulus, met het kruis en
de genade als de enige basis voor verzoening, over het hoofd gezien. "Want ik heb
u ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor
onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derde
dage, naar de Schriften; En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven. Daarna is
Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van wie het merendeel nog over
is, en sommigen ook zijn ontslapen. Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de
apostelen. En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene,
gezien." I Kor. 15:3-8)
De afgezonderde bediening van de apostel Paulus, (Rom.1:1) betreffende
de Gemeente "het lichaam van Christus" was geen onderdeel van de prediking van
onze Here toen Hij nog op aarde was. Paulus behoorde niet tot de 12 discipelen (Hand
1:26). Hij heeft zijn opdracht van de Here vanuit de hemel gekregen (Gal. 1:11,12). Paulus
heeft de Here toen Hij op aarde was niet gehoord noch gezien, dit in tegenstelling tot de
twaalf discipelen (1 Joh. 1:1-4). Merk op dat Paulus niet is gezonden om te dopen, terwijl
dat wel de opdracht was van de discipelen: "Want Christus heeft mij niet gezonden,
om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat
het kruis van Christus niet verijdeld wordt." (I Kor.1:17) "Want Christus heeft mij niet gezonden,
om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat
het kruis van Christus niet verijdeld wordt." (I Kor.1:17)
HET GETUIGENIS VAN WONDEREN, TEKENEN EN KRACHTEN
"God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en
menigerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil." (Heb. 2:4)
GEESTELIJKE (Gr. Pneumatikos)
"En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij
onwetende zijt;" "Maar aan een ieder wordt de openbaring des Geestes gegeven tot
hetgeen nuttig is." (I Kor. 12:1,7).
"En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij
onwetende zijt;" "Maar aan een ieder wordt de openbaring des Geestes gegeven tot
hetgeen nuttig is." (I Kor. 12:1,7).
De ruimte staat ons niet toe om uitgebreid over I Korinthe 12 te
schrijven. Wij willen wel benadrukken dat de openbaring van de Geest in de dagen van
Paulus, een krachtige goddelijke werking was die in krachteloze gelovigen, zoals de
Korinthiכrs, geopenbaard werd. De persoon zelf werd daardoor niet zozeer opgebouwd; de
gaven werden gegeven tot nut van de hele gemeente.
Door de openbaring van Gods kracht, en het uitdelen van de gaven, werd
het evangelie van Gods genade, in de dagen van Paulus onder al de mensen verkondigd.
Zonder radio, televisie of leesmateriaal. Zonder grote evangelisatie-bijeenkomsten. Zonder
verschillende Bijbelvertalingen of vertaalinstituten. Het waren de Goddelijke,
bovennatuurlijke, gaven die het werk deden. "Want deze wordt door de Geest gegeven
het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door dezelfde Geest; En een
ander het geloof, door dezelfde Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door
dezelfde Geest; En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een
ander onder-scheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander
uitlegging der talen. Doch al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, delende aan een
ieder in het bijzonder, gelijk Hij wil. Want gelijk het lichaam ייn is, en vele leden
heeft, en al de leden van dit יne lichaam, vele zijnde, maar ייn lichaam zijn, alzo ook
Christus." (I Kor. 12:8-12)
Lezer onderzoekt het Woord goed! Zelfs de brieven van de apostel Paulus
moeten wij recht snijden. Toen de apostel vanuit de gevangenis in Rome aan de Efeziכrs
schreef, was de openbaring van het geheimenis dichter bij zijn voltooiing dan toen hij aan
de Korinthiכrs schreef. Wij zien dan ook dat het aantal gaven drastisch werd verminderd.
Het doel van de gaven was van tijdelijke aard :"En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen
tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de
volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van
Christus; Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de
Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de maat van de grootte der volheid van
Christus;" (Ef. 4:11-13).
"En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen
tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de
volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van
Christus; Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de
Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de maat van de grootte der volheid van
Christus;" (Ef. 4:11-13).
Wat moeten we nu geloven van al die verhalen over gemeenten in ons land
of elders, waar mensen achterover vallen, worden genezen, en visioenen ontvangen? Zullen
wij de menselijke ervaring boven Gods Woord plaatsen? De Bijbelgelovige neemt op dat
moment de Bijbel ter hand en gaat het Woord rechtsnijden (II Tim. 2:15)."Dewijl
wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk ergeschreven is: Ik heb geloofd, daarom
heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook; (II Kor. 4:13).
Alleen als wij de Bijbel ter hand nemen, kunnen wij zien dat satan komt
als een engel des lichts. Zelfs in deze tijd imiteert satan de werken van God; hij
probeert Gods kinderen zo te verwarren dat zij veel waarde hechten aan beloften die niet
aan hen gericht zijn, niet voor deze bedeling, maar voor het volk Israכl in het
Koninkrijk ."En
alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de Heere verdelgen zal door de Geest
Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; Hem, zeg ik, wiens
toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der
leugen;" (II Thess. 2:8,9).
|
| |
|