"Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105   "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16    "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken 1 Timotheus 1:15

04-08-2010        Home - Wie zijn wij? - Wij geloven - English -עברית  Spanish GenadeEvangelie.nl  Português

 

DE OVERSTE LEIDSMAN VAN ONS GELOOF

Door: D. Avnon

"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon;" (Heb. 1:1).

"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon;" (Heb. 1:1).

"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon;" (Heb. 1:1).

In het eerste artikel over de brief aan de Hebreeכn met als titel: "God die spreekt"* hebben wij vragen zoals "God die spreekt" en "de laatste dagen" in het licht van de huidige bedeling van genade behandeld. Wij hebben gezien dat het eerste vers van de brief aan de Hebreeכn niet over ons, maar over het volk Israכl spreekt.

De waarheid dat God via Zijn Zoon sprak, is voor de heidenen in mindere mate goed nieuws, omdat het in die tijd al de gangbare gedachte was dat iedereen een kind van God was (Hand. 17:29). Sommige mensen denken dit nog steeds. De Jood is van mening dat als iemand zich de Zoon van God noemt, hij zich gelijkstelt aan God en zich daarmee schuldig maakt aan godslastering. Daarom werd onze Here toen Hij Zich als de Zoon van God voorstelde, meerdere malen bijna gestenigd (Joh. 5:18, 10:33,36).

De brief aan de Hebreeכn is geen goddelijke openbaring betreffende de Gemeente "DIE ZIJN LICHAAM is", maar de vervulling van Gods beloften aan de vaderen betreffende de komst van de Messias. De brief heeft enkele overeenkomsten met de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen. Beide brieven laten, los van de verschillende programma's die zij vertegenwoordigen, duidelijk zien dat in de persoon van Christus de hele volheid van God woont, en dat Hij de enige schakel is tussen God en de mens. Op grond daarvan is geloof in Gods werk aan het kruis, de enige basis voor verzoening met God.

Als u mensen vraagt wat Christendom is, zeggen zij "religie", ze wijzen naar een kerktoren of spreken over hun eigen gemeente. Weinigen weten dat het ware Christendom al degenen omvat die Christus toebehoren, zij die God in de Geest dienen. De Hebreeכn hebben dezelfde les nodig! Zij eren de aardse tempel, maar vergeten Christus, Gods Lam die het beeld daarvan is:

*/ zie Genade Bijbel Kompas, december 1991

"Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst." (Rom. 12:1). "Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons;" (Heb. 9:24).

De heidenen die de wet niet hadden, (Rom.2:14) en de Joden die uit Egypte verlost waren, moeten eerst inzien dat het de zonde is waar zij van verlost moeten worden. God vereiste bloed voor vergeving van zonden (Lev. 17:11, Heb. 9:22) en Christus heeft dit voor ons voldaan:"Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus." (Ef. 2:13) Door de Here Jezus Christus hebben wij nu een relatie met de levende God: "Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?" (Heb. 9:14)

De volgende vraag wordt vaak gesteld: "Hoe kan het bloed van dieren reinigen van zonden?" Het geld dat wij dagelijks gebruiken zou op zich weinig waarde hebben, als er geen tegenwaarde aan verbonden zou zijn in de centrale bank, zoals bijv. goud. Ook het bloed van dieren op zich heeft geen waarde als het geen schaduw was van het bloed van Christus dat ons van zonden reinigt. Niemand is ooit door de schaduw, het bloed van dieren, gered, maar alleen door het beeld, nl. Christus.

"En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wonen. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld van deze tabernakel, en een voorbeeld van al zijn gereedschap wijzen zal, juist alzo zult gij dat maken." "De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige testament, uit de doden heeft weergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus," (Ex. 25:8,9, Heb. 13:20). "...Zijn allen uit ייn; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen." (Heb. 2:11)

Het is de persoonlijke overtuiging van schrijver dezes dat de brief aan de Hebreeכn actueel goed nieuws wordt voor het volk Israכl, nadat de Gemeente is opgenomen. In deze tijd zal ook de tempel gebouwd worden, van waaruit de antichrist tijdelijk zal regeren: "...tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs; Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geכerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een God zal zitten, zichzelf vertonende, dat hij God is." (II Thess. 2:3,4)

DAAROM!

"Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien. Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;" (Heb. 2:1)."Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden; maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden." (Matth. 12:31,32). Vanaf dat moment heeft God een nieuwe bedeling ingelast, de bedeling van genade, waarin wij nu leven.

Er zijn twee belangrijke hoofdstukken in Gods Woord die de geschiedenis en wandel van Israכl met God laten zien, nl. Psalm 78 en Handelingen 7. Psalm 78 beschrijft de hele geschiedenis van het volk vanaf het ontstaan, tot de laatste dagen van Gods profetische plan, wanneer de Here hun Koning op aarde zal zijn, (78:67-72). De lezer zal ontdekken dat telkens wanneer de Here Israכl zijn liefde toonde, het volk Hem antwoordde met ongehoorzaamheid:

"Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn Heil niet vertrouwden" (78:22) "En Hij verdreef voor hun aangezicht de heidenen...Maar zij verzochten en verbitterden God, de Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen niet." (78:55,56)

De bedeling waarin wij leven is een onderbreking* van het oorspronkelijke plan van God met Israכl en de volkeren, om Zijn Koninkrijk op aarde te vestigen. De toespraak van Stefanus in Handelingen 7 moet ook in dat licht gezien worden. De apostel Paulus spreekt in Romeinen 11:15 over de verwerping van Israכl die de verzoening van de wereld mogelijk maakt. Stefanus geeft in zijn toespraak de lezer meer inzicht in de achtergronden die tot deze tijdelijke verwerping hebben geleid.

"Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding voor een deel over Israכl gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israכl zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob." (Rom. 11:25,26).

Maar er wacht Israכl als volk nog een heerlijke toekomst, wanneer hun ogen geopend zullen worden om het Zaad van David als hun grote Herder te zien: "De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige testament, uit de doden heeft weergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus," (Heb. 13:20). "De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige testament, uit de doden heeft weergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus," (Heb. 13:20).

*\ De groep mensen waarmee God in deze ingelaste periode bezig is, is niet ייn van de vele reformatorische groeperingen, of de Rooms - Katholieke kerk, maar Zijn Gemeente "Het lichaam van Christus" welke is opgebouwd uit al degenen die Christus als hun persoonlijke Zaligmaker hebben aangenomen.

DE GROTE ZALIGHEID

"Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben;" (Heb. 2:3).

"Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben;" (Heb. 2:3).

Wanneer u met iemand over zaligheid of behoudenis spreekt, zal de persoon u waarschijnlijk vragen: "Behoudenis, waarvan?". Wij weten dat de hele Bijbelse boodschap van Gods liefde voor de mens, draait om de verlossing van de mens, door de Here Jezus, uit de macht van de dood.

"Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere." "Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus." (Rom. 6:23, I Kor.15:55-57.)

De zaligheid waarover in het tweede hoofdstuk van de brief aan de Hebreeכn wordt gesproken, spreekt over de wet, het woord dat door de engelen is gegeven (Hand. 7:53). Het is vreemd dat veel mensen in de zgn. christelijke wereld zich nog vasthouden aan die wet, die oorspronkelijk niet voor hen bedoeld is (Rom. 2:14). Zij zien ook niet in dat het juist ייn van de vele doelen van het kruis was om de wet te voleindigen: "Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een ieder, die gelooft." " Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelf tot een nieuwe mens zou scheppen, vrede makende;" (Rom. 10:4, Ef. 2:15)

Het woord dat door de engelen is gegeven duldde geen ongehoorzaamheid (Deut. 27,26, Hand. 7:53, Gal. 3:19) En het oordeel bestond altijd uit een rechtvaardige straf. Als God, via Zijn Zoon, in de laatste dagen van Zijn plan met Israכl spreekt, hoe kunnen zij dan ontvluchten als zij op zo'n woord van genade geen acht slaan, nadat God "...naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft WEDERGEBOREN tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden." (I Petrus 1:3-4).

Wij kunnen hieruit leren dat de prediking van Gods genade niet eeuwig zal duren. Zolang wij nog heden Christus als onze Heiland kunnen aannemen, moeten wij niet tot morgen wachten: "En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben. Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u verhoord, en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!" (II Kor. 6:1-2) "En wij, als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben. Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u verhoord, en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!" (II Kor. 6:1-2)

HET BEGIN VAN DE VERKONDIGING

Gods plan om een volk tot Zijn eer te roepen, begon al met de roeping van Abraham. Het testament met dat volk werd veel later, op basis van het bloed van jonge ossen, in de woestijn afgesloten (Ex. 24:3-8). De verkondiging van de komst van het Koninkrijk begint bij de komst van Gods Zoon, de Messias, de Here Jezus (Luk. 1:68-70).

Zoals de lezer kan zien het gaat hier uitsluitend over de verkondiging van Gods profetische plan voor Israכl en de wereld. Zijn geheime plan om Joden en heidenen door het geloof, door Zijn Geest in ייn lichaam te dopen, (I Kor. 12:13) was toen nog niet bekend.

Matth. 3:2; 4:17; 10:7, 28:19 Hand. 2:38,39; 3:25 Mark. 16:16

"En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

"Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u;

want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen"

"En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij

gekomen"

"Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

"En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen"

"Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal"

"Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden"

"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het

Evangelie aan alle kreaturen"

"Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden"

Er zijn in het zgn. Christendom veel veronderstellingen omtrent het begin van de verkondiging van het huidige evangelie van genade, ook wel het evangelie van het kruis genoemd. Johannes 1:17 leert wel "...de genade en waarheid is door Jezus Christus geworden", maar de verkondiging van de genade als goed nieuws in een aparte bedeling, begon niet eerder dan bij de komst van de apostel Paulus. Het is jammer dat veel mensen Pinksteren, (Hand 2) als het hoogtepunt en het ontstaan van de Gemeente zien. Door die onjuiste visie hebben zij de aparte bediening van de apostel Paulus, met het kruis en de genade als de enige basis voor verzoening, over het hoofd gezien. "Want ik heb u ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derde dage, naar de Schriften; En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven. Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van wie het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen. Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen. En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien." I Kor. 15:3-8)

De afgezonderde bediening van de apostel Paulus, (Rom.1:1) betreffende de Gemeente "het lichaam van Christus" was geen onderdeel van de prediking van onze Here toen Hij nog op aarde was. Paulus behoorde niet tot de 12 discipelen (Hand 1:26). Hij heeft zijn opdracht van de Here vanuit de hemel gekregen (Gal. 1:11,12). Paulus heeft de Here toen Hij op aarde was niet gehoord noch gezien, dit in tegenstelling tot de twaalf discipelen (1 Joh. 1:1-4). Merk op dat Paulus niet is gezonden om te dopen, terwijl dat wel de opdracht was van de discipelen: "Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt." (I Kor.1:17) "Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt." (I Kor.1:17)

HET GETUIGENIS VAN WONDEREN, TEKENEN EN KRACHTEN

"God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil." (Heb. 2:4)

GEESTELIJKE (Gr. Pneumatikos)

"En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende zijt;" "Maar aan een ieder wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen nuttig is." (I Kor. 12:1,7).

"En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende zijt;" "Maar aan een ieder wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen nuttig is." (I Kor. 12:1,7).

De ruimte staat ons niet toe om uitgebreid over I Korinthe 12 te schrijven. Wij willen wel benadrukken dat de openbaring van de Geest in de dagen van Paulus, een krachtige goddelijke werking was die in krachteloze gelovigen, zoals de Korinthiכrs, geopenbaard werd. De persoon zelf werd daardoor niet zozeer opgebouwd; de gaven werden gegeven tot nut van de hele gemeente.

Door de openbaring van Gods kracht, en het uitdelen van de gaven, werd het evangelie van Gods genade, in de dagen van Paulus onder al de mensen verkondigd. Zonder radio, televisie of leesmateriaal. Zonder grote evangelisatie-bijeenkomsten. Zonder verschillende Bijbelvertalingen of vertaalinstituten. Het waren de Goddelijke, bovennatuurlijke, gaven die het werk deden. "Want deze wordt door de Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door dezelfde Geest; En een ander het geloof, door dezelfde Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door dezelfde Geest; En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onder-scheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen. Doch al deze dingen werkt een en dezelfde Geest, delende aan een ieder in het bijzonder, gelijk Hij wil. Want gelijk het lichaam ייn is, en vele leden heeft, en al de leden van dit יne lichaam, vele zijnde, maar ייn lichaam zijn, alzo ook Christus." (I Kor. 12:8-12)

Lezer onderzoekt het Woord goed! Zelfs de brieven van de apostel Paulus moeten wij recht snijden. Toen de apostel vanuit de gevangenis in Rome aan de Efeziכrs schreef, was de openbaring van het geheimenis dichter bij zijn voltooiing dan toen hij aan de Korinthiכrs schreef. Wij zien dan ook dat het aantal gaven drastisch werd verminderd. Het doel van de gaven was van tijdelijke aard:"En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus; Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de maat van de grootte der volheid van Christus;" (Ef. 4:11-13).

"En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus; Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de maat van de grootte der volheid van Christus;" (Ef. 4:11-13).

Wat moeten we nu geloven van al die verhalen over gemeenten in ons land of elders, waar mensen achterover vallen, worden genezen, en visioenen ontvangen? Zullen wij de menselijke ervaring boven Gods Woord plaatsen? De Bijbelgelovige neemt op dat moment de Bijbel ter hand en gaat het Woord rechtsnijden (II Tim. 2:15)."Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk ergeschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook; (II Kor. 4:13).

Alleen als wij de Bijbel ter hand nemen, kunnen wij zien dat satan komt als een engel des lichts. Zelfs in deze tijd imiteert satan de werken van God; hij probeert Gods kinderen zo te verwarren dat zij veel waarde hechten aan beloften die niet aan hen gericht zijn, niet voor deze bedeling, maar voor het volk Israכl in het Koninkrijk."En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;" (II Thess. 2:8,9).