| |
|
GOD DIE SPREEKT
Door: D.Avnon
Het is een voorrecht voor deze schrijver om zijn inzicht in de brief
aan de Hebreeכn, via dit blad, met u te delen. De brief aan de Hebreeכn is gericht aan
het volk Israכl en bedoeld voor de tijd dat zij weer centraal in Gods plan zal staan. Nu
leven wij onder de bedeling van Gods genade. Als in dit Bijbelse tijdperk, een Jood en een
niet-Jood, de Here Jezus als Messias en persoonlijke Verlosser aannemen, dan doopt de
Heilige Geest hen (I Kor. 12:13) in een nieuw lichaam van gelovigen. Zij worden dan
volwaardige leden van een bijzondere gemeente, die "het lichaam van Christus"
heet.
In die gemeente zijn Joden en niet-Joden ייn (Ef. 2:14,15). Het gaat
er in eerste instantie om dat de Jood door God als een zondaar gezien wordt, die een
Verlosser nodig heeft. De Schrift laat ons duidelijk zien dat het niet om het veranderen
van religies gaat; zoals bijv. van het Jodendom naar het Christendom, of van
Protestantisme naar Katholicisme. De nieuw geboren baby in het geloof wordt als een nieuw
schepsel gezien ( 2 Kor. 5:17), hij wordt ook een heilige in Christus genoemd. "Maar
uit Hem zijt gij in Christus Jezus Die ons geworden is wijsheid van God, en
rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing" (I Kor. 1:30).
Velen vragen zich af wie de schrijver van de brief aan de Hebreeכn is.
In veel Bijbels staat geschreven dat Paulus de schrijver is. Of dat waar is, weet niemand.
Het lijkt erop alsof Paulus de schrijver is (Heb. 13:22-25) maar de belangrijkste vraag is
eigenlijk aan wie de brief is geadresseerd. Aan leden van de huidige gemeente of aan het
volk Israכl, wanneer de tempel in hun midden zal zijn? Als u dit kan onderscheiden,
geachte lezer, dan pas kunt u de brief aan de Hebreeכn goed begrijpen en ervan genieten,
wetende dat de hele Schrift voor ons is (II Tim. 3:16). Maar een goede arbeider snijdt het
Woord ook recht (II Tim. 2:15).
GOD DIE MET MENSEN SPREEKT
"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen
gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de
Zoon;" (Heb. 1:1)
"God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen
gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de
Zoon;" (Heb. 1:1)
Het was goed nieuws voor deze schrijver om te horen dat God kon spreken
met zijn kinderen en nog steeds met hen spreekt. Het is belangrijk waar u uw kennis over
God vandaan haalt. De Bijbel is het enige boek wat de juiste informatie over God geeft.
Daar buiten blijft God onbekend en abstract. In de loop der eeuwen heeft men geprobeerd de
godheid een beeld te geven, (Jes. 40:18) maar de godheid is daardoor eerder onduidelijk
geworden. De heidenen bogen in het algemeen voor een god die niet kon verlossen, (Jes.
45:20-23).
Het feit dat God kan spreken is voor velen een vreemde gedachte. Zij
beschouwen zo'n gedachte zelfs als oneerbiedig; zij kunnen niet aanvaarden dat God met
mensen te vergelijken is. God is in eerste instantie Geest, (Joh. 4:24), de mens is naar
het beeld van God geschapen, (Gen. 1:26, I Kor. 11:7) en ondanks het feit dat de zonde in
de wereld gekomen is en een groot deel van dat beeld beschadigd heeft, blijft de mens, het
beeld en de heerlijkheid van God.
Als we de Bijbel lezen, zien wij duidelijk dat God via zijn knechten
sprak. God gebruikte altijd getrouwe dienaars om Zijn boodschap bij de mensen te brengen.
Het waren geen rijke of geleerde mensen, en in eerste instantie wilden zij het helemaal
niet doen. Neem bijv. Gideon, Koning David, Mozes en de discipelen, en u zult begrijpen
dat God eerst degenen gebruikt waardoor Zijn kracht geopenbaard kan worden."Want gij
ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele
machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de
wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke
zou beschamen; En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en
hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken; (I Kor. 1:26-28)
Hebreeכn 1:1 spreekt over een specifieke gebeurtenis. God
spreekt via Zijn Zoon in een bepaald tijdperk, nl. de laatste dagen. Voordat wij de
openbaring van God via de Here Jezus gaan behandelen, willen wij vertellen hoe God in deze
tijd van genade spreekt. Nadat Paulus de complete openbaring voor deze tijd had gekregen,
(Kol. 1:25), kende de wereld nog veel valse profeten. Ook nu zijn er nog veel kinderen van
God die geloven dat God via dromen en visioenen spreekt. In ons boek "De
geestesgaven in het licht van de bedeling van genade" wordt dit onderwerp
uitgebreid behandeld. Wij geloven uiteraard dat God ook in deze tijd via Zijn Woord, de
Bijbel, spreekt: "Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er
geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken
wij ook; (II Kor. 4:13).
Gods kinderen behoren het verschil te zien tussen Goddelijke openbaring
en verlichting, (Ef. 1:17:18).
DE LAATSTE DAGEN
Wij lezen tevens dat God in dat specifieke tijdperk, dat "de
laatste dagen" wordt genoemd, heeft gesproken. Over de term "de laatste
dagen" heerst veel verwarring onder Gods kinderen. De verwarring ontstaat omdat men
geen onderscheid maakt tussen de laatste dagen van het profetisch programma en die van de
"bedeling van Gods genade". Het is duidelijk dat God in de laatste dagen van
het profetisch programma, of wat in die tijd de laatste dagen leken te zijn, sprak via
Zijn Zoon. Het waren de laatste dagen die God al eeuwen tevoren beloofd had om Zijn
Koninkrijk op aarde te vestigen, (Jes. 2:2). Dit zijn dezelfde laatste dagen waar de
apostel Petrus over sprak, (Hand. 2:13-21). "...maar dit is het, wat gesproken is
door de profeet Joכl" (vers 16)
Geachte lezer, we kunnen al bijna 2000 jaar zeggen dat "iedere dag
de laatste kan zijn". Niet omdat wij onder Gods profetisch plan leven, maar juist
onder het plan dat eerst geheim was gehouden en als eerste aan de apostel Paulus is
geopenbaard "de bedeling der genade Gods". Volgens profetie zijn de tekenen van
de laatste dagen zichtbaar en zullen zich uiten in oorlog, hongersnood, aardbevingen enz.
De volgende vraag wordt vaak gesteld: "zijn de oorlogen, de
hongersnood en de aardbevingen van onze dagen geen duidelijke tekenen?" Wij
antwoorden hier ontkennend op, het is zeker niet de vervulling van hetgeen in Matth. 24
geschreven is. De apostel Paulus vertelt ons naar welke tekenen wij moeten kijken:
"En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware
tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend,
hovaardig, lasteraars, de ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig. Zonder natuurlijke
liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden,
Verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods;
Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht daarvan verloochend hebben. Heb
ook een afkeer van dezen." (II Tim. 3:1-7, I Tim. 4:1-4)
Wij kijken niet uit naar de dagen waarin de Here Jezus op de Olijfberg
zal terugkomen voor het volk Israכl en de wereld, (Zach. 14:4, Openb. 14:1-6). Leden van
de huidige gemeente "het lichaam van Christus" hebben een hemelse positie met
hemelse zegeningen, (Fil. 3:20,21, Ef. 1:3). Onze hoop is in de hemel en daaruit
verwachten wij de verschijning van onze Heere, (I Tess. 4:13-18).
CHRISTUS MEER DAN EEN ENGEL
"Die Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Wie Hij
ook de wereld gemaakt heeft; Die, alzo Hij is het Afschijnsel van Zijn heerlijkheid, en
het uitgedrukte Beeld van Zijn zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord van
Zijn kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelf te weeg gebracht heeft,
is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen;" (Hebr. 1:2,3)
Voor velen in de zgn. christelijke wereld is het vanzelfsprekend dat
Christus waardig is om de Verlosser van de wereld te zijn. De schrijver aan de Hebreeכn
heeft met een volk te maken dat de Godheid van de Here Jezus nog niet heeft aanvaard. Voor
de zgn. heidenen is Christus al bijna 2000 jaar beschikbaar als Verlosser, alhoewel het
evangelie wel onder hen gepredikt moet worden. Maar zowel het vroegere, het
tegen-woordige, als het toekom-stige Israכl, moet vanwege de blindheid, eerst overtuigd
worden dat Christus inderdaad God Zelf is, de Verlosser, het Lam van God, dat voor de
zonden van de wereld kon sterven.
De godheid van de Here Jezus is nog een omstreden punt, zelfs binnen
het zgn. christendom. De overeenkomst die bijv. "Jehova getuigen" en de
"Mormonen" hebben, is dat zij niet geloven dat Jezus God was. Ook binnen de
vrijzinnige groeperingen beschouwt men de Here Jezus niet meer dan een wijze man:
"misschien zou hij Gods Zoon kunnen zijn, maar niet de enige, God had meer
zonen."
Men kan zonder Christus eerst als God te erkennen, niet behouden
worden. De Here Zelf had met deze kwestie te maken. Nicodemus erkende de Here alleen als
goede leraar, (Joh. 3:1-3), maar dat was niet goed genoeg. Voor hem en vele anderen blijft
het antwoord gelijk; "je moet wederom geboren worden" "...indien gij met uw
mond zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden
opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden" (Rom. 10:8-12).
De openbaring aan de apostel Paulus voor deze bedeling van genade geeft
ons het volledige inzicht over het feit dat Jezus Christus meer was dan alleen Gods Zoon.
De Filippensen werden waarschijnlijk door wetenschappers op een dwaalspoor gezet, en
daarover moest Paulus hen schrijven, (Fil. 2:3-11). Men vindt het over het algemeen
moeilijk om te aanvaarden dat Christus, toen Hij op aarde was, gelijk geworden was aan de
mensen, maar zonder zonde: (II Kor. 5:21, Heb. 4:15,16). "Want Hem, Die geen zonde
gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden
rechtvaardigheid Gods in Hem." (II Kor. 5:21)
Toen de Here Jezus op aarde was, vervulde hij de bediening als God de
Zoon Die aan de mensen gelijk moest worden en toch zonder zonden was. Pas na zijn
opstanding werd aan Israכl bekend gemaakt dat Jezus, de gekruisigde, de Here en Messias
was, (Hand. 2:35,36). Bijbel-gelovigen die het Woord onderzoeken zullen door de de brieven
van de apostel Paulus meer verlicht worden nl. dat Hij God Zelf was: "...uit welke
Christus is, zoveel het vlees aangaat, De welke is God boven allen te prijzen in
eeuwigheid. Amen." (Rom. 9:5) "...hebben wij maar ייn God de Vader, uit Welken
alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar ייn Heere, Jezus Christus, door Welken alle
dingen zijn, en wij door Hem." (I Kor. 8:6) "Verwachtende de zalige hoop en
verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus"
(Titus 2:13).
Wie denkt u dat Jezus is? Deze schrijver wist het eigenlijk niet
voordat hij met het pure Bijbelse geloof in aanraking kwam. Het is duidelijk dat onze
boodschap over een levende Verlosser gaat die gedood, begraven en opgestaan is. Onze
Heiland leeft. De schrijver van de brief eindigt met de verklaring dat de Here Jezus meer
dan de engelen is. Zij zijn maar geesten, (vers 14) maar Hij is de "Voleinder des
geloofs", (Hebr. 12:2).
^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^
|
| |
|