|
DE EEUWIGE ZEKERHEID VAN DE GELOVIGE
GA IK WERKELIJK NAAR
DE HEMEL?
Het
probleem van vandaag de dag met religie is dat ze de
“verborgenheid”, ook wel het “geheimenis” genoemd, niet zien. God
had een geheim waarvan ook Satan niets wist. Het wordt genoemd: "de
gemeente, het lichaam van Christus”. De bedoeling van God, in de
gemeente, is om iets aan iemand te tonen. Paulus zegt:
“Ef.3:8:
Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om
onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den
onnaspeurlijken rijkdom van Christus”.
“Ef.3:9
En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap
der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in
God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus”.
“Ef.3:10 Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de
overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods”.
“Ef.3:11 Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in
Christus Jezus, onzen Heere”.
De
gemeente, het lichaam van Christus, is het eeuwig voornemen van God,
gemaakt in Christus voor de grondlegging der wereld:
“Ef.1:4 Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de
grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en
onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;
Maar
God heeft dit verborgen gehouden, u zult het niet vinden in de
Hebreeuwse Schriften, ook niet tijdens de aardse bediening van Jezus
Christus, en ook niet in de bediening van Petrus in het boek
Handelingen. Het was een verborgenheid totdat het aan Paulus werd
geopenbaard.
De
aan Paulus toevertrouwde leer voor de gemeente van vandaag de dag
bevat ook de eeuwige zekerheid van de gelovige. De leer van Paulus
verheerlijkt het kruis van Christus. De leer van Paulus openbaart de
volmaaktheid van het werk van Christus aan het kruis. De
rechtvaardigheid van God, die u moet hebben als u ooit van plan bent
om God te zien, om in alle eeuwigheid met de Heere Jezus Christus in
heerlijkheid te zijn, dat is alleen geopenbaard in het evangelie van
Paulus, het evangelie van Christus. Het evangelie van Paulus is de
kracht van God. Alleen in de leer, in Romeinen tot en met Filémon,
vindt u het evangelie, de kracht van God, en de rechtvaardigheid van
God, geopenbaard.
Het
evangelie van Paulus gaat over een mystieke, letterlijke eenwording
met Christus. Het gaat over lid zijn van Christus, van zijn lichaam,
van zijn vlees en zijn beenderen. Als lid van het lichaam van
Christus kan een gelovige zijn redding niet verliezen. U kunt niet
verslagen worden door de duivel. U kunt niet verslagen worden door
de wereld en u kunt uzelf niet verslagen! Het goede nieuws is, als
we gered zijn, dat we verzegeld zijn, en mocht er een tijd komen dat
we beginnen te twijfelen over onze redding, dan blijft God getrouw.
De Heere Jezus Christus blijft getrouw, Hij kan zichzelf niet
verloochenen. Door het Woord van God zal ik u laten zien dat dit
waar is.
Er
is een eensgezind pogen, van de kant van machten en overheden ,
geestelijke boosheden in de lucht…door de dienaars van Satan,
vermomd als dienaars der gerechtigheid, door valse religie, door
valse leer en door angst tactieken, om de gelovige te overtuigen dat
hij zijn redding kan verliezen.
“Ef.6:12: Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar
tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der
wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in
de lucht”.
Satan heeft dienaars op kansels over de gehele wereld. Ze zien er
uit als ieder ander. Maar ze prediken een andere Jezus en een ander
evangelie:
“2Kor.11:14: En het is geen wonder; want de satan zelf verandert
zich in een engel des lichts”.
“2Kor.11:15: Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars
zich veranderen, als waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke
het einde zal zijn naar hun werken”.
De
Bijbel zegt dat mensen betuigen God te kennen, maar in de werken
ontkennen zij hem. Wist u dat door te beweren dat het doen van goede
werken, teneinde goedkeuring te vinden of goedkeuring te houden van
God, in werkelijkheid God ontkent?
“Titus 1:16: Zij belijden, dat zij God kennen, maar zij verloochenen
Hem met de werken, alzo zij gruwelijk zijn en ongehoorzaam, en tot
alle goed werk ongeschikt”.
Religieuze mensen doen dat. De aanval komt altijd door twijfel te
zaaien aangaande de gezonde leer door het brengen van valse leer en
door te vertrouwen op wijsheid van mensen in plaats van op het woord
van God. Paulus schreef aan Timótheüs:
“1Tim.1:3: Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt
blijven, als ik naar Macedonie reisde, zo vermaan ik het u nog,
opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren”.
“1Tim.1:4 Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke
geslachtsrekeningen, welke meer twist vragen voortbrengen dan
stichting Gods, die in het geloof is”.
“1Tim.1:5 Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en
uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof”.
Er
is valse leer in de vorm van fabels die vandaag de dag rondom de
wereld worden geleerd door mannen die buiten de gezonde leer gaan
die is gegeven aan de gemeente, het lichaam van Christus, en
gevonden wordt in de boeken Romeinen tot en met Filémon, boeken die
zijn geschreven door de leraar, de prediker de dienaar, de apostel
van de gemeente, het lichaam van Christus, de apostel Paulus. Paulus
zegt dat hij de apostel der Heidenen is.
“Rom.11:13: Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der
heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk”.
In
1Tim.2:7 zegt Paulus dat hij een prediker, een apostel en leraar der
Heidenen is.
“1Tim.2:5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der
mensen, de Mens Christus Jezus”.
“1Tim.2:6 Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen,
zijnde de getuigenis te zijner tijd”.
“1Tim.2:7 Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de
waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in
geloof en waarheid”.
En
in 2Tim. zegt hij opnieuw dat hij een prediker, een apostel en een
leraar der Heidenen is. Hij vertelde Timotheüs:
“2Tim.1:8: Schaam u dan niet der getuigenis onzes Heeren, noch mijns
die Zijn gevangene ben; maar lijd verdrukkingen met het Evangelie,
naar de kracht Gods”.
“2Tim.1:9: Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een
heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen
voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de
tijden der eeuwen”.
Let
er op dat Paulus verwijst naar de redding (heeft zalig gemaakt)
van de gelovige in de verleden tijd. Met andere woorden: een
persoon die vertrouwt in het volbrachte kruiswerk van Jezus Christus
is alreeds gered, verleden tijd, dat is een gedane zaak die niet
ongedaan kan worden gemaakt. Uw activiteiten, nog uw houding kan
ongedaan maken wat Christus voor u heeft gedaan. Hij stierf voor
onze zonden.
“2Tim.1:10: Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen
Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het
leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het
Evangelie”.
“2Tim.1:11: Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en
een leraar der heidenen”.
De reden dat u uw redding niet
ongedaan kunt maken is omdat u in de eerste plaats niets heeft
gedaan om het te verkrijgen. U verdiende het niet en u kunt het niet
verliezen. Paulus zegt dat de gelovigen zijn verzegeld tot de dag
van verlossing. Het zegel van de Heilige Geest kan niet verbroken
worden.
“Ef.4:30: En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij
verzegeld zijt tot den dag der verlossing”.
Mensen die leren dat u uw redding kunt verliezen leren altijd dat u
uw redding ook weer kunt verdienen door het op de één of andere
manier doen van goede werken, ze gaan daarbij altijd buiten de leer
van de gemeente, het lichaam van Christus, om…..buiten Romeinen tot
en met Filémon om het te bewijzen.
Galaten 6:16 zegt:
“En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve
zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israel Gods”.
Het
probleem, aangaande de hedendaagse religie, is dat velen, zo niet
allen, niet willen geloven dat indien God “Israël” zegt, Hij
“Israël” ook werkelijk bedoeld, en wanneer Hij zegt “gemeente” Hij
ook werkelijk de “gemeente” bedoeld. Israël is niet de “gemeente” en
de “gemeente” is niet Israël. Degenen in de gemeente, het lichaam
van Christus, volgen de regel van Paulus en “leren geen andere leer”
terwijl het Israël van God, de gemeente te Jeruzalem, de regel van
Petrus volgen.
Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes zijn voor Israël. De boeken
Hebreeën tot en met Openbaring zijn ook voor Israël. Maar Romeinen
tot en met Filémon zijn geschreven aan het hemelse volk van God, de
gemeente, het lichaam van Christus. De gehele Bijbel is VOOR ons
geschreven maar niet alles in de Bijbel is AAN ons geschreven.
“Beproeft de dingen die daarvan verschillen”, Paulus zegt in de
brief aan de Filippenzen:
Fil.1:9: En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer
overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen”.
“Fil.1:10: Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen,
opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van
Christus”.
1Korinthiërs is duidelijk dat: EENS GERED, is ALTIJD GERED. Een
gelovige kan zijn redding niet verliezen, en dat is vanwege het
volbrachte werk aan het kruis. Het is wel mogelijk om beloning te
verliezen betreffende het werk voor de Heer, maar u kunt uw redding
nimmer verliezen. Bekijk hier het gevolg van de rechterstoel van
Christus (2Kor.5:10):
“1Kor.3:11: Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen
gelegd is, hetwelk is Jezus Christus”.
Met
andere woorden: het fondament is de waarheid van het evangelie van
Christus. Dat Christus stierf voor onze zonden, 1Kor.15:3, en dat
Hij is opgestaan voor onze rechtvaardigmaking, Rom.4:25.
“1Kor.3:12: En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver,
kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen”.
“1Kor.3:13; Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal
het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens
iegelijks werk is, zal het vuur beproeven”.
“1Kor.3:14: Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft,
die zal loon ontvangen”.
“1Kor.3:15: Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade
lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur”.
Wij
moeten begrijpen dat we volmaakt zijn in Hem, onze werken zullen
beproefd worden voor de rechterstoel van Christus, maar wijzelf zijn
alreeds gered.
Kol.2:10: En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle
overheid en macht”.
Veel
religieuze mensen geloven hun Bijbel niet. Velen volgen de tradities
van mensen. Mensen die hun Bijbel geloven in plaats van de leiders
van denominaties van het confessionele religieuze systeem, lopen de
kans om nagewezen, gekleineerd en belachelijk gemaakt te worden door
religieuze mensen. Paulus waarschuwt Timótheüs dat degenen die
godzaliglijk willen leven in Christus Jezus VERVOLGD ZULLEN WORDEN.
“2Tim.3:12: En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus
Jezus, die zullen vervolgd worden”.
“2Tim.3:13: Doch de boze mensen en bedriegers zullen tot erger
voortgaan, verleidende en wordende verleid”.
Bekijk nu het advies van Paulus aan Timotheüs in het volgende vers:
“2Tim.3:14 Maar blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt, en waarvan u
verzekering gedaan is, wetende, van wien gij het geleerd hebt”.
“Hetgeen gij geleerd hebt”. Waar leerde Timotheüs van? Van Paulus.
Naar alle waarschijnlijkheid hoorde of las Timotheüs niets van
hetgeen Petrus had geschreven. Het was Paulus die de openbaring der
verborgenheid ontvangen had en het was Paulus die het aan Timotheüs
leerde:
“Gal.1:11: 11 Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie,
hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens”.
“Gal.11:12: Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen,
noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus”.
Religie houdt hier niet van, ze stellen bijna alles in het werk om
Paulus, de apostel van de Heidenen, ondergeschikt te maken aan
Petrus. Ze verhogen Petrus en kleineren Paulus en dat ondanks het
feit dat Petrus, in de Bijbel, slechts aan één Heiden predikte, en
Petrus heeft niet één keer beweerd dat hij een prediker der Heidenen
was. Paulus zegt dat degenen die godzalig willen leven in Christus
Jezus vervolgd zullen worden. En raad eens waar de vervolging
hoofdzakelijk vandaan komt: Van de belijdende godsdienst. Van mannen
die een gedaante van godzaligheid hebben maar die de kracht daarvan
verloochenen. (2Tim.3:5).En wat is de kracht van God tot redding?
“Rom.1:16: Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want
het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft,
eerst den Jood, en ook den Griek”.
“Rom.1:17: Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve
geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de
rechtvaardige zal uit het geloof leven”.
Mensen die hun vertrouwen alleen op Christus hebben gesteld kunnen
vervolging verwachten van religieuze mensen. Maar het goede nieuws
is. Als we lijden voor Hem, als we geen andere leer leren, als we de
gezonde leer verdragen, als we gehard zijn als een goede soldaat,
dan zullen we met Hem heersen. Uw heersen met Christus hangt af van
uw lijden voor hem door de waarheid van het evangelie vast te
houden.
“2Tim.2:10: Daarom verdraag ik alles om de uitverkorenen, opdat ook
zij de zaligheid zouden verkrijgen, die in Christus Jezus is, met
eeuwige heerlijkheid”.
“2Tim.2:11: Dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem
gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven”.
“2Tim.2:12: Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen;
indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen”.
“2Tim.2:13: Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan
Zichzelven niet verloochenen”.
Paulus zegt, dat, als wij het evangelie geloven dat Christus voor
onze zonden is gestorven, al onze zonden, dan heeft God de dood van
Christus aan ons toegerekend, Hij rekent het als onze dood. Maar
Christus is niet meer dood. Hij is opgestaan uit de doden. Paulus
zegt in de brief aan de Romeinen dat Hij is overgeleverd om onze
zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Hij leeft en wij
zullen met Hem leven. Een gedane zaak. Het zal gebeuren.
Als
we falen om voor de waarheid van het evangelie te staan, als we
falen om onszelf beproefd voor God te stellen, als we er aan toe
geven om onszelf heen en weer te laten werpen door wind van leer en
de verleiding van slechte mensen…..als we, na dit alles gedaan te
hebben…er niet in slagen staande te blijven……en niet de eer aan God
geven……en wel eer geven aan mensen of aan ons zelf….ZAL HIJ ONS
VERLOOCHENEN EN ZULLEN WE NIET MET HEM HEERSEN.
Als
u uit genade en door geloof gered bent door het volbrachte werk van
Christus, en al begint u ook te twijfelen, zelfs als u in verwarring
bent, zelfs als u op een punt komt dat u het heeft verknoeid en u
niet meer weet wat u gelooft, HIJ BLIJFT GETROUW. Hij kan Zichzelf
niet verloochenen. Wij zijn Zijn lichaam. Hij kan Zijn lichaam,
waarvoor Hij stierf om het te redden, niet verloochenen. Paulus
zegt:
“2Tim.2:19: Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit
zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk,
die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid”.
Paulus legde het fondament en het is zeker en verzegeld!
Ongerechtigheid is altijd, in alle gevallen die u vindt in de
Bijbel, valse religie!
Als
u de Heere Jezus Christus niet kent als uw persoonlijke Verlosser,
of u bent niet helemaal zeker betreffende uw redding en uw eeuwige
zekerheid in Christus, dan is het ons gebed dat u in de komende
minuten iets leest dat u overtuigen zal, dat is, u overtuigen dat u
een Verlosser nodig heeft. Dat u alleen moet vertrouwen in het
volbrachte werk van Christus voor uw redding.
Als
u alreeds gered bent dan hopen we dat u iets leest dat u zal
opbouwen in uw geloof en u zal helpen om u te bevestigen in de
waarheid van het evangelie. Wat u moet begrijpen is dat uw redding
geheel en al is gebaseerd op het volbrachte werk van Christus, voor
u, op Golgotha.
Uw
redding is niet gebaseerd, op welke manier dan ook, op wat u kunt
doen, of kan doen, of gaat doen voor de Heer om zodoende gunst te
verwerven bij God. Ook is uw eeuwige zekerheid niet gebaseerd, op
welke manier dan ook, op hetgeen u “voor de Heer” doet na uw
redding. God eist geen offer van u voor uw redding. Maar, wonder
boven wonder, in plaats dat God van u vraagt om Hem een offer te
brengen……bracht God u een offer….de Heere Jezus Christus, die stierf
voor uw zonden. De Bijbel zegt:
“2Kor.5:19: Want God was in Christus de wereld met Zichzelven
verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord
der verzoening in ons gelegd”.
Het
punt is dus dat er alreeds is betaald voor uw zonden.
“2Kor.5:21: Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde
voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in
Hem”.
God
rekent u uw zonden niet toe omdat Hij 2000 jaar geleden ze
toerekende aan Christus, en de Bijbel zegt daar over: “God heeft Hem
zonde gemaakt voor ons”. Wat is het probleem dan? U heeft Jezus
Christus nodig als uw Verlosser. Er komt een dag dat u aan God
antwoord moet geven wat u gelooft. Wat u gelooft…..aangaande
Christus. Vertrouwt u Christus? Is Jezus Christus uw Redder? Heeft u
een Redder? Rom.10:9 zegt:
“Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en
met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo
zult gij zalig worden”.
Als
u gelooft dat Jezus Christus is gestorven voor uw zonden, dan
gelooft u dat Hij voor al uw zonden is gestorven. Dat wil zeggen
dat, toen Jezus Christus stierf in het jaar 33, toen uw zonden nog
toekomstig waren. Met andere woorden, Christus stierf in het jaar 33
en u was toen nog niet geboren, dat was eerst in de afgelopen eeuw.
Dus uw leven, en al uw zonden waren nog toekomstig toen Christus
stierf. Hij stierf toen……en u leeft nu.
Als
Christus stierf voor uw zonden dan stierf Hij voor al uw zonden.
Zonden die u heeft gedaan, zonden die u doet en zonden die u nog
gaat doen. Te geloven dat Christus stierf voor uw zonden vanaf de
dag dat u in Hem geloofde, dus de dag dat u werd gered, en om dan te
geloven dat u vanaf dat moment moet leven zonder zonden….of anders u
dagelijks te bekeren en belijden…….is NIET de redding die is gegeven
door de apostel Paulus, de apostel der Heidenen.
Door
de waarheid van 1Joh.1:9 te geloven:
“1Joh.1:9:Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en
rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle
ongerechtigheid”.
betekent dat u NIET GELOOFT in de volkomenheid van uw redding
volgens Kol.2:13, dat God al onze zonden HEEFT vergeven.
“Kol.2:13: En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in
de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw
misdaden u vergevende”.
Of
Efeziërs 4:32 dat God ons vergeven heeft:
“Ef.4:32: Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig,
vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden
vergeven heeft”.
Of
Romeinen 5:11 dat u alreeds de verzoening hebt ontvangen:
“Rom.5:10: Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn
door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde,
behouden worden door Zijn leven.
“Rom.5:11: En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in God, door
onzen Heere Jezus Christus, door Welken wij nu de verzoening
gekregen hebben”.
Joh.1:9 spreekt over dezelfde toekomstige redding voor Israël dat
Petrus predikte in het boek Handelingen. Het is een toekomstige dag
van verzoening voor het volk Israël. Hun zonden zullen uitgewist
worden bij de tweede komst van Christus, volgens Petrus en Johannes.
Maar Paulus zegt, in ons geval, dat we terug kijken naar het kruis,
vertrouwen op Christus, en hebben nu alreeds ontvangen wat het volk
Israël zal ontvangen: “En alzo zal geheel Israël zalig worden;
gelijk geschreven is” bij de tweede komst.
Het
probleem met de hedendaagse religie is grotendeels het gevolg van
het geit dat ze falen in te zien dat in Mattheüs, Markus, Lukas en
Johannes, en in de prediking van Petrus in het boek Handelingen, de
redding voor Israël toekomstig is. Petrus beschikte niet over de
openbaring der verborgenheid die later aan Paulus werd geopenbaard.
Petrus, Jacobus en Johannes zien vooruit naar verzoening, een
nationale dag van verzoening voor Israël, bij de tweede komst van
Christus. Maar dat is niet het geval met ons. Wij HEBBEN alreeds
verzoening. Door NIET te geloven dat uw redding volbracht en
compleet is in het volbrachte werk van Christus, is het weigeren om
“het woord der waarheid recht te snijden” zoals dat staat in
2Timoteüs. Paulus zegt:
“2Tim.2:14: Breng deze dingen in gedachtenis, en betuig voor den
Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut
is, dan tot verkering der toehoorders”.
Veel
mensen geraken geheel ondersteboven door eerlijk klinkende woorden
van religieuze mannen die helemaal niets weten van de waarheid van
het nu volgende vers:
“2Tim.2:15 Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen,
een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid
recht snijdt”.
Door
geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende, zoals dat in
1Kor.2:13 staat, en Schrift met Schrift te vergelijken, weten we dat
het woord der waarheid een heenwijzing is naar het evangelie. Paulus
verwijst naar het woord der waarheid in Efeziërs 1:13 als “het
evangelie uwer zaligheid”, en hij zegt dat, toen de Efeziërs het
hoorden en geloofden, ze verzegeld werden met de Heilige Geest der
belofte, welke is het onderpand van onze erfenis, onze erfenis in
Christus, tot de dag der verlossing. De dag van verlossing is een
heenwijzing naar het wegnemen van het lichaam van Christus. We
noemen dat de “opname”.
Door niet geheel en alleen te vertrouwen, voor redding, op het
kruis van Christus is het falen om het verschil te zien tussen
profetie en verborgenheid. Dat is het verschil tussen de dingen die
zijn gesproken door de mond van Zijn heilige profeten (aan Israël)
sinds het begin der wereld (Lukas 1:70), evenals in de
bediening van Petrus in het boek Handelingen, EN het evangelie
hetwelk is geopenbaard aan de apostel Paulus die predikte, zie
Rom.16:25:
“………naar
mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de
openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen
verzwegen is geweest”.
De
dingen die God sprak door de profeten van Israël sinds het begin
der wereld zijn duidelijk NIET de dingen die God geheim heeft
gehouden sinds het begin van de wereld, totdat hij het aan Paulus
openbaarde. De boodschap die Paulus overbracht aan u was dat
Christus stierf voor AL UW ZONDEN:
“1Kor.15:3:
Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen
heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften”.
“1Kor.15:4:
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar
de Schriften”.
En
in Rom.4:25 zegt Paulus dat, toen Christus is opgewekt, Hij is
opgewekt voor onze rechtvaardigmaking.
“Rom.4:25:
Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze
rechtvaardigmaking”.
“Rom.5:1:
Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij
God, door onzen Heere Jezus Christus”.
Zie
nu wat Paulus aan Timotheüs heeft verteld:
“2Tim.2:7:
Merk, hetgeen ik zeg; doch de Heere geve u verstand in alle dingen”.
“2Tim.2:8 Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is
opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie”.
Naar het evangelie van Paulus werd Christus opgewekt voor onze
rechtvaardigmaking, het levende bewijs dat God AL onze overtredingen
heeft vergeven. Dat is precies wat de Bijbel zegt in de brief aan de
Kolossenzen:
“Kol.2:13:
En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid
uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u
vergevende”.
Door dus in Jezus Christus te geloven, als uw Redder, betekent
geloven dat voor AL uw zonden is BETAALD…..en God u nimmer zal
veroordelen voor uw zonden. Waarom? Hij veroordeelde Jezus Christus
voor uw zonden. Hij legde uw zonden op Christus. De Bijbel zegt:
“God heeft Hem (Jezus Christus) zonde gemaakt voor ons”. Daarom
heeft God Jezus Christus schuldig bevonden voor uw zonden.
God
veroordeelde Jezus Christus voor uw zonden. Stortte Zijn toorn op
Hem. Stelde Zijn toorn tevreden aangaande u door het uit te storten
op Christus. Wat gaat u dan doen? U ontvangt Christus als uw Redder.
U gelooft door Hem, niet alleen in Hem, u gelooft door Hem als uw
Redder. U neemt Hem aan als uw Redder. U gelooft het verslag dat God
heeft gegeven door Paulus, dat Christus voor u werd geoordeeld, dat
Christus BETAALDE VOOR uw zonden. Het loon van de zonde is de
dood…….en Christus stierf, volgens 1Kor.15 vers 3, VOOR ONZE ZONDEN.
De uitbetaling voor zonde is de dood. Dat wil zeggen: het loon van
de zonde is de dood.
“Rom.6:23:
Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is
het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere”.
Een
gift is geen gift als van u geëist wordt dat u er iets voor moet
doen. God eist geen gift van u. God heeft niets van u nodig. In
plaats daarvan gaf Hij eeuwig leven…..In Christus Jezus.
“Rom.3:24:
“En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de
verlossing, die in Christus Jezus is”.
Als
nu God reeds Christus heeft geoordeeld voor uw zonden…en Hij UW LOON
ontving dan gaat God niet meer de zonden in u veroordelen. Dat zou
dan een dubbel loon zijn. Christus betaalde het loon, door te
sterven…. U heeft Hem nodig als uw Redder. Belijd Hem als uw Heer en
Redder en geloof dat voor al uw zonden is betaald. Vertrouw op de
Heer aangaande uw redding…vertrouw niet op uzelf, niet op religie,
niet op uw waterdoop, niet op uw lidmaatschap van de kerk, niet op
het feit dat u enkele slechte gewoontes hebt opgegeven en enige
goede bent begonnen, of dat u God het één of ander hebt beloofd.
Vertrouw gewoon op het verslag dat God van Zijn Zoon heeft gegeven.
Vertrouw Jezus Christus als uw Redder.
Als
u, net als ik, gelooft dat de Statenvertaling van 1977, en eerdere
uitgaven, het Woord van God is dan moet u geloven dat God Paulus
heeft geroepen om de apostel der Heidenen te zijn. De Bijbel zegt
dat op vele plaatsen. Kijk wat de Heer heeft gezegd over een man die
Hij zend:
“Joh.13:20: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie
dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt
Hem, Die Mij gezonden heeft”.
Denk over het nu volgende heel goed na: de opgestane Heere Jezus
Christus ZOND Paulus naar de Heidenen. Luister naar het verslag van
Paulus zijn ontmoeting met de Heer op de weg naar Damascus:
“Hand.26:15: 15 En ik zeide: Wie zijt Gij, Heere? En Hij zeide: Ik
ben Jezus, Dien gij vervolgt”.
“Hand.26:16: Maar richt u op, en sta op uw voeten; want hiertoe ben
Ik u verschenen, om u te stellen tot een dienaar en getuige der
dingen, beide die gij gezien hebt en in welke Ik u nog zal
verschijnen”.
“Hand.26:17: Verlossende u van dit volk, en van de heidenen, tot
dewelke Ik u nu zende”.
Een
ieder die het aan Paulus gegeven evangelie verdraait die predikt
“een ander evangelie”, zie de brief aan de Galaten:
“Gal.1:6: Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene,
die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt
tot een ander Evangelie”.
Het
evangelie van het Koninkrijk werd gepredikt in Mattheüs, Markus,
Lukas en Johannes. Het zelfde evangelie werd gepredikt door Petrus
in het boek Handelingen hoofdstuk twee, en het moest gezien worden
als “een ander evangelie” toen de Heer, vanuit de hemel, het
evangelie van onze redding openbaarde aan Paulus.
“Gal.1:7: Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u
ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren”.
“Gal.1:8: Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel
u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben,
die zij vervloekt”.
“Gal.1:9: Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu
wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen
gij ontvangen hebt, die zij vervloekt”.
Een
ieder die het evangelie van Paulus verdraait is gedoemd om
rekenschap te geven. Een ieder die er religieuze werken aan toevoegt
zal een dwaas worden genoemd en uit de strijd worden genomen:
“2Tim.2:5: En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo
hij niet wettelijk heeft gestreden”.
Mannen zullen worden verworpen door God als ze de liefde tot de
waarheid niet willen ontvangen.
“2Tess.2:10: En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in
degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid
niet aangenomen hebben, om zalig te worden”.
In
ieder debat waarin de eeuwige zekerheid van de gelovige wordt
weerstaan, beweren diegenen, die zeggen dat uw “redding” verloren
kan gaan, eveneens dat het verdiend kan worden door werken van
rechtvaardigheid, door goede werken…. En ze gaan altijd buiten de
waarheid om die aan Paulus is gegeven voor de huidige gemeente, het
lichaam van Christus….dus buiten de brieven Romeinen tot en met
Filémon om.
Paulus zegt in Romeinen 2:16:
“In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen
door Jezus Christus, naar mijn Evangelie”.
“Rom.2:14: Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van
nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende,
zijn zichzelven een wet”.
2:15 Als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun
geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen
beschuldigende, of ook ontschuldigende)”.
Wat
was het “werk van de wet?”. Paulus zegt dat de wet een schoolmeester
was om degenen die in het verleden onder de wet waren…. tot Christus
te brengen. De Heiden, die nimmer onder de wet van Mozes was, heeft
wel een geweten. Hij heeft kennis van goed en kwaad. Ondanks het
feit dat u nimmer de wet had, heeft u toch een geweten, en het
veroordeelt of overtuigt u van goed of kwaad.
“Rom.2:16: In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen
zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie”.
Wat
is dan het evangelie van Paulus? Het is niet het evangelie van het
koninkrijk dat wordt gepredikt in Mattheüs, Markus, Lukas en
Johannes. Het kruis van Christus is gewoon niet in beeld in de
prediking van het evangelie van het koninkrijk in Mattheüs, Markus,
Lukas en Johannes. Kijk naar wat Petrus zegt toen de Heer hem
vertelde dat Hij gekruisigd zou worden, begraven, en weer op zou
staan uit de dood:
“Matth.16:22: En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te
bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins
geschieden”.
U
moet begrijpen dat het ten tijde van Mattheüs 16 slechts een korte
tijd voor het kruis was. Met andere woorden, Petrus en de twaalven
hadden reeds voor ongeveer drie jaar het evangelie van het
Koninkrijk gepredikt, zieken genezende, doden opgewekt, melaatsen
gereinigd en duivels uitgeworpen….maar ze WISTEN NIETS over het
kruis van Christus. Religie gelooft dat niet. Ze weten dit niet en
ze weigeren om het te geloven. De mensen zijn onderwezen om de Heer
te volgen naar Zijn aardse bediening. En het is een feit dat
NIEMAND, Petrus, Jacobus en Johannes……NIEMAND wist iets over het
kruis, en het kruis zoals wij het kennen, is het middelpunt van uw
redding. In Lukas 18 neemt de Heer de twaalven apart en vertelde hen
dat Hij gekruisigd zou worden, begraven en opstaan uit de doden.
Kijk wat the Bijbel zegt:
“Luk.18:31: En Hij nam de twaalven bij Zich, en zeide tot hen: Ziet,
wij gaan op naar Jeruzalem, en het zal alles volbracht worden aan
den Zoon des mensen, wat geschreven is door de profeten”.
“Luk.18:32: Want Hij zal den heidenen overgeleverd worden, en Hij
zal bespot worden, en smadelijk behandeld worden, en bespogen
worden”.
“Luk.18:33: En Hem gegeseld hebbende, zullen zij Hem doden; en ten
derden dage zal Hij wederopstaan”.
“Luk.18:34: En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord
was voor hen verborgen, en zij verstonden niet,
hetgeen gezegd werd”.
Zie
ook Joh.20:9:
“Want
zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan”.
Wat
is nu dan het evangelie van Paulus? Hij zegt in Rom.16:25 dat zijn
evangelie de openbaring der verborgenheid was:
“Rom.16:25: Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn
Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der
verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest”.
“De
verborgenheid”, met andere woorden, HET WAAROM van het kruis van
Christus. Mijn evangelie. Het evangelie van Paulus. Dat is het feit
dat Christus STIERF voor onze zonden en dat Hij is opgestaan voor
onze rechtvaardigmaking.
Paulus vertelde Timotheüs, in 1Tim.1:3: “opdat gij sommigen
beveelt geen andere leer te leren”.
“1Tim.1:3: Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Efeze zoudt blijven,
als ik naar Macedonie reisde, zo vermaan ik het u nog, opdat gij
sommigen beveelt geen andere leer te leren”.
“1Tim.1:4: Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke
geslachtsrekeningen, welke meer twist vragen voortbrengen dan
stichting Gods, die in het geloof is.
“1Tim.1:5: Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en
uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof”.
Hij
zegt in 2Timotheüs:
“2Tim.1:11: Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en
een leraar der heidenen”.
“2Tim.1:12: Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word
niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben
verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te
bewaren tot dien dag”.
Paulus schreef zijn redding toe aan de Heer. Hij zegt dat hij
overtuigd was dat Hij, de Heer, in staat is zijn pand te bewaren.
Hoe zit dat met u?
“2Tim.1:13: Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij
gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is”.
In
2Timotheüs zegt hij: “betrouw dat aan getrouwe mensen”.
“2Tim.2:1: Gij dan, mijn zoon, word gesterkt in de genade, die in
Christus Jezus is”.
“2Tim.2:2: En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen,
betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook
anderen te leren”.
Het
evangelie der genade Gods gaat over genade…..niet over religie. Het
gaat over redding zonder religieuze werken van de één of andere
soort: bekering, waterdoop, de wet houden, of andere soorten van
menselijke verdiensten, het is door geloof in hetgeen Christus voor
ons heeft gedaan in plaats van wat wij voor Hem doen. De redding die
Paulus predikt is deze:
”Titus 3:5: Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der
rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn
barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des
Heiligen Geestes”.
Paulus zegt dat Christus stierf voor onze zonden, Hij is zonde
gemaakt voor ons, en Hij werd begraven, en drie dagen en drie
nachten later werd Hij door de kracht van God geregenereerd en
vernieuwd en stond op uit de dood, en Hij stond op voor onze
rechtvaardigmaking. Paulus zegt dat redding is uit genade:
“Rom.11:6: En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de
werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is
uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk
geen werk meer”.
Met
andere woorden, voorheen was geloof, plus werken uit het
geloof, vereist voor God om gered te worden. Paulus zegt dat dat nu
niet meer zo is. Het is NIET MEER door werken. Denk hier eens over
na: Als een man voor iemand werkt dan zou de persoon voor wie hij
werkt hem iets schuldig zijn voor het werk dat hij voor hem heeft
gedaan. Zo is het vandaag de dag niet voor wat betreft uw redding:
“Rom.4:4: Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend
naar genade, maar naar schuld”.
“Rom.4:5; Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den
goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot
rechtvaardigheid.”
God
gaf zijn wet om de mensen te laten zien wat rechtvaardigheid
werkelijk is. Het is de standaard van God voor volmaaktheid. Het is
een droevige misvatting voor een man die roemt dat zijn
rechtvaardigheid in de wet is.
“Gal.2:16: Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit
de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo
hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden
gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de
werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal
gerechtvaardigd worden”.
Hoe
u het ook bekijkt de boodschap is: alleen uit genade:
“Ef.2:8: Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en
dat niet uit u, het is Gods gave”.
“Ef.2:9: Niet uit de werken, opdat niemand roeme”.
Iedere poging om enige vorm van werken ter rechtvaardiging te
prediken voor redding, in deze eeuw, in de bedeling der genade Gods,
is het verdraaien van het evangelie van Christus en degenen die dat
doen zijn verdoemd en moeten rekenschap geven. Vergelijk de volgende
verzen in de brief aan de Galaten:
“Gal.1:7: Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u
ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren”.
“Gal.1:8: Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel
u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben,
die zij vervloekt”.
“Gal.1:9: Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu
wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen
gij ontvangen hebt, die zij vervloekt”.
“Gal.3:10: Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn
onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk,
die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om
dat te doen”.
“Gal.5:4: Christus is u ijdel geworden, die door de wet
gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen”.
Het
is onmogelijk om uit genade en door geloof gered te worden in
hetgeen Christus voor u heeft gedaan en tegelijkertijd: “werken
voor uw redding”.
“Rom.11:6: En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de
werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is
uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk
geen werk meer”.
In
het evangelie van Petrus van het Koninkrijk, het evangelie der
besnijdenis, en vóór dat Paulus werd gered en vóór dat de openbaring
der verborgenheid aan Paulus was gegeven, vertelde Petrus aan
Cornelius, de Romeinse hoofdman in Handelingen tien, dat degene die
God vreest en gerechtigheid werkt” Hem aangenaam is.
“Rom.10:35: Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid
werkt, is Hem aangenaam”.
Maar
Paulus zei iets geheel anders aan Titus:
“Titus 3:4: Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen
Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,”.
“Titus 3:5 Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der
rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn
barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des
Heiligen Geestes”.
Iedereen die zegt dat deze verzen, in Rom.10 en in Titus 3,
hetzelfde zeggen….heeft een leesprobleem. Je kunt niet
tegelijkertijd rechtvaardigheid werken en geen rechtvaardigheid
werken. Paulus zegt in 2Tim.2:15:
“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een
arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht
snijdt”.
En
hij zegt in Fil.1:10:
“Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen,………….”.
Paulus heeft, heden ten dage, de boodschap van redding voor u, niet
Petrus. Petrus predikte het evangelie van het Koninkrijk. Petrus
wist niet het WAAROM van het kruis van Christus. Dat is niet
geopenbaard in Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes of in Handelingen
hoofdstuk twee op de Pinksterdag. Het “waarom” van het kruis is
geopenbaard aan Paulus.
“2Tim.2:7: Merk, hetgeen ik zeg; doch de Heere geve u verstand in
alle dingen”.
“2Tim.2:8 Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is
opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie;”.
In
de huidige eeuw worden mensen gered door identificatie met Christus.
Identificeren betekent: “zich vereenzelvigen met een ander”.
2Kor.5:21 vertelt ons dat God Christus tot zonde heeft gemaakt voor
ons.
“2Kor.5:21: Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde
voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in
Hem”.
Met
andere woorden, Hij werd behandeld als één met ons en onze zonden,
aan het kruis. Als natuurlijk, fysiek menselijk wezen, in Adam,
worden wij geïdentificeerd met de zonde van Adam.
“Rom.5:12: Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld
ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle
mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben”.
Met
andere woorden, door de daad van één mens, de daad van
ongehoorzaamheid, zijn we allen zondaars. We zijn in zonde geboren.
We hebben een zondige natuur. We hadden ook geen enkele keus in deze
zaak. Door de zonde van Adam hebben we allen de natuur van Adam, we
zijn allen zondaars.
Maar
“in Christus” zijn we geïdentificeerd met de dood van Christus.
Mensen sterven vanwege de zonde van Adam. Gelovigen leven vanwege de
dood van Christus voor de zonden. Het woord “voor” in Romeinen 5:6,
7 en 8 betekent: “in naam van” of we kunnen zeggen: “in plaats van”.
Christus stierf in de plaats van de goddelozen en Christus stierf in
onze plaats.
“Rom.5:6: Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner
tijd voor de goddelozen gestorven”.
“Rom.5:8: Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus
voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren”.
“Rom.5:10: Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn
door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde,
behouden worden door Zijn leven”.
Aan
het kruis werden onze zonden op Christus gelegd en Hij werd als een
zondaar geoordeeld in onze plaats. God identificeerde Hem met ons en
onze zonde. Degenen die het evangelie geloven zijn geïdentificeerd
in Christus, in de dood, aan het kruis. God identificeert ons als
gestorven met Christus, met Hem begraven en met Hem opgestaan. Dat
is wat het woord “dopen” betekent, “identificeren met”. Zoals in:
“1Kor.12:13: Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam
gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij
vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt”.
Dat
is een geestelijke doop die op hetzelfde moment plaats vindt als u
Christus vertrouwt als uw Redder. Het is het zegel van Gods Heilige
Geest die u identificeert met alles wat Christus voor u heeft gedaan
en rekent het u toe.
“Kol.2:10: En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle
overheid en macht;”.
“Kol.2:11: In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die
zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der
zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;”.
“Kol.2:12: Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook
met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit
de doden opgewekt heeft”.
Dit
is de IDENTITEIT van de gelovige in Christus. God heeft Christus met
u en uw zonden geïdentificeerd. Het is aan u om uzelf te
identificeren met Christus als uw Redder. Als u dat doet dan wordt u
verzegeld met de Heilige Geest der belofte en behoort u de Heer toe.
Er kunnen dan geen beschuldigingen meer tegen ons, die, volgens de
brief aan de Romeinen, het evangelie geloven, worden ingebracht
omdat al onze zonden werden toegerekend aan Christus en Hij daarvoor
stierf.
“Rom.8:33: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen
Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt”.
“Rom.8:34: Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven
is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand
Gods is, Die ook voor ons bidt”.
En
niet alleen dit, de wet, die tegen ons is en tegen ons was, werd uit
de weg genomen en aan het kruis genageld:
“Kol.2:13: En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in
de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden
u vergevende;”
“Kol.2:14: Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in
inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was,
en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis
genageld hebbende;”.
En
zo is een gered iemand, volgens de brief aan de Romeinen: “dood
voor de zonde”:
“Rom.6:2: Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe
zullen wij nog in dezelve leven?”.
Dood
voor de zonde is een positionele waarheid. Met andere woorden: het
is geen ervaringskwestie. Voor God is het zo. Hij rekent het u toe
wanneer u uw vertrouwen stelt op de Heer. Mensen die proberen om
redding te ervaren krijgen kippenvel, maar zijn ze werkelijk gered?
Als de ervaring verdwijnt, wat blijft er dan over? Met andere
woorden, bevrijding is geen redding. Ook is redding geen bevrijding.
Het overwinnen van een slechte gewoonte of een ziekte is geen teken
van redding. Eigenlijk zijn er GEEN TEKENEN van redding. Het is een
zaak van GELOOF ALLEEN. Of u gelooft alleen Christus aangaande uw
redding of u bent niet gered. De Bijbel zegt dat “in Christus” we
zijn vrijgemaakt van de zonde:
“Rom.6:22: Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode
dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en
het einde het eeuwige leven”.
Dienst voor God is iets dat u alleen kunt doen nadat u in Christus
uw vertrouwen heeft gesteld. Als u niet vertrouwt op het volbrachte
werk van Jezus Christus aan het kruis voor redding, dan is er niets
wat u kunt doen voor de Heer. De Bijbel zegt dat het ploegen van de
goddelozen zonde is. U bent niet eerder een arbeider, volgens
2Timotheüs 2:15, totdat u eerst op de Heer vertrouwt. Wanneer u uw
vertrouwen stelt op de Heer dan wordt u gered, verzegeld, en heeft
u eeuwige zekerheid door het geloof VAN CHRISTUS. Zijn geloof, zijn
trouw heeft het werk gedaan. U niet.
De
Wet is uit de weg genomen door het kruis van Christus. In Christus
bent u een nieuw schepsel, en Paulus vertelt ons dat we moeten
wandelen in nieuwheid des levens. God heeft al het vereiste werk
voor uw redding volbracht. Wandel er in. Leef er in. Vertrouw er op.
Vertrouw hetgeen God heeft gedaan….niet wat u voor de Heer kunt
doen.
“In
Christus” is de meest fantastische realiteit in het universum. Die
uitdrukking komt meer dan 160 keer voor in uw Bijbel. In Christus
bent u rechtvaardig DOOR ZIJN GELOOF. Rom.3:22.
“Rom.3:22: Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van
Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is
geen onderscheid”.
U
bent gerechtvaardigd DOOR ZIJN GELOOF. Galaten 2:16.
“Gal.2:16: Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit
de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo
hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden
gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de
werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal
gerechtvaardigd worden”.
En u
heeft leven DOOR ZIJN GELOOF. Galaten 2:20.
“Gal.2:20: Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer
ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef,
dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad
heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft”.
In
Ef.1:13 staat dat degenen die, voor hun redding, hun vertrouwen op
Christus stellen verzegeld zijn met de Heilige Geest. Het zegel van
God kan niet verbroken worden. “De Heer kent degenen die Hem
toebehoren….”.
“Ef.1:12: Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij,
die eerst in Christus gehoopt hebben”.
“Ef.1:13: In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid,
namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij
ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den
Heiligen Geest der belofte;”.
Ef.1:14: Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene
verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid”.
Paulus zei dat hij verzekerd was:
“2Tim.1:12: Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word
niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben
verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te
bewaren tot dien dag”.
Zie
hetgeen Paulus zegt aan het einde van zijn leven:
“2Tim.4:8: Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid,
welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal;
en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad
hebben”.
Ik
geloof dat Paulus hier doelt op de verschijning van Jezus Christus
op de weg naar Damascus om Paulus de boodschap van genade te geven.
Degenen die de boodschap van Paulus, van redding ‘uit genade en door
geloof alleen’, ware gelovigen zijn. Zij zijn degenen die leden zijn
van Zijn lichaam, van zijn vlees en van zijn beenderen. Christus
stierf om zijn “lichaam” te redden, en hij zal er niet één lid van
verliezen.
Het
lichaam van Christus is begonnen met een plotselinge, niet geplande,
niet geprofeteerde verschijning van de Heer op de weg naar Damascus,
Handelingen hoofdstuk negen. De Heer redde zijn grootste vijand en
ons voorbeeld:
“1Tim.1:15: Dit is een getrouw
woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld
gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de
voornaamste ben”.
“1Tim.1:16: Maar daarom is mij
barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de
voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een
voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven”.
Het
lichaam van Christus begon plotseling en onverwacht door de
verschijning van de Heer. Onze lichamelijke verlossing zal op
dezelfde wijze geschieden. Er zal een andere, plotselinge,
verschijning van de Heer in de lucht zijn:
“1Thess.4:16: Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des
archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die
in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;”.
“1Thess.4:17: Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te
zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in
de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen”.
De
Heer weet wie Hem toebehoren. Ze zijn verzegeld met de Heilige Geest
der belofte tot de dag der verlossing. De dag waarover Paulus hier
spreekt is de opname van de gemeente, welks is Zijn lichaam.
Derhalve zegt hij:
“1Thess.4:18: Zo dan, vertroost elkander met deze woorden”.
Wij
leven in de bedeling der genade Gods. God deelt genade uit in deze
eeuw van genade waarin wij leven. Redding uit genade is geen redding
door werken en bevat, van welke soort ook, geen werken maar alleen
een eenvoudig vertrouwen in hetgeen Christus voor u heeft bewerkt.
God liet niets aan het toeval over, Hij maakte het zeker dat er
niets was dat kon bewerken dat een gelovige zijn redding zou
verliezen.
“Ef.2:8: Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en
dat niet uit u, het is Gods gave”.
“Ef.2:9: Niet uit de werken, opdat niemand roeme”.
“Ef.2:10: Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus
tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve
zouden wandelen”.
De
reclameborden en bumperstickers zeggen u dat u Handelingen 2:38 moet
gehoorzamen. God zegt dat u Hand.16:31 moet gehoorzamen!
“Hand.16:31: En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en
gij zult zalig worden, gij en uw huis”.
De
Bijbel zegt: “Vertrouw op de Heer met geheel uw hart, en steun niet
op je eigen verstand, maar erken de Heer in al uw wegen en Hij zal u
de weg wijzen”.
“Spr.3:5: Vertrouw op de HEERE met uw ganse hart, en steun op uw
verstand niet”.
“Spr.3:6: Ken hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken”. |