|
  
Pascha
Exodus 12:1-20
Een nieuw begin!
Exodus 12:21-36
Theorie en praktijk
Hebreeכn 9:1-14
Het Oude Testament roept om de Heere
Jezus!
Johannes 20:1-10
Het lege graf.
Een
ander leven
1
Korintiכrs 5 :
8 Ook
ons Paaslam, Christus, is geslacht
Filippenzen
3:2-11Geloven is: vertrouwen op de opgestaande
Heere Jezus.
Een van de drie grote feesten van Israכl. Het woord pascha is Grieks, pesach
is de Hebreeuwse vorm. Het duidt allereerst het lam aan, waarvan het bloed met
een hysopstengel aan de bovendorpel en de deurpost van de Israכlitische
woningen gestreken werd, opdat de verderver die Egypte doortrok, aan Israכl zou
voorbijgaan. De naam pesach is gevormd van het werkwoord pasach, voorbijgaan,
sparen. In afwachting van de uittocht moest het vlees van dit lam in de huizen
in reisvaardige toestand gegeten worden (Ex. 12 vgl. de toespelingen in
Jes. 26:20 en 31:5 ). Het pascha is eigenlijk een soort offer (Ex. 12:27 ).
Hoe het Paasfeest in de woestijn gevierd werd, weten we niet. De eerste
wetten bevatten ten aanzien van het pascha twee bepalingen:
1. "het vet van mijn vlees zal niet blijven tot de morgen" (Ex.
23:18 ), met als parallel in Ex. 34:25 "Het slachtoffer van het
Paasfeest zal niet blijven tot morgen". Dit betekent dat de op het altaar
komende vetstukken van de lammeren voor het aanbreken van de morgen in vlammen
moeten zijn opgegaan.
2. De wet op de drie voornaamste feesten waarop alle mannen (Ex. 23:14-17
)
aanwezig moesten zijn, maar niet met lege handen, dus met vrijwillige offers.
Josefus
Ant. 3.10.15 zegt terecht: "Op het Paasfeest volgt het feest van
de ongezuurde broden". In Matt. 26:17 ; Marc. 14:12 heet de dag
waarop het pascha geslacht en gegeten werd echter "de eerste dag van de
ongezuurde broden". Deze dag wordt ook in Ex. 12:18 als eerste
feestdag beschouwd.
De mazzen moesten aan de haast van de uittocht herinneren.
In
Num. 28 wordt de Lev. 23:10-14 verordende aanbieding van de garf op
de tweede dag van het Mazzoth-feest verondersteld. Eיn van de eerste garven van
het koren moest voor de HEERE bewogen worden, vergezeld van een brandoffer.
De regels in Deuteronomium kunnen niet begrepen worden zonder kennis van de
oudere wetgeving. Deut. 16:1 noemt bijvoorbeeld wel de paasmaand, maar niet de
dag van het Paasfeest. Deuteronomium maakt van de zeven Mazzoth-dagen alleen de
zevende tot feestdag (16:8 ), net als Ex. 13:6. Maar in Ex. 12:16> en Num.
28:18,25 ) worden de eerste en de zevende dag genoemd.
Na de eerste vijf boeken lezen we het volgende over vieringen van het
paasfeest: eerst het Paasfeest in Gilgal onder Jozua, nadat de Israכlieten
besneden waren (Joz. 5:10 ). Het Paasfeest onder Hizkia (2 Kron. 30 ) laat
vrijheid van de letter van de wet zien: het werd in de 2e maand gevierd omdat
men in de 1e maand niet gereed was; ook werden er zeven extra feestdagen aan
toegevoegd. De schrijver zegt in vs. 26 dat een Pascha sedert Salomo niet
gevierd was! De lammeren door de Levieten namens de gemeente geslacht (30 vs.17).
Daarna was er het Paasfeest onder Josia (2 Kon. 23; 2 Kron. 35 ). Ook de
viering van dit Paasfeest is niet helemaal volgens de regels: De Levieten
slachtten; zij vingen (evenals onder Hizkia) het bloed van de lammeren op en
trokken het vel van de lammeren af. Ook bij het Paasfeest van de teruggekeerde
Joden (Ezr. 6:19-22 ) werden de lammeren door de Levieten geslacht.
De paaswet van Ezechiכl (Ez. 45:21-24) staat helemaal op zichzelf. Aan de
ene kant sluiten de uitdrukkingen nauw aan bij Num. 28:16-25, maar toch eist zij
andere offers en is het de vorst die ze moet brengen. Het paaslam en de
paasmaaltijd worden in vs. 21 stilzwijgend verondersteld. De reden voor de
veranderingen is misschien dat de vorst voor zichzelf en voor het volk een
zondoffer moest brengen. De vreugde kreeg daardoor een ernstige achtergrond.
In Joh. 18:28 staat dat de Joden het praetorium niet binnengingen om
niet verontreinigd te worden, waarna zij het Pascha niet zouden mogen eten. De
dag waarop Jezus veroordeeld en gedood werd, was volgens de vier Evangelisten
een vrijdag (Joh. 19:31,42 maar ook een "rustdag van het Pascha"
(19:14 ), zod |