De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

30-03-2012

 
 

Heere,  hoe rijk zijn wij in U! 

Print in PDF format

Hier is een lijst van positionele waarheden die op ons, die behouden zijn in deze Bedeling der Genade, van toepassing zijn.

Christus in u De hoop der heerlijkheid.   Kolossenzen 1:27:   “Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de heidenen,   welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”.

U bent: Gekruisigd met Christus.  Galaten 2:20:  “Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft”.                       

Begraven met Christus. Kolossenzen 2:12:  “Zijnde met Hem begraven in de doop, in welke gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft”.

Opgestaan met Christus. Kolossenzen 2:12: “Zijnde begraven met Hem in de doop, in welke gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft”.

Levend gemaakt met Christus. Kolossenzen 2:13:  “En Hij heeft u, toen gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende”. 

Opgewekt en mede gezet in de hemel met Christus. Efeziërs 2:6: “En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus”.

Medeërfgenamen van Christus. Romeinen 8:17:   “En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; indien wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”.

De Vader woont in ons. Efeziërs 4:6: “Eén God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en in u allen”.

De Zoon woont in ons. Kolossenzen 1:27:   “Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”.

De Heilige Geest woont in ons. 1Kor.3:16: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in u woont?”.

Een heilige en door God geliefd.  Romeinen 1:7:  “Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus”.

Dood voor de zonde. Romeinen 6:2:  “Dat zij verre. Wij, die aan de zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in haar leven?”. Romeinen 6:11: “Alzo ook gij, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus, onze Heere”.

Onder de genade. Romeinen 6:14: “Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade”.

Eeuwig leven. Romeinen 6:23: “Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere”.

Vrij van verdoemenis. Romeinen 8:1: “Zo is er dan nu geen verdoemenis voor hen, die in Christus Jezus zijn”. Romeinen 8:34: “Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt”.

Een zoon van God. Romeinen 8:14: “Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn zonen Gods.

Voorgekend. Romeinen 8:29: “Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd, het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de eerstgeborene zij onder vele broeders”.

Verordineerd, geroepen, gerechtvaardigd en verheerlijkt.

Romeinen 8:30:  “En die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt”.

Vrij van zonde. Romeinen 6:22:  “Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij  uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven”.

Meer dan overwinnaar. Romeinen 8:37:  “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft”.

In gemeenschap. 1Korinthiërs 1:9:   “God is getrouw, door Wie gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus  Christus, onze Heere”.

De tempel van God. 1Korinthiërs 3:16:  “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in u woont?”.

Gewassen en geheiligd. 1Korinthiërs 6:11: “En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest van onze God”.

Een lid van Zijn lichaam. 1Korinthiërs 12:27:   “En gij zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder”.

Overwinnaars.  1Korinthiërs 15:57: “Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus”.

Triomferend. 2Korinthiërs 2:14:   “En Gode zij dank, Die ons allen tijd doet triomferen in Christus, en de reuk van Zijn kennis door ons openbaar maakt in alle plaatsen”.

Een nieuwe schepping, verzoend en gezant. 2Korinthiërs 5:17-20: “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. En al deze dingen zijn uit God, Die ons met  Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus’s wege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christus’s wege: Laat u met God verzoenen”.

De rechtvaardigheid van God. 2Korinthiërs 5:21: “Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”.

Rijk. 2Korinthiërs 8:9:  “Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden”.

Verlost van de vloek der wet. Galaten 3:13: “Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt”.

Aangenomen, vrij en geroepen tot vrijheid. Galaten 4:5:  “Opdat Hij hen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden” Galaten 5:1:  “Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet weer met het juk der dienstbaarheid bevangen”. Galaten 5:13: “Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde”.

Gezegend. Efeziërs 1:3: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus”.

Uitverkoren, heilig, onberispelijk en aangenomen. Efeziërs 1:4:  “Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde”. Efeziërs 1:6:  “Tot prijs der heerlijkheid van Zijn genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde”.

Verzegeld. Efeziërs 1:13:  “In Wie ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Wie gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte”.  Efeziërs 4:30:  “En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag van verlossing”.

Zalig geworden door genade. Efeziërs 2:8:  “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave”.

We zijn Zijn maaksel en medeburgers der heiligen. Efeziërs 2:10: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”. Efeziërs 2:19:  “Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en  huisgenoten Gods”.

Getrokken uit de macht der duisternis. Kolossenzen 1:13: “Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde”.

Overgezet in het Koninkrijk van Zijn Zoon. Kolossenzen 1:13 “Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde”.

Volmaakt en zonder handen besneden. Kolossenzen 2:10 en 11: “En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht; In Wie gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus”.

Alle zonden vergeven. Efeziërs 1:7:  “In Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom van Zijn genade”.  Efeziërs 4:32:   “Maar weest jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijk ook  God in Christus u vergeven heeft”.

Kolossenzen 2:13: “En Hij heeft u, toen gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende”.

Uitverkoren. Kolossenzen 3:12: “Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid”.

Verlost van de toekomende toorn. 1 Thessalonicenzen 1:10: “En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk  Jezus, Die ons verlost van de toekomende toorn”.

Niet gesteld tot toorn. 1 Thessalonicenzen 5:9:  “Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onze Heere Jezus Christus”.

Zalig gemaakt. 2 Timotheüs 1:9:  “Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus  Jezus, vóór de tijden der eeuwen”.

U heeft:

Vrede met God. Romeinen 5:1: “Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus”.

Nu de verzoening verkregen. Romeinen 5:11:  “En niet alleen dit, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening gekregen hebben”.

De zin van Christus.    1Korinthiërs 2:16: “Want wie heeft de zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus”.

Alle geestelijke zegeningen. Efeziërs 1:3:  “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus”.

Een erfdeel verkregen. Efeziërs 1:11:  “In Hem, in Wie wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die tevoren verordineerd waren naar het voornemen van Hem, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil”.

Hoop weggelegd in de hemelen. Kolossenzen 1:5:  “Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van welke gij tevoren gehoord hebt, door het Woord der waarheid, namelijk des Evangelies”.

Een heilige roeping. 1 Timotheüs 1:9:  “En hij dit weet, dat de rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar de onrechtvaardigen en de halsstarrigen, de goddelozen en de zondaars, de onheiligen en de ongoddelijken, de     vadermoordenaars en de moedermoordenaars, de doodslagers”.

Alle dingen. 1Korinthiërs 3:21–23:  “Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe. Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Céfas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende  dingen, zij zijn alle uwe. Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods”.

U wordt:  Bevestigd tot het einde.  1Korinthiërs 1:8: “Welke God u ook zal bevestigen tot het einde toe, om onbestraffelijk te zijn in de dag van onze Heere Jezus Christus”.

Christus is:

Uw wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing. 1 Korinthiërs 1:30:  “Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing”.

Uw overwinning.  1 Korinthiërs 15:57:  “Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus”.

Uw vrede. Efeziërs 2:14:   “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende”.

Uw hoop.  Kolossenzen 1:27:  “Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de rijkdom der heerlijkheid van deze  verborgenheid is onder de heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”.

Uw volmaaktheid. Kolossenzen 2:10:  “En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht”.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011