|
Heere, hoe
rijk zijn wij in U!
Print
in PDF format
Hier is een lijst
van positionele waarheden die op ons, die behouden zijn in deze
Bedeling der Genade, van toepassing zijn.
Christus in u:
De
hoop der heerlijkheid.
Kolossenzen 1:27: “Aan wie God heeft willen bekend maken, welke
de rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de
heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”.
U bent:
Gekruisigd met Christus.
Galaten 2:20: “Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch
niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het
vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij
liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven
heeft”.
Begraven met
Christus.
Kolossenzen 2:12: “Zijnde met Hem begraven in de doop, in welke gij
ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem
uit de doden opgewekt heeft”.
Opgestaan met
Christus.
Kolossenzen 2:12: “Zijnde begraven met Hem in de doop, in welke gij
ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem
uit de doden opgewekt heeft”.
Levend gemaakt
met Christus.
Kolossenzen 2:13: “En Hij heeft u, toen gij dood waart in de
misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem,
al uw misdaden u vergevende”.
Opgewekt en mede
gezet in de hemel met Christus.
Efeziërs 2:6: “En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet
in de hemel in Christus Jezus”.
Medeërfgenamen
van Christus.
Romeinen 8:17: “En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook
erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus;
indien wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem
verheerlijkt worden”.
De Vader woont in
ons.
Efeziërs 4:6: “Eén God en Vader van allen, Die daar is boven allen,
en in u allen”.
De Zoon woont in
ons.
Kolossenzen 1:27: “Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de
rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de
heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”.
De Heilige Geest
woont in ons.
1Kor.3:16: “Weet
gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in u woont?”.
Een heilige en
door God geliefd.
Romeinen 1:7: “Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en
geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onze Vader, en de
Heere Jezus Christus”.
Dood voor de
zonde.
Romeinen 6:2: “Dat zij verre. Wij, die aan de zonde gestorven zijn,
hoe zullen wij nog in haar leven?”. Romeinen 6:11: “Alzo ook gij,
houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode
levende zijt in Christus, onze Heere”.
Onder de genade.
Romeinen 6:14: “Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt
niet onder de wet, maar onder de genade”.
Eeuwig leven.
Romeinen 6:23: “Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de
genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze
Heere”.
Vrij van
verdoemenis.
Romeinen 8:1: “Zo is er dan nu geen verdoemenis voor hen, die in
Christus Jezus zijn”. Romeinen 8:34: “Wie is het, die verdoemt?
Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt
is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt”.
Een zoon van God.
Romeinen 8:14: “Want zovelen als er door de Geest Gods geleid
worden, die zijn zonen Gods.
Voorgekend.
Romeinen 8:29: “Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook
tevoren verordineerd, het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn,
opdat Hij de eerstgeborene zij onder vele broeders”.
Verordineerd,
geroepen, gerechtvaardigd en verheerlijkt.
Romeinen 8:30:
“En die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook
geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook
gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij
ook verheerlijkt”.
Vrij van zonde.
Romeinen 6:22: “Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode
dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en
het einde het eeuwige leven”.
Meer dan
overwinnaar.
Romeinen 8:37: “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars,
door Hem, Die ons liefgehad heeft”.
In gemeenschap.
1Korinthiërs 1:9: “God is getrouw, door Wie gij geroepen zijt tot
de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere”.
De tempel van God.
1Korinthiërs 3:16: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de
Geest Gods in u woont?”.
Gewassen en
geheiligd.
1Korinthiërs 6:11: “En dit waart gij sommigen; maar gij zijt
afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd,
in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest van onze God”.
Een lid van Zijn
lichaam.
1Korinthiërs 12:27: “En gij zijt het lichaam van Christus, en
leden in het bijzonder”.
Overwinnaars.
1Korinthiërs 15:57: “Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning
geeft door onze Heere Jezus Christus”.
Triomferend.
2Korinthiërs 2:14: “En Gode zij dank, Die ons allen tijd doet
triomferen in Christus, en de reuk van Zijn kennis door ons openbaar
maakt in alle plaatsen”.
Een nieuwe
schepping, verzoend en gezant.
2Korinthiërs 5:17-20: “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is
een nieuw schepsel; het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles
nieuw geworden. En al deze dingen zijn uit God, Die ons met
Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening
der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met
Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het
woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van
Christus’s wege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christus’s
wege: Laat u met God verzoenen”.
De
rechtvaardigheid van God.
2Korinthiërs 5:21: “Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij
zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid
Gods in Hem”.
Rijk.
2Korinthiërs 8:9: “Want gij weet de genade van onze Heere Jezus
Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was,
opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden”.
Verlost van de
vloek der wet.
Galaten 3:13: “Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een
vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is
een ieder, die aan het hout hangt”.
Aangenomen, vrij
en geroepen tot vrijheid.
Galaten 4:5: “Opdat Hij hen, die onder de wet waren, verlossen zou,
en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden” Galaten
5:1: “Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt
heeft, en wordt niet weer met het juk der dienstbaarheid bevangen”.
Galaten 5:13: “Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleen
gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient
elkander door de liefde”.
Gezegend.
Efeziërs 1:3: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus
Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de
hemel in Christus”.
Uitverkoren,
heilig, onberispelijk en aangenomen.
Efeziërs 1:4: “Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de
grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden
zijn voor Hem in de liefde”. Efeziërs 1:6: “Tot prijs der
heerlijkheid van Zijn genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in
de Geliefde”.
Verzegeld.
Efeziërs 1:13: “In Wie ook gij zijt, nadat gij het woord der
waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Wie
gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de
Heilige Geest der belofte”. Efeziërs 4:30: “En bedroeft de Heilige
Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag van
verlossing”.
Zalig geworden
door genade.
Efeziërs 2:8: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het
geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave”.
We zijn Zijn
maaksel en medeburgers der heiligen.
Efeziërs 2:10: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus
Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin
zouden wandelen”. Efeziërs 2:19: “Zo zijt gij dan niet meer
vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en
huisgenoten Gods”.
Getrokken uit de
macht der duisternis.
Kolossenzen 1:13: “Die ons getrokken heeft uit de macht der
duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner
liefde”.
Overgezet in het
Koninkrijk van Zijn Zoon.
Kolossenzen 1:13 “Die ons getrokken heeft uit de macht der
duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner
liefde”.
Volmaakt en
zonder handen besneden.
Kolossenzen 2:10 en 11: “En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd
is van alle overheid en macht; In Wie gij ook besneden zijt met een
besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het
lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus”.
Alle zonden
vergeven.
Efeziërs 1:7: “In Wie wij hebben de verlossing door Zijn bloed,
namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom van Zijn
genade”. Efeziërs 4:32: “Maar weest jegens elkander goedertieren,
barmhartig, vergevende elkander, gelijk ook God in Christus u
vergeven heeft”.
Kolossenzen 2:13:
“En Hij heeft u, toen gij dood waart in de misdaden, en in de
voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u
vergevende”.
Uitverkoren.
Kolossenzen 3:12: “Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen
en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid,
goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid”.
Verlost van de
toekomende toorn.
1
Thessalonicenzen 1:10: “En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten,
Die Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons
verlost van de toekomende toorn”.
Niet gesteld tot
toorn.
1
Thessalonicenzen 5:9: “Want God heeft ons niet gesteld tot toorn,
maar tot verkrijging der zaligheid, door onze Heere Jezus Christus”.
Zalig gemaakt.
2
Timotheüs 1:9: “Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een
heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen
voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, vóór de
tijden der eeuwen”.
U heeft:
Vrede met God.
Romeinen 5:1: “Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof,
hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus”.
Nu de verzoening
verkregen.
Romeinen 5:11: “En niet alleen dit, maar wij roemen ook in God,
door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening
gekregen hebben”.
De zin van
Christus.
1Korinthiërs 2:16: “Want wie heeft de zin des Heeren gekend, die
Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus”.
Alle geestelijke
zegeningen.
Efeziërs 1:3: “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus
Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de
hemel in Christus”.
Een erfdeel
verkregen.
Efeziërs 1:11: “In Hem, in Wie wij ook een erfdeel geworden zijn,
wij, die tevoren verordineerd waren naar het voornemen van Hem, Die
alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil”.
Hoop weggelegd in
de hemelen.
Kolossenzen 1:5: “Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van
welke gij tevoren gehoord hebt, door het Woord der waarheid,
namelijk des Evangelies”.
Een heilige
roeping.
1
Timotheüs 1:9: “En hij dit weet, dat de rechtvaardigen de wet niet
is gezet, maar de onrechtvaardigen en de halsstarrigen, de
goddelozen en de zondaars, de onheiligen en de ongoddelijken, de
vadermoordenaars en de moedermoordenaars, de doodslagers”.
Alle dingen.
1Korinthiërs 3:21–23: “Niemand dan roeme op mensen; want alles is
uwe. Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Céfas, hetzij de wereld,
hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende
dingen, zij zijn alle uwe. Doch gij zijt van Christus, en Christus
is Gods”.
U wordt: Bevestigd
tot het einde.
1Korinthiërs 1:8: “Welke God u ook zal bevestigen tot het einde
toe, om onbestraffelijk te zijn in de dag van onze Heere Jezus
Christus”.
Christus is:
Uw wijsheid,
rechtvaardigheid, heiliging en verlossing.
1
Korinthiërs 1:30: “Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons
geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking,
en verlossing”.
Uw overwinning.
1 Korinthiërs 15:57: “Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning
geeft door onze Heere Jezus Christus”.
Uw vrede.
Efeziërs 2:14: “Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één
gemaakt heeft, en de middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende”.
Uw hoop.
Kolossenzen 1:27: “Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de
rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de
heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid”.
Uw volmaaktheid.
Kolossenzen 2:10: “En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is
van alle overheid en macht”. |