|
Feiten over tienden
Door:
Ken Lawson
Het Engelse woord “tiende” betekent net als in het
Hebreeuws-Grieks “ma áser”en apodekatoo” een tiende deel.
1. Er zijn veel Christelijke kerken
die een tiende prediken in de betekenis van het ondersteunen van het werk
van de Here vandaag de dag. Er zijn veel variaties op dit thema. Sommigen
betalen hun plaatselijke kerk een tiende van hun inkomen nadat de
belasting en rekeningen betaald zijn, anderen betalen al daarvoor. Weer
anderen eisen een tiende van werklozen, erfenis, giften,
belastingteruggave, sociale uitkeringen en zelfs van gewonnen gokgeld. Het
onderwerp tiende heeft in de loop van de jaren al voor veel strijd en
verdeeldheid gezorgd binnen onze kerken.
2. De meest bekende passage over
tienden komt uit het Oude Testament uit het boek Maleachi 3-7-10.
"7 Van uwer vaderen dag af, zijt gij afgeweken van
Mijn inzettingen, en hebt ze niet bewaard ; keert weder tot Mij, en Ik zal
tot u wederkeren, zegt de HEERE der heirscharen; maar gij zegt: Waarin
zullen wij wederkeren?
8 Zal een mens God beroven? Maar gij berooft Mij,
en zegt: Waarin beroven wij U? In de tienden en het hefoffer
9 Met een vloek zijt gij vervloekt, omdat gij Mij
berooft, zelfs het ganse volk .
10 Brengt al de tienden in het schathuis, opdat
er spijze zij in Mijn huis ; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der
heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u
zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen."
Deze verzen zijn aanleiding geweest voor het
praktizeren van het geven van tienden aan het schathuis. ( Zie vers 10
hierboven.)
Simpel gezegd vermaant de kerkelijke gemeente vanaf
de preekstoel om alle Christelijke giften aan de plaatselijke kerk ( het
schathuis ) te geven.Als men een gift willen doen aan een Christelijke
organisatie, een radio- of televisiestation enz. dan moet dat via de
benoemde machinerie om de lokale kerk crediet te geven.
De voorganger en ouderlingen moeten ook vaak
beslissen of de zaak die men wil ondersteunen het wel "waard "is.
4. Het gebruik van deze passage uit
Maleachi is een goed voorbeeld van hoe een tekst uit zijn historisch
verband is gebracht en niet volgens de bedelingsleer wordt gelezen. "het
ganse volk " uit vers 9, is het gevallen volk van Israel, NIET de gemeente
van vandaag. Zie Maleachi 1 vers1 en 3 vers 6 :
1:1 : "De last van het woord des HEEREN
tot Israel, door den dienst van Maleachi. "
3:6 : "Want Ik, de HEERE, word niet
veranderd ; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs niet verteerd! " Zij
waren onder de wet van Mozes als een systeem voor een onvoorwaardelijke
zegening. Gelovigen van vandaag zijn niet meer onder de wet maar onder de
genade.
"Want de zonde zal over u niet heersen ; want gij
zijt niet onder de wet, maar onder de genade." Rom. 6:14
Zodoende zijn wij al gezegend met alle geestelijke
zegeningen in de hemel in Christus, ( Ef. 1:3 ) en hebben nu een systeem
van onvoorwaardelijke zegeningen met genade op de troon.
"Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den
dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige
leven, door Jezus Christus onzen Heere.'' Rom. 5: 21
5. Dit zou een eind moeten maken aan
de algemene beschuldiging dat gelovigen die niet een tiende afdragen God
"bestelen " en bezocht zullen worden met een vloek.
Het schathuis dat genoemd wordt in vers 10 is niet
een plaatselijke kerk maar een mand of een silo in de Joodse tempel waar
de Hebreeuwse tienden in de vorm van koren werd bewaard.
"4 En hij zeide tot het volk, tot de inwoners van
Jeruzalem, dat zij het deel der priesteren en Levieten geven zouden, opdat
zij versterkt mochten worden in de wet des HEEREN.
5 Toen nu dat woord uitbrak, brachten de kinderen
Israels vele eerstelingen van koren, most, en olie, en honig, en van al de
inkomsten des velds; ook brachten zij de tienden van alles in met
menigte.
6 En de kinderen van Israel en Juda, die in de
steden van Juda woonden, brachten ook tienden der runderen en der schapen
, en tienden der heilige dingen, die den HEERE , hun God, geheiligd waren,
en maakten vele hopen.
7 In de derde maand begonnen zij den grond van
die hopen te leggen, en in de zevende maand voleindden zij.
8 Toen nu Jehizkia en de vorsten kwamen en die
hopen zagen, zegenden zij den HEERE en Zijn volk Israel.
9 En Jehizkia ondervraagde de priesteren en de
Levieten aangaande die hopen.
10 En Azaria, de hoofdpriester, van het huis van
Zadok, sprak tot hem en zeide : Van dat men deze heffing begonnen heeft
tot het huis des HEEREN te brengen, is er te eten geweest en verzadigd te
worden, ja, over te houden tot overvloed toe; want de HEERE heeft Zijn
volk gezegend, zodat deze veelheid overgebleven is.
11 Toen zeide Jehizkia, dat men kameren aan het
huis des HEEREN bereiden zou; en zij bereidden ze.
12 Daarin brachten zij die heffing, en de
tienden, en de geheiligde dingen, in getrouwigheid ; en daarover was
Chonanja, de Leviet, overste, en Simei, zijn broeder, de tweede." 2
Kronieken 4 - 12
6. Onder de wet werden alleen
agrarische produkten vertiend. Dat hield in, graan, fruit en levende have.
Alleen produkten die binnen de grenzen van Israël waren geproduceerd
mochten worden vertiend. Joden die in niet Joodse landen woonden werden
vrijgesteld. ( Lev. 27: 30 - 34 )
7. Anderen die werden vrijgesteld van
de wet van tienden waren loonwerkers, vissers, mijnwerkers, timmermannen,
bouwwerkers, soldaten, wevers, pottenbakkers, kleermakers, verkopers,
werkers voor de overheid en priesters. Kortgezegd iedereen die geen boer
was werd vrijgesteld.
8. Een boer die maar 9 stuks vee had
hoefde geen tiende te geven want de wet zei: "een tiende die onder de
roede doorgaat " Dus een boer met 19 stuks vee hoefde maar 1 stuk af te
staan als tiende voor de Heer.
9. De Joodse boeren konden de tienden
van hun oogst terugkopen voor een boete van één vijfde. Met andere
woorden, als een boer een tiende van zijn oogst dat $ 1000,- waard was
wilde behouden, moest hij het gelijkwaardige bedrag betalen van $
1,200,-. ( Lev. 27: 31 )
10. Levende have kon niet worden
teruggebracht of een goed dier kon niet worden geruild voor een slecht
dier en andersom. Iedere poging om een dier te vervangen anders dan de
tiende dat onder de roede paste werd gestraft door het tiende én het
vervangende verbeurd te verklaren. ( Lev. 27: 33 )
11. God verordineerde dat aan de
Levieten de tienden betaald moesten worden.( Num. 18:21) Zij waren een van
de 12 stammen van Israël aan wie het erfdeel gegeven was van het land. De
Heer zelf en de tienden van de kinderen van Israël waren hun erfdeel. Het
werd gebruikt ten dienste van het tabernakel ( later de tempel ) ( Num.
18: 20 - 28 .)
12. Het was tegen de wet dat iedereen
die buiten de stam van Israël was een tiende ontvangen zou, zoals
profeten, priesters, koningen of evangelisten.
13. De Levieten betaalden één
tiende aan de hoge priester.Niet alle Levieten waren priesters, alleen de
zonen van Aaron. Priesters gaven geen tiende.
14. De Here Jezus vroeg niet, en
ontving geen tiende ter ondersteuning van Zijn bediening. Omdat Hij van de
stam van Juda was ( niet van de Levieten ) kon Hij dat niet doen zonder de
wet te overtreden. ( Hebr. 7 :14 Openb. 5:5 .)
15. Noch Petrus ( niet van de stam van
Levi ) noch Paulus ( van de stam van Benjamin) konden tienden ontvangen
ter ondersteuning van hun bediening.
16. Zelfs de Joden van nu doen niet
meer aan tienden omdat er geen Levieten, priesters of erediensten in de
tempel in Jeruzalem zijn. Joodse rabbi's kennen de bijbelse wet goed
genoeg om te weten dat het geven van tienden onder de huidige
omstandigheden onwettig is. Volgens hen zullen, als de tempel is herbouwd
in Jeruzalem met een ingezegend altaar, met priesters en Levieten die de
dienst verrichten, alle Joden die leven binnen de bijbelse leer van
tienden , tienden geven.
17. Sommige Christelijke organisaties
gaan door met het ondersteunen van het geven van tienden, gebruik makend
van het argument dat het hoort bij Mozes en de wet. Maar deze reden is
niet geldig want Sabbat hoorde ook bij de wet ( Exodus 16; 23 - 29 ) en
geldt niet voor God's mensen vandaag. ( Rom. 14: 5,6; Gal. 4: 9,10; Koll.
2:16,17 ).
18. Abraham gaf tienden aan
Melchisedec, koning van Salem, maar dit waren de buiten van de oorlog niet
de legale opbrengsten van het land die Mozes opgaf. Bovendien commandeerde
God niet de tienden, Abraham koos ervoor om het uit eigen vrije wil te
geven. ( Gen. 14: 17-23; Hebr. 7: 1-10 ).
19. De enige andere bijbelse
referentie naar tienden vóór Mozes is Jacob. Wederom is er geen bevel tot
het geven van tienden. Jacob wierp talloze condities op om God te
ontmoeten voordat hij een tiende aan de Heer zou betalen. ( Gen. 28:
20-22 ).
20. De bijbelse teksten die betrekking
hebben op het onderwerp tienden zijn: Gen. 14:20; 28:22; Lev. 27:
30-32; Num. 18: 20-28; Deut.12: 6,11,17; 14: 22,23,28 ; 26:12; 2 Kron. 31:
5,6,12; Amos: 4:4; Mal. 3: 8-10; Mat. 23: 23; Luk. 11: 42;18:12; Hebr. 7:
5-9.
21. Paulus, de apostel van de heidenen
in deze bedeling van Genade, noemt niet het geven van tienden maar zegt
wel veel over Christelijke gaven. ( Rom. 15: 25,26; 1 Kor. 9: 7-14;
16:1-3; 2 Kor. 8 en 9 ; Gal. 6: 6-10; Filip. 4: 10-19; 1 Tim. 5: 9-18.
Wie zouden er moeten geven aan het werk voor de Here??
De gelovigen!!! Hij geeft stelselmatig, opofferend en vreugdevol. Aan wie
geeft hij? Aan Christus!! Waarvoor geeft hij? Voor de zaak van Christus!
NIET aan een mens of een kerk, niet voor gewin, maar voor het Evangelie.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Eindnotitie: Volgens Deuteronomium 14 : 22,23,28;
26: 12, en Amos 4:4 werd een tiende alleen om de drie jaar gegeven.
"Een iegelijk doe gelijk hij in zijn hart
voorneemt; niet uit droefheid of uit nooddwang; want God heeft een
blijmoedigen gever lief ". (2 Kor. 9: 7.) |