De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

                  

DE GROTE OPDRACHT

Door D. Avnon

Wij kunnen in de Bijbel lezen dat God meerdere malen iemand een opdracht heeft gegeven. We kunnen ook lezen over verschillende dienaars

van God, die hun leven in gevaar brachten ten behoeve van een opdracht Wat is onze opdracht? Welke Goddelijke instructies moeten gelovigen tegenwoordig opvolgen? Bijna alle groeperingen binnen het zogenaamde Christendom zouden ermee instemmen, dat onze tegenwoordige opdracht de opdracht is, die de Here Jezus aan de twaalf discipelen heeft gegeven toen Hij nog op aarde was:

"En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen." (Matth.28:18-20)

"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in MijnNaam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het dat zij iets dodelijks zullen drinkendat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden." (Mark. 16:15-18, lees ook Luk. 24:45-48, Joh.20:21-23 en Hand. 1:8,9)

Men leert dat dit de laatste woorden van de Here Jezus waren, en dat wij deze instructies behoren op te volgen. Zo kunnen wij ook begrijpen waarom het onderwerp van waterdoop voor velen zo belangrijk is. Bovenstaande verklaring is niet alleen onjuist, maar leidt ook tot het uitvoeren van de verkeerde opdracht.

In de voorgaande teksten staan inderdaad de laatste woorden van onze Here tijdens Zijn aardse bediening. Maar dit is niet de enige bediening, die Hij had. De opgestane en opgevaren Heiland heeft vanuit de hemel de apostel Paulus een ander evangelie toevertrouwd en hem een andere opdracht gegeven.

"Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus." (Gal. 1:11,12) "Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt." (I Kor. 1:17)

Met alle respekt voor de ijver van degenen die Christus in alles willen volgen. In het licht van de latere openbaring aan de apostel Paulus is de uitvoering van de zogenaamde "grote opdracht" onmogelijk. De aardse bediening van de Here Jezus Christus was in eerste instantie voor het volk Israכl (Matth. 15:24). Hij is onder de wet geboren (Gal 4:4). Hij paste de wet toe (Luk. 2:21,41). En Hij leerde om gehoorzaam te zijn aan de wet van Mozes (Matth. 5:17,18; 19:17; 23:1-3). "Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb." (Matth. 28:19)

De tekst luidt als volgt: "...Onderwijst...hen dopende...". De opdracht hield in om eerst de volken datgene te leren wat Christus tijdens Zijn driejarige aardse bediening geleerd had. Vervolgens moesten alle volgelingen worden gedoopt. Men heeft echter de volgorde van deze opdracht veranderd. De kinderen worden eerst gedoopt en daarna onderwezen. Het onderwijs is meestal datgene wat hun kerkgenootschap leert en niet zozeer wat Christus leerde toen Hij nog op aarde was.

Het citeren van ייn tekst is nog niet hetzelfde als de uitvoering van een gehele opdracht. De onenigheid in het zogenaamde Christendom is het bewijs, dat men de onjuiste opdracht probeert uit te voeren. "Ik ben de apostel van de heidenen", schrijft de apostel Paulus aan de Romeinen (Rom. 15:16). De opdracht van Christus aan Paulus was de verkondiging van het evangelie van Gods genade, Hand. 20:24, en niet de uitvoering van de waterdoop. Christus leerde Zijn discipelen gehoorzaam te zijn aan de wet van Mozes. De opdracht van Paulus was niet dezelfde. Christus is het einde der wet (Rom. 10:4). De wet is nu bij de Middelaar (Gal. 3:19). Wij leven nu niet onder de wet, maar onder de genade (Rom. 6:14).

DE OPDRACHT EN DE TEKENEN

(Markus 16:16-18)

Hoe gaat een gebouw er uit zien als men slechts de helft van de opdracht uitvoert? Veel getrouwe Bijbel-gelovigen houden zich alleen aan vers 16. Sommigen beweren op grond van deze tekst, dat de doop noodzakelijk is voor behoudenis. De aanhangers van de zogenaamde charismatische beweging leren onder andere, dat zij de enigen zijn, die een volmaakt evangelie verkondigen; een "vol evangelie". Zij streven ernaar om de gehele opdracht uit te voeren (vers 16-18).

De verdeeldheid is groot. Sommigen leren, dat de opdracht in het evangelie naar Markus niet voor ons bestemd is. Anderen gaan nog verder en met behulp van de Griekse grondtekst beweren ze, dat het laatste gedeelte niet te vinden is. Veel gelovigen leren, dat alleen de woorden van de Here in Matth. 28:19 onze tegenwoordige opdracht is.

Onder degenen, die alleen Markus 16:16 gebruiken heerst ook verdeeldheid. Velen weten en geloven dat in deze bedeling van genade, behoudenis alleen verkregen kan worden uit genade, door het geloof (Ef. 2:8,9). Men voelde zich gedwongen om de volgorde van deze tekst te veranderen. In plaats van: "Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden", zeggen zij: "Die geloofd zal hebben en zalig geworden is, mag gedoopt worden"!

Tijdens de grote opdracht is discipelschap van groot belang. Niet alleen de woorden, maar het handhaven van hetgeen de Schrift zegt:"Alzo dan een ieder van u, die niet verlaat alles wat hij heeft, die kan mijn discipel niet zijn." (Luk. 14:33, zie ook Matth. 19:21).

Deze opdracht kan niet uitgevoerd worden als men niet alles gemeenschappelijk wil hebben; wanneer men niet letterlijk de regels van de grote opdracht volgt. Er wordt tegenwoordig veel naar Pinksteren verwezen. Niet zozeer naar het feit, dat de mensen alles gemeenschappelijk hadden, want dat voert bijna niemand uit, Hand. 2:42-47, maar meer naar het werk van Gods Geest. "Zo gij iemands zonden vergeeft, die worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, die zijn zij gehouden." (Joh. 20:23)

De tekst maakt ook deel uit van de zogenaamde grote opdracht. Maar de uitvoering van dit onderdeel durft geen enkele predikant op zich te nemen. Alleen degenen, die het Woord der waarheid recht snijden, zijn in staat om de Rooms Katholieke priester de juiste uitleg van deze tekst te geven. Bij velen is de ijver groot, maar de nadruk wordt op de verkeerde opdracht gelegd.

DE DOOP VOOR VERGEVING VAN ZONDEN

"En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen." (Hand. 2:38)

Na elke opdracht in de Bijbel volgt ook een boodschap. Sommigen vinden het moeilijk om te accepteren, dat na de opstanding, het volbrachte werk van Christus niet verkondigd werd. Het was nog niet geopenbaard, zo weten wij nu uit de brieven van de apostel Paulus. De boodschap luidde toen: "Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden."

De doop was voor vergeving van zonden. Petrus deed zijn werk. Hij volgde de opdracht, die de Here hem gegeven had. Velen lezen telkens in bepaalde schriften waarheden, die pas later geopenbaard werden. En zo halen zij de grote opdracht, die de Here gaf toen Hij nog op aarde was, door elkaar met de opdracht, die de apostel Paulus later kreeg van de opgevaren Here en Heiland.

Tenslotte, de opdracht voor u en mij is geen opdracht om het aardse Koninkrijk te vestigen of mensen daarover te onderwijzen. Gods opdracht voor Zijn Gemeente in deze bedeling van genade is eerst de boodschap van verzoening bekend te maken: "Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd." (II Kor. 5:19)

De opdracht die de huidige Gemeente gekregen heeft is niet de opdracht om de aarde te verbeteren of Gods profetische plan te bevorderen, maar: "En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid is, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;" (Ef. 3:9).

Als de opdracht duidelijk is, is het gebouw sterk en goed. Er is harmonie tussen alle onderdelen en de werkgever is tevreden. De Bijbel-gelovigen van nu zullen gesterkt worden en in harmonie werken, als zij Gods prediking voor vandaag volgen, namelijk: "Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;" (Rom. 16:25).

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011