|
DE GROTE OPDRACHT
Door D. Avnon
Wij kunnen in de Bijbel lezen dat God meerdere malen iemand een
opdracht heeft gegeven. We kunnen ook lezen over verschillende dienaars
van God, die hun leven in gevaar brachten ten behoeve van een opdracht
Wat is onze opdracht? Welke Goddelijke instructies moeten gelovigen tegenwoordig opvolgen?
Bijna alle groeperingen binnen het zogenaamde Christendom zouden ermee instemmen, dat onze
tegenwoordige opdracht de opdracht is, die de Here Jezus aan de twaalf discipelen heeft
gegeven toen Hij nog op aarde was:
"En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is
gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen
dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen
onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de
voleinding der wereld. Amen." (Matth.28:18-20)
"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het
Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig
worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En hen, die geloofd zullen
hebben, zullen deze tekenen volgen: in MijnNaam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe
tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het dat zij iets dodelijks
zullen drinkendat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen en zij
zullen gezond worden." (Mark. 16:15-18, lees ook Luk. 24:45-48, Joh.20:21-23 en Hand.
1:8,9)
Men leert dat dit de laatste woorden van de Here Jezus waren, en dat
wij deze instructies behoren op te volgen. Zo kunnen wij ook begrijpen waarom het
onderwerp van waterdoop voor velen zo belangrijk is. Bovenstaande verklaring is niet
alleen onjuist, maar leidt ook tot het uitvoeren van de verkeerde opdracht.
In de voorgaande teksten staan inderdaad de laatste woorden van onze
Here tijdens Zijn aardse bediening. Maar dit is niet de enige bediening, die Hij had. De
opgestane en opgevaren Heiland heeft vanuit de hemel de apostel Paulus een ander evangelie
toevertrouwd en hem een andere opdracht gegeven.
"Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk door
mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen,
noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus." (Gal. 1:11,12) "Want
Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; niet
met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt." (I Kor.
1:17)
Met alle respekt voor de ijver van degenen die Christus in alles willen
volgen. In het licht van de latere openbaring aan de apostel Paulus is de uitvoering van
de zogenaamde "grote opdracht" onmogelijk. De aardse bediening van de Here Jezus
Christus was in eerste instantie voor het volk Israכl (Matth. 15:24). Hij is onder de wet
geboren (Gal 4:4). Hij paste de wet toe (Luk. 2:21,41). En Hij leerde om gehoorzaam te
zijn aan de wet van Mozes (Matth. 5:17,18; 19:17; 23:1-3).
"Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen
dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen
onderhouden alles, wat Ik u geboden heb." (Matth. 28:19)
De tekst luidt als volgt: "...Onderwijst...hen dopende...".
De opdracht hield in om eerst de volken datgene te leren wat Christus tijdens Zijn
driejarige aardse bediening geleerd had. Vervolgens moesten alle volgelingen worden
gedoopt. Men heeft echter de volgorde van deze opdracht veranderd. De kinderen worden
eerst gedoopt en daarna onderwezen. Het onderwijs is meestal datgene wat hun
kerkgenootschap leert en niet zozeer wat Christus leerde toen Hij nog op aarde was.
Het citeren van ייn tekst is nog niet hetzelfde als de uitvoering van
een gehele opdracht. De onenigheid in het zogenaamde Christendom is het bewijs, dat men de
onjuiste opdracht probeert uit te voeren. "Ik ben de apostel van de heidenen",
schrijft de apostel Paulus aan de Romeinen (Rom. 15:16). De opdracht van Christus aan
Paulus was de verkondiging van het evangelie van Gods genade, Hand. 20:24, en niet de
uitvoering van de waterdoop. Christus leerde Zijn discipelen gehoorzaam te zijn aan de wet
van Mozes. De opdracht van Paulus was niet dezelfde. Christus is het einde der wet (Rom.
10:4). De wet is nu bij de Middelaar (Gal. 3:19). Wij leven nu niet onder de wet, maar
onder de genade (Rom. 6:14).
DE OPDRACHT EN DE TEKENEN
(Markus 16:16-18)
Hoe gaat een gebouw er uit zien als men slechts de helft van de
opdracht uitvoert? Veel getrouwe Bijbel-gelovigen houden zich alleen aan vers 16. Sommigen
beweren op grond van deze tekst, dat de doop noodzakelijk is voor behoudenis. De
aanhangers van de zogenaamde charismatische beweging leren onder andere, dat zij de enigen
zijn, die een volmaakt evangelie verkondigen; een "vol evangelie". Zij streven
ernaar om de gehele opdracht uit te voeren (vers 16-18).
De verdeeldheid is groot. Sommigen leren, dat de opdracht in het
evangelie naar Markus niet voor ons bestemd is. Anderen gaan nog verder en met behulp van
de Griekse grondtekst beweren ze, dat het laatste gedeelte niet te vinden is. Veel
gelovigen leren, dat alleen de woorden van de Here in Matth. 28:19 onze tegenwoordige
opdracht is.
Onder degenen, die alleen Markus 16:16 gebruiken heerst ook
verdeeldheid. Velen weten en geloven dat in deze bedeling van genade, behoudenis alleen
verkregen kan worden uit genade, door het geloof (Ef. 2:8,9). Men voelde zich gedwongen om
de volgorde van deze tekst te veranderen. In plaats van: "Die geloofd zal hebben en
gedoopt zal zijn, zal zalig worden", zeggen zij: "Die geloofd zal hebben en
zalig geworden is, mag gedoopt worden"!
Tijdens de grote opdracht is discipelschap van groot belang. Niet
alleen de woorden, maar het handhaven van hetgeen de Schrift zegt:"Alzo dan een ieder van u, die niet verlaat alles wat
hij heeft, die kan mijn discipel niet zijn." (Luk. 14:33, zie ook Matth. 19:21).
Deze opdracht kan niet uitgevoerd worden als men niet alles
gemeenschappelijk wil hebben; wanneer men niet letterlijk de regels van de grote opdracht
volgt. Er wordt tegenwoordig veel naar Pinksteren verwezen. Niet zozeer naar het feit, dat
de mensen alles gemeenschappelijk hadden, want dat voert bijna niemand uit, Hand. 2:42-47,
maar meer naar het werk van Gods Geest. "Zo gij
iemands zonden vergeeft, die worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, die zijn
zij gehouden." (Joh. 20:23)
De tekst maakt ook deel uit van de zogenaamde grote opdracht. Maar de
uitvoering van dit onderdeel durft geen enkele predikant op zich te nemen. Alleen degenen,
die het Woord der waarheid recht snijden, zijn in staat om de Rooms Katholieke priester de
juiste uitleg van deze tekst te geven. Bij velen is de ijver groot, maar de nadruk wordt
op de verkeerde opdracht gelegd.
DE DOOP VOOR VERGEVING VAN ZONDEN
"En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een ieder van u
worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave
des Heiligen Geestes ontvangen." (Hand. 2:38)
Na elke opdracht in de Bijbel volgt ook een boodschap. Sommigen vinden
het moeilijk om te accepteren, dat na de opstanding, het volbrachte werk van Christus niet
verkondigd werd. Het was nog niet geopenbaard, zo weten wij nu uit de brieven van de
apostel Paulus. De boodschap luidde toen: "Die geloofd zal hebben en gedoopt zal
zijn, zal zalig worden."
De doop was voor vergeving van zonden. Petrus deed zijn werk. Hij
volgde de opdracht, die de Here hem gegeven had. Velen lezen telkens in bepaalde schriften
waarheden, die pas later geopenbaard werden. En zo halen zij de grote opdracht, die de
Here gaf toen Hij nog op aarde was, door elkaar met de opdracht, die de apostel Paulus
later kreeg van de opgevaren Here en Heiland.
Tenslotte, de opdracht voor u en mij is geen opdracht om het aardse
Koninkrijk te vestigen of mensen daarover te onderwijzen. Gods opdracht voor Zijn Gemeente
in deze bedeling van genade is eerst de boodschap van verzoening bekend te maken: "Want God was in Christus de wereld met Zichzelf
verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons
gelegd." (II Kor. 5:19)
De opdracht die de huidige Gemeente gekregen heeft is niet de opdracht
om de aarde te verbeteren of Gods profetische plan te bevorderen, maar: "En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke
de gemeenschap der verborgenheid is, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Die
alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;" (Ef. 3:9).
Als de opdracht duidelijk is, is het gebouw sterk en goed. Er is
harmonie tussen alle onderdelen en de werkgever is tevreden. De Bijbel-gelovigen van nu
zullen gesterkt worden en in harmonie werken, als zij Gods prediking voor vandaag volgen,
namelijk: "Hem nu, Die machtig is
u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de
openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;"
(Rom. 16:25).
|
|