|
DE BOODSCHAP VAN VERZOENING
Door: D. Avnon
Dit artikel over verzoening is geschreven omdat wij ervan overtuigd
zijn dat inzicht in dit onderwerp Gods liefde voor de mensheid steeds meer belicht, en ons
het Goddelijke antwoord op de zondekwestie geeft. Dit onderwerp is van groot belang omdat
veel mensen denken dat verzoening hetzelfde is als behoudenis. Verzoening geldt echter
voor de gehele wereld, maar behoudenis alleen voor degenen die in Christus geloven.
Voordat wij de diepte van Gods rijkdom van verzoening kunnen begrijpen
moeten wij eerst goed begrijpen dat de
ZONDEkwestie geen verhaal is, maar realiteit. Al de negatieve elementen
waarmee wij dagelijks te maken hebben, worden in de Bijbel als het resultaat van ייn
gebeurtenis gezien, nl. de val van Adam.
"Daarom, gelijk door ייn mens de zonde in de wereld ingekomen
is, en door de zonde de dood; en alzo is de dood tot alle mensen doorgegaan, in welke
allen gezondigd hebben. "En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door
de misdaden en de zonden; "In welke gij eertijds gewandeld hebt naar de eeuw dezer
wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen
der ongehoorzaamheid;" (Romeinen 5:12, Efeze 2:1,2).
Net zoals de zonde werkelijk naar deze wereld gekomen is, zo is Gods
werk aan het kruis ook werkelijk gebeurd en de enige oplossing voor de zonde. Door
Christus' kruisiging en opstanding onstond nl. de verzoening. Dat is ook de basis waarop
in deze bedeling van genade de relatie tussen God en de mensen gebouwd wordt. Satan
probeert op zijn beurt telkens de kennis van Gods kinderen en hun vertrouwen op Gods werk
aan het kruis als de יne weg tot behoudenis, te verduisteren.
WAT IS VERZOENING?
Verzoening - "Katallasso" in het Grieks betekent
"wisselen", het wisselen van geld. Maar in de Bijbel wordt dit woord gebruikt
voor het verwisselen van vijandschap voor vrede, vooral met betrekking tot God en de mens.
Het schriftgedeelte in Romeinen 5:10 zegt het duidelijk: "Want indien wij,
vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen
wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven".
Laten wij goed onthouden dat met de val van Adam ook de gehele mensheid
onder de vloek van de zonde gebracht is. (Genesis 3:16-18; Romeinen. 8:20,22). Diezelfde
zonde is ook de oorzaak voor de scheiding en de vijandschap tussen God en de nakomelingen
van Adam, dus ook tussen God ons. Maar God heeft zijn liefde bewezen. Het kruis waaraan de
Here Jezus voor onze zonden is gestorven, en Zijn bloed waardoor wij de vergeving van
zonden hebben gekregen, is de enige BASIS geworden waardoor de vijandschap voor vrede werd
verwisseld.
De zonde veroorzaakte niet alleen scheiding, maar bracht ook de toorn
van God met zich mee. Nogmaals herhalen wij dat Christus de zonde en de toorn van God op
Zich genomen heeft. Hij zorgde voor de bedekking. Alleen door het geloof in Christus kan
men in deze tijd met God verzoend worden en vrede ontvangen. (Romeinen 5:1)
VERZOENING IN HET OUDE TESTAMENT
Wanneer wij over het volk Israכl en verzoening spreken, moeten wij
onthouden dat het volk Israכl leefde in een tijd waarin door het offeren van dieren geen
vrede met God kon ontstaan. De vrede met God kan alleen ontstaan zoals de apostel Paulus
ons leert: "Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door
onze Here Jezus Christus". (Romeinen 5:1) God heeft de ontmoetingsplaats aangewezen.
De volgende Schriften hebben betrekking op Gods ontmoetingplaats voor het volk Israכl
toen het nog in de woestijn was.
"En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en de
andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gij
de cherubs maken, uit de beide einden ervan. En de cherubs zullen hun beide vleugels
omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugels het verzoendeksel; en hun
aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten van de cherubs zullen naar
het verzoendeksel zijn. En gij zult het verzoendeksel boven op de ark
zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. En
aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af,
van tussen de twee cherubs, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u
gebieden zal aan de kinderen Israels." (Exodus 25:19-22)
Dit gaat met name over de relatie tussen God en de mensen. God sprak
tegen zijn volk van boven het verzoendeksel af. Het deksel bedekte wel de zonden, maar
doodde de vijandschap niet. Nadat Mozes het verbond met God met bloed had bevestigd
(Exodus 24:4-9), krijgt het volk ook de opdracht om een tabernakel voor God te bouwen. De
tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen de Heilige God en de zondige mens. Naast het
feit dat God Zijn volk boven het verzoendeksel ontmoette, lezen wij ook dat zij verplicht
waren Hem offers te brengen.
"Als een mens gezondigd, en tegen de HEERE door overtreding
overtreden zal hebben, dat hij tegen zijn naaste zal gelogen hebben over hetgeen hem in
bewaring gegeven, of ter hand gesteld was, of van roof, of dat hij met geweld zijn naaste
onthoudt; " "En hij zal de HEERE zijn schuldoffer brengen tot de priester, een
volkomen ram uit de kudde, met uw schatting, tot een schuldoffer. "Dan zal de
priester voor hem verzoening doen voor het aangezicht des HEEREN, en het zal hem
vergeven worden; over iets van alles, wat hij doet, waar hij schuld aan heeft."
(Leviticus 6:2,6,7)
U ziet dat ondanks het feit dat Israכl een tabernakel met
verzoendeksel had, de echte verzoening toch pas veel later tot stand is gekomen nl. aan
het kruis door de Here Jezus Christus.
VERZOENING VAN DE WERELD
Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij
verre; maar door hun val is de zaligheid voor de heidenen geworden, om hen tot jaloersheid
te verwekken. En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom
der heidenen, hoeveel te meer hun volheid! Want ik spreek tot u, heidenen, voor zover ik
de apostel der heidenen ben; ik maak mijn bediening heerlijk; Of ik zo mogelijk mijn vlees
tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht. Want indien hun verwerping de
verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de
doden?" (Romeinen 11:11-15)
De apostel Paulus schrijft aan de Romeinen dat door de verwerping van
het volk Israכl de wereld verzoend is. We willen nogmaals de aandacht van de lezer
vestigen op het feit dat VERZOENING GEEN BEHOUDENIS is! Laten we vers 15 met Romeinen
11:32 vergelijken: "Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten,
opdat Hij hun allen barmhartig zou zijn."
Hiermee wordt bedoeld dat God de gehele wereld onder de
ongehoorzaamheid besloten heeft, en dat alleen diegenen die Christus aannemen, Zijn
barmhartigheid ervaren. We kunnen in dit verband ook Galaten 3:22 lezen: "Maar de
Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus
Christus aan de gelovigen zou gegeven worden."
Alleen degenen die geloven zoals Abraham, zijn kinderen Gods. Alleen
degenen die Christus als hun persoonlijke Verlosser hebben aangenomen, zijn door ייn
Geest in ייn lichaam gedoopt. We spreken dus over de verzoening van de wereld en niet
over de behoudenis van de wereld. God moest de wereld eerst met Zichzelf verzoenen (m.a.w.
de wereld naar een positie van vrede brengen) voordat Hij Zijn ambassadeurs kon sturen om
de boodschap van verzoening te verkondigen.
Maar waarom moest de wereld eerst met God verzoend worden? Om dit goed
te kunnen beantwoorden moeten we eerst enige duizenden jaren teruggaan naar het begin,
naar de zondeval van Adam: "Daarom, gelijk door ייn mens (Adam) de zonde in de
wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo is de dood tot alle mensen
doorgegaan, in welke allen gezondigd hebben." (Romeinen 5:12)
Wij lezen in Genesis hoofdstuk 11 over de torenbouw van Babel, en de
menselijke pogingen om in de hemel te komen. Als straf hiervoor verwarde God de spraak van
de mensen, en verstrooide hen over de ganse aarde. Tot dan was God met heidenen bezig,
maar op dat moment heeft Hij hen verworpen en in ongehoorzaamheid gebracht.
In het volgende hoofdstuk, (hoofdstuk 12), zien we een ontwikkeling in
Gods programma en lezen we over Abraham. In hoofdstuk 11 worden de heidenen verstrooid, en
in het volgende hoofdstuk kiest God Abraham, en maakt hem tot een vader van alle volken.
Vanuit Abraham ontstaat later ook het volk Israכl en wordt de Messias, de Here Jezus
Christus, geboren.
Vanaf Genesis 12 tot aan het moment van de kruisiging, stond de wereld
onder het oordeel van God. "Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak
vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien worden en bevreesd geworden zijnde, de
ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft
veroordeeld," (Hebreeכn 11:7).
In de huidige bedeling van genade wordt de wereld niet geoordeeld. Er
is nu geen veroordeling voor degenen die in Christus Jezus zijn. In II Korinthe 5:19
kunnen we lezen dat God de zonden in deze tijd van genade niet toerekent. Dit is een
bijzondere tijd waarin God de wereld met Zichzelf verzoend heeft. Oordeel heeft met straf
te maken. Verzoening heeft met vrede, geloof en genade te maken.
We hebben zojuist gezien dat God in Genesis 11 de heidenen aan de kant
heeft gezet. Maar hier bleef het niet bij. God heeft ook Israכl aan de kant gezet.
Degenen die de opzijzetting van Israכl niet begrijpen, kunnen ook de bedeling van genade
niet onderscheiden. Als Israכl niet onder de ongehoorzaamheid gesteld zou zijn, kon de
boodschap van verzoening niet gepredikt worden.
Verzoening vindt altijd plaats na verwerping.
"Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden?
Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid voor de heidenen geworden, om hen tot
jaloersheid te verwekken." (Romeinen 11:11)
Er zijn groeperingen die denken dat God niets meer met Israכl te maken
heeft; dat de Gemeente in plaats van Israכl gekomen is en ook de zegeningen van Israכl
overgenomen heeft. In Romeinen 11 wordt echter gesproken over een tijdelijke opzijzetting
van Israכl. Sommige mensen menen ook dat ze nu in het duizendjarig rijk leven, omdat
(zoals zij van mening zijn) de Gemeente de zegeningen van Israכl overgenomen heeft. In
Jesaja 2:2 kunnen we lezen: "En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat
de berg van het huis des Heeren zal vastgesteld zijn op de top der bergen, en dat hij zal
verheven worden boven de heuvels, en tot hem zullen alle heidenen toevloeien."
Stel dat we in het duizendjarig rijk leven, waar is dit huis nu? Lees
ook Jesaja 3 en 4 waar gesproken wordt over "te dien dage", en waar geschreven
staat wat dan zal gebeuren, en niet wat er nu gebeurt. God heeft een programma met het
lichaam van Christus, en Hij heeft een programma met het volk Israכl; deze programma's
moeten we goed gescheiden houden. "En indien hun val de rijkdom is der wereld, en
hun ver-mindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid!" (Romeinen
11:12)
Hier wordt gesproken over de val en de vermindering van het Joodse
volk. Wanneer heeft God Israכl aan de zijkant gezet?
Veel mensen denken dat het lichaam van Christus of de bedeling van
genade al bij Johannes de Doper is begonnen. Maar heeft God daarna het volk Israכl
verworpen? Nee, dit was eigenlijk het begin van de prediking van het evangelie van het
Koninkrijk. Anderen geloven dat de bedeling van genade bij het kruis begint. Heeft God
toen het volk Israכl verworpen? In Handelingen 3:25 lezen we dat nog steeds tot het volk
Israכl wordt gesproken: "Gij zijt kinderen van de profeten, en van het verbond,
dat God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zaad zullen alle
geslachten der aarde gezegend worden."
Weer andere mensen geloven dat de bedeling van genade in Handelingen 2
begint. Wederom moeten we ons afvragen of God hier het volk Israכl aan de zijkant heeft
gezet. Als u het gehele hoofdstuk leest, zult u zien dat de apostel Petrus drie maal, in
hoofdstuk 2, 3 en 4, het volk oproept tot bekering. God heeft Zijn volk nog steeds niet
aan de zijkant gezet. In Handelingen 7 lezen we dat Stefanus, een man vol van de Heilige
Geest, wordt gestenigd. "Gij hardnekkingen en onbesnedenen van hart en oren, gij
weerstaat altijd de heilige Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij." (Handelingen
7:51)
In I Samuכl 8:7 lezen we dat het volk Israכl allereerst God, de
Vader, verworpen heeft. Ze wilden net als de heidenen, een aardse koning. Dit zien we ook
in deze tijd bij veel gelovigen. In plaats van een goddelijk leven te leiden, willen ze
gelijkvormig worden aan de wereld.
We lezen verder in de Bijbel dat het volk Israכl God de Zoon verworpen
heeft, door Hem te kruisigen. Enige tijd later hebben ze ook de Heilige Geest verworpen.
De verwerping van de Heilige Geest was de klimax van hun ongehoorzaamheid. In Handelingen
9 lezen we dan over de bekering van de apostel Paulus.
In Handelingen 7 heeft God, volgens Romeinen 11, het volk Israכl in
ongehoorzaamheid gebracht. God heeft de gehele wereld in ongehoorzaamheid gebracht, eerst
de heidenen en later ook het volk Israכl. God deed dit om nu Zijn boodschap van
verzoening te kunnen verkondigen. U kunt het geheimenis niet duidelijk onderscheiden, als
u niet weet wanneer God het volk Israכl aan de zijkant heeft gezet.
In Romeinen 11:25 lezen we: "Want ik wil niet, broeders, dat u
deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding
voor een deel over Israכl gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan
zijn."
Deze verharding zal blijven bestaan totdat het lichaam van Christus vol
zal zijn. Wij weten, aan de hand van een aantal teksten, dat het lichaam van Christus vol
zal zijn, als de Here dit lichaam zal opnemen. Tot die tijd heeft Israכl geen voorrang
meer, maar is gelijkgesteld aan de rest van de wereld. Wij noemen dit de verzoening van de
wereld. "En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de
rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid!" (Romeinen 11:12)
Wat houdt de val in, en waarom houdt de val de rijkdom der wereld in?
Door de val van Israכl is de zegening naar de wereld gekomen. Volgens het profetische
programma zou door Israכl's koninkrijk de zegen naar de wereld komen. De Here zal dan
regeren vanuit Jeruzalem en alle volken zullen daarheen gaan. Maar nu is hun val de
rijkdom der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen. Door de val van Israכl
is de wereld tot verzoening gebracht. Hun vermindering spreekt over de rijkdom der
heidenen. "En de Here zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij
zult alleen boven liggen, en niet onder liggen; wanneer gij horen zult naar de geboden van
de Here, uw God, die ik u heden gebied te houden en te doen;" (Deuteronomium 28:13).
In Israכl wordt tijdens het eerste feest van het jaar de kop van de
vis gegeten, om zoals in bovenstaande tekst staat, in het hoofd te blijven en niet in de
staart. Dit gebeurt nu letterlijk. Toen Jakob met zijn familie naar Egypte trok, ging hij
met 70 mensen. Na een periode van 400 jaar was hun aantal met een paar miljoen mensen
toegenomen en keerden zij terug naar het land Kanaהn. In de laatste 2000 jaar gaat het
volk Israכl niet vooruit, maar achteruit. Na 2000 jaar zijn er 14 miljoen Joden, terwijl
God tegen Abraham heeft gezegd dat zijn nageslacht zal zijn als het zand der zee. In het
Koninkrijk zullen inderdaad, niet 14 miljoen, maar veel Joden aanwezig zijn. Hun
vermindering is de rijkdom der heidenen. Paulus zegt dat hij de apostel der heidenen is.
Is hij het dan niet van een individuele Jood? In Handelingen 9:15 lezen we: "...want
deze (Paulus) is mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de
koningen, en de kinderen Israכls." Hij is ook gezonden tot de Joden; hij is de
apostel van het lichaam van Christus. Omdat de heidenen veruit in de meerderheid zijn in
het lichaam van Christus, wordt het geheel gezien als "heiden" (volheid der
heidenen, apostel der heidenen). "...en hun vermindering de rijkdom der heidenen,
hoeveel te meer hun volheid!" (Romeinen 11:12)
Het Joodse volk gaat nu door een moeilijke tijd heen. Er is sprake van
val en vermindering. Maar later, zoals we o.a. in Ezechiכl 37 kunnen lezen, zal er sprake
zijn van de opwekking (de volheid) van het volk Israכl. Wat zal er in de toekomst
gebeuren, als het Joodse volk de Messias zal aannemen? Dan zal Zijn Koninkrijk op aarde
gevestigd worden. De oorlogen en verdrukkingen die tegenwoordig op aarde plaatsvinden
hebben te maken met de val van Israכl. Maar we moeten niet vergeten dat door hun val de
boodschap van verzoening naar de wereld is gekomen. Er zijn veel mensen gezegend door het
feit dat de Here Jezus is gestorven voor hun zonden; en dit slechts door de val van
Israכl! Hoeveel te meer zal er door hun volheid in de toekomst gaan gebeuren in het
Koninkrijk; de aarde zal bloeien er zal geen oorlog meer zijn. "Want ik spreek tot
u, heidenen, voor zover ik de apostel der heidenen ben; ik maak mijn bediening heerlijk;
Of ik zo mogelijk mijn vlees tot jaloersheid verwekken, en enigen uit hen behouden
mocht." (Romeinen 11:13,14)
De uitspraak van Paulus dat hij de apostel der heidenen is, laat zien
dat niet Petrus of de twaalf apostelen, maar hij de apostel der heidenen is. Dit laat een
duidelijk verschil zien tussen onze geloofsovertuiging en die van andere groeperingen. Wij
geloven dat alleen Paulus de apostel der heidenen is. En wij maken verschil tussen zijn
bediening en die van de twaalf. Een veel gehoorde uitspraak is dat Paulus ייn van de
twaalf was. "Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de
aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?" (Romeinen 11:15)
Nu gebeuren er veel dingen door de val van Israכl. De wereld kon zelfs
verzoend worden door hun val. Wat zal er later gebeuren, als zij als natie zullen opstaan
uit de doden, zoals we in Ezechiכl 37 (het dal der dorre beenderen) kunnen lezen?
In Psalm 78, 106 en Handelingen 7 kunt u de geschiedenis van het Joodse
volk lezen, en hun verwerping van God. Wij mogen nu genieten van het feit dat we leven in
de tijd van het geheimenis, door de val van Israכl. En alleen door die val kunnen we
spreken van de verzoening van de wereld. In Romeinen 5:7,8 lezen we wat deze verzoening
inhoudt: "Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor de
goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. Maar God bevestigt Zijn liefde jegens
ons, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren."
HET EVANGELIE VAN VERZOENING
"Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus
Jezus is; Die God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot
een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren
geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods; Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid
in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende hem, die uit
het geloof van Jezus is." (Romeinen 3:23-26)
Wij hebben gezien dat in het Oude Testament de tempel met de offeranden
de ontmoetingsplaats was tussen God en de mens. Er werd alleen van boven het verzoendeksel
af gesproken. Maar God heeft in de laatste dagen (Hebreeכn 1:1) Zijn Zoon niet alleen
voorgesteld als de Messias, maar zoals door Paulus bekend werd gemaakt, als Degene Die
verzoening teweeggebracht heeft. Door het geloof mogen wij daaraan deelnemen.
"Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel;
het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. En al deze dingen zijn uit
God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de
bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met
Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der
verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door
ons bad; wij bidden van Christus' wege: Laat u met God verzoenen. Want Hem, Die
geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden
rechtvaardigheid Gods in Hem." (II Korinthe 5:17-21)
De basis van verzoening is al aan het kruis gelegd, maar met de
bekering van een nieuwe apostel en de komst van een nieuwe bedeling, is VERZOENING ook ons
goede nieuws geworden.
Wat betekent bekering? Bekeren is terugkeren naar een plaats waar je al
eerder geweest bent. Daarom predikte de Here Jezus, Johannes de Doper en de andere
discipelen de bekering. De Joden hadden immers de beloften en de wetten, maar ze waren ver
van God afgeweken en daarom predikten ze :"Bekeert u". Maar wij, heidenen,
hadden geen beloften, en waren ver van God, (Efeze 2:11). Hoe kan dan over bekering
gesproken worden, als wij nergens geweest zijn? In Paulus' brieven wordt alleen over
bekering gesproken in verband met gelovigen die ongehoorzaam waren en die hun kontakt met
God verbroken hadden. Vandaar dat er in dit vers over verzoening gesproken wordt. Dus nu
geldt voor een ongelovige: "Laat u met God verzoenen". En voor de gelovige, die
het kontakt met God verbroken heeft geldt: "Bekeert u tot God." Wij hebben nu
vergeving door Zijn bloed, (Efeze 1:7, Kolossensen 1:14). Nu is het evangelie van
verzoening van kracht.
ALGEMENE VERZOENING
Wat bij veel mensen niet bekend is, is dat verzoening een resultaat is.
VERZOENING is alleen door Christus' werk aan het kruis tot stand gebracht. VERZOENING is
ook niet hetzelfde als behoudenis. Maar omdat Christus aan het kruis is gestorven onstond
een verzoening waardoor mensen behouden kunnen worden mits zij dit aannemen of geloven.
Desalniettemin geldt de verzoening voor de gehele wereld, of men het gelooft of niet.
" Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet
zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus
Christus, de Rechtvaardige; En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor
de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld." (I Johannes 2:1,2)
Op grond van het feit dat God Zijn Zoon als verzoening heeft
voorgesteld, kan iedereen behouden worden. God heeft de vrede al gemaakt, doordat Hij Zijn
enige Zoon aan het kruis de zonden en de toorn op Zich liet nemen. Hij is Degene die de
dood heeft overwonnen doordat Hij uit de doden is opgestaan. Behoudenis vindt plaats als
de mens op zijn beurt deze feiten aanvaardt, (I Korinthe 15:1-5, Romeinen 10:8,9).
Omdat Christus voor de zonden van gehele wereld is gestorven, geloven
wij in ALGEMENE verzoening. Iedereen KAN behouden worden, maar zal het zijn alleen als hij
gelooft. Wij geloven niet in Alverzoening die o.a. leert dat iedereen behouden zal worden
omdat God dat wil. "Want dat is
goed en aangenaam voor God, onze Zaligmaker; Die wil, dat alle mensen zalig worden, en tot
kennis der waarheid komen. Want er is ייn God, er is ook ייn Middelaar Gods en der
mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen,
zijnde de getuigenis te zijner tijd; (I Timothes 2:3-6).
"Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig. Want hiertoe
arbeiden wij ook, en worden gesmaad, omdat wij gehoopt hebben op de levende God, Die een
Behouder is van alle mensen, maar allermeest van de gelovigen." (I Timothes 4:9,10)
Het is een wonderbare genade dat verzoening voor iedereen geldt en dat
God de behouder is van alle mensen! Maar spreekt het vanzelf dat allen dan behouden
worden? Nee! "allermeest van de gelovigen" omdat het zonder geloof onmogelijk is
om God te behagen (Hebreeכn 11:6,7) en Gods rechtvaardigheid wordt geopenbaard uit GELOOF
tot GELOOF! (Romeinen 1:17)
DE VERZOENING VAN ALLE DINGEN
" Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al
de volheid wonen zou; En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns
kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die
op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn." (Kolossensen 1:19,20)
Het bloed dat op het kruis gevloeid heeft, is niet alleen de basis voor
verzoening voor ons die op aarde zijn maar ook voor de dingen die in de hemelen zijn. Ook
voor deze krachten en machten geldt de verzoening. Laten wij niet vergeten dat de zonde
niet alleen de aarde heeft beןnvloed maar ook de hemel. Daarom getuigen en strijden we
niet alleen voor en met de machten op deze aarde, maar juist met die in de hemelen, (zie
Efeze 6:12).
Er is nog een vers wat onze aandacht verdient. Zoals wij gezien hebben
geldt de verzoening voor de hemel en de aarde, en er zal ייn dag komen dat de gehele
mensheid tot erkenning komt dat Christus de Here is. Zoals we al eerder hebben verklaard
is verzoening nog geen behoudenis. Ook de volgende tekst spreekt niet over behoudenis in
het algemeen, maar over onderwerping.
"En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelf
vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises. Daarom heeft
God Hem ook uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is;
Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van hen, die in de hemel, en die op
de aarde, en die onder de aarde zijn. En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de
Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader". (Filippensen 2:8-11)
Wij lezen dat alle tong ייnmaal zal moeten belijden dat Jezus de Here
is. Maar is belijdenis voldoende om behouden te worden? Nee! Als iemand gedwongen wordt om
te erkennen dat Jezus de Here is, is dat nog geen bewijs van zijn behoudenis. Integendeel
de schrift leert ons wat iemand precies moet doen om behouden te worden.
"Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw
hart. Dit is het Woord des geloofs, dat wij prediken. Namelijk, indien gij met uw mond
zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden
opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter
rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid." (Romeinen 10:8-10)
Zelfs de profeet Jesaja had al honderden jaren eerder gezegd dat alle
knie ייnmaal voor God zal buigen, (Jesaja 45:23) niet vrijwillig maar door God zelf.
DE VERZOENING IN ֹֹN LICHAAM
"Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de
dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn
leven. En niet alleen dit, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus,
door Wie wij nu de verzoening gekregen hebben." (Romeinen 5:10,11)
Wij, als wedergeboren mensen, weten nu dat er niemand anders is
dan Christus, in Wie wij kunnen roemen en danken voor de verzoening met God en daardoor
voor onze behoudenis. Het kruis bracht niet alleen God en de mens dicht bij elkaar maar
ook de Jood en de niet-Jood.
Nederland heeft, net als veel andere Protestante landen, talrijke
kerkgebouwen en allerlei leringen. Men roemt vaak in zijn eigen kerk alsof die de enige
ware gemeente is. Velen hebben helaas nog niet veel gehoord over het lichaam van Christus.
"Dat gij in die tijd waart
zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israכls, en vreemdelingen van de verbonden
der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Maar nu in Christus
Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
Want Hij is onze vrede, Die deze beiden ייn gemaakt heeft, en de middelmuur des
afscheidsels gebroken hebbende, Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt,
namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelf tot
een nieuwe mens zou scheppen, vrede makende; En opdat Hij die beiden met God in ייn
lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap daaraan gedood hebbende. En komende,
heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en hen, die nabij waren.
Want door Hem hebben wij beiden de toegang door ייn Geest tot de Vader. Zo zijt gij dan
niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten
Gods;" (Efeze 2:12-18).
De apostel heeft hier voor de heidenen bijzonder nieuws. In vroegere
tijden kende God twee verschillende groepen mensen. De Joden en de niet-Joden, de
heidenen. De Joden hadden de beloften en het voorrecht om Gods volk te zijn, terwijl de
heidenen niets hadden en vooral geen hoop. Zij konden wel de ware God leren kennen maar
alleen als zij de God van Israכl zouden volgen en Zijn wetten gehoorzamen.
"Want alzo zegt de HEERE van de gesnedenen, die Mijn sabbatten
houden, en verkiezen hetgeen, waartoe ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond; Ik zal
hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven beter dan van de
zonen en van de dochters; een eeuwige naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet
uitgeroeid zal worden. En de vreemden, die zich tot de HEERE voegen, om Hem te dienen, en
om de Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie de sabbat houdt,
dat hij die niet ontheiligt, en die aan Mijn verbond vasthouden; Die zal Ik ook brengen
tot Mijn heilige berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun
slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis
genoemd worden voor alle volken." (Jesaja 56:4-7)
Dit Schriftgedeelte laat goed zien dat de manier waarop de heidenen in
deze tijd toegang tot God hebben, anders is. De tempel is er niet meer en degenen die toen
ver weg waren, "de vreemden" zijn nu in deze tijd van genade nabij geworden.
Hoe? In ieder geval niet door Gods huis in Jeruzalem, maar door Gods Zoon, door het
evangelie.
Het is voor mensen in de westerse wereld moeilijk om te beseffen dat
zij ooit zonder hoop waren. De westerse wereld is wel christelijk, maar heeft de
individuele burger altijd een hoop? Nee! Het eerste goede nieuws over de Levende God is
door de apostel Paulus gebracht. Let op twee woorden die de apostel in het bovengenoemde
vers gebruikt: IN DIE TIJD en MAAR NU. Wat is de reden voor deze verandering? Hoe komt het
dat de heidenen ook deel hebben gekregen aan de beloften? De apostel zegt het al: door het
evangelie!
God had, in Zijn grote liefde ook een ander plan met de wereld. Nadat
Israכl als volk het plan voor het Koningrijk op aarde verworpen heeft, heeft God via de
apostel Paulus de waarheid over het LICHAAM VAN CHRISTUS bekendgemaakt, de gemeente waar
Joden en niet-Joden ייn zijn in ייn lichaam. De tussenmuur is weg, er is nu vrede. Dit
is voor veel mensen nog steeds onbekend. Men vecht en strijd zo vaak met elkaar alsof de
kerk de enige ware kerk is. Velen denken dat Israכl als volk nu nog steeds voorrang heeft
bij God. Zij vergeten dat er tijdens deze bedeling van genade geen verschil is tussen jood
en heiden. De tussenmuur is weg.
Tenslotte bidden wij dat het onderwerp van verzoening bij velen vreugde
zal geven, wetende dat God al de vrede gemaakt heeft waaraan wij kunnen deelnemem. Hem zij
de glorie! Amen.
|