Om de bergrede te begrijpen, behoren we in gedachte te houden dat onze Here tijdens
Zijn verblijf op aarde onderworpen was aan de wet van Mozes. Ook leerde Hij Zijn
discipelen om zich aan deze wet te onderwerpen. In Mattheüs 23:2,3 lezen we dat Hij zegt:
"...de Schriftgeleerden en de Farizeëen zijn gezeten op de stoel van Mozes;"*
Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het;..." (*
m.a.w. zij hebben nu de positie van Mozes ingenomen. Het woord "stoel" komt van
"kathedra" wat duidt op de zetel of stoel van een leraar)
DE WET WORDT UITGEBREID EN MEER BINDEND GEMAAKT
De schriftgeleerden en farizeëen hadden veel verfijnings-punten en gedetailleerde
instructies aan de wet van Mozes toegevoegd, zodat het zelfs moeilijker werd om hieraan te
voldoen. Maar toch namen zij als de leiders van Israël de plaats van Mozes in, en
behoorden dus gehoorzaamd te worden. Dit laat duidelijk zien dat het verbond van de wet
(Exodus 19:5,6) nog niet afgeschaft was. De principes van het Koninkrijk, zoals o.a.
weergegeven in de Bergrede, overtreffen zelfs de principes van de wet van Mozes en de
toegevoegde regels en verordeningen van de schriftgeleerden en farizeëen. Vandaar dat
onze Here zei:"Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger is, dan van de
Schriftgeleerden en van de Farizeëen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins
zult ingaan." (Mattheüs 5:20)
Steeds weer lezen we in de Bergrede de volgende woorden: "Aan u is verteld
dat...maar Ik zeg u..." We lezen bijvoorbeeld in Mattheüs 5:21,22: "Gij hebt
gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; maar wie doodt, die zal
strafbaar zijn door het gericht. Doch Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder
toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht;" En in vers 27,28:"Gij hebt
gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar ik zeg u, dat zo
wie een vrouw aanziet, om haar te begeren, die heeft reeds overspel in zijn hart met haar
gedaan."
Keer op keer haalt onze Here zo de wet van Mozes of de algemene richtlijnen van de wet
aan om daarna hogere normen bekend te maken, die de diepste motieven van het hart
oordelen.
Het is dus duidelijk dat "de volheid des tijds" waarnaar Paulus verwijst in
Galaten 4:4-5 nog niet gekomen is, want in plaats van zijn toehoorders te bevrijden van
wat Paulus "de vloek der wet" noemt, legt onze Here hen meer diepgaande en
bindende voorschriften en verboden op. Dit vanwege een zeer goede reden. De bedoeling was
om aan de mensen nog duidelijker te maken dat ze van nature verdorven waren, niet in staat
om God volledig te gehoorzamen, en zodoende een grote behoefte hadden aan een Verlosser.
Zoals de wet, leerde ook de Bergrede zijn grootste les in geschiedkundig opzicht. Het liet
zien dat de mens Christus nodig had, niet in de eerste plaats als Koning om over hem te
regeren en hem een gelukkiger manier van leven te laten zien, maar als een Redder om de
straf voor zijn zonden te betalen en hem te bevrijden van het komende oordeel.
Zonder enige moeite geven we aan de predikers van het "sociale evangelie" toe
dat de Bergrede veel leert over goede menselijke relaties, goed gedrag in het algemeen, en
goed bestuur, maar het vertelt ons niets over de volslagen onmogelijkheid van de zondige
mens om deze doelen te bereiken. De tijd hiervoor was nog niet aangebroken.
Maar zal de menselijke natuur ooit veranderen? Zullen de gelukkige relaties zoals
beschreven in de Bergrede, ooit in werkelijkheid bestaan? Ja, dit zal gebeuren, als
Christus terugkeert naar aarde om te regeren.
In verband met dit komende Messiaanse Koninkrijk zal het "nieuw verbond met het
huis van Israël en het huis van Juda" (Jeremia 31:31-34, Ezechiël 36:24-28) vervuld
worden.
"En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in
Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen." (Ezechiël
36:27)
Als deze belofte vervuld zal zijn, zal Israël zo rijk gezegend worden dat de zegen
naar alle volken zal stromen en de volken als een reaktie hierop zullen
"toevloeien" naar "het huis van de Here" in Jeruzalem. (Jesaja 2:2)
"En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt laat ons opgaan tot de
berg des Heeren, tot het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat
wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des Heeren uit
Jeruzalem." (Jesaja 2:3)
Denk er eens aan hoe veel gemakkelijker het zal zijn om datgene te doen wat
rechtvaardig en goed is, als zowel de wereld, het vlees en de duivel onder de controle van
de Messias gebracht zal zijn!
En dit alles zal zeker plaatsvinden wanneer onze Here terugkeert om te regeren.
Goddeloze mensen kunnen lachen en spotten alleen al bij de gedachte aan de terugkeer van
Christus naar deze aarde maar wij kunnen hun gespot verdragen. Zowel het gezonde verstand
als het Woord van God vertelt ons dat God niet voor eeuwig deze wereld een toneel zal
laten zijn van moeilijkheden, ellende, onderdrukking, hebzucht, haat, intrige, geweld,
marcherende legers, ziekte, lijden en dood. Het zal niet altijd een toneel van
ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen en gevangenissen blijven. Nee! Onze Here Jezus
Christus is verworpen en gekruisigd, maar zal terugkeren in kracht en heerlijkheid, en dan
zullen de voorschriften van de Bergrede vervuld worden, waarna de meest gezegende manier
van leven zal heersen.
Maar behalve het gezonde verstand en de voorspellingen uit de Bijbel, heeft God ons een
demonstratie van deze toekomstige gezegende feiten laten zien. Op de Pinksterdag nam de
Heilige Geest de discipelen in bezit, want we lezen dat zij "gedoopt" en
"vervuld" waren met de Heilige Geest, toen de dag van het Pinksterfeest vervuld
werd, (Handelingen 1:5, 2:1,4). De resultaten: zij begonnen niet alleen in tongen te
spreken, en tekenen en wonderen te verrichten, maar ook spontaan te leven volgens de Tien
Geboden en de Bergrede.
In de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen is het onmogelijk om een zonde,
blunder of zelfs een fout van de discipelen te vinden. Zij leefden allen spontaan voor de
Here en voor elkaar. In Handelingen 4:32, waar het aantal discipelen was gegroeid tot
"omtrent vijfduizend mannen" (misschien dertig - tot veertigduizend in totaal,
vrouwen en kinderen meegerekend) lezen we:
"En de menigte van hen, die geloofden was één van hart en één ziel; en niemand
zeide, dat iets van wat hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen."
Stel je eens voor! Is er in "deze tegenwoordige boze eeuw" wel eens een
periode geweest waarin vijfduizend, of vijfhonderd, of vijftig, of zelfs vijf gelovigen
het volledig met elkaar eens waren? In feite is het zo dat tegenwoordig geen twee mensen
het volledig met elkaar in alles eens kunnen zijn, tenzij één van hen psychisch
onbekwaam is en de ander slaafs volgt. Toch waren hier vijfduizend mannen (misschien in
totaal dertig - veertigduizend mensen) het zo met elkaar eens, "één hart en één
ziel", dat niemand zei dat iets van hetgeen hij had zijn eigen was, maar zij deelden
alle dingen gemeenschappelijk. Zij leefden echt voor elkaar.
Zoals we echter al gezien hebben, werden de Koning en Zijn Koninkrijk opnieuw verworpen
door het uitverkoren volk, (zelfs ondanks het bewijs van de zegeningen van het
Koninkrijk), waardoor deze werking van de Heilige Geest eindigde. Al gauw lezen we dan in
het boek dat de discipelen weer tekortschieten en fouten maken, net zoals de meest
oprechte gelovigen tegenwoordig.
Deze korte periode was dus een voorproefje van het duizendjarig rijk, en werd tegelijk
gegeven met het aanbod door de apostelen van de terugkeer van Christus, met als voorwaarde
dat Israël zich zou bekeren. (Handelingen 3:19-21) Maar laten wij terugkeren naar onze
Here en Zijn discipelen toen Hij de Bergede uitsprak, want onze Here eindigde Zijn rede
met een uitdaging en een waarschuwing, om Zijn toehoorders te laten zien dat Zijn woorden
volledig bindend waren. De gebruikte taal is duidelijk, en krachtig. De principes en
verordeningen van de Bergrede moeten niet licht opgevat worden. Degenen die horen en doen
wat Hij gebiedt, zegt Hij, zullen zijn als een huis wat gebouwd is op een rots en zullen
alle komende stormen doorstaan. Echter degenen die wel horen maar Zijn geboden niet
gehoorzamen, zullen zijn als een huis wat gebouwd is op het zand, en deze zullen volledig
verwoest worden. (Mattheüs :24-27)
Deze strenge waarschuwing laat duidelijk zien dat het een grote vergissing is om te
veronderstellen, zoals sommigen doen, dat we de Bergrede op een min of meer algemene wijze
kunnen gehoorzamen, met als gevolg dat veel van de specifieke verordeningen niet opgevolgd
worden.
Men zegt bijvoorbeeld weleens dat we bereid behoren te zijn om de opdracht van onze
Here om al onze aardse bezittingen te verkopen en aan de armen te geven, te gehoorzamen,
als Hij ons zou vragen dit te doen! Maar onze Here schreef Zijn discipelen wel degelijk
voor om dit te doen, niet alleen in de Bergrede, maar ook keer op keer in Zijn prediking
van "het Evangelie van het Koninkrijk". Maar toch gehoorzamen degenen die het
"sociale evangelie" van de Bergede prediken, deze geboden niet. Ze nemen als het
ware eenvoudigweg twee aspirine tabletjes, en proberen dit alles te vergeten. Maar onze
Here eindigde Zijn rede met de strenge waarschuwing: "gehoorzaam of verga", een
waarschuwing waar onze "sociale evangelie" predikers op zouden moeten letten.
Hoe belangrijk is het dan om II Timotheüs 2:15 te gehoorzamen, en te begrijpen wat de
Bergrede in de eerste plaats leert. Wat goeds levert het op om een reeds veroordeelde
zondaar te vertellen dat hij goed moet zijn en goed moet doen, volgens de Tien Geboden en
de Bergrede? Ten eerste: hij is "al verdoemd" (Romeinen 3:19, Johannes 3:18), en
ten tweede, zijn zondige natuur weerhoudt hem ervan om goed te zijn of iets te doen wat
God behaagt. (Romeinen 8:8)
Veeleer behoren we aan zondige mensen de heerlijke boodschap van de opgestane,
verheerlijkte Heer te verkondigen. We moeten vertellen dat "Christus ons verlost
heeft van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons" (Galaten 3:13). We
moeten vertellen hoe Hij de volledige straf voor onze zonden betaald heeft, en satan en de
wet volledig beroofd heeft van hun aanklachten tegen ons. Dit is het "Evangelie van
de genade van God", hetwelk eerst aan de apostel Paulus opgedragen werd, en nu aan
ons.
Nadat Mozes de wet had gegeven, en de Here Jezus Christus de normen daarvan zelfs had
verhoogd, ging onze Here naar Golgotha om de wet aan het kruis te nagelen, (Kolossensen
2:14), en nu - wat een verschil!
"Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de
wet..." (Romeinen 3:21).
"Tot een betoning van Zijn (Christus') rechtvaardigheid in deze
tegenwoordige tijd; opdat Hij (God) rechtvaardig zij, en (tezelfder tijd) rechtvaardigende
hem, die uit het geloof van Jezus is." (Romeinen 3:26)
Let goed op, onder de "Grote opdracht" aan de elf gold het volgende:
"Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden." (Markus 16:16).
En Petrus, die onder dezelfde opdracht werkte, beval zijn toehoorders op de Pinksterdag:
"Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot
vergeving der zonden..." (Handelingen 2:38).
Maar hier in Romeinen 3:26 wordt geen waterdoop vereist voor de vergeving van zonden
"opdat Hij (God) rechtvaardig zij", maar toch "rechtvaardigende degene die
uit het geloof van Jezus is". Wat een gezegende tijd! Wonderbaarlijke genade!
~~~~~~~~~~~~~~~