"Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105   "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16    "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken 1 Timotheus 1:15

04-08-2010        Home - Wie zijn wij? - Wij geloven - English -עברית  Spanish GenadeEvangelie.nl  Português

                                  
04-08-2010

DE BERGREDE EN DE WET VAN MOZES

Door C.R. Stam

Om de bergrede te begrijpen, behoren we in gedachte te houden dat onze Here tijdens Zijn verblijf op aarde onderworpen was aan de wet van Mozes. Ook leerde Hij Zijn discipelen om zich aan deze wet te onderwerpen. In Mattheüs 23:2,3 lezen we dat Hij zegt: "...de Schriftgeleerden en de Farizeëen zijn gezeten op de stoel van Mozes;"* Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het;..." (* m.a.w. zij hebben nu de positie van Mozes ingenomen. Het woord "stoel" komt van "kathedra" wat duidt op de zetel of stoel van een leraar)

DE WET WORDT UITGEBREID EN MEER BINDEND GEMAAKT

De schriftgeleerden en farizeëen hadden veel verfijnings-punten en gedetailleerde instructies aan de wet van Mozes toegevoegd, zodat het zelfs moeilijker werd om hieraan te voldoen. Maar toch namen zij als de leiders van Israël de plaats van Mozes in, en behoorden dus gehoorzaamd te worden. Dit laat duidelijk zien dat het verbond van de wet (Exodus 19:5,6) nog niet afgeschaft was. De principes van het Koninkrijk, zoals o.a. weergegeven in de Bergrede, overtreffen zelfs de principes van de wet van Mozes en de toegevoegde regels en verordeningen van de schriftgeleerden en farizeëen. Vandaar dat onze Here zei:"Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger is, dan van de Schriftgeleerden en van de Farizeëen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan." (Mattheüs 5:20)

Steeds weer lezen we in de Bergrede de volgende woorden: "Aan u is verteld dat...maar Ik zeg u..." We lezen bijvoorbeeld in Mattheüs 5:21,22: "Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; maar wie doodt, die zal strafbaar zijn door het gericht. Doch Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht;" En in vers 27,28:"Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet, om haar te begeren, die heeft reeds overspel in zijn hart met haar gedaan."

Keer op keer haalt onze Here zo de wet van Mozes of de algemene richtlijnen van de wet aan om daarna hogere normen bekend te maken, die de diepste motieven van het hart oordelen.

Het is dus duidelijk dat "de volheid des tijds" waarnaar Paulus verwijst in Galaten 4:4-5 nog niet gekomen is, want in plaats van zijn toehoorders te bevrijden van wat Paulus "de vloek der wet" noemt, legt onze Here hen meer diepgaande en bindende voorschriften en verboden op. Dit vanwege een zeer goede reden. De bedoeling was om aan de mensen nog duidelijker te maken dat ze van nature verdorven waren, niet in staat om God volledig te gehoorzamen, en zodoende een grote behoefte hadden aan een Verlosser. Zoals de wet, leerde ook de Bergrede zijn grootste les in geschiedkundig opzicht. Het liet zien dat de mens Christus nodig had, niet in de eerste plaats als Koning om over hem te regeren en hem een gelukkiger manier van leven te laten zien, maar als een Redder om de straf voor zijn zonden te betalen en hem te bevrijden van het komende oordeel.

Zonder enige moeite geven we aan de predikers van het "sociale evangelie" toe dat de Bergrede veel leert over goede menselijke relaties, goed gedrag in het algemeen, en goed bestuur, maar het vertelt ons niets over de volslagen onmogelijkheid van de zondige mens om deze doelen te bereiken. De tijd hiervoor was nog niet aangebroken.

Maar zal de menselijke natuur ooit veranderen? Zullen de gelukkige relaties zoals beschreven in de Bergrede, ooit in werkelijkheid bestaan? Ja, dit zal gebeuren, als Christus terugkeert naar aarde om te regeren.

In verband met dit komende Messiaanse Koninkrijk zal het "nieuw verbond met het huis van Israël en het huis van Juda" (Jeremia 31:31-34, Ezechiël 36:24-28) vervuld worden.

"En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen." (Ezechiël 36:27)

Als deze belofte vervuld zal zijn, zal Israël zo rijk gezegend worden dat de zegen naar alle volken zal stromen en de volken als een reaktie hierop zullen "toevloeien" naar "het huis van de Here" in Jeruzalem. (Jesaja 2:2)

"En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt laat ons opgaan tot de berg des Heeren, tot het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des Heeren uit Jeruzalem." (Jesaja 2:3)

Denk er eens aan hoe veel gemakkelijker het zal zijn om datgene te doen wat rechtvaardig en goed is, als zowel de wereld, het vlees en de duivel onder de controle van de Messias gebracht zal zijn!

En dit alles zal zeker plaatsvinden wanneer onze Here terugkeert om te regeren. Goddeloze mensen kunnen lachen en spotten alleen al bij de gedachte aan de terugkeer van Christus naar deze aarde maar wij kunnen hun gespot verdragen. Zowel het gezonde verstand als het Woord van God vertelt ons dat God niet voor eeuwig deze wereld een toneel zal laten zijn van moeilijkheden, ellende, onderdrukking, hebzucht, haat, intrige, geweld, marcherende legers, ziekte, lijden en dood. Het zal niet altijd een toneel van ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen en gevangenissen blijven. Nee! Onze Here Jezus Christus is verworpen en gekruisigd, maar zal terugkeren in kracht en heerlijkheid, en dan zullen de voorschriften van de Bergrede vervuld worden, waarna de meest gezegende manier van leven zal heersen.

Maar behalve het gezonde verstand en de voorspellingen uit de Bijbel, heeft God ons een demonstratie van deze toekomstige gezegende feiten laten zien. Op de Pinksterdag nam de Heilige Geest de discipelen in bezit, want we lezen dat zij "gedoopt" en "vervuld" waren met de Heilige Geest, toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, (Handelingen 1:5, 2:1,4). De resultaten: zij begonnen niet alleen in tongen te spreken, en tekenen en wonderen te verrichten, maar ook spontaan te leven volgens de Tien Geboden en de Bergrede.

In de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen is het onmogelijk om een zonde, blunder of zelfs een fout van de discipelen te vinden. Zij leefden allen spontaan voor de Here en voor elkaar. In Handelingen 4:32, waar het aantal discipelen was gegroeid tot "omtrent vijfduizend mannen" (misschien dertig - tot veertigduizend in totaal, vrouwen en kinderen meegerekend) lezen we:

"En de menigte van hen, die geloofden was één van hart en één ziel; en niemand zeide, dat iets van wat hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen."

Stel je eens voor! Is er in "deze tegenwoordige boze eeuw" wel eens een periode geweest waarin vijfduizend, of vijfhonderd, of vijftig, of zelfs vijf gelovigen het volledig met elkaar eens waren? In feite is het zo dat tegenwoordig geen twee mensen het volledig met elkaar in alles eens kunnen zijn, tenzij één van hen psychisch onbekwaam is en de ander slaafs volgt. Toch waren hier vijfduizend mannen (misschien in totaal dertig - veertigduizend mensen) het zo met elkaar eens, "één hart en één ziel", dat niemand zei dat iets van hetgeen hij had zijn eigen was, maar zij deelden alle dingen gemeenschappelijk. Zij leefden echt voor elkaar.

Zoals we echter al gezien hebben, werden de Koning en Zijn Koninkrijk opnieuw verworpen door het uitverkoren volk, (zelfs ondanks het bewijs van de zegeningen van het Koninkrijk), waardoor deze werking van de Heilige Geest eindigde. Al gauw lezen we dan in het boek dat de discipelen weer tekortschieten en fouten maken, net zoals de meest oprechte gelovigen tegenwoordig.

Deze korte periode was dus een voorproefje van het duizendjarig rijk, en werd tegelijk gegeven met het aanbod door de apostelen van de terugkeer van Christus, met als voorwaarde dat Israël zich zou bekeren. (Handelingen 3:19-21) Maar laten wij terugkeren naar onze Here en Zijn discipelen toen Hij de Bergede uitsprak, want onze Here eindigde Zijn rede met een uitdaging en een waarschuwing, om Zijn toehoorders te laten zien dat Zijn woorden volledig bindend waren. De gebruikte taal is duidelijk, en krachtig. De principes en verordeningen van de Bergrede moeten niet licht opgevat worden. Degenen die horen en doen wat Hij gebiedt, zegt Hij, zullen zijn als een huis wat gebouwd is op een rots en zullen alle komende stormen doorstaan. Echter degenen die wel horen maar Zijn geboden niet gehoorzamen, zullen zijn als een huis wat gebouwd is op het zand, en deze zullen volledig verwoest worden. (Mattheüs :24-27)

Deze strenge waarschuwing laat duidelijk zien dat het een grote vergissing is om te veronderstellen, zoals sommigen doen, dat we de Bergrede op een min of meer algemene wijze kunnen gehoorzamen, met als gevolg dat veel van de specifieke verordeningen niet opgevolgd worden.

Men zegt bijvoorbeeld weleens dat we bereid behoren te zijn om de opdracht van onze Here om al onze aardse bezittingen te verkopen en aan de armen te geven, te gehoorzamen, als Hij ons zou vragen dit te doen! Maar onze Here schreef Zijn discipelen wel degelijk voor om dit te doen, niet alleen in de Bergrede, maar ook keer op keer in Zijn prediking van "het Evangelie van het Koninkrijk". Maar toch gehoorzamen degenen die het "sociale evangelie" van de Bergede prediken, deze geboden niet. Ze nemen als het ware eenvoudigweg twee aspirine tabletjes, en proberen dit alles te vergeten. Maar onze Here eindigde Zijn rede met de strenge waarschuwing: "gehoorzaam of verga", een waarschuwing waar onze "sociale evangelie" predikers op zouden moeten letten.

Hoe belangrijk is het dan om II Timotheüs 2:15 te gehoorzamen, en te begrijpen wat de Bergrede in de eerste plaats leert. Wat goeds levert het op om een reeds veroordeelde zondaar te vertellen dat hij goed moet zijn en goed moet doen, volgens de Tien Geboden en de Bergrede? Ten eerste: hij is "al verdoemd" (Romeinen 3:19, Johannes 3:18), en ten tweede, zijn zondige natuur weerhoudt hem ervan om goed te zijn of iets te doen wat God behaagt. (Romeinen 8:8)

Veeleer behoren we aan zondige mensen de heerlijke boodschap van de opgestane, verheerlijkte Heer te verkondigen. We moeten vertellen dat "Christus ons verlost heeft van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons" (Galaten 3:13). We moeten vertellen hoe Hij de volledige straf voor onze zonden betaald heeft, en satan en de wet volledig beroofd heeft van hun aanklachten tegen ons. Dit is het "Evangelie van de genade van God", hetwelk eerst aan de apostel Paulus opgedragen werd, en nu aan ons.

Nadat Mozes de wet had gegeven, en de Here Jezus Christus de normen daarvan zelfs had verhoogd, ging onze Here naar Golgotha om de wet aan het kruis te nagelen, (Kolossensen 2:14), en nu - wat een verschil!

"Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet..." (Romeinen 3:21).

"Tot een betoning van Zijn (Christus') rechtvaardigheid in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij (God) rechtvaardig zij, en (tezelfder tijd) rechtvaardigende hem, die uit het geloof van Jezus is." (Romeinen 3:26)

Let goed op, onder de "Grote opdracht" aan de elf gold het volgende: "Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden." (Markus 16:16). En Petrus, die onder dezelfde opdracht werkte, beval zijn toehoorders op de Pinksterdag: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden..." (Handelingen 2:38).

Maar hier in Romeinen 3:26 wordt geen waterdoop vereist voor de vergeving van zonden "opdat Hij (God) rechtvaardig zij", maar toch "rechtvaardigende degene die uit het geloof van Jezus is". Wat een gezegende tijd! Wonderbaarlijke genade!

~~~~~~~~~~~~~~~