Als we ons hier door de bergen correspondentie heen werken, ontdekken
wij dikwijls een telkens terugkerend thema. De laatste tijd informeren velen of het
Lichaam van Christus eveneens de Bruid van Christus is. Wij hebben dit steeds genomen als
leiding van de Heilige Geest, omdat deze brieven uit verschillende delen van Amerika, ja,
vanuit de wereld komen. Als onze bediening ons iets geleerd heeft dan is het wel dit
"Vogels van dezelfde pluimage zwermen samen". Met andere woorden, als iemand met
een bepaalde kwestie zit, zijn er meerderen die er mee zitten.
Hoewel de Bruid van Christus valt onder de classificatie "niet van
het eerste belang" heeft toch dit onderwerp een indringend effekt op hoe men bepaalde
Schriftgedeelten interpreteert.
Gedachtig aan de persoon met wie ik deze eeuwigheidszaken besprak, heb
ik deze zaak zorgvuldig onder de microscoop van het evangelie van Paulus gelegd. Na
nauwkeurige instelling van het focus ben ik nog meer dan ooit overtuigd dat het Lichaam
van Christus niet is de Bruid, de vrouw van het Lam. Het komt mij voor als uiterst
tegenstrijdig om verschil na verschil op te merken tussen Israel en de Gemeente en dan te
veranderen en te zeggen dat zij tot één zijn, in de Bruid van Christus. Natuurlijk leren
sommigen dat het "Lichaam" de Bruid is, niet Israel, maar dat wordt eenvoudig
niet door de feiten ondersteund. Eén ding in deze discussie is duidelijk: De menselijke
meningen zijn inkonsekwent als het gaat om de eeuwige vraag, "Wat zeggen de
Schriften?"
WOORDEN EN UITDRUKKINGEN
Voor diegenen onder ons die het Woord der waarheid recht snijden,
hebben bepaalde "woorden" en "uitdrukkingen" associaties met de z.g.
profetisch programma, of met het geheimenis dat aan de apostel Paulus is geopenbaard. Het
is goed om te weten dat de uitdrukking het "Bruid van Christus" een
onschriftuurlijke term is. Het is een theologische term die beschrijft diegenen die
aanwezig zullen zijn bij de bruiloft van het Lam(Openb.19:7-9). De bedoelde uitdrukking in
de profetie, wordt alleen aangetroffen in de Apocalyps, waar één van de zeven engelen
tot Johannes zegt: "Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de vrouw des Lams"
(Openb.21:9).
De termen "bruid" en "vrouw" (in relatie tot de
bruiloft van het Lam) zijn verweven in de profetische bladzijden. Bijvoorbeeld "Die
de bruid heeft, is de bruidegom" (Joh.3:29 cf.Jer.2:32). "Zie, het Lam Gods, dat
de zonde der wereld wegneemt" (Joh.1:29 cf.Jes.53:7). "...want de bruiloft des
Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelven bereid (Openb.19:7 cf.Jes.54:4-7).
Men vindt in de brieven van Paulus geen enkele verwijzing waarbij dit
soort terminologie wordt gebruikt. In feite verwijst Paulus voortdurend naar Christus als
de Heiland, Here en Hoofd, maar hij spreekt nooit van Hem als het Lam van God en wel om
een goede reden. In de profetiën had God genadig het sacrament van offeren opgenomen, dat
een heenduiding was naar het eens-voor-allen offer. Christus was dan ook het zondeloos,
vlekkeloos Lam van God dat aan de gerechte eis der wet voldeed. Hij werd steeds
geschilderd als het onschuldig slachtoffer - een lam dat naar de slachter werd geleid
(Lev.4:32-35; Jes.53:3-8). Bij de introductie van een nieuwe bedeling werd Christus door
de apostel Paulus in een volstrekt ander licht afgeschilderd. Heden is Hij de Heer der
heerlijkheid, de machtige overwinnaar die door Zijn dood en opstanding de zonde heeft
overwonnen (1 Cor.2:8; 15:20-23).
DE BRUID VOLGENS PROFETIE
Wie is de Bruid van het Lam? Gelukkig behoeven wij niet op onze eigen
menselijke redenering te vertrouwen om een antwoord op deze verwarrende vraag te bekomen.
De Schrift is overduidelijk dat de "Bruid" is Israel. Toen aan Johannes de Doper
gevraagd werd waarom allen tot de Meester gingen en de heerlijkheid van zijn bediening
verbleekte, antwoordde hij: "Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend van
de bruidegom, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem van de
bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik
minder worden" (Joh.3:29,30).
Lezend in omgekeerde volgorde, staat er duidelijk dat Johannes de Doper
de "vriend van de bruidegom" is. Johannes zegt dat het de oorzaak van zijn
vreugde was, toen hij de stem van de bruidegom hoorde. "...deze mijn (Johannes de
Doper') bljdschap is dan vervuld geworden". De "bruidegom" is niemand
anders dan Christus Zelf. In het voorafgaande vers stelt Johannes dat hij was
"...niet de Christus, maar dat hij vóór Hem heen uitgezonden was" (V.28). Hij
illustreert dit dan door het beeld van de bruidegom te gebruiken. Johannes was werkelijk
de voorloper om de weg van de Messias voor te bereiden. Vandaar "Hij (Christus) moet
wassen, maar ik (Johannes) moet minder worden" (V.30).
Bedenkend dat het evangelie naar Johannes een verslag is van de aardse
bediening van Christus, is de "bruid" kennelijk Israel. Johannes de Doper
verklaart duidelijk in dit verslag: "En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan ISRAEL
geopenbaard zou worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water" (Joh.1:31).
Leerde onze Here zijn discipelen niet "Gij zult niet heengaan op de weg der
heidenen...Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis ISRAELS"?
(Matt.15:24).
DE GELIJKENIS VAN DE TIEN MAAGDEN
Verdergaande in het evangelie van Mattheus hebben we de gelijkenis van
de tien maagden (Matt.25:1-13). Hier leren we dat alleen gelovend Israel deel zal hebben
aan het eigenlijke huwelijk van het Lam. U zult zich herinneren dat er vijf wijze en vijf
dwaze maagden waren. Toen de bruidegom zijn komst uitstelde raakten de lampen van de dwaze
maagden zonder olie toen zij sluimerden. Zo zien we dat de vijf dwaze maagden, typen van
de ongeredden, onvoorbereid waren toen midden in de nacht de roep kwam: "Ziet, de
bruidegom komt!" Terwijl zij uitgingen om olie te kopen, kwam de bruidegom
"...en zij (vijf geredde maagden) die gereed waren, gingen met hem in tot de
bruiloft" (V.10). Bijgevolg leert ons dit gedeelte dat de bruiloft zal plaats vinden
als onze Here terugkomt in Zijn heerlijkheid aan het eind van de Grote Verdrukking (V.13).
Het bovenstaande wordt bevestigd door de Apostel Johannes in het Boek
Openbaringen. "Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid
geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en zijn vrouw heeft zichzelve bereid.
En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn linnen; want dit
lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen" (Openb.19:7,8).
Hier staat in de contekst van de tweede komst van Christus, dat gelovig
Israel zichzelf gereedmaakt (toebereidt). Dit is in overeenstemming met het profetisch
programma voorzover de heiligen van het koninkrijk niet de zekerheid hebben van hun
redding. Zij waren dienovereenkomstig geïnstrueerd om te overwinnen, te zoeken en te
vinden, te volharden tot het einde, etc. (Matt. 6:33; 24:13;
1 Joh.4,5). Dit kan zeker niet gezegd worden van de Gemeente, het
Lichaam van Christus. Wij zijn niet alleen eeuwig bewaard, wij zijn daarvan verzekerd. Als
leden van Zijn Lichaam zijn wij aangenomen in de Geliefde, en daardoor volmaakt in Hem
(Eph.1:6; Col.2:10).
Tevens dient te worden opgemerkt dat Johannes verwijst naar Israel als
de "vrouw" van het Lam. Uiteraard sluit dit het Lichaam van Christus uit als
deelhebber in deze ceremonie voorzover als Paulus ons aanspreekt in de mannelijke lijn.
Christus is ons Hoofd, niet onze bruidegom. Maar in welke zin is Israel de
"vrouw" van het Lam als zij niet bestemd is om met de Messias te worden verenigd
in de heilige banden van het huwelijk? Het antwoord ligt in de wet op de ondertrouw
(Deut.22:23-25).
In de dagen voorheen, wanneer een man en een vrouw samen voor de
rabbijn verschenen, werden zij de een met de ander ondertrouwd. Net als tegenwoordig was
de ondertrouw een bindende overeenkomst waarin partijen feitelijk als echtelieden werden
beschouwd. Na de voltrekking van de ceremonie keerde het paar voor een jaar naar hun
respectievelijk woningen terug. Deze periode schonk de echtgenoot de gelegenheid om voor
zijn aanstaande bruid een woning te bereiden. Ook was het om zekerheid te hebben dat de
vrouw getrouw was, en geen kind droeg. Het was ook in die tijd dat Maria bevonden werd een
kind te hebben voordat zij en Jozef in de intimiteit van de huwelijksverhouding waren
samengekomen (Matt.1:18-25).
In dit licht gezien is Christus teruggekeerd naar de hemel om voor Zijn
bruid in het koninkrijk plaats te bereiden. Als dit aspect van het hemels koninkrijk naar
de aarde gebracht is, zal het zijn als de hemel op aarde. Als de periode van verdrukking
aan de gang is, zal Israel worden beproefd om te beslissen wie onder hen getrouw is
geweest aan de bevelen van Christus die in het evangelie van het koninkrijk zijn opgenomen
(Joh.14:1-3 cf.Luk.19:11-27).
Het is van groot belang dat we uit al deze passages concluderen dat de
bruiloft van het Lam op aarde zal plaats vinden als Christus terugkeert om Zijn koninkrijk
te vestigen. Wat betreft de bruiloft werd de Apostel Johannes geinspireerd om te
schrijven: "Zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des
Lams" (Openb.19:9).
Deze gasten zijn ongetwijfeld de heidenen in de bedeling van het
koninkrijk, die zullen worden uitgenodigd om zich te verheugen in de zegeningen van de dan
komende Gouden Tijd (Matt.25:31-46; Luk.14:15-24).
DE BRUID EN DE BRIEVEN VAN PAULUS
Het is van belang dat de lezer in gedachten houdt dat de Gemeente, het
Lichaam van Christus, verborgen was in God van voor de tijden en generaties. Zo zijn bij
het begin van de bedeling van Genade een aantal nieuwe beeldspraken op de Gemeente van
toepassing, zoals: Lichaam, bestuurders, ambassadeurs, etc. Sommigen schijnen te denken
dat Paulus inderdaad spreekt over ons als de Bruid van Christus in Eph.5. Maar zij zien
niet het onderscheid tussen het gebruiken van Paulus van een beeldspraak en een
overeenkomstigheid. Een gewaardeerde theoloog in de tijd van de eeuwwisseling schrijft:
"De verwarring van de Gemeente als de Bruid in Eph.5, heeft
geresulteerd in het niet zien van de wijze van spreken die in de gehele passage aan de
orde is als Overeenkomst, en niet als Beeldspraak: 'Metafoor' plaatst één ding voor het
andere. Het is opnieuw tonen. 'Overeenkomstig' is slechts gelijken op. Wij moeten daarom
niet zeggen als we een ding met een ander ding vergelijken dat het ene ding het andere is.
Let op de er op volgende vergelijking tussen Christus en de Gemeente als Zijn Lichaam, en
de houding van vrouwen ten opzichte van echtgenoten. Zie het gebruik van het begrip
'gelijken' (op) in iedere uitdrukking, en het niet gebruiken van 'beeldspraak'."
"Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan de Here" (V.22).
"Want de man is het hoofd der vrouw, GELIJK OOK CHRISTUS HET HOOFD DER GEMEENTE
IS" (V.23). "Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, GELIJK OOK CHRISTUS DE
GEMEENTE liefgehad heeft, en Zichzelf voor haar heeft overgegeven" (V.25). "Want
niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het,
GELIJKERWIJS OOK DE HERE DE GEMEENTE" (V.29).
Zo wenst ook de apostel door het gebruik van een vergelijking inplaats
van een beeldspraak, de gelijkenis tussen de relatie van het huwelijk, en van Christus en
Zijn Gemeente, aan te tonen. Paulus wijst op de liefdes-relatie om aan te geven dat,
"gelijk Christus de Gemeente liefhad", mannen hun vrouwen zullen liefhebben. Op
dezelfde wijze zullen de vrouwen de Gemeente respecteren door zich aan hun eigen mannen te
onderwerpen. Nergens in het onderwerpelijke Schriftgedeelte gebruikt de apostel de
beeldspraak van een bruid. In feite, juist het tegenovergestelde is waar: "...en Hij
is de Behouder van het LICHAAM" (v.23). "Want wij zijn leden van Zijn LICHAAM,
van Zijn vlees en van Zijn benen" (V.30).
"Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb
ulieden toebereid, om u ALS EEN REINE MAAGD AAN EEN MAN VOOR TE STELLEN, NAMELIJK
CHRISTUS" (2 Cor.11:2).
Voorzover de Corinthiërs een neiging hadden om zorgeloos te leven,
gebruikt de apostel opnieuw de liefdes-relatie om de belangrijkheid aan te tonen van het
uitleven van goddelijk leven in Christus Jezus. Huwelijken zijn gebouwd op vertrouwen,
trouw, zuiverheid van hart en leven. Paulus daagde de Corinthiërs uit om trouw te zijn
aan degene die hen in Zijn genade geroepen had. Wij willen hier aan toevoegen dat waar de
apostel het voornaamwoord "u" in deze contekst gebruikt, het zou kunnen schijnen
dat hij alleen deze plaatselijke vergadering van gelovigen aanspreekt, en niet het gehele
Lichaam van Christus. Paulus had deze gemeente gevestigd en had uiteraard een goddelijke
jalousie voor hen als hun geestelijke vader. Natuurlijk doen wij er goed aan om de aan-
wijzingen van de apostel op te volgen, willen wij niet in de voetstappen van de
Corinthiërs geraken.
Het is onze vaste overtuiging dat het Lichaam van Christus niet de
Bruid van het Lam is. Wij geloven dat anders leren betekent een waarheid van het (aardse)
koninkrijk binnen het Lichaam van Christus brengen, waar dit niet alleen niet thuis hoort,
maar een geforceerde interpretatie is. Moge God in Zijn genade ons geven een Bereaanse
geest om te onderzoeken en te zien of deze dingen zo zijn. Zegt u hierop AMEN!?
**************