|
PROFETIE EN GEHEIMENIS
Door: C.R. Stam
DE BELANGRIJKSTE INDELING VAN DE BIJBEL
De gedachte dat de belangrijkste indeling van de Bijbel is die tussen
het Oude- en Nieuwe Testament, wordt dikwijls als volgt uitgedrukt: "Het Oude
Testament is voor de Joden; het Nieuwe Testament is voor ons." Dit is niet helemaal
juist. Ten eerste geven de titels Oude-en Nieuwe Testament geen goede beschrijving van de
inhoud van de twee Bijbeldelen.
Het verbond van de wet, (later genoemd het oude verbond, of testament),
werd niet eerder gesloten dan ongeveer 2500 jaren na de schepping van de eerste mens.
Ongeveer 1500 v.Chr., "Is de wet door Mozes gegeven" (Joh. 1:17, Exodus 19 en
20). Verder weten wij over deze tijdsperiode dat: "van Adam tot Mozes er geen wet
was" (Rom. 5:13,14). De wet was nog niet gegeven.
Dit houdt in dat er in het boek Genesis geen enkel woord te vinden is
over het Oude Testament. Zelfs het volk Israël wordt niet eerder volk genoemd dan bij de
uittocht uit Egypte (zie het boek Exodus). Indien dan het Oude Testament voor de Joden is,
en het Nieuwe Testament voor ons, voor wie is dan het boek Genesis geschreven?
Het Nieuwe Testament ontstond na de dood van Christus: "...Hij is
de Middelaar van het Nieuwe Testament (Verbond), opdat, de dood daartussen gekomen zijnde,
tot verzoening ...degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen
zouden" (Heb. 9:15).
In het licht van de komende kruisiging, zei onze Here tegen Zijn
discipelen: "Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, dat voor u
vergoten wordt." (Luk. 22:20).
Dit betekent dat het grootste gedeelte van de zgn. vier evangelieën
meer slaat op het Oude Testament, dan op de geschiedenis van het Nieuwe Testament. En dat
onze Here en Zijn discipelen leefden onder het Oude Verbond en niet onder het Nieuwe */
Merk op, dat zowel het Oude- als het Nieuwe Testament, uitsluitend
werden gesloten met het volk Israël. (uiteraad heeft dit ook invloed op ons). Het Nieuwe
Testament belooft dat Israël op zekere dag, zal gehoorzamen aan wat in het Oude Testament
staat geschreven. (Deut. 5:1-3, Jer. 31:31). De belangrijkste indeling in de Bijbel is dan
niet, die tussen het zogenaamde Oude- en Nieuwe Testament. Maar die tussen profetie en
geheimenis, zoals verkondigd door de apostel Paulus.
Juist in de openingswoorden van de Bijbel staat: "In den beginne
schiep God de hemel en de aarde". Er staat niet dat Hij het heelal schiep, maar de
hemel en de aarde. God heeft een doel met de aarde en een doel met de hemel. Het
profetisch plan spreekt over Gods doel met de aarde en het regeren van Christus daarover
(II Petr. 1:16-19). Het geheimenis spreekt over Gods doel met de hemel en onze ontmoeting
daar met Christus, (Ef. 2:4-10, 3:1-4). Dit zijn in het kort de twee belangrijke
onderwerpen die we in de Bijbel kunnen onderscheiden.
Met betrekking tot het Koninkrijk op aarde, zegt Zacharias: "Geloofd
zij de Here, de God Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht voor
Zijn volk; "En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht in het huis van David,
Zijn knecht; "GELIJK HIJ GESPROKEN HEEFT DOOR DE MOND VAN ZIJN HEILIGE PROFETEN, DIE
VAN HET BEGIN DER WERELD GEWEEST ZIJN;" (Luk. 1:68-70).
Op het Pinksterfeest sprak Petrus over het afwezig zijn van Christus en
de tekenen van Zijn wederkomst. Hij zei vervolgens: "Die de hemel moet ontvangen tot
de tijden der wederoprichting aller dingen, DIE GOD GESPROKEN HEEFT DOOR DE MOND VAN AL
ZIJN HEILIGE PROFETEN VAN ALLE EEUW.
-------------
*/(voetnoot: Gemakshalve gebruiken we in het vervolg toch de termen
Oude- en Nieuwe Testament, zoals deze meestal worden gebruikt.
"EN OOK AL DE PROFETEN, VAN SAMUEL AAN EN DIE DAARNA GEVOLGD ZIJN,
ZOVELEN ALS ER HEBBEN GESPROKEN, DIE HEBBEN OOK DEZE DAGEN TE VOREN VERKONDIGD"
(Hand. 3:21,24).
over de gemeente "het lichaam van Christus", en haar hemelse
roeping en positie, wordt geen woord gesproken in de profetische Schriften. Dit plan hield
God geheim totdat Hij het als eerste aan de apostel Paulus openbaarde. De apostel zegt
hierover: "DE VERBORGENHEID, DIE VAN DE TIJDEN DER EEUWEN VERZWEGEN IS
GEWEEST;" (Rom. 16:25). "EEN VERBORGENHEID, DIE BEDEKT WAS, WELKE GOD TEVOREN
VERORDINEERD HEEFT TOT HEERLIJKHEID VAN ONS, EER DE WERELD WAS" (I Kor. 2:7)."IN
ANDERE EEUWEN... NIET IS BEKEND GEMAAKT" (Ef. 3:5)."DIE VAN ALLE EEUWEN
VERBORGEN IS GEWEEST IN GOD" (Ef. 3:9) "DE VERBORGENHEID, DIE VERBORGEN GEWEEST
IS VAN ALLE EEUWEN EN VAN ALLE GESLACHTEN..." (Kol. 1:26).
Er is dan ook een groot verschil tussen dat wat werd "gesproken
door de mond van alle (Gods) heilige profeten sedert de wereld begon" en dat wat werd
verborgen gehouden sedert de wereld begon."
PROFETIE EN HET MESSIAANSE KONINKRIJK
Zoals we al hebben gezien, was Gods plan om het Messiaanse Koninkrijk
op aarde te vestigen, voor de Joden ten tijde van Christus geen geheim. Het Koninkrijk op
aarde was juist het hoofdthema van de Oud - Testamentische profetieën. Enige van de
belangrijkste kenmerken zijn:
1. Het Koninkrijk wordt op aarde gevestigd: "Ik zal u geven...de
einden DER AARDE tot Uw bezitting" (Ps. 2:8). "DE AARDE zal vol zijn van de
kennis des Heren" (Jes. 11:9). "Een koning zal regeren en voorspoedig zijn, en
zal recht en gerechtigheid doen op DE AARDE" (Jer. 23:5). "Hij zal niet
verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht OP AARDE zal
hebben besteld" (Jes. 42:4).
De engelen bevestigden dit na de geboorte van Jezus door God te
prijzen: "Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede OP AARDE, in de mensen een
welbehagen!" (Luk. 2:14). Onze Here bevestigde dit ook Zelf: "Zalig zijn de
zachtmoedigen; want zij zullen HET AARDRIJK beërven" (Matt. 5:5), en heeft Zijn
discipelen geleerd om te bidden: "Uw koninkrijk KOME. Uw wil geschiede, gelijk in de
hemel alzo ook OP DE AARDE" (Matt. 6:10).
Het Koninkrijk wat Johannes de Doper, onze Here, en de twaalf
discipelen verkondigden als zijnde "nabij gekomen", was inderdaad "het
koninkrijk der hemelen" (Matt. 3:1,2; 4:17; 10:5-7), Dit Koninkrijk zou uiteindelijk
op aarde gevestigd worden. Omdat nu de vestiging van het koninkrijk werd vast gehouden, is
het in Christus Zelf in de hemel (Kol. 1:13). Het doel van het profetische plan blijft de
vestiging van het Koninkrijk op aarde (Rom. 11:25-29).
2. Het Koninkrijk zal een theocratie zijn. God Zelf zal in de persoon
van Christus regeren: "Gij zult Zijn naam heten Emmanuël; dat is overgezet zijnde:
God met ons." (Jes. 7:14, Matt. 1:23). "En men noemt Zijn naam...Sterke
God" (Jes. 9:5). "En de Here zal tot koning over de ganse aarde zijn"
(Zach. 14:9). "Koning, de Here der heerscharen" (Zach. 14:16).
3. Het centrum van het Koninkrijk zal Jeruzalem, Israëls hoofdstad,
zijn: "Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord des Heren uit Jeruzalem"
(Jes. 2:3). "...als de Here der heerscharen regeren zal op de berg Sion en te
Jeruzalem" (Jes. 24:23). "In die tijd zullen zij Jeruzalem noemen, de troon des
Heren" (Jer. 3:17). Zo zal Hij allereerst regeren over Israël (Micha 5:1). De engel
Gabriël (Luk. 1:32,33), de wijzen uit het oosten (Matt. 2:12), en de Here Zelf
bevestigden dit allen (Matt.19:28).
4. Het Koninkrijk zal zich over de gehele aarde uitbreiden: "Ja,
alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen, alle heidenen zullen Hem dienen." (Ps.
72:11). "En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle
volken, natiën en tongen eren zouden;" (Dan. 7:14). "Alzo zullen vele volken,
en machtige heidenen komen, om de Here der heerscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het
aangezicht van de Heren te smeken." (Zach. 8:22).
5. Dan zal geheel Israël behouden worden: "want zij zullen Mij
allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe" (Jer. 31:34). "Ik zal ze
verlossen...en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een
God zijn" (Ezech. 37:23). Paulus bevestigt dit o.a. in Rom. 11:26.
6. In het Koninkrijk zal Israëls lijden en verdriet voorbij zijn:
"Spreekt naar het hart van Jeruzalem...dat haar strijd vervuld is, dat haar
ongerechtigheid verzoend is," (Jes. 40:2). "...dat hun gegeven wordt sieraad
voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwde geest;"
(Jes. 61:3). "vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en
zuchting zullen wegvluchten" (Jes. 35:10).
7. Dan zal Israël een zegen worden voor alle volkeren: "En de
heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot de glans, die u is opgegaan."
(Jes. 60:3). "En het zal geschieden, zoals gij, o huis van Juda! en gij, o huis
Israëls, geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik u behoeden, en gij zult
een zegening wezen" (Zach. 8:13). "Het zal in die dagen geschieden, dat tien
mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van
een Joodse man, zeggende: Wij zullen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u
is" (Zach. 8:23). Deze beloften dateren uit de tijd van het verbond van God met
Abraham: "Ik zal uw zaad zeer vermenigvuldigen...en in uw zaad zullen gezegend worden
alle volken der aarde," (Gen. 22:17,18).
8. De regering zal gezuiverd worden: "Maar Hij zal de armen met
gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen;"
(Jes. 11:4). "Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, wat in
haar gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Here HERE gerechtigheid en lof doen
uitspruiten voor al de volken" (Jes. 61:11). "Die zal Koning zijnde regeren, en
voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde." (Jer. 23:5).
9. Oorlog en bloedvergieten zal niet meer plaatsvinden.*/
__________
*/ (voetnoot: Wanneer satan aan het einde van het duizendjarig rijk
"voor een korte tijd wordt losgelaten", zal hij velen bedriegen, en een leger
tegen Jeruzalem verzamelen. Maar voordat de soldaten beginnen te vechten, zal vuur uit de
hemel hen verslinden, en satan zal in de poel van vuur geworpen worden. (Openb. 20:7-10)).
"En men noemt Zijn naam...Vredevorst" (Jes. 9:5). "En
Hij zal richten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden
slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkels; het éne volk zal tegen het andere volk geen
zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren." (Jes. 2:4).
10. Het menselijk geslacht wordt weer gezond en de levensduur wordt
langer: "Alsdan zullen de ogen der blinden opengedaan worden, en de oren der doven
zullen geopend worden. Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong van de
stomme zal juichen" (Jes. 35:5,6).
"Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch
een oude man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd
jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden."
(Jes. 65:20).**/
11. Er is vrede in het dierenrijk: "En de wolf zal met het lam
verkeren, en de luipaard bij de geitenbok neerliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en
het mestvee tezamen, en een klein jongske zal ze drijven. De koe en de berin zullen
tezamen weiden, haar jongen zullen tezamen neerliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk
de os. En een zuigeling zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind
zal zijn hand uitsteken in de kuil van de basilisk. Men zal nergens leed doen noch
verderven op de ganse berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van de kennis des
HEREN zijn." (Jes. 11:6-9).
12. De vloek wordt uit het plantenrijk weggenomen: "De woestijn en
de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen, en zal
bloeien als een roos. Zij zal lustig bloeien...want in de woestijn zullen wateren
uitbarsten, en beken in de wildernis. En het dorre land zal tot staand water worden, en
het dorstige land tot springaders der wateren" (Jes. 35:1,2,6,7)
__________
**/(voetnoot: M.a.w. degene, die als honderdjarige sterft zal als een
kind beschouwd worden. Hij zal sterven vanwege de zonde, die in die tijd niet wordt
toegestaan.)
HET PROFETISCHE WOORD EN DE GELOVIGE VANDAAG
De gehele Bijbel is uiteraard Gods Woord, en belangrijk voor Gods
kinderen. Toch zal de student van het Woord ontdekken, dat bepaalde Schriftgedeelten meer
gericht zijn op anderen dan op zichzelf.
Neem bijvoorbeeld de opdracht van God om het Pascha te vieren. Deze
opdracht werd aan het volk Israël gegeven, tijdens de bedeling van de wet, en was dus
belangrijker voor hen, dan voor ons.
Op dezelfde wijze heeft profetie (behalve die van Paulus) direct
betrekking op Israël en de volkeren, en niet op de gemeente "het lichaam van
Christus". Interesse in het profetische woord is wel aan te bevelen, maar er is een
andere belangrijke waarheid die meer betrekking heeft op ons. Wanneer God uiteindelijk het
volk Israël (tijdelijk) terzijde stelt, zegt Hij, door de apostel Paulus:
"Het zij u dan bekend, dat de ZALIGHEID GODS TOT DE HEIDENEN
GEZONDEN IS, en dezen zullen horen." (Hand. 28:28).
Daarom zegt Paulus, geïnspireerd: "...IK SPREEK TOT U, HEIDENEN,
VOOR ZOVER IK DE APOSTEL DER HEIDENEN BEN, MAAK IK MIJN BEDIENING HEERLIJK;" (Rom.
11:13).
Omdat het profetische programma met het volk Israël, tijdelijk
terzijde gesteld is, bestaat de Gemeente, met Paulus als haar apostel, nu hoofdzakelijk
uit heidenen naar het vlees.
Daarom spreekt de apostel over "deze verborgenheid onder de
heidenen" (Kol. 1:27) en zegt tegen de gelovigen van vandaag: "Want ik wil niet,
broeders, dat u DEZE VERBORGENHEID onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), DAT
DE VERHARDING (BLINDHEID) VOOR EEN DEEL OVER ISRAEL GEKOMEN IS, TOTDAT DE VOLHEID DER
HEIDENEN ZAL INGEGAAN ZIJN" (Rom. 11:25).
Wanneer de bedeling van Gods genade beëindigd zal zijn, zal God Zijn
plan met het volk Israël weer opnemen en het profetische programma voleindigen, zoals ook
de volgende teksten weergeven: "En alzo zal GEHEEL ISRAEL ZALIG WORDEN, GELIJK
GESCHREVEN IS: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van
Jakob. EN DIT IS HUN EEN VERBOND VAN MIJ..." (Rom. 11:26,27).
Dat het profetische programma onderbroken is, is een waarheid die wij
goed in onze gedachten moeten houden. Het profetische woord is en blijft Gods woord, en is
even belangrijk als elk ander deel van de Schrift, maar het heeft betrekking op Israël en
de volkeren, en niet op de Gemeente "het lichaam van Christus".
Daarom zegt Petrus, en niet Paulus: */ "En wij hebben het
profetische woord**/ dat zeer vast is, en gij doet wel dat gij daarop acht hebt, als op
een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlicht en de morgenster
opgaat in uw harten." (II Petr. 1:19).
Het is juist Johannes, en niet Paulus, die in zijn inleiding tot het
boek Openbaringen schrijft: "Zalig is hij die leest, en zijn zij, die horen de
woorden van deze profetie, en die bewaren, hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is
nabij." (Openb. 1:3).
Natuurlijk zal eenieder die eerbiedig welk deel dan ook van het boek
Openbaringen gaat lezen en bestuderen, zegen ontvangen. Maar degenen die het boek
Openbaringen gaan lezen en gehoorzamen in de dagen van de naderende openbaring van
Christus in Zijn glorie voor het volk Israël, zullen bijzondere zegen ontvangen.
Daarom is het heel belangrijk om te weten dat, alle Schrift inderdaad
voor ons is, maar dat de brieven van Paulus onze privé-post bevatten. Paulus werd
speciaal door God gekozen als de apostel voor de heidenen, en als degene door wie het
geheimenis zou worden geopenbaard.
__________
*/(voetnoot: Wij geloven dat deze apostelen van de besnijdenis
geïnspireerd werden om in 't bijzonder te schrijven over een toekomstige tijd. Wanneer
het lichaam van Christus opgenomen is, en de tijd van de grote verdrukking begint, dan zal
Israël "verstrooid" worden (I Petr. 1:1, Jak. 1:1) en "het einde aller
dingen" zal weer "nabij" zijn (I Petr. 4:7), (I Joh. 2:19)). **/(voetnoot:
Ons spijt de weergave die luidt: "Wij achten het profetische woord (daarom) des te
vaster," m.a.w. door Petrus' persoonlijke visie van de Christus. Hoe kan er ook maar
iets het Woord van God vaster maken?)
DE OPENBARING VAN HET GEHEIMENIS
In de Bijbel lezen we over verschillende "geheimenissen",
maar één van hen is buitengewoon, nl. het geheimenis wat door openbaring aan de apostel
Paulus is bekendgemaakt.
Toen de Here Jezus, de Messias, voor 't eerst op aarde kwam, vestigde
God Zijn Koninkrijk niet onmiddellijk. Het Koninkrijk werd eerst aangekondigd als zijnde
"nabij". Deze aankondiging en het aanbod van het Koninkrijk was uiteraard
gericht tot het volk Israël. De heidenen waren reeds lang opgegeven, "omdat zij het
niet goed dachten God te erkennen" (Rom. 1:28). Maar Israël was niet beter dan de
heidenen, vooral toen zij de uit de hemel gezonden Koning gevangen namen, en aan het kruis
nagelden. Ook nadat God Hem uit de doden had opgewekt, bleven zij de opgestane en
verheerlijkte Christus trotseren. Zij voerden tevens een meedogenloze oorlog tegen
degenen, die Christus wel durfden te erkennen als hun Messias.
Wat is het jammer dat in deze bedeling van Gods genade, de kerk
overloopt van "profetische experts", terwijl er zo weinig "experts" in
"dit geheimenis onder de heidenen" zijn!
"Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de
wereld heeft Hem niet gekend. "Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem
niet aangenomen." (Joh. 1:10,11).
Dit alles geschiedde voordat Christus werkelijk zou gaan regeren. God
stond de mens toe om zijn eigen morele mislukking te uiten en te ontdekken dat de komst
van het Koninkrijk niet het resultaat is van zijn eigen inspanningen, maar van Gods genade
en kracht. De mens deed alles om de komst van het Koninkrijk te verhinderen.
Maar, "waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel
meer overvloedig geweest;" (Rom. 5:20). Toen Israël haar Messias afwees, stelde God
haar (tijdelijk) opzij, tesamen met de andere volken, opdat Hij aan al Zijn vijanden,
overal, verzoening door genade alleen, zou kunnen aanbieden, door geloof in de afgewezen
Christus. Aldus werd "de bedeling van Gods genade" ingevoegd (Ef. 3:2), zodat
zij, die gewillig waren om Gods genade te accepteren, met Hem verzoend zouden worden in
één lichaam, door het kruis (Ef. 2:16).
"WANT GOD HEEFT HEN ALLEN ONDER DE ONGEHOOR-ZAAMHEID BESLOTEN,
OPDAT HIJ HUN ALLEN BARMHARTIG ZOU ZIJN" (Rom. 11:32). "EN OPDAT HIJ DIE BEIDEN
MET GOD IN ÉÉN LICHAAM ZOU VERZOENEN DOOR HET KRUIS, DE VIJAND-SCHAP DAARAAN GEDOOD
HEBBENDE. "En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u (heidenen) die
verre waart, en hen, (Israëlieten) die nabij waren" (Ef. 2:16,17).
Wij kunnen niets hierover in de profetieën lezen. Het was een
genadegeschenk, "verborgen sinds eeuwen en generaties"; "geheim gehouden
sinds het begin van de wereld".
De belangrijkste kenmerken van dit, tot dan toe niet geopenbaarde
programma, zijn:
1. Israël wordt tijdelijk terzijde gesteld, tesamen met de heidenen:
"Israël heeft niet verkregen wat het zoekt" (Rom. 11:7). "De val van
hen" (Rom. 11:12). "Hun verwerping" (Rom. 11:15). "Door ongeloof
afgebroken" (Rom. 11:20). "Want God heeft hen allen besloten onder
ongehoorzaamheid" (Rom. 11:32).
2. Aan allen wordt dezefde genade geschonken: "Want God heeft hen
allen onder de ongehoorzaamheid besloten, OPDAT HIJ HUN ALLEN BARMHARTIG ZOU ZIJN."
(Rom. 11:32). "Want er is GEEN ONDERSCHEID, noch van Jood noch van Griek; want
EENZELFDE IS HERE VAN ALLEN, RIJK OVER ALLEN, DIE HEM AANROEPEN. Want een ieder, die de
Naam des Heren zal aanroepen, zal zalig worden." (Rom. 10:12,13). "Want er is
één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;" (I
Tim. 2:5).
3. De boodschap van het evangelie van Gods genade, door het volbrachte
werk van Christus, is zoals Paulus dat getuigt "de dienst welke ik van de Here Jezus
ontvangen heb, om te betuigen HET EVANGELIE DER GENADE GODS, die mij gegeven is aan
u" (Hand. 20:24, Ef. 3:2).
4. Gelovigen worden verzoend met God door het kruis: "Want God was
in Christus de wereld met Zichzelf VERZOENENDE" (II Kor. 5:19). "Opdat Hij die
beiden (Joden en Heidenen) met God zou VERZOENEN ...DOOR HET KRUIS" (Ef. 2:16).
"Toen wij vijanden waren, met God VERZOEND zijn DOOR DE DOOD VAN ZIJN ZOON"
(Rom. 5:10). "En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden...nu ook
VERZOEND, in het lichaam Zijns vleses, DOOR DE DOOD," (Kol. 1:21,22).
5. Joodse en heidense gelovigen worden aldus gedoopt in één lichaam:
"Opdat Hij die beiden met God in ÉÉN LICHAAM zou verzoenen door het kruis"
(Ef. 2:16). "Dat de heidenen medeërfgenamen zijn, en van HETZELFDE LICHAAM (van een
samengevoegd lichaam) en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus, door het
Evangelie" (Ef. 3:6). "ÉÉN LICHAAM is het" (Ef. 4:4). "Want ook wij
allen zijn door één Geest tot ÉÉN LICHAAM gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken"
(I Kor. 12:13). "En gij zijt HET LICHAAM VAN CHRISTUS, en leden in het
bijzonder." (I Kor. 12:27). "Alzo zijn wij velen ÉÉN LICHAAM in Christus, maar
elkeen afzonderlijk zijn wij elkanders leden" (Rom. 12:5). "Want zovelen als gij
in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is noch Jood noch
Griek...want gij allen zijt één in Christus Jezus." (Gal. 3:27,28).
6. Dit lichaam van gelovigen heeft een plaats gekregen in de hemelse
gewesten: "En (God) heeft ons mede (samen) opgewekt, en heeft ons mede (samen) gezet
in de hemel in Christus Jezus," (Ef. 2:6). "Die (God) ons gezegend heeft met
alle geestelijke zegening in de hemel in Christus." (Ef. 1:3). "Maar onze wandel
is in de hemelen" (Fil. 3:20). "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo
zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen, die boven zijn...want... uw leven is met Christus verborgen in
God." (Kol. 3:1-3).
Wat een verschil met de regering van Christus op aarde te Jeruzalem,
over Israël en de heidenen! In die tijd zal er vrede op aarde zijn, en Israël zal als
volk behouden worden. Er zullen geen oorlogen en ziekten meer zijn. Het dierenrijk zal
getemd worden, en tenslotte zal de vloek van het plantenrijk weggenomen worden.
Wat is het jammer, dat deze belangrijke verschillen tussen profetie en
geheimenis, niet door velen worden waargenomen!
GOD OP ZIJN WOORD GELOVEN
Vanwege het niet erkennen van het geheimenis: "het Lichaam van
Christus", hebben sommigen verondersteld dat het nodig is om sommige Bijbelse
profetieën aan de huidige situatie van Israël, en de kerk van deze tijd aan te passen.
Men zag aan de ene kant dat de vervulling van profetie na de kruisiging van Christus
ophield, terwijl er nog veel profetieën vervuld moesten worden.
Daarom veronderstelden zij dat God iets anders bedoelde toen Hij zei
dat Christus, als Koning van Israël, op de troon van David in Jeruzalem zou regeren.
Zij zijn van mening, dat deze dingen een "geestelijke"
bedoeling hadden, en kwamen tot de conclusie dat Christus nu op "Davids troon"
aan Gods rechterhand zit. Zij hebben daarmee het aardse Jeruzalem met "het Jeruzalem
dat van boven is" verward. Zij hebben ook andere conclusies getrokken, o.a. dat de
kerk van vandaag het "geestelijke" Israël is, en dat de hemel Kanaän zou zijn.
In werkelijkheid is deze benadering van de Schrift helemaal niet
geestelijk. Het is juist vleselijk; en niet geestelijk om God niet op Zijn Woord te
geloven, en de moeilijkheden zomaar weg te redeneren, door wat duidelijk geschreven staat
te veranderen...
Wij wijzen deze uitleg af omdat:
1. Het ons overlevert aan de genade van theologen. Als de Schriften
iets anders bedoelen dan wat er staat, wie heeft de authoriteit om te beslissen wat zij
bedoelen? Als theologen deze authoriteit hebben, dan moeten we de leer van Rome
accepteren, dat de Kerk en niet de Bijbel, de belangrijkste authoriteit is. Het zal dan
niet langer voldoende zijn om zich tot de Schriften te wenden, ten einde verlicht te
worden, want het Woord van God bedoelt niet wat het zegt, en alleen opgeleide theologen
kunnen ons vertellen wat wordt bedoeld.
2. Het tast Gods waarachtigheid aan. Het is zelfs een bedreiging van
Zijn eer. Als het onmogelijk is om op de zichtbare, natuurlijke bedoeling van de
Oud-Testamentische beloften te steunen, hoe kunnen we dan op enige andere belofte van God
vertrouwen? Wanneer Hij zegt: "Hij die de naam van de Heer aanroept zal behouden
worden", bedoelt God hier dan ook wat anders? Dit is ondenkbaar bij God, omdat het
alleen maar juist is, dat degene aan wie iets beloofd is, ook een goed begrip heeft van de
belofte, en dat men ook het recht heeft aanspraak te maken precies op datgene wat beloofd
is. Een klein kind zal zeggen: "Indien God niet meent wat Hij zegt, waarom zegt Hij
dan niet wat Hij meent"?
3. Het draagt bij tot afvalligheid. Dit is inderdaad de kern van
afvalligheid. Wanneer Luk. 1:32.33 wordt "vergeestelijkt", dan stemt de
modernist daar van harte mee in. Hij stemt erin toe dat de troon van David en het huis
Israëls in dit gedeelte moet worden beschouwd in "geestelijke zin" -en zo ook
de volgende paar verzen! Werd Christus werkelijk uit de maagd Maria geboren? Of is het
alleen maar een geestelijk beeld om ons van Zijn bijzondere persoonlijkheid te overtuigen?
Op dezelfde wijze ontkent de modernist de wederopstanding. In verband
met Hand. 2:30-32 wordt geargumenteerd dat omdat het bezetten van de troon van David door
Christus niet werkelijk heeft plaatsgevonden, zo is Hij ook niet werkelijk uit de dood
opgestaan! De Schriften die dit zeggen dienen "geestelijk" te worden
geïnterpreteerd!
En dan komt er iemand naar u toe van de zgn. "Jehova's
getuigen" en zegt dat hij behoort tot de 144.000. Als u dan aan hem vraagt "tot
welke stam behoort u?", dan zal hij uitleggen dat in de profetie van de 144.000 niet
de lichamelijke, maar "geestelijke" Israëlieten worden bedoeld. Toch wordt ons
duidelijk verteld dat er 12.000 van iedere stam zullen zijn, en de stammen worden ook
genoemd!
Rome gebruikt dezelfde redenering. Zij tracht het Koninkrijk van
Christus op aarde te verwezenlijken! Omdat de Kerk van Rome een werkelijk politiek systeem
is, met een staat en een heerser op aarde, lijkt het alsof zij op een letterlijke
interpretatie van profetie steunt. Maar dit is niet zo, omdat de Kerk van Rome niet
werkelijk Israël is, Rome niet Jeruzalem, en Christus niet Zelf regeert.
Degenen die de profetische geschriften "vergeestelijken",
doen dit, omdat zij niet de (schijnbare) stilstand van hun in vervulling gaan zien. Hun
probleem zou opgelost zijn, wanneer zij het geheimenis erkennen. Erken het geheimenis, en
er zal geen behoefte zijn om profetie te veranderen.
HET BELANG VAN HET GEHEIMENIS
VOOR ONS
Laat ons, voordat deze grote waarheid verder wordt beschouwd, kennis
nemen van het grote belang hiervan voor ons. Wij zeggen voor ons, omdat Paulus in 't
bijzonder met deze openbaring, tot de heidenen werd gezonden (Ef. 3:1-3).
1. God heeft het bekendgemaakt: "ONS BEKEND GEMAAKT HEBBENDE DE
VERBORGENHEID VAN ZIJN WIL" (Ef. 1:9).
2. Het is Zijn wil dat allen het zullen zien: "EN ALLEN TE
VERLICHTEN, DAT ZIJ MOGEN VERSTAAN, WAT DE GEMEENSCHAP (Gr.oikonomia, BEDELING) DER
VERBORGENHEID (GEHEIMENIS) IS" (Ef. 3:9).
3. Paulus vroeg gebeden voor open deuren om het bekend te maken:
"Biddende...DAT GOD ONS DE DEUR VAN HET WOORD OPENE OM TE SPREKEN VAN DE
VERBORGENHEID VAN CHRISTUS" (Kol. 4:3).
4. Hij vroeg gebeden voor een open mond en vrijmoedigheid: "EN
VOOR MIJ, OPDAT HET WOORD GEGEVEN WORDE IN DE OPENING VAN MIJN MOND MET VRIJMOEDIGHEID, OM
DE VERBORGENHEID VAN HET EVANGELIE BEKEND TE MAKEN" (Ef. 6:19).
5. Kennis ervan bevat geestelijke bemoediging en verlichting:
"OPDAT HUN HARTEN VERTROOST (BEMOEDIGD) MOGEN WORDEN...TOT ALLE RIJKDOM DER VOLLE
ZEKERDHEID DES VERSTANDS, TOT KENNIS (Gr. epignosis, VOLLE KENNIS) DER VERBORGENHEID"
(Kol. 2:2).
6. Gelovigen worden erdoor bevestigd: "HEM NU, DIE MACHTIG IS U TE
BEVESTIGEN, NAAR MIJN EVANGELIE EN DE PREDIKING VAN JEZUS CHRISTUS, NAAR DE OPENBARING DER
VERBORGENHEID" (Rom.16:25).
7. Verkondigd tot gehoorzaamheid uit het geloof: "MAAR NU
GEOPENBAARD IS, EN DOOR DE PROFETISCHE SCHRIFTEN*/ ...TOT GEHOORZAAMHEID DES GELOOFS,
ONDER AL DE HEIDENEN BEKEND IS GEMAAKT" (Rom.16:26).
|