Het is belangrijk, te begrijpen waar verdrukkingen vandaan komen en
waarom zij ruimte vinden in onze levens. Het probleem kan zijn, een schijnbare zegen of
een schijnbare bedreiging. Wat ook de moeilijkheid zij - moeite of voorspoed, armoede of
overvloed, of we tekort komen of teveel hebben, - we moeten leren zuiver te reageren. Als
ons dat overkomt, is begrip van de ware bron waaruit zij voortkomen essentieel.
Er zijn oorspronkelijk drie bronnen waaruit zij voortkomen. Over deze
dingen dienen we duidelijk te zijn om tot kennis hierover in dit belangrijk levensgebied
te komen. Allereerst echter dienen we een grondwaarheid te stellen: "U HEEFT GEEN
BOVENMENSELIJKE VERZOEKING TE DOORSTAAN..." (1 Cor.10:13). Denk hierover eens na. Er
komt in ons leven geen moeite dan die welke "voor ieder mens gewoon is". Dan
weten wij iets: er bestaan geen "speciale beproevingen" die van God uitgaan in
ons leven. God heeft ons niet afgezonderd voor een of andere speciale beproeving [of
bestraffing] om ons een les te lezen of te leren, die we niet leren dan nadat Hij deze
dingen ons heeft aangedaan.
Omdat het idee van "speciale beproeving" dikwijls gebruikt
wordt om gelovigen "speciaal" God te laten voelen temidden van de beproevingen,
is de Bijbel zeer duidelijk dat dit eenvoudig niet juist is. Wij zijn zeer
"bijzonder" voor God, en dit feit is overvloedig en daadwerkelijk bewezen op
Golgotha. Herlees Rom.5:8 en zie waar God Zijn grote liefde voor ons bewees. Hij wijst op
het kruis van Christus - niet op onze moeiten - als bewijs van Zijn liefde en zorg voor
ons. Wanneer wij de problemen die op ons afkomen beschouwen, moeten we ons te binnen
brengen dat God zegt, dat wat in ons leven plaats vindt, het gewone lot is van alle
mensheid. Wat tans gebeurt, is ontelbare anderen overkomen en dit geschiedt nog steeds.
Een ander punt is: We hebben allen ervaren dat het phenomeen van moeite
er de oorzaak van is, dat vanuit onze optiek de dingen werkelijk groot zijn. Als we een
heel goede tijd hebben, gaat de tijd vlug. Aan de andere kant, als we problemen hebben,
schijnt de tijd langzaam te gaan. Moeite heeft het effect van verergering der
gebeurtenissen en het groter schijnen van de dingen, - en maakt dan dat het accepteren
ervan langzaam gaat.
Dit kan een voordeel zijn. Als we de gezonde leer in ons denken hebben
opgenomen, wordt die leer ook bevestigd! Als we dus in ons hart begrip voor de bron van
moeite inbrengen, en hoe we zijn toegerust om daarmee om te gaan op een manier die
opbouwt, dan is die kennis ook versterkt, wanneer de moeite op ons afkomt. Dan verandert
datgene wat het menselijk oog ziet als destructief, in iets wat productief wordt. Dan, "...BEWERKT
ONZE LICHTE VERDRUKKING DIE ZEER SPOEDIG VOORBIJGAAT VOOR ONS EEN ALLES VERRE TE BOVEN
GAAND EEUWIG GEWICHT VAN HEERLIJKHEID" (2 Cor.4:17). Met dit in gedachten, laat
ons kort aandacht schenken aan de drie bronnen van moeiten in ons leven.
EEN GEVALLEN SCHEPPING
Rom.8:19-22 geeft inzicht in iets wat wij door eigen ervaring weten
juist te zijn: Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring van de
kinderen Gods. Want het schepsel is aan de ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om
hem, die het aan de ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal
vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid
van de kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel tesamen zucht, en tesamen als
in barensnood is tot nu toe".
De geschiedenis van de schepping kan in drie delen naar voren worden
gebracht: ten eerste zei God, dat zij goed was. Daarna, door de val van de mens,
vervloekte Hij haar en sindsdien zucht zij. Op een dag zal zij stralend zijn, wanneer zij
bevrijd is geworden van de binding aan vergankelijkheid door de terugkeer van Jezus
Christus. Wij leven nog voortdurend in de zuchtende staat. Wij weten door ervaring dat
"de hele schepping zucht en in barensnood is tot nu toe." En wat nu met de
aanspraak die gemaakt wordt door sommigen dat gelovigen uitgezonderd zijn van dit algemene
lot der schepping? Paulus geeft antwoord in het volgende vers in Rom.8: "En niet
alleen zij, maar ook wijzelf, [wij] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten
bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam"
(Rom.8:23).
Verre van te zijn uitgezonderd van de "pijn en smart" van het
leven in een gevallen schepping, zuchten wij, "die de eerstelingen van de Geest
hebben", bij onszelf. En waar wachten wij op? Een bevrijding van pijn en lijden
wanneer we op de juiste wijze aanspraak maken? Nee! Wij hebben iets veel beters. Wij zien
dat het heilbrengend programma van onze "vernederde lichamen" is, "de
aanneming" - de "verlossing van ons lichaam". Het zal zijn door de opname
dat het heilsprogramma voor het Lichaam van Christus zal zijn voltooid. Dan is het dat
onze Redder: "...ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt
aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan
onderwerpen" (Phil.3:21).
Tans leven we in een gevallen schepping, een schepping vervloekt door
zonde. Dit verklaart waarom, zoals het lied zegt, "Ach, wij vinden waar wij staren,
niets bestendig hier beneên". De oorzaak van vergankelijkheid en dood in de wereld
is de zonde. De wereld wordt in "de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid"
gehouden, vanwege de zonde van de mens. Dit is de reden van alle rampen en onverklaarbare
verschrikkingen rondom ons
Er zijn vele dingen die eenvoudig gebeuren omdat wij in een wereld
leven die vervloekt is tot vergankelijkheid vanwege de zonde. Vanwege dit feit, en
gebaseerd op Rom.8:22,23, kunnen we een voorspelling doen: Indien de Here vertoeft, zullen
we ziek worden, pijn lijden en eventueel sterven. Waarom? Omdat God ons niet liefheeft of
ons bestwil niet op het oog heeft? Verre van dat. Eerder is dit het gewone lot van de
gehele schepping "tot" Christus weerkomt om de schepping te bevrijden tot de
glorie van Zijn Koninkrijk.
Let op Paulus' uitleg, dat dit zuchten er is "tot nu toe". De
tijd dat "verdriet en zuchten zullen vlieden" en de schepping bevrijd is tot
"de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods" zal zijn in de regering van
Christus' koninkrijk (Zie Jes.35). Opdat de tegenwoordige bedeling van genade kan worden
verlengd, moet Hij die dag der bevrijding uitstellen.
Zo gaan wij door met te leven in een door zonde vervloekte wereld, niet
omdat God ons niet liefheeft, maar omdat Zijn doel met de bedelingen zullen worden
uitgevoerd. Omdat Hij doorgaat met Zijn genade uit te breiden over een smachtende wereld,
zullen wij problemen hebben en uiteindelijk worden bezocht door ziekten en dood. Maar die
genade heeft onze krankheden hervormd in "lichte verdrukking" die "voor ons
een een uitermate uitnemend eeuwig gewicht van heerlijkheid bewerkt."
VERKEERDE KEUZES
Een tweede reden waarom we problemen op onze weg ervaren, is het
eenvoudig feit dat wij - en anderen - dikwijls verkeerde keuzes maken. De meesten van ons
denken dat we dat niet doen - maar ook wij doen het! En onze keuzes hebben gevolgen. God
wordt dikwijls beschuldigd van boze dingen die mensen overkomen, terwijl het een feit is,
dat wij onafscheidelijk gedreven worden om dingen op onze eigen manier te doen. Spr.14:12
geeft de gevolgen als volgt: "Er is een weg die iemand recht schijnt, maar het einde
van deze is de dood."
Maar waarom stopt God deze ongelukken niet, die veroorzaakt worden door
onze eigen verkeerde keuzes? Wel, hoe zouden wij Hem dit willen laten doen? Zou Hij ieder
moeten doden, want "allen hebben gezondigd"? Zou Hij de vrije wil van de mens
moeten afnemen - ons tot niet meer dan automaten maken? God laat toe dat verkeerde dingen
gebeuren, omdat Hij toestaat dat de vrije wil geoefend wordt. De enige optie voor mensen
is dan om robots te zijn - die natuurlijk Zijn doel om ons te maken naar Zijn gelijkenis
en beeld, zou voorkomen. Er zijn allerlei zwarigheden naar voren gekomen door het
uitoefenen van vrije wil. Het feit is dat wij te dikwijls verkeerde keuzes doen!
Gal.6:7,8 maakt onze verantwoordelijkheid voor onze keuzes heel
duidelijk: "Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten. Want wat de mens zaait, dat
zal hij ook maaien. "Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf
maaien; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven maaien."
Vriend, niemand zal God bespotten. "Een dwaas zal de schuld
[zonde] verbloemen" zo zegt de Bijbel (Spr.14:9). Te denken dat we in zonde kunnen
leven, onszelf kunnen behagen, ontkennen wat Gods Woord zegt, en geen gevolgen daarvan
vrezen, is inderdaad de dwaas spelen. De zonde zal je altijd pakken. De wet van de oogst
is altijd dezelfde: We maaien wat we zaaien. Het Woord van God verklaart, "gij zult
uw zonden gewaar worden, als zij u vinden zal!" (Num.32:23) want "die ondeugd
ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve" (Job.4:8).
"Hij die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf
maaien." En dit wordt geschreven aan gelovigen - niet aan verlorenen. Het blote
levensfeit is, dat wanneer we in ons ik-leven zaaien, onze levens uit elkaar zullen
vallen, rondom ons desintegreren in tragedies en moeiten. Als we onder ogen zien wat er
werkelijk gebeurde, zullen we moeten toegeven dat er veel problemen zijn in ons leven die
veroorzaakt werden door verkeerde keuzes - zondig, niet voldoende geinformeerd, slechte
beslissingen. Of ze nu gemaakt zijn door ons of door anderen, zij zijn er, en door Gods
genade kunnen we ze eerlijk onder ogen zien, zaken recht trekken, en doorgaan met te
"wandelen in wijsheid".
GOED LEVEN
Een derde bron van moeite is iets meer heilzaam dan de vorigen, maar
niet minder reëel. "Trouwens, allen die in Christus Jezus godvruchtig willen
leven, zullen vervolgd worden" (2 Tim.3:12).
Wanneer we "godvruchtig in Christus Jezus" wensen te leven,
dienen we ons te herinneren dat deze wereld geen vriend is van genade. We zullen ontdekken
dat de wereld er net zo min van houdt dat Christus in ons woont, als dat zij Hem hier in
levende lijve hebben liefgehad. Wij kunnen doorgaan met in de wereld deel te hebben aan
een baan, in onze woonbuurt, tijdens vacantie en recreatieve activiteiten, etc. - zolang
dit ons leven is. Maar zodra Christus in ons begint te leven, gaat diezelfde wereld op Hem
reageren op dezelfde manier als toen Hij hier was, - en herinner u, zij haatten Hem
"zonder oorzaak".
Wij spreken niet over religie of eenvoudig "goede werken"
doen. Wij spreken over het hebben van Christus, Die in ons en door ons leeft. Als wij
beginnen te begrijpen hoe God ons in Christus gemaakt heeft en Zijn leven in ons toelaten
om - Zijn gedrag en Zijn werken - tot uitdrukking te doen komen in ons leven, zullen wij
"moeiten lijden". Col.1:24 is daarvan een illustratie in het leven van Paulus:
"Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u, en vervul in mijn vlees wat nog overblijft
van de verdrukkingen van Christus voor Zijn Lichaam, dat is de Gemeente.
EEN ZUIVERE REAKTIE
Moeite vindt zijn weg in onze levens. "Maar de mens wordt tot
moeite geboren, gelijk de vonken omhoog vliegen" (Job 5:7). Hoewel wij hopen dat de
meeste van onze moeiten voortkomen uit deze derde reden, komen doen ze toch. En wij dienen
erop te zijn voorbereid - wij dienen te "weten wat verdrukking uitwerkt" voor
ons. Genade bevrijdt ons door te realiseren dat onze moeiten niet het gevolg zijn van Gods
straf, maar eerder gebruikt kunnen worden als een contekst voor Zijn genade om ons te
oefenen en ons te trainen om door geloof te wandelen. Paulus herinnert ons eraan dat:
"God is getrouw, Die niet zal gedogen dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij
zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt" (1
Cor.10:13).
Allerlei soorten ongemakken komen ons leven binnen en hiermee is God
getrouw: Hij verlangt dat wij vertrouwen in Zijn voorziening voor ons in Christus, en Hem
toelaten ons te oefenen om onze gezindheid te veranderen door de gehoorzaamheid, gewerkt
door genade. Het gaat er niet om te worden "bevrijd" van onze problemen; de zaak
is, in staat te zijn "te verdragen" - gesterkt "tot alle geduld en
lankmoedigheid met blijdschap".
Hoe anders zou God er voor kunnen zorgen om aan de moeite te
"ontkomen", dan door ons in staat te stellen deze te "verdragen"?
Ogenschijnlijk zijn wij niet bevrijd van het probleem in de zin van de moeilijkheid
weggenomen. Eerder maakt God de moeite nuttig, door ons toe te rusten om ermee om te gaan
op een juiste manier, zodat we sterker groeien in de inwendige mens. Onze
"verdrukking" wordt de contekst waarin wij door geloof de gezonde leer van Gods
genade toepassen. Zo brengt verdrukking geduld voort - verbonden met Gods waarheid zelfs
onder grote verdrukking - die ervaring voortbrengt, praktisch verstand in het toepassen
van het Woord naar de levensomstandigheden - hetgeen hoop voortbrengt - en "de hoop
maakt niet beschaamd." Zo worden vertrouwen en volwassenheid in onze levens gevormd,
als wij wandelen door geloof. Dit alles rust ons uit tot meer effectieve dienst. 2 Cor.1:4
vertelt ons van "de God van alle vertroosting":
"Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij hen kunnen
vertroosten die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting, waarmee wijzelf door
God vertroost worden."
Er is weinig praktische waarde in het hebben van de gezonde leer in ons
hart als we nimmer door enig probleem gaan dat de oorzaak is van ons op die waarheid
gedrukt worden, en ons leven verder gebracht heeft tot Gods verheerlijking. Zo is het ook,
dat problemen niet bedoelen ons te vernietigen - zij zijn niet een poging van God om ons
te straffen of om in balans te komen met ons wegens onze zonden en fouten; Hij heeft reeds
afgerekend met onze zonden op Golgotha. Eerder bieden zij ons een gelegenheid om Gods
waarheid te bezitten en het leven van Christus voort te brengen door onze vleselijke
lichamen, tot Zijn glorie, wanneer moeite komt. Laat ons wandelen door geloof in de
rijkdommen van Gods genade in Christus!
^^^^^^^^^^^^^^^^