De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

WANNEER MOEITEN OP ONS AFKOMEN

Door R. Jordan

Hoofdstuk 5 van de Romeinenbrief begint met het woord "wij dan". Meestal wordt het woord "daarvoor", en ook "Wij dan" gebruikt in de zin van "met dat doel". Hier is het geen uitzondering, want het opent de deur van het verleden naar de wonderbare en heerlijke toekomst die ons wordt geschonken in Christus. "Wij dan gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, "door Wie wij ook de toegang hebben verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en roemen [ons verheugen] in de hoop van de heerlijkheid Gods (Rom.5:1,2).

 Let op de zinsbouw "gerechtvaardigd...hebben". Het is omdat wij in Christus zijn, dat we wonderbare voorrechten bezitten. In Christus hebben we een nieuwe identiteit, een nieuwe staat die ons voorziet van een volle garve van geestelijke zegeningen: rechtvaardiging, vrede met God, toegang tot de genade, de hoop van de heerlijkheid van God, - om er maar eens een paar te noemen. Om aan te tonen dat deze zegeningen meer zijn dan theologische welsprekendheid zonder toepassing op de dagelijkse dingen in ons leven, gaat Paulus door met te verklaren: "En niet alleen hierin, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, ...dat de verdrukking volharding uitwerkt, "en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop; "en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de heilige Geest, die ons gegeven is" (V.3-5).Omdat ons eeuwig leven gegeven is, kijken wij nu reeds uit naar de heerlijkheden - wij "verheugen ons in de hoop van de heerlijkheid van God". Maar dit is niet "een toekomstig groot feest in de hemel". Nee. Wij hebben het eeuwig leven als een huidig bezit - wij behoeven niet te wachten tot we sterven om dit te ontvangen. Het is nu een werkelijkheid in ons leven en stelt ons in staat om ook "in verdrukkingen te glorieëren". Met andere woorden, het leven dat wij nu in Christus hebben werkt precies eender in "deze boze tijd".

In Christus hebben we deel gekregen aan een volledig programma van overwinning. Wij zijn meer dan overwinnaars door Hem, Doe ons liefheeft" (Rom.8:37), en zijn herschapen om altijd "in Christus te triomferen" (2 Cor.2:14). Dit is de werkelijkheid van onze nieuwe staat in Christus. Toch zien we dikwijls veel teveel om ons heen en vragen ons dan af of dit programma van overwinning wel echt in ons leven is binnen gekomen; is het in ons leven reeds binnen gedrongen?

Wij dienen te begrijpen dat het overwinningsprogramma waarvan de leden van het Lichaam van Christus deel uit maken, niet het programma van het vroegere Pinksteren is. Ons programma is niet het bevrijdingsprogramma dat God aan het volk Israel in het verleden aanbood, ook is het niet het programma dat Hij met Israel heeft, wanneer Christus terugkomt om Zijn gezag op deze planeet te herstellen door het aan dit uitverkoren volk beloofde koninkrijk.

In dat langverwachte koninkrijk zal God Zijn uitverkoren volk bevrijden van hun vijanden, en hen bevestigen in hun land. Jeruzalem zal "de stad van de Grote Koning" zijn (Matt.5:35) en de hele "Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid van de kinderen Gods.(Rom.8:21).

De bevrijding die Israel verwacht in haar koninkrijk,-en door haar, de wereld, is niet dezelfde bediening en overwinning die God heeft voor de leden van het Lichaam van Christus. Als we het Woord van God op dit punt niet recht snijden, zullen we in wanhoop gebracht worden. Gods Woord wordt dan eerder een last dan een zegen, waartoe het toch bestemd is. Het werkt werkelijk destructief inplaats van constructief in ons leven, omdat we proberen op die beloften en zegeningen aanspraak te maken, die God nooit aan ons beloofd heeft.

De oude zegswijze, "alle beloften in het Boek zijn voor mij", is eenvoudig niet waar. Om ons leven op zo'n onschriftuurlijk standpunt te baseren is niet alleen verkeerd, het is absoluut gevaarlijk. Niet één van ons - noch allen samen - zullen ooit in staat zijn om de Almachtige God iets te laten doen wat Hij niet beloofd heeft te zullen doen. Om op beloften aanspraak te maken die Hij anderen heeft toegezegd, betekent ontmoediging, teleurstelling en verdriet in ons leven binnenhalen. Neem voor uzelf de proef: kijk naar Gal.5:22,23, waar Paulus de "vrucht van de Geest" binnen de bedeling van genade opsomt. Het leven dat van de Geest van God komt, brengt vrucht voort in de gelovige:"Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Let op dat er geen "bevrijding" in de lijst voorkomt. Er staat niet "Ik zal u van uw problemen afhelpen"; geen "Ik zal een wonder doen, zodat u geen moeilijkheden meer zult hebben in uw leven". Niets daarvan! In feite, staat er het tegenovergestelde.

Een aspect van de vrucht van de Geest is "lankmoedigheid" - het vermogen om te verdragen, "lang moedig zijn in het dragen van lijden". In de huidige bedeling doet God geen belofte voor wonderlijke verdwijning van onze problemen. Er bestaat geen belofte dat Hij de omstandigheden zo zal manipuleren dat de zaken voor ons gemakkelijker worden. Eerder is Zijn belofte, dat wij "versterkt worden door de Geest in de inwendige mens" (Eph.3:16) en dan in staat worden gesteld, om te gaan met elke bijzondere gebeurtenis in ons leven. Geduld en verdraagzaamheid zijn kenmerken van de bekrachtiging onder genade. Col.1:11 stelt het zo: "Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap"

Er staat niet, "gesterkt met kracht tot wonderen, tekenen en machtige bevrijdingen." Wij zouden de hele dag door kunnen gaan met het citeren van verzen over de bevrijdende kracht van God, en hoe Hij aan Israel dingen beloofd heeft binnen het programma met haar. Maar wat God belooft aan de leden van het Lichaam is geheel anders. Onze beloften zijn net zo reëel, even dynamisch, even overwinnend - zij zijn alleen anders. Wanneer we de teksten uit de Bijbel aanhalen die niet op ons slaan, die niet over ons gaan; wanneer we de post beginnen te lezen van iemand anders en aanspraak maken op de beloften aan iemand anders, plegen we dan geen geestelijke diefstal? De betere koers - de zuivere koers - zou eenvoudig zijn, te nemen wat God ons gegeven heeft in Christus, en laat dat in ons leven werkelijkheid zijn.

Wanneer nu Paulus zegt dat wij "ook in verdrukkingen roemen" kunnen, komt dit doordat wij enkele dingen weten - "wetende dat verdrukking geduld bewerkt". Verdrukkingen - de moeiten, spanningen en narigheden die op onze weg komen - zijn werkelijk in ons leven productief. Als we "toegang hebben door geloof tot genade waarin we staan", worden de levensproblemen eerder productief - dan destructief - door het verschaffen van een contekst voor onze geestelijke groei en volwassenheid in de toepassing van genade in de details van ons leven. Zo worden deze geestelijke eigenschappen actieve werkelijkheden in onze levens, wanneer we problemen tegemoet gaan door geloof in Gods voorzieningen voor ons in Christus.

DE WARE BRON VAN MOEITE

Het is belangrijk, te begrijpen waar verdrukkingen vandaan komen en waarom zij ruimte vinden in onze levens. Het probleem kan zijn, een schijnbare zegen of een schijnbare bedreiging. Wat ook de moeilijkheid zij - moeite of voorspoed, armoede of overvloed, of we tekort komen of teveel hebben, - we moeten leren zuiver te reageren. Als ons dat overkomt, is begrip van de ware bron waaruit zij voortkomen essentieel.

Er zijn oorspronkelijk drie bronnen waaruit zij voortkomen. Over deze dingen dienen we duidelijk te zijn om tot kennis hierover in dit belangrijk levensgebied te komen. Allereerst echter dienen we een grondwaarheid te stellen: "U HEEFT GEEN BOVENMENSELIJKE VERZOEKING TE DOORSTAAN..." (1 Cor.10:13). Denk hierover eens na. Er komt in ons leven geen moeite dan die welke "voor ieder mens gewoon is". Dan weten wij iets: er bestaan geen "speciale beproevingen" die van God uitgaan in ons leven. God heeft ons niet afgezonderd voor een of andere speciale beproeving [of bestraffing] om ons een les te lezen of te leren, die we niet leren dan nadat Hij deze dingen ons heeft aangedaan.

Omdat het idee van "speciale beproeving" dikwijls gebruikt wordt om gelovigen "speciaal" God te laten voelen temidden van de beproevingen, is de Bijbel zeer duidelijk dat dit eenvoudig niet juist is. Wij zijn zeer "bijzonder" voor God, en dit feit is overvloedig en daadwerkelijk bewezen op Golgotha. Herlees Rom.5:8 en zie waar God Zijn grote liefde voor ons bewees. Hij wijst op het kruis van Christus - niet op onze moeiten - als bewijs van Zijn liefde en zorg voor ons. Wanneer wij de problemen die op ons afkomen beschouwen, moeten we ons te binnen brengen dat God zegt, dat wat in ons leven plaats vindt, het gewone lot is van alle mensheid. Wat tans gebeurt, is ontelbare anderen overkomen en dit geschiedt nog steeds.

Een ander punt is: We hebben allen ervaren dat het phenomeen van moeite er de oorzaak van is, dat vanuit onze optiek de dingen werkelijk groot zijn. Als we een heel goede tijd hebben, gaat de tijd vlug. Aan de andere kant, als we problemen hebben, schijnt de tijd langzaam te gaan. Moeite heeft het effect van verergering der gebeurtenissen en het groter schijnen van de dingen, - en maakt dan dat het accepteren ervan langzaam gaat.

Dit kan een voordeel zijn. Als we de gezonde leer in ons denken hebben opgenomen, wordt die leer ook bevestigd! Als we dus in ons hart begrip voor de bron van moeite inbrengen, en hoe we zijn toegerust om daarmee om te gaan op een manier die opbouwt, dan is die kennis ook versterkt, wanneer de moeite op ons afkomt. Dan verandert datgene wat het menselijk oog ziet als destructief, in iets wat productief wordt. Dan, "...BEWERKT ONZE LICHTE VERDRUKKING DIE ZEER SPOEDIG VOORBIJGAAT VOOR ONS EEN ALLES VERRE TE BOVEN GAAND EEUWIG GEWICHT VAN HEERLIJKHEID" (2 Cor.4:17). Met dit in gedachten, laat ons kort aandacht schenken aan de drie bronnen van moeiten in ons leven.

EEN GEVALLEN SCHEPPING

Rom.8:19-22 geeft inzicht in iets wat wij door eigen ervaring weten juist te zijn: Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring van de kinderen Gods. Want het schepsel is aan de ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om hem, die het aan de ijdelheid onderworpen heeft; Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid van de kinderen Gods. Want wij weten, dat het ganse schepsel tesamen zucht, en tesamen als in barensnood is tot nu toe".

De geschiedenis van de schepping kan in drie delen naar voren worden gebracht: ten eerste zei God, dat zij goed was. Daarna, door de val van de mens, vervloekte Hij haar en sindsdien zucht zij. Op een dag zal zij stralend zijn, wanneer zij bevrijd is geworden van de binding aan vergankelijkheid door de terugkeer van Jezus Christus. Wij leven nog voortdurend in de zuchtende staat. Wij weten door ervaring dat "de hele schepping zucht en in barensnood is tot nu toe." En wat nu met de aanspraak die gemaakt wordt door sommigen dat gelovigen uitgezonderd zijn van dit algemene lot der schepping? Paulus geeft antwoord in het volgende vers in Rom.8: "En niet alleen zij, maar ook wijzelf, [wij] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam" (Rom.8:23).

Verre van te zijn uitgezonderd van de "pijn en smart" van het leven in een gevallen schepping, zuchten wij, "die de eerstelingen van de Geest hebben", bij onszelf. En waar wachten wij op? Een bevrijding van pijn en lijden wanneer we op de juiste wijze aanspraak maken? Nee! Wij hebben iets veel beters. Wij zien dat het heilbrengend programma van onze "vernederde lichamen" is, "de aanneming" - de "verlossing van ons lichaam". Het zal zijn door de opname dat het heilsprogramma voor het Lichaam van Christus zal zijn voltooid. Dan is het dat onze Redder: "...ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen" (Phil.3:21).

Tans leven we in een gevallen schepping, een schepping vervloekt door zonde. Dit verklaart waarom, zoals het lied zegt, "Ach, wij vinden waar wij staren, niets bestendig hier beneên". De oorzaak van vergankelijkheid en dood in de wereld is de zonde. De wereld wordt in "de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid" gehouden, vanwege de zonde van de mens. Dit is de reden van alle rampen en onverklaarbare verschrikkingen rondom ons

Er zijn vele dingen die eenvoudig gebeuren omdat wij in een wereld leven die vervloekt is tot vergankelijkheid vanwege de zonde. Vanwege dit feit, en gebaseerd op Rom.8:22,23, kunnen we een voorspelling doen: Indien de Here vertoeft, zullen we ziek worden, pijn lijden en eventueel sterven. Waarom? Omdat God ons niet liefheeft of ons bestwil niet op het oog heeft? Verre van dat. Eerder is dit het gewone lot van de gehele schepping "tot" Christus weerkomt om de schepping te bevrijden tot de glorie van Zijn Koninkrijk.

Let op Paulus' uitleg, dat dit zuchten er is "tot nu toe". De tijd dat "verdriet en zuchten zullen vlieden" en de schepping bevrijd is tot "de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods" zal zijn in de regering van Christus' koninkrijk (Zie Jes.35). Opdat de tegenwoordige bedeling van genade kan worden verlengd, moet Hij die dag der bevrijding uitstellen.

Zo gaan wij door met te leven in een door zonde vervloekte wereld, niet omdat God ons niet liefheeft, maar omdat Zijn doel met de bedelingen zullen worden uitgevoerd. Omdat Hij doorgaat met Zijn genade uit te breiden over een smachtende wereld, zullen wij problemen hebben en uiteindelijk worden bezocht door ziekten en dood. Maar die genade heeft onze krankheden hervormd in "lichte verdrukking" die "voor ons een een uitermate uitnemend eeuwig gewicht van heerlijkheid bewerkt."

VERKEERDE KEUZES

Een tweede reden waarom we problemen op onze weg ervaren, is het eenvoudig feit dat wij - en anderen - dikwijls verkeerde keuzes maken. De meesten van ons denken dat we dat niet doen - maar ook wij doen het! En onze keuzes hebben gevolgen. God wordt dikwijls beschuldigd van boze dingen die mensen overkomen, terwijl het een feit is, dat wij onafscheidelijk gedreven worden om dingen op onze eigen manier te doen. Spr.14:12 geeft de gevolgen als volgt: "Er is een weg die iemand recht schijnt, maar het einde van deze is de dood."

Maar waarom stopt God deze ongelukken niet, die veroorzaakt worden door onze eigen verkeerde keuzes? Wel, hoe zouden wij Hem dit willen laten doen? Zou Hij ieder moeten doden, want "allen hebben gezondigd"? Zou Hij de vrije wil van de mens moeten afnemen - ons tot niet meer dan automaten maken? God laat toe dat verkeerde dingen gebeuren, omdat Hij toestaat dat de vrije wil geoefend wordt. De enige optie voor mensen is dan om robots te zijn - die natuurlijk Zijn doel om ons te maken naar Zijn gelijkenis en beeld, zou voorkomen. Er zijn allerlei zwarigheden naar voren gekomen door het uitoefenen van vrije wil. Het feit is dat wij te dikwijls verkeerde keuzes doen!

Gal.6:7,8 maakt onze verantwoordelijkheid voor onze keuzes heel duidelijk: "Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten. Want wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. "Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf maaien; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven maaien."

Vriend, niemand zal God bespotten. "Een dwaas zal de schuld [zonde] verbloemen" zo zegt de Bijbel (Spr.14:9). Te denken dat we in zonde kunnen leven, onszelf kunnen behagen, ontkennen wat Gods Woord zegt, en geen gevolgen daarvan vrezen, is inderdaad de dwaas spelen. De zonde zal je altijd pakken. De wet van de oogst is altijd dezelfde: We maaien wat we zaaien. Het Woord van God verklaart, "gij zult uw zonden gewaar worden, als zij u vinden zal!" (Num.32:23) want "die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve" (Job.4:8).

"Hij die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf maaien." En dit wordt geschreven aan gelovigen - niet aan verlorenen. Het blote levensfeit is, dat wanneer we in ons ik-leven zaaien, onze levens uit elkaar zullen vallen, rondom ons desintegreren in tragedies en moeiten. Als we onder ogen zien wat er werkelijk gebeurde, zullen we moeten toegeven dat er veel problemen zijn in ons leven die veroorzaakt werden door verkeerde keuzes - zondig, niet voldoende geinformeerd, slechte beslissingen. Of ze nu gemaakt zijn door ons of door anderen, zij zijn er, en door Gods genade kunnen we ze eerlijk onder ogen zien, zaken recht trekken, en doorgaan met te "wandelen in wijsheid".

GOED LEVEN

Een derde bron van moeite is iets meer heilzaam dan de vorigen, maar niet minder reëel. "Trouwens, allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden" (2 Tim.3:12).

Wanneer we "godvruchtig in Christus Jezus" wensen te leven, dienen we ons te herinneren dat deze wereld geen vriend is van genade. We zullen ontdekken dat de wereld er net zo min van houdt dat Christus in ons woont, als dat zij Hem hier in levende lijve hebben liefgehad. Wij kunnen doorgaan met in de wereld deel te hebben aan een baan, in onze woonbuurt, tijdens vacantie en recreatieve activiteiten, etc. - zolang dit ons leven is. Maar zodra Christus in ons begint te leven, gaat diezelfde wereld op Hem reageren op dezelfde manier als toen Hij hier was, - en herinner u, zij haatten Hem "zonder oorzaak".

Wij spreken niet over religie of eenvoudig "goede werken" doen. Wij spreken over het hebben van Christus, Die in ons en door ons leeft. Als wij beginnen te begrijpen hoe God ons in Christus gemaakt heeft en Zijn leven in ons toelaten om - Zijn gedrag en Zijn werken - tot uitdrukking te doen komen in ons leven, zullen wij "moeiten lijden". Col.1:24 is daarvan een illustratie in het leven van Paulus: "Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u, en vervul in mijn vlees wat nog overblijft van de verdrukkingen van Christus voor Zijn Lichaam, dat is de Gemeente.

EEN ZUIVERE REAKTIE

Moeite vindt zijn weg in onze levens. "Maar de mens wordt tot moeite geboren, gelijk de vonken omhoog vliegen" (Job 5:7). Hoewel wij hopen dat de meeste van onze moeiten voortkomen uit deze derde reden, komen doen ze toch. En wij dienen erop te zijn voorbereid - wij dienen te "weten wat verdrukking uitwerkt" voor ons. Genade bevrijdt ons door te realiseren dat onze moeiten niet het gevolg zijn van Gods straf, maar eerder gebruikt kunnen worden als een contekst voor Zijn genade om ons te oefenen en ons te trainen om door geloof te wandelen. Paulus herinnert ons eraan dat: "God is getrouw, Die niet zal gedogen dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt" (1 Cor.10:13).

Allerlei soorten ongemakken komen ons leven binnen en hiermee is God getrouw: Hij verlangt dat wij vertrouwen in Zijn voorziening voor ons in Christus, en Hem toelaten ons te oefenen om onze gezindheid te veranderen door de gehoorzaamheid, gewerkt door genade. Het gaat er niet om te worden "bevrijd" van onze problemen; de zaak is, in staat te zijn "te verdragen" - gesterkt "tot alle geduld en lankmoedigheid met blijdschap".

Hoe anders zou God er voor kunnen zorgen om aan de moeite te "ontkomen", dan door ons in staat te stellen deze te "verdragen"? Ogenschijnlijk zijn wij niet bevrijd van het probleem in de zin van de moeilijkheid weggenomen. Eerder maakt God de moeite nuttig, door ons toe te rusten om ermee om te gaan op een juiste manier, zodat we sterker groeien in de inwendige mens. Onze "verdrukking" wordt de contekst waarin wij door geloof de gezonde leer van Gods genade toepassen. Zo brengt verdrukking geduld voort - verbonden met Gods waarheid zelfs onder grote verdrukking - die ervaring voortbrengt, praktisch verstand in het toepassen van het Woord naar de levensomstandigheden - hetgeen hoop voortbrengt - en "de hoop maakt niet beschaamd." Zo worden vertrouwen en volwassenheid in onze levens gevormd, als wij wandelen door geloof. Dit alles rust ons uit tot meer effectieve dienst. 2 Cor.1:4 vertelt ons van "de God van alle vertroosting":

"Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij hen kunnen vertroosten die in allerlei verdrukking zijn, door de vertroosting, waarmee wijzelf door God vertroost worden."

Er is weinig praktische waarde in het hebben van de gezonde leer in ons hart als we nimmer door enig probleem gaan dat de oorzaak is van ons op die waarheid gedrukt worden, en ons leven verder gebracht heeft tot Gods verheerlijking. Zo is het ook, dat problemen niet bedoelen ons te vernietigen - zij zijn niet een poging van God om ons te straffen of om in balans te komen met ons wegens onze zonden en fouten; Hij heeft reeds afgerekend met onze zonden op Golgotha. Eerder bieden zij ons een gelegenheid om Gods waarheid te bezitten en het leven van Christus voort te brengen door onze vleselijke lichamen, tot Zijn glorie, wanneer moeite komt. Laat ons wandelen door geloof in de rijkdommen van Gods genade in Christus!

^^^^^^^^^^^^^^^^

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011