|
Worden gebeden altijd verhoord?
Door D.Avnon
"Gelooft u in gebed?"
"Nee ik geloof niet in gebed,
maar in de almachtige God, Die gebeden hoort en verhoort". "Gelooft u in de
zogenaamde gebedsgenezing?" "Dit geloof ik ook niet, maar ik geloof in een
almachtige Heiland, Die luistert naar onze gebeden, en in Zijn grote genade en
soevereiniteit in staat is om mensen te genezen".
Bijna iedereen op deze aarde heeft wel eens een moment in zijn leven
gehad, waarop hij een gebed richtte tot een bekende of onbekende god. Als het gebed werkt
zeggen zij "Ik geloof in gebed" en als het niet werkt, beginnen zij te
twijfelen, net alsof het gebed op zich ooit kracht had om iets te doen. Wij benadrukken
nogmaals dat behouden en niet behouden mensen op deze aarde werkelijk bijgelovig zijn wat
het gebed betreft. Zij proberen het gewoon uit.
Maar ook onder veel van God's kinderen heerst grote verwarring over het
gebed, verwarring die voortkomt uit onwetendheid over de boodschap van genade,
rechtgesneden. Zij stellen al hun vertrouwen in een bepaalde Bijbelse belofte, maar als de
belofte niet uitkomt in hun leven, beginnen zij tegen hun gevoel te worstelen, net of God
niet getrouw is, of dat zij weinig geloof hebben. Aan al deze mensen en aan al God's
kinderen die de neiging hebben om aan God te twijfelen ten gevolge van onverhoord
gebed,bieden wij de volgende oplossing aan.
GEBEDSBELOFTEN
"En al wat gij zult begeren in het gebed,gelovende,zult gij
ontvangen". (Mattheus 21:22) "Weer zeg Ik u: indien er twee van u samenstemmen
op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van
Mijn Vader, Die in de hemelen is." (Mattheus 18:19)
Wat een wonderbare beloften: "Alles wat je vraagt." "Alles
wat je begeert". Maar toch zijn zij voor velen onder ons meer een
ONTmoediging dan een BEmoediging. Op grond van deze beloften vragen veel kinderen van God
lichamelijke genezing, dagelijks werk, bevrijding van verzoekingen etc. Toch worden zij
diep teleurgesteld als deze gebeden niet worden verhoord. Laten we niet vergeten dat deze
ervaringen bij velen een diep litteken hebben achtergelaten. Maar laten wij verder gaan
met onze verklaring, eerlijk zijn en erkennen dat dit probleem wel bestaat, of in ons
leven of in het leven van anderen.
Ik moet altijd denken aan een klein boekje in het Engels met de naam
" Onverhoord Gebed", waarin de schrijver C.R. Stam uit Chicago, U.S.A. vertelt
wat zijn ervaringen zijn met onverhoord gebed: "Wij hadden al enige weken
openlucht-samenkomsten gehouden zonder enig resultaat te zien. Wat verlangden wij dierbare
zielen gered te zien. Op een dag voordat wij naar buiten gingen vroeg mijn medewerker:
"Geloof jij Mattheus 18:19?" Ik zei: "God weet dat ik het wil
geloven." Toen knielden wij neer om zielen te vragen, aanspraak makend op deze
beloften. De volgende dag begonnen wij met groot vertrouwen. Wij wisten dat, voordat wij
met de mensen zouden gaan praten, God ons zielen zou schenken.
Maar Hij deed het niet. Er stonden weinig mensen om ons heen en het
leek er niet op dat mensen onder de indruk van onze woorden waren. Wij waren het er wel
over eens dat wij niet onmiddelijk vruchten moesten verwachten. Misschien zouden wij het
later weten dat God onze gebeden verhoord had. Wij ontdekten echter niet dat God ons gebed
verhoord had, en ikzelf voelde het zeer diep. Dit was al eerder gebeurd, te vaak, en nu
worstelde ik weer tegen twijfel en opstand. Als het Woord van God in Filippensen 1:6 waar
was, kon dit het einde van mijn christelijke leven zijn, maar zoals het werkte werd ik
alleen weer op mijn knieën gedreven en.... uiteindelijk naar mijn Bijbel.
Wat zegt de bijbel, in dit geval in II TImothëus 2:15: "Benaarstig
u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het
Woord der Waarheid recht snijdt."
Dit vers biedt de oplossing, niet alleen voor dit probleem, maar ook
voor veel andere problemen. Voordat wij verder gaan, moeten wij aandacht schenken aan het
feit dat tegenwoordig meer nadruk op het gebed gelegd wordt dan op het lezen van de
Bijbel. Gebed is met God spreken, Bijbel lezen is naar God luisteren. Zoals wij weten uit
ons dagelijkse leven, is men snel met praten en niet zo goed in luisteren. Hoe vaak wordt
gezegd vanaf de preekstoel "Hoeveel van u hebben vandaag een half uur besteed aan
gebed?" Maar niet "Hoeveel van u hebben vandaag een half uur aan
Bijbelonderzoek besteed?" Is het gebed belangrijker dan Bijbellezen? Uiteindelijk is
het belangrijker wat God tot ons te zeggen heeft, dan wat wij tot Hem te zeggen hebben.
Hoe vaak zeggen medebroeders en zusters aan het begin van hun gebed: "Ja Here wij
komen tot U in gebed".
Net alsof het gebed de enige manier is om een diepe relatie met de Here
te ontwikkelen.
De tekst in II Timothëus 2:15 biedt ons een wonderbare oplossing aan.
Hoeveel mensen halen hier en daar verzen uit hun verband en wachten op de vervulling van
zo'n vers, zonder zichzelf af te vragen of deze beloften wel tot hen gericht zijn. De
tekst in II Timothëus leert ons onder andere hoe belangrijk het is om het Woord recht te
snijden, om scheiding te maken in de Schrift, tussen hetgeen tot ons geschreven is, de
beloften die aan de leden van het lichaam van Christus gedaan werden voor deze bedeling
van genade en tussen de beloften die aan het volk Israël gegeven werden, gedurende het
aardse programma. Het is droevig om te zien dat veel medebroeders en zusters verdwaald
zijn doordat ze preken horen die niet in overeenstemming zijn met hetgeen de Schrift in II
Timothëus 2:15 zegt. Men steunt op beloften die niet voor deze bedeling van genade zijn
geschreven. Er wacht een overvloed aan inzicht voor degenen die de Schrift, recht
gesneden, zullen volgen. De grootste zegen in het christelijke leven vindt men als men de
sleutel voor het juiste inzicht in de Schrift heeft, namelijk: de prediking van Jezus
Christus naar de openbaring van het geheime-nis. "Hem nu, Die machtig is u te
bevestigen , naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring
der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest". (Romeinen
16:25) Voordat we de oplossing geven, zullen we een aantal bekende verklaringen voor de
zogenaamde onverhoorde gebeden doornemen. We maken opnieuw gebruik van het boekje
"Onverhoord Gebed" van C.R. Stam.
"Enige tijd nadat ik tot de kennis van het geheimenis was gekomen,
werd er een speciale bijeenkomst georganiseerd door iemand die, hoewel hij al vele jaren
behouden was, zijn geloof door hetzelfde verwarrende probleem pijnlijk beproefd vond. Hij
nodigde een populaire spreker uit om een groep christenwerkers toe te spreken over de
vraag van onverhoord gebed. Ik was een van de genodigden. De spreker ging door dezelfde
bekende verklaringen die ik zo vaak had gehoord; verklaringen die mijn hart zeker nooit
tevreden hadden gesteld. Hij zei dat er een goddelijke factor kan zijn in onverhoord
gebed. Dat wil zeggen, dat God om Zijn eigen goede redenen, het het beste kan achten om
sommige verzoeken niet in te willigen, zoals in het geval van Job.
Dan ook, ging hij verder, zijn er menselijke factoren die in
beschouwing moeten worden genomen, zoals verscholen zonde in het hart, Psalm 66:18
zelfzucht, Jacobus 1:6,7; deze allen zei hij, zouden resulteren in onverhoord gebed.
Toen kwam hij tot het hoogtepunt van zijn boodschap. Hoe konden wij er
zeker van zijn dat onze gebeden verhoord zouden worden. Hij vroeg ons Markus 11:22-24 te
lezen: "En Jezus antwoordde en zied tot hen: Hebt geloof in God. Voorwaar, Ik zeg u,
wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou
twijfelen, maar geloven, dat geen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden. Daarom zeg
Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal u
geschieden."
Vanuit deze verzen spoorde hij ons aan om alle bekende zonde en
zelfzucht weg te doen, en de gezegende resultaten van gelovig gebed te oogsten. Maar ik
had zin om te vragen: "Wat bedoelt u met de goddelijke factoren? Veronderstel dat ik
mijn oprecht geloof bid, en dat God, om Zijn eigen goede redenen het het beste acht mijn
verzoeken niet in te willigen zoals in het geval van Job?" Wat verlangde ik die dag
om in zijn oor en in de oren van alle aanwezigen, de oplossing van het probleem, namelijk
het geheimenis, te fluisteren. Maar hij was doof voor die heerlijke boodschap.
DE OPLOSSING
Het is duidelijk dat wij allemaal begrijpen waarom een gelovige die in
zonde leeft en voor zijn eigen belangen bidt, zijn gebeden niet tot eer van God zijn. Het
is ook duidelijk dat gebeden met egoistische doelen het verdienen om onverhoord te
blijven. Maar hoe zit het met de oprechte gelovige die voor Christus leeft; als hij voor
iets geestelijks bidt, en zijn gebed blijft dan overhoord? Hoe zit het met de velen die
bewust gemeenschap met de Here hebben en Zijn wil willen volgen, maar toch teleurgesteld
worden, omdat zij bidden, maar niets ontvangen?
Het antwoord blijft hetzelfde, voor dit probleem en vele andere
problemen: De bedeling van genade. Heeft u er wel eens bij stil gestaan en uzelf
afgevraagd waar deze "Al wat" beloften vandaan komen? Ja, alleen in de vier
evangeliëen en in de brieven van Hebreëen tot Openbaringen komen ze voor, of met andere
woorden: wanneer er over het aardse programma gesproken wordt.
Waarom? Omdat deze beloften direct met de prediking van het koninkrijk
der hemelen op aarde te maken hebben. In Jesaja 65:24 lezen wij: "En het zal
geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik
horen". Veel mensen gebruiken deze beloften, vooral degenen die zegeningen ontvingen
voordat zij erom gevraagd hebben. Degenen echter die worstelen met gebeden die niet altijd
beantwoord worden, citeren dit ver niet zo snel.
Veronderstel dat wij een wolf en een lam samen zien eten, en ik zal
zeggen: "Zie, hoet waar is God's Woord! Het staat al in Jesaja 65:25
geschreven". Gebruik ik op dat moment God's Woord op de juiste wijze? Nee, natuurlijk
niet, en u zou moeten zeggen: "Ja, God's Woord is inderdaad waar, maar de belofte in
Jesaja 65:25 is niet voor deze bedeling van genade." De Schrift spreekt in Jesaja
65:25 heel duidelijk over een periode in de toekomst, wanneer God's hemelse Koninkrijk op
aarde gevestigd wordt. Zo kunnen wij duidelijk zien dat de "Al wat" beloften
direct met de prediking van het koninkrijk op aarde te maken hebben.
U weet dat veel mensen in deze tijd niet geloven dat onze Here en
Heiland terug zal komen om op deze aarde te regeren. Als dit zal gebeuren zal Hij over
drie vijanden van de mens regeren: de wereld, het vlees en de duivel. De wereld:
"...de koninkrijken der wereld zijn geworden van onze Heere en van Zijn Christus, en
Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.." Openb.11:15
Het vlees: "Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig
dagen, noch een oude man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal
sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal
vervloekt worden."
De duivel: "En Hij greep de draak, de oude slang welke is de
duivel en satanas en bond hem duizend jaren; en wierp hem in de afgrond, en sloot hem
daarin, en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat
de duizend jaren zouden geeindigd zijn. En daarna moet hij een kleine tijd ontbonden
worden." (Openbaring 20:2,3) Wat een veranderde situatie! Alles wat in het profetisch
woord geschreven staat zal in die dagen in vervulling gaan. Dat zijn "de tijden van
verademing" waarover de apostel Petrus predikte, nadat Christus naar de hemel was
gegaan.
"Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist
worden, wanneer de tijden der verkwikking zullen gekomen zijn van het aangezicht des
Heeren, en Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Die de
hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken
heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw." (Handelingen 3:19-21)
Wij lezen in de Schrift dat het volk Israel het koninkrijk had
verworpen. Daarom zond God Zijn Zoon NIET, kwamen de tijden van verademing NIET en zijn
ook nog NIET gekomen. Wij leven nu in "de boze eeuw" zoals de apostel Paulus het
in Galaten 1:4 noemt. Het is de tijd, waarin de wereld God's Zoon nog steeds verwerpt en
daarom aan het oordeel en de toorn is overgegeven Maar we leven ook in een tijd die "God's
genade bedeling" genoemd wordt, de tijd waarin God Zijn Genade jegens de mensen
uitoefent en waarin de mensen door geloof in de Here Jezus Christus behouden kunnen worden
van oordeel en toorn. (Romeinen 8:1 , 1 Thessalonicenzen 5:9)
De God van deze "boze wereld" is satan, "...die de
zinnen verblind heeft van hen die niet geloven." (Efeze 6:12 , II Corinthe 4:4) Hij
regeert nog steeds, door de wil van de mens en God Die het toelaat. Maar, "...waar
evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden..." (Romeinen
5:20,21). Deze woorden schreef de apostel Paulus enige jaren na de Pinksterdagen. Hij
schreef nog meer in het licht van de verandering in de bedelingen: "Want God heeft
hen allen onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen."
(Romeinen 11:32) "...de twee, tot een lichaam verbonden, weder met God te verzoenen
door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft" (Ef.2:16).
Geen mens of satan zelf, wist van de tijd van God's genade. Als satan
het geweten had, zo lezen wij in I Corinthe 2:7-9, had hij de Here Jezus Christus niet
gekruisigd. Deze tijd van genade was geheim gehouden bij God en als eerste aan de apostel
Paulus bekend gemaakt. Het was een "geheimenis eeuwenlang verzwegen". (Romeinen
16:25)"...ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden...(Efeze 3:5)
"...verborgen is gebleven in God.." (Efeze 3:9) "...eeuwen en geslachten
lang verborgen is geweest..."(Colossenzen 1:26) "...den onnaspeurlijke rijkdom
van Christus..." (Efeze 3:8) "...Zijn Eigen voornemen en de genade, die ons in
Christus Jezus gegeven is voor eeuwige tijden..." (II Timotheus 1:9).
De tijd van genade is nog steeds aan de gang. God verkondigt door
middel van Zijn ambassadeurs Zijn boodschap van verzoening. De verloren mensen van deze
wereld hebben nog de kans om Zijn gave van eeuwig leven aan te nemen. (Lees met volle
aandacht II Corinthe 5:16-21). De boodschap van God's genade verschilt met die van Zijn
aardse koninkrijk. Wij lezen o.a. dat er verschil is in de opdracht. Merk voor uzelf
Mattheus 28:19 en I Corinthe 1:17,18 op. Er is vershcil in de hoop, hemelse- en aardse
hoop, (Mattheus 5:5 en Efeze 1:3, 2:6). Maar ook in het gebedsleven bestaat verschil
tussen hetgeen onder de bedeling van genade gepredikt wordt en wat onder de prediking van
het koninkrijk op aarde gepredikt wordt.
Belooft God dat Hij in deze bedeling van genade een antwoord op al onze
gebeden zal geven? Zullen wij alles wat wij in geloof vragen altijd ontvangen? Nee, dit
moest ook de apostel Paulus zelf leren. (II Corinthe 12) God biedt ons, in Zijn
barmhartigheid een beter antwoord aan dat meer van toepassing is op al onze
omstandigheden.
GOD'S PLAN VOOR ONS GEBEDSLEVEN
Welke Bijbelgelovige kent de schrift in Romeinen 8:28 niet? Wij zouden
deze schrift echter beter begrijpen als wij Romeinen 8:26 zouden lezen. De eerstevertelt
ons wat wij niet weten terwijl de tweede vertelt wat wij weten: "En desgelijks komt
ook de Geest onze zwakheden mede te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk
het behoort..." (Romeinen 8:26) "En wij weten, dat degenen, die God liefhebben,
alle dingen medewerken ten goede, namelijk degenen die naar Zijn voornemen geroepen
zijn". (Romeinen 8:28)
Zo weten wij ook hoe wonderbaarlijk deze schriften in ons dagelijkse
leven met de Here passen. In "de duisternis van deze eeuw" weten wij goed dat
wij nietalles ontvangen waar wij om gevraagd hebben. In deze bedeling van God's genade
wordt kracht in zwakheden geopenbaard, (II Corinthe 12:9). Gebeden die altijd worden
verhoord zijn niet de garantie voor God's kracht en genade in deze tijd. Maar als iemand
in staat is Romeinen 8:26 te volgen en samen met God's Woord te zeggen: "O, Here het
is donker en ik weet zelf nog niet eens wat ik vragen moet", bij zo iemand wordt
God's kracht geopenbaard; de Heilige Geest die hen in de zwakheden helpt, God die zorgt
dat uiteindelijk alles ten goede werkt.
In Filippenzen 4:6,7 lezen we heel duidelijk hoe en waarvoor wij moeten
bidden en de manier waarop God deze gebeden verhoort: "Weest in geen ding bezorgd
maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij
God". En wat is het antwoord? "Al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult
gij ontvangen?" "NEE, NEE!" Het antwoord is: "En de vrede Gods, die
alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus
Jezus!"
God hoort onze gebeden altijd, Hij luistert naar Zijn Kinderen en
verhoort deze gebeden op Zijn manier volgens Zijn plan en niet het onze. God is bezig, Hij
zorgt dat uiteindelijk alles mede ten goede zal werken. Wat van ons verwachtword is
"in geloof te wandelen", (II Corinthe 5:7). Het feit dat wij geen openbare
demonstraties zien zoals het op de Pinksterdag gebeurde, zegt nog niet dat onze verzoeken
niet gehoord worden. Het wordt van ons verwacht dat ook als de verzoeken niet verhoord
schijnen te worden, wij in geloof zullen wandelen, wetende dat God alle dingen ten goede
werkt voor ons, misschien niet op dat moment of in de nabije toekomst, maar zeker in de
eeuwigheid.Geliefde mede Bijbelgelovige, is dit voor u een bevredigend antwoord? Indien
dat niet het geval is, zou u dan de volgende schriften willen onderzoeken? "Wat zou u
willen? Wilt u in deze donkere tijd een antwoord hebben op een bepaalde wens? "Al wat
gij in het gebed gelovig vragen zult..." of veel meer een dagelijkse vrede van de
Here en "veel meer dan wij bidden of bedseffen". Welke kiest u? "Hem nu
Die machtig is meer dan overvloedig te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de
kracht, die in ons werkt, Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus
Jezus in alle geslachten, tot alle eeuwigheid. Amen."(Efeze 3:20,21)
***************
|