In de strijd tussen licht en duisternis, de grootste strijd van
alle,
wordt door duizenden christenstrijders met opoffering en toewijding gestreden. Maar
ongetwijfeld heeft de vijand groot profijt getrokken uit een duidelijk erg zwakke plek in
de gelederen van de christenstrijders, n.l., zij hebben geen éénheid. Zij strijden wel
maar zijn niet samen bezig om één doel te verwezenlijken. De gelovigen hebben dit
probleem wel ingezien, en er zijn al ernstige pogingen gedaan om tot een oplossing te
komen. Een uitgegeven boek heeft dit opschrift: "De sleutel tot éénheid is ACTIVITEIT"
... activiteit brengt automatisch eenheid."
Ja, hier zit wel wat in. Een "gesprek" lost tenminste ook
niet alles op. Activiteit misschien wel? Maar de vraag is, hoe krijg je de
verschillende gelovigen tot gezamenlijke activiteit? De praktijk heeft bewezen dat
activiteit vaak tot nog meer verdeeldheid leidt dan er al is. Wij zullen dit probleem
grondige en dieper moeten aanpakken.
Wat eigenlijk op de eerste plaats komt is de verhouding tot God.
Uiteindelijk is Christus onze "opperbevelhebber" om het op een begrijpelijke
manier uit te drukken. Hij is het Hoofd van Zijn Lichaam, de Gemeente. Laten wij dan
vragen, "hebben wij de ware eenheid in Christus?" Strijden wij in
harmonie met de bedoeling van God voor deze tijd? Proberen wij de bevelen van Jezus
Christus die gelden voor ons VANDAAG uit te voeren? Al zullen wij dan in een minderheid
zijn, wij kunnen het beste voor de zaak van onze Meester doen, door in eenheid en harmonie
met Hem en Zijn plannen te zijn.
IS ER IETS TE DOEN?
De gelovige die oprecht zoekt God in alles te behagen en naar Zijn wil
te leven, zal zich ongetwijfeld wel eens afvragen, "Here wat moet ik doen?"
Sommigen zullen misschien tegenwerpen dat een mens in feite niets kan doen, en dat hij God
alles moet laten doen. Dat is zo, maar men moet oppassen dat hierdoor de zaak niet onnodig
moeilijker gemaakt wordt dan hij is. Ook komt het voor dat dit soort denken gebruikt wordt
om zich aan de eigen verantwoordelijkheid te onttrekken. Toen de gevangenbewaarder vroeg,
"..wat moet ik doen opdat ik zalig worden?" , kreeg hij niet te horen, "Jij
kunt niets doen", maar het antwoord was eenvoudig en duidelijk: "Geloof in de
Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis." Toen Saulus uitriep,
"Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?" zei de Here niet, "Saulus, jij kunt
niets doen, jij moet je door Mij laten gebruiken" maar de Here sprak: "Sta op en
ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden,wat gij doen moet. (Hand. 9:6)
Als iemand vraagt "Is er iets doen?" kunnen wij hem de
woorden van de Here laten lezen, "Zie, Ik zeg u, heft uw ogen op en aanschouwt de
velden want zij zijn alrede wit om te oogsten." Vraagt iemand, "Is er wel
strijd?" wij zouden met Petrus kunnen zeggen, "Weest nuchter en waakt; want
uw tegenpartij de duivel , gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen
verslinden; en weerstaat hem, vast zijnde in het geloof..." (1 Petr.5:8,9)
IS DIT DE WEG?
Dat een oprechte (jonge) gelovige die ernstig zoekt om Gods wil te
kennen en te doen, het wel eens moeilijk heeft, is te begrijpen. Er zijn zoveel
verschillende verklaringen en uitleggingen onder gelovigen over de wil van God. Iedere
groep meent voor zichzelf dat zij de juiste visie hebben. Laten wij nu niet doen of dit
probleem niet bestaat. Het is beter dat wij God vragen om ons te leiden in alle waarheid,
en zelf open te blijven voor leiding Gods, óók als dat ons van ons standpunt zou
brengen.
Er was eens een dominee die jaren predikte zonder veel resultaat,
totdat hij zich in zijn binnenkamer opsloot met zijn Bijbel en het volgende verbond met
God sloot: "Vader, iedere opdracht die ik tegenkom, als ik ga lezen in het nieuwe
testament, zal ik gaan uitvoeren".
En zo begon hij te lezen. Al gauw kwam hij tegen: "Predikt, het
Koninkrijk Gods is nabij gekomen, en geneest de zieken."... Nu kon hij niet meer
terug want hij had een belofte aan God gedaan.
Het gaat ons niet om de persoon, en wij willen niet aan de ernst en de
oprechtheid, noch aan de toewijding van deze dominee twijfelen. Maar de belofte die deze
man aan God maakte is onuitvoerbaar! Wij hoeven alleen maar in het evangelie naar
Matthes te blijven om dit te zien. Wie, zoals deze man, in het Nieuwe Testament begint
te lezen en zoekt naar opdrachten, komt vanzelf bij Matthes 10. Daar staat deze
opdracht:"Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij
zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in [enige] stad der
Samaritanen. Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels. En
heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen" Matthes
10:5-7
Laat degene die God zulk een belofte doet ook consequent zijn. Ga dan
ook naar de Israëlieten. Leer dan ook uit het Matthes evangelie en het Oude Testament
wat de boodschap is van "het Koninkrijk der hemelen" en verkondig die boodschap,
wek dan ook doden op. Dan is men tenminste eerlijk bezig met de belofte. Ook deze opdracht
is echter al lang vervangen door latere opdrachten. Wat doet hij nu als hij bij Matthes
28:19 komt? Daar staat deze opdracht: " En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen,
zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, onderwijst al de
volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes;
lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de
dagen tot de voleinding der wereld. Amen"
Men kan toch niet alleen naar Israël gaan, en tegelijk naar alle
volken? Zie in voor wat een onmogelijke situatie men zichzelf in feite plaatst door zo'n
belofte te doen. Nu is er wel een oplossing voor dit dilemma. Men kan n.l. uit deze (en
andere) opdrachten nemen wat men verkiest en wat niet past laat men achterwege. Ik wil u
vragen: Is dit de manier om met Gods Woord en Gods opdracht om te gaan?
OMDAT GOD HET IN ZIJN WOORD ZEGT
Enige maanden geleden schreef iemand ons: "Alle keren wanneer ik
uw blaadje las, miste ik iets. Want het evangelie is niet alleen zoals Paulus schrijft een
kracht tot behoud, prijs de Heer, maar ook kracht voor genezing van ons zieke lichaam.
Jezus zei tegen Zijn discipelen, dat ze kracht zouden ontvangen als de Heilige Geest over
hen kwam, maar Jezus gaf hen ook een opdracht. Marcus 16:15-18 "Gaat dan heen, enz.
En de gelovigen zullen deze tekenen volgen, u weet wel wat dan volgt. Ik wil u toch
vragen: handelt u Bijbels, spreekt u in nieuwe tongen, bent u vervuld met de Heilige
Geest?, niet omdat wij dit naar u schrijven, maar omdat GOD DIT IN ZIJN WOORD
ZEGT!"
Omdat God dit in Zijn Woord zegt, ongetwijfeld bedoelt als een:
"Hier is niet aan te ontkomen, dit is een opdracht van God". Dit is zeker, wij
kunnen niet lichtvaardig met de opdrachten van God omspringen. De Here zei tot Zijn
discipelen, "Indien gij Mij liefhebt ,zo bewaart Mijn geboden." (Johannes 14:15)
Laten wij dan de opdracht in Marcus 16:16 eens bezien. "Die
geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden".Petrus toonde hoe hij dit
begreep op de Pinksterdag toen hij zei: "BEKEERT U, EN EEN IEDER VAN U WORDEN
GEDOOPT IN DE NAAM VAN JEZUS CHRISTUS, TOT VERGEVING DER ZONDEN EN GIJ ZULT DE GAVE DES
HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN. (Handelingen 2:38)
Maar hoe vaak wordt door velen die deze opdrachten proberen uit te
voeren, de volgorde in de praktijk niet veranderd tot: Wie gelooft en behouden is, mag
gedoopt worden? Maar zo staat het in Marcus 16:16 en in Handelingen 2:38 niet.
Ik denk hierbij aan een artikel in een Nederlands Pinksterblad. De
schrijver had een artikel over de opdrachten over doop enz. en schreef: "In het boek
der Handelingen lezen wij hoe de discipelen de opdrachten van Jezus uitvoerden. Volgens
Matthes 28:19b zal dit dus ook onze werkwijze moeten zijn. Petrus zegt in Handelingen
2:38 :"Bekeert u en een ieder van u late zich dopen en gij zult de gave des
Heligen Geestes ontvangen".
Weer een voorbeeld van een willekeurig omspringen met Gods Woord. Als
wij de bovenstaande aanhaling vergelijken met de Bijbel, zien wij hoe deze schrijver een
deel van dit vers heeft weggelaten. Petrus zei: "Bekeert u, en een ieder van u late
zich dopen op de naam van Jezus Christus, TOT VERGEVING DER ZONDEN, en gij zult de gave
des Heiligen Geestes ontvangen." De volgorde in Marcus 16:16 en Handelingen 2:38 is
duidelijk: bekering-geloof-waterdoop-vergeving van zonden.
Uiteraard zal het ook niet lukken om uit Marcus 16:15-18, wel de
woorden, "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het evangelie aan alle
creaturen" als opdracht te nemen, maar niet wat er verder volgt in de verzen 16,17 en
18.
HANDELT U BIJBELS?
Deze vraag komt een ieder van ons wel eens tegen. Eigenlijk maakt deze
vraag het probleem nog groter, maar het brengt ons ook tot de kern van het probleem. En
als wij het probleem erkennen, ook dichter tot de oplossing.
In een oorlog handelen soldaten volgens de bevelen die zij van hun
meerderen ontvangen. Alles gaat uiteindelijk terug naar de besluiten van de
opperbevelhebber, zodat ieder onderdeel niet maar naar eigen inzicht aan het oorlog voeren
is maar een deel uitmaakt van de strategie van het geheel. De opdrachten worden echter
telkens aangepast aan de verdere ontwikkelingen van de strijd. Daarom zou het funest
kunnen zijn als een bepaald regiment het bevel van een week tevoren ging uitvoeren,
terwijl dit al vervangen was door nieuwe opdrachten van het oppercommando. Dit regiment
mocht dan wel een authentiek bevel van het hoofdkwartier hebben, dat door de
opperbevelhebber zelf ondertekend was; het feit dat het vervangen was door later
uitgegeven bevelen, zou schadelijk voor de eigen zaak kunnen zijn en de vijand in de hand
spelen.
Daarom is de grote vraag: "Handelt u Bijbels volgens Gods
opdrachten en voornemens die Hij gegeven heeft voor ONS VANDAAG? De Bijbel bevat
veel opdrachten die in de ontwikkeling van het heilsgebeuren vervangen zijn door latere
openbaringen van God. Dit geldt voor zowel het Oude als Het Nieuwe Testament.
Tussen verschillende christelijke groeperingen is er onder andere
verdeeldheid over het volgende:
Sommigen eten geen varkensvlees. Sommigen houden Israëls zevende dag,
de sabbat. Sommigen leggen handen op. Sommigen dopen voor vergeving van zonden. Sommigen
pakken giftige slangen op. Sommigen lezen trouw de wet der 10 geboden. Sommigen proberen
Gods Koninkrijk op aarde tot stand te brengen. Sommigen pleiten op het verbond met
Abraham. Sommigen gaan naar een priester om vergeving te ontvangen. Sommigen gebruiken
gezegende zakdoeken om zieken te genezen. Sommigen gaan eerst tot de Joden. Sommigen
spreken in vreemde tongen. Omdat God dit alles in Zijn Woord zegt.
Maar hoevelen vragen zich werkelijk af of datgene wat zij uit de Bijbel
hebben, ook Gods opdracht voor VANDAAG is?? Hoe vaak wordt het Woord van God werkelijk
ernstig onderzocht om Gods voornemens voor deze genadetijd te leren kennen? Hoevelen
hebben acht gegeven op de meest ingrijpende verandering in Gods handeling met de mens?
DE APOSTEL DER HEIDENEN
De meesten van ons komen uit de volken, of anders gezegd, de heidenen.
De Bijbel spreekt van het volk (Israël) en de volken (heidenen). Paulus zegt:
"Want ik spreek tot u heidenen, voor zover ik de apostel der
heidenen ben; ik maak mijn bediening heerlijk" (Romeinen 11:13) en "Waartoe ik
gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een
leraar der heidenen , in geloof en waarheid"(1 Timothes 2:7)
Paulus schreef aan de Kolossenzen 1:24-27 "Die mij nu verblijd
in mijn lijden voor u, en vervul in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van
Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de gemeente; Welker dienaar ik geworden ben, naar
de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods; Namelijk de
verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu
geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan wie God heeft willen bekend maken, welke de rijkdom
der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de heidenen, welke is Christus onder u,
de Hoop der heerlijkheid"
Paulus had een uniek apostelschap. Hij had een bijzondere bediening
m.b.t. de heidenen. De heerlijkheid van Christus die hij onder de heidenen moest
verkondigen was niet de heerlijkheid welke de profeten van het Oude Testament al voorspeld
hadden. Het was niet de heerlijkheid welke verbonden was met het herstel van alle dingen
op de aarde onder de regering van Israëls Messias. Het was een heerlijkheid waarbij
heidenen IN CHRISTUS tot in de hemelse gewesten gezet werden en daar met alle geestelijke
zegeningen gezegend werden. (Efeziërs 1:3)
Dit overtrof de hoogste verwachtingen van het evangelie van het
Koninkrijk der hemelen dat op deze aarde gevestigd zou worden. Het was als eerste aan
Paulus gegeven om de volle betekenis van het kruis van Christus bekend te maken en de
bedeling van louter genade te ontvouwen. Het apostelschap van Paulus gelijk te stellen met
dat van de 12 apostelen doet het Woord van God geen recht in dit geval.
Zoals vóór het kruis Mozes de bijzondere uitdeler van de WET was, zo
werd na het kruis Paulus de bijzondere uitdeler van de GENADE. God heeft hen beiden een
bijzondere roeping gegeven en beiden zijn gebruikt om belangrijke dingen van God te
openbaren. Laten wij gelovigen uit de heidenen dit apostelschap van Paulus voor ons niet
negeren of minachten. Het gaat niet om de persoon van Paulus maar om Hem die Paulus
deze bediening gaf. Wie naar het Woord van Christus wil luisteren, zoals Hij het in
bijzonder voor ons in deze tegenwoordige bedeling gegeven heeft, moet acht geven op de
bediening en de BRIEVEN VAN PAULUS. Wie dit niet doet zullen de ogen
gesloten blijven voor het unieke van Gods voornemen in deze bedeling van de genade.
DE LAATSTE WOORDEN VAN CHRISTUS
Men hoort in het christendom vaak spreken over de grote opdracht van
Christus. Men denkt dan vooral aan de opdracht(en) welke Christus aan zijn discipelen
gegeven heeft voordat Hij naar de hemel opgevaren is. In het laatste hoofdstuk van
Matthes, lezen wij hoe de Here Zijn elf discipelen op een berg in Galilea deze opdracht
gaf: Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en
des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden
heb.Matthes 28:19,20 Er wordt dan wel eens gezegd, "Zouden wij niet gehoorzamen aan
de laatste woorden van de Here Jezus? Zouden wij Zijn laatste opdracht niet
uitvoeren?"
Inderdaad waren dit de laatste woorden van de Here op deze aarde.
(Wij denken hierbij ook aan de opdrachten in de andere evangelieën en in Handelingen 1)
Zij behoren bij het voornemen van Gods Koninkrijk op deze aarde. De twaalf waren de
vertegenwoordigers van de Koning terwijl die weg was om een Koninkrijk te ontvangen. Zij
zouden op twaalf tronen over de twaalf stammen met Hem regeren (Matthes 19:28) als Hij
weer terug zou komen in Koninklijke heerlijkheid. Nu werden zij tot de volkeren
uitgezonden om voorbereidend werk te doen voor de komende Koning.
Betrekkelijk weinig gelovigen hebben ingezien dat de twaalf niet ver
gekomen zijn met de opdrachten. Nadat Christus hen tot alle volkeren en de hele wereld
gezonden had (Lucas 24:46-49 en Marcus 16:15-19 en Matthes 28:18-20, Handelingen 1:8)
lezen wij in Galaten 2 dat de leiders van de twaalf, Petrus en Johannes met Paulus tot een
overeenkomst komen, dat zij voortaan bij de besnedenen (Israël) zullen blijven en dat
Paulus en Barnabas tot de heidenen zullen gaan, LEES HET VOOR UZELF: "Maar
daarentegen, toen zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was,
gelijk aan Petrus dat der besnijdenis; (Want Die in Petrus krachtig werkte tot het
apostelschap der besnijdenis, Die werkte ook krachtig in mij onder de heidenen); En toen
Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij
gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij
tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan" Galaten 2:7-9
Hoe verklaart u dit? Waren de twaalf dan niet getrouw aan hun grote
opdracht? Had niemand minder dan de Here Jezus hen dan niet tot alle volkeren uitgezonden?
Waren de twaalf nu ongehoorzaam? Nee! Zij waren door Gods Geest onderwezen aangaande de
verandering in Gods programma, en erkenden de genade die aan Paulus gegeven was. Dat is
meer dan van veel gelovigen vandaag gezegd kan worden.
En Paulus dan? Onder welke opdracht ging die naar de heidenen? Niet
onder de zogenaamde "grote opdracht" welke aan de twaalf gegeven was. Dit mogen
dan wel de laatste woorden van de Here zijn die Hij op deze aarde heeft gesproken, maar de
apostel Paulus heeft Zijn opdrachten direct van Christus uit de hemel ontvangen.
DE OPDRACHTEN AAN PAULUS
"Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te
behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus.
Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet
is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door
de openbaring van Jezus Christus" Galaten 1:10-12 "Maar wanneer het Gode behaagd
heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn
genade, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem door het Evangelie onder de heidenen
zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed" Galaten
1:15,16
Aan Paulus is veel geopenbaard. Hij spreekt van "de uitnemendheid
der openbaringen" (2 Korinthiërs 12:7). Hij werd door een licht uit de hemel tot
omkeer gebracht. Hij werd tot in de derde hemel opgetrokken. In de Efezirsbrief laat
Christus hem de hemelse roeping, positie, zegeningen, wandel en strijd van de Gemeente van
deze bedeling openbaren.
De zinsnede "en tois epouraniois" "in de (over)
hemelsen" komt zesmaal voor in deze brief en tezamen met de woorden "ver boven
al de hemelen" in Efeziërs 4:10 geven zij ons een zevenvoudige bevestiging van het
bijzondere (OVER)hemelse karakter van Gods roeping voor de GEMEENTE die het Lichaam van
Christus is. De genoemde zinsnede vinden wij alleen in dit boek van de Bijbel. "Om
deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt.
Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;
Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met
weinige woorden te voren geschreven heb; Mij, de allerminst van al de heiligen, is deze
genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen de onnaspeurlijke
rijkdom van Christus, Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus,
onze Heere" Efeziërs 3:1,2,3,8 en 11
"MIJN EVANGELIE"
Veel christenen menen dat Petrus in de Pinkstertijd en Paulus later
hetzelfde evangelie predikten. Wij beseffen dat er veel punten van overeenkomst waren.
Zowel Petrus als Paulus predikten de opstanding van Jezus Christus en verkondigen Hem als
Redder. Zowel Petrus als Paulus verzochten de mensen hun zondige weg te doen verlaten en
hen tot gemeenschap met God te brengen. Evangelie betekent "blijde
boodschap" maar in het Woord van God vinden wij verschillende blijde boodschappen.
"Waarom sprak Paulus van "mijn evangelie"? en zei hij
niet gewoon "ons evangelie"? Dit laatste zou hij ongetwijfeld gedaan hebben als
zijn boodschap precies hetzelfde was als die van Petrus en de elf andere discipelen. Maar
zie Paulus' woorden in Romeinen 16:25: "Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar
mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid,
die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest"
Het evangelie dat aan Paulus toevertrouwd was, verschilt op belangrijke
punten met dat wat de twaalf ontvingen. Laten wij daarom niet proberen om die boodschap
welke Paulus "mijn evangelie" noemt, te gaan verkondigen met als uitgangspunt de
opdracht aan Petrus en de andere elf discipelen. God heeft Zijn bedoelingen met alles. En
de bekwame arbeider Gods zal in deze dingen het Woord Gods nauwkeurig onderzoeken en
biddend vragen om verlichting door Gods Geest. In de tweede brief aan Timothes schreef
Paulus ook over "mijn evangelie" en maant Timothes aan: "Benaarstig u om
uzelf Gode beproeft voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt DIE HET WOORD
DER WAARHEID RECHT SNIJDT". (2 Tim.2:15 in de Staten Vertaling)
HERE, WAT MOET IK DOEN?
"Dit is de vraag die Saulus aan de Here Jezus stelde. Het is
interessant om het antwoord te lezen in: "Maar richt u op, en sta op uw voeten; want
hiertoe ben Ik u verschenen, om u te stellen tot een dienaar en getuige der dingen, beide
die gij gezien hebt en in welke Ik u [nog] zal verschijnen; Verlossende u van dit volk, en
[van] de heidenen, tot dewelke Ik u nu zende; Om hun ogen te openen, en [hen] te bekeren
van de duisternis tot het licht, en [van] de macht des satans tot God; opdat zij vergeving
der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij".
Handelingen 26:16-18
Zegt een gelovige, "Here, wat moet ik doen?" dan hoeft hij
niet willekeurig de Bijbel te openen om een opdracht te vinden, maar hij kan Gods Woord
openen en luisteren naar wat Christus speciaal voor onze tijd voor ons gelovigen uit de
heidenen geopenbaard heeft door Paulus. Daarbij heeft de Here Paulus ook tot een
persoonlijk voorbeeld gesteld. Laat het Woord van God spreken:
1 Timothes 1:12-16 "En ik dank Hem, die mij bekrachtigd heeft,
namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening
gesteld hebbende; Die te voren een godslasteraar was en een vervolger, en een verdrukker;
maar mij is barmhartigheid geschied, daar ik het onwetend gedaan heb in mijn
ongelovigheid. Docht de genade van onze Heere is zeer overvloedig geweest, met geloof en
liefde, die er is in Christus Jezus. Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig,
dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van wie ik de
voornaamste ben. Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mijn,
die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld van hen, die
in Hem geloven zullen ten eeuwige leven" Als wij in harmonie willen zijn met Gods
tegenwoordig voornemen, dan zullen wij door de Heilige Geest geleerd moeten worden
aangaande het bijzondere apostelschap van Paulus voor ons die van oorsprong uit de
heidenen ofwel volkeren zijn gekomen volgens Gods Woord. Paulus zei: "Want ik
spreek tot u, heidenen, voor zover ik de apostel der heidenen ben... Romeinen 11:13
"Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus". (1 Kor.11:1)
Hier vinden wij een volledige openbaring en opdracht om het
evangelie van de genade te prediken en daarbij wat Paulus noemt "het geheimenis van
het evangelie" (Ef.6:19) in de brieven van Paulus. Wij beseffen ten volle dat een
gelovige uit alle opdrachten in de Bijbel kan leren, maar zeker moet hij ze niet alle gaan
uitvoeren. Vanuit de hemel geeft Christus de opdracht aan u en mij door middel van Zijn
dienstknecht Paulus. Geeft u acht?
Ook u die gelooft kan meehelpen met de verkondiging van het evangelie
van de genade, en de bekendmaking van wat de "bedeling van het geheimenis" inhoudt.
Ook u wil God gebruiken als een uit het Hemels Vaderland gezonden gezant der genade, om
Zijn boodschap van redding voor een verloren wereld door het bloed van het kruis te
verkondigen. Laten wij deze boodschap van de rijkdom van Gods genade niet van kracht
beroven, door er goede werken van mensen aan toe te voegen als noodzaak voor het
verkrijgen van redding.
Er is in het christendom in algemene zin zoveel traditie, zoveel
verhindering tot een verstaan van Gods Woord. Zoveel wat geen betrekking heeft op de
unieke openbaring welke aan Paulus gegeven is. Hoe weinig gelovigen worden door hun
voorgangers geleerd wat "het geheimenis van het evangelie" is. Wat een uitdaging
is hier voor u en mij om het WOORD der WAARHEID, het Woord des Levens, recht gesneden,
bekend te maken in een wereld in armoede en blindheid.!
DE KRACHT VAN CHRISTUS
Paulus schreef ook over de kracht van Christus. Daarbij bad Paulus dat
de gelovigen "HOE OVERWELDIGEND GROOT ZIJN KRACHT IS AAN ONS, DIE GELOVEN" zouden
weten en waarderen. Zie het gebed van Paulus in het eerste hoofdstuk van de Efeziërsbrief
vers 19 en hoofdstuk 2:7.
Spreekt Paulus dan over genezing van zieken, of het openen van de
gevangenisdeuren in Rome, of over het kalmeren van de woeste golven van de zee, of over de
gordeldoeken die van zijn lichaam tot anderen gebracht werden? Paulus spreekt over iets
anders. Hij spreekt over de opstanding van Jezus Christus en dan vertelt hij hoe door de
grote kracht van God gelovigen veranderd worden van dode zondaren tot in de hemel gezette
levende kinderen van God. Dit zegt Paulus, als hij spreekt over "hoe overweldigend
groot zijn kracht is aan ons, die geloven".
Paulus zei: Romeinen 1:16 "Want ik schaam mij het Evangelie van
Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder, die gelooft, eerst de
Jood, en ook de Griek" Paulus kleineerde het grote wonder van Gods genade niet: de
openbaring van Gods kracht om een dode zondaar levend te maken met Christus, hem op te
wekken, en met Christus in de hemelse plaatsen te zetten. Dat is KRACHT!
Bij het evangelie van Gods voornemen voor het Koninkrijk op deze aarde,
behoren ook vooral de wonderen en de krachten in de aardse sfeer. Wij lezen hoe deze in
Hebreeën 6:5 "de krachten der toekomende eeuw" genoemd worden. De toekomende
eeuw is de eeuw waarin het Koninkrijk Gods op de aarde bevestigd zal worden. Bij het
evangelie dat te maken heeft met Gods openbaring van het geheimenis behoren vooral de
wonderen en krachten in de (geestelijke) hemelse sfeer. God wil ons tot waardering van dit
hogere leiden.
Paulus had een doorn in het vlees. Als er geen satan en geen zonde was,
had Paulus die doorn ook niet gehad. Driemaal bad Paulus. Het antwoord van Christus was: MIJN
GENADE IS U GENOEG; WANT MIJN KRACHT WORDT IN ZWAKHEID VOLBRACHT. En wat lezen we nu
verder?...
ZO ZAL IK DAN VEEL LIEVER ROEMEN IN MIJN ZWAKHEDEN, OPDAT DE KRACHT VAN
CHRISTUS IN MIJ WONE. (2 Korinthiërs 12:9,10) Paulus zegt: "Christus heeft mij
niet gezonden om te dopen, maar om HET EVANGELIE TE VERKONDIGEN". Wij als
gelovigen uit de heidenen hebben in feite ook geen opdracht om te dopen. Paulus
spreekt van "één doop" in Efeziërs 4:5 en we lezen in 1 Korinthiërs 12:13:
WANT OOK WIJ ALLEN ZIJN DOOR EEN GEEST TOT EEN LICHAAM GEDOOPT"...
Dit is een doop van éénheid en een doop van KRACHT, want het voegt
een mens aan Christus en Zijn Lichaam toe. Zoals de waterdoop bij het evangelie van het
Koninkrijk der hemelen, Gods profetisch voornemen hoort; zo behoort deze doop, die zonder
handen geschiedt en het werk van Gods Geest is, bij het evangelie van Gods genade, wat
geheim was gehouden maar geopenbaard werd aan Paulus. (zie ook in Rom.16:25)
Heeft u wel eens goed ingezien met hoeveel energie Paulus het evangelie
van genade gepredikt heeft? In verband met de opdrachten aan de twaalf lezen wij "al
de volkeren", "de gehele wereld" en "alle creaturen". Maar het is
Paulus die verklaart: "Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en
de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden
der eeuwen verzwegen is geweest" Romeinen 16:25
"Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het
brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van die dag af dat gij gehoord hebt, en de
genade Gods in waarheid bekend hebt" Kolossensen 1:6 "Indien gij maar blijft in
het geloof, gefundeerd en vast, en niet bewogen wordt van de hoop van het Evangelie, dat
gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is onder al de kreatuur, die onder de hemel is; van
hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben" Kolossensen 1:23
Wat dan ook bedoeld mag zijn in de opdrachten in Matthes en Marcus en
in de aangehaalde plaatsen uit de brieven van Paulus, de Griekse termen zijn hetzelfde, en
Paulus verklaart dat hij dit met zijn evangelie wel bereikt heeft. Dit is bijna
ongelooflijk als wij het hier niet ZWART op WIT in de bijbel zouden zien staan. Paulus
heeft dit dan ook nooit kunnen bereiken in eigen streven, en hij zegt ook: "Doch
door de genade Gods ben ik, wat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet
ijdel geweest, maar ik heb overvloedige gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de
genade Gods, Die met mij is" 1 Korinthiërs 15:10 "Waartoe ik ook arbeid,
strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht" Kolossensen 1:29
Vergeet dan ook niet het lijden, de ontberingen, de gevaren, de
verdrukkingen, de honger, de slagen, de gevangenschappen, de tegenstand en de zorgen die
Paulus heeft meegemaakt. Hoe hij niet beschaamd was en hoe hij niet bang was, ook niet in
vervolging en verdrukking. God heeft hem buitengewoon bekrachtigd in het geloof en de
liefde en met Zijn Geest voor zijn bediening. Niets was hem teveel om de zaak van zijn
Redder en Heer, Christus Jezus en de opbouw van de gelovigen. Als wij vandaag meer in deze
geest en gezindheid arbeiden voor onze Here zullen wij ook zien dat dit evangelie vrucht
voortbrengt! "Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettig gebruikt"
1 Timothes 1:8 "En ik weet vernederd te worden, ik weet ook
overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en
honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. Ik vermag alle dingen
door Christus, Die mij kracht geeft" Filippenzen 4:12,13
LATEN WIJ VOORTGAAN
Laten wij voortgaan en elkaar aanmoedigen in de hoge weg van geloof,
hoop en liefde. En zoveel mogelijk met elkaar de eenheid van de Geest bewaren en tot
uiting brengen. Laten wij voortgaan om zelf te groeien in de genade en de kennis van onze
Here Jezus Christus.
Laten wij de Gemeente van Christus, het Lichaam, opbouwen naar het voorbeeld dat ons
gegeven is in Gods Woord, en wel in het bijzonder door de apostel van de heidenen. Mogen
wij in en door één Geest (Gods Geest) in één Lichaam gedoopt zijn! Mogen wij inzien
dat Christus Zelf het Hoofd is van Zijn Gemeente, het Lichaam. "Maar de
waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is,
namelijk Christus" Efeziërs 4:15
Nu willen wij als conclusie, met een paar teksten uit de Bijbel, en
gedeelten citeren uit de brieven van een getrouwe dienstknecht van God, dat ons ook een
hulp was in het verstaan van Gods voornemen van deze tijd. "En allen te
verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid is, die van
alle eeuwen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus
Christus; Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worden aan de overheden en de machten
in de hemel de veelvuldige wijsheid Gods" Efeziërs 3:9,10
Hoe zullen de overheden en machten in de hemelse plaatsen de
veelkleurige wijsheid Gods leren kennen als de Gemeente het niet bekend maakt? Hoe kan,
als oudere gelovigen er zelf niet alleen onkundig van blijven, maar anderen waarschuwen
om er niet naar te luisteren, dit evangelie bekend gemaakt worden? Zie in dit verband:
Efeziërs 6:12 "Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de
overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, van de duisternis
dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht"
De satan wil niet dat de waarheid aangaande Christus en de Gemeente
bekend wordt. Maar God wil het. Daarom heeft God het geheimenis van Zijn wil bekend
gemaakt. Wie zullen wij gehoorzamen? Satan of God? Vergeet niet, God wil dat allen inzien
wat de bedeling van het geheimenis, de bedeling van genade, is, welke van het begin in God
verborgen was gehouden tot het door Christus aan Paulus geopenbaard werd. Onthoudt de
woorden van Paulus:
"Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te
behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van
Christus" Galaten 1:10 "En Gode zij dank, Die ons allen tijd doet triomferen in
Christus, en de reuk van Zijn kennis door ons openbaar maakt in alle plaatsen" 2
Korinthiërs 2:14