Bovenstaande tekst van de apostel Paulus moet zeer zeker hoog
staan in de doelstelling van een ieder die Gods woord verkondigdt n.l. het
evangelie van Gods genade als de boodschap voor deze boze tijd. In de geest van
2 Tim.2:15, trachten wij het pand "te bewaren wat (ons) is toebetrouwd, een
afkeer hebbende van het ongoddelijk ijdelroepen, en van de tegenstellingen der
valselijk genaamde wetenschap; dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof
afgeweken" (1 Tim.6:20,21).
Zoals de apostel, zijn ook wij betrokken bij de ware leer van
het evangelie, opdat de gedachten van gelovigen "niet worden bedorven, om af te
wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is". Met dit in
gedachten geeft de schrijver de hiervolgende studie door, met de vraag of u, net
als de wijze Bereërs van vroeger deden, zich wilt voegen bij de onderzoekers van
de Schriften, om te zien of deze dingen zo waren.
WAT IS WAARHEID? Op een vreselijke dag in de menselijke
geschiedenis stelde de Romeinse stadhouder van Judea, Pontius Pilatus, deze
vraag kortweg, toen hij in de rechterstoel zat voor de Here Jezus Christus.
Verraden door Judas, daarna gearresteerd, vals beschuldigd en veroordeeld door
de Joodse oversten, stond onze Here nu in de Romeinse rechtzaal, en Pilatus,
pogend een reden te vinden om Hem te veroordelen, vroeg Hem of Hij de Koning der
Joden was. Jezus antwoordde dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld was.
Pilatus spitste zich op het punt: "Zijt Gij dan een koning?"
Jezus antwoordde: "Gij zegt dat Ik een Koning ben. Hiertoe
ben Ik geboren, en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid
getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem"
(Joh.18:37). Pilatus zeide: "Wat is waarheid?" en hiermede keerde hij zijn rug
naar DE Waarheid, kwam tegemoet aan de wensen van de Joodse oversten, en
veroordeelde Jezus tot de dood door kruisiging.
"Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden" (1
Cor.15:20). Gedurende bijna 2000 jaren heeft de Christelijke wereld Jezus
Christus beleden als de auteur van onze redding (Hebr.5:9) en de openbaring van
de waarheid en genade van God (Joh.1:17). Het Christendom heeft zich echter
zowel in de verkondiging als in het leren van de waarheid van het evangelie van
Christus, verdeeld bevonden voor wat betreft de juiste uitlegging en begrip van
die waarheid. In de vraag "Wat is waarheid?" met betrekking tot het
evangelie van Christus hebben velen van de leraren en theologen van het
Christendom dit zo veranderd, gekleurd, verkeerd overgebracht, verzwakt,
verdraaid, of zijn op een of andere wijze van de waarheid van het evangelie
afgedwaald, dat het schijnt of de waarheid ten dode is gedoemd.
Dan is het niet verwonderlijk dat in de geschriften van de
Apostel Paulus de lezer getroffen wordt door de overtuiging waarmee hij de
waarheid van het Evangelie van Christus naar voren brengt en verdedigt.
Toegewijd als hij was aan de verkondiging van het evangelie, was Paulus er
speciaal op uit te zorgen dat het verkondigd werd in waarheid. Omdat hem de
openbaring en het verzorgen van het evangelie was toevertrouwd was Paulus de
meest geschikte om de uitzaaingen van verwarring en valse weergaven die de
waarheid van het evangelie van Christus aantasten, te onderkennen.
Paulus' zorg voor de zuiverheid van het evangelie komt sterk
naar voren in zijn brieven aan de eerste gemeenten. In de tweede brief aan de
Corinthiërs spreekt hij zijn vrees uit dat zijn lezers zullen worden afgeleid
van de eenvoud en zuiverheid van het evangelie dat hij hen verkondigde (2
Cor.11:3 en volgende verzen). In de brief aan de Galaten verwondert hij zich dat
de Galatische gelovigen "zo haast weken van degene, die hun in de genade van
Christus geroepen heeft, en overgebracht werden tot een ander evangelie; daar er
geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het evangelie van
Christus willen verkeren. Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de
hemel u een evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die
zij vervloekt" (Gal.1:6-8).
In beide brieven maakte de apostel een uitgesproken verschil
tussen het evangelie van Christus dat hij verkondigde, en "een ander evangelie"
en "een andere Jezus" die hij niet predikte. Hij stelde dat het "andere
evangelie" was: IEDERE afwijking van het evangelie zoals het hem door
Christus was geopenbaard.
De apostel benadrukte dat het evangelie dat hij ontving en
verkondigde, in de plaats kwam van al het andere goede nieuws dat er aan vooraf
ging, en dat alleen zijn evangelie sloeg op de Gemeente van God in deze
bedeling, de bedeling van Gods Genade (zie Eph.3). Zijn evangelie was uniek, en
mocht niet worden verdraaid door aan het bijzondere karakter als bedeling, toe
te voegen, of er van af te doen.
Bijvoorbeeld onderscheidde Paulus in het bijzonder zijn
evangelie van het evangelie dat door de Here Jezus Christus aan de twaalven was
opgedragen.
"Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het evangelie
der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis; (Want Die
in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht
ook krachtelijk in mij onder de heidenen); En als Jakobus, en Cefas, en
Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was,
bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij
tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan" (Gal.2:7-9).
Wij kunnen uit deze passage in de Schriften duidelijk drie
feiten naar voren halen:
1. De Here Jezus Christus gaf aan de apostel Paulus een
apostolische opdracht, gescheiden en los van die, welke werd gegeven aan de
twaalf apostelen.
2. Paulus' opdracht bevatte de verkondiging van het evangelie
van de onbesnedenheid. Paulus noemde het bij deze naam om het te onderscheiden
van het evangelie dat aan Petrus werd opgedragen. Het is klaarblijkelijk het
evangelie van de Genade van God, de prediking van het kruis, het geheimenis van
Christus, dat verklaart dat alle mensen overal in aanmerking komen voor
verontschuldiging van de straf voor hun zonden, uitsluitend op basis van Gods
Genade, door geloof in Jezus Christus als hun Here en Redder. De verschillen
tussen Jood en heiden zijn weggedaan door het bloed van de Here Jezus Christus
(Eph.2:8 en volgende verzen). De verbonds-eisen zoals besnijdenis en onderhouden
van de Mozaïsche Wet, zijn niet langer noodzakelijk om een aanvaardbare status
voor God te verkrijgen of te handhaven (Gal.2:16; 6:15). Allen die geloven
hebben deel aan een nieuwe schepping, de Gemeente, het Lichaam van Christus, en
onze gezamenlijke opdracht is, om de bediening die Paulus begon, "het
betuigen van het evangelie van Gods Genade", voort te zetten (Hand.20:24).
3. De opdracht van Christus aan Paulus om het evangelie tot
de heidenen te brengen verving Zijn opdracht aan Petrus en de andere apostelen
om "te gaan in de gehele wereld en het evangelie te prediken aan alle
kreaturen" (Gal.2:7-9 cf.Mark.16:15).
Paulus verpersoonlijkte het evangelie dat hij door openbaring
van Jezus Christus ontving door dit "mijn evangelie" te noemen (Rom.16:25). Veel
van de te onderscheiden kenmerken van zijn evangelie zijn duidelijk naar voren
gebracht in zijn brief aan de Ephesiërs.
Een eerste voorbeeld van Paulus' ijver voor de waarheid van
het evangelie staat opgetekend in Hand 15 (cf.Gal.2). Enige tijd nadat hij en
Barnabas waren teruggekeerd naar Antiochië van hun eerste zendingsreis, ontstond
een dispuut in die gemeente tussen Paulus en Barnabas aan de ene kant, en zekere
Joodse Christenen aan de andere kant, die leerden dat "indien gij niet besneden
wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden" (Hand.15:1
cf.15:5). "En als daarover grote twisting geschiedde" werden Paulus en Barnabas
met een delegatie naar Jeruzalem gezonden om met de gemeente daar in
raadszitting bijeen te komen en de zaak op te lossen. Het resultaat was, na
uitvoerig debat, geleid door Jakobus, de broeder van de Here, dat de heidenen
niet verplicht waren om de wet van Mozes te onderhouden teneinde gered te
worden, net als Paulus had geleerd.
De echte overwinning van de Raad te Jeruzalem was de
erkenning van Petrus dat God "geen onderscheid heeft gemaakt tussen ons (Joodse
gelovigen) en hen (gelovigen uit de heidenen), gereinigd hebbende hun harten
door het geloof" en dat wij geloven, "door de genade van de Here Jezus Christus
zalig te worden, op zulke wijze als ook zij". Dat Petrus echt de waarheid van
het evangelie begreep gaf dat hij hier te kennen gaf wordt gezien door zijn
gedrag zoals dit is beschreven in Gal.2:11-13. Hier gebeurde het dat Petrus en
andere Joodse gelovigen in gemeenschap met de Christenen uit de heidenen in
Antiochië zelfs met hen aten, want hij zeide dat God "geen onderscheid tussen
ons en hen heeft gemaakt...". Hoe ongelukkig dat toen zij hoorden dat een door
Jakobus gezonden delegatie op bezoek kwam, zij zich terugtrokken van de
gelovigen uit de heidenen, "vrezende degenen, die uit de besnijdenis waren".
Want omdat Jakobus en de Raad met Paulus instemden dat
gelovigen uit de heidenen niet onder de wet waren, was er het tekortschieten van
het besluit van de Raad, dat Joodse gelovigen niet in de toepassing ervan werden
inbegrepen. Paulus sloot hen wel in "zijn" evangelie in, en wel nadrukkelijk,
maar de Raad deed dat niet. De Joodse gelovigen bleven "ijveraars van de wet"
(Hand.21:20) en leefden onder haar juk, welk juk, zoals Petrus verklaarde, "hun
vaderen noch zij hebben kunnen dragen" (Hand.15:8-11). Door zo te doen
vereeuwigden en versterkten zij het onderscheid tussen het evangelie van de
besnijdenis en dat van de onbesnijdenis. Dit zou bijdragen tot Paulus'
voortdurend conflict met de Judeërs, en zijn daaruit volgende confrontatie met
Petrus, zoals we die beschreven vinden in Gal.2:11-21.
Let op Paulus' strenge reactie op Petrus' huichelachtig (d.i.
hypocriet, voorgewend) gedrag in die passage. Toen Paulus "zag dat [Petrus en de
andere Joodse Christenen in Antiochië] niet oprecht wandelden naar DE WAARHEID
VAN HET EVANGELIE", "wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te
bestraffen was". Waarom was Petrus te bestraffen? Omdat n.b. hij, van alle
Joodse Christenen (met uitzondering van Paulus en Barnabas) het best een van de
meest fundamentele waarheden van het evangelie van Gods Genade moest kennen, dat
Christus "de scheidsmuur (tussen Joden en heidenen) verbroken had...dat Hij
beiden mocht verzoenen met God in één lichaam door het kruis, daarbij de
vijandschap teniet gedaan hebbend...", zodat nu beiden medeburgers waren van de
hemel en huisgenoten Gods (Eph.2:14-19 cf.Hand.10:1-11:18 en 15:1-11).
Zoals eerder vermeld trok Petrus, blijkbaar bevreesd voor
kritiek van de Christenen uit de besnijdenis uit Jeruzalem, zich beschaamd terug
en scheidde zich af van de gemeenschap met de Christenen uit de heidenen,
steunend op de bijval van zijn mede-Joden in deze zaak, waardoor hij de gemeente
in Antiochië in verkeerd daglicht stelde. Dit bracht Judaïsme met zich in het
evangelie, want zij verplichtten de heidenen om "te leven als de Joden" als zij
met hen gemeenschap in de Here wilden (Gal.2:14). Te leven als de Joden
betekende te worden besneden en de wet van Mozes onderhouden (Hand.15:1,5) in
tegenstelling tot de waarheid van het evangelie van Christus. Dit was nu juist
het verdraaide evangelie wat Paulus zo heftig aanviel in deze brief aan de
Galaten: redding door geloof in Christus plus de werken van de wet of andere
menselijke pogingen. Dit was de antithese van het evangelie van Gods Genade.
Elders geeft de apostel Paulus zijn lezers de raad om op te
passen voor deze en soortgelijke invloeden, hoe subtiel ook, die trachten tot in
onze dagen de waarheid en de eenvoud van het evangelie van Christus te
verdraaien. In zijn brief aan de Colossenzen, hoofdstuk 2, waarschuwt Paulus de
heiligen: "Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en
ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen
der wereld, en niet naar Christus" (Col.2:8). Wat Paulus hier en in de volgende
verzen doorgaf waren de klassieke vormen van religieus syncretisme: de
verdraaiing van de waarheid van het evangelie door te pogen om het in harmonie
te brengen met bepaalde philosofische overwegingen, of door de mens ingebrachte
tradities, of wettelijke vereisten, of ascetische beperkingen.
Sta hier een ogenblik stil en kijk eens naar het Christendom
van vandaag, zoals het zich na bijna 2000 jaren heeft ontwikkeld. Onder de
milliarden mensen die zich Christenen noemen zult u elke mogelijke verdraaiing
van de waarheid vinden waarvoor Paulus waarschuwde, en nog meerdere. De grootste
fout, de oorzaak van al de andere, is de leer van de rechtvaardiging door geloof
EN werken, oftewel menselijke verdienste. Dit heeft tot resultaat de leer dat
wij IN CHRISTUS NIET HELEMAAL VOLMAAKT zijn. Een der redenen voor deze
beschamende conditie is het falen van vele Christelijke leidslieden om het Woord
der waarheid recht te snijden, zoals Paulus aanbeval in 2 Tim.2:15. Dit is wat
veel van deze leidslieden, van de vroegere kerkvaders tot de moderne theologen
van deze tijd, nagelaten hebben; onderscheid te maken tussen de waarheid van het
evangelie van Gods Genade voor deze bedeling, en de verschillende andere
evangelische waarheden zoals deze in Gods Woord alleen voor Israel zijn
geopenbaard. Het resultaat is, om het met Paulus' woorden te zeggen, "Die
altijd leren, en nimmermeer tot kennis der waarheid kunnen komen" (2 Tim.3:7)
Binnen de geschiedenis van het Christendom zien we een spoor
van bloedvergieten in talloze godsdienstoorlogen, in vervolgingen, in de
Inquisitie en zelfs in de Holocaust, alles ten slotte verbandhoudend met het
falen van de mens om de waarheid van het evangelie in stand te houden. Onlangs
riep een voorname leidsman van de Rooms-Katholieke Kerk Christenen op om in het
openbaar schuld te belijden voor de rol van de Kerk bij de Jodenvervolging door
de eeuwen heen. Hierbij voerde hij de oorzaak van het anti-Semitisme terug tot
de eerste dagen van de Kerk, MET VERMELDING van Schriftgedeelten die Joden en
het Judaïsme aantasten, in het bijzonder in het evangelie naar Johannes. Is dit
wel zinvol? Is dit het Woord van God recht snijden? Inspireerde de Geest van God
de Apostel Johannes om zijn eigen volk te smaden en de anti-Semitische
gedragingen bij Christenen te bevorderen, zo dat zij de Joden zouden vervolgen
wegens "vermoorden van de Messias"? Nee, de Schriften zijn geen probleem. Het
probleem is dat de kerk hielp deze houding te koesteren door eigen onbekwaamheid
of onwil om de waarheid van het Evangelie van Christus vast en hoog te houden.
Het antwoord van Paulus op deze ketterijen van binnen uit,
die de eenheid van de Kerk zo verscheurde, is heel eenvoudig en aanwijsbaar:
Gods Woord als zodanig toereikend tot geloof en praktijk (2 Tim.3:14-17), maar
wij MOETEN het Woord der waarheid recht snijden (2 Tim.2:15). Geestelijke
waarheid MOET geestelijk worden onderscheiden (1 Cor.2:6-16). Alles in de Bijbel
is waarheid, maar de waarheid voor Zijn Gemeente is speciaal geopenbaard in het
evangelie van Paulus (zie Gal.1:11,12; Rom.16:25), en alleen gepersonifieerd in
de verheerlijkte Here (Eph.4:20,21). In Christus "zijn al de schatten der
wijsheid en der kennis verborgen...in Hem woont al de volheid der Godheid
lichamelijk." "En GIJ ZIJT IN HEM VOLMAAKT, Die het Hoofd is van alle overheid
en macht" (Col.2:3,9,10). Hij is ons alles in allen (Eph.1:23).
Elke versie van het evangelie die niet strookt met het
evangelie van Paulus is een verdraaiing van het evangelie (Gal.1:6,7). Het is
bijvoorbeeld fout om de waarheid van het evangelie te niet te doen door
bedekking met leringen en overleveringen van mensen (Eph.4:14; Col.2:8-22; Zie
ook Matt.15:1-9, waar de Here hetzelfde probleem aansnijdt m.b.t. de Wet). Het
is dwaalleer om de leer van redding door genade door geloof PLUS werken te leren
(Rom.11:6; 2 Tim.1:9 cf. Eph.2:8-10). Om kort te gaan, elke poging om de
waarheid van het evangelie, op welke manier ook, te verdraaien b.v. door wet en
genade of werken en genade, of ook zonde en genade (zoals in Rom.3:8; 6:1), is
tegen de waarheid en niet vóór de waarheid. Voordat u iemands woorden aanneemt
als "evangelische waarheid", verzeker u ervan dat hij "het Woord der waarheid
recht snijdt" (2 Tim.2:15).
Laten wij ons toch voegen bij de apostel Paulus door getrouw
de waarheid van het evangelie hoog te houden, "opdat wij niet meer kinderen
zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met alle wind van
leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot
dwaling te brengen; maar de waarheid betrachtende IN LIEFDE, alleszins zouden
opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus" (Eph.4:14,15).
^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^