|
5) Hoe weten we wat
rechtstreeks aan ons is geschreven?
Als sommige schriftgedeelten
aan Israël geadresseerd zijn en sommigen aan de mensen in Korinthe
en sommigen aan de Romeinen, hoe weten we dan wat aan ons is
geschreven? Het antwoord is heel eenvoudig. Lees het adres.
U kunt naar het postkantoor
gaan en aan de postbode vragen hoe hij alle brieven uit elkaar kan
houden. Hoe weten ze zeker dat ze de juiste brief in de juiste
brievenbus doen? Kijk naar het adres, zo eenvoudig is het.
De meeste Bijbelleraars
zullen u leren dat deze tegenwoordige tijd begonnen is met
Pinksteren. Wij geloven dat die begonnen is met de bediening van de
apostel Paulus.
In Handelingen 2:22 lezen
we: “Gij Israëlietische mannen, hoort deze woorden”.
En in vers 36 “Zo wete
dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en
Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus Dien gij gekruist
hebt”. Maar sommigen zullen zeggen dat er ook heidenen onder dit
gehoor waren. Het antwoord is ja, dat was zo, maar de Bijbel
identificeert ze heel zorgvuldig voor ons. Handelingen 2:9,10 zegt:
“Parthers en Meders en
Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotamië, en Judea, en
Cappadocië, Pontus en Azië. En Frygië, en Pamfylië, Egypte en de
delen van Libië, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen,
beide Joden en Jodengenoten”.
De enige heidenen die
genoemd worden zijn zij die zich bekeerd hebben tot het Joodse
geloof, en dat betekend nogmaals dat Petrus degenen aanspreekt die
bij de Joodse eredienst zijn betrokken. Vers 14: “Gij Joodse
mannen,en gij allen die te Jeruzalem woont”.
Het is heel belangrijk om
het adres te lezen.
Een ander boek waar mensen
moeite mee hebben is Jakobus. Maarten Luther wilde Jakobus bijna uit
de Bijbel scheuren. Hij noemde het een ‘strooien brief’. Hij dacht
dat er geen inhoud in zat. Waarom? Omdat er in het boek Jakobus
staat: “Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is
bij zichzelf dood”. ( Jakubus 2:17,24) Maarten Luther, de grote
voorvechter van de rechtvaardigheid door geloof zei dat Jakobus geen
gelijk kon hebben en kon daar niet mee overweg. Ook híj had het
adres moeten lezen. Het boek Jakobus begint met te zeggen in het
eerste vers: “Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere
Jezus Christus, aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn:
zaligheid”. Er zou veel verwarring voorkomen kunnen worden als
wij gewoon het adres lazen.
In 1 Timotheüs 2:7 zien wij
frustratie bij Paulus. Hij kwam met een nieuwe boodschap en de
mensen hadden daar zo hun vragen bij. Achtereenvolgend hadden zij de
wet, de profeten en de twaalf apostelen gehad en nu komt daar een
man die claimt dat hij een nieuwe openbaring heeft van God. Het is
niet zo vreemd dat mensen daar vragen bij hadden en een beetje
sceptisch waren. Paulus schrijft in 1 Timotheüs 2:7 “Waartoe ik
gesteld ben een prediker en apostel (ik zegt de waarheid in
Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen in geloof en
waarheid”. Je voelt zijn frustratie! Hij zegt dat hij niet liegt
en de waarheid vertelt. Dit heeft Christus aan mij gegeven. Keer op
keer zien wij schriftgedeelten waar Paulus zegt: “Ik ben de apostel
van de heidenen, mij is de bedeling der genade Gods gegeven voor u
heidenen”. Steeds herinnert hij ons er aan dat hem een unieke
openbaring is gegeven, speciaal voor ons vandaag. Het is eigenlijk
heel eenvoudig. De brieven Paulus zijn geadresseerd aan ons. |