De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

15) Predikten Petrus en Paulus niet dezelfde dingen?

Het is waar dat er veel overeenkomsten zijn in de prediking van Petrus en Paulus. Bijvoorbeeld, zij predikten dezelfde Christus. Petrus predikte Christus naar Zijn profetische openbaring, Paulus naar Christus’openbaring van het geheimenis, zoals we later zullen zien. Zij predikten beiden de opstanding. Paulus maakt dit heel duidelijk in 1 Korinthe 15. Petrus en de twaalf zagen de opgestane Heere en predikten Hem als de Opgestane. Paulus zag zelf de opgestane Heere en predikte Hem als de Opgestane. Dus inderdaad, Petrus en Paulus predikten veel dezelfde waarheden die we in elke bedeling kunnen toepassen. Maar wanneer het aankomt op de specifieke dingen die zij leerden aan de mensen tot wie zij spaken, dan zijn er veel verschillen die we goed moeten begrijpen als we het woord der waarheid recht willen snijden.

We zullen verschillende tegenstellingen bekijken om het verschil te laten zien tussen de prediking van Petrus en Paulus. Laten we beginnen in Galaten 2, waar we een tegenstelling zien tussen de evangeliën die zij predikten. Het zal voor vele christenen een verrassing zijn dat Petrus niet de apostel is voor deze bedeling van Genade. Het idee dat Petrus de apostel is voor de kerk is al zo lang ingeworteld in mensen en volgens de traditie al zo lang geleerd dat het moeilijk is voor mensen om te vatten dat God een nieuwe apostel heeft aangesteld voor deze bedeling – de apostel Paulus. We willen nu in de Bijbel kijken om te laten zien dat dit waar is.

Galaten 2:7 vermeldt de vergadering in Jeruzalem waar Paulus heenging om te discussiëren met de andere apostelen over de besnijdenis. Ze kwamen tot de conclusie dat de heidenen zich niet hoeven te laten besnijden om gered te kunnen worden. Noch dat zij zich aan de wet van Mozes moeten onderwerpen om recht met God te kunnen staan. Maar waarom zijn er nog mensen die leren dat je je moet laten besneden om gered te worden? Dit gaat terug tot Abraham toen hem het verbond van de besnijdenis werd gegeven. Hem werd verteld dat elke man die niet besneden was afgesneden werd van zijn volk. Om afgesneden te worden van het volk Israël was een zeer serieuze zaak. Het verbond van God, de beloften van God verbleven bij het volk Israël. Afgesneden worden van het volk Israël was net zo erg als afgesneden worden van de verbonden van God. Daarom was het belangrijk dat alle mannen besneden waren om te laten zien dat zij een deel waren van het volk Israël, en zo een deel van het verbond, en dat zij hun geloof in de God van Israël uitoefenden. Besnijdenis was heel erg belangrijk in die tijd.

Daarom lezen we in Galaten 2:7, “Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid  toebetrouwd was, gelijk aan Petrus [dat] der besnijdenis;” Veel mensen vragen zich af of de apostel Petrus de besnijdenis leerde als onderdeel van het evangelie? Hier staat dat hij “het evangelie der besnijdenis” predikte. Veel moderne vertalingen hebben dit punt waar Paulus het hier over heeft verduisterd door het te vertalen met “het evangelie aan de Joden”. Zeker, Paulus predikte zijn evangelie aan de Joden, maar de Heilige Geest Die Paulus inspireerde toen hij schreef gebruikt het woord “besnijdenis”. Dit had een goede reden: Onder het koninkrijks evangelie dat Petrus predikte was besnijdenis vereist. Dit ging terug tot Abraham. Het was het evangelie der besnijdenis. Daarentegen toen aan Paulus het geheimenis werd gegeven, het geheim van het evangelie van de genade van God, bevatte zijn boodschap geen besnijdenis of enig ander ritueel of religieus werk. Daarom wordt dit evangelie ‘het evangelie der voorhuid’ genoemd.

Dit zou ons om te beginnen al moeten zeggen dat er een groot verschil is tussen wat Petrus predikte en wat Paulus predikte. Petrus’ boodschap bevatte besnijdenis en die van Paulus niet. Dat is een groot, groot verschil. Laten we met dit in gedachten het evangelie zelf bezien.

Petrus’ evangelieboodschap op het Pinksterfeest, een Joods feest, waar Joden en Jodengenoten van over de hele wereld bijeenkwamen, is opgeschreven in Handelingen 2:36-38

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere  en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist  hebt. “En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden  tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?” Waarom waren zij zo verslagen? Zij hadden net de Messias gedood en nu was Christus levend. En Hij was niet alleen levend, Hij was de Heere! Zij begonnen te beven! Want wat gebeurt er als u iemand doodt en de volgende dag leeft hij weer? En Hij leeft niet alleen weer, maar Hij is de Heere van het hele universum! U zou op uw benen staan te trillen. Dat is precies wat zij doen. Zij zeggen: “Wat zullen wij doen?  Wij zijn in moeilijkheden. Wij hebben onze Messias gedood. Wat moeten we doen?” Vers 38,

“En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt  in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult  de gave des Heiligen Geestes ontvangen.”

Petrus zegt hen dat zij twee dingen moeten doen – zij moeten zich bekeren en zij moeten gedoopt worden. Wij weten dat de opdracht die aan Paulus was gegeven geen waterdoop bevatte, 1 Korinthe 1:17 “Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie  te verkondigen.” Maar Petrus’ evangelie bevatte wel waterdoop. In veel kerken is verwarring over dit vers. Sommige kerken leren dat als Petrus zegt dat je gedoopt moet worden voor vergeving van zonden dat je dan ook gedoopt moet worden om gered te kunnen worden. Andere kerken erkennen dat Paulus leert dat redding niet uit werken der rechtvaardigheid is, en niet door onze werken, maar door God’s barmhartigheid en genade.

Zij kunnen niet met elkaar verenigen dat Petrus zegt dat je gedoopt moet worden en Paulus dat er geen goede werken nodig zijn. Daarom moeten zij of negeren wat Petrus zegt of het zo verdraaien dat het iets anders wordt dan wat hij echt heeft gezegd. Zo zie je dan dat sommige mensen zeggen dat Petrus bedoelde: bekeerd u en laat u dopen vanwege of door de vergeving der zonden. Het probleem hierbij is dat het niet hetgeen is dat God zei! Het woord “tot” in “tot vergeving der zonden” betekent letterlijk “voor vergeving der zonden”.  Met andere woorden, bekering en doop, gedaan in geloof zou leiden tot de vergeving van de zonden. Petrus predikte een evangelie dat bepaalde werken vereiste als bewijs van geloof. Als een persoon deze werken niet deed liet dat zien dat hij geen geloof had. Dat is het evangelie van het Koninkrijk (of “der besnijdenis”) .

Predikte Petrus later nog de noodzaak van op geloof gebaseerde werken? In Handelingen 10:34,35 lezen we, “En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat  God geen aannemer des persoons is; Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem  aangenaam.” Predikt Petrus nog steeds een bepaalt soort werken om geaccepteerd te worden door de Heere? Ja. Werken der gerechtigheid. Petrus predikt dit in 2 Petrus 5-11 waar hij zegt: “…en voegt bij uw geloof…” en dan noemt hij zeven dingen op zodat zij “nimmermeer struikelen” en “de ingang” toegevoegd wordt in het koninkrijk.

Heeft de apostel Paulus ooit zoiets gezegd?  Nee, Paulus voegt nooit werken toe aan zijn evangelie van verlossing. Een goed voorbeeld hiervan is Romeinen 3:21-28  “Maar nu…”.

Hier zien we één van die bedelingspunten. God vertelt ons hier dat er iets is veranderd.

“Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet,  hebbende getuigenis van de wet en de profeten: “Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus…”. Dit is het geloof van Christus, wat Hij voor ons heeft gedaan op Golgotha. Hij was getrouw. Zo is deze rechtvaardigheid van God ontstaan. “…door het geloof van Jezus Christus,  tot allen, en over allen, die …”  Gedoopt zijn? Nee. Gerechtigheid werken? Nee. “…die geloven; want er is geen onderscheid; Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;” “En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing,  die in Christus Jezus is;” Vers 26 “Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd;  opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het  geloof van Jezus is Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen,  maar door de wet des geloofs. Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt,  zonder de werken der wet.” Dit is niet wat Petrus predikte, maar dit is wat Paulus predikte – twee verschillende evangeliën.

Soms, voordat mensen leren om het woord der waarheid recht te snijden, zullen zij hier over nadenken en zich afvragen: Petrus zegt dat je dít moet doen om gered te worden  en Paulus dat je dát moet doen. Wat moeten we nu doen? Sommige mensen besluiten om beiden te doen. Ze proberen Petrus’manier en ze proberen Paulus’ manier ook. Moeten we zo met het evangelie omgaan? Beter van niet. We kunnen beter het woord der waarheid recht snijden en uitvinden wie tot wie spreekt en wie tot ons spreekt. Petrus schrijft aan de besnijdenis. Hij schrijft aan degenen van het Koninkrijksprogramma, tot de Joden. Hij schrijft aan hen van een andere bedeling. Wij prediken niet dat iemand moet gedoopt worden om gered te kunnen worden. Dat is het Koninkrijksevangelie. Wij prediken Paulus’evangelie tot de heidenen en dat wij gered worden door geloof alleen, in het volbrachte werk van Christus, 1 Korinthe 15:1, “Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd  heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;” Wat is onze positie voor God vandaag? In het geloof in het evangelie.Dat is onze positie voor God. Niet door de doop, niet door het doen van werken der gerechtigheid, niet door de tien geboden van de wet te houden. Het is door het geloof in het evangelie. Paulus zegt, “Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de  Schriften;” (1 Korinthe 15:3,4). Paulus zegt dat dit het evangelie is en dat we door geloof daarin moeten staan. Titus 3:5, “Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid,  die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der  wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;”. Zo worden wij nu gered.

Laten we naar een tweede tegenstelling gaan tussen Petrus en Paulus: Hoe kijken zij naar  Gods mensen? Laten we naar 1 Petrus 2:9 gaan, “Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een  heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden  Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar  licht;” Een koninklijk priesterdom, een heilig volk. Spreekt Petrus hier over het lichaam van Christus? Zegt hij dat wij een heilig volk zijn? Als wij een volk zijn, welk volk zijn wij dan? Petrus spreekt tegen de Israëlieten, het gelovige overblijfsel van Israël in zijn generatie. Hij haalt dit uit Exodus 19 waar God Israël beloofde, “En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn.  Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult” (Exodus 19:6). Wij, als lichaam van Christus zijn geen volk. Het lichaam van Christus bestaat uit mensen uit alle volkeren. Maar Petrus schrijft aan een volk. Het volk Israël.

Hoe kijkt Paulus naar Gods mensen? 1 Korinthe 12:27 zegt, “En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.” Dit is een groot verschil. Petrus schreef in zijn generatie aan dat gelovige overblijfsel van Israël dat nog bestond in die tijd, hij schreef aan een volk. Als Paulus schrijft, schrijft hij aan een lichaam, het lichaam van Christus, gelovigen uit alle volken die op Christus hebben vertrouwd. Sommigen zullen zeggen: “Spreekt Petrus ook niet over het lichaam van Christus? “. Probeert u eens één verwijzing naar het lichaam van Christus te vinden in Petrus’ brieven. Er zijn er geen. Probeer één verwijzing naar het lichaam van Christus te vinden buiten de brieven van Paulus. Er zijn er geen. Paulus is de enige schrijver die verwijst naar de gemeente die Zijn lichaam is. En dat komt omdat hij de apostel van genade is voor deze bedeling.

Een derde tegenstelling tussen Petrus en Paulus is de aard van hun boodschap. Petrus boodschap is een boodschap van profetie. Dat wat geopenbaard was in de tijd van de profeten.

Het eerste gedeelte waar we naar willen kijken is Handelingen 3:21. We willen dit vers vergelijken met Romeinen 16:25. Dit zijn twee verzen dit het verschil laten zien tussen profetie en geheimenis. De Bijbel kan in grote lijnen verdeeld worden in profetie en geheimenis. Let op het grote verschil tussen deze twee gedeelten. In Handelingen 3:19-21 predikt Petrus tot de mensen van Israël en Juda, “Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden;  wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht  des Heeren En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is. Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller  dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten  van alle eeuw.”

Spreekt Petrus over dezelfde dingen als de profeten? Ja. Hij spreekt over profetische openbaring. Petrus zegt dat alle profeten over deze dingen spraken. Welke dingen? Dat Christus zal terugkomen als de Koning van de aarde, om een koninkrijk op te richten, om over Zijn volk Israël te regeren en over de gehele aarde. Daar spraken de profeten over. Lees de grote profeten waar staat dat de Heere Koning zal zijn over de gehele aarde en dat Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg in die dag en dat er een Verlosser zal komen uit Sion (zie Zacharia 14:3,4). Al deze profeten keken uit naar de komst van Christus als Koning op aarde. Petrus sprak tot de mensen van zijn generatie en bood hen aan waar de profeten door alle eeuwen heen over gesproken hadden.

Let nu op wat Paulus preekt in Romeinen 16:25 “Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking  van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de  tijden der eeuwen verzwegen is geweest; Ziet u het verschil tussen deze twee boodschappen? Petrus zegt dat alle profeten over deze boodschap spraken. Paulus zegt dat zijn boodschap verborgen is geweest van de tijden der eeuwen. Het is duidelijk dat het niet dezelfde dingen kunnen zijn. Beiden verwijzen naar Jezus Christus, maar zij verwijzen naar Hem op een verschillende manier. Petrus verwijst naar Christus zoals Hij wordt voorgesteld door de profeten – de komende Koning, de Verlosser van Israël, de Koning van de aarde, de Verlosser uit Sion. Dat is de boodschap van de profetie. Paulus predikt Jezus Christus overeenkomstig de openbaring van het geheimenis, dat was niet gepredikt door de profeten. Dat kon ook niet want het was verborgen zoals Paulus ons vele malen vertelt.

Het karakter van hun boodschappen was geheel verschillend. Petrus predikte profetie, Paulus predikte geheimenis.

Een vierde tegenstelling is hoe Petrus en Paulus geloof en redding predikten. We zullen 1 Petrus 1:9 en Efeze 1:12,13 met elkaar vergelijken.  1 Petrus 1:9 zegt, “Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen. ”Waar spreekt Petrus over?  Hij legt hetzelfde principe uit dat we terugvinden in de prediking van Christus in de evangeliën. Christus zei: “Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.” Onder het Koninkrijksprogramma werd redding altijd voorgesteld als iets waarnaar zij op weg waren en dat zijn hoogtepunt zou vinden in het koninkrijk. Redding werd aan deze koninkrijksheiligen altijd voorgesteld als het einde van hun geloof, iets wat ze in de toekomst moesten bereiken, een toekomstige zegening.

Efeze 1:12,13 zegt,  “Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij, die eerst in  Christus gehoopt hebben”. Is dit het einde of het begin van uw geloof?  “In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk  het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij  geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;” Deze verklaring is definitief. U bent verzegeld! Klaar. Dit gebeurd aan het begin van uw geloof, op het moment dat u het evangelie geloofde. Paulus predikt dat uw geloof resulteert in de verzegeling van uw redding. Petrus zegt: “Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen” ( 1 Petr.1:9).

Een vijfde tegenstelling is hoe deze beide apostelen verwijzen naar de satan. Dit is zowel interessant als leerzaam. Als God de manier waarop Hij met de mens handelt veranderd doet satan, de grote imitator van God, dat ook. Hij verandert ook zijn manier waarop hij handelt met de mens om zo God tegen te werken. Wij zien een bedelingsaspect in satan’s werk als we vergelijken hoe Petrus verwijst naar satan’s werken hoe Paulus verwijst naar satan’s werk.

1 Petrus 5:8  “Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als  een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;”. Wij weten dat satan er altijd op uit is om te verslinden wat hij kan. Maar Petrus spreekt hier over een speciale situatie en dat is de periode van de grote verdrukking. Petrus schrijft aan mensen die zullen leven in de grote verdrukking. Dat is de tijd waarin satan zich laat zien als een verschrikkelijk beest, als een brullende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden.

Hoe beschrijft Paulus het werk van de satan in deze bedeling? 2 Korinthe 11:13,14 “Want zulke valse apostelen zijn bedriegelijke arbeiders, zich veranderende  in apostelen van Christus. En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel  des lichts.” U kunt zich afvragen, heeft Petrus gelijk of Paulus? Werkt satan nu als een brullende leeuw of als een engels des lichts? Volgens de bedeling gezien werkt hij nu als een engel des lichts. Satan probeert erg religieus over te komen. Zijn dienaren – satan’s volgelingen – komen op dezelfde manier over. Vers 15  “Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen,  als waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke het einde zal  zijn naar hun werken.” Waarom is het zo belangrijk voor ons waar we op moeten letten? Paulus zegt dat zijn gedachten ons niet onbekend zijn. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat satan aan ons niet verschijnt als een brullende leeuw maar als een engel des lichts, als een dienaar der gerechtigheid. We moeten uitkijken voor valse leringen die tot ons komen in het kleed der gerechtigheid.

Een zesde tegenstelling is hoe Petrus en Paulus schrijven over onze toekomstige hoop. Laten we kijken hoe Petrus de wederkomst van Christus aan zijn generatie beschrijft. Handelingen 3:12  “En Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israelietische  mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op  ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden doen  wandelen?” Vers 13: “De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn  Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem  verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat  men Hem zoude loslaten.” Vers 15:  “En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit  de doden”. Petrus zet de toon, “jullie zijn de kinderen van de vaderen en hebben jullie de Christus gedood en God heeft Hem opgewekt”. Vers 19: “Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden;  wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht  des Heeren,” Waar gaat dit over? Dit kijkt vooruit naar het koninkrijk, naar het herstel van de schepping en de orde van alle dingen, de verkoeling, de tijden van herstel. Vers 20 “En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;” Hij zal Jezus Christus zenden. Zenden waarheen? Waar is Christus als Petrus hier over spreekt? Hij is in de hemel aan de rechterhand van de Vader. Waarheen zou God Christus zenden? Terug naar de aarde. En wat zal er dan gebeuren?  Vers 21: “Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller  dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten  van alle eeuw.” Vers 22,23: “Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een  Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen,  in alles, wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord  hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke.”

 Wie is die profeet? De Heere profeteerde in Mozes’ dagen dat Hij een profeet zou verwekken uit uw broederen – de Heere Jezus Christus Zelf. En dat degenen die niet naar Hem wilden luisteren uitgeroeid zullen worden. Dit kijkt vooruit naar het einde van de grote verdrukking als de vijanden van Christus zullen worden weggevaagd. Vers 24-26: “En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd. Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met  onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen  alle geslachten der aarde gezegend worden. “God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u  gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.” In dit gedeelte biedt Petrus de wederkomst van Christus aan naar de aarde aan het volk Israël. Wij weten dat ze dit aanbod niet hebben aangenomen en daarom is Christus nog niet teruggezonden. Petrus biedt zijn hoorders het koninkrijk op aarde aan.

Wat biedt Paulus ons nu aan? Filippenzen 3:20 “Maar onze wandel (burgerschap)is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker  verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” Als Christus terugkomt, hoe zal Hij dan terugkomen? De Bijbel zegt in de lucht.

1 Tessalonicenzen 4:16,17  “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en  met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven  zijn, zullen eerst opstaan. Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen  worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen  wij altijd met den Heere wezen.”  Er is een groot verschil hoe Petrus en Paulus onze eeuwige hoop voorstellen. Petrus biedt een aards koninkrijk aan, Paulus biedt het hemelse, eeuwige koninkrijk aan.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011