|
15) Predikten Petrus en Paulus niet
dezelfde dingen?
Het is waar dat er veel overeenkomsten zijn in de prediking van
Petrus en Paulus. Bijvoorbeeld, zij predikten dezelfde Christus.
Petrus predikte Christus naar Zijn profetische openbaring, Paulus
naar Christus’openbaring van het geheimenis, zoals we later zullen
zien. Zij predikten beiden de opstanding. Paulus maakt dit heel
duidelijk in 1 Korinthe 15. Petrus en de twaalf zagen de opgestane
Heere en predikten Hem als de Opgestane. Paulus zag zelf de
opgestane Heere en predikte Hem als de Opgestane. Dus inderdaad,
Petrus en Paulus predikten veel dezelfde waarheden die we in elke
bedeling kunnen toepassen. Maar wanneer het aankomt op de specifieke
dingen die zij leerden aan de mensen tot wie zij spaken, dan zijn er
veel verschillen die we goed moeten begrijpen als we het woord der
waarheid recht willen snijden.
We zullen verschillende tegenstellingen bekijken om het verschil te
laten zien tussen de prediking van Petrus en Paulus. Laten we
beginnen in Galaten 2, waar we een tegenstelling zien tussen de
evangeliën die zij predikten. Het zal voor vele christenen een
verrassing zijn dat Petrus niet de apostel is voor deze bedeling van
Genade. Het idee dat Petrus de apostel is voor de kerk is al zo lang
ingeworteld in mensen en volgens de traditie al zo lang geleerd dat
het moeilijk is voor mensen om te vatten dat God een nieuwe apostel
heeft aangesteld voor deze bedeling – de apostel Paulus. We willen
nu in de Bijbel kijken om te laten zien dat dit waar is.
Galaten 2:7 vermeldt de vergadering in Jeruzalem waar Paulus
heenging om te discussiëren met de andere apostelen over de
besnijdenis. Ze kwamen tot de conclusie dat de heidenen zich niet
hoeven te laten besnijden om gered te kunnen worden. Noch dat zij
zich aan de wet van Mozes moeten onderwerpen om recht met God te
kunnen staan. Maar waarom zijn er nog mensen die leren dat je je
moet laten besneden om gered te worden? Dit gaat terug tot Abraham
toen hem het verbond van de besnijdenis werd gegeven. Hem werd
verteld dat elke man die niet besneden was afgesneden werd van zijn
volk. Om afgesneden te worden van het volk Israël was een zeer
serieuze zaak. Het verbond van God, de beloften van God verbleven
bij het volk Israël. Afgesneden worden van het volk Israël was net
zo erg als afgesneden worden van de verbonden van God. Daarom was
het belangrijk dat alle mannen besneden waren om te laten zien dat
zij een deel waren van het volk Israël, en zo een deel van het
verbond, en dat zij hun geloof in de God van Israël uitoefenden.
Besnijdenis was heel erg belangrijk in die tijd.
Daarom lezen we in Galaten 2:7, “Maar daarentegen, als zij zagen,
dat aan mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk aan
Petrus [dat] der besnijdenis;” Veel mensen vragen zich af of de
apostel Petrus de besnijdenis leerde als onderdeel van het
evangelie? Hier staat dat hij “het evangelie der besnijdenis”
predikte. Veel moderne vertalingen hebben dit punt waar Paulus het
hier over heeft verduisterd door het te vertalen met “het evangelie
aan de Joden”. Zeker, Paulus predikte zijn evangelie aan de Joden,
maar de Heilige Geest Die Paulus inspireerde toen hij schreef
gebruikt het woord “besnijdenis”. Dit had een goede reden: Onder het
koninkrijks evangelie dat Petrus predikte was besnijdenis vereist.
Dit ging terug tot Abraham. Het was het evangelie der besnijdenis.
Daarentegen toen aan Paulus het geheimenis werd gegeven, het geheim
van het evangelie van de genade van God, bevatte zijn boodschap geen
besnijdenis of enig ander ritueel of religieus werk. Daarom wordt
dit evangelie ‘het evangelie der voorhuid’ genoemd.
Dit zou ons om te beginnen al moeten zeggen dat er een groot
verschil is tussen wat Petrus predikte en wat Paulus predikte.
Petrus’ boodschap bevatte besnijdenis en die van Paulus niet. Dat is
een groot, groot verschil. Laten we met dit in gedachten het
evangelie zelf bezien.
Petrus’ evangelieboodschap op het Pinksterfeest, een Joods feest,
waar Joden en Jodengenoten van over de hele wereld bijeenkwamen, is
opgeschreven in Handelingen 2:36-38
“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis
Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft,
namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt. “En als zij dit
hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en
de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?”
Waarom waren zij zo verslagen? Zij
hadden net de Messias gedood en nu was Christus levend. En Hij was
niet alleen levend, Hij was de Heere! Zij begonnen te beven! Want
wat gebeurt er als u iemand doodt en de volgende dag leeft hij weer?
En Hij leeft niet alleen weer, maar Hij is de Heere van het hele
universum! U zou op uw benen staan te trillen. Dat is precies wat
zij doen. Zij zeggen: “Wat zullen wij doen? Wij zijn in
moeilijkheden. Wij hebben onze Messias gedood. Wat moeten we doen?”
Vers 38,
“En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en
een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus,
tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes
ontvangen.”
Petrus zegt hen dat zij twee dingen moeten doen – zij moeten zich
bekeren en zij moeten gedoopt worden. Wij weten dat de opdracht die
aan Paulus was gegeven geen waterdoop bevatte, 1 Korinthe 1:17
“Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het
Evangelie te verkondigen.” Maar Petrus’ evangelie bevatte wel
waterdoop. In veel kerken is verwarring over dit vers. Sommige
kerken leren dat als Petrus zegt dat je gedoopt moet worden voor
vergeving van zonden dat je dan ook gedoopt moet worden om gered te
kunnen worden. Andere kerken erkennen dat Paulus leert dat redding
niet uit werken der rechtvaardigheid is, en niet door onze werken,
maar door God’s barmhartigheid en genade.
Zij kunnen niet met elkaar verenigen dat Petrus zegt dat je gedoopt
moet worden en Paulus dat er geen goede werken nodig zijn. Daarom
moeten zij of negeren wat Petrus zegt of het zo verdraaien dat het
iets anders wordt dan wat hij echt heeft gezegd. Zo zie je dan dat
sommige mensen zeggen dat Petrus bedoelde: bekeerd u en laat u dopen
vanwege of door de vergeving der zonden. Het probleem
hierbij is dat het niet hetgeen is dat God zei! Het woord “tot” in
“tot vergeving der zonden” betekent letterlijk “voor vergeving der
zonden”. Met andere woorden, bekering en doop, gedaan in geloof zou
leiden tot de vergeving van de zonden. Petrus predikte een evangelie
dat bepaalde werken vereiste als bewijs van geloof. Als een persoon
deze werken niet deed liet dat zien dat hij geen geloof had. Dat is
het evangelie van het Koninkrijk (of “der besnijdenis”) .
Predikte Petrus later nog de noodzaak van op geloof gebaseerde
werken? In Handelingen 10:34,35 lezen we, “En Petrus, den mond
opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen
aannemer des persoons is; Maar in allen volke, die Hem vreest en
gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.” Predikt Petrus nog
steeds een bepaalt soort werken om geaccepteerd te worden door de
Heere? Ja. Werken der gerechtigheid. Petrus predikt dit in 2 Petrus
5-11 waar hij zegt: “…en voegt bij uw geloof…” en dan noemt
hij zeven dingen op zodat zij “nimmermeer struikelen” en “de ingang”
toegevoegd wordt in het koninkrijk.
Heeft de apostel Paulus ooit zoiets gezegd? Nee, Paulus voegt nooit
werken toe aan zijn evangelie van verlossing. Een goed voorbeeld
hiervan is Romeinen 3:21-28 “Maar nu…”.
Hier zien we één van die bedelingspunten. God vertelt ons hier dat
er iets is veranderd.
“Maar nu is de rechtvaardigheid Gods
geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet
en de profeten: “Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof
van Jezus Christus…”. Dit is
het geloof van Christus, wat Hij voor ons heeft gedaan op Golgotha.
Hij was getrouw. Zo is deze rechtvaardigheid van God ontstaan.
“…door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over
allen, die …” Gedoopt zijn? Nee. Gerechtigheid werken? Nee.
“…die geloven; want er is geen onderscheid; Want zij hebben
allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;” “En worden
om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die
in Christus Jezus is;” Vers 26 “Tot een betoning van Zijn
rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij
rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof
van Jezus is Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet?
Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs. Wij besluiten dan,
dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken
der wet.” Dit is niet wat Petrus predikte, maar dit is wat
Paulus predikte – twee verschillende evangeliën.
Soms, voordat mensen leren om het woord der waarheid recht te
snijden, zullen zij hier over nadenken en zich afvragen: Petrus zegt
dat je dít moet doen om gered te worden en Paulus dat je dát moet
doen. Wat moeten we nu doen? Sommige mensen besluiten om beiden te
doen. Ze proberen Petrus’manier en ze proberen Paulus’ manier ook.
Moeten we zo met het evangelie omgaan? Beter van niet. We kunnen
beter het woord der waarheid recht snijden en uitvinden wie tot wie
spreekt en wie tot ons spreekt. Petrus schrijft aan de besnijdenis.
Hij schrijft aan degenen van het Koninkrijksprogramma, tot de Joden.
Hij schrijft aan hen van een andere bedeling. Wij prediken niet dat
iemand moet gedoopt worden om gered te kunnen worden. Dat is het
Koninkrijksevangelie. Wij prediken Paulus’evangelie tot de heidenen
en dat wij gered worden door geloof alleen, in het volbrachte werk
van Christus, 1 Korinthe 15:1, “Voorts, broeders, ik maak u
bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook
aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;” Wat is onze positie
voor God vandaag? In het geloof in het evangelie.Dat is onze positie
voor God. Niet door de doop, niet door het doen van werken der
gerechtigheid, niet door de tien geboden van de wet te houden. Het
is door het geloof in het evangelie. Paulus zegt, “Want ik heb
ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat
Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat
Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de
Schriften;” (1 Korinthe 15:3,4). Paulus zegt dat dit het
evangelie is en dat we door geloof daarin moeten staan. Titus 3:5,
“Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der
rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn
barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des
Heiligen Geestes;”. Zo worden wij nu gered.
Laten we naar een tweede tegenstelling gaan tussen Petrus en Paulus:
Hoe kijken zij naar Gods mensen? Laten we naar 1
Petrus 2:9 gaan, “Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat
gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis
geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;” Een koninklijk
priesterdom, een heilig volk. Spreekt Petrus hier over het lichaam
van Christus? Zegt hij dat wij een heilig volk zijn? Als wij een
volk zijn, welk volk zijn wij dan? Petrus spreekt tegen de
Israëlieten, het gelovige overblijfsel van Israël in zijn generatie.
Hij haalt dit uit Exodus 19 waar God Israël beloofde, “En gij
zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit
zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult”
(Exodus 19:6). Wij, als lichaam van Christus zijn geen volk.
Het lichaam van Christus bestaat uit mensen uit alle volkeren. Maar
Petrus schrijft aan een volk. Het volk Israël.
Hoe kijkt Paulus naar Gods mensen? 1 Korinthe 12:27 zegt, “En
gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.”
Dit is een groot verschil. Petrus schreef in zijn generatie aan
dat gelovige overblijfsel van Israël dat nog bestond in die tijd,
hij schreef aan een volk. Als Paulus schrijft, schrijft hij aan een
lichaam, het lichaam van Christus, gelovigen uit alle volken die op
Christus hebben vertrouwd. Sommigen zullen zeggen: “Spreekt Petrus
ook niet over het lichaam van Christus? “. Probeert u eens één
verwijzing naar het lichaam van Christus te vinden in Petrus’
brieven. Er zijn er geen. Probeer één verwijzing naar het lichaam
van Christus te vinden buiten de brieven van Paulus. Er zijn er
geen. Paulus is de enige schrijver die verwijst naar de gemeente die
Zijn lichaam is. En dat komt omdat hij de apostel van genade is voor
deze bedeling.
Een derde tegenstelling tussen Petrus en Paulus is de aard van hun
boodschap. Petrus boodschap is een boodschap van profetie. Dat wat
geopenbaard was in de tijd van de profeten.
Het eerste gedeelte waar we naar willen kijken is Handelingen 3:21.
We willen dit vers vergelijken met Romeinen 16:25. Dit zijn twee
verzen dit het verschil laten zien tussen profetie en geheimenis. De
Bijbel kan in grote lijnen verdeeld worden in profetie en
geheimenis. Let op het grote verschil tussen deze twee gedeelten. In
Handelingen 3:19-21 predikt Petrus tot de mensen van Israël en Juda,
“Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist
worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van
het aangezicht des Heeren En Hij gezonden zal hebben Jezus
Christus, Die u tevoren gepredikt is. Welken de hemel moet ontvangen
tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God
gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle
eeuw.”
Spreekt Petrus over dezelfde dingen als de profeten? Ja. Hij spreekt
over profetische openbaring. Petrus zegt dat alle profeten over deze
dingen spraken. Welke dingen? Dat Christus zal terugkomen als de
Koning van de aarde, om een koninkrijk op te richten, om over Zijn
volk Israël te regeren en over de gehele aarde. Daar spraken de
profeten over. Lees de grote profeten waar staat dat de Heere Koning
zal zijn over de gehele aarde en dat Zijn voeten zullen staan op de
Olijfberg in die dag en dat er een Verlosser zal komen uit Sion (zie
Zacharia 14:3,4). Al deze profeten keken uit naar de komst van
Christus als Koning op aarde. Petrus sprak tot de mensen van zijn
generatie en bood hen aan waar de profeten door alle eeuwen heen
over gesproken hadden.
Let nu op wat Paulus preekt in Romeinen 16:25 “Hem nu, Die
machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van
Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de
tijden der eeuwen verzwegen is geweest;” Ziet u het verschil
tussen deze twee boodschappen? Petrus zegt dat alle profeten over
deze boodschap spraken. Paulus zegt dat zijn boodschap verborgen is
geweest van de tijden der eeuwen. Het is duidelijk dat het niet
dezelfde dingen kunnen zijn. Beiden verwijzen naar Jezus Christus,
maar zij verwijzen naar Hem op een verschillende manier. Petrus
verwijst naar Christus zoals Hij wordt voorgesteld door de profeten
– de komende Koning, de Verlosser van Israël, de Koning van de
aarde, de Verlosser uit Sion. Dat is de boodschap van de profetie.
Paulus predikt Jezus Christus overeenkomstig de openbaring van het
geheimenis, dat was niet gepredikt door de profeten. Dat kon ook
niet want het was verborgen zoals Paulus ons vele malen vertelt.
Het karakter van hun boodschappen was geheel verschillend. Petrus
predikte profetie, Paulus predikte geheimenis.
Een vierde tegenstelling is hoe Petrus en Paulus geloof en redding
predikten. We zullen 1 Petrus 1:9 en Efeze 1:12,13 met elkaar
vergelijken. 1 Petrus 1:9 zegt, “Verkrijgende het einde uws
geloofs, namelijk de zaligheid der zielen. ”Waar spreekt Petrus
over? Hij legt hetzelfde principe uit dat we terugvinden in de
prediking van Christus in de evangeliën. Christus zei: “Maar wie
volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.” Onder het
Koninkrijksprogramma werd redding altijd voorgesteld als iets
waarnaar zij op weg waren en dat zijn hoogtepunt zou vinden in het
koninkrijk. Redding werd aan deze koninkrijksheiligen altijd
voorgesteld als het einde van hun geloof, iets wat ze in de toekomst
moesten bereiken, een toekomstige zegening.
Efeze 1:12,13 zegt, “Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner
heerlijkheid, wij, die eerst in Christus gehoopt hebben”. Is
dit het einde of het begin van uw geloof? “In Welken ook gij
zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer
zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt,
zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;”
Deze verklaring is definitief. U bent verzegeld! Klaar. Dit gebeurd
aan het begin van uw geloof, op het moment dat u het evangelie
geloofde. Paulus predikt dat uw geloof resulteert in de verzegeling
van uw redding. Petrus zegt: “Verkrijgende het einde uws geloofs,
namelijk de zaligheid der zielen” ( 1 Petr.1:9).
Een vijfde tegenstelling is hoe deze beide apostelen verwijzen naar
de satan. Dit is zowel interessant als leerzaam. Als God de manier
waarop Hij met de mens handelt veranderd doet satan, de grote
imitator van God, dat ook. Hij verandert ook zijn manier waarop hij
handelt met de mens om zo God tegen te werken. Wij zien een
bedelingsaspect in satan’s werk als we vergelijken hoe Petrus
verwijst naar satan’s werken hoe Paulus verwijst naar satan’s werk.
1
Petrus 5:8 “Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de
duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou
mogen verslinden;”. Wij weten dat satan er altijd op uit is om
te verslinden wat hij kan. Maar Petrus spreekt hier over een
speciale situatie en dat is de periode van de grote verdrukking.
Petrus schrijft aan mensen die zullen leven in de grote verdrukking.
Dat is de tijd waarin satan zich laat zien als een verschrikkelijk
beest, als een brullende leeuw, zoekende wien hij zou mogen
verslinden.
Hoe beschrijft Paulus het werk van de satan in deze bedeling? 2
Korinthe 11:13,14 “Want zulke valse apostelen zijn bedriegelijke
arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus. En het is
geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des
lichts.” U kunt zich afvragen, heeft Petrus gelijk of Paulus?
Werkt satan nu als een brullende leeuw of als een engels des lichts?
Volgens de bedeling gezien werkt hij nu als een engel des lichts.
Satan probeert erg religieus over te komen. Zijn dienaren – satan’s
volgelingen – komen op dezelfde manier over. Vers 15 “Zo is het
dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen, als
waren zij dienaars der gerechtigheid; van welke het einde zal zijn
naar hun werken.” Waarom is het zo belangrijk voor ons waar we
op moeten letten? Paulus zegt dat zijn gedachten ons niet onbekend
zijn. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat satan aan ons niet
verschijnt als een brullende leeuw maar als een engel des lichts,
als een dienaar der gerechtigheid. We moeten uitkijken voor valse
leringen die tot ons komen in het kleed der gerechtigheid.
Een zesde tegenstelling is hoe Petrus en Paulus schrijven over onze
toekomstige hoop. Laten we kijken hoe Petrus de wederkomst van
Christus aan zijn generatie beschrijft. Handelingen 3:12 “En
Petrus, dat ziende, antwoordde tot het volk: Gij Israelietische
mannen, wat verwondert gij u over dit, of wat ziet gij zo sterk op
ons, alsof wij door onze eigen kracht of godzaligheid dezen hadden
doen wandelen?” Vers 13: “De God Abrahams, en Izaks, en
Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt,
Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem verloochend, voor het
aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat men Hem zoude
loslaten.” Vers 15: “En den Vorst des levens hebt gij
gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden”. Petrus zet de
toon, “jullie zijn de kinderen van de vaderen en hebben jullie de
Christus gedood en God heeft Hem opgewekt”. Vers 19: “Betert
u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden;
wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het
aangezicht des Heeren,” Waar gaat dit over? Dit kijkt vooruit
naar het koninkrijk, naar het herstel van de schepping en de orde
van alle dingen, de verkoeling, de tijden van herstel. Vers 20
“En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt
is;” Hij zal Jezus Christus zenden. Zenden waarheen? Waar is
Christus als Petrus hier over spreekt? Hij is in de hemel aan de
rechterhand van de Vader. Waarheen zou God Christus zenden? Terug
naar de aarde. En wat zal er dan gebeuren? Vers 21: “Welken de
hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller
dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige
profeten van alle eeuw.” Vers 22,23: “Want Mozes heeft tot
de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken,
uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat
Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel, die
dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit
den volke.”
Wie
is die profeet? De Heere profeteerde in Mozes’ dagen dat Hij een
profeet zou verwekken uit uw broederen – de Heere Jezus Christus
Zelf. En dat degenen die niet naar Hem wilden luisteren uitgeroeid
zullen worden. Dit kijkt vooruit naar het einde van de grote
verdrukking als de vijanden van Christus zullen worden weggevaagd.
Vers 24-26: “En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna
gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze
dagen te voren verkondigd. Gijlieden zijt kinderen der profeten, en
des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft,
zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der
aarde gezegend worden. “God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus,
heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou,
daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.” In
dit gedeelte biedt Petrus de wederkomst van Christus aan naar de
aarde aan het volk Israël. Wij weten dat ze dit aanbod niet hebben
aangenomen en daarom is Christus nog niet teruggezonden. Petrus
biedt zijn hoorders het koninkrijk op aarde aan.
Wat biedt Paulus ons nu aan? Filippenzen 3:20 “Maar onze wandel
(burgerschap)is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker
verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” Als Christus
terugkomt, hoe zal Hij dan terugkomen? De Bijbel zegt in de lucht.
1
Tessalonicenzen 4:16,17 “Want de Heere Zelf zal met een geroep,
met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van
den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan.
Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen
opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en
alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” Er is een groot
verschil hoe Petrus en Paulus onze eeuwige hoop voorstellen. Petrus
biedt een aards koninkrijk aan, Paulus biedt het hemelse, eeuwige
koninkrijk aan. |