De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

14)  Wáár vinden wij in de Bijbel dat de Grote Opdracht die gegeven was aan de twaalf 

       tijdelijk buiten werking is gesteld? 

Dat is een goede vraag. De meeste kerken werken onder de Grote Opdracht. Zij geloven dat er geen onderbreking is geweest van de Grote Opdracht tussen de tijd dat hij gegeven is en nu.

Maar in feite is de buiten werking stelling erkend op de vergadering te Jeruzalem. In Galaten 2  legt Paulus uit waarom hij een vergadering had met het overblijfsel van de twaalf apostelen. In Galaten 2:7-9 lezen we: “Maar daarentegen, als zij(de apostelen) zagen, dat aan mij het Evangelie der voorhuid  toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis;” Der voorhuid betekend dat zij geen deel waren van het Joodse programma. Besnijdenis was een Joods ritueel. Hij spreekt over een boodschap die geen rituelen bevat, geen wet, niet het houden van de wet en alle andere verordeningen die daar mee samen gaan. “Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij(zegt Paulus) het Evangelie der voorhuid  toebetrouwd was, gelijk aan Petrus dat der besnijdenis; (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis,  Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen) En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn,  de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de  rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot  de besnijdenis zouden gaan”. Maar hoe kunnen zij dat doen? Zeker twee van deze mannen waren er bij toen de Heere hen opdracht gaf om de gehele wereld in te gaan beginnend vanuit Jeruzalem, Judea en Samaria en dan tot de uiterste delen van de aarde.

 Hoe konden Petrus en Johannes die bij de Heere waren toen Hij zei dat zij de gehele wereld in moesten gaan nu opeens zeggen, “Wij gaan niet meer naar de volkeren, Paulus, dat doe jij. Wij gaan naar de besnijdenis”. Hoe kunnen ze dat doen?  Zij kunnen dat doen omdat God iets nieuws aan hen heeft geopenbaard. Hij openbaarde dat God nu met een nieuw programma was begonnen met de bedoeling om de redding naar de volkeren te brengen. Het zou niet meer gaan overéénkomstig de Grote Opdracht die Hij hen had gegeven. Het ging om een nieuwe boodschap. De verantwoordelijkheid was niet alleen overgegaan naar een nieuwe apostel, de apostel Paulus, er was hem ook een nieuwe boodschap toevertrouwd. Dus het antwoord op de vraag, “Waar is de Grote Opdracht buiten werking gesteld?” vinden we hier in Galaten 2:9 – waar het overblijfsel van de twaalf apostelen erkennen dat God een nieuwe bediening en een nieuwe boodschap heeft gegeven aan Paulus. Het is niet langer hun taak om naar de volkeren te gaan en zij stopten op dat punt. Paulus en het nieuwe programma namen het over met het Evangelie van de Genade van God.

 Met die achtergrond gaan we nu terug en zullen naar verschillende redenen kijken waarom de Grote Opdracht nu niet uitgevoerd kan worden,  tenminste niet op de manier zoals deHeere hen verteld had dat ze het moesten doen. Mattheüs 28:18 zegt: “En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle  macht in hemel en op aarde. “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des  Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden  alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.  Amen.” Veel mensen proberen deze instructies uit te voeren, ze kunnen dit niet doen en óók nog schriftuurlijk zijn in deze bedeling van Genade. Waarom? Ten eerste, om de Grote Opdracht uit te kunnen voeren zoals hier beschreven staat moet u uw volgelingen binden aan de wet van Mozes. Sommigen zullen zeggen: “Waar staat dat?”. Let op het tweede gedeelte van vers 19,  “Lerende hen onderhouden  alles, wat Ik u geboden heb.”  Heeft de Heere Jezus Zijn discipelen geleerd om zich te onderwerpen aan de wet van Mozes? Ja zeker. In Mattheüs 23:1-3 lezen we, “Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen, Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op den stoel  van Mozes;” Dit is de stoel van de wet, de autoriteit van de wet. “Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het  niet.”

Onze Heere gebood Zijn discipelen om zich te onderwerpen aan de wet van Mozes. En toen Hij hen gebood om het koninkrijksevangelie naar de wereld te brengen , zei Hij dat zij hen moesten leren onderhouden alles wat Hij hen geboden had. Wat een contrast met wat Paulus later leerde, “…want gij zijt niet onder de wet,  maar onder de genade.” Rom. 6:14b.

 Iets anders wat sommigen proberen te doen, maar wat niet zo goed werkt, is: alles wat zij hebben verkopen en het aan de armen geven. Hij leerde dit bij meer dan één gelegenheid. (Zie Mattheüs 19:21 en  Lukas 12:33). Leerden zij aan hen die zij bereikten om hetzelfde te doen? Dat deden zij zeker! Lees Handelingen 2 en 4 waar de eerste discipelen van de twaalf alles verkochten wat zij hadden en het legden aan de voeten van de apostelen. De apostel Paulus heeft ons nooit verteld dat wij dit moeten doen. Hij zegt ons om voorzichtig te zijn en niet op rijkdom te vertrouwen, maar hij zegt ons niet dat we alles moeten verkopen en het aan de voeten van de apostelen brengen. Naar wélke apostelen zouden we het moeten brengen?

 De opdracht van Mattheüs 28 uitvoeren zou betekenen dat wij de wet moeten houden, alles verkopen en aan de voeten van de apostelen leggen. Maar er zijn dingen die wij niet kunnen doen als wij gaan proberen om die koninkrijksopdracht uit te voeren. Een omstreden en vaak aangehaalde tekst is Markus 16:15, “En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie  aan alle kreaturen.” Meestal is dit het gedeelte wat wordt aangehaald over de Grote Opdracht. Dit gedeelte klinkt mooi. Zeker, dit moeten we doen. Maar de details die de Heere hen verteld zijn niet verenigbaar met de bedeling van genade.

 Dit is een koninkrijksopdracht. Vers 16 zegt: “Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die  niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.” Waar halen mensen het idee vandaan dat waterdoop hen zal redden? Hier, door dit vers. Overéénkomstig deze opdracht was waterdoop vereist samen met hun geloof. Betekent dit dat het water hen redde? Nee. Maar het was een daad van gehoorzaamheid dat hun geloof liet zien en als ze het niet deden, liet dat zien dat ze geen geloof hadden. Sommige mensen zullen u zeggen dat dit ook voor vandaag geldt. Maar de apostel Paulus is duidelijk.

 “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit  u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” Titus 3:5 “Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der  wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;”

Er was een tijd dat waterdoop vereist was in Gods programma. Dit is nu niet het geval.

 Markus 16:17, “En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in  Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen..”. Dit is een koninkrijksteken. Wat zal er met de duivel gebeuren in het koninkrijk?  Hij zal 1000 jaar buitengeworpen worden.  “…met nieuwe tongen zullen zij  spreken.” Welke taal zullen de mensen in het koninkrijk spreken? De Bijbel zegt dat God hen een reine spraak zal geven ( Zefanja 3:9). Iedereen zal op een dag in staat zijn om opnieuw dezelfde taal te spreken. God gaf een gave aan die mensen zodat het koninkrijk bekend te maken. Dit is vandaag niet het geval. “Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen  drinken, dat zal hun niet schaden.” Mensen proberen dat nu ook te doen, met alle gevolgen vandien. Dit is geen opdracht voor ons vandaag. “… op kranken zullen zij de handen  leggen, en zij zullen gezond worden.” We zullen het onderwerp genezing later bespreken, maar laten we voor nu vaststellen dat God kan genezen, maar Hij is er niet toe verplicht.

Lukas 24:47, “En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder  alle volken, beginnende van Jeruzalem.” En Handelingen 1:8, “….te Jeruzalem, als in geheel  Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Veel mensen zullen dit gedeelte vergeestelijken en zeggen dat het betekent dat je in je eigen stad moet beginnen. Onze Grote Opdracht, zeggen zij, is dat je begint in je eigen stad, dan je provincie en dan je land en zo verder. Is dat wat de Heere bedoelt? Nee. Ten eerste was Jeruzalem niet de stad waar veel van de discipelen woonden. Hij bedoelde dat ze in Jeruzalem moesten beginnen omdat  Jeruzalem de hoofdstad zou worden van de aarde, van het koninkrijksprogramma. Als de hoofdstad niet gelooft, is het dan goed om van daaruit te beginnen?

Moeten we nu in Jeruzalem beginnen? 2 Korinthe 5 zegt dat wij ambassadeurs van Christus zijn. Wij bevinden ons al in een vreemd land. We zijn al zendelingen op de plaats waar we nu zijn. We mogen heen gaan waar de Heere een deur opent, maar we hoeven niet in Jeruzalem te beginnen.

De vierde en meest over het hoofd geziene verwijzing naar de Grote Opdracht vinden we in Johannes 20. Hier lezen we dat Christus de vergeving van zonden toevertrouwt aan menselijke middelaars. Johannes 20:19-23, “Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren  gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden,  kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden! En dit gezegd hebbende, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De  discipelen dan werden verblijd, als zij den Heere zagen.Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de  Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden. En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt  den Heiligen Geest. Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands  zonden houdt, dien zijn zij gehouden.” Opnieuw herinneren wij u eraan dat in deze bedeling van genade vergeving niet toevertrouwd is aan mensen. Er is één middelaar tussen God en mensen, zegt Paulus, de mens Christus Jezus (1 Timotheüs 2:5 ). Maar in die tijd, onder de koninkrijksopdracht, gaf God de autoriteit om zonde te vergeven aan de discipelen. Betekent dat dat zij de kracht in zichzelf hadden? Nee, natuurlijk niet. Maar zij hadden de autoriteit. Dit is iets wat wij vandaag niet hebben. God heeft dit nu niet toevertrouwd aan de mens. Maar het was een deel van de Grote Opdracht.

De Grote Opdracht was Joods, het was een koninkrijksopdracht, maar het is niet onze opdracht voor vandaag. Velen die dit lezen zullen vragen, “Betekent dat dat u niet in zending gelooft? Betekent dat dat u niet gelooft dat je het Evangelie uit moet dragen?”. Zeker niet. Wij geloven in een zending, maar niet in die van de twaalf. Die is uitgesteld. God heeft ons een andere opdracht gegeven en het is jammer genoeg de meest over het hoofd geziene opdracht in de hele Bijbel. Wij hebben een tweevoudige opdracht.

Paulus zegt in 1 Timotheüs 2:4 dat God “wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.” Dit zijn de twee dingen die God wil dat wij doen in deze bedeling van de genade van God. Hij wil dat alle mensen zalig worden en Hij wil dat iedereen tot kennis van de waarheid komt. Wat houdt dit in? In 2 Korinthe 5:18,19 vinden we de bediening van de verzoening. Vers 18 “En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft  door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.” Wat is dat? Vers 19-21 “Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden  hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij  bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen. Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt,  opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”

Deze boodschap van verzoening is eenvoudig: God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.Toen Christus naar deze aarde kwam, stierf voor onze zonden, werd begraven en opstond uit de dood betaalde Hij de hele prijs voor onze zonde. Door dat te doen verzoende Hij de wereld. Dat betekend niet dat de hele wereld gered is. Het betekend dat de wereld redbaar is. Dat is Gods aandeel. Nu is het ons aandeel om het woord van verzoening te prediken, dat zegt dat u verzoend moet worden met God. God verzoende de wereld. Dat is iets wat wij niet kunnen doen. Wij kunnen niet betalen voor onze eigen zonden. Wij kunnen ons eigen zondeprobleem niet oplossen. Nu zegt Hij dat we verzoend moeten worden met God. Hoe doen we dat? Door te geloven in wat God voor ons heeft gedaan door Christus. De bediening der verzoening is het eerste deel van onze opdracht.

Het tweede deel vinden we in Efeze 3:9. Als iemand eenmaal is gered dan wil God dat hij/zij de gemeenschap der verborgenheid zal begrijpen. In vers 9 zegt Paulus, “En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap  der verborgenheid zij”. Letterlijk in het Grieks is dat “bedeling van het geheimenis”, “…die van [alle] eeuwen verborgen is geweest in  God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus”.

Wat is de gemeenschap of de bedeling van het geheimenis? Dat is het feit dat God een nieuwe boodschap heeft geopenbaard door de apostel Paulus die niet is geopenbaard aan de profeten en ook niet aan de twaalf. Maar pas aan Paulus. En God wil dat iedereen dit weet. Dit is onderdeel van uw opdracht. Men vraagt ons waarom wij zoveel nadruk leggen op het geheimenis, op de boodschap die aan de apostel Paulus is toevertrouwd. Omdat het onze opdracht is! God heeft tegen ons gezegd dat we het moeten doen. Als we het niet doen zijn we ongehoorzame kinderen.

Velen werken vandaag onder de opdracht die gegeven was aan de twaalf.  Wij kunnen hun prijzen dat ze iets doen, en toch zijn ze geen getrouwe dienstknechten als ze niet doen wat God ons heeft bevolen in deze bedeling van Genade. Wij bidden dat u een getrouwe dienstknecht zult zijn en dat u Gods opdracht voor ons zult uitvoeren.

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011