|
HOOFDSTUK 4
DE BRIEF AAN DE GEMEENTE TE THYATIRA
OPENBARING 2:18-29
18 En schijf aan de engel der gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God,
Die Zijn ogen heeft als een vlam vuur, en Zijn voeten zijn blinkend koper
gelijk:
19 Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en
uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.
20 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die
van zichzelf zegt, dat zij een profetes is, laat leren, en Mijn dienstknechten
verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.
21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij;
en zij heeft zich niet bekeerd.
22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote
verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.
23 En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen; en al de gemeenten zullen
weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal u geven een
ieder naar uw werken.
24 Doch Ik zeg u, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zovelen, als er
deze leer niet gekend hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben,
gelijk zij zeggen: Ik zal u geen andere last opleggen;
25 Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.
26 En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem
macht geven over de heidenen;
27 En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als
pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen
heb.
28 En Ik zal hem de morgenster geven.
29 Die oren heeft,die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt.
Toen er door de eerste kerkvaders van de Bijbel één boek werd gemaakt,
waren velen van hen van mening dat het boek Openbaring niet in de kanon van de
Schrift opgenomen moest worden.
Het auteurschap van Johannes werd betwist, en één van de redenen was de
brief aan de gemeente te Thyatira. ER BESTOND GEEN GEMEENTE IN THYATIRA IN DIE
TIJD.
Hoe kon Johannes schrijven naar een gemeente die niet bestond? Één van de
kerkvaders, Epiphanes (367 AD), suggereerde dat deze gemeente in Thyatira in
de toekomst zou bestaan.
Wij geloven dat hij gelijk had, deze toekomst zal in de Grote Verdrukking
zijn. Dit is een bewijs dat Openbaring 2 en 3 toekomst zijn.
Wij weten allemaal wie de Zoon van God is. Hij is de Heere Jezus Christus,
Híj spreekt hier en in de andere zes brieven. Vers 18 kijkt terug naar Openb.1:14,15
en vooruit naar Openb.19:12. Deze beschrijvingen van onze Heere spreken over het
komende oordeel.
Let op de nadruk die gelegd wordt op ‘werken’in vers 19, ze worden 2x
genoemd. De tweede keer dat ‘werken’genoemd wordt is in verband met het
einde van het vers – "en dat de laatste (werken) meer zijn dan de
eerste". Ophet woord liefde wordt niet zoveel nadruk gelegd in deze zeven
brieven, slechts vier maal – twee maal over God’s liefde (Openb.3:9,19), het
verlaten van God’s liefde (Openb.2:4) en hier :19.
De verwijzing naar Izébel in vers 20 is met dezelfde bedoeling als de
verwijzing naar Balaäm in de brief aan Pergamus. Beiden hebben te maken met
hoererij en afgoderij, met dit éne verschil- Balaam was buiten Israël en
Izébel binnen Israël. De profeten in Israël hebben de mensen altijd
gewaarschuwd tegen afgoderij en hoererij, en deze zelfde situatie zal zich
voordoen in de Grote Verdrukking. Als satan het niet van buitenaf kan winnen
zal hij het van binnenuit proberen.
De geschiedenis van Izébel vinden we in 1 Koningen 16-21 en in 2 Koningen 9.
De profeet des Heeren in die tijd was Elia.
Hij probeerde Achab en Izébel tot inkeer te brengen van hun slechtheid.
Achab had berouw
( 1 Kon.21:27-29), maar Izébel niet, zij werd uiteindelijk uit een raam
gegooid zodat zij stierf (2 Kon.9:33). Wij weten uit Maleachi 4:5 dat Elia terug
zal komen voor de dag des Heeren. Hij komt tijdens de Grote Verdrukking, en
waarschijnlijk zal hij het volk Israël waarschuwen tegen de zelfde zonden als
hij deed gedurende zijn bediening in 1 en 2 Koningen.
Het te bed werpen van Izébel (vers 22) staat in contrast met haar uit het
raam gooien . Beiden hebben te maken met oordeel.
Elia’s bediening voor Israël was voordat de 12 stammen 70 jaar in
ballingschap gingen. De Grote Verdrukking die genoemd wordt in vers 22 loopt
parallel met die 70 jaren ballingschap.
De kinderen zijn het resultaat van overspel. Psalm 137:8,9 spreekt over de
kinderen van Babylon die gedood worden. Babylon uit Openbaring 17:1-7 is
onlosmakelijk verbonden met hoererij. (Zie ook Jesaja 13:16). Het is de
bedoeling van dit oordeel dat de gemeenten zullen weten dat God meent wat
Hij zegt; Hij is de ALMACHTIGE GOD en souverein. Men moet niet te licht over Hem
denken. Hij onderzoekt en beproeft de harten (Jeremia 11:20; 17:10; 20:12; Psalm
7:10). Het Griekse woord voor ‘onderzoeken’wordt 6 maal gebruikt in het
Nieuwe Testament (Joh.5:39; 7:52; Romeinen 8:27; 1 Kor.2:10; 1 Petrus 1:11;
Openb.2:23), 2 maal in relatie tot de bediening van de Heilige Geest in deze
tegenwoordige tijd van Genade.
‘Beproeven’verwijst naar de nieren, de nieren zijn de zuiverende organen
van het lichaam.
Zij zullen loon naar hun werken krijgen bij Zijn tweede komst (Openb.22:12).
Dood (vers 23) verwijst naar de oordelen van God over de mensen op aarde. Er
zijn zegeloordelen, de bazuinoordelen, en de fiooloordelen en dan nog
Armageddon. Degenen die God ongehoorzaam zijn zullen gezuiverd moeten worden, en
zij die de leer van Izébel volgen zullen gedood worden.
De leer van Izébel met zijn nadruk op hoererij en afgoderij wordt DE DIEPTEN
VAN SATAN genoemd. Dat is het laagste niveau waarop een mens kan leven. De mens
verliest zijn zicht op de heilige God. En hij verliest ook zijn eigen
zelfrespect. Hij leeft als een beest. Romeinen 1:21-32 beschrijft dat beter dan
wij kunnen!
Lees in in tegenstelling tot deze tekst 1 Korinthe 2:10, DE DIEPTEN GODS.
Zoals de diepten van satan het laagste is wat een mens kan bereiken,
zo zijn de diepe dingen van God het hoogste wat een mens kan bereiken.
Men is het er in het algemeen over eens dat de openbaringen die aan de
apostel Paulus zijn gegeven de hoogste en meest hemelse zijn van alle waarheid
uit de Bijbel. Deze waarheid wordt HET GEHEIMENIS genoemd (Romeinen 16:25; Efeze
3:3,4; Kolossenzen 1:26,27).
HET GEHEIMENIS zijn de diepe dingen van God voor deze bedeling, en elke
gelovige zou deze waarheid over het geheimenis moeten kennen (Efeze 3:9). Het is
het Goddelijke tegengif tegen vleselijkheid in de christelijke wandel.
Zij die de leer van Izébel niet gevolgd zijn in Thyatira worden aangemoedigd
om vast te houden wat zij hebben – de werken, liefde, dienst, geloof, en
geduld uit vers 19.
Aan hen die overwinnen wordt een tweevoudige belofte gegeven:
- Macht over de heidenen
- De morgenster.
Het eerste deel van deze belofte gaat terug naar Psalm 2:8,9 – "Eis
van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot
Uw bezitting.
Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken
slaan als een pottenbakkersvat".
Dit spreekt van oordeel door Israëls Messias en zal in vervulling gaan als
Hij 1000 jaar regeert over de aarde. De overwinnaars zullen delen in deze
1000jarige bediening van de Heere Jezus Christus. Zij zullen met Hem regeren (Openb.5:10;
20:4). Onze Heere zal er velen nodig hebben om Hem te helpen bij regeringszaken
en in het bijzonder bij het handhaven van de wet. Gerechtigheid zal aan de orde
van de dag zijn. De Joodse gelovigen die overwinnaars zijn zullen hun Messias
helpen om de aarde te regeren gedurende 1000 jaar.
En het Lichaam van Christus?! Gaat God’s Gemeente in deze tijd Hem niet
helpen in het Duizendjarig rijk, zoals velen dat leren? Het antwoord is NEE.
Er is geen twijfel over dat wij met onze opstandigslichamen toegang zullen
hebben tot de aarde gedurende die tijd, maar God heeft iets groters voor
ons te doen voor Hem. En wat dat is, dat vinden wij in Paulus’brief 1 Korinthe
6:2,3. Deze twee verzen leren ons dat de leden van het Lichaam van Christus
zullen gaan oordelen of wel de wereld gaan regeren; dat is het
hele universum dat God heeft geschapen. En, (vers 3) de engelen inbegrepen.
Overéénkomstig 2 Timotheus 2:12, zullen velen MET CHRISTUS REGEREN. Regeren
over de engelen en het universum. Dit is een grotere belofte dan de belofte aan
de overwinnaars in het boek Openbaring. U ziet dat het niet nodig is dat het
Lichaam van Christus die duizend jaren op aarde zal zijn. De Messias zal genoeg
gelovigen uit het volk Israël hebben om Hem te helpen de aarde te regeren, en
God heeft het Lichaam van Christus om Hem helpen het universum te regeren!!
U kunt zich afvragen, hoe kan Christus persoonlijk op aarde zijn en
tegelijkertijd persoonlijk het universum regeren? Het antwoord is eenvoudig. De
Heere Jezus Christus is God, en Hij en Hij is alomtegenwoordig; dat
betekent: Hij kan overal tegelijkertijd zijn. (Zie 1 Johannes 3:13) Het is geen
probleem voor Hem. Deze eigenschap van God zien wij ook vandaag in werking –
Christus is IN elke gelovige (Kolos.1:27), en Hij is in de hemel. Dat is
mogelijk omdat Hij God is.
‘Totdat Ik zal komen’uit vers 25 verwijst naar Christus’tweede komst.
Lees bij ‘tot het einde toe’uit vers 26 ook Mattheus 24:13 – "Maar
die volharden zal tot het einde , die zal zalig worden". Het einde uit
beide verzen, is het einde van de Grote Verdrukkingsperiode.
De "morgenster" is de Messias van Israël (Openb.22:16). Deze
belofte gaat terug naar Numeri 24:17 – "…er zal een ster voortgaan uit
Jakob… Dit is een Joodse belofte aan Joodse gelovigen in deze zeven Joodse
gemeenten. |