HOOFDSTUK 2

DE BRIEF AAN DE GEMEENTE TE SMYRNA

8. En schrijf aan de engel der gemeente van die van Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is, en weer levend is geworden:

9. Ik weet uw werken, en verdrukking, en armoede (doch gij zijt rijk), en de lastering van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar zijn een synagoge des satans.

10. Vrees geen van de dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van u in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Weest getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.

11. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, zal van de tweede dood niet beschadigd worden.

Het is verbazingwekkend om de eenheid van gedachte te zien bij het bestuderen van deze brieven.Grote thema’s zoals bekering, werken, overwinning, worden steeds opnieuw herhaald, telkens met een klein verschil in nadruk . Één van de kleinere thema’s is armoede en rijkdom.

Dit wordt het eerst genoemd in vers 9 – "Ik weet uw werken, en verdrukking, en ARMOEDE doch gij zijt RIJK)", en opnieuw herhaald voor de gemeente te Laodicea, hoofdstuk 3:17 –

"Want gij zegt: Ik ben RIJK…en ARM…". Dit ziet vooruit op de tijd dat zij niet in staat zullen zijn om te kopen en te verkopen zonder dat zij het merkteken van het beest hebben. (Openb.13:16,17). Er zal veel armoede zijn als gevolg van dit derde zegel van Openb.6:5,6.

Dit is de eerste keer dat we over satan lezen in Openbaring.. Hij speelt een zeer prominente rol in de Grote Verdrukking. Er wordt zes keer naar hem verwezen in de zeven brieven aan de gemeenten. Onder de vier namen van satan, draak, duivel, slang wordt hij 29 keer genoemd in dit boek. Satan is erg actief gedurende deze tijd want hij weet dat deze tijd kort is. In de brief aan Smyrna wordt hij twee keer genoemd.

De synagoge van satan (vers 9) wordt ook bij de gemeente in Filadelfia genoemd (Openb.3:9)

Deze synagoge is het kaf tussen het koren, zij die er aanspraak op maken dat zij Joden zijn (vergelijk de gelijkenisssen van het Koninkrijk der hemelen in Mattheus 13). Zij zullen veel lijken op de farizeeën uit Jezus’dagen. En let op dat zij zichzelf geen christenen noemen.

Er zullen geen christenen als zodanig zijn in de Grote Verdrukking. Voor de Grote Verdrukking begint zullen zij allemaal opgenomen zijn de Heere tegemoet in de lucht. Er zullen er echter velen zijn in die periode die ware gelovigen zijn in de Here Jezus Christus (Openb.4:4-enz).

Er zit een element van troost in de verzen 9 en 10. Jezus vertroost zijn discipelen in Johannes 16:33 zeggende: "Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij VERDRUKKING hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen". Er zal een verdrukking zijn van speciale aard voor een bepaalde tijd – tien dagen. De Heere vertelt hen niet bang te zijn voor ook maar één van de dingen die zij zullen lijden, maar om getrouw te zijn tot de dood. Dit is vervuld in Openbaring 12:11 – "en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood".

De beloofde beloning is de kroon des levens. Dit ziet vooruit op het Duizendjarig Rijk (Openb.20:4).

De uitdrukking ‘die oren heeft om te horen, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt’ gaat verder waar de Evangeliën eindigden. Deze uitdrukking wordt 8 maal gebruikt in de vier Evangeliën (Mattheus 11:15,13:9,43; Markus 4:9,23; 7:16; Lukas 8:8; 14:35), en horen bij de bediening van onze Heere voor Israël. De Heilige Geest zal het Woord van God gebruiken gedurende Zijn bediening in de Grote Verdrukking.

Zij die overwinnen (gelovigen) zullen van de tweede dood niet beschadigd worden. De tweede dood betekend in de poel des vuurs geworpen worden (Openb.20:14), en dat is voor eeuwig van God gescheiden worden. De overwinnaars zullen het Duizendjarig Rijk binnengaan. Hun namen zullen geschreven staan in het boek des levens (Openb.3:5; 20:15).