De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

 

HOOFDSTUK 1

DE BRIEF AAN DE GEMEENTE TE EFEZE – OPENBARING 2:1-7

  1. "Schrijf aan de engel der gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden van de zeven gouden kandelaren wandelt:
  2. Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt verdragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die voorgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden;
  3. En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid, en zijt niet moede geworden.
  4. Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
  5. Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal haastig tot u komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.
  6. Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolïeten haat, welke Ik ook haat.
  7. Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is".

Nadat het Lichaam van Christus is opgenomen door onze Heere (1 Thessalonicenzen 4:17), gaat Gods profetische programma voor Israël en de volkeren weer verder..

Dit houdt een zevenjarige periode in, de Grote Verdrukking, ook wel genoemd de tijd van Jacob’s benauwdheid (Jeremia 30:7). De reden voor deze tijd van benauwdheid vinden wij in Jesaja 24:5,6 – "Want het land is bevlekt vanwege zijn inwoners; want zij (Israël) overtreden de wetten, zij veranderen de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond. Daarom verteert de vloek het land, en die daarin wonen, zullen verwoest worden; daarom zullen DE INWONERS DES LANDS VERBRAND WORDEN, EN ER ZULLEN WEINIG MENSEN OVERBLIJVEN. Zie ook Ezechiël 20:37,38.

De meesten van de ongehoorzamen op de aarde zullen GEZUIVERD worden gedurende deze tijd van God’s oordeel. De rest van de ongeredden zullen geoordeeld worden overeenkomstig Matthes 25 - Israël in Matthes 25:1-30, en de heidenen in Matthes 25:31-46. Zij die overblijven na deze twee laatste oordelen zullen gered worden, en zullen het Millennium/Duizendjarig rijk binnengaan. (Zie ook Romeinen 11:26)

De brieven aan de zeven gemeenten zijn boodschappen van Christus, de Messias, aan Israël en waarschuwen hen voor de dingen die gaan komen, en vertellen hen zich te bekeren als het evangelie van het Koninkrijk gepreekt wordt en geeft beloften aan hen die overwinnen. Door dit te doen wijzen zij terug naar de geschiedenis van hun volk, Israël, in het Oude Testament. Er zullen genoeg Bijbels op aarde zijn gedurende de Grote Verdrukking en de Joodse mensen zullen gemakkelijk toegang hebben tot het Woord van God.

Maar nu de feiten:

Vergelijk de openingsgroet aan deze gemeente met de groet van de brief aan de Efeziërs door de apostel Paulus. Een heel verschil, niet waar? En dat klopt omdat er sprake is van twee verschillende gemeenten. We hebben een apostel in de éne en een engel in de andere.

De engelen van de zeven gemeenten zijn beschermengelen, zoals in Hebreeën 1:14 –

"Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om degenen, die de zaligheid beërven zullen? De engelen van God zullen een belangrijke rol hebben in het zorgen voor de Joodse gelovigen in de Grote Verdrukking.

Handelingen 5:19 geeft hier een illustratie van.

De Heere Jezus Christus komt in het begin van elke brief naar voren. Al die zeven introducties zijn terug te leiden naar het eerste hoofdstuk, en dus zijn de hoofdstukken 2 en 3 met hoofdstuk 1 verbonden:

  1. Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt (2:1) gaat terug naar 1:20.

2. Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is, en weer levend is geworden (2:8)

gaat terug naar 1:8,11,17,18.

3. Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft (2:12) Gaat terug naar 1:16.

4. De Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuur, en Zijn voeten zijn blinkend

koper gelijk (2:18) gaat terug naar 1:14,15.

5. Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren (3:1) gaat terug naar 1:4,16.

6. Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand

sluit, en Hij sluit en niemand opent (3:7) gaat terug naar 1:13-18.

7 Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods

(3:14) gaat terug naar 1:5.

Deze titels en beschrijvingen van de Heere Jezus Christus hebben betrekking op Israël en de oordelen die over haar zullen komen. Christus in Zijn tegenwoordige bediening voor de Gemeente, die Zijn Lichaam is, wordt voorgesteld als de Redder en Hoofd van het Lichaam van Christus (Efeze 5:23), Hij zit aan de rechterhand van God en deelt genade uit gedurende deze tijd van Genade.

Er is een duidelijke gelijkenis van vers 2 met de Joodse gemeente in de vroege Handelingen periode (Hand.1-8).. De vroege gemeente kon het bedrog van Ananias en Safira niet toestaan, zij werden leugenaars bevonden (Hand.5:4). De twaalf apostelen deden vele wonderen en waren geduldig in veel verdrukkingen (Hand.4:3; 5:18,40).

De apostelen (in 2:2) kunnen degenen zijn waar de Heere Jezus voor waarschuwt in Mattheus 24:5 – "Want velen zullen komen onder Mijn Naam zeggende: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden". (Onze Heere wordt een Apostel genoemd in Hebreeën 3:1).

1 Johannes 4:1 zal veel te zeggen hebben in de Grote Verdrukking –

"Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar BEPROEFT de geesten, of zij uit God zijn; want vele VALSE PROFETEN zijn uitgegaan in de wereld."

"De ‘eerste liefde’ genoemd in vers 4 neemt ons mee terug naar Jeremia 2:1,2 –

"En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk de weldadigheid van uw jeugd, DE LIEFDE VAN UW ONDERTROUW, TOEN GIJ MIJ NAWANDELDE in de woestijn, in onbezaaid land". Israël heeft haar eerste liefde verlaten - hun liefde voor de HEERE God.

Wat verschrikkelijk, na alles wat Hij in het verleden voor hen had gedaan.

Dus in vers 5 staat de vermaning tot bekering en tot het doen van hun eerste werken.

Waarom? Omdat nationale zegening afhangt van bekering. God kan Israël in die conditie niet zegenen. Dat was de boodschapvan Johannes de Doper, de Heere Jezus Christus, en de 12 Apostelen, en in het bijzonder van Petrus op de Pinsterdag in Handelingen 2. Zij riepen het volk op zich te bekeren. Dit wordt het Evangelie van het Koninkrijk genoemd (Mattheus 9:35) en we lezen in Matthes 24:14 dat het Evangelie van het Koninkrijk OPNIEUW gepreekt zal worden gedurende de GroteVerdrukking. Vandaar de nadruk op bekering in de brieven aan de zeven gemeenten.

Religie zal goed georganiseerd zijn tijdens de GroteVerdrukking. Dit zien wij in Openbaring 17 waar de vrouw zit op een scharlakenrood beest (vers 3).

De vrouw vertegenwoordigd de afvallige religie met zijn hoofdkwartieren in de herbouwde stad Babylon, en het beest vertegenwoordigd de antichrist en zijn regering, zo krijgen wij dus de combinatie van religie bijgestaan door land en regering. Dit zal plaatsvinden aan het begin van de Grote Verdrukking. Er zal een Super-kerk of een Wereldkerk zijn met de zegen van de regering voor 3 ½ jaar. Miljoenen religieuze mensen zullen de Grote Verdrukking ingaan na de Opname van de ware kerk, het Lichaam van Christus. Religieuze leiders zullen zich verenigen om één Super-kerk te vormen die er 3 ½ jaar zal zijn. In het midden van de Grote Verdrukking zal de Super-kerk opzijgezet worden door de regering van de antichrist (Openbaring 17:15,16), en de antichrist zelf zal de Joodse tempel ontwijden en zichzelf God noemen (2 Thess.2:3,4). Er zal een beeld van hem gemaakt worden dat aanbeden zal worden gedurende de laatste 3 ½ jaar van de Grote Verdrukking (Openb.13:12-15). Omdat de tempel altijd in Jeruzalem heeft gestaan, zal dat de plaats zijn waar dit gaat gebeuren.

In vers 6 worden de ‘Nikolaïeten’genoemd. Wie zijn zij? Dit is moeilijk na te gaan. De Scofieldbijbel verklaart op blz 1332 "Er is geen bewijs voor een secte van Nikolaïeten". Sommige oude kerkvaders geloofden dat de Nikolaïeten een secte was, opgericht door ene Nikoläus uit Antiochie, die genoemd wordt in Handelingen 6:5. Maar het zal duidelijk worden in de Grote Verdrukking, want zij worden ook genoemd in de brief aan Pergamus (2:15).

Zij zullen uiteindelijk een deel van de TOEKOMST zijn, en omdat God hen haat, moeten zij wel door satan zijn beinvloed.

Zij die zich zullen bekeren en de eerste werken weer zullen doen worden ‘overwinnaars’ genoemd in vers 7. Zij zijn degenen die de beloften krijgen, en er zijn beloften voor de overwinnaars in elk van de zeven brieven. De woorden ‘Ik ken uw werken’wordt ook in elke brief genoemd.

De ‘werken’en de ‘overwinnaars’gaan samen op. Dit zien we ook in de woorden van onze Heere in de Bergrede – "Zo zult gij ze dan aan hun vruchten kennen. Niet een ieder, die tot Mij zegt Heere,Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil van Mijn Vader, Die in de hemelen is" (Mattheus 7:20,21).

De wil van de Vader was bekering. Overwinning kwam door werken.Beiden zijn belangrijk in het Evangelie van het Koninkrijk. De beloften gaan samen met het Duizendjarig Rijk waar Christus 1000 jaar zal regeren.

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011