|
HOOFDSTUK 1
DE BRIEF AAN DE GEMEENTE TE EFEZE – OPENBARING 2:1-7
- "Schrijf aan de engel der gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de
zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden van de zeven gouden
kandelaren wandelt:
- Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden
niet kunt verdragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die voorgeven, dat zij
apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden;
- En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil
gearbeid, en zijt niet moede geworden.
- Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
- Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste
werken; en zo niet, Ik zal haastig tot u komen, en zal uw kandelaar van zijn
plaats weren, indien gij u niet bekeert.
- Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolïeten haat, welke Ik ook
haat.
- Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt. Die overwint,
Ik zal hem geven te eten van de boom des levens, die in het midden van het
paradijs Gods is".
Nadat
het Lichaam van Christus is opgenomen door onze Heere (1
Thessalonicenzen 4:17), gaat Gods profetische programma voor Israël en de
volkeren weer verder..
Dit houdt een zevenjarige periode in, de Grote Verdrukking, ook wel genoemd
de tijd van Jacob’s benauwdheid (Jeremia 30:7). De reden voor deze tijd van
benauwdheid vinden wij in Jesaja 24:5,6 – "Want het land is bevlekt
vanwege zijn inwoners; want zij (Israël) overtreden de wetten, zij veranderen
de inzettingen, zij vernietigen het eeuwig verbond. Daarom verteert de vloek het
land, en die daarin wonen, zullen verwoest worden; daarom zullen DE INWONERS DES
LANDS VERBRAND WORDEN, EN ER ZULLEN WEINIG MENSEN OVERBLIJVEN. Zie ook Ezechiël
20:37,38.
De meesten van de ongehoorzamen op de aarde zullen GEZUIVERD worden gedurende
deze tijd van God’s oordeel. De rest van de ongeredden zullen geoordeeld
worden overeenkomstig Matthes 25 - Israël in Matthes 25:1-30, en de
heidenen in Matthes 25:31-46. Zij die overblijven na deze twee laatste
oordelen zullen gered worden, en zullen het Millennium/Duizendjarig rijk
binnengaan. (Zie ook Romeinen 11:26)
De brieven aan de zeven gemeenten zijn boodschappen van Christus, de
Messias, aan Israël en waarschuwen hen voor de dingen die gaan komen, en
vertellen hen zich te bekeren als het evangelie van het Koninkrijk gepreekt
wordt en geeft beloften aan hen die overwinnen. Door dit te doen wijzen zij
terug naar de geschiedenis van hun volk, Israël, in het Oude Testament. Er
zullen genoeg Bijbels op aarde zijn gedurende de Grote Verdrukking en de Joodse
mensen zullen gemakkelijk toegang hebben tot het Woord van God.
Maar nu de feiten:
Vergelijk de openingsgroet aan deze gemeente met de groet van de brief aan de
Efeziërs door de apostel Paulus. Een heel verschil, niet waar? En dat klopt
omdat er sprake is van twee verschillende gemeenten. We hebben een apostel in de
éne en een engel in de andere.
De engelen van de zeven gemeenten zijn beschermengelen, zoals in Hebreeën
1:14 –
"Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden
worden, om degenen, die de zaligheid beërven zullen? De engelen van God zullen
een belangrijke rol hebben in het zorgen voor de Joodse gelovigen in de Grote
Verdrukking.
Handelingen 5:19 geeft hier een illustratie van.
De Heere Jezus Christus komt in het begin van elke brief naar voren. Al die
zeven introducties zijn terug te leiden naar het eerste hoofdstuk, en dus zijn
de hoofdstukken 2 en 3 met hoofdstuk 1 verbonden:
- Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt (2:1) gaat terug naar
1:20.
2. Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is, en weer levend is
geworden (2:8)
gaat terug naar 1:8,11,17,18.
3. Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft (2:12) Gaat terug naar 1:16.
4. De Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuur, en Zijn voeten
zijn blinkend
koper gelijk (2:18) gaat terug naar 1:14,15.
5. Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren (3:1) gaat terug naar
1:4,16.
6. Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel Davids heeft; Die
opent, en niemand
sluit, en Hij sluit en niemand opent (3:7) gaat terug naar 1:13-18.
7 Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der
schepping Gods
(3:14) gaat terug naar 1:5.
Deze titels en beschrijvingen van de Heere Jezus Christus hebben betrekking
op Israël en de oordelen die over haar zullen komen. Christus in Zijn
tegenwoordige bediening voor de Gemeente, die Zijn Lichaam is, wordt voorgesteld
als de Redder en Hoofd van het Lichaam van Christus (Efeze 5:23), Hij zit aan de
rechterhand van God en deelt genade uit gedurende deze tijd van Genade.
Er is een duidelijke gelijkenis van vers 2 met de Joodse gemeente in de
vroege Handelingen periode (Hand.1-8).. De vroege gemeente kon het bedrog van
Ananias en Safira niet toestaan, zij werden leugenaars bevonden (Hand.5:4). De
twaalf apostelen deden vele wonderen en waren geduldig in veel verdrukkingen
(Hand.4:3; 5:18,40).
De apostelen (in 2:2) kunnen degenen zijn waar de Heere Jezus voor waarschuwt
in Mattheus 24:5 – "Want velen zullen komen onder Mijn Naam zeggende: Ik
ben de Christus, en zij zullen velen verleiden". (Onze Heere wordt een
Apostel genoemd in Hebreeën 3:1).
1 Johannes 4:1 zal veel te zeggen hebben in de Grote Verdrukking –
"Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar BEPROEFT de geesten, of zij
uit God zijn; want vele VALSE PROFETEN zijn uitgegaan in de wereld."
"De ‘eerste liefde’ genoemd in vers 4 neemt ons mee terug naar
Jeremia 2:1,2 –
"En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende: Ga en roep voor
de oren van Jeruzalem zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk de weldadigheid van
uw jeugd, DE LIEFDE VAN UW ONDERTROUW, TOEN GIJ MIJ NAWANDELDE in de woestijn,
in onbezaaid land". Israël heeft haar eerste liefde verlaten - hun liefde
voor de HEERE God.
Wat verschrikkelijk, na alles wat Hij in het verleden voor hen had gedaan.
Dus in vers 5 staat de vermaning tot bekering en tot het doen van hun eerste
werken.
Waarom? Omdat nationale zegening afhangt van bekering. God kan Israël in die
conditie niet zegenen. Dat was de boodschapvan Johannes de Doper, de Heere Jezus
Christus, en de 12 Apostelen, en in het bijzonder van Petrus op de Pinsterdag in
Handelingen 2. Zij riepen het volk op zich te bekeren. Dit wordt het Evangelie
van het Koninkrijk genoemd (Mattheus 9:35) en we lezen in Matthes 24:14 dat
het Evangelie van het Koninkrijk OPNIEUW gepreekt zal worden gedurende de
GroteVerdrukking. Vandaar de nadruk op bekering in de brieven aan de zeven
gemeenten.
Religie zal goed georganiseerd zijn tijdens de GroteVerdrukking. Dit zien wij
in Openbaring 17 waar de vrouw zit op een scharlakenrood beest (vers 3).
De vrouw vertegenwoordigd de afvallige religie met zijn hoofdkwartieren in de
herbouwde stad Babylon, en het beest vertegenwoordigd de antichrist en zijn
regering, zo krijgen wij dus de combinatie van religie bijgestaan door land en
regering. Dit zal plaatsvinden aan het begin van de Grote Verdrukking. Er zal
een Super-kerk of een Wereldkerk zijn met de zegen van de regering voor 3 ½
jaar. Miljoenen religieuze mensen zullen de Grote Verdrukking ingaan na de
Opname van de ware kerk, het Lichaam van Christus. Religieuze leiders zullen
zich verenigen om één Super-kerk te vormen die er 3 ½ jaar zal zijn. In het
midden van de Grote Verdrukking zal de Super-kerk opzijgezet worden door de
regering van de antichrist (Openbaring 17:15,16), en de antichrist zelf zal de
Joodse tempel ontwijden en zichzelf God noemen (2 Thess.2:3,4). Er zal een beeld
van hem gemaakt worden dat aanbeden zal worden gedurende de laatste 3 ½ jaar
van de Grote Verdrukking (Openb.13:12-15). Omdat de tempel altijd in Jeruzalem
heeft gestaan, zal dat de plaats zijn waar dit gaat gebeuren.
In vers 6 worden de ‘Nikolaïeten’genoemd. Wie zijn zij? Dit is moeilijk
na te gaan. De Scofieldbijbel verklaart op blz 1332 "Er is geen bewijs voor
een secte van Nikolaïeten". Sommige oude kerkvaders geloofden dat de
Nikolaïeten een secte was, opgericht door ene Nikoläus uit Antiochie, die
genoemd wordt in Handelingen 6:5. Maar het zal duidelijk worden in de Grote
Verdrukking, want zij worden ook genoemd in de brief aan Pergamus (2:15).
Zij zullen uiteindelijk een deel van de TOEKOMST zijn, en omdat God hen haat,
moeten zij wel door satan zijn beinvloed.
Zij die zich zullen bekeren en de eerste werken weer zullen doen worden ‘overwinnaars’
genoemd in vers 7. Zij zijn degenen die de beloften krijgen, en er zijn beloften
voor de overwinnaars in elk van de zeven brieven. De woorden ‘Ik ken uw werken’wordt
ook in elke brief genoemd.
De ‘werken’en de ‘overwinnaars’gaan samen op. Dit zien we ook in de
woorden van onze Heere in de Bergrede – "Zo zult gij ze dan aan hun
vruchten kennen. Niet een ieder, die tot Mij zegt Heere,Heere! zal ingaan in het
Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil van Mijn Vader, Die in de
hemelen is" (Mattheus 7:20,21).
De wil van de Vader was bekering. Overwinning kwam door werken.Beiden zijn
belangrijk in het Evangelie van het Koninkrijk. De beloften
gaan samen met het Duizendjarig Rijk waar Christus 1000 jaar zal regeren. |