|
DE
ZEVEN GEMEENTEN IN HET BOEK OPENBARING
DOOR ROBERT C.BROCK
Wie zijn zij en wanneer?
INLEIDING
Het laatste boek van de Bijbel, het
boek Openbaring, is een fascinerend boek om te lezen en te bestuderen. Het kan
werkelijk een GROOT boek genoemd worden, want het Griekse woord voor ‘groot’
komt zo’n 82 maal voor in dit boek, meer dan in enig ander boek in het Nieuwe
Testament. Openbaring is een profetisch boek, en Bijbelse profetie is altijd een
interessant onderwerp om te bestuderen.
Het boek Openbaring is geadresseerd aan
zeven gemeenten, zoals wij zien in hoofdstuk 1 vers 4 : "Johannes aan
de ZEVEN GEMEENTEN, die in Azie zijn…". Deze zeven gemeenten worden
genoemd in vers 11 – "en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en
zend het aan de ZEVEN GEMEENTEN, die in Azie zijn, namelijk naar Efeze, en naar
Smyrna en naar Pergamus en naar Tyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en
naar Laodicea". Zes van deze gemeenten lagen in Klein Azie toen Johannes
dit boek schreef. Zij zullen gedurende de Grote Verdrukking in deze zelfde
streek liggen. Deze streek ligt in het land dat wij nu kennen als Turkije.
Deze gemeenten
vertegenwoordigen het gelovige overblijfsel uit het volk Israel dat
zal reageren op het Evangelie van het Koninkrijk dat gepreekt zal worden
gedurende de periode van de Grote Verdrukking (Mat.24:14).
Er zullen vele duizenden gemeenten zijn
gedurende die periode – Katholieke kerken, Protestante kerken, enz. die
overgebleven zijn uit deze tegenwoordige tijd van Genade na de Opname. Wij
moeten dus niet denken dat er maar zeven gemeenten op aarde zijn als de periode
van de Grote Verdrukking begint.
Door de eeuwen heen hebben studenten
van de Bijbel het Boek Openbaring gepreekt vanuit vier verschillende
gezichtspunten:
1.
De VERLEDEN TIJD interpretatie – leert dat het meeste van het boek (hoofdstuk
1-20) is vervuld in de tijd van Constantijn in 313 A.D.
2.
De GESCHIEDENIS interpretatie – leert dat het boek in een proces van
vervulling is door het hele christelijke tijdperk heen en dat er weinig
overgebleven is wat nog vervuld moet worden..
3.
De SEMI-TOEKOMST interpretatie – leert dat de hoofdstukken 1-3 voor het
grootste gedeelte vervuld zijn (wij worden verondersteld te leven in het
Laodicea gemeente gedeelte), en dat de hoofdstukken 4-22 nog toekomst zijn. Dit
is gebaseerd op Openbaring 1:19 waar wij straks kort op in zullen gaan.
4.
De TOEKOMST interpretatie – leert dat het gehele boek handelt over de
toekomst en nog wacht op zijn vervulling. Dat is het standpunt van
dit boekje, want Openbaring wordt een ‘profetie’genoemd in hoofdstuk 1 vers
3 en is de completering van de Oud Testamentische profetie. Wij kunnen NIETS in
de geschiedenis terugvinden dat werkelijk kan bewijzen dat de gebeurtenissen uit
Openbaring al vervuld zijn, zelfs al worden sommige grote rampen gebruikt om te
bewijzen dat het boek nu geschiedenis is.
Het TOEKOMST standpunt gelooft
letterlijk in de dingen zoals ze zijn genoemd in het boek maar
erkent ook .
de symbolen die gebruikt worden. Elk
symbool is uitgelegd in het boek zelf of ergens anders in
de Schrift
(7 kandelaren zijn 7 gemeenten, 7
sterren zijn 7 engelen enz.- Openb.1:20)
Het juiste begrip van het eerste
hoofdstuk van Openbaring is cruciaal om het hele boek te kunnen
begrijpen.
Er zijn vier dingen die in dit
hoofdstuk zorgvuldig bekeken moeten worden:
- In het begin (vers 3) wordt het een
PROFETIE genoemd "…zij, die horen de woorden van deze profetie…"
Dit correspondeert met het eind van het
boek (hoofdstuk 22:19) "…het boek van deze profetie…"
dit geeft aan dat het boek
Openbaring als één geheel genomen moet worden. Het is helemaal vervuld in
het verleden of het moet allemaal nog gebeuren in de toekomst. En de
hoofdstukken 21 en 22 geven zeker aan dat het allemaal nog toekomst is.
2. Het woord ‘gemeente’ wordt in de
Bijbel gebruikt voor verschillende groepen mensen. Het
wordt gebruikt voor:
- Israel in de woestijn (Hand.7:38)
- Israel in het land Kanaan
(Hand.2:47, Hebr.2:12)
- Het Lichaam van Christus, de
gemeente in deze tijd van genade (Ef.1:22,23).
- God’s overblijfsel in de Grote
Verdrukking (Openb.2 en 3 en 12:17)
- Niet geredde mensen
(Hand.19:32,39,41).
Het woord zelf betekent niet zoveel.
Het betekent: ’geroepenen’, of ‘vergadering’. Dus u moet
op de context letten waarin het gebruikt wordt.
De woorden ‘gemeente, gemeenten’
worden niet minder dan 20 keer gebruikt in Openbaring.
We zouden op moeten merken dat het boek
opent en sluit met het woord ‘gemeenten’ net zoals
het dat doet met het woord ‘profetie’: "Johannes, aan de zeven
GEMEENTEN die in Azie zijn…"(Openb.1:4)
" Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen
in de GEMEENTEN"(Openb.22:16).
"GEMEENTE"is één van de
SLEUTELwoorden in dit boek. Het boek Openbaring geeft de details
van de Grote Verdrukkings periode die Christus noemt in Mattheus 24:4-26. God
zal ook Zijn gemeenten
(vergaderingen) hebben tijdens deze periode, net zoals Hij ze had in de verleden
tijd. Dit is één van de waarheden die het boek Openbaring leert.
3. Let op hoofdstuk 1:10. Menig bekwame
Bijbelleraar leert dat ‘de dag des Heeren’ onze zondag is. Zij
geloven dat de apostel Johannes op zondag al deze openbaringen van Christus
ontvangen heeft, de eerste dag van onze week. Wij nemen een ander standpunt in,
namelijk :
a. In het Nieuwe Testament wordt de
opstandingsdag altijd ‘de eerste dag der week’ genoemd (Mat.28:1;
Mark.16:2,9;Luk.24:1;Joh.20:1,19;Hand.20:7;1Kor.16:2). Het woord ‘Zondag’ is
overgenomen uit het heidendom door sommige kerkvaders die bekeerd waren uit het
heidendom en uitkwamen op de eerste dag der week. Veel heidenen waren
zonaanbidders.
b.In de Griekse taal, die de taal is
van het Nieuwe Testament, kan ‘de dag des Heeren’op twee manieren geschreven
worden – zoals hierboven- en ’des Heeren dag’. Dit geldt ook voor andere
uitdrukkingen:‘Gods genade kan ook als ‘de genade van God’ geschreven
worden. En : ‘Gods liefde kan geschreven worden als ‘de liefde van God’enz.
Maar in de Hebreeuwse taal van het Oude Testament kon de dag des Heeren alleen
als ‘de dag des Heeren’geschreven worden. Dat was de enige manier waarop zij
dit konden uitdrukken. Dus, op deze basis, geloven wij dat ‘de dag des Heeren’
uit 1:10 identiek is aan ‘de dag des Heeren’
in het Oude Testament.
4.De belangrijkste reden waarom
hoofdstuk 1 niet begrepen wordt is vers 19. De Statenvertaling
is een uitstekende vertaling, maar wij hebben het idee dat dit vers zwak is vertaald. De Statenvertaling geeft de
indruk dat er drie verschillende dingen genoemd worden;
dingen uit het verleden, het heden en de toekomst die de grote lijnen aan zouden kunnen geven van dit boek .De
Statenvertaling schrijft: "…hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen
is, en hetgeen geschieden zal na dezen".
Naar ons oordeel zou dit een betere
weergave van vers 19 uit het Grieks zijn: "Schrijf daarom welke
dingen je zag, en wat zij zijn, zelfs de dingen die hierna zullen
gebeuren".
De Companion Bijbel vertaalt dit vers
als volgt:
"Write therefore what things thou
sawest, and what they are,(what they signify), even what things
are about to happen after these things".
Met andere woorden, Johannes zag
bepaalde profetische dingen, wat zij betekenden en wanneer
zij plaats zouden vinden. Hij schreef slechts over ÉÉN geheel van toekomstige profetische gebeurtenissen.
Dat betekent dat de brieven aan de
zeven gemeenten daar bij inbegrepen zijn. Het
woordgebruik van hoofdstuk 2 en 3 komt steeds terug in de rest van het boek , om
te laten zien dat de zeven brieven
betrekking hebben op Gods mensen in die tijd.
De volgende commentaren op de brieven
aan de zeven gemeenten zijn met een bedoeling niet
vollédig uitgespit. Wij willen laten zien hoe deze brieven verband houden met
datgene wat de Oude Testamentische
profeten leren, en met de aardse bediening van onze Heere Jezus
Christus voor het volk van Israël.
Op deze manier zien we dat het Lichaam
van Christus, Gods gemeente in deze tijd, buiten beschouwing
wordt gelaten in deze zeven brieven. |