|
ONDER DE VELEN, WELKE
KERK IS DE WARE KERK?
Door: R. Sandoz
Dit was eens mijn meest
verwarrende vraag. Opgegroeid in een christelijke familie, had ik geleerd om in God te
geloven, en in het sterven van Jezus Christus aan het kruis. Maar dit had voor mij geen
werkelijke betekenis. Mijn moeder leek een groot geloof te hebben, niet geëvenaard in de
gemeente. Ik wist dat haar liefste wens was dat al haar kinderen ook christenen zouden
worden.
Van mijn kinderjaren af heb ik gedacht dat
een christen iemand als mijn moeder was, iemand die zichzelf opofferde voor anderen, en
wiens woorden en daden goed waren. We leerden dat liegen, stelen en wereldse pleziertjes
zonde was, evenals werken of spelen op Sabbath (De Sabbath, zo werd ons geleerd, was
Zondag, de dag des Heren). Ik vroeg me af hòe men wist wat goed en slecht was. Wat waren
de normen van het Christendom? (Uit de Schrift weet ik nu dat de Zondag alleen maar de
eerste dag van de week is. Het is noch de Sabbath, noch de dag des Heren. De Zaterdag was
de Joodse Sabbath en behoort tot de tijdsperiode van de WET, niet tot deze tijd van
GENADE).
Later, toen ik naar school ging ver van
thuis, woonde ik bij een gezin waar de moeder me vroeg haar kinderen te helpen bij de
catechisatie. Dit was de eerste keer dat ik zo'n boek zag, en omdat ik op zoek was naar de
waarheid, vroeg ik me af of dit me misschien enige verheldering zou kunnen geven. Ook
begeleidde ik enkele keren de oudste dochter naar de mis. Ik begreep echter niets. En toch
als ik elke keer al die religieuze mensen zag die zoveel geld gaven, hoe kon het dan
slecht zijn? Ik realizeerde me dat het niet overeen kwam met het onderwijs van mijn
moeder, en het leek me een religie van angst en rituelen.
De tijd ging verder en nieuwe vrienden die
tot de Methodistenkerk behoorden, nodigden me uit voor hun diensten. Nog steeds verlangend
zoekend naar iets dat me vrede in mijn geest en hart zou geven, bezocht ik al hun
bijeenkomsten en sociale gebeurtenissen, zonder resultaat. Andere vrienden vroegen me met
hen mee te gaan naar de "Baptistenkerk", denkende, dat ik de juiste kerk nog
niet gevonden had, ging ik mee. Maar ook hier hoorde ik niets wat mij vrede gaf.
Thuis lazen we altijd de Zweedse Bijbel. Op
een gegeven moment kwam de gedachte in mij op, dat misschien een Engelse Bijbel me zou
kunnen helpen de ware weg van rust en vrede te vinden. Nadat ik er een gekocht had, begon
ik ongeduldig te lezen.
Het Nieuwe Testament leek me het meest
logische om mee te beginnen, niet wetende dat het Evangelie volgens Mattheus als onderwerp
het Koninkrijk der Hemelen heeft, en wat de betekenis hiervan was. Na Mattheus 5:20
gelezen te hebben: "Want Ik zeg u dat als uw gerechtigheid niet
overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en Farizeën, u het Koninkrijk der
Hemelen geenszins zult binnengaan" en denkende dat met het Koninkrijk der
Hemelen, de Hemel bedoeld werd, verloor ik de hoop om ooit dit doel te bereiken. Immers,
hoe zou mijn gerechtigheid ooit overvloediger kunnen zijn, dan de gerechtigheid van de
Schriftgeleerden en Farizeën, die (volgens mijn vroegere Zondagschoollessen) al zo
religieuze waren? Daarom stopte ik met bijbellezen, tot later de waarheid van het
evangelie aan mij geopenbaard werd.
Ik probeerde nu zelf rechtvaardig te leven.
Omdat mijn moeder ons geleerd had alles van "de wereld" te vermijden, probeerde
ik dat te doen. Dit tot ergernis van vrienden die niet zo opgevoed waren. Ik realiseerde
me dat ik net zo min op de goede weg was als zij, en daarom besloot ik toch maar mijn
vrienden een plezier te doen, meer dan mijn moeder, want ik was nu eenmaal in hun
gezelschap. Later, toen ik op een kantoor werkte en met één van deze vriendinnen
samenwoonde, kwam er een beroemde evangelist naar onze stad.
Mijn baas en zijn klanten beschuldigden hem
spottend van winstbejag. Dit nam ik hem kwalijk, omdat ik nog steeds dacht, dat mensen die
predikten of iets met godsdienst te maken hadden, even eerlijk waren als mijn moeder,
zelfs al begreep ik het niet. Die avond bezochten mijn vriendin en ik één van de
bijeenkomsten. Toen we in de grote tent kwamen, werd ons gevraagd of we in hun koor wilden
zingen. We werden niet gevraagd of we konden zingen, en of we wel geloofden, ons werd
alleen gezegd dat ze "jonge mensen" wilden hebben. Aan het eind van de
bijeenkomst werd een uitnodiging gegeven om naar voren te komen. Toen mijn vriendin vroeg
of ik meeging, deed ik dat.
Samen met anderen stonden we voor de tafels
waarop officiele aanmeldingsformulieren lagen voor de verschillende "kerken" van
de stad. "Welke wil jij graag ondertekenen?" vroeg de bediende, en gaf elk van
ons een pen. We keken elkaar met verbazing aan en vroegen onszelf af welke we zouden
ondertekenen. Ik herinnerde me dat mijn ouders altijd naar de Zweedse Baptistenkerk
gingen. Hier waren mijn oudere broer en ik ook op zondagschool geweest. Daarom
ondertekende ik een formulier met bovenaan het woord "Baptist". Mijn vriendin
nam een formulier van de Episcopaalse kerk (naar mijn weten heeft ze deze echter nooit
bezocht). De bediende gaf me het adres van de dichtsbijzijnde Baptistenkerk, en vertelde
dat ik de komende zaterdagavond naar de bijeenkomst kon gaan. Dit deed ik. Nadat ik
gedoopt was, vroeg men mij de volgende bijeenkomst op zondagmorgen bij te wonen. Hier keek
ik naar uit, verwachtende dat nu al mijn verwarring ten einde zou komen. Maar ook door
deze bijeenkomst werd ik teleurgesteld, en moe en leeg verliet ik het gebouw.
Teruglopende, en overdenkende alles wat er gebeurd was, hoopte ik dat eens mijn probleem
opgelost zou worden, door alles wat mijn moeder me geleerd had, naar beste kunnen op te
volgen.
Mijn vriendin ging ermee akkoord, en samen
maakten we een start. Dit duurde echter totdat onze vrienden het wisten. We waren snel
terug in "de wereld", en al mijn pogingen schenen tevergeefs. Later, toen ik
weer in de stad van mijn ouders woonde, werd me een lidmaatschaps-bevestiging toegestuurd
van de kerk waar ik automatisch lid van geworden was. Dit veroorzaakte grote opschudding
thuis: "had ik hen maar om geestelijke hulp gevraagd". Mijn moeder beschouwde me
niet als een christen. Ik werd ontmoedigd en gaf de strijd op, denkende dat ik nooit de
normen van het Christendom zou leren kennen.
Ondanks mijn vergeefse pogingen om de ware
kerk te vinden, of om te weten wat het betekent christen te zijn, bleef ik overtuigd dat
er meer in deze wereld is dan het leven van alledag. Er is meer in het leven, maar de
grote vraag was wáár het antwoord te vinden. In de mensen met wie ik in kontakt kwam,
zocht ik altijd tevergeefs naar de eigenschappen van mijn moeder. Twee en twee is altijd
vier, en mijn kasboeken bleven altijd in balans wat debiteuren en crediteuren betreft,
maar in het Christendom kon ik geen norm terug vinden.
Op een zondagavond in november 1919, kort
nadat mijn moeder overleden was, werd één van mijn zusters en mij gevraagd om een
evangelisatie-bijeenkomst bij te wonen. Ik vond het zinloos, omdat deze bijeenkomsten in
het verleden alleen mijn verwarring vergroot hadden. Maar om een avond alleen thuis te
voorkomen, besloot ik toch maar mee te gaan. Aan het eind van deze bijeenkomst had ik een
gesprek met de evangelist en vertelde hem al mijn ervaringen en vergeefse pogingen om de
ware kerk te vinden.
Hij vroeg me te gaan zitten, en begon te
praten over de Schrift. Ook de zangleider kwam erbij zitten. De tijd vloog om, en ik ging
naar huis zonder dat ik werkelijk begreep wat hij me zo oprecht probeerde te vertellen. De
zangleider gaf me een boek mee dat ik beloofde te zullen lezen. Hoewel ik pas laat thuis
kwam, opende ik toch het boek en begon erin te lezen. En hierin vond ik het antwoord op
mijn lange zoektocht. Het was zo simpel! Alsof het boek wist wat er in me omging zei het:
"wil je graag weten of je een christen bent?" In eerste instantie kwam mijn
eigendunk in opstand tegen zulke woorden....natuurlijk beschouwde ik mezelf als een
christen.
Ben ik niet opgegroeid in een christelijke
familie, naar zondagschool geweest, gedoopt en lid geweest van een kerk? Maar diep in mijn
binnenste wilde ik het zeker weten - ik was tenminste bereid mijn onzekerheid toe te
geven. Het boek vertelde verder dat als ik geloofde dat ik een zondaar was, omdat ALLE
MENSEN zondaars zijn, en geloofde dat Christus voor mijn zonden gestorven is (al mijn
zonden weggenomen heeft, en ervoor betaald heeft met Zijn bloed, en daarna Zijn
RECHTVAARDIGHEID aan mij gaf voor NIETS), DAN zou ik een christen zijn. Ik wist dat ik aan
het eind van mijn kracht was, en gaf me over aan Zijn hulp. Ik stond tegenover de
"Zondedrager" als een christen op een Pelgrim's reis, met een grote zware last
van zonde op mijn rug, die ik niet kon dragen. Maar toen ik in geloof naar Christus keek
omdat al mijn kracht om mezelf te helpen op was, werd ik licht, vredig en blij. Toen wist
ik dat er een verandering plaats vond die ik nooit eerder ervaren had.
De Heilige Geest had Zijn intrede gedaan, en
nu was ik een NIEUWE SCHEPPING in Christus. Nu realiseerde ik me door mijn ervaringen in
de Schrift dat de wereld geen plaats heeft in het leven van een gelovige. De Heilige Geest
die in me woont maakt Gods woorden in de Bijbel duidelijk. In de Bijbel vond ik Zijn wil
voor mijn leven. Mijn zoeken was geëindigd. Ik realiseerde me dat Christus mijn VREDE
was, en dat Zijn RECHTVAARDIGHEID nu ook de mijne was als een gave voor niets. Dit was de
norm waar ik naar gezocht had.
De volgende dag wilde ik mijn vreugde en
vrede delen met een collega van de bank waar ik werkte, maar hij beschouwde het als
dwaasheid. Ik was niet in staat om hem ook maar iets te bewijzen, omdat ik niets wist van
de Schrift. Toen ik thuis kwam pakte ik de Bijbel die ik niet meer gelezen had sinds
Mattheus 5:20. Niet wetende waar ik moest beginnen opende ik zomaar de Bijbel en las waar
deze open lag: 1Kor.1:8 "Want het woord des kruises is wel voor hen
die verloren gaan dwaasheid, maar voor hen die behouden worden is het een kracht
Gods". Hier was mijn antwoord. Na het lezen van dit hoofdstuk waren al mijn
vragen beantwoord. Het was niet de rechtvaardigheid van de Schriftgeleerden en Farizeeën
die ik nodig had, en ook was ik niet bestemd voor het Koninkrijk der Hemelen. Het was
God's rechtvaardigheid die ik nu had door het geloof, gekregen als een gave, voor niets.
En ik was een lid van het Lichaam van Christus, niet van een of andere organisatie.
Volgens 1Kor.12:13 was ik nu toegevoegd aan dit Lichaam welke de ware kerk is. Door de
Heilige Geest, en niet door werken mijnerzijds of bepaalde rituelen.
Geen wonder dat al mijn pogingen tevergeefs
waren! Niets of niemand behalve de Heilige Geest heeft mij, een baby in Christus, het
verschil tussen Mattheus 5:10 en 1Korinthiers 1 duidelijk gemaakt. Meer vreugde en vrede
vervulde mij toen ik realiseerde door het Woord van God, dat ik nu een DEELGENOOT ben met
Christus in ALLES wat Hij is. Ik ben compleet IN HEM, VERREZEN MET HEM. 1Kor.1:30-31 werd
het levende Woord voor mij: "Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus,
Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing;
opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in de Here".
Tijdens de 2e wereldoorlog was het een
voorrecht voor mijn echtgenoot en mij om de leiding te hebben over een dienstencentrum.
Hier zagen we de noodzaak om de waarheid over de behoudenis te vertellen, en wat de ware
kerk is. In gesprekken met veel jonge mensen bleek dat zij zich aangesloten hadden bij een
organisatie of kerk zonder enige fundamentele kennis van de waarheid. Het zich hierbij
aansluiten staat ver af van wat de Bijbel leert. Vaak geeft het VALSE ZEKERHEID aan hen
die zich aangesloten hebben bij een organisatie of kerk, zonder zich eerst bij het Lichaam
van Christus aangesloten te hebben. Een jongeman kwam eens in ons centrum en zei: "Ik
ben een Lutheraan, wat is dat eigenlijk?". Een ander vroeg ons wat hij nog meer nodig
had behalve het lidmaatschap van "De kerk van Christus". Nu hij behouden is, en
lid van het Lichaam van Christus, weet hij het verschil. En zo zijn er talloze andere
voorbeelden. Eerst dacht ook ik dat EEN van de vele kerken de juiste was, maar de vraag
was hoe die te vinden. Nu weet ik dat geen van deze kerken de ware kerk is. De enige ware
Bijbelse kerk is het Lichaam van Christus, van welke elke gelovige volgens Efeze 1:22,23
een lid is. Er zijn gelovigen in de vele religieuze oprganisaties vandaag. Deze ware
gelovigen zijn leden van het Lichaam van Christus.
Maar het droevige en verwarrende hierin is,
dat ook ongelovigen deel hiervan uitmaken. Omdat ongelovigen geestelijke dingen niet
kunnen begrijpen, zijn zij genoodzaakt om hen bezig te houden met een willekeurige vorm
van werelds amusement. Voor degenen die buiten de organisatie staan, komt dit alles erg
hypocriet en onstandvastig over. Door de compromissen die daar gesloten worden, wordt de
bediening, welke bedoeld is om het Lichaam van Christus op te bouwen, verzwakt en worden
de gelovigen niet opgebouwd. We zien dat deze toestand nog steeds bestaat in dezelfde
organisaties waar ik lang geleden zocht naar de waarheid. Werkelijk, het Lichaam van Jezus
Christus, Die verborgen was in God, Rom.16:25.
Tot slot: hierna volgen enige verzen die
duidelijk spreken over de behoudenis voor hen die deze getuigenis gelezen hebben, en graag
zekerheid in hun behouden zijn willen hebben! Romeinen 5:12 vertelt ons dat ALLE mensen
van nature zondaren zijn: "Daarom zoals door één mens de zonde in de
wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood tot ALLE mensen is doorgegaan
doordat ALLEN gezondigd hebben."
Romeinen 1:16 vertelt ons dat het EVANGELIE
een kracht van God is tot behoudenis voor EEN IEDER DIE GELOOFT. Dit evangelie is
uitgelegd in 1 Kor. 15:1-4. Het evangelie, of "goed nieuws" is, dat ALLES
volbracht is voor ons als we maar erin GELOVEN en RUSTEN. 2Kor.5:19 "Want
God was in Christus de wereld met Zichzelven VERZOENENDE, hun zonden hun NIET
TOEREKENENDE..." Vers 21 "Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij
zonde voor ONS gemaakt, OPDAT WIJ ZOUDEN WORDEN RECHTVAARDIGHEID GODS IN HEM". Een
mens is GERECHTVAARDIGD door geloof, niet door werken. Rom.5:1 "Wij dan
GERECHTVAARDIGD uit het GELOOF, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus".
Alles komt van God. Eph.2:8,9 "Want uit
GENADE bent u behouden, door het geloof en DAT NIET UIT UZELF; HET IS EEN GAVE VAN GOD,
NIET OP GROND VAN WERKEN, opdat niemand roeme". Door dit te geloven wordt u VERZOEND
met God, RECHTVAARDIG GEMAAKT door Christus, GERECHTVAARDIGD door geloof, heeft u VREDE
met God, bent u gered door GENADE en lid van de WARE KERK,welke is het LICHAAM VAN
CHRISTUS.
^^^^^^^^^^^^
|