Het Griekse woord "ekklesia",
vertaald als "gemeente" betekent: uitgeroepen. Het wordt
gebruikt voor elke bijeenkomst, zelfs voor de rumoerige volksvergadering in Efeze,
Hand.19:40. Het werd ook gebruikt door Stefanus toen hij naar het volk Israël in de
woestijn verwees als "de vergadering in de woestijn",
Hand.7:38. Het Hebreeuwse woord "kahal", werd gebruikt voor een raadsvergadering
van een stam van Israël of een bijeenkomst. Het werd door de Septuaginta (een vertaling
van het Hebreeuws naar het Grieks, ongeveer 300 jaar voor Christus gemaakt) vertaald als
"ekklesia" of "synagoge".
De gemeente in de dagen van Petrus,
gegrondvest op de belijdenis dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, mag genoemd worden:
Messiaanse gemeente, Joodse kerk of kerk van Jeruzalem, Mat.16:16-18; 18:15-20. Passend
bij die periode hadden de discipelen de volgende authoriteiten: (1) te binden of te
ontbinden,
"Voorwaar Ik zeg u, al wat gij
op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal
ontbonden zijn in de hemel," Mat.18:18.
(2) Men ontving absolute antwoorden op
gebeden, zelfs als slechts 2 of 3 mensen vergaderd waren, Mat,18:19,20.
(3) De prediking van berouw van zonden en de
doop tot vergeving van zonden, (hetwelk het evangelie van het koninkrijk is, Hand.2:38, om
zo Israël voor te bereiden om een koninkrijk van priesters te zijn, Ex.19:6, Openb.1:6.
Merk de volgende kenmerken op: de leden zijn nog steeds onder de wet, de tempel is het
centrum, ze verkopen hun spullen en hebben alles gemeenschappelijk, Hand.4:32-34. Allen
zijn Joden en prediken "Joden alleen". Er is straf voor een
ieder, die probeert om zonder deze regels te leven.
De opdracht van de Messiaanse kerk is te
lezen in Mat.28:18-20, Mark.16:15-18, Luc.24:47,48, Joh.20:21-23, Hand.1:8. Dat hield in:
(1) Men leert de dingen die de Messias
onderwees, (zoals de bergrede, Mat,5, wat gedaan moet worden om kindern van God te worden,
Mat.5:43-45, doden opwekken, Mat,10:8, het doen en onderhouden van de wet, Mat,23:3.)
(2) Er is de doop voor vergeving van zonden,
Hand.2:38. (3) Men kan boze geesten uitdrijven, in tongen spreken en slangen opnemen,
Marc,16:17,18. (4) Men moest in Jeruzalem beginnen, Luc.12:47.
Maar Jeruzalem toonde geen berouw. Het volk
bereikte het hoogtepunt van afvalligheid door Stefanus te stenigen. Hierop volgt
Handelingen 9, de bekering van Saulus en de daaropvolgende overvloedige openbaringen aan
hem.
DE GEMEENTE IN DE BEDELING VAN GENADE
is geheim gehouden tot het moment dat het bekend gemaakt is aan Paulus, Hand.22:14,18;
Hand,26:16; Rom.11:13; Rom.16:25; II Kor.12:1,7; Ef.3:1-9 en Kol.1:25,26. Paulus zag de
opgevaren en verheelijkte Heer en hoorde zijn stem vanuit de hemel.
1. DE KENMERKENDE NAAM IS: DE
GEMEENTE DIE ZIJN LICHAAM IS. Christus is het Hoofd, de gelovigen zijn leden van
zijn lichaam, Ef.1:22,23; I Kor.12:13.
2. DE BOODSCHAP is
behoudenis door genade, door het geloof, los van werken. Christus stierf voor goddelozen,
door het kruis bracht Hij vrede; een ieder die gelooft zal gerechtvaardigd worden,
Rom.4:5. (Dit is beter en gaat veel dieper dan de belijdenis van Jezus als Messias.) De
mensen hebben niet langer de authoriteit om te binden of te ontbinden en zonden wel of
niet te vergeven. We zijn niet langer onder de wet. De boodschap is niet langer alleen
voor de Joden bestemd. De belofte van absolute antwoorden op gebeden bestaat niet meer, en
men hoeft geen werken meer te doen voor vergeving van zonden.
3. HET BEGIN was niet op
Pinksteren omdat:
a, De boodschap op Pinksteren geen behoudenis
door genade inhield, maar werken verlangde.
b, Op die dag alleen Joden (en Jodengenoten)
aanwezig waren, heidenen ontbraken.
c, De tempel het centrum was. Ze volgden nog
steeds de wet. Er was geen prediking van Christus, die het einde der wet is.
d, Genade niet aangeboden kon worden, voordat
het Koninkrijk verworpen was; het Koninkrijk was zelfs niet aangeboden met Pinksteren.
e, De boodschap van genade en verzoening niet
gegeven kon worden, omdat Israël nog niet vervreemd was, totdat zij Stefanus stenigden.
f, Pinksteren de "laatste
dagen" was voor Israël, dat is de tijd voorafgaand aan het aanbod van het
koninkrijk. Het waren niet de eerste dagen van de gemeente, die Zijn lichaam is.
4. Als we het juiste tijdstip opzoeken voor
het begin van de gemeente van deze genade-bedeling, lijkt Handelingen 13 betekenisvol.
Hoewel Paulus, de fundamentlegger van de bedeling van genade al in Handelingen 9 tot
geloof in de Here kwam, moest hij de openbaringen omtrent de gemeente, die nooit tevoren
geopenbaard waren in de Schrif, nog ontvangen. Paulus kende het oude testament goed, maar
over de gemeente van vandaag kan daar niets gevonden worden. Vandaar dat Paulus de
overvloedige openbaringen van de opgestane en verheerlijkte Heer ontving.
Merk op dat Paulus, die in 2 bedelingen
leefde, degene was die het ontving én het bekend maakte. Net als Mozes die vóór en
tijdens de wet leefde. Paulus leefde al voordat de bedeling van genade begon. En nadat hij
de overvloedige openbaringen ontvangen had, werd hij de leider van de genade bedeling.
Vergelijk de eerste geopenbaarde boodschap aan Paulus in Hand.9:20 met de openbaring van
zijn grotere boodschap in Hand.13:38,39. In Hand. 13:49 is het woord dat vertaald is als "verbreiden"
hetzelfde als het woord wat vertaald is als "verschillen" in I
Kor.15:41 "Want de ene ster verschilt van de andere in glans". U kunt dit vinden
in een concordantie. De boodschap werd "anders", verschillend, toen Paulus tot
de heidenen begon te spreken, omdat de nieuwe bedeling begon. Het Grieks wijst ons erop
dat het anders werd, beter, van meer waarde.
5. DE EEN DOOP. Er bestaat
veel verdeeldheid over het onderwerp van de doop. Waarom bestuderen we dit onderwerp van
de doop ook niet in het licht van de bedelingen? Het hele probleem is niet WAAROM, (de
verschillende redenen, die gegeven worden voor de doop), noch HOE (de verschillende
methoden). De grote vraag is: behoort een ritueel uit de wet van Mozes thuis in de
bedeling van genade? Past u ook de volgende dingen uit de wet toe: het ritueel van
besnijdenis, spreken in tongen, opwekking uit de doden, verkopen van alle bezittingen om
vervolgens alles gemeenschappelijk te hebben, geen geld op zak hebben, zoals de discipelen
uit de periode van het Koninkrijk? Nee! Waarom dan wel de ceremonie van sprenkeling en
wassingen? Het voortgaan daarvan ná de openbaring dat de wet teniet gedaan was, was het
werk van de Joden.
Het is de moeite waard om een lijst te maken
van de dopen in de Schrift, inclusief de sprenkelingen in het oude testament, en van elk
op te merken:
(1) Wanneer en waarom het gedaan werd.
(2) Wat het betekent.
(3) Of het nat of droog was.
(4) Dat water in de Schrift nooit de
betekenis heeft van een begrafenis.
(5) Dat in de brieven van Paulus geen
instructies te vinden zijn betreffende een waterritueel.
Waarom zijn we niet tevreden met de één
doop door de Heilige Geest in het ene lichaam, Ef.4:4,5; I Kor.12:13?!