OMDAT ER ÉÉN DOOP IS
"Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in de Heere, dat
gij wandelt waardig de roeping, met welke gij geroepen zijt; Met alle
ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in
liefde; U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door de band des
vredes; Eén lichaam is het, en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één
hoop uwer roeping; één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van
allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen" (Efeze 4:1-6).
Wanneer Bijbel-gelovigen niet bereid zijn om Gods
waar-heid over de "één doop" (Efeze 4:5) te aanvaarden en afstand te doen van de
inzetting van de waterdoop, verwijzen zij naar zulke voorvallen als van de
kamerling, Cornelius, Lydia en de gevangenbewaarder van Filippi. Tevens
verklaren zij telkens dat de waterdoop slechts een getuigenis is, een belijdenis
van Christus vóór de mensen.
Het is natuurlijk waar dat veel van wat wij doen
een getuigenis is. Als u naar de kerk gaat is dat een getuigenis. Als u dronken
over straat loopt is dat een getuigenis. Als u een rozenkrans in uw handen houdt
en uw hoofd buigt terwijl u twintig maal "wees gegroet, Maria" herhaalt, is dat
ook een getuigenis. Wat u doet, getuigt van hetgeen u bent.
Maar onze vraag is: Heeft God de inzetting van de
waterdoop aan de leden van de Gemeente "het lichaam van Christus" gegeven als
een openbaar getuigenis van het geloof in de Here Jezus Christus? Was dat de
voornaamste bedoeling?
Wat zegt de Schrift over waterdoop als belijdenis?
In het geval van de kamerling uit Ethiopië kunnen we lezen dat Filippus naar
Gaza gezonden werd om de Ethiopiër te ont-moeten (Handelingen 8:26) en de
Schriften vermelden geen enkel getuigenis van zijn doop. Er wordt beredeneerd
dat deze Ethiopische opperschatbewaarder vele begeleiders bij zich moest hebben
gehad. Dat zou kunnen, maar wij moeten ons als ge-lovigen niet laten leiden door
een "moet hebben" of een "ik denk het".
Hoewel het zeer waarschijnlijk is dat er veel
mensen bij de doop aanwezig waren, vertellen de Schriften daar toch niets over.
Waarom niet? Als de waterdoop van de Ethiopiër bedoeld was als een openbaar
getuigenis, zou de Heilige Geest dan niet de moeite hebben genomen om de
aanwezigheid van anderen te vermelden? Maar de Heilige Geest vermeldde dit niet.
Vergelijk dit met Handelingen 16:25:
"En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas en
zongen Gode lofzangen; EN DE GEVANGENEN HOORDEN NAAR HEN."
Hier zijn de getuigen vermeld. Sommige predikanten
zeggen dat "Christus wordt beleden in de doop", maar de Schriften vermelden dat
nooit. De Bijbel leert echter dat "men met de mond belijdt ter zaligheid"
(Romeinen 10:10).
In Johannes 1:31 staat te lezen: "En ik kende Hem
niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen,
dopende met het water". Dit verklaart waarom wij de waterdoop in het boek
Handelingen vinden, samen met wondertekenen, zelfs in de vroege bediening van
Paulus. Israël, als natie, was nog niet opzij gezet. In I Korinthe 12:13 schreef
Paulus aan de Korinthiërs: "... door één Geest zijn wij allen tot één lichaam
gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken...". Nog later, na de opzijzetting van
Israël, schreef Paulus vanuit de gevangenis te Rome over: "één doop". (Efeze
4:5)
"Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Jezus
Christus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?" (Romeinen 6:3)
"Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt,
hebt gij Christus aangedaan". (Galaten 3:27) "Zo dan, indien iemand in Christus
is, die is een nieuw schepsel...;" (II Korinthe 5:17).
"Want wij zijn Zijn maaksel,..." (Efeze 2:10).
"Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; En gij zijt in Hem
volmaakt..." (Kolossensen 2:9,10).
Veronderstel dat u verlost bent, maar een slordig
leven leidt en een slecht getuigenis hebt voor de wereld. Zou dan de waterdoop u
kunnen helpen? Wat zou de waarde daarvan zijn? Maar veronderstel dat u verlost
bent en een godvruchtig en consequent leven voor de wereld leidt. Is dan de
waterdoop voor u nodig? Wat is het waard? Wees niet bang om deze vraag eerlijk
te beantwoorden.
In zekere zin is de doop van gelovigen in of met
water in deze eeuw een getuigenis - een slecht getuigenis *. Toen de gelovige
Galaten zich lieten besnijden was het een slecht getuigenis: "Ziet, ik, Paulus,
zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn; En ik betuig
weer aan een ieder mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de
gehele wet te doen" (Galaten 5:2,3).
De besnijdenis, dat een deel was van het evangelie
van de besnedenen van Petrus, had geen plaats in het evangelie van de
onbesnedenen dat aan Paulus werd toevertrouwd, (Galaten 2:7). En evenals de
besnijdenis in verband stond met "het evangelie van de besnijdenis" zo stond de
waterdoop in verband met "het evangelie van het Koninkrijk" (zie Matthes 3:2,6,
10:5-7, 28:19, Johannes 1:31, Markus 16:16, Lukas 24:47, Handelingen 2:36-38,
3:19-21).
In het licht van het volbrachte werk van Christus
aan het kruis zeggen wij dat Gods genade voldoende is en water is niet nodig.
Wees Bereëers. Onderzoek de Schriften dagelijks of deze dingen zo zijn.