"Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105   "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16    "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken 1 Timotheus 1:15

04-08-2010        Home - Wie zijn wij? - Wij geloven - English -עברית  Spanish GenadeEvangelie.nl  Português

                            
04-08-2010

CHRISTUS DOOPT MET DE HEILIGE GEEST

Door: D. Avnon

In dit hoofdstuk zullen Schriftgedeelten behandeld worden waarin het woord DOOP en HEILIGE GEEST naar voren komen. Het is vanzelfsprekend dat deze teksten niet over rituele doop maar over geestelijke doop spreken.

1) "Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen"

(Matth. 3:11, zie ook Mark. 1:8, Luk. 3:16, Joh. 1:33)

2) Na Zijn opstanding kunnen wij lezen wat de Here Jezus tegen Zijn discipelen over deze geestelijke doop heeft gezegd.

"En toen Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt." "Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen." (Hand. 1:4,5)

Merk op dat deze belofte al tijdens het Pinksterfeest in vervulling is gegaan: "En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken" "En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen." (Hand. 2:4,17)

3) Ongeveer drie jaar later nadat de apostel Petrus bij Cornelius is geweest lezen wij: "En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, gelijk ook op ons in het begin. En ik werd gedachtig aan het woord des Heeren, hoe Hij zeide: Johannes doopte wel met water, maar gij zult gedoopt worden met de Heilige Geest." (Hand. 11:15,16)

4) Wanneer de apostel Paulus aan de leden van "het lichaam van Christus" over het woord doop i.v.m. de werking van de Heilige Geest schrijft, kunnen wij lezen: "Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt!" (I Kor. 12:13)

Als wij bij punt 4 komen ontdekken wij dat er verschil is, dat de werking anders is. Er staat duidelijk dat de HEILIGE GEEST DE DOPER IS.

1) In de eerste drie Schriftgedeelten is duidelijk te zien dat

Christus Degene is Die de mensen gaat dopen.

De apostel Paulus schrijft in zijn brieven over de Heilige Geest als het Goddelijke deel in de Goddelijke éénheid die de mensen doopt. In deze tijd doopt de Heilige Geest Joden en heidenen, zonder verschil, in één lichaam: "Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Jezus Christus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?" (Rom. 6:3)

Er moet altijd onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende werking van de personen in de Goddelijke eenheid: "En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt." (I Kor 12:6)

In Joh. 15:26,27 lezen wij, hoe Christus de Heilige Geest zou zenden en in Hand. 2:4 kunnen we lezen hoe deze belofte werd vervuld.

In I Kor. 12:13 lezen we over een andere werking van de Heilige Geest: de Heilige Geest doopt. Deze werking is anders dan wanneer Christus de Doper is.

2) Nergens in het verslag over het Pinksterfeest (Hand. 2) kunnen wij lezen over het begin van een nieuw lichaam van gelovigen, of dat er geen verschil is tussen Joden en heidenen (Gal: 3:28). Er waren nl. alleen Joden en Jodengenoten op die dag aanwezig, en alleen degenen die zich bekeerden en lieten dopen (Hand. 2:37,38) werden met de Heilige Geest gedoopt. In Handelingen hoofdstuk 2 wordt helemaal niet over heidenen gesproken, die waren op dat moment nog "...vervreemd van het burgerschap Israëls..." (Ef. 2:12). De belofte van Handelingen 2:39 is nl. in eerste instantie voor het gehele huis van Judea en Israël bestemd (Hand 3:25,26).

Het is voor het eerst in de brieven van de apostel Paulus, dat wij veranderingen gaan zien. De apostel maakt o.a. bekend, dat er een tijdelijke verharding over Israël gekomen is: "Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn." (Rom. 11:25) Het is pas nadat Israël, als volk, de aanbieding

van het Koninkrijk verworpen heeft dat God een nieuwe apostel geroepen heeft om een nieuwe bedeling te verkondigen, (Gal. 1:11-23, I Tim. 1:11-17 etc.)

De apostel Paulus heeft gedurende deze bedeling van genade niet het Koninkrijk-evangelie verkondigd maar Gods genade-evangelie (Hand. 20:24). De hoop van de leden van het lichaam van Christus is in de hemelen en niet op aarde:

"Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus;" (Fil. 3:20; Ef. 2:6)

Tijdens deze bedeling van genade, is Israël niet het zegenkanaal. De tussenmuur is weggebroken, zodat nu iedereen door het bloed van de Here Jezus, door genade uit geloof vrij tot God kan komen, (Ef. 2:12-18). Zo blijft echter dat door de geestelijk doop van I Kor. 12:13 de gelovige lid is geworden van de Gemeente "Die Zijn lichaam is".

3) Als de doop MET de Heilige Geest, op het Pinksterfeest hetzelfde zou zijn als de doop DOOR de Heilige Geest van I Kor 12:13, dan is de verklaring van de apostel Paulus dat de bedeling van genade toen een geheim bij God was, niet waar. De onduidelijkheid is niet te wijten aan de Bijbel, maar aan het feit dat men het Woord der waarheid niet recht snijdt, (Kol. 1:24-28; Rom. 16:25,26; Gal. 1:11).

De conclusie is dat de doop MET de Heilige Geest die de profeet Joël al eerder had geprofeteerd anders is dan de doop DOOR de Heilige Geest, die de apostel Paulus onder de bedeling van genade heeft gepredikt en waarvan geen enkele profeet tevoren geweten heeft.

4) Er bestaat nog één duidelijk verschil tussen deze twee werkingen van De Heilige Geest. De doop MET de Heilige Geest op de Pinksterdag was een vervulling van belofte: "En ziet, Ik zend de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte." "Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde." (Luk. 24:49, Hand. 1:8)

De doop MET de Heilige Geest tijdens Pinksteren was zeer zeker een krachtige doop: "En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken." (Hand. 2:2-6) Veel mensen spreken alleen over de doop MET de Heilige Geest die tijdens Pinksteren plaatsvond. Onze vraag is: "is deze Goddelijke werking van toen krachtiger dan wat God in deze bedeling van genade doet? Of is het de onwetendheid van de mensen die hen tot deze onjuiste conclusies leidt?"

De doop DOOR de Heilige Geest die als eerste door de apostel Paulus gepredikt werd, wordt niet gevolgd met kracht om in andere talen te spreken of mensen te genezen. Laten we niet vergeten dat de opdracht en de belofte van Markus 16:16-18 niet gelden voor deze bedeling van genade. De opdracht daar is om het evangelie van Gods Koninkrijk te gaan verkondigen en niet de boodschap van verzoening hetwelk onze boodschap is, (II Kor. 5:17-21).

Is dan de doop DOOR de Heilige Geest krachteloos? Volstrekt niet. De eerste vrucht is dat wij leden van het lichaam van Christus worden, (I Kor. 12:13) daardoor kunnen wij God "Abba Vader" noemen, (I Kor. 12:3, Rom. 8:15) en in het geestelijke leven wandelen, (Gal. 5:22,23). Merk op dat de ervaring van een bepaald gevoel tijdens de doop DOOR de Heilige Geest niet noodzakelijk is. Sommige Baptisten veronderstellen, dat er in deze tijd geen sprake is van een geestelijke doop omdat "zij geen tekenen kunnen zien wanneer iemand Christus als zijn persoonlijke Verlosser vertrouwd heeft." In dit geval gaan zij ervan uit dat de "één doop" van Ef. 4:5 waterdoop is.

Dit is echter een onjuiste veronderstelling. Wij weten dat er verschil is tussen de doop DOOR de Heilige Geest en de doop MET de Heilige Geest, en dat de éne doop van Ef. 4:5 de doop DOOR de Heilige Geest is, (I Kor. 12:13).

5) In Handelingen 11 lezen wij hoe Cornelius en zijn huisgenoten met de Heilige Geest zijn gedoopt. Hun doop was dezelfde doop die op de Pinksterdag werd uitgevoerd. Onthoud dat er geen sprake is van de doop DOOR de Heilige Geest in het Lichaam van Christus voordat wij bij de apostel Paulus en de bedeling van genade komen.

6) Er zijn verschillende Bijbelleraars die het verschil zien tussen de doop MET de Heilige Geest en DOOR de Heilige Geest. Zij leren o.a. dat de beide werkingen gescheiden gehouden moeten worden. "Eerst wordt men door de Heilige Geest in het lichaam van Christus gedoopt, en daarna mag hij uiteraard verlangen om met de Geest gedoopt te worden, maar hij moet zich wel met water laten dopen" is hun redenatie. In het geval van deze uitleg is er sprake van 3 dopen en 2 werkingen van de Heilige Geest. Tijdens deze bedeling van genade spreken wij over één doop en één Geest en men ontvangt de Geest NADAT men gelovige is geworden.

"In Wie ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Wie gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid." (Ef. 1:13:14).