|
CHRISTUS DOOPT MET DE HEILIGE
GEEST
Door: D. Avnon
In dit hoofdstuk zullen Schriftgedeelten
behandeld worden waarin het woord DOOP en HEILIGE GEEST naar voren komen. Het is
vanzelfsprekend dat deze teksten niet over rituele doop maar over geestelijke doop
spreken.
1) "Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is
sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met de
Heilige Geest en met vuur dopen"
(Matth. 3:11, zie ook Mark. 1:8, Luk. 3:16,
Joh. 1:33)
2) Na Zijn opstanding kunnen wij lezen wat de
Here Jezus tegen Zijn discipelen over deze geestelijke doop heeft gezegd.
"En toen Hij met hen
vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten
de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt." "Want Johannes
doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze
dagen." (Hand. 1:4,5)
Merk op dat deze belofte al tijdens het
Pinksterfeest in vervulling is gegaan: "En zij werden allen vervuld met de Heilige
Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te
spreken" "En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van
Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen
zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen." (Hand. 2:4,17)
3) Ongeveer drie jaar later nadat de apostel
Petrus bij Cornelius is geweest lezen wij: "En toen ik begon te spreken, viel de
Heilige Geest op hen, gelijk ook op ons in het begin. En ik werd gedachtig aan het woord
des Heeren, hoe Hij zeide: Johannes doopte wel met water, maar gij zult gedoopt worden met
de Heilige Geest." (Hand. 11:15,16)
4) Wanneer de apostel Paulus aan de leden van
"het lichaam van Christus" over het woord doop i.v.m. de werking van de Heilige
Geest schrijft, kunnen wij lezen: "Want ook wij allen zijn door één
Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten,
hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt!" (I Kor. 12:13)
Als wij bij punt 4 komen ontdekken wij dat er
verschil is, dat de werking anders is. Er staat duidelijk dat de HEILIGE GEEST DE DOPER
IS.
1) In de eerste drie Schriftgedeelten is
duidelijk te zien dat
Christus Degene is Die de mensen gaat dopen.
De apostel Paulus schrijft in zijn brieven
over de Heilige Geest als het Goddelijke deel in de Goddelijke éénheid die de mensen
doopt. In deze tijd doopt de Heilige Geest Joden en heidenen, zonder verschil, in één
lichaam: "Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Jezus Christus
gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?" (Rom. 6:3)
Er moet altijd onderscheid gemaakt worden
tussen de verschillende werking van de personen in de Goddelijke eenheid: "En er is
verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt."
(I Kor 12:6)
In Joh. 15:26,27 lezen wij, hoe Christus de
Heilige Geest zou zenden en in Hand. 2:4 kunnen we lezen hoe deze belofte werd vervuld.
In I Kor. 12:13 lezen we over een andere
werking van de Heilige Geest: de Heilige Geest doopt. Deze werking is anders dan wanneer
Christus de Doper is.
2) Nergens in het verslag over het
Pinksterfeest (Hand. 2) kunnen wij lezen over het begin van een nieuw lichaam van
gelovigen, of dat er geen verschil is tussen Joden en heidenen (Gal: 3:28). Er waren nl.
alleen Joden en Jodengenoten op die dag aanwezig, en alleen degenen die zich bekeerden en
lieten dopen (Hand. 2:37,38) werden met de Heilige Geest gedoopt. In Handelingen hoofdstuk
2 wordt helemaal niet over heidenen gesproken, die waren op dat moment nog
"...vervreemd van het burgerschap Israëls..." (Ef. 2:12). De belofte van
Handelingen 2:39 is nl. in eerste instantie voor het gehele huis van Judea en Israël
bestemd (Hand 3:25,26).
Het is voor het eerst in de brieven van de
apostel Paulus, dat wij veranderingen gaan zien. De apostel maakt o.a. bekend, dat er een
tijdelijke verharding over Israël gekomen is: "Want ik wil niet, broeders, dat u
deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding
voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan
zijn." (Rom. 11:25) Het is pas nadat Israël, als volk, de aanbieding
van het Koninkrijk verworpen heeft dat God
een nieuwe apostel geroepen heeft om een nieuwe bedeling te verkondigen, (Gal. 1:11-23, I
Tim. 1:11-17 etc.)
De apostel Paulus heeft gedurende deze
bedeling van genade niet het Koninkrijk-evangelie verkondigd maar Gods genade-evangelie
(Hand. 20:24). De hoop van de leden van het lichaam van Christus is in de hemelen en niet
op aarde:
"Maar onze wandel is in
de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus
Christus;" (Fil. 3:20; Ef. 2:6)
Tijdens deze bedeling van genade, is Israël
niet het zegenkanaal. De tussenmuur is weggebroken, zodat nu iedereen door het bloed van
de Here Jezus, door genade uit geloof vrij tot God kan komen, (Ef. 2:12-18). Zo blijft
echter dat door de geestelijk doop van I Kor. 12:13 de gelovige lid is geworden van de
Gemeente "Die Zijn lichaam is".
3) Als de doop MET de Heilige Geest, op het
Pinksterfeest hetzelfde zou zijn als de doop DOOR de Heilige Geest van I Kor 12:13, dan is
de verklaring van de apostel Paulus dat de bedeling van genade toen een geheim bij God
was, niet waar. De onduidelijkheid is niet te wijten aan de Bijbel, maar aan het feit dat
men het Woord der waarheid niet recht snijdt, (Kol. 1:24-28; Rom. 16:25,26; Gal. 1:11).
De conclusie is dat de doop MET de Heilige
Geest die de profeet Joël al eerder had geprofeteerd anders is dan de doop DOOR de
Heilige Geest, die de apostel Paulus onder de bedeling van genade heeft gepredikt en
waarvan geen enkele profeet tevoren geweten heeft.
4) Er bestaat nog één duidelijk verschil
tussen deze twee werkingen van De Heilige Geest. De doop MET de Heilige Geest op de
Pinksterdag was een vervulling van belofte: "En ziet, Ik zend de
belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem,
totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte." "Maar gij zult
ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen
zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der
aarde." (Luk. 24:49, Hand. 1:8)
De doop MET de Heilige Geest tijdens
Pinksteren was zeer zeker een krachtige doop: "En zij werden allen vervuld met de
Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te
spreken." (Hand. 2:2-6) Veel mensen spreken alleen over de doop MET de Heilige Geest
die tijdens Pinksteren plaatsvond. Onze vraag is: "is deze Goddelijke werking van
toen krachtiger dan wat God in deze bedeling van genade doet? Of is het de onwetendheid
van de mensen die hen tot deze onjuiste conclusies leidt?"
De doop DOOR de Heilige Geest die als eerste
door de apostel Paulus gepredikt werd, wordt niet gevolgd met kracht om in andere talen te
spreken of mensen te genezen. Laten we niet vergeten dat de opdracht en de belofte van
Markus 16:16-18 niet gelden voor deze bedeling van genade. De opdracht daar is om het
evangelie van Gods Koninkrijk te gaan verkondigen en niet de boodschap van verzoening
hetwelk onze boodschap is, (II Kor. 5:17-21).
Is dan de doop DOOR de Heilige Geest
krachteloos? Volstrekt niet. De eerste vrucht is dat wij leden van het lichaam van
Christus worden, (I Kor. 12:13) daardoor kunnen wij God "Abba Vader" noemen, (I
Kor. 12:3, Rom. 8:15) en in het geestelijke leven wandelen, (Gal. 5:22,23). Merk op dat de
ervaring van een bepaald gevoel tijdens de doop DOOR de Heilige Geest niet noodzakelijk
is. Sommige Baptisten veronderstellen, dat er in deze tijd geen sprake is van een
geestelijke doop omdat "zij geen tekenen kunnen zien wanneer iemand Christus als zijn
persoonlijke Verlosser vertrouwd heeft." In dit geval gaan zij ervan uit dat de
"één doop" van Ef. 4:5 waterdoop is.
Dit is echter een onjuiste veronderstelling.
Wij weten dat er verschil is tussen de doop DOOR de Heilige Geest en de doop MET de
Heilige Geest, en dat de éne doop van Ef. 4:5 de doop DOOR de Heilige Geest is, (I Kor.
12:13).
5) In Handelingen 11 lezen wij hoe Cornelius
en zijn huisgenoten met de Heilige Geest zijn gedoopt. Hun doop was dezelfde doop die op
de Pinksterdag werd uitgevoerd. Onthoud dat er geen sprake is van de doop DOOR de Heilige
Geest in het Lichaam van Christus voordat wij bij de apostel Paulus en de bedeling van
genade komen.
6) Er zijn verschillende Bijbelleraars die
het verschil zien tussen de doop MET de Heilige Geest en DOOR de Heilige Geest. Zij leren
o.a. dat de beide werkingen gescheiden gehouden moeten worden. "Eerst wordt men door
de Heilige Geest in het lichaam van Christus gedoopt, en daarna mag hij uiteraard
verlangen om met de Geest gedoopt te worden, maar hij moet zich wel met water laten
dopen" is hun redenatie. In het geval van deze uitleg is er sprake van 3 dopen en 2
werkingen van de Heilige Geest. Tijdens deze bedeling van genade spreken wij over één
doop en één Geest en men ontvangt de Geest NADAT men gelovige is geworden.
"In Wie ook gij zijt, nadat gij het
woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Wie gij ook,
nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; Die het
onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner
heerlijkheid." (Ef. 1:13:14).
|