De Bijbel 

 is Gods Woord

Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Psalmen 119:105

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;  1 Korinthiërs 15
Wie zijn wij?  Wij geloven

Links

15-01-2012

                    

EEN STUDIE OVER DE ECHTE DOOP

VOOR ONS VANDAAG

"Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen" MATTHEUS 3:11

Gods Woord leert ons om het Woord der Waarheid "recht te snijden" (II Tim. 2:15). Dit betekent dat we altijd in gedachten moeten houden dat God Zijn Woord aan drie verschillende groepen mensen geschreven heeft: "Weest zonder aanstoot te geven, en voor de Joden, en voor de Grieken, en voor de gemeente Gods." (I Kor. 10:32) De term "Joden" zoals deze hier gebruikt wordt, verwijst naar het volk Israel. Het niet "rechtsnijden" van Gods Woord is de oorzaak van veel dwaling en verwarring onder Christenen. Er is waarschijnlijk geen onderwerp waarover zoveel onenigheid en verwarring bestaat, als de doop. Laten wij met open en bereidwillige geest de Bijbel doorzoeken en ons bij iedere passage afvragen:"Is dit voor Israel of is dit voor de Gemeente?"

DE DOOP MET WATER

In Mattheus 3:1-12 maken we kennis met Johannes de Doper in de woestijn. Johannes verklaart zijn opdracht als volgt: "Ik doop u met water, tot BEKERING: (Waarom? Omdat hij de weg bereidde voor de verschijning van Christus aan Israel)....Maar Hij die na mij komt... Hij zal u dopen met de HEILIGE GEEST en met VUUR." De sleutel om deze tekst te begrijpen, is te vinden in Johannes 1:19-34. Johannes vermeldt vier maal het feit, dat hij gezonden was om met water te dopen.

De Farizeeen vroegen hem: Waarom doopt gij?" en Johannes antwoordde hen: "Maar opdat Hij aan Israel zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met water." Merk de woorden op: "AAN ISRAEL." Zolang als God bezig is met Israel is waterdoop aan de orde, maar wanneer het niet meer is "aan Israel", dan is waterdoop niet aan de orde. Zeker, Petrus, Jacobus en Johannes konden niet zeggen: "Ik ben niet gezonden om te dopen met water, zoals Paulus zei in zijn brief aan de gemeente te Korinthe:

"Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt" 1 Kor. 1:17

In het tweede hoofdstuk van Handelingen spreekt Petrus tot het volk Israel, welke de Messias openlijk verworpen had. Twee voorwaarden werden genoemd door Petrus: berouw betekent in het geval van Israel: de eigen schuld erkennen, doordat ze hun eigen koning bestreden en verworpen hebben. Doop in Zijn Naam was de uiting van dit berouw. Dit was alleen gericht tot de Joden. Toen Petrus tot de heidenen sprak, in hoofdstuk tien, vermeldde hij noch berouw noch doop in zijn prediking (Hand. 10:43).

Maar u zult zich misschien afvragen, hoe zit dat precies met Cornelius, omdat hij geen Israeliet was? Merk op, dat Cornelius de Heilige Geest kreeg en zich daarna liet dopen. terwijl wij in Handelingen 2:32 leren dat de gelovigen zich eerst lieten dopen en daarna de Heilige Geest ontvingen. En vanaf hoofdstuk 10 zien wij veranderingen in Gods programma omdat de bekering van de apostel Paulus plaatsvond in Handelingen 9. De Here had Petrus nooit verteld om naar de heidenen te gaan, maar na de bekering van de apostel Paulus, en door middel van een visioen ging Petrus wel naar een heiden, naar Cornelius. Maar hij was de eerste en de laatste.

Nu zegt u: doopte Paulus ook niet enkele mensen? Zeker! Hij besneed ook sommigen. Maar Paulus zou Timotheus niet besneden hebben na Handelingen 28:28. Voor die tijd zou hij zonder twijfel Timotheus een gordeldoek gestuurd hebben, in plaats van wijn voor te schrijven. (Vergelijk Handelingen 19:11-12 met I Tim.5:23)

"Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden" 1 Tim. 5:23 "En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus; Alzo dat ook van zijn lichaam op de kranken gedragen werden de zweetdoeken of gordeldoeken, en dat de ziekten van hen weken, en de boze geesten van hen uitvoeren". Hand. 19:11-12

De opdracht in Markus 16:15-20 was gegeven aan de apostelen van de benijdenis. (Paulus was niet aanwezig).

"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods. En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere werkte mee, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden" Marcus 16:15-20

Deze opdracht met al z'n tekenen en wonderen werd uitgevoerd in de overgangsperiode. Alles wat er toe behoorde (tekenen, wonderen en waterdoop) verminderde en verdween na Handelingen 28:28.

DE DOOP DOOR DE GEEST

Als we naar de brieven van Paulus gaan, zien we dat de tegenwoordige tijd "de bedeling van Gods genade"genoemd wordt. (Efeze 3:2). In vers vijf van dit hoofdstuk wordt ook over andere tijden gesproken. In de verzen negen en tien lezen we dat de waarheid voor deze tegenwoordige tijd, toen net aan Paulus bekend was gemaakt en door hem aan de Gemeente. We weten dat deze waarheid niet bekend was in het verleden, maar verborgen was in God. Dit kan maar een ding betekenen: dat God nu een geheel nieuw plan begint, waarin Paulus als de "kundige bouwmeester" (I Kor. 3:10) het fundament legt.

Welke waarheid over de doop maakt Paulus voor onze tijd bekend? In I Kor. 1:14 dankt hij God, dat hij niemand hunner gedoopt heeeft, behalve Crispus en Gajus. "Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld wordt." 1 Kor. 1:17 Merk op dat dit in scherp contrast staat met Johannes verklaring: "Hij heeft me gezonden om te dopen." De verandering van bedieningen is voltooid. Een nieuw plan is begonnen.

Welke doop hebben we in onze tijd? We hoeven niet in twijfel te verkeren. in Efeze 4:5 deelt Paulus mede dat er nu maar één doop is. Deze ene doop wordt gevonden in de lijst van zeven eenheden van de Geest voor de gemeente, welke is Zijn lichaam n.l. de doop door de Heilige Geest.

"Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt" 1 Kor. 12:12,13

Een vers, wat vaak gebruikt wordt voor waterdoop is Rom 6:3 " Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Jezus Christus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Dit verwijst naar onze positie of onze behoudenis. De zinsnede "in Jezus Christus" kan alleen volbracht zijn door Zijn werk aan het kruis. Het bovenstaande vers leert ons dat gelovigen dood zijn voor de zonde. We kunnen maar op een manier "dood voor de zonde" worden, door wedergeboren te worden, door het geloof in Jezus Christus, niet door doop of ander menselijk ritueel. Als men gelooft dat met Rom. 6:3 waterdoop bedoeld wordt, dan is men gedwongen te geloven dat een Christen, die nog niet met water gedoopt is, nog niet "dood is voor de zonde" en dat hij nog niet in Christus is. Als dat zo is, dan hebben de mensen, die leren dat waterdoop noodzakelijk is voor onze redding, toch gelijk.

Wat is de betekenis van de uitdrukking: "dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn"? Dit gaat terug naar de verklaring van onze Here in Lucas 12:50 "Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe word Ik geperst, totdat het volbracht is! Dit was Zijn gruwelijke doop in de dood, aan het kruis. God ziet de gelovige als iemand die ook aan het kruis gestorven is, in de Persoon van Christus als Plaatsvervanger. Van nu af aan wordt de gelovige ook gezien als zijnde begraven met Christus en ook verrezen met Christus, en hij wordt vermaand om in dit nieuwe leven te wandelen. Maar hoe wordt deze doop in de letterlijke dood van onze Heer, tot een realiteit gemaakt in het leven van de gelovige? Weer is het door de doop door de Heilige Geest, dat wij een nieuwe schepping zijn in Christus. "Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan". Galaten 3;27.

Maar iemand zou kunnen vragen: Is dat in overeenstemming met Christus' leer? We gaan naar Hand 1:5 "Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen".

Over dezelfde beloften lezen wel al in Matt. 3:11. En dit is de belofte van de Here Jezus aan Zijn discipelen, dat zij met de Heilige Geest gedoopt zullen worden. De vervulling van die belofte nam plaats in Hand. 2:4, toen werden zij allemaal vervuld met de Heilige Geest. En hier moeten we goed opletten: wie is de doper? De Here Jezus, die de Joden doopte met de Heilige Geest. En het resultaat was, dat de mensen tekenen, zoals tongenspreken, genezingen etc. kregen, zie ook Marcus 16:16-18. En daarom heet dat ook de doop met de Heilige Geest. Wanneer wij het Woord recht snijden, zien we dat Paulus spreekt over de doop door de Heilige Geest. De apostel Paulus leerde " Er is maar één Doop". Het is de doop welke plaatsvindt, als een zondaar tot geloof gekomen is. Vanaf dat moment is hij verzegeld en gedoopt door de Geest in het Lichaam van Christus. In een van zijn brieven zegt Paulus:

"Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus. Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt" 1 Kor. 12:12,13 "In Wie ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Wie gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs van Zijn heerlijkheid". Efe. 1:13,14

DE DOOP MET VUUR

De doop met vuur zal plaatsvinden in de grote verdrukking. "Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heerscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal". Mal.4;1. Dit komt overeen met Johannes' verklaring in Matth. 3:11 "Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen".

Maar in Hand. 1;5, laat Christus het woord "vuur" weg. Dit is in overeenstemming met zijn prediking elders. In Lucas 4:16-19 citeert de Here Jesaja 61:1-2 en laat de volgende zin weg "een dag der wrake van onze God"

Johannes de Doper wist niet wat direkt in het vooruitzicht was, maar de Zoon van God, wetende alle dingen, wist dat het vuur en de wraak voor eeuwen opzij gezet zou worden. De tijd van de doop met de Heilige Geest was toen gekomen, maar de tijd van de doop met vuur was zover nog niet.

Het vuur is niet voor het kind van God, want wij zijn verlost van de komende toorn. (I Thess. 1:10). Maar tijdens de dagen van de grote verdrukking zal de toorn van het Lam geopenbaard worden, en Maleachi zegt: "Ziet, Ik zend Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en haastig zal tot Zijn tempel komen die Heere, Die gij zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Wie gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heerscharen. Maar wie zal de dag van Zijn toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep van de voller. En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij de HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. Dan zal het spijsoffer van Juda en Jeruzalem de HEERE zoet wezen, als in de oude dagen, en als in de vorige jaren. En Ik zal tot u ten oordeel naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen hen, die vals zweren, en tegen hen, die het loon van de dagloner met geweld inhouden, die de weduwe, en de wees, en de vreemdeling het recht verdraaien, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heerscharen". Mal. 3:1-5

CONCLUSIE

Wie hebben gedoopt met water? Johannes en de apostelen, zolang Israel een belangrijke rol speelde, tot en met Hand. 28:28. Wie doopt er nu? De Heilige Geest doopt elk persoon, die Christus als zijn Verlosser aanneemt, in het Lichaam van Christus (I Kor. 12;13)

Wie zal dopen met vuur? Gods Zoon zal dit boze geslacht oordelen tijdens de grote verdrukking. Bij Zijn verschijning aan het eind van de grote verdrukking zal Hij hen met vuur van de hemel dopen. Dit geldt voor Joden en Heidenen, die Christus verwerpen. "Want Hij zegt: In de aangename tijd heb Ik u verhoord, en in de dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid" 2 Kor. 6

 

Genade bijbel stichting - nieuwegein 2011