|
ONDER DE VELEN, WELKE KERK
IS DE WARE KERK?
Dit was eens mijn meest
verwarrende vraag. Opgegroeid in een christelijke familie, had ik geleerd om in
God te geloven, en in het sterven van Jezus Christus aan het kruis. Maar dit had
voor mij geen werkelijke betekenis. Mijn moeder leek een groot geloof te hebben,
niet geëvenaard in de gemeente. Ik wist dat haar liefste wens was dat al haar
kinderen ook christenen zouden worden.
Van mijn kinderjaren af heb
ik gedacht dat een christen iemand als mijn moeder was, iemand die zichzelf
opofferde voor anderen, en wiens woorden en daden goed waren. We leerden dat
liegen, stelen en wereldse pleziertjes zonde was, evenals werken of spelen op
Sabbath (De Sabbath, zo werd ons geleerd, was Zondag, de dag des Heren). Ik
vroeg me af hòe men wist wat goed en slecht was. Wat waren de normen van het
Christendom? (Uit de Schrift weet ik nu dat de Zondag alleen maar de eerste dag
van de week is. Het is noch de Sabbath, noch de dag des Heren. De Zaterdag was
de Joodse Sabbath en behoort tot de tijdsperiode van de WET, niet tot deze tijd
van GENADE).
Later, toen ik naar school
ging ver van thuis, woonde ik bij een gezin waar de moeder me vroeg haar
kinderen te helpen bij de catechisatie. Dit was de eerste keer dat ik zo'n boek
zag, en omdat ik op zoek was naar de waarheid, vroeg ik me af of dit me
misschien enige verheldering zou kunnen geven. Ook begeleidde ik enkele keren de
oudste dochter naar de mis. Ik begreep echter niets. En toch als ik elke keer al
die religieuze mensen zag die zoveel geld gaven, hoe kon het dan slecht zijn? Ik
realizeerde me dat het niet overeen kwam met het onderwijs van mijn moeder, en
het leek me een religie van angst en rituelen.
De tijd ging verder en nieuwe
vrienden die tot een bepaalde
kerklijke stroming behoorden,
nodigden me uit voor hun diensten. Nog steeds verlangend zoekend naar iets dat
me vrede in mijn geest en hart zou geven, bezocht ik al hun bijeenkomsten en
sociale gebeurtenissen, zonder resultaat. Andere vrienden vroegen me met hen mee
te gaan naar hen "kerkgebouw", denkende, dat ik de juiste kerk nog
niet gevonden had, ging ik mee. Maar ook hier hoorde ik niets wat mij vrede gaf.
Thuis lazen we altijd de
Bijbel. Op een gegeven moment kwam de gedachte in mij op, dat misschien een
eenvoudige Bijbelvertaling me zou kunnen helpen de ware weg van rust en vrede te
vinden. Nadat ik er een gekocht had, begon ik ongeduldig te lezen.
Het Nieuwe Testament leek
me het meest logische om mee te beginnen, niet wetende dat het Evangelie volgens
Mattheus als onderwerp het Koninkrijk der Hemelen heeft, en wat de betekenis
hiervan was. Na Mattheus 5:20 gelezen te hebben: "Want Ik zeg u dat als uw
gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en
Farizeën, u het Koninkrijk der Hemelen geenszins zult binnengaan" en
denkende dat met het Koninkrijk der Hemelen, de Hemel bedoeld werd, verloor ik
de hoop om ooit dit doel te bereiken. Immers, hoe zou mijn gerechtigheid ooit
overvloediger kunnen zijn, dan de gerechtigheid van de Schriftgeleerden en
Farizeën, die (volgens mijn vroegere Zondagschoollessen) al zo religieus waren?
Daarom stopte ik met bijbellezen, tot later de waarheid van het evangelie aan
mij geopenbaard werd.
Ik probeerde nu zelf
rechtvaardig te leven. Omdat mijn moeder ons geleerd had alles van "de
wereld" te vermijden, probeerde ik dat te doen. Dit tot ergernis van
vrienden die niet zo opgevoed waren. Ik realiseerde me dat ik net zo min op de
goede weg was als zij, en daarom besloot ik toch maar mijn vrienden een plezier
te doen, meer dan mijn moeder, want ik was nu eenmaal in hun gezelschap.
Later, toen ik op een
kantoor werkte en met één van deze vriendinnen samenwoonde, kwam er een
beroemd evangelist naar onze stad. Mijn baas en zijn klanten beschuldigden hem
spottend van winstbejag. Dit nam ik hem kwalijk, omdat ik nog steeds dacht, dat
mensen die predikten of iets met godsdienst te maken hadden, even eerlijk waren
als mijn moeder, zelfs al begreep ik het niet. Die avond bezochten mijn vriendin
en ik één van de bijeenkomsten. Toen we in de grote tent kwamen, werd ons
gevraagd of we in hun koor wilden zingen. We werden niet gevraagd of we konden
zingen, en of we wel geloofden, ons werd alleen gezegd dat ze "jonge
mensen" wilden hebben. Aan het eind van de bijeenkomst werd een uitnodiging
gegeven om naar voren te komen. Toen mijn vriendin vroeg of ik meeging, deed ik
dat. Samen met anderen stonden we voor de tafels waarop officiele
aanmeldingsformulieren lagen voor de verschillende "kerken" van de
stad. "Welke wil jij graag ondertekenen?" vroeg de bediende, en gaf
elk van ons een pen. We keken elkaar met verbazing aan en vroegen onszelf af
welke we zouden ondertekenen.
Ik herinnerde me dat mijn
ouders altijd naar een bepaalde kerklijke stroming gingen. Hier waren mijn
oudere broer en ik ook op zondagschool geweest. Daarom ondertekende ik een
formulier met bovenaan de naam van mijn ouders kerk. Mijn vriendin nam een
formulier van een andere kerk organisatie (naar mijn weten heeft ze deze echter
nooit bezocht).
De bediende gaf me het
adres van de dichtsbijzijnde kerkgebouw, en vertelde dat ik de komende
zaterdagavond naar de bijeenkomst kon gaan. Dit deed ik. Nadat ik gedoopt was,
vroeg men mij de volgende bijeenkomst op zondagmorgen bij te wonen. Hier keek ik
naar uit, verwachtende dat nu al mijn verwarring ten einde zou komen. Maar ook
door deze bijeenkomst werd ik teleurgesteld, en moe en leeg verliet ik het
gebouw. Teruglopende, en overdenkende alles wat er gebeurd was, hoopte ik dat
eens mijn probleem opgelost zou worden, door alles wat mijn moeder me geleerd
had, naar beste kunnen op te volgen. Mijn vriendin ging ermee akkoord, en samen
maakten we een start.
Dit duurde echter totdat
onze vrienden het wisten. We waren snel terug in "de wereld", en al
mijn pogingen schenen tevergeefs. Later, toen ik weer in de stad van mijn ouders
woonde, werd me een lidmaatschaps-bevestiging toegestuurd van de kerk waar ik
automatisch lid van geworden was. Dit veroorzaakte grote opschudding thuis:
"had ik hen maar om geestelijke hulp gevraagd". Mijn moeder beschouwde
me niet als een christen. Ik werd ontmoedigd en gaf de strijd op, denkende dat
ik nooit de normen van het Christendom zou leren kennen.
Ondanks mijn vergeefse
pogingen om de ware kerk te vinden, of om te weten wat het betekent christen te
zijn, bleef ik overtuigd dat er meer in deze wereld is dan het leven van
alledag. Er is meer in het leven, maar de grote vraag was wáár het antwoord te
vinden. In de mensen met wie ik in kontakt kwam, zocht ik altijd tevergeefs naar
de eigenschappen van mijn moeder. Twee en twee is altijd vier, en mijn kasboeken
bleven altijd in balans wat debiteuren en crediteuren betreft, maar in het
Christendom kon ik geen norm terug vinden.
Op een zondagavond, kort
nadat mijn moeder overleden was, werd één van mijn zusters en mij gevraagd om
een evangelisatie-bijeenkomst bij te wonen. Ik vond het zinloos, omdat deze
bijeenkomsten in het verleden alleen mijn verwarring vergroot hadden. Maar om
een avond alleen thuis te voorkomen, besloot ik toch maar mee te gaan. Aan het
eind van deze bijeenkomst had ik een gesprek met de evangelist en vertelde hem
al mijn ervaringen en vergeefse pogingen om de ware kerk te vinden.
Hij vroeg me te gaan
zitten, en begon te praten over de Schrift. Ook de zangleider kwam erbij zitten.
De tijd vloog om, en ik ging naar huis zonder dat ik werkelijk begreep wat hij
me zo oprecht probeerde te vertellen. De zangleider gaf me een boek mee dat ik
beloofde te zullen lezen. Hoewel ik pas laat thuis kwam, opende ik toch het boek
en begon erin te lezen. En hierin vond ik het antwoord op mijn lange zoektocht.
Het was zo simpel! Alsof het boek wist wat er in me omging zei het: "wil je
graag weten of je een kind van God bent?" In eerste instantie kwam mijn
eigendunk in opstand tegen zulke woorden....natuurlijk beschouwde ik mezelf als
een christen. Ben ik niet opgegroeid in een christelijke familie, naar
zondagschool geweest, gedoopt en lid geweest van een kerk? Maar diep in mijn
binnenste wilde ik het zeker weten - ik was tenminste bereid mijn onzekerheid
toe te geven.
Het boek vertelde verder
dat als ik geloofde dat ik een zondaar was, omdat ALLE MENSEN zondaars zijn, en
geloofde dat Christus voor mijn zonden gestorven is (al mijn zonden weggenomen
heeft, en ervoor betaald heeft met Zijn bloed, en daarna Zijn RECHTVAARDIGHEID
aan mij gaf voor NIETS), DAN zou ik een christen zijn. Ik wist dat ik aan het
eind van mijn kracht was, en gaf me over aan Zijn hulp. Ik stond tegenover de
"Zondedrager" als een christen op een Pelgrim's reis, met een grote
zware last van zonde op mijn rug, die ik niet kon dragen. Maar toen ik in geloof
naar Christus keek omdat al mijn kracht om mezelf te helpen op was, werd ik
licht, vredig en blij. Toen wist ik dat er een verandering plaats vond die ik
nooit eerder ervaren had. De Heilige Geest had Zijn intrede gedaan, en nu was ik
een NIEUWE SCHEPPING in Christus. Nu realiseerde ik me door mijn ervaringen in
de Schrift dat de wereld geen plaats heeft in het leven van een gelovige. De
Heilige Geest die in me woont maakt Gods woorden in de Bijbel duidelijk.
In de Bijbel vond ik Zijn
wil voor mijn leven. Mijn zoeken was geëindigd. Ik realiseerde me dat Christus
mijn VREDE was, en dat Zijn RECHTVAARDIGHEID nu ook de mijne was als een gave
voor niets. Dit was de norm waar ik naar gezocht had.
De volgende dag wilde ik
mijn vreugde en vrede delen met een collega van de bank waar ik werkte, maar hij
beschouwde het als dwaasheid. Ik was niet in staat om hem ook maar iets te
bewijzen, omdat ik niets wist van de Schrift. Toen ik thuis kwam pakte ik de
Bijbel die ik niet meer gelezen had sinds Mattheus 5:20. Niet wetende waar ik
moest beginnen opende ik zomaar de Bijbel en las waar deze open lag: 1Kor.1:8
"Want het woord des kruises is wel voor hen die verloren gaan dwaasheid,
maar voor hen die behouden worden is het een kracht Gods".
Hier was mijn antwoord. Na
het lezen van dit hoofdstuk waren al mijn vragen beantwoord. Het was niet de
rechtvaardigheid van de Schriftgeleerden en Farizeeën die ik nodig had, en ook
was ik niet bestemd voor het Koninkrijk der Hemelen. Het was God's
rechtvaardigheid die ik nu had door het geloof, gekregen als een gave, voor
niets. En ik was een lid van het Lichaam van Christus, niet van een of andere
organisatie. Volgens 1Kor.12:13 was ik nu toegevoegd aan dit Lichaam welke de
ware kerk is. Door de Heilige Geest, en niet door werken mijnerzijds of bepaalde
rituelen. Geen wonder dat al mijn pogingen tevergeefs waren! Niets of niemand
behalve de Heilige Geest heeft mij, een baby in Christus, het verschil tussen
Mattheus 5:10 en 1Korinthiers 1 duidelijk gemaakt.
Meer vreugde en vrede
vervulde mij toen ik realiseerde door het Woord van God, dat ik nu een
DEELGENOOT ben met Christus in ALLES wat Hij is. Ik ben compleet IN HEM,
VERREZEN MET HEM. 1Kor.1:30-31 werd het levende Woord voor mij: "Maar uit
Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en
rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing; opdat het zij, gelijk geschreven
is: Die roemt, roeme in de Here".
Tijdens de 2e wereldoorlog
was het een voorrecht voor mijn echtgenoot en mij om de leiding te hebben over
een dienstencentrum. Hier zagen we de noodzaak om de waarheid over de behoudenis
te vertellen, en wat de ware kerk is. In gesprekken met veel jonge mensen bleek
dat zij zich aangesloten hadden bij een organisatie of kerk zonder enige
fundamentele kennis van de waarheid. Het zich hierbij aansluiten staat ver af
van wat de Bijbel leert. Vaak geeft het VALSE ZEKERHEID aan hen die zich
aangesloten hebben bij een organisatie of kerk, zonder zich eerst bij het
Lichaam van Christus aangesloten te hebben. Een jongeman kwam eens in ons
centrum en zei: "Ik ben een Lutheraan, wat is dat eigenlijk?". Een
ander vroeg ons wat hij nog meer nodig had behalve het lidmaatschap van "De
kerk van Christus". Nu hij behouden is, en lid van het Lichaam van
Christus, weet hij het verschil. En zo zijn er talloze andere voorbeelden. Eerst
dacht ook ik dat EEN van de vele kerken de juiste was, maar de vraag was hoe die
te vinden. Nu weet ik dat geen van deze kerken de ware kerk is. De enige ware
Bijbelse kerk is het Lichaam van Christus, van welke elke gelovige volgens Efeze
1:22,23 een lid is. Er zijn gelovigen in de vele religieuze oprganisaties
vandaag. Deze ware gelovigen zijn leden van het Lichaam van Christus.
Maar het droevige en
verwarrende hierin is, dat ook ongelovigen deel hiervan uitmaken. Omdat
ongelovigen geestelijke dingen niet kunnen begrijpen, zijn zij genoodzaakt om
hen bezig te houden met een willekeurige vorm van werelds amusement. Voor
degenen die buiten de organisatie staan, komt dit alles erg hypocriet en
onstandvastig over. Door de compromissen die daar gesloten worden, wordt de
bediening, welke bedoeld is om het Lichaam van Christus op te bouwen, verzwakt
en worden de gelovigen niet opgebouwd. We zien dat deze toestand nog steeds
bestaat in dezelfde organisaties waar ik lang geleden zocht naar de waarheid.
Werkelijk, het Lichaam van Jezus Christus, Die verborgen was in God, Rom.16:25.
Tot slot: hierna volgen
enige verzen die duidelijk spreken over de behoudenis voor hen die deze
getuigenis gelezen hebben, en graag zekerheid in hun behouden zijn willen
hebben!
Romeinen 5:12 vertelt ons
dat ALLE mensen van nature zondaren zijn: "Daarom zoals door één mens de
zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood tot ALLE
mensen is doorgegaan doordat ALLEN gezondigd hebben."
Romeinen 1:16 vertelt ons
dat het EVANGELIE een kracht van God is tot behoudenis voor EEN IEDER DIE
GELOOFT. Dit evangelie is uitgelegd in 1 Kor. 15:1-4.
Het evangelie, of
"goed nieuws" is, dat ALLES volbracht is voor ons als we maar erin
GELOVEN en RUSTEN. 2Kor.5:19 "Want God was in Christus de wereld met
Zichzelven VERZOENENDE, hun zonden hun NIET TOEREKENENDE..."
Vers 21 "Want Dien,
Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ONS gemaakt, OPDAT WIJ ZOUDEN
WORDEN RECHTVAARDIGHEID GODS IN HEM".
Een mens is
GERECHTVAARDIGD door geloof, niet door werken. Rom.5:1 "Wij dan
GERECHTVAARDIGD uit het GELOOF, hebben vrede met God door onze Here Jezus
Christus".
Alles komt van God.
Eph.2:8,9 "Want uit GENADE bent u behouden, en DAT NIET UIT UZELF; HET IS
EEN GAVE VAN GOD, NIET OP GROND VAN WERKEN, opdat niemand roeme".
Door dit te geloven wordt
u VERZOEND met God, RECHTVAARDIG GEMAAKT door Christus, GERECHTVAARDIGD door
geloof, heeft u VREDE met God, bent u gered door GENADE en lid van de WARE
KERK,welke is het LICHAAM VAN CHRISTUS. (door R. Sandoz) |