|
HET ZALIGMAKENDE GENADE
Door: D. Avnon
DE VERSCHIJNING VAN GODS GENADE
Het volgende artikel geeft een aantal
belangrijke punten weer van een preek die door deze schrijver in "Genade Bijbel
Gemeente" te Nieuwegein werd gehouden. "Want de zaligmakende genade Gods
is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse
begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze
tegenwoordige wereld;" (Titus 2:11-12).
U kunt in een gemeente naar verschillende
preken luisteren. Er zijn gemeenten waar de nadruk op het Oude Testament wordt gelegd; bij
andere gemeenten spelen de gaven van de Geest een grote rol. De verschijning van Gods
genade is in feite een verplicht onderwerp, dat bij elke gemeente of kerk die zich
Bijbelgetrouw noemt, behandeld zou moeten worden.
Gods genade is zaligmakend; de persoon die
deze genade aanvaardt, mag zeker weten dat hij behouden is en eeuwig leven heeft. Hier in
Nederland horen wij vaak dat mensen heel blij zijn als zij eindelijk weten dat zij Gods
kinderen zijn. Deze ontdekking is op zich niet zo b_zonder. De prediking van het evangelie
van Gods genade, tijdens de bedeling van Gods genade, gaat er van uit dat op het moment
dat de persoon Christus aanneemt als persoonlijk Verlosser hij niet alleen een kind van
God wordt, maar tegelijkertijd behouden is, eeuwig leven heeft en in Christus geheiligd
is. (zie Rom. 8:15,16; Gal. 3:26; Ef. 1:5; I Kor. 15:1,2).
Het feit dat wij leren dat de zaligmakende
genade verschenen is aan alle mensen zegt nog niet dat alle mensen behouden zullen worden.
Het is duidelijk dat God dat wil (I Tim. 2:4), maar de verantwoordelijkheid van de mens om
te geloven is een vast gegeven: "Want de rechtvaardigheid Gods wordt erin
geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het
geloof leven" (Romeinen 1:17)
De waarheid dat de zaligmakende genade
verschenen is aan alle mensen is ook het antwoord voor de talrijke kerken waarin de leer
van de uitverkiezing nog steeds wordt verkondigd. Het is nu niet de bedoeling om dit
onderwerp verder te belichten, maar laten wij niet vergeten dat in Nederland steeds meer
mensen gaan zien dat zij zelf een keuze moeten maken en Christus aannemen als hun
persoonlijk Verlosser. Dat kunnen zij niet aan de leer of de dominee overlaten. "En
die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen
heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerecht-vaardigd heeft, dezen heeft
Hij ook verheerlijkt." (Romeinen 8:30)
Zou iemand op grond van bovenstaande tekst
kunnen beweren dat de Here hem niet geroepen heeft en dat hij daarom niet in staat is het
evangelie aan te nemen? Deze conclusie is volstrekt onjuist, omdat de Schrift het
tegendeel beweert. "Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit
de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots;"
(Romeinen 9:32). "Want de Schrift zegt: Een ieder, die in Hem gelooft, die
zal niet beschaamd worden. Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want
eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen." (Romeinen
10:11,12)
Een Hebreeër uit de Hebreeën bekeert zich "En
ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij
getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende; Die te voren een godslasteraar
was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, daar ik het
onwetend gedaan heb in mijn ongelovigheid. Doch de genade van onze Heere is zeer
overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus. Dit is een getrouw
woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de
zondaren zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben." (I Timotheüs 1:12-15)
Het getuigenis van de apostel Paulus laat
duidelijk zien dat zelfs een religieuze man, die dacht in geloof te zijn, Christus nodig
heeft. Vanaf het moment dat Paulus Christus kende, kon hij ook zeggen dat hij te voren
"... een godslasteraar was...". Paulus is ons voorbeeld geworden, o.a. door het
feit dat hij als religieuze man, nederigheid van God moest leren om in een positie te
komen waarin zijn traditie drek is geworden.
"Want wij zijn de besnijding,
wij, die God in de Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees
betrouwen. Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders
meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer; Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht
van Israël, van de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een
Farizeeër; Naar de ijver een vervolger der gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de
wet is, zijnde onberispelijk. Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil
schade geacht. Ja, gewis, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid van
de kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend
heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen." (Filippensen 3:3-8)
Spreekt deze tekst alleen over degenen die
uit de besnijdenis zijn? Nee! U kunt het ook anders invullen: "Want wij zij de
katholieken, de protestanten, de baptisten, de hervormden of de gereformeerden enz. Het
gaat er met name om of u God in de Geest dient of niet, en niet wat uw religieuze
achtergrond mag zijn. "Doch gij zijt niet in het vlees, maar in de Geest, indien
tenminste de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die
komt Hem niet toe." (Romeinen 8:9) "Ik bid u dan, broeders, door de
ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode
welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst." (Romeinen 12:1)
De verschijning van Gods genade heeft ook een
ander aspect nl. "CHRISTUS ONDER ONS". Veel mensen vinden het vanzelfsprekend
dat Christus verkondigd wordt en dat behoudenis aan een ieder aangeboden wordt op basis
van Zijn bloed. Dit komt omdat wij in een apart Bijbels tijdperk leven, nl. "DE
BEDELING VAN GODS GENADE"."Aan wie God heeft willen bekend maken, welke
de rijkdom der heerlijkheid van deze verborgenheid is onder de heidenen, welke is Christus
onder u, de Hoop der heerlijkheid." (Kolossensen 1:27)
De student van het Woord weet dat er in het
zogenaamde Oude Testament nooit sprake was van "GOD ONDER HEIDENEN", buiten
Israël, Gods volk, om. Maar nadat Israël, als natie, het Koninkrijk dat vele malen
aangeboden werd, verworpen had, begon na de steniging van Stefanus, hun val. Deze
omwenteling heeft er toe geleid dat God aan een nieuwe apostel een verborgen plan bekend
gemaakt heeft, dat nu door de VAL van Israël, Christus onder de heidenen is. Met andere
woorden een niet-Jood kan een relatie met God hebben buiten Israël om alleen op basis van
Gods genade, door te geloven dat Christus stierf voor onze zonden en is opgestaan voor
onze rechtvaardigheid.
Maar de waarheid dat "Christus is onder
u" betekent niet alleen het onderscheid maken tussen Gods plan met Israël en Zijn
plan met de Gemeente die Zijn lichaam is! Deze waarheid is de basis en sleutel voor het
ware geestelijke leven.
Er is nl. een groot verschil tussen de religieuze man en
degene die geheiligd is in Christus. De eerste gelooft dat het gebouw waar hij samen met
zijn geloofsgenoten bijeenkomt heilig is en hij zorgt dat het zo blijft. In de meeste
gevallen beschouwd hij ook een bepaalde dag als heilig. Degene waar Christus in woont, zou
moeten weten dat hij, nl. zijn lichaam, de tempel van God is, en hij moet zich eerst
afvragen wat hij in Christus heeft i.p.v. te roemen in zijn religieuze afkomst."Maar
uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en
rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die
roemt, roeme in de Heere" (I Korinthe 1:30,31).
HOOFDSTUK II
DE GENADE DIE ONS ONDERWIJST
Wat hebben de aanhangers van
godsdiensten zoals Jodendom, Christendom en de Islam gemeenschappelijk? Zij vallen
allemaal terug op een wet of stelsel van regels, als leidraad voor het onderwijzen van
Gods wegen.
In dit opzicht is de Bijbelgelovige anders.
Wij, van Genade Bijbel Stichting, zijn overtuigd, dat alleen de genade in staat is om een
zondig persoon te leren: "Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle
mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden
verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige
wereld;" (Titus 2:11,12).
In het algemeen geloven veel Bijbelgetrouwe
mensen, dat behoudenis uitsluitend door genade, uit het geloof, verkregen wordt. Men vindt
het echter wel moeilijk om te accepteren dat onder deze bedeling van genade, de GENADE ons
ONDERWIJST en niet de wet van werken. De apostel Paulus schreef aan de Romeinen over de
zwakheid van het vlees in relatie tot de geestelijkheid van de wet : "Want wij
weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde."
(Romeinen 7:14)
DE TIJD VAN GENADE
Als wij schrijven over de genade, die
onderwijst, bedoelen wij met name de bedeling van genade, of de brieven van de apostel
Paulus die gericht zijn aan het lichaam van Christus, nl. Romeinen tot en met Filémon.
De tijd van genade begon bijna 2000 jaar
geleden, maar is pas enige tijd later via de apostel Paulus aan de wereld bekendgemaakt.
De boodschap van genade houdt in dat Christus voor onze zonden gestorven is en dat Hij op
de derde dag voor onze rechtvaardigheid is opgestaan. Op basis van het kruis en de
verzoening, die ontstond, kunnen wij in deze tijd spreken over genade, die onderwijst,
omdat God het vraagstuk omtrent de vijandschap van de mens, in Christus heeft opgelost.
DE BASIS
"Wij zijn dan met Hem begraven, door de
doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des
Vaders, alzo ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem
één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in
de gelijkmaking van Zijn opstanding; Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd
is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde
dienen." "Wij zijn dan met Hem begraven, door de
doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des
Vaders, alzo ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem
één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in
de gelijkmaking van Zijn opstanding; Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd
is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde
dienen." (Romeinen 6:4-6)
De basis voor de genade die onderwijst, is
het kruis en het volbrachte werk van Christus daaraan. Zonder het kruis is dit onderwijs
nutteloos. Wij kunnen om ons heen zien, dat waar veel nadruk gelegd wordt op de wet en de
geboden, het kruis en de opstanding, als goed nieuws, niet aan de orde komt. In de
bovengenoemde Schriften leren wij ten eerste dat wij met Hem begraven zijn door de doop.
Op het moment dat Christus aan het kruis was, heeft Hij ook de oude mens, de natuur die
wij van Adam geërfd hebben, op zich genomen (Romeinen 5:12).
Op grond daarvan leren wij "dat het
lichaam der zonde is te niet gedaan", dat wij de zonde niet zouden dienen. Wat een
waarheid! Terwijl helaas de religieuze mens door werken probeert de heerschappij van de
zonde te overwinnen. De genade onderwijst ons dat de mens overwinnaar wordt over de zonde,
door de Here Jezus Christus, door het geloof, (Romeinen 6:8). "Maar Gode zij dank,
dat gij wel dienstknechten van de zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam
geworden zijt aan het voorbeeld der leer, waartoe gij overgegeven zijt;"
(Romeinen 6:17).
Wij kunnen alleen God danken, dat Hij onze
verstand heeft verlicht (Efeze 1:17) en dat wij bekend zijn geworden met de leer, die onze
vrijheid in Christus behandelt. Niet de vrijheid om te doen wat wij willen, maar een
vrijheid waarin wij de zonde niet hoeven te dienen. Aan de bovengenoemde Schrift kan de
lezer zien, hoe belangrijk het is om onder het gehoor van gezonde leer te komen. Een leer
die ons juist dichtbij het volbrachte werk brengt en niet andersom. De praktijk leert
helaas anders. Veel mensen zijn nog verblind en niet van harte gehoorzaam aan de leer,
zoals de apostel Paulus ons o.a.in Romeinen hoofdstuk 6 overgeleverd heeft.
DE VERKLARING
"Ik ben met Christus gekruisigd; en ik
leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef,
dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor
mij overgegeven heeft". "Ik ben met Christus gekruisigd; en ik
leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef,
dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor
mij overgegeven heeft". (Galaten 2:20)
In het eerste gedeelte hebben wij gezien, dat
het kruis en de opstanding de basis is van het evangelie van genade. Velen zien de
bovengenoemde Schrift als een dagelijkse, na te streven, realiteit. Of als een waarheid
die over het einde van het menselijke IK spreekt. De bovengenoemde Schrift is meer dan een
na te streven waarheid. Het is een bemoedigend woord, waaruit wij leren, dat Christus Zich
aan het kruis voor ons heeft overgegeven, en dat daardoor ons eigen ik niet meer leeft.
Laten wij niet de conclusie trekken dat met ons eigen ik, onze wil bedoeld wordt. Beslist
niet. Die hebben wij hard nodig. Nogmaals, het is de natuur, die wij van Adam hebben
geërfd die gekruisigd is.
Maar ik leef toch? Ja, maar anders, ik word
niet meer geleid en beheerst door een natuur die in vijandschap is met God, maar als nieuw
schepsel, uit het geloof van Christus, Die voor mijn zonden is gestorven.
"Maar het zij verre van mij, dat ik zou
roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Wie de wereld mij
gekruisigd is, en ik der wereld". "Maar het zij verre van mij, dat ik zou
roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus; door Wie de wereld mij
gekruisigd is, en ik der wereld". (Galaten 6:14)
Gelovigen spreken vaak over hun eigen ik. In
de meeste gevallen gaat men zelf strijd voeren, om dat ik te doden. Ook hier biedt het
onderwijs van Gods genade ons veel aan. In eerste instantie leert de apostel Paulus ons
wat met die IK bedoeld wordt. Velen denken dat je als gelovige geen mening meer mag hebben
of geen eigen plannen meer mag maken. Dit komt omdat men in het algemeen weinig inzicht
heeft in de VOLMAAKTE WIL VAN GOD.
Wij danken God, Die ons het kruis als de
ontmoetingsplaats heeft gegeven, waarin in eerste instantie de wereld (niet de aardbol,
Efeze 2:1,2, Kolossensen 1:13), met zijn machten en heerschappijen, Efeze 6:11,12, voor
mij tot een einde komt. Dit is de positie, die de gelovige in Christus heeft, maar is het
andersom ook zo? Aan het kruis is ook ons IK, de natuur die in vijandschap met God was,
gekruisigd. Ik weet dat Christus alles overwonnen heeft en daardoor ben ik ook in staat om
alles te overwinnen.
ONZE VERANTWOORDELIJKHEID
"En stelt uw leden niet der zonde tot
wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelf Gode, als uit de doden levend geworden
zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid." "En stelt uw leden niet der zonde tot
wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelf Gode, als uit de doden levend geworden
zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid." (Romeinen 6:13)
Sommigen zijn van mening dat degenen, die
geloven dat behoudenis uitsluitend uit genade door het geloof verkregen wordt, alles te
makkelijk nemen. Misschien lijkt het zo wanneer iemand alleen naar bijeenkomsten gaat en
verder niets doet. Hier ontstaat het duidelijke verschil tussen christelijkheid en
geestelijkheid.
Vanaf het moment dat wij Christus aanvaard
hebben als onze persoonlijke Verlosser en weten dat wij één met Hem geworden zijn in
Zijn dood en opstanding, begint het pas! Als geheiligde in Christus wordt de gelovige
gevraagd een KEUS te maken. Geen keus voor Christus omdat dit al is gebeurd. De gelovige
staat nu op een zgn. kruispunt met de vraag wat hij met zijn nieuwe leven gaat doen. Gaat
hij zijn lichaam in de dienst der zonden stellen, of gaat hij als een nieuw, levend mens
een leven leiden, dat God behaagt?
Het zal niet altijd meevallen en de strijd
die het vlees tegen de geest voert, is soms hevig. Soms vallen wij ook terug, maar wij
gaan, als het goed is, niet verder dan het punt waar wij onze keus hebben gemaakt, nl. om
niet de zonde te dienen, maar God, en dat helpt ons om de strijd te overwinnen. We
vergeten vaak dat wij ook gereedschap hebben gekregen om als overwinnaars uit de strijd te
komen. "En neemt de helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods
Woord". "Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, toen gij het Woord der
prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen
woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft"
"Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend
zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en
des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten." (Efeze
6:17, I Thessalonicensen 2:13; Hebreeën 4:12)
De Bijbel, Gods Woord, is ons belangrijkste
wapen. De meeste gelovigen geven tegenwoordig vaak de voorkeur aan zingen of luisteren
naar getuigenissen. Als iets te moeilijk is voor de gelovige, zegt hij vaak dat het toch
maar een LEER is, een DOGMA.
De gelovige kan bidden en weet ook tot Wie
hij moet bidden. Als het lezen van Gods Woord, luisteren is naar wat God te zeggen heeft,
dan is bidden ons praten met God. Het is van groot belang Gods wil en plan in deze
bedeling van genade goed te kennen, om een goede harmonie tussen het lezen in Gods Woord
en ons gebedsleven te verkrijgen.
DE VERNIEUWING VAN ONZE GEDACHTEN
"Daarom vertragen wij niet; maar hoewel
onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot
dag." "Daarom vertragen wij niet; maar hoewel
onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot
dag." (II Korinthe 4:16)
De Here heeft ons, in Zijn genade, ook
het gereedschap gegeven waarmee wij voor Zijn glorie kunnen gaan leven. We
kunnen aan de uitwendige mens, met de natuur die van Adam komt, op zich weinig
veranderen. U zou natuurlijk een religieus uniform kunnen gaan dragen en doen alsof. Maar
in werkelijkheid wordt de uitwendige mens daardoor niet veranderd. De mens bestaat uit
geest, ziel en lichaam. Als de geest de bron van ons verstand is en het vermogen om dingen
te overwegen, is de ziel de bron van ons gevoel en het lichaam is de dienaar van die
beiden. Als u alleen het gevoel in uw leven laat heersen, dan zal het lichaam daaraan
meewerken. Gaat u als mens dingen overwegen en daardoor uw gevoel beheersen, ook dan zal
uw lichaam gehoor geven.
De inwendige mens wil graag God dienen
(Romeinen 7:22). Zelfs de apostel Paulus, de grote religieuze man, kwam tot de ontdekking
dat twee wetten in zijn lichaam heersten (Romeinen 7:19-24). Hij heeft de verlossing
gevonden in de Here Jezus Christus (Romeinen 7:25,26). Vanaf het moment dat wij Christus
hebben aangenomen als onze persoonlijke Verlosser, getuigt Gods Geest met onze geest,
(Romeinen 8:16). De gelovige is dan pas in staat om vernieuwd te worden.
"En wordt deze wereld niet gelijkvormig;
maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven, welke
de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is". "En wordt deze wereld niet gelijkvormig;
maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven, welke
de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is". (Romeinen 12:2)"En
dat gij zoudt vernieuwd worden in de geest van uw gemoed," (Efeze 4:23).
Wat houdt vernieuwing precies in? Het
Bijbelse antwoord is: de invloed die Gods Woord heeft op uw geest, ziel en lichaam, "En
de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en
lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onze Heere Jezus Christus" (I
Thessalonicensen 5:23).
U kunt vaak op zo'n manier onderscheid maken
tussen een vernieuwde Bijbelgelovige en degene, waarbij na jaren nog niets is veranderd in
zijn leven. Een belangrijke voorwaarde voor vernieuwing is de rijkelijke inwoning van Gods
Woord in ons leven (Efeze 3:16,17) nl. het lezen en bestuderen van Gods Woord, de Bijbel.
Hoe vaak stort men zich niet in activiteiten, verheugd zich in bepaalde liederen, maar
weet men de fundamentele Bijbelse waarheden, aangaande deze bedeling van genade, nog niet.
DE STRIJD
"En ik zeg: Wandelt door de Geest en
volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet. Want het vlees begeert tegen de Geest, en
de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, wat gij
wildet. Maar indien gij door de Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet."
"En ik zeg: Wandelt door de Geest en
volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet. Want het vlees begeert tegen de Geest, en
de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, wat gij
wildet. Maar indien gij door de Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet."
(Gal. 5:16-18)
Als iemand Christus als zijn persoonlijke
Verlosser heeft aangenomen, komt er strijd. Aan de ene kant innerlijke strijd en aan de
andere kant de strijd buiten, wanneer wij het evangelie van Gods genade gaan uitdragen.
Laten wij niet vergeten dat het voor de VERNIEUWDE MENS OF DE VOLWASSENE IN CHRISTUS niet
alleen geloven, maar ook LIJDEN is, (Filippensen 1:29). Wij zijn al overwinnaar door de
positie die wij hebben in Christus. God heeft ons drie instrumenten gegeven om
overwinnaars te blijven n.l. DE BIJBEL, HET GEBED EN DE GEMEENSCHAP MET MEDE GELOVIGEN.
Door deze drie dingen te beoefenen, leert de gelovige wat geestelijke wandel is. Het
resultaat volgt heel snel, hij is niet meer onder de WET! Welke WET? De wet van de zonde!
Hij zondigt wel, maar de zonde heerst niet meer in zijn leven (Romeinen 6:11,12).
DE KRACHT VAN GODS WOORD
Geachte lezer, betekent Gods Woord voor u ook
kracht, of is het alleen wegens uw Christelijke opvoeding dat u soms in de Bijbel kijkt?
"Om door genade onderwezen te kunnen
worden moet u ook de tijd en de moeite nemen om Gods Woord te bestuderen"."Want
het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en
gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs,
en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten." (Hebreeën
4:12)
In een tijd waarin zoveel gelovigen klagen,
dat zij geen kracht hebben, is de prediking van de Here Jezus Christus, naar de openbaring
van het geheimenis, het antwoord (Romeinen 16:25). Doordat de gelovige het woord der
waarheid recht gaat snijden, wordt de bedeling van genade hem heel duidelijk. Gods Woord
wordt dan vanzelf een kracht. In de strijd tussen de inwendige en de uitwendige mens, kan
alleen Gods Woord de overwinnende kracht leveren.
Tenslotte, Gods genade heeft verschillende
aspecten: genade om behouden te worden, Efeze 2:8,9, genade als bedeling, genade als
onderwijs en genade die krachtig werkt in de gelovige.
HOOFDSTUK III
DE GENADE EN ONZE HOOP
DE VERSCHIJNING IN DE LUCHT
(de opname van de Gemeente)
"Verwachtende de zalige hoop en
verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus;" "Verwachtende de zalige hoop en
verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus;"
(Titus 2:13) De schrijver dezes was al enige tijd van plan om over het belangrijke
onderwerp van "onze toekomstige hoop" te schrijven. In de laatste twee nummers
van de "Genade Bijbel Kompas" is over Titus 2:11-13 geschreven. In dit nummer
zal uitgebreid over de hoop van de Gemeente, "die zijn lichaam is", te lezen
zijn.
De schrijver is, zoals voor sommigen al
bekend is, als Jood in Israël geboren. Hij had geen hoop, omdat vragen over het bestaan
van een God helemaal niet aan de orde waren. Het Jodendom op zich, kent een hoop nl. de
opstanding uit de doden. Ook Joodse mensen, en met name de religieuze joden, geloven in de
komst van de Messias.
"En velen van die, die in het stof der
aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en
tot eeuwige afgrijzing." "En velen van die, die in het stof der
aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en
tot eeuwige afgrijzing." (Daniël 12:2, zie ook Handelingen 23:6 en 24:13-16) "Verder
zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens
mensen Zoon, en Hij kwam tot de Oude van dagen, en zij deden Hem voor Deze naderen. En Hem
werd gegeven heer-schappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en
tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal,
en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden". (Daniël 7:13-14)
Veel mensen houden zich bezig met het
onderwerp HOOP en vooral i.v.m. het eeuwige leven. Eigenlijk hebben bijna alle
godsdiensten plaats in hun programma voor leven na de dood. In deze studie willen wij het
in het bijzonder over de ware hoop van Gods kinderen in deze bedeling van genade hebben.
Getrouwe Bijbel-gelovigen, geloven dat Christus werkelijk naar deze aarde zal terugkeren.
Daarin onderscheiden zij zich van het groeiend aantal liberalen of humanisten binnen het
zgn. Christendom, die niet in de werkelijke terugkomst van Christus gelooft."En de
HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk op de dag dat Hij
gestreden heeft, op de dag van de strijd. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de
Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën
gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal
zijn; en de ene helft van de berg zal wijken naar het noorden, en de helft ervan naar het
zuiden". (Zacharia 14:3,4) "En ik zag, en ziet, het Lam stond op de berg
Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende de Naam van Zijn Vader
geschreven aan hun voorhoofden". (Openbaring 14:1)
Het Bijbelse geloof is voor velen dwaasheid,
terwijl het voor ons de wijsheid van God is, (I Kor. 1:18). Is het een dwaasheid om in de
opstanding uit de doden te geloven en in de werkelijke terugkomst van Christus naar deze
aarde? Nee! De wereld, met al zijn wijsheid en talent, regeringen en commissies, is nog
niet in staat de vrede op deze aarde te brengen. De Bijbelgelovigen vormen ook geen
eenheid als het over onze toekomstverwachtingen gaat en dan is de verwarring nog groter.
Er leven verschillende gedachten onder de
zgn. Bijbelgelovigen. Degenen die deze bedeling van genade, en de bediening van de apostel
Paulus, niet onderscheiden, en dat is de meerderheid, verwachten de Here op de Olijfberg.
In de praktijk komt het er op neer, dat hun aandacht eerder naar de woorden van de
profeten in het Oude Testament of die van onze Here in de zgn. vier evangelien gaat.
U kunt, als u tenminste veel mensen wilt
benaderen, beter over de hoop van Israël spreken, dan over de hoop van de Gemeente.
Er zijn ook veel Bijbel-gelovigen, die het
woord der waarheid rechtsnijden. Zij houden vast aan de hoop die de Gemeente heeft, en met
name wat men "de opname van de Gemeente" noemt.
Is de "OPNAME VAN DE GEMEENTE"Bijbels?
De term niet, maar de gebeurtenis wel. Paulus noemde het "de verschijning in de
lucht". Het was onderdeel van de verkondiging van de bedeling van genade, (Efeze
3:1-9). Het is verbazend! Als men geen onderscheid maakt tussen Israël en de Gemeente,
"die Zijn lichaam is", men dus ook geen onderscheid maakt tussen de komst van
Christus op de Olijfberg en Zijn komst in de lucht voor de Gemeente.
HET NIET RECHT-SNIJDEN VAN HET WOORD DER
WAARHEID
Eén van de redenen en misschien wel de
belangrijkste, voor het feit, dat men de waarheid over de Gemeente, die elk moment
teruggeroepen kan worden, niet meer aanvaardt of helemaal niet kent, is dat men teksten
uit zijn verband haalt. Men leest graag waarheden in andere Bijbelgedeelten, waarvan de
apostel Paulus duidelijk zegt, dat zij geheim waren en als eerste aan hem geopenbaard
zijn. Het resultaat hiervan is, dat men noch de bediening van Paulus, noch de hoop van de
Gemeente erkent. Onthoud, dat de komst van Christus op de Olijfberg te maken heeft met
Gods profetische plan met Israël en de volkeren; en dat de GEZEGENDE HOOP nl. de opname
van de Gemeente, onze hoop is. Het volgende Schriftgedeelte is daar een goed voorbeeld
van:
"Uw hart worde niet ontroerd; gij
gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen;
anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo
wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weer en zal u
tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, weet gij, en de
weg weet gij. Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe
kunnen wij de weg weten? Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.
Niemand komt tot de Vader, dan door Mij." "Uw hart worde niet ontroerd; gij
gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen;
anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo
wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weer en zal u
tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben. En waar Ik heenga, weet gij, en de
weg weet gij. Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe
kunnen wij de weg weten? Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.
Niemand komt tot de Vader, dan door Mij." (Johannes 14:1-6)
Men leert, dat de Here in de voorgaande tekst
Zijn discipelen bemoedigt met de hemelse hoop. Het is onze overtuiging, dat dit gedeelte
helemaal niet over de hemelse hoop gaat. De schrijver gelooft en leert, dat de gelovige
geest van de mens na zijn dood, naar de Here gaat, (II Kor.5:1-4).
Onthoud het volgende: Het Evangelie van
Johannes spreekt over het Koninkrijks-Evangelie, waarin Israël en de volkeren een aardse
hoop hebben en geen hemelse. (zie Matth. 5:5). Ook het "Onze Vader" laat dit
duidelijk zien, (Matth. 6:10). Maar wat is dan, zoals de Here zei: "Het huis Mijns
Vaders"? Het gaat hier in ieder geval niet over de hemel. Onze Here kwam niet naar
deze aarde om Israël naar de hemel te nemen, maar om het hemelse Koninkrijk voor een
periode van duizend jaar op deze aarde te vestigen. Verschillende Schriftgedeeltes laten
ons duidelijk zien dat Hij, toen de Here zei:"Mijns Vaders huis", daarmee de
tempel bedoelde.
"En Hij zeide tot hen, die de duiven
verkochten: Neemt deze dingen van hier weg; maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis
van koophandel. En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw
huis heeft mij verslonden." "En Hij zeide tot hen, die de duiven
verkochten: Neemt deze dingen van hier weg; maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis
van koophandel. En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw
huis heeft mij verslonden." (Johannes 2:16,17) "Ik zal hen ook in Mijn
huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven beter dan van de zonen en van de
dochters; een eeuwige naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal
worden." (Jesaja 56:5, zie ook Ezechiël 42:13,14).
Onze Here was nl. op weg naar Jeruzalem,
(Luk. 19:11) om aan het kruis te sterven en later uit de doden op te staan. Ook voor de
Jood is het kruis de enige manier om plaats te hebben in het Koninkrijk. Niemand komt tot
de Vader, Jood of niet-Jood, zonder de weg die Christus heeft voorbereid. Hij ging dus
naar Jeruzalem om aan het kruis, door middel van Zijn bloed, een plaats in het Koninkrijk
te bereiden. En als Hij terug komt, neemt Hij hen mee naar Zijn Koninkrijk, (Matth.
19:28).
DE ENE WEL, DE ANDERE NIET
"En gelijk het geschied is in de dagen
van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij
dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot de dag, op welke
Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen. Evenzo ook, gelijk het
geschiedde in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij
plantten, zij bouwden; Maar op de dag, op welke Lot van Sodom uitging, regende het vuur en
sulfer van de hemel, en verdierf ze allen. Evenzo zal het zijn in de dag, op welke de Zoon
des mensen geopenbaard zal worden; In die zelfde dag, wie op het dak zal zijn, en zijn
huisraad in huis, die kome niet af, om het weg te nemen; en wie op de akker zijn zal, die
kere evenzo niet naar dat, wat achter is. Gedenkt aan de vrouw van Lot. Zo wie zijn leven
zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie het zal verliezen, die zal het in
het leven behouden. Ik zeg u: In die nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal
aangenomen, en de ander zal verlaten worden. Twee vrouwen zullen tesamen malen; de ene zal
aangenomen, en de andere zal verlaten worden. Twee zullen op de akker zijn; de een zal
aangenomen, en de ander zal verlaten worden. En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar,
Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd
worden." "En gelijk het geschied is in de dagen
van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij
dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot de dag, op welke
Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen. Evenzo ook, gelijk het
geschiedde in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij
plantten, zij bouwden; Maar op de dag, op welke Lot van Sodom uitging, regende het vuur en
sulfer van de hemel, en verdierf ze allen. Evenzo zal het zijn in de dag, op welke de Zoon
des mensen geopenbaard zal worden; In die zelfde dag, wie op het dak zal zijn, en zijn
huisraad in huis, die kome niet af, om het weg te nemen; en wie op de akker zijn zal, die
kere evenzo niet naar dat, wat achter is. Gedenkt aan de vrouw van Lot. Zo wie zijn leven
zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie het zal verliezen, die zal het in
het leven behouden. Ik zeg u: In die nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal
aangenomen, en de ander zal verlaten worden. Twee vrouwen zullen tesamen malen; de ene zal
aangenomen, en de andere zal verlaten worden. Twee zullen op de akker zijn; de een zal
aangenomen, en de ander zal verlaten worden. En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar,
Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd
worden." (Lukas 17:26-37)
Waarom geloven Bijbel-gelovige Christenen in
mindere mate in de wonderbare waarheid van "onze zalig hoop" of "onze
toevergadering tot de Here" ook wel "de opname van de Gemeente" genaamd. De
reden hiervoor is nogmaals, dat Bijbelleraars gedurende een lange tijd de onjuiste
Schriften hebben gebruikt om deze waarheid te leren. Met andere woorden, men heeft het
Woord niet recht gesneden.
Hoe kan men vanuit het evangelie van Lukas
over de opname van de Gemeente prediken, terwijl Paulus heel duidelijk over een
verborgenheid spreekt, die bij God geheim gehouden was en als eerste aan hem is
geopenbaard. De schrijvers van de vier evangelieën wisten er niets over, het was hun hoop
ook niet! De hoop van Israël is op aarde, nl. het Koninkrijk. Wij, de Gemeente, "Die
zijn Lichaam is", verwachten de Here in de wolken te ontmoeten.
Spreekt het hiervoorgenoemde Schriftgedeelte
eigenlijk over de opname van de Gemeente? Wij denken van niet! Men valt over het algemeen
over het woord AANGENOMEN en VERLATEN. Het Griekse woord voor AANGENOMEN
(PARALAMBANO) betekent gewoon: NEMEN. Wij moeten ons eerst afvragen, waar gaan de mensen
naar toe die aangenomen worden? De Schrift geeft het juiste antwoord.
Zoals in de dagen van NOACH en LOT. Dit is de
sleutel om te begrijpen wie AANGENOMEN is en waar hij naar toe gaat. Lees de Schrift een
paar keer door en onthoud: Dat, als de Here komt, het net zo wordt als in de dagen van
NOACH en LOT. De goddeloze of de onrechtvaardige zal tot het oordeel weggenomen worden en
de rechtvaardige zal blijven om de aarde te beërven. (Matth. 5:5, Psalm 37:10,29,34)
Hoe kan men uit bovenstaande teksten over de
opname van de Gemeente leren, terwijl de Here in ons geval, komt om GELOVIGEN weg te
nemen; de goddelozen blijven. In de dagen van NOACH en LOT was dit precies andersom.
DE VOLGORDE
"Want gelijk zij allen in Adam sterven,
alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een ieder in zijn orde:
de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst. Daarna zal het
einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer
Hij te niet gedaan zal hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht". "Want gelijk zij allen in Adam sterven,
alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een ieder in zijn orde:
de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst. Daarna zal het
einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer
Hij te niet gedaan zal hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht". (I
Kor. 15:22-24)
In de profetische schriften wordt over drie
soorten opstanding gesproken. In hoofdstuk 15 van zijn eerste brief aan de Korintiërs,
behandelt de apostel het vraagstuk rond de opstanding. In zijn dagen waren er ook al
mensen, die niet in de werkelijke opstanding geloofden. Zonder opstanding is ons geloof
echter dood. Wij kunnen dan beter gaan eten en drinken. Maar we moeten wel onderscheid
maken tussen de verschillende soorten opstanding. De eerste opstanding was toen Christus
uit de doden opstond. De tweede opstanding zal plaatsvinden als Christus naar deze aarde
zal komen, aan het begin van het duizendjarig vrederijk, (Openbaring 20:5,6). De derde
opstanding zal plaatsvinden na het duizendjarig vrederijk, (Openbaring 20:11-15).
HET GEHEIM
"Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en
bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de
onverderfelijkheid niet. Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen
ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; In een punt des tijds, in een ogenblik,
met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk
opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden". "Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en
bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de
onverderfelijkheid niet. Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen
ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; In een punt des tijds, in een ogenblik,
met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk
opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden". (I Korinthe 15:50-52)
De apostel Paulus gebruikt verscheidene keren
in de Schrift de term "of weet gij niet" (Rom. 6:3; I Kor. 3:16; 5:6). In
verband met de bedeling van genade, die al bijna 2000 jaar aan de gang is, schrijft hij:
"Indien gij maar gehoord hebt". (Efeze 3:1,2) De student van het Woord, die
bekend is met de bedeling van genade, is ook bekend met de waarheid omtrent onze hoop, nl.
het geheim van onze toevergadering met de Here. In beide gevallen, zowel met Israël,
(Hosea 4:6) als met "de Gemeente, die zijn lichaam is", (o.a. Gal. 3:1) is
tekort aan kennis de oorzaak voor verdeeldheid en verwarring onder Gods kinderen.
Er wordt alleen in de brieven van Paulus
gesproken over gelovigen, die in een ogenblik veranderd worden. Let op, dat de bazuin van
I Kor. 15:51 een andere bazuin is dan die, waar over gesproken wordt in Openbaring
11:15-19. Laten wij niet doen als vele mensen, die, het geheim zoals het aan de apostel
Paulus is geopenbaard, vermengen met de openbaring van Johannes op Patmos voor Israël en
de wereld.
WANNEER
"Maar van de tijden en de gelegenheden,
broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijft. Want gij weet zelf zeer wel, dat de
dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen
zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk
de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvluchten; Maar gij,
broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou overvallen. Gij zijt
allen kinderen van het licht, en kinderen van de dag; wij zijn niet van de nacht, noch van
de duisternis. Zo laat ons dan niet slapen, zoals de anderen, maar laat ons waken, en
nuchter zijn. Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts
dronken; Maar wij, die van de dag zijn, laat ons nuchter zijn, aangedaan hebbende het
borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid. Want God
heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onze Heere
Jezus Christus; Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij
slapen, tezamen met Hem leven zouden." "Maar van de tijden en de gelegenheden,
broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijft. Want gij weet zelf zeer wel, dat de
dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in de nacht. Want wanneer zij zullen
zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk
de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvluchten; Maar gij,
broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou overvallen. Gij zijt
allen kinderen van het licht, en kinderen van de dag; wij zijn niet van de nacht, noch van
de duisternis. Zo laat ons dan niet slapen, zoals de anderen, maar laat ons waken, en
nuchter zijn. Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts
dronken; Maar wij, die van de dag zijn, laat ons nuchter zijn, aangedaan hebbende het
borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid. Want God
heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onze Heere
Jezus Christus; Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij
slapen, tezamen met Hem leven zouden." (I Thessalonicensen 5:1-10)
Er heerst veel verdeeldheid onder Gods
kinderen over het tijdstip wanneer de Gemeente opgenomen zal worden. Hoe zullen wij de
eenheid van de Geest kunnen bewaren m.b.t. de "EEN HOOP", (Ef. 4:4) wanneer de
éne gelovige naar Sion kijkt en de andere naar boven. Wanneer de éne de Here elk moment
verwacht en de andere pas na de periode van zeven jaar verdrukking, (Matth. 24:21). In de
praktijk heeft men dit opgelost door niet te praten over fundamentele dingen. Ze zeggen:
"Laten wij praten over de dingen, waarover wij het wel eens zijn".
Merk op, dat de apostel Paulus in zijn eerste
brief aan de Thessalonicensen verschillende termen gebruikt en duidelijk maakt waarin
leden van het lichaam van Christus zich onderscheiden. Hij hoeft hen niet te schrijven
over het tijdstip van de komst van Christus. (vers 1) De reden hiervoor is dat onze hoop
niet aan tijd gebonden is. Wanneer wij over de terugkomst, of de dag des Heren spreken,
dan zijn de uiterlijke tekenen van groot belang, (zie o.a. Matth. 24:32,33).
Wij horen vaak, dat men over de zondag als de
dag des Heren spreekt. Het is een grote blindheid om te denken, dat God wekelijks zijn
oordeel uitoefent. (Jes 2:12; 13:6,9, Jer. 46:10 Hand.2:20)
Let op het afwisselend gebruik van de woorden
"ZIJ" en "WIJ".(vers 3,4). De DAG DES HEREN is
een profetische gebeurtenis en geen onderdeel van het geheimenis, dat aan de apostel
Paulus is geopenbaard.
God zegt in Zijn Woord tot de leden van het
Lichaam van Christus, dat wij niet tot toorn gesteld zijn! (vers 9; Rom 5:9). Er zijn
altijd mensen, die zeggen dat het verhaal over de Gemeente, die wordt opgenomen, een
westerse voorziening is van mensen die geen verdrukking mee willen maken. Is dat echt zo?
Deze schrijver is van mening, dat de Gemeente ook in de huidige bedeling wordt verdrukt.
In Nederland hebben wij meer geestelijke verdrukking, terwijl in ander werelddelen veel
van Gods kinderen met hun leven betalen voor het geloof. Gode zij dank, dat de
tegenwoordige verdrukking niet datgene is, waar de Here in Matth. 24 over sprak.
DE GEMEENTE DIE IN HET MIDDEN STAAT
"En wij bidden u, broeders, door de
toekomst van onze Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem, Dat gij niet
haastig bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch
door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande was."
"En wij bidden u, broeders, door de
toekomst van onze Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem, Dat gij niet
haastig bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch
door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande was."
(II Thessalonicensen 2:1,2)
Waarschijnlijk werd in de dagen van de
apostel Paulus ook veel gespeculeerd over het tijdstip, waarop de Here terug zou komen.
Merk op, dat er ook in onze dagen mensen zijn, die na elke gebeurtenis in de wereld
aanwijzingen zien dat het einde is gekomen. Het doet ons denken aan de afgelopen
Golfoorlog en hoe men toen zei: "Zie je, de hemel is donker". (Hand. 2:19) De
oorlog is allang voorbij en de Here is er nog niet. De apostel waarschuwt ons tegen de
talrijke valse berichten, die dagelijks op ons afkomen. Berichten, die niet meer dan
onzekerheid en onduidelijkheid brengen. De apostel richt zijn woorden ook tot die groep
mensen, die menen een bericht van God via een visioen te hebben ontvangen "...noch
door geest...". Luister niet naar die beiden. De apostel roept de gelovige op om het
juiste antwoord in zijn brieven te zoeken.
Het feit, dat weinig mensen het woord der
waarheid recht-snijden en de aparte bediening van de apostel Paulus niet onderscheiden,
heeft ertoe geleid, dat men in eerste instantie naar het boek OPENBARING grijpt. Ten
tweede zoekt men eerder naar de tekenen van de laatste dagen, zoals de apostel Petrus
verkondigde, en niet naar de apostel Paulus onder de bedeling van genade, (zie
Handelingen, Mattheüs, I en II Timotheüs). Wanneer wij over de laatste dagen spreken,
moeten wij onszelf altijd afvragen: "WELKE?"; die van het profetische plan, of
die van de bedeling van genade.
"Dat u niemand verleide op enigerlei
wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij
de mens der zonde, de zoon des verderfs; Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God
genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een God zal zitten,
zichzelf vertonende, dat hij God is." "Dat u niemand verleide op enigerlei
wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij
de mens der zonde, de zoon des verderfs; Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God
genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een God zal zitten,
zichzelf vertonende, dat hij God is." (II Thessalonicensen 2:3)
Waarom verwachten wij de dag des Heren niet
elk moment? De apostel geeft zelf de volgorde aan! Eerst komt de AFVAL. Maar er is al een
grote afval, beweert men. Mensen gaan niet meer naar de kerk en er is natuurlijk ook een
grote morele verloedering. Dat is echter niet de afval, waarover de apostel spreekt. Het
Griekse woord voor afval "APOSTASIA" betekent gewoon "VERLATEN".
Eerst zal de huidige Gemeente de aarde verlaten, dan zal de antichrist geopenbaard worden
en vervolgens zal de dag des Heren komen.
"Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u
zijnde, u deze dingen gezegd heb? En nu, wat hem weerhoudt, weet gij, opdat hij
geopenbaard worde op zijn eigen tijd. Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt
reeds gewerkt; alleen, Die hem nu weerhoudt, Die zal hem weerhouden, totdat hij uit het
midden zal weggedaan worden. En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de
Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning
Zijner toekomst;" "Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u
zijnde, u deze dingen gezegd heb? En nu, wat hem weerhoudt, weet gij, opdat hij
geopenbaard worde op zijn eigen tijd. Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt
reeds gewerkt; alleen, Die hem nu weerhoudt, Die zal hem weerhouden, totdat hij uit het
midden zal weggedaan worden. En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de
Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning
Zijner toekomst;" (II Thessalonicensen 2:5-9)
Wij zien en weten dat de wetteloosheid steeds
meer toeneemt. Maar er is iets, dat nog steeds alles WEERHOUD. Anders had God zijn
wraak allang op de wereld doen komen. Het geheimenis van godzaligheid (I Tim. 3:16) n.l.
de Gemeente die Zijn lichaam is, houdt alles tegen. Kunt u zich voorstellen wat een
duisternis over de wereld zal komen, wanneer de Gemeente is weggenomen?
HOE
"Doch, broeders, ik wil niet, dat gij
onwetende zijt van hen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de
anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en
opgestaan, alzo zal God ook hen, die ontslapen zijn in Jezus, weerbrengen met Hem. Want
dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de
toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen hen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal
met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods neerdalen van de hemel;
en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend
overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere
tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan, vertroost
elkander met deze woorden." "Doch, broeders, ik wil niet, dat gij
onwetende zijt van hen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de
anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en
opgestaan, alzo zal God ook hen, die ontslapen zijn in Jezus, weerbrengen met Hem. Want
dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de
toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen hen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal
met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods neerdalen van de hemel;
en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend
overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere
tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan, vertroost
elkander met deze woorden." (I Thessalonicensen 4:13-18)
Men vraagt zich af hoe de opname in z'n werk
zal gaan. Er zijn boeken over geschreven en er is zelfs een film over gemaakt. Men vraagt
zich af hoe het zal zijn wanneer bijv. een gelovige piloot, tijdens zijn werk zal worden
opgenomen. Onze nieuwsgierigheid zal niet altijd beantwoord worden. Het is vaak ook
vanwege ongeloof en het verlangen om tekenen te zien, dat velen de waarheid van de opname
van de Gemeente niet hebben aanvaard. De manier waarop de opname zal plaatsvinden, zoals
door de apostel is beschreven, bevredigt misschien niet onze nieuwsgierigheid, maar geeft
ons wel voldoende informatie over hoe het zal zijn.
Geachte lezer, de boodschap is eenvoudig. Ongeveer 1900 jaar
geleden, na de kruisiging en de opstanding van onze Here en Heiland Jezus Christus, heeft
de Here met de roeping van de apostel Paulus, een nieuw Bijbels tijdperk ingelast, nl. de
bedeling van genade, (Ef. 3:1-9). God heeft ook al die tijd een nieuwe groep mensen voor
Zijn glorie vergaderd. De Gemeente, Joden en heidenen in één lichaam. Gedurende de
eeuwen waren Gods gezanten (ambassadeurs, II Kor. 5:20) bezig om het goede nieuws over
Gods genade en het volbrachte werk aan het kruis, te verkondigen. Voordat de Here verder
gaat met Zijn plan voor Israël en de volkeren, roept Hij de Gemeente terug, omdat haar
positie in de hemel is. Wij zijn hier gezanten, vreemdelingen op andermans
terrein."Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten,
namelijk de Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het
gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle
dingen Zichzelf kan onderwerpen." (Filippensen 3:20,21)
DE TROON VAN GENADE
Door: Dov Avnon
"Laat ons dan met vrijmoedigheid
toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade
vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd." (Hebreeën 4:16)
De schrijver van de brief aan de Hebreeën,
roept het volk op, om naar de troon van Gods genade te gaan. Wij, de leden van de huidige
Gemeente, "het lichaam van Christus" zitten al op die troon, en behoren als
zodanig de betekenis ervan te kennen.
Er zijn ongetwijfeld verschillende redenen op
te noemen waardoor een Bijbel-gelovige Gods rijkdom van genade slechts ten dele kent. In
veel gevallen komt het erop neer dat het niet ten volle wordt verkondigd, of dat men
slechts ten dele, de bedeling van Gods genade onderscheidt. Wist u dat er genade bestaat
voor behoudenis, genade voor dienst, dienen, leren, leven, geven, lijden, afscheid nemen
en sterven?
"Om deze oorzaak ben ik Paulus de
gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. Indien gij maar gehoord hebt van
de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft
bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;
Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van
Christus), Welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk
zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door de Geest; Namelijk dat
de heidenen medeërfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van Zijn
belofte in Christus, door het Evangelie," "Om deze oorzaak ben ik Paulus de
gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. Indien gij maar gehoord hebt van
de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft
bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;
Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van
Christus), Welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk
zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door de Geest; Namelijk dat
de heidenen medeërfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van Zijn
belofte in Christus, door het Evangelie," (Efeze 3:1-6).
De bedeling van Gods genade werd éérst aan
de apostel Paulus geopenbaard; het houdt de rijkdom van Gods genade in Christus Jezus in.
Wij willen niet zeggen, dat de apostel Paulus de enige is die over genade sprak, maar wel
degene, die er het meest over schreef (87 keer). De apostel schreef niet zomaar over
genade, maar verkondigde ten volle het tijdperk dat "de bedeling van Gods
genade" genoemd wordt. Een tijdperk waarin God Zijn genade bekend maakt.
GENADE OM BEHOUDEN TE WORDEN
"Want uit genade zijt gij zalig geworden
door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand
roeme." "Want uit genade zijt gij zalig geworden
door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand
roeme." (Efeze 2:8,9) "Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een
heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons
gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;" (II Timotheüs 1:9).
"Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen." (Titus
2:11)
Zoals al eerder het geval was, heeft God ook
in deze tijd voor een manier gezorgd, waardoor de mens behouden kan worden. God is degene
die door Zijn genade, zondige mensen zalig verklaart. De religieuze mens probeert zelf de
weg naar God te bereiken. Ook onder degenen die zich Bijbel-gelovigen noemen, is het eigen
initiatief groot. De één hangt aan de besnijdenis, de andere aan de ceremonie van
waterdoop. God zegt dat we in deze tijd alléén door Genade,uit Geloof, (Efeze
2:8,9) behouden kunnen worden. De genade bestaat daaruit, dat God in Zijn grote
liefde Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, Die aan het kruis voor ons allen de dood
smaken zou, en voor onze rechtvaardigheid uit de doden zou opstaan. Het enige wat ons met
deze genade kan verbinden, is het geloof. BEHOUDENIS onstaat alleen uit genade,
door het geloof NIETS MEER EN NIETS MINDER.
Niet door het geloof en dan nog "de tien
geboden houden". Niet door geloof en dan nog "goede werken doen". Niet door
geloof en dan nog "gedoopt worden". Niet door geloof en dan nog "lid zijn
van een kerk" het is alleen:
"GELOOF IN DE HERE JEZUS CHRISTUS EN GIJ
ZULT ZALIG WORDEN..." "GELOOF IN DE HERE JEZUS CHRISTUS EN GIJ
ZULT ZALIG WORDEN..." "Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond
en in uw hart. Dit is het Woord DES GELOOFS dat wij prediken. Namelijk, indien gij MET
UW MOND ZULT BELIJDEN DE HEERE JEZUS, EN MET UW HART GELOVEN, DAT GOD HEM UIT DE DODEN
OPGEWEKT HEEFT, zo zult GIJ ZALIG WORDEN. Want met het hart gelooft men ter
rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid." (Romeinen 10:8-10)
GENADE VOOR SPECIALE BEDIENING
Bovengenoemde genade, werd aan één bepaalde
man gegeven. Een man die ook een speciale bediening had. In Handelingen 20:24 zegt de
apostel: "...en de dienst, welke ik van de Heere Jezus ontvangen heb, om te
betuigen het Evangelie der genade Gods." Voor zijn bekering, was de apostel
Paulus een godslasteraar, een vervolger en een verdrukker. Geen onderwereld
figuur, maar een religieus man die ijver voor God had, maar zonder kennis. Vanuit deze
ijver vervolgde hij al degenen die in de naam van Jezus Christus geloofden.
"En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd
heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de
bediening gesteld hebbende;...Doch de genade van onze Heere is zeer overvloedig geweest,
met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus." "En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd
heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de
bediening gesteld hebbende;...Doch de genade van onze Heere is zeer overvloedig geweest,
met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus." (I Timotheüs 1:12-14)
De apostel Paulus, is door Gods genade
geroepen. Genade is een gift voor iemand, die dat helemaal niet verdiend heeft. De apostel
Paulus was een man, die heel zijn leven werkte om God te behagen. Die man kreeg ook een
aparte bediening, namelijk de verkondiging van Christus' werk aan het kruis, onder de
heidenen. De individuele Jood en heiden, kan door het geloof in de kruisiging en
opstanding van Jezus Christus behouden worden. De apostel Paulus, die boven vele anderen
in zijn godsdienst was, heeft een speciale opdracht gekregen, om Gods genade-evangelie te
betuigen.
"Maar ik heb u eensdeels te
stoutmoediger geschreven, broeders, u als weer dit indachtig makende, om de genade, die
mij door God gegeven is; Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen,
het Evangelie van God bedienende..." "Maar ik heb u eensdeels te
stoutmoediger geschreven, broeders, u als weer dit indachtig makende, om de genade, die
mij door God gegeven is; Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen,
het Evangelie van God bedienende..." (Romeinen 15:15,16). "Want ik ben de
minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik
de gemeente Gods vervolgd heb. Doch door de genade Gods ben ik, wat ik ben; en Zijn
genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid
dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is." (I Korinthe
15:9,10)
GENADE VOOR HET DIENEN
De natuurlijke mens, die behouden is, heeft
wederom genade nodig, om de Here te kunnen dienen. Wij hebben het niet zo zeer over
menselijk talent, maar over Gods genade in het uitdelen van gaven aan Zijn kinderen.
"Want door de genade, die mij gegeven
is, zeg ik een ieder, die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs
te zijn; maar dat hij wijs zij tot matigheid, zoals God een ieder de mate des geloofs
gedeeld heeft. Want gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet
dezelfde werking hebben; Alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elkeen zijn
wij elkanders leden. Hebbende nu verscheiden gaven, naar de GENADE, die ons gegeven is,
Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij
bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren; Hetzij die vermaant, in het
vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die
barmhartigheid doet, in blijmoedigheid." (Romeinen 12:3-8) "Maar aan elk
van ons is de genade gegeven, naar de maat van de gave van Christus." (Efeze 4:7)
Genade is een gift van barmhartigheid;
goedheid voor iemand, die het helemaal niet verdiend heeft. Onze behoudenis is dankzij
Gods genade tot stand gekomen, en nu krijgen wij ook uit genade gaven, om God te kunnen
dienen, en anderen op te bouwen.
Er wordt vaak gezegd "hij is een begaafd
man" of "zij heeft een gave". Veel van Gods kinderen zijn ook talentvolle
mensen. Sommigen zijn goed opgeleid, terwijl anderen goed kunnen spreken. Er zijn mensen
die rijk geboren zijn, en anderen die niets hebben.
Bemerk dat bovengenoemde gaven door God zijn
gegeven, uit Zijn genade en niet vanuit onze natuurlijke postie. De goddelijke gaven zijn
niet te koop, of door een opleiding te verkrijgen. Het is alleen door het geloof: "Dat
niemand zal roemen".
GENADE OM TE LEREN
"Want de ZALIGMAKENDE GENADE Gods is
verschenen aan alle mensen. En ONDERWIJST ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse
begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze
tegenwoordige wereld;" (Titus 2:11,12).
Wij hebben gezien, hoe de mens eerst door
Gods genade gered kan worden, en later, als gelovige, door Gods genade gaven ontvangt.
Laten wij niet vergeten, dat Gods genade ons ook leert. Gedurende honderden jaren leerde
de wet van Mozes het volk Israël, hoe zij moesten leven. Hoe zij zichzelf apart moesten
houden, in een wereld die Gods wegen niet kende. Maar wij, leden van de gemeente "het
lichaam van Christus" worden geleerd door Gods genade.
De apostel Paulus schrijft, meer dan een
andere Bijbelschrijver, over de wandel van de gelovigen. Niet op basis van
"moeten" of "gij zult doen" maar van Gods genade en "wandel als
geliefde kinderen" (Efeze 5:1). Wij worden niet geleid door de wet die Mozes kreeg,
maar door de wet van de Geest.
Geachte lezer, een zogenaamd christelijk
leven, is nog geen garantie dat het Gods Geest en Gods Woord zijn die u leiden.
"GELOOF KOMT DOOR HET HOREN EN HOREN DOOR GODS WOORD". Niet voor niets vermaant
de apostel Paulus Timotheüs, om gesterkt te worden in de genade (II Timotheüs 2:1). De
brieven van de apostel, bevatten de instrukties, waarnaar u en ik behoren te leven. Maar
God rekent in Zijn genade, onze zwakheden en tekortkomingen niet toe, omdat "Christus
ons al vergeven heeft" (Efeze 1:7). Helaas leven veel mensen volgens menselijke
tradities, en niet volgens Christus. Hoe vaak oordelen mensen zichzelf, omdat zij niet
voldeden aan één eis door hun kerk gesteld, en niet naar het woord van genade.
Wilt u Gods genade in uw leven ervaren? Neem
door geloof uw positie in Christus Jezus aan (Efeze 1:1-7, Kolossensen 2:9-17). Bestudeer
uw Bijbel. Laat u zich door Gods genade leren, of door mensen? Menselijk traditie kent
geen genade, God echter wel. Daarom is het onderwerp "genade die leert" van
groot belang voor u en mij.
GENADE VOOR HET LEVEN
Om te leven zoals God het van ons verwacht,
hebben wij zeer zeker genade nodig. "Gij dan, mijn zoon, word gesterkt in de
genade, die in Christus Jezus is;" (II Timotheüs 2:1).
De boodschap van deze schrift is met andere
woorden "Laat Gods genade u bekrachtigen"! De schrift is meer dan "wordt
sterk in de genade" en luidt: "wordt gesterkt", laat de genade van God het
werk doen. God verwacht van ons, dat wij in overeenkomst met Zijn maatstaven zullen leven.
Dat wij in de Geest zullen wandelen, en niet naar de begeerlijkheid van het vlees (Galaten
5:16). Hoe kan zo iets tot stand komen? Het antwoord is, ALLEEN door JEZUS CHRISTUS. De
vraag is of wij bereid zijn Gods genade in ons leven te laat werken, zodat wij ook in de
Geest zullen wandelen.
Sommige Bijbel-gelovigen denken, dat zij
gesterkt kunnen worden door de wet die Mozes kreeg (zie Romeinen 3:20), of door hun eigen
goede werken. In beide gevallen is het antwoord: "NEE". Alléén Gods genade kan
ons, als nieuwe schepping in Christus Jezus, bekrachtigen. "Uw woord zij te allen
tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een ieder moet
antwoorden." (Kolossensen 4:6) "Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er
enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve aan hen, die ze horen. EN
BEDROEFT DE HEILIGE GEEST GODS NIET, DOOR WELKE GIJ VERZEGELD ZIJT TOT DE DAG DER
VERLOSSING." (Efeze 4:29)
De brieven van de apostel Paulus bevatten
voldoende geestelijke richtlijnen voor ons dagelijks leven. De reden om aan deze
richtlijnen te voldoen, is niet meer om een postie bij God te bereiken, maar omdat wij
door Gods genade, deze positie al hebben verkregen (Efeze 1:1-7). Ook niet als voorwaarde
om vergeving te ontvangen, "Maar weest jegens elkander goedertieren, barmhartig,
vergevende elkander, gelijk ook God IN CHRISTUS U VERGEVEN HEEFT." (Efeze 4:32)
Ziet u tot hoe ver Gods genade ons kan
bereiken? Niet alleen tot behoudenis, maar op elk moment van ons dagelijks leven. God is
Degene Die ons leert en bekrachtigt en al onze zwakheden vergeeft.
GENADE OM TE GEVEN
Tegenwoordig wordt ons vaak gevraagd om geld
aan allerlei aktiviteiten op Bijbels gebied te geven. De Bijbel spreekt over twee manieren
om geld te geven: volgens de wet, en naar de genade Gods. Een tiende van uw totale
inkomsten TOEN. En uw hele leven NU.
"En zie, aan de kinderen van Levi heb Ik
alle tienden in Israël tot een erfenis gegeven, voor hun dienst, die zij bedienen, de
dienst van de tent der samenkomst." (Numeri 18:21)
De opdracht om een tiende te geven is niet
volgens de bedeling van genade, maar een onderdeel van de wet die Mozes kreeg, voor het
volk Israël. Er wordt ook niet van ons verlangd om al onze bezittingen te verkopen
(Mattheüs 19:21; Handelingen 2:45) omdat wij niet leven onder de prediking van het
Koninkrijk op aarde. Wil dat dan zeggen dat wij niets behoeven te geven? Volstrekt niet!
Wij doen dat graag, maar volgens Gods genade, en wat wij kunnen missen.
"Voorts maken wij u bekend, broeders, de
genade van God, die in de gemeenten van Macedonië gegeven is... En zij deden niet alleen,
gelijk wij gehoopt hadden, maar GAVEN ZICHZELF eerst aan de Heere en daarna aan ons, door
de wil van God... Want indien te voren de volvaardigheid des gemoeds er is, zo is iemand
aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft... Een ieder doe,
gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of gedwongen...; "Voorts maken wij u bekend, broeders, de
genade van God, die in de gemeenten van Macedonië gegeven is... En zij deden niet alleen,
gelijk wij gehoopt hadden, maar GAVEN ZICHZELF eerst aan de Heere en daarna aan ons, door
de wil van God... Want indien te voren de volvaardigheid des gemoeds er is, zo is iemand
aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft... Een ieder doe,
gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid, of gedwongen...; (II Korinthe
8:1,5,12; 9:7).
Ook wanneer het geld voor het werk van de
Here betreft, hebben wij genade nodig. Genade, om de gierigheid van onze zondige natuur te
kunnen overwinnen. In deze tijd van onzekerheid, worden wij overspoeld, met allerlei
financiële plannen om onze welvaart in de toekomst te verzekeren. Laten wij niet
vergeten, dat Gods genade te allen tijde de bron van onze zekerheid blijft.
"En God is machtig alle genade
overvloedig te doen zijn in u; opdat gij in alles te allen tijde, van alles voldoende
hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn." "En God is machtig alle genade
overvloedig te doen zijn in u; opdat gij in alles te allen tijde, van alles voldoende
hebbende, tot alle goed werk overvloedig moogt zijn." (II Korinthe 9:8)
Wat een wonderbare genade, dat wij daardoor
ook kunnen leren geven. Ten eerste mogen wij onszelf aan de Here geven en dan Zijn werk
steunen. Als u nog niet behouden bent, probeer uw behoudenis niet met geld te verkrijgen.
God wil niet uw geld hebben, maar eerst U zelf.
U zelf.
GENADE VOOR HET LIJDEN, AFSCHEID NEMEN,
EN VOOR HET STERVEN
Wij hebben gezien, dat wij als gelovigen
zonder genade, niet voor God kunnen leven. Uit genade begrijpen wij, hoe lief God ons
heeft gehad, en ons heeft geaccepteerd zoals wij zijn. Wij behoren uit Zijn genade te
leven, vanaf het moment dat wij behouden zijn, tot het moment, dat wij afscheid nemen van
onze aardse tabernakel.
"Die in alles verdrukt worden, doch niet
benauwd; twijfelmoedig, doch niet mismoedig; vervolgd, doch niet daarin verlaten;
neergeworpen, doch niet verdorven;... Want al deze dingen zijn om uwentwil, opdat de
vermenigvuldigde genade, door de dankzegging van velen, overvloedig worde ter heerlijkheid
Gods." "Die in alles verdrukt worden, doch niet
benauwd; twijfelmoedig, doch niet mismoedig; vervolgd, doch niet daarin verlaten;
neergeworpen, doch niet verdorven;... Want al deze dingen zijn om uwentwil, opdat de
vermenigvuldigde genade, door de dankzegging van velen, overvloedig worde ter heerlijkheid
Gods." (II Korinthe 4:8,9,15)
Lijden voor het evangelie is niet
gemakkelijk. In het leven van de apostel Paulus zien wij hoe Gods genade werkte, tijdens
zijn lijden in de bediening, en tijdens zijn ziekte. In beide gevallen hebben wij boven
alles, Gods genade nodig. Wanneer wij, zoals de apostel, ook voor het evangelie gaan
staan, kunnen wij veel weerstand verwachten. Men hoort liever over wet, dan over genade.
Om die reden schrijft de apostel de verschillende verdrukkingen die hij meemaakte (II
Korinthe 11:24-28) en toch spreekt hij over "VERMENIGVULDIGDE GENADE". Voor ons
is het nogmaals een bewijs dat Gods genade niet eindigt bij onze behoudenis: "Door
Wie wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en
roemen in de hoop der heerlijkheid Gods. En niet alleen dit, maar wij roemen ook in de
verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; En de lijdzaamheid
bevinding, en de bevinding hoop;" (Romeinen 5:2-4).
Er is nog een ander gebied waarin wij,
zoals de apostel, God danken voor Zijn genade, namelijk ziekte. God is machtig ons ook te
genezen, maar dat gebeurt niet altijd. Wij kunnen wel altijd op Zijn genade vertrouwen.
Toen de apostel vroeg voor bevrijding van de doorn in het vlees, was het goddelijke
antwoord: "...Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid
volbracht." (II Korinthe 12:9)
De schrijver kan hier gemakkelijk over
schrijven, daar hij een gezond man is. Laten wij niet op onze gezondheid vertrouwen, maar
op Gods genade, die voor eeuwig is en voor elke gelegenheid.
Wij willen de studie over genade afsluiten,
met het onderwerp dat eigenlijk de kern van alles is. Gezien het feit dat leven op aarde
tijdelijk is, zou een ieder zich af moeten vragen, wat er met hem na zijn sterven gaat
gebeuren. Om na de dood aan het eeuwige leven met God te mogen deelnemen, hebben u en ik
Christus nodig. Als een gelovige sterft, is het een gemis voor degenen die achterblijven.
Zij die achterblijven, zullen dit gemis kunnen verwerken, als zij ook die hoop hebben, en
op Gods genade vertrouwen.
U kunt ook dood zijn terwijl u nog leeft;
namelijk geestelijk dood, omdat u eigenlijk nog niet met Christus bent opgestaan (Romeinen
6:5). Dood is ook de oorzaak van zonde "Want het loon van de zonde is de
dood..." Hoe denkt u, dat we het eeuwige leven kunnen verkrijgen? Niet door onze
goede werken, of proberen goede christenen te zijn! "...maar de genadegift Gods is
het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere." (Romeinen 6:23)
Het is namelijk Gods Geest die bepaalt, of
wij dood of levend zijn voor God. En zoals de mens zonder de geest dood is, zo is ook de
mens zonder Gods Geest, dood voor God. "Doch gij zijt niet in het vlees, maar in
de Geest, indien tenminste de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand de Geest van Christus
niet heeft, die komt Hem niet toe." (Romeinen 8:9)
Er zijn veel mensen die spreken over
"met de Here zijn" omdat de Here Jezus Christus hun hoop is. Op de verjaardag
van een dame die 90 was geworden, wenste iemand haar "nog vele jaren". Het
antwoord was "ik ben ziek en ik wens om heel gauw mijn ogen te mogen sluiten, en het
volgende moment met de Here te zijn". Dat is het antwoord van iemand die WEL die éne
hoop heeft. "Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van hen, die
ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, ZOALS DE ANDEREN, DIE GEEN HOOP
HEBBEN."
(I Thessalonicensen 4:13). In de wereld is er
vaak wanhoop, maar wij hebben een hoop, in Jezus Christus, onze Here, (Romeinen 6:23).
Tenslotte, ook als het gaat over leven en dood, heeft God
Zijn liefde aan ons betoond. Wij worden door GODS GENADE behouden en bekrachtigd. Naar wie
gaat de roem? Efeze 2:8,9 leert ons: "Niet uit de werken, opdat niemand
roeme." Het is God die het begon in ons leven, én die het eindigt.
|