"Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105   "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16    "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken 1 Timotheus 1:15

04-08-2010        Home - Wie zijn wij? - Wij geloven - English -עברית  Spanish GenadeEvangelie.nl  Português

             

DE MENSELIJKE KANT VAN DE MAAGDELIJKE GEBOORTE

Door C.R. Stam

Het wonder van de maagdelijke geboorte van onze Here Jezus, wordt duidelijk in de Schrift vermeld. Deze wonder wordt ook ruimschoots bevestigd door de menselijke kant van het verhaal. Wij zien ook dat dit verhaal concentreert zich voornamelijk rondom drie verschijningen van engelen aan de betrokkenen.

DE ENGEL EN ZACHARIAS

De omstandigheden rond de geboorte van Johannes de Doper waren anders dan die van alle personen die voor hem in de geschiedenis waren. De engel die gezonden werd om zijn geboorte aan te kondigen had één van de hoogste rangen, en verkeerde in de direkte nabijheid van God (Lukas 1:19). Wat Johannes betreft, er staat geschreven dat "tot die tijd niemand opgestaan is die meerder was dan hij" (Matthes 11:11). Aangezien Johannes alleen maar de aangewezen voorloper was van een ander. De feiten laten ons zien hoe groot Degene was, Wiens verschijning hij zou gaan bekendmaken.

Tot de geboorte van Johannes waren zijn ouders, Zacharias en Elizabeth, kinderloos "omdat Elizabeth onvruchtbaar was, en zij beiden ver op hun dagen gekomen waren" (Lukas 1:7). Hun namen daarentegen betekenen respectievelijk: "God is niet vergeten" en "God heeft gezworen", en God zou nu gaan bewijzen dat Hij inderdaad Zijn eed niet vergeten was. Hij stond op het punt om Zijn belofte over de komst van de Messias in vervulling te doen gaan. Zodoende lezen we in Lukas 1:8-13:

"En het geschiedde, dat, toen hij (Zacharias) het priesterambt bediende voor God, in de beurt van zijn dagorde, naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem ten lote was gevallen, dat hij zou ingaan in de tempel des Heren om te reukofferen. En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure van het reukoffer. En van hem werd gezien een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar. En Zacharias, hem ziende, werd ontroerd, en vrees is op hem gevallen. Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharias! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabeth zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Johannes."

Deze Johannes zou de aankondiger van de komst van de Messias worden "En hij zal voor Hem heengaan in de Geest en de de kracht van Elia " ... "om de Here te bereiden een toegerust volk" (vers 17).

Jammer genoeg was Zacharias, hoewel hij "wandelende in al de geboden en rechten des Heren, onberispelijk", bitter geworden, zo bitter dat hij het waagde om een vraag te stellen aan de belangrijke engel en hem een bewijs ter bevestiging vroeg.

"Waarbij zal ik dat weten?" vroeg hij "want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen" (vers 18).

Als antwoord kreeg hij een teken, één ter afkeuring van zijn ongeloof. "En de engel antwoordde en zeide tot hem: ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze dingen te verkondigen, en zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot op de dag dat deze dingen geschied zullen zijn, daarom, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die vervuld zullen worden op hun tijd" (Lukas 1:19,20).

Het resultaat was dat "het volk was wachtende...en als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken" (vers 21,22). Zij hadden "buiten gestaan, biddende ter ure des reukoffers" de tijd waarin de priester hen vertegenwoordigde door hun gebeden voor het gouden altaar op te offeren. Natuurlijk werd de terugkomst van de priester door deze devote mensen met veel interesse en enig verlangen tegemoet gezien. Zij "waren verwonderd dat hij zo lang vertoefde in de tempel", en toen hij eindelijk naar buiten kwam "kon hij tot hen niet spreken", en was dus niet in staat om de zegening uit te spreken zoals beschreven staat in Numeri 6:23-26.

DE ENGEL EN MARIA

Het is passend dat dezelfde engel die aan Daniël verschenen was om de tijd van de komst van de Messias te voorspellen, en de geboorte van Zijn voorloper aan te kondigen, nu ook zou verschijnen om de geboorte van de Messias aan te kondigen. Ook hier laat de rang van de engel het belang van zijn boodschap zien, maar de menselijke kant van het geheel stelt teleur, want Gabriël wordt niet gezonden naar Jeruzalem, Athene of Rome, maar naar het kleine en verachte stadje Nazareth; niet naar een bepaalde hoog-waardigheidsbekleder op aarde, maar naar een arm ongetrouwd meisje, genaamd Maria, verloofd met een timmerman, genaamd Jozef. We lezen hierover het volgende:

"En in de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Here is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen. En toen zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overlegde, hoedanig deze groetenis mocht zijn. En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam noemen JEZUS. Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden: en God de Here, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in eeuwigheid, en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde zijn." (Lukas 1:26-33)

Het antwoord van Maria op de boodschap van de engel is ontroerend om te lezen. Ze lijkt, geestelijk gezien, goed voorbereid op de aankondiging, en het kinderlijk geloof waarmee ze het accepteert staat in schril kontrast met het ongeloof van Zacharias. Zij, zoals elke vrouw in Israël hoopte dat zij de moeder van de Messias mocht zijn, bezat blijkbaar een diep besef van de grootheid van deze eer, want ze was niet verbaasd toen de engel verklaarde dat haar Zoon "groot" zou zijn, "de Zoon van de Allerhoogste" genoemd zou worden, dat de Here God aan Hem "de troon van Zijn vader David" zou geven en dat Hij "over het huis Jakobs Koning zou zijn in eeuwigheid". Maar één ding verbaasde haar wèl, namelijk dat deze eer betoond zou worden aan haar, terwijl ze nog een ongetrouwd meisje was. Merk op dat haar vraag in vers 34 geen uiting van twijfel was, maar veeleer een vraag naar de manier waarop de belofte in vervulling zou gaan. Ze zei niet: "Kan dit gebeuren?", maar "Hoe zal dit gebeuren?" Toen haar werd verteld dat ze zwanger zou worden door de Heilige Geest was dat genoeg. Haar kinderlijk geloof wordt uitgedrukt in de woorden: "Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar Uw woord." (Lukas 1:38)

Na deze woorden "ging de engel weg van haar", maar Maria bevond zich nu in de pijnlijke positie van een ongetrouwd zwanger meisje. We lezen verder:

"En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda; En kwam in het huis van Zacharias, en groette Elizabeth." (Lukas 1:39-40)

Wie, in deze situatie, kon beter begrijpen of beter advies geven, dan Elizabeth? Hoe Maria de reis maakte, of hoe lang het duurde wordt niet verteld, maar ze ging zeker naar de juiste plaats. Elizabeth kon nauwelijks het geheim van Maria vóór haar komst hebben geweten. Maar we lezen dat toen Maria het huis van Zacharias binnen was gegaan en haar bloedverwante Elizabeth had begroet, Elizabeth's baby "opsprong in haar buik" en "Elizabeth werd vervuld met de Heilige Geest" (vers 40-41).

"En riep uit met grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw buik! En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heren tot mij komt? Want zie toen de stem van uw groetenis in mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeke van vreugde op in mijn buik. En zalig is zij, die geloofd heeft; want de dingen, die haar van de Here gezegd zijn, zullen volbracht worden." (vers 42-45)

Zo bereidde Johannes de Doper de weg des Heren zelfs voor zijn geboorte. Wat Maria's zegening betreft voor het geloofd hebben van Gods Woord, wist Elizabeth waar ze over sprak. Was niet haar eigen man getroffen door sprakeloosheid vanwege zijn ongeloof? Nog maar een paar maanden, en dan zou het kind geboren worden wiens komst Zacharias had betwijfeld.

Op Elizabeth's bemoedigende woorden reageerde Maria met de lofzang die ook wel "De Magnificat" wordt genoemd.

Welke geloofslessen zijn we tot nu toe tegengekomen? Zacharias twijfelt aan Gods Woord, en kan niet meer spreken. Maria gelooft, en zingt een lied! En zo, ten diepste, moet het ook altijd zijn. Ongeloof leidt uiteindelijk tot sprakeloosheid; geloof tot een lied. Vandaar dat we lezen over ons geloof in Christus:

"Die gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Wie gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;" (I Petrus 1:8).

En vandaar ook de zegening: "De God nu der hoop vervulle u met alle blijdschap en vrede in het geloven;"(Romeinen 15:13).

DE ENGEL EN JOZEF

Maria bleef ongeveer drie maanden bij Elizabeth, of tot de geboorte van Johannes de Doper (Lukas 1:36,56), maar de echte test lag nog voor haar, want ze moest terugkeren naar haar huis in Nazareth om haar familieleden en bekenden te ontmoeten - en natuurlijk Jozef, haar geliefde. Wat zouden ze zeggen? En bovenal wat zou Jozef zeggen? Hoe kon ze van hen verwachten dat ze haar verhaal zouden geloven?

Er wordt ons niet verteld wat er allemaal over Maria gezegd en gedacht is, toen haar zwangerschap vorderde, anders zouden de boeken Matthes en Lukas veel groter geweest zijn! Maar uit de weergave van de reakties van Jozef kunnen we goed begrijpen in wat voor een pijnlijke positie ze zich eigenlijk bevond.

We onderbreken hier ons artikel even om de precieze relatie tussen Maria en Jozef uit te leggen. Matthes 1:18 zegt dat ze ondertrouwd was met Jozef, maar vers 20 noemt haar de vrouw van Jozef. De reden hiervoor is dat de ondertrouw (verloving) in die dagen veel bindender was dan de moderne "verloving" of ondertrouw door welke jonge mensen overeenkomen om met elkaar te trouwen. De ondertrouw of verloving in die dagen was net zo formeel en bindend als de huwelijksovereenkomst, alhoewel de betrokken partijen niet bij elkaar gingen wonen tot de eigenlijke bruiloft, misschien een jaar later. Het kon niet verbroken worden, behalve door dood of scheiding. Vandaar dat Maria in Lukas 2:5 de "ondertrouwde vrouw" van Jozef wordt genoemd. Dit geeft ons een beter inzicht in de betekenis van de uitleg in Matthes 1:18:

"De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want toen Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit de Heilige Geest."

Denk eens na over Jozef's positie in het licht van het voorgaande. Maria was officiëel ondertrouwd met hem. Waarom was ze weggegaan - en zo lang weggebleven? En nu, wat is dit? Ze is zwanger, maar niet van hem. Haar uitleg, als ze die al aan hem gegeven heeft, moet wel erg onbevredigend geklonken hebben. Een engel was aan haar verschenen en had haar verteld dat ze een kind zou krijgen door de Heilige Geest en dat Hij de beloofde Verlosser zou zijn. Jazeker!

We moeten niet vergeten dat in die tijd het woord "maagd" (Hebreeuws almah) uit Jesaja 7:14 alleen uitgelegd werd als iemand uit Jesaja's tijd. Het technische woord voor maagd wordt hier zelfs niet gebruikt, zodat zonder twijfel werd aangenomen dat de Messias geboren zou worden uit een menselijke vader en moeder. En moest Jozef nu gaan geloven dat de Messias uit een maagd geboren zou worden, terwijl Jozef's familie maar een geringe rol hierin zou spelen? Wat een vragen kwamen er in hem op! Met wat een problemen werd hij nu geconfronteerd! Het leek alsof Maria het hele fantastische verhaal verzonnen had, om zo haar schande te bedekken, of misschien had ze het zich maar verbeeld, want ze was altijd heel oprecht geweest. "Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet openlijk te schande wilde maken, was van wil haar heimelijk te verlaten." (vers 19)

Het woord "rechtvaardig" in dit vers slaat niet op volkomen gehoorzaamheid aan de wet, maar op eerlijkheid, billijkheid. Jozef was een billijk man. Vandaar ook dat hij inplaats van haar te beschuldigen van overspel zodat ze volgens de wet gestenigd zou worden (Deuteronomium 23:23,24) dacht aan het in gang zetten van een scheidingsprocedure (zie Deuteronomium 24:1) om zo zelf de schande te dragen want denk aan de woorden van onze Here re: "Mozes heeft vanwege de hardheid van uw harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten;" (Matthes 19:8). Maar rechtvaardig als Jozef was, zou hij dit liever doen, dan Maria beschuldigen van overspel.

"En alzo hij deze dingen in de zin had, ziet, de engel des Heren verscheen hem in de droom, zeggende: Jozef, gij zoon van David! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest. En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam noemen JEZUS; want Hij zal zijn volk zalig maken van hun zonden. En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen door de Here gesproken is, door de profeet, zeggende: Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; dat is, overgezet zijnde, God met ons." (Matthes 1:20-23)

Wat zal deze uitleg van de engel Jozef opgelucht hebben! Wat zal hij blij geweest zijn, en hoe zal zijn vertrouwen in en liefde voor Maria weer hersteld zijn! Zij zou inderdaad de maagd-moeder van de Messias worden, en nu zou blijken dat de profetie van Jesaja meer dan lokale betekenis had.

Laten twijfelaars over de maagdelijke geboorte eens gaan kijken bij de betrokken personen. Laten ze naar Maria gaan; zij ondervond de grootste moeilijkheden en vernederingen en werd er zelfs door in gevaar gebracht. Laten ze naar Jozef gaan, haar geliefde, zijn hart en gedachten waren vol met twijfels totdat een engel gestuurd werd om hem te overtuigen. Laten ze naar Elizabeth gaan, de vrouw waar Maria naar toe ging in haar nood; zij had de resultaten van ongeloof gezien en had Maria om haar geloof bemoedigd, haar verzekerende dat de Here Zijn belofte zou vervullen.

Al deze bewijzen van de maagdelijke geboorte bevestigen de verklaring van de engel: "...daarom ook, dat Heilige Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden." (Lukas 1:35)

Daarom kon Paulus, door openbaring, zeggen: "De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Here uit de hemel." (I Korinthe 15:47)

"Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn; Maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises." (Filippensen 2:6-8)

Daarom kon hij ook zeggen: "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben." (I Timothes 1:15)

 

^^^^^^^^^^^^