|
De leer van Christus,
de Godheid van Christus, &
wie Christus is.
De leer van Christus,de Godheid van Christus,en wie
Christus is is heel belangrijk onderwerp . Elke Bijbel gelovige behoor te
weten waarom hij of zij in Christus gelooft en niet in Boeddha, Mohammed of
andere bekende persoon bijvoorbeeld. De ware Christendom is Christus en niet
de protestantse, de rooms katholieke kerk of andere menselijk organisatie die onder andere Christus in zijn belijdenis
noemt.
"Want in Hem woont al de volheid der Godheid
lichamelijk" Kolossensen 2:9
Voor ons die leven onder de bedeling van Gods genade gaat
het voornamelijk om de opgevaren Christus Die vanuit de hemel aan de apostel
Paulus het evangelie van Zijn genade bekend heeft gemaakt.
Elke student van het Woord moet weten waarom wij in 2000
in Christus geloven en niet in iemand anders? Hoe komt het dat vele
intelligente, verstandige mensen toch in de verlossende werk van iemand geloven alhoewel Hij
is 2000 geleden gestorven. En hoe komt het dat na zoveel jaren mensen nog vol
houden dat hij is opgestaan terwijl heel veel mensen zeggen dat het niet kan?
Er zijn redenen genoeg om dit te bewijzen en die zijn in het Woord te
vinden. Er zijn veel profetieën aangaande Zijn komst,leven en waar en uit wie
de Messias moest verschijnen. De Joden kenden de Schriften en op basis van hun
kennis in de Schriften lezen wij in Johannes 5:32-47 vnl: vers 39 -
"Er
is een ander, die van Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis, welke hij
van Mij getuigt, waarachtig is. Gijlieden hebt tot Johannes gezonden, en hij
heeft der waarheid getuigenis gegeven. Doch Ik neem geen getuigenis van een
mens;
maar dit zeg Ik, opdat gijlieden zoudt behouden worden. Hij was een brandende
en lichtende kaars; en gij hebt ulieden voor een korten tijd in zijn licht
willen verheugen. Maar Ik heb een getuigenis meerder, dan [die] van Johannes;
want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft, om die te volbrengen, dezelve
werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat Mij de Vader gezonden heeft. En de
Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. Gij hebt noch
Zijn stem ooit gehoord, noch Zijn gedaante gezien. En Zijn woord hebt gij niet
in u blijvende; want gij gelooft Dien niet, Dien Hij gezonden heeft.
Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn
het, die van Mij getuigen. En gij wilt tot Mij niet komen,
opdat gij het leven moogt hebben. Ik neem geen eer van mensen; Maar Ik ken
ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt. Ik ben gekomen in den Naam
Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam,
dien zult gij aannemen.
Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en
de eer, die van God alleen is, niet
zoekt? Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is
Mozes, op welken gij gehoopt hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt
gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. Maar zo gij zijn Schriften
niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?"
Op basis van deze Schriften en zoals Hij later tegen de
discipelen zei in Lukas 24:44 - "En Hij zeide tot hen: Dit zijn de
woorden, die Ik tot u
sprak, als Ik nog met u was, [namelijk] dat het alles
moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de
Profeten, en Psalmen".
(Wat wij in het Hebreeuws de Thenach noemen, de wet de
profeten den de geschriften) Op die schriften baseren wij dat Christus God was
en dat Zijn komst geen toeval was maar vooraf door God voorspeld, door de
profeten. En op basis van deze schriften geloven wij in wat Hij voor ons aan het
kruis heeft gedaan. Het is belangrijk omdat in deze maatschappij veel mensen uit
de christelijke cultuur komen en dan krijgen we met vrijzinnigheid te maken,
mensen die niet meer geloven in het verlossende werk van Christus aan het kruis,
mensen die Hem alleen als een profeet of een goede leraar zien. Voor deze mensen
hebben wij bewijs nodig, een schriftuurlijk bewijs dat Hij is Degene Die God
heeft gestuurd, Hij is God Zelf die kwam om voor onze zonden te sterven.
De eerste profetie die u moet weten gaat over de komst van
Christus vanuit het zaad van de vrouw.
Genesis 3:15 - "En Ik zal vijandschap zetten
tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve
zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen".
Hier lezen wij dat al vooraf bekend was dat de Messias uit
het zaad van de vrouw zou komen, Hij is de zoon van een mens. Wij leren hieruit
dat Hij een overwinning zal hebben over satan en dat Hij zal lijden. Satan kende
deze profetieën, hij wist veel over de aardse profetieën van de Christus,
later weten wij dat hij niet wist dat door Zijn bloed wij de vergeving van
zonden hebben.
De volgende profetieën gaan over de komst van Christus
vanuit het zaad van Abraham.
Genesis 12:3 - "En Ik zal zegenen, die u zegenen,
en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks
gezegend worden".
Dit was de volgende stap in het goddelijke plan, de
Messias zou niet alleen uit het zaad van de vrouw komen, maar ook vanuit het
huis van Abraham. Achteraf leren wij dat Abraham de vader is van al de heidenen,
van miljoenen moslims, katholieken, protestanten.
Galaten 3:16 - "Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal
zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij
kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben".
leert ons dat zijn beloften onze beloften zijn geworden
door het geloof.
Genesis 17:19 ( Abraham Izaak) - " En God zeide:
Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen
Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn
zade na hem".
Genesis 24:60 (Rebekka) - " En zij zegenden
Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen,
en uw zaad bezitte de poort zijner haters!"
Genesis 28:14 (Jakob) - " En uw zaad zal wezen als
het stof der aarde, en gij zult uitbreken in menigte, westwaarts en oostwaarts,
en noordwaarts en zuidwaarts; en in u, en in uw zaad zullen alle geslachten
des aardbodems gezegend worden".
Hier zien wij de samenhang van een zaad en een zaad, van
Christus en het volk Israël. Abraham heeft de aardse zegeningen in Christus.
Terwijl wij de hemelse zegeningen hebben in Christus.
Genesis 49:10 - "De schepter zal van Juda niet
wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven
zullen de volken gehoorzaam zijn".
Hier gaat het over de tijd van de komst van de Rechter
of van Christus, zolang Juda aan de macht is, voordat Juda verstrooid werd.
Deuteronomium 18:15 - "Een Profeet, uit het midden
van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar
Hem zult gij horen"
Christus als de Profeet, de Joden hebben een Verlosser,
Messias, Profeet verwacht, zie Johannes 6:14. - "De mensen dan, gezien
hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet,
Die in de wereld komen zou".
Zij kenden de oude
profetieën, degenen die in Hem
geloofden hadden voldoende bewijs om in Hem te geloven, want Hij heeft de oude
geschriften vervuld. Johannes 7:40 - "Velen dan uit de schare, deze
rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet".
Op basis van zoveel profetieën weten wij dat wij geloven
in de juiste Persoon. Johannes 1:21 -
"En zij vraagden hem: Wat dan?
Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij
antwoordde: Neen". (Johannes de Doper kon niet zeggen dat hij de
Profeet
was, want die Profeet was Christus Zelf), Handelingen 3:22, 7:37.
(22)
" Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God,
zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen,
in alles, wat Hij tot u spreken zal. (37) Deze is de Mozes, die tot de kinderen
Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw
broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen".
Christus was meer dan een profeet, dat is één van de
aspecten waarin Christus is geopenbaard, Hij is ook God Zelf, de Koning. Als
wij over de Persoon van Christus spreken moeten wij duidelijk zien dat we het
hebben over Christus in verschillende gedaanten, wij noemen dit de
verschillende taken van Christus. Christus de Profeet, het Hoofd van het
Lichaam, de Verlosser, de Zoon, de Hogepriester, het eerste dat wij nu doornemen
is Christus de Koning.
2 Samuël 7:12,13 - "Wanneer uw dagen zullen
vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u
doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk
bevestigen. Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns
koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid".
Christus is de Koning in dat Koninkrijk, wij weten uit
Kolossenzen 1:13 - "Die
ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft
in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde"
dat wij ook in Zijn Koninkrijk leven, maar dat is het
hemelse Koninkrijk, niet op aarde, ons burgerschap is in de hemel, wij weten
dat Hij de Koning is die werkelijk op deze aarde gaat regeren.
Lukas 1:32 - "Deze zal groot zijn, en de Zoon des
Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader
David geven".
Voor deze wereld met zoveel problemen is er een duidelijke
belofte dat Christus de Koning is.
Handelingen 2:30,31 - " Alzo hij dan een profeet
was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner
lenden,
zoveel het vlees aangaat, den Christus verwekken zou, om [Hem] op zijn troon te
zetten; Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus,
dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft
gezien".
Dat is Koning David die geprofeteerd heeft, hij sprak niet
over zichzelf, maar over Christus. Aangaande Christus hebben wij ook veel
profetieën die met Zijn lijden hebben te maken, Hij was een Koning, maar Hij
kwam eerst als Verlosser en Hij moest lijden.
Psalm 40:6-8 - "Gij, o HEERE, mijn God! hebt Uw
wonderen en Uw gedachten aan ons vele gemaakt, men kan ze niet in orde bij U
verhalen; zal ik ze verkondigen en uitspreken, zo zijn zij menigvuldiger
dan dat ik ze zou kunnen vertellen. Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en
spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij
niet geeist. Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij
geschreven".
Paslm 69:7-9 - " Laat hen door mij niet beschaamd
worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij
niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels! Want om Uwentwil draag ik
versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt. Ik ben mijn broederen
vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen".
Johannes 2:17. - "En Zijn discipelen werden
indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij
verslonden".
Het lijden van Christus is al eerder geprofeteerd.
Romeinen 15:3 - "Want ook Christus heeft
Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen,
die U smaden, zijn op Mij gevallen".
Hij moest lijden en dat was al eerder bekend.
Er zijn ook verschillende profetieën over de Zoon en over
de geboorte.
Psalm 2:7 - "Ik zal van het besluit verhalen: de
HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U
gegenereerd".
Mattheus 26:63 - " Doch Jezus zweeg stil. En de
hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden
God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?"
Johannes 1:49 - "Nathanael zeide tot Hem: Van waar
kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij
onder den vijgeboom waart, zag Ik u".
Deze teksten helpen u om de overtuiging te hebben dat uw
geloof in Christus het juiste geloof is in de juiste Persoon.
Handelingen 13:33 - "Gelijk ook in den tweeden
psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd".
Hebreeen 1:5 - "Want tot wien van de engelen heeft
Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom:
Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?"
Het Oude Testament spreekt veel over de Godheid van
Christus:
Psalm 110:1 - "Een
psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn
rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer
voeten".
Christus was de Heere Zelf.
Mattheus 22:42 - " En zeide: Wat dunkt u van den
Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon".
Markus 12:35 - " En Jezus antwoordde en zeide,
lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon
van David is?"
Lukas 20:41-44 - " En Hij zeide tot hen: Hoe
zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is? En David zelf zegt in het boek der
psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,
Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan
noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?"
Handelingen 2:34,35 - "Want David is niet
opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn
Heere: Zit aan Mijn rechter hand. Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een
voetbank Uwer voeten."
De Here Jezus heeft Zelf deze Schrift gebruikt, maar ook
Petrus tijdens de Pinksterdag en de schrijver van Hebreeen 1:13 -
" En
tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand,
totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?"
maken aanspraak op deze profetie in de Psalm, die duidelijk laat zien dat
Christus God is.
Hebreeen 10:12,13 -
"Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in
eeuwigheid gezeten aan de rechter [hand] Gods; Voorts verwachtende, totdat Zijn
vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten".
Het volgende aspect van Zijn taak is: Hij is de
Hogepriester.
Psalm 110:4 - "De HEERE heeft gezworen, en het zal
Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van
Melchizedek". Melchizedek, de koning der gerechtigheid, degene die
Abraham had ontmoet, is Christus)
Hebreeen 7:1-28 - "Want deze Melchizedek was
koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet
ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; Aan
welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der
gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk
is een koning des vredes; Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening,
noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God
gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. Aanmerkt nu,
hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden
gegeven heeft uit den buit. En die uit de kinderen van Levi het priesterdom
ontvangen, hebben wel bevel om tienden te nemen van het volk, naar de wet, dat
is, van hun broederen, hoewel die uit de lenden van Abraham voortgekomen zijn.
Maar hij, die zijn geslachtsrekening uit hen niet heeft, die heeft van Abraham
tienden genomen, en hem, die de beloftenissen had, heeft hij gezegend. Nu,
zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen
meerder is. En hier nemen wel tienden de mensen, die sterven, maar aldaar
neemt ze die, van welken getuigd wordt, dat hij leeft.
En, om zo te spreken, ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham
tienden gegeven; Want hij was nog in de lenden des vaders, als hem Melchizedek
tegemoet ging. Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap
ware want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvangen, wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizedek zou
opstaan, en
die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aaron? Want het
priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk
verandering der wet. Want Hij, op Wien deze dingen gezegd worden, behoort tot
een anderen stam, van welken niemand zich tot het altaar begeven heeft. Want
het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op welken stam Mozes
niets gesproken heeft van het priesterschap. En [dit] is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizedek een ander priester
opstaat:
Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de
kracht des onvergankelijken levens. Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in
der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. Want de vernietiging van
het voorgaande gebod geschiedt om deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil; Want de wet heeft geen ding
volmaakt, maar de aanleiding van een betere
hoop, door welke wij tot God genaken. voor zoveel het niet zonder eedzwering
[is] [geschied], (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden;
Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere
heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der
eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek). Van een zoveel beter verbond is
Jezus Borg geworden. En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij
door den dood verhinderd werden altijd te blijven; Maar Deze, omdat Hij in der
eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap. Waarom Hij ook
volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij
altijd leeft om voor hen te bidden. Want zodanig een Hogepriester betaamde ons,
heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan
de hemelen geworden; Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den
hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des
volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij
Zichzelven opgeofferd heeft. Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die
zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd,
stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is."
Hij was onbekend, er was zo'n koning niet, hij kwam uit de
eeuwigheid en dat was Christus. En op basis van Die eeuwigheid laat de
schrijver van de Hebreen brief duidelijk aan het volk Israël zien dat Christus
niet alleen de Verlosser of de Messias is, maar ook de Hogepriester. Niet
zoals Aaron die elk jaar opnieuw dieren offerde, maar deze heeft dit voor ééns
en voor altijd en zonder zonde gedaan.
Nu een aantal profetieën over de kruisiging:
Psalm 41:9 - " Een Belialsstuk kleeft hem aan; en
hij, die nederligt, zal niet weder opstaan".
Johannes 13:18,19 - "Ik zeg niet van u allen: Ik
weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld
worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven. Van
nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal
zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben".
Psalm 22:2 - "Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij
mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns
brullens?"
Deze Psalm laat duidelijk het lijden van Christus zien,
het blijft altijd een geheimenis: Christus tijdens de kruisiging, God Zelf, die
Zich verlaten voelt - een profetie over iets was honderden jaren later zal gaan
gebeuren.
Mattheus 27:46-50 - "En omtrent de negende ure
riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn
God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! En sommigen van die daar
stonden, [zulks] horende, zeiden: Deze roept Elias. En terstond een van hen
[toe] lopende, nam een spons, en [die] met edik gevuld hebbende, stak ze op
een rietstok, en gaf Hem te drinken. Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons
zien, of Elias komt, om Hem te verlossen. En Jezus, wederom met een grote stem
roepende, gaf den geest."
De Koning der koningen, de Hogepriester, Die voor eeuwig
is, moest ook lijden aan het kruis als één van de criminelen. Daarom overtuigt
de Heilige Geest van zonde, van gerechtigheid
en van oordeel (Joh.16:9,10) - "Van zonde, omdat zij in Mij
niet geloven; En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij
zult Mij niet meer zien";
omdat
zij voldoende schriften hadden om te weten dat zij de onjuiste man kruisigden.
Er zijn ook profetieën over de opstanding:
Psalm 16:9,10 - "Daarom
is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker
wonen. Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet
toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie."
Dat is een profetie van Christus' opstanding uit de doden
ook in verband met:
Handelingen 2:22-28 - " Gij Israelietische mannen,
hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God, onder ulieden betoond
door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het
midden van u, gelijk ook gijzelven weet; Dezen, door den bepaalden raad en
voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der
onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood; Welken God opgewekt heeft,
de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij
van denzelven [dood] zou gehouden worden. Want David zegt van Hem: Ik zag den
Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechter hand, opdat ik niet
bewogen worde. Daarom is mijn hart verblijd; en mijn tong verheugt zich; ja,
ook mijn vlees zal rusten in hope; Want Gij zult mijn ziel in de hel niet
verlaten, noch zult Uw Heilige over geven, om verderving te zien. Gij hebt mij
de wegen des levens bekend gemaakt; Gij zult mij vervullen met verheuging door
Uw aangezicht".
Handelingen 13:34,35 - "En dat Hij Hem uit de
doden heeft opgewekt, alzo dat Hij niet meer zal tot verderving keren, heeft
Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden de weldadigheden Davids geven, die getrouw
zijn; Waarom hij ook in een anderen psalm zegt: Gij zult Uw Heilige niet
over geven, om verderving te zien."
Er zijn ook schriften die gaan over de tweede komst van
Christus:
Psalm 2:3-6 - " Laat ons hun banden verscheuren,
en hun touwen van ons werpen. Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal
hen bespotten. Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid
zal Hij hen verschrikken. Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg
Mijner heiligheid."
Eerst: God woont in de hemel, Hij lacht, Hij verdraagt wat
mensen toen en ook in deze tijd doen met Zijn Zoon. Maar dan: komt er een
moment, nadat de gemeente is opgenomen, dat Hij gaat spreken in toorn en
grimmigheid en dan zal Zijn Zoon heersen, dat is de toekomst van de wereld.
Niet de vredesbesprekingen van tegenwoordig maar de werkelijke regering van
Christus in en vanuit Israël en het besturen van de hele wereld, het is geen
verhaal het is werkelijkheid.
Psalm 72:11,17 - " Ja, alle koningen zullen zich
voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen
hem dienen. Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept,
mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft. Hij zal den arme en
nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen. Hij zal
hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in
zijn ogen. En hij zal leven; en men zal hem geven van het goud van Scheba, en
men zal geduriglijk voor hem bidden; den gansen dag zal men hem zegenen. Is
er een hand vol koren in het land op de hoogte der bergen, de vrucht
daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als
het kruid der aarde. Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon
is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem
gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen".
Probeer u in te denken, de leiders van Engeland, Rusland,
Nederland gaan naar Israël om voor de Koning der koningen te buigen.
Een ander facet van Christus en Zijn bestaan in het Oude
Testament, is Christus in het profetische Woord.
Jesaja 7:14 - "Daarom zal de Heere Zelf ulieden
een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren,
en Zijn naam IMMANUEL heten."
Veel Joden ontkennen deze schriften en in de NBG vertaling
wordt alleen gesproken over een jonge vrouw, terwijl hier in de Statenvertaling
duidelijk wordt gesproken over een maagd. Een ander argument is dat de Schrift
spreekt over iemand die Immanuel heet, terwijl onze Heiland Jezus heet. Maar
hier wordt over een man gesproken met de betekenis van het woord God is met ons,
en wie is die jonge man die Immanuël heet?
En die met ons was als God? Dat kon alleen de Here Jezus
Christus zijn. Ook al staat hier niet letterlijk Here Jezus Christus, als wij
alle profetieën verzamelen en op een rij zetten, dan zult u zien dat er maar
één persoon in de geschiedenis is die voldeed aan al de eisen, en dat is
de Here Jezus Christus. Eén van de vereisten voor de Messias was dat Hij uit
een maagd zou geboren worden.
"En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam
heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden." Mattheus 1:21
is de vervulling van deze profetie.
Jesaja 9:6 - " Der grootheid dezer heerschappij en
des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om
dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van
nu aan tot in eeuwigheid toe. De
ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen."
Lukas 1:32 - " Deze zal groot zijn, en de Zoon des
Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn
vader David geven".
Hier zien wij weer een profetie die de profeet Jesaja
heeft uitgesproken en de schrift in het Nieuwe Testament bevestigt het, het
zijn niet onze eigen woorden, maar de harmonie tussen het Oude en het Nieuwe
Testament.
Jesaja 42:1-3; 44:2 - " Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik
ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik
heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. Hij
zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen
laten. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal
Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen".
"Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u
helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren
heb!"
Mattheus 12:16-18 - "En Hij gebood hun
scherpelijk, dat zij Hem niet openbaar maken zouden; Opdat vervuld zou worden,
hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: Ziet, Mijn Knecht,
Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft;
Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen
verkondigen".
Naar aanleiding van deze profetieën had Israël het
recht, of zij moesten Hem aannemen als de Messias, Hij kwam en Hij was de
Enige die de bewijzen had.
Jesaja 52:13-53:12 -
" Ziet, Mijn Knecht zal
verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat,
meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;
Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, [ja], de koningen zullen hun mond over
Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien,
en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan. Wie heeft onze
prediking
geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard? Want Hij is als een
rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde;
Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er
geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Hij was veracht, en de
onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid;
en [een] [iegelijk] was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was
veracht, en wij hebben Hem niet geacht. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op
Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij
geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Maar Hij is om onze overtredingen
verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den
vrede aanbrengt, was op Hem, en door
Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen
als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft
onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Als dezelve geeist werd, toen
werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter
slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner
scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het
gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden
uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem
geweest. En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den
rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog
in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij
heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal
hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen
des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Om den arbeid Zijner
ziel zal Hij het zien, [en] verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn
Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun
ongerechtigheden
dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als
een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de
overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de
overtreders gebeden heeft".
een profetie over de komst van de lijdende Messias.
Jesaja 61:1,2 - "De Geest des Heeren HEEREN is op
Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den
zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte,
om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der
gevangenis;
Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak
onzes Gods; om alle treurigen te troosten"
Lukas 4:17 - "En Hem werd gegeven het boek van den
profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar
geschreven was"
Hier hebben wij aan de ene kant de profeet die al
honderden jaren tevoren over de Messias spreekt en aan de andere kant hebben wij
in Lukas de vervulling.
Jesaja 4:2 - "En werd veertig dagen verzocht van
den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo
hongerde Hem ten laatste".
Jesaja 11:1 - "Want er zal een Rijsje voortkomen
uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht
voortbrengen".
Wij leren hier dat de Messias uit de tak van Isaï moest
komen, uit het huis van David en uit de tak van Isaï.
Jesaja 23:5 - "Gelijk als geweest is de tijding
van Egypte, zal men ook in weedom zijn, als men van Tyrus horen zal".
Jesaja 33:15 - "Die in gerechtigheden wandelt, en
die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn
handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat
hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet
aanzie"
Zacharia 3:5 - "Dies zeg Ik: Laat ze een reinen
hoed op zijn hoofd zetten. En zij zetten dien reinen hoed op zijn hoofd, en zij
togen hem klederen aan; en de Engel des HEEREN stond daarbij"
Zacharia 6:12,13 - "En spreek tot hem, zeggende:
Alzo spreekt de HEERE der heirscharen, zeggende: Ziet, een Man, Wiens naam is
SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des HEEREN tempel bouwen.
Ja, Hij zal den tempel des HEEREN bouwen, en Hij zal het sieraad dragen, en
Hij zal zitten, en heersen op Zijn troon; en Hij zal priester zijn op Zijn
troon; en de raad des vredes zal tussen die Beiden wezen".
De Messias heet ook wel de Spruit.
Daniël is eigenlijk één van de belangrijkste
profeten,hij spreekt met name over wanneer de Messias zou komen. Wij weten dat
de Messias uit het zaad van de vrouw moest komen, uit het volk Israël, uit de
stam Juda, uit de familie van David, Isaï. Maar de schriften zijn ook duidelijk
over de tijd!
Daniël 9:25,26 - "Weet dan, en versta: van den
uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op
Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de
grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden. En na
die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet
voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en
het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed,
en tot het einde toe zal er krijg zijn, [en] vastelijk besloten verwoestingen".
De Messias moest komen voordat de tempel werd verwoest,
Hij moest komen tijdens dat de tempel er stond. Dus als vandaag iemand zou
zeggen: ik ben de Messias , dan moet hij ook een tempel hebben en het
geslachtsregister. Dat zijn dingen die satan, de antichrist, nadat de gemeente
is opgenomen, zal moeten bewijzen en het zal hem waarschijnlijk ook lukken
want hij zal in de tempel zitten en een plaats innemen die niet voor Hem is. Micha 5:2 -
Mattheus 2:5-12 - " En zij zeiden tot hem: Te
Bethlehem, in Judea [gelegen]; want alzo is geschreven door den profeet: En
gij Bethlehem, [gij] land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten
van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israel weiden
zal. Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk
van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was; En hen naar Bethlehem zendende,
zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstiglijk naar dat Kindeken, en als gij
Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Datzelve
aanbidde. En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de
ster, die zij in het oosten gezien
hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven [de] [plaats], waar het
Kindeken was. Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote
vreugde. En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn
moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun
schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook,
en mirre. En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat
zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg
weder naar hun land".
Bethlehem is het broodhuis en de Here Jezus zei: Ik ben
het Brood des levens, Bethlehem was de plaats vanwaar de Messias moest komen.
Het is alleen de Here Jezus Christus, de enige mens, God Zelf, Die op deze aarde
deze dingen tot vervulling kon brengen.
Een ander punt: de vleeswording van onze
Heere.
Wij geloven dat Christus bestond voordat Hij een mens is
geworden. Er zijn veel mensen, sekten die geloven dat alle zielen voor de
geboorte
bestonden. De Schrift leert dat niet. Het is alleen God Zelf, Christus Die
bestond voordat Hij mens is geworden. Hier hebben wij teksten waar Christus
over Zichzelf spreekt.
Johannes 6:38,41,51,61,62 - 38 "Want Ik ben uit
den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil
Desgenen, Die Mij gezonden heeft". 41 "De Joden dan
murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel
nedergedaald is". 51 "Ik ben dat levende Brood, dat uit den
hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid
leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor
het leven der wereld". 61 "Jezus nu, wetende bij Zichzelven,
dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden
dit?" 62 "Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt
opvaren, daar Hij te voren was?"
Johannes 8:56-58 - "Abraham, uw vader, heeft met
verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft [hem] gezien, en
is verblijd geweest. De Joden dan zeiden tot Hem: Gij hebt nog geen vijftig
jaren, en hebt Gij Abraham gezien?" Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar
zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik".
Zij hebben Hem ook gestenigd omdat Hij Zich gelijk aan God
verklaarde.
Johannes 10:30,31 - "Ik en de Vader zijn een. De
Joden dan namen wederom stenen op, om Hem te stenigen".
Eer de wereld was, was Christus bij God
Johannes 17:5,8 - "En
nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U
had, eer de wereld was. Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit
de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij
hebben Uw woord bewaard. Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven
hebt, van U is. Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven,
en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U
uitgegaan
ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt".
Spreuken 8:22-36 -
"De HEERE bezat Mij in het
beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. Ik ben van eeuwigheid af
gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. Ik was geboren,
als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;
Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. Hij had de
aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de
stofjes der wereld. Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij
een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; Toen Hij de opperwolken van
boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; Toen Hij der
zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden;
toen Hij de grondvesten der aarde stelde; Toen was Ik een voedsterling bij Hem,
en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht
spelende; Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met
de mensenkinderen. Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn
zij, die Mijn wegen bewaren. Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die
niet. Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn
poorten, waarnemende de posten Mijner deuren. Want die Mij vindt, vindt het
leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.
Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan;
allen, die Mij haten, hebben den dood lief".
Jesaja 9:6 - "Der grootheid dezer heerschappij en
des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om
dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van
nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks
doen".
Micha 5:2 - "Daarom zal Hij henlieden overgeven,
tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe; dan zullen de overigen
Zijner broederen zich bekeren met de kinderen Israels".
Dit zijn teksten die u moet weten als u met mensen over de
Godheid van Christus praat, wie Hij was en Zijn Koninkrijk.
Johannes 1:1-3 "In den beginne was het Woord, en
het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God.
Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt,
dat gemaakt is".
Filippenzen 2:5,6 - "Want dat gevoelen zij in u,
hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof
geacht heeft Gode even gelijk te zijn"
Christus heeft het geen roof geacht Gode even gelijk te
zijn, met satan is het een ander geval, hij heeft die positie beroofd.
Kolossenzen 1:15 - "Dewelke het Beeld is des
onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen".
Het gaat hier niet over het feit of Hij de eerste is die
geschapen is, het is meer een eer, een naam voor reinheid, voor volmaaktheid en
Hij is de eersteling.
Psalm 89:28 - "Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen
zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde".
Jeremia 31:9 - "Zij zullen komen met geween, en
met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een
rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een
Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene"
Genesis 41:51,52 - "En Jozef noemde den naam des
eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn
moeite, en het ganse huis mijns vaders. En den naam des tweeden noemde hij
Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner
verdrukking".
Christus bestond voor de grondlegging der wereld, en Hij
is God Zelf, God de Zoon is nu in het vlees geopenbaard.
Hebreeen 2:12,14 - "Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn
broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen. En
wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en
de kinderen, die Mij God gegeven heeft. Overmits dan de kinderen des vleses en
bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden,
opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had,
dat is, den duivel"
Het hele punt van de vleeswording van Christus is dat Hij
aan het vlees deelachtig wilde worden omdat de kinderen ook vleselijk waren.
Hij is gekomen tot het Zijne, namelijk het volk Israël, en het volk zelf wilde
Hem niet accepteren, Hij kwam speciaal voor hen. Als u denkt over uw zondige
natuur, de twijfels, de strijd die
u elke dag meemaakt, Christus heeft dat in feite met u meegemaakt, maar Hij
heeft dit overwonnen. Hij heeft dat met u meegemaakt, dus als wij in Hem zijn
ten eerste als Zijn kinderen, maar daarna als wij de kracht van de opstanding
gebruiken, dan kunnen wij ook samen met Hem
de satan overwinnen. Omdat Hij hem al heeft overwonnen.
1 Timotheus 3:16 - "En buiten allen twijfel, de
verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is
gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder
de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid".
God is geopenbaard in het vlees, dan hebben wij het niet
alleen over Christus, omdat in deze bedeling van genade deze schrift niet
alleen spreekt over de persoon van Christus in Zijn aardse gedaante, maar over
de openbaring van Christus in de Gemeente. God de Geest openbaart Zich nu het
vlees,
God woont in iedereen die Christus als Zijn Verlosser
heeft aangenomen. Maar wij kunnen
ook leren over Christus in het vlees geopenbaard, in deze schrift.
Johannes 1:14 - "En het Woord is vlees geworden,
en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een
heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en
waarheid".
1 Johannes 4:2 - " Hieraan kent gij den Geest van
God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die
is uit God"
Er zijn sekten die belijden dat Christus in het vlees is
gekomen, maar over welke Christus spreken zij. Wij spreken over God de Zoon,
maar vaak geloven zij niet dat Christus God Zelf was. Zij spreken dus over een
heel andere Christus. Onze Christus is Gods Zoon Die voor enige tijd vlees is
geworden.
Een ander belangrijk aspect in onze studie is de geboorte
van Christus uit de maagd Maria.
Zijn bovennatuurlijke geboorte is heel essentieel, het is
namelijk onze bereidheid om te geloven dat God wonderen kan doen. Net zoals
wij geloven in de schepping, de uittocht uit Egypte, zo geloven wij ook in Zijn
geboorte uit de maagd Maria. De moderne theologie accepteert dit dogma niet
meer. De schriften verklaren dit heel duidelijk.
Mattheus 1:23 - "En er was in hun synagoge een
mens, met een onreinen geest, en hij riep uit"
Lukas 1:34 - "En Maria zeide tot den engel: Hoe
zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?"
Galaten 4:4 - "Maar wanneer de volheid des tijds
gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden
onder de wet"
Je kunt hier uren aan besteden en er zijn zoveel boeken,
met zoveel wijsheid maar het gaat eerst om de schriften. Meer dan de schrift
zegt kunt u er niet uithalen. Het enige dat u met deze 3,4 plaatsen kunt doen is
aannemen en gebruiken. Men wil dogma's met het menselijk verstand begrijpen .
Maar het is niet te begrijpen, de leer dat Christus uit de maagd Maria is
geboren is schriftuurlijk en u moet het geloven zoals het er staat. Christus had
een normale geboorte, Hij is vlees geworden, Hij was een mens zoals de andere
mensen behalve dat Hij niet heeft gezondigd. Maar verder was Hij een gewone
jongen toen Hij klein was, wij weten weinig over Zijn jeugd.
Lukas 2:1-7 Hij is gewoon geboren en besneden.
"En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een
gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou
worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder
was. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen
stad. En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot
de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, omdat hij uit het huis en geslacht
van David was Om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw,
welke bevrucht was. En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld
werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem
in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was
in de herberg"
Mattheus 26:38 - "Toen zeide Hij tot hen: Mijn
ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij"
Hij had ook een ziel, Hij kon voelen, Hij kon huilen, Hij was bedroefd,
de ziel is de bron van onze gevoelens.
Johannes 12:27- "Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat
zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure
gekomen".
Wij weten achteraf, dat wij door Zijn geloof zijn
gerechtvaardigd,
Hij had het moeilijk, wij zeggen dat wat aan het kruis gebeurde genade is,
gratis, maar het is niet goedkoop.
Handelingen 2:27 - "Want Gij zult mijn ziel in de
hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige over geven, om verderving te
zien".
Dit is één van de belangrijke profetieën over Zijn
opstanding, David heeft al honderden jaren tevoren over Christus geprofeteerd,
over het geloof van Christus, over de zekerheid dat zijn ziel geen verderving
zal zien.
Markus 2:8 Hij had ook een geest - "En Jezus,
terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten,
zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?"
Johannes 13:21 - "Jezus, deze dingen gezegd
hebbende, werd ontroerd in den geest, en betuigde, en zeide: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u, dat een van ulieden Mij zal verraden".
Lukas 23:46 - "En Jezus, roepende met grote
stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd
had, gaf Hij den geest"
Dus Hij had een lichaam een ziel en een geest, hetzelfde
als iedere mens, zij hebben Hem ook de Zoon des mensen genoemd.
Mattheus 11:19 - "De Zoon des mensen is gekomen,
etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en
wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is
gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen"
Mattheus 1:1 - "Het
boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van
Abraham"
Mattheus 4:2 Hij had ook menselijke beperkingen - "En
als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste".
Johannes 4:6 Hij was ook moe - "En aldaar was de
fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens
de fontein. Het was omtrent de zesde ure".
Johannes 11:33,34 Hij was bewogen en ontroerd - "Jezus
dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd
zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven; En zeide: Waar hebt gij
hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het".
Johannes 19:28 Hij had dorst - "Hierna Jezus,
wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden,
zeide: Mij dorst".
Mattheus 8:24 - "En ziet, er ontstond een grote
onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij
sliep".
Markus 13:32 Hij was beperkt in de menselijke kennis - "Maar
van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn,
noch de Zoon, dan de Vader".
Lukas 2:40 Hij moest vervuld worden met wijsheid en met de
genade van God. - "En het Kindeken wies op, en werd gesterkt in den
geest, en vervuld met wijsheid; en de genade Gods was over Hem".
Hebreeen 2:17 Hij was in alles gelijk aan de mensen,
alleen Hebreeen 7:26
"Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk
worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de
dingen, die bij God te doen waren,
om de zonden des volks te verzoenen".
Hebreen 4:15 Hij kende geen zonde. - "Want wij
hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden,
maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder
zonde".
De Goddelijke natuur van de Here Jezus Christus.
Hij was God Zelf en daarin is Hij verschillend met alle
anderen, veel mensen geloven in Jezus als de profeet, de goede man, maar ons
geloof is eigenlijk geloof in God Zelf Die de mensen hier op aarde heeft
bezocht. Veel sekten zoals mormonen, Jehova getuigen spreken over Jezus maar
niet als God, ze hebben vaak een menselijke beschrijving van Zijn Persoon.
Maar de Bijbel beschrijft Hem als God Zelf.
Johannes 3:16 - "Want alzo lief heeft God de
wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk
die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".
Hebreeen 1:8 - "Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw
troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte
schepter"
Wanneer God over Zijn Zoon spreekt, spreekt Hij over de
troon van God, de Zoon van David Die God Zelf is.
Kolossenzen 1:15 - "Dewelke
het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen"
Hebreeen 1:3 - "Dewelke, alzo Hij is het
Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner
zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij
de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is
gezeten aan de rechter [hand] der Majesteit in de hoogste hemelen"
Niemand komt tot de Vader dan alleen door de Zoon, alleen
door Hem kunnen wij de Vader leren kennen, Hij is het afschijnsel van Zijn
heerlijkheid, het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid. God is in de
hemelen, maar ja wij kennen Hem niet en als wij de Here Jezus Christus zoals de
Bijbel Hem beschrijft leren kennen dan is de zelfstandigheid van God ergens
uitgedrukt 't is net een foto maar ik moet het ergens bedrukt zien, in de
Persoon van de Here Jezus Christus, is Zijn karakter, Zijn zelfstandigheid
uitgedrukt.
Een ander belangrijk aspect van de Here Jezus Christus is
dat Hij Zijn Godheid heeft uitgeoefend.
Mattheus 9:2 - "En Jezus, hun geloof ziende, zeide
tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven"
Hij was God Zelf, Hij heeft vergeving geoefend.
Lukas 7:47,48 - "Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn
haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig
vergeven wordt, die heeft weinig lief. En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u
vergeven".
Wie is de persoon die de zonde van een ander kan vergeven?
Hij is de Enige die straks voor de zonde van de hele wereld zal sterven.
Hij heeft ook andere mensen geoordeeld.
Johannes 5:22-27 - "Want ook de Vader oordeelt
niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; Opdat zij allen den Zoon
eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet,
Die Hem gezonden heeft. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en
gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet
in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. Voorwaar,
voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem
des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven. Want gelijk de Vader het
leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te
hebben in Zichzelven; En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat
Hij des mensen Zoon is".
Handelingen 17:31
- "Daarom dat Hij een dag
gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door
een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering [daarvan] doende aan
allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft".
Mattheus 25:31,32 - "En wanneer de Zoon des mensen
komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij
zitten op den troon Zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken
vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de
schapen van de bokken scheidt. Aan Hem gaf God de macht om mensen te
oordelen".
2 Timotheus 4:1 - "Ik betuig dan voor God en den
Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning
en [in] Zijn Koninkrijk"
Deze schrift laat ons duidelijk zien dat Hij in Zijn
verschijning voor de Gemeente ons zal oordelen, Romeinen leert ons dat wij
allemaal zullen verschijnen voor de troon van de Here, voor de rechterstoel van
Christus. Uit Romeinen 8:1 -
"Zo is er dan nu geen verdoemenis voor
degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar
den Geest"
weten wij dat er geen verdoemenis is voor degenen die in
Christus Jezus zijn, wij spreken meer over loon, over de één krijgt een kroon
voor het gene dat hij heeft gedaan en een ander zal eigenlijk schade lijden
volgens 1 Korinthe 3:14 -
"Zo iemands werk blijft, dat hij daarop
gebouwd heeft, die zal loon ontvangen" maar zelf zal hij behouden
worden als door vuur.
2 Korinthe 5:10 - "Want wij allen moeten
geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk
wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij
goed, hetzij kwaad".
Dus wij zijn in Christus, maar wij dragen nog steeds
verantwoordelijkheid voor het leven in dit lichaam. Dus de taak van de
beoordeling heeft God aan Zijn Zoon overgelaten.
Christus heeft ook de Goddelijke attributen of het
karakter van God,
Micha 5:2 Hij is eeuwig - "Daarom zal Hij
henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe;
dan zullen de overigen Zijner broederen zich bekeren met de kinderen
Israels".
Johannes 1:1 - "In den beginne was het Woord, en
het Woord was bij God, en het Woord was God"
Johannes 16:30 Hij is alwetend - "Nu weten wij,
dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom
geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt".
Kolossenzen 2:3 - "In Denwelken al de schatten der
wijsheid en der kennis verborgen zijn".
Hebreeen 1:3 alles
is door en voor Hem geschapen - "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel
[Zijner] heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en
alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer
zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter
[hand] der Majesteit in de hoogste hemelen"
Kolossenzen 1:16 - "Want door Hem zijn alle dingen
geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die
onzienlijk
zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten;
alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen"
Genesis 1:1 - "In den beginne schiep God den hemel
en de aarde"
Wij geloven toch niet in twee Goden? Wij geloven in één
God Die in het vlees is geopenbaard.
Openbaring 1:8 - "Ik ben de Alfa en de Omega, het
Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de
Almachtige"
Het laatste aspect van dit onderwerp over de leer van
Christus is: Waarom is de Heere Jezus Christus naar deze aarde gekomen? (Waarom
heb ik Christus nodig, vertel mij wat heeft Hij precies gedaan dat anderen
niet hebben gedaan).
1. Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien - "Niemand
heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is,
Die heeft Hem ons verklaard" , Mozes, Abraham, Adam en Eva niet
niemand kan God zien en in leven blijven. De eniggeboren Zoon heeft Hem ons
verklaart. Hebr.1:3 - "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner
heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen
draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden
door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der
Majesteit
in de hoogste hemelen"
"Het is de Here Jezus Christus die aan de mensen God
laat zien. En wie nu Christus kent kent ook de Vader, voor de eerste keer in de
geschiedenis kunnen mensen door de Zoon, de Vader Zoon relatie leren kennen.
2. Romeinen 5:8,9 - "Maar God bevestigt Zijn
liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars
waren; Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door
Hem behouden worden van den toorn"
Hij kwam om de beloften aan de vaderen te vervullen. God
had tevoren aan Abraham, Izaak en Jacob iets beloofd, Hij heeft tegen Abraham
gezegd dat in zijn zaad de wereld gezegend zal worden. De Here Jezus Christus is
de vervulling van deze belofte.
3. 1 Johannes 3:5 - "En gij weet, dat Hij
geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in
Hem".
Hij kwam om de zonde op Zich te nemen.
4 Hebreen 2:17,18 - "Waarom Hij in alles den
broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw
Hogepriester
zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te
verzoenen;
Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die
verzocht worden, te hulp komen".
Hij kwam om een barmhartige en getrouwe Hogepriester te
zijn.
Hebreen 4:14-16 Hij bidt en pleit voor ons. - "Dewijl
wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is,
namelijk
Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben
geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die
in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde; Laat ons
dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij
barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter
bekwamer tijd".
Hebreen 5:1-10
Hebreen 7:11-28 -
"Indien dan nu de volkomenheid
door het Levietische priesterschap ware want onder hetzelve heeft het volk de
wet ontvangen), wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening
van Melchizedek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de
ordening van Aaron? Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er
ook noodzakelijk verandering der wet. Want Hij, op Wien deze dingen gezegd
worden, behoort tot een anderen stam, van welken niemand zich tot het altaar
begeven heeft. Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op
welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap.
En dit is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis
van Melchizedek een ander priester opstaat: Die dit niet naar de wet des
vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken
levens. Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening
van Melchizedek. Want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om
deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil; Want de wet heeft
geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot
God genaken.
En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied,
want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden; Maar Deze
met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen,
en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de
ordening van Melchizedek). Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.
En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd
werden altijd te blijven; Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft
een onvergankelijk Priesterschap. Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig
maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te
bidden. Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet,
afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden; Dien het niet
allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden
slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat
heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft. Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die
zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd,
stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is"
De Hogepriester vertegenwoordigde de mens bij God, nu is
dat Christus Zelf.
5. Romeinen 3:23 - "Want zij hebben allen
gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods"
Hij kwam om volmaaktheid te laten zien. Allen behalve
Christus(:23), Hij heeft niet gezondigd. Hij kwam naar de wereld om te laten
zien hoe mensen moeten leven, wat zij moeten doen en hoeveel zij tekort komen.
Maar God heeft zijn liefde bewezen door Christus te laten sterven voor onze
zonden, niet omdat wij goed waren maar omdat wij zondig waren,zijn.
1 Johannes 2:6 - "Die zegt, dat hij in Hem blijft,
die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft".
1 Petrus 2:21 - "Want hiertoe zijt gij geroepen,
dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat
gij Zijn voetstappen zoudt navolgen"
Filippenzen 2:5-8 - "Want dat gevoelen zij in u,
hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof
geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de
gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk
geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven
vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des
kruises".
De kracht van Gods genade evangelie is dat wij nu
begrijpen hoe we opgebouwd en gesterkt kunnen worden om aan de Goddelijke
normen te kunnen voldoen. Wij hebben Christus, Hij stierf voor onze zonden,
vergeving hebben wij al, de Geest is in ons gegeven, wij kennen de kracht van
de opstanding, dus met andere woorden wij hebben al het gereedschap gekregen
om de zonde niet te dienen en juist voor de rechtvaardigheid te leven.
6. Efeze 1:20-23 - "Die Hij gewrocht heeft in
Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn
rechter hand in den hemel; Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en
heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld,
maar ook in de toekomende; En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en
heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn
lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult"
Hij kwam om het Hoofd van de Gemeente te zijn. Veel mensen
spreken alleen over de opstanding, maar het is nog meer, omdat wij onder de
bedeling
van genade leven ging Hij verder dan de opstanding Hij heeft Hem ver boven
alle overheid enz. gezet. Die zijn in de hemelen,
Efeze 6 leert ons dat onze strijd niet is tegen vlees en bloed maar tegen
machten en overheden en de Here Jezus Christus is boven hen gezet!
7. Openbaring 19:16 - "En Hij heeft op Zijn kleed
en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der
heren".
Hebreeen 2:8 - "Alle dingen hebt Gij onder zijn
voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen,
heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog
niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn"
Hij kwam om de wereld terug aan God te geven. Vanaf het
moment dat de zonde in de wereld is gekomen is God niet meer de God van deze
wereld. De god van deze wereld is satan. Maar op een dag zal alles onderworpen
zijn, hier prediken wij geen alverzoening, of behoudenis voor satan en zijn
volgelingen, maar wij prediken voor hen een eeuwige verdoemenis.
1 Korinthe 15:25-28 - "Want Hij moet als Koning
heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. De
laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen
Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen
onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle
dingen onderworpen heeft. En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn,
dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen
heeft, opdat God zij alles in allen"
Als wij later spreken over bedelingen, rechtvaardigheid,
verzoening, of over uitverkiezing spreken wij eigenlijk niet anders dan over
de Persoon van de Here Jezus Christus.
Kolossenzen 2:3 - "In Denwelken al de schatten der
wijsheid en der kennis verborgen zijn"
In Hem zijn al de schatten der wijsheid en der kennis
verborgen.
Dat is niet abstract, of in de lucht, maar op het moment dat mensen het
Evangelie van Gods genade leren kennen, als zij begrijpen hoe de Bijbel in
elkaar zit, en wat God doet in deze tijd dan begrijpen zij inderdaad dat
alle rijkdom alle schatten alle wijsheid in Hem zijn. En Gods Woord is de enige
manier waardoor wij God in deze tijd kunnen leren kennen. Voor Joden en niet
Joden zijn deze dingen doorslaggevend alleen de Here Jezus Christus is de
waarachtige God in wie wij moeten geloven om eeuwig leven te hebben. Hij heeft
geleefd en alles gedaan maar zonder zonde. Daarom is ons Evangelie: neem
Christus aan als uw persoonlijke Verlosser, vestig uw geloof op Hem, want Hij
is waarachtig, Hij is betrouwbaar. U kunt gerust uw geloof op Hem vestigen
en zeker weten dat u eeuwig leven heeft.
Hier willen wij God danken en de glorie geven in de naam
van onze Here en Heiland Jezus Christus, Amen.
|