"Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad." Psalm 119:105   "Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16    "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken 1 Timotheus 1:15

04-08-2010        Home - Wie zijn wij? - Wij geloven - English -עברית  Spanish GenadeEvangelie.nl  Português

                              

De leer van Christus, de Godheid van Christus,  & wie Christus is.

De leer van Christus,de Godheid van Christus,en wie Christus is is heel belangrijk onderwerp . Elke Bijbel gelovige behoor te weten waarom hij of zij in Christus gelooft en niet in Boeddha, Mohammed of andere bekende persoon bijvoorbeeld. De ware Christendom is Christus en niet de protestantse, de rooms katholieke kerk of andere menselijk organisatie die onder andere Christus in zijn belijdenis noemt.

"Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk" Kolossensen 2:9

Voor ons die leven onder de bedeling van Gods genade gaat het voornamelijk om de opgevaren Christus Die vanuit de hemel aan de apostel Paulus het evangelie van Zijn genade bekend heeft gemaakt.

Elke student van het Woord moet weten waarom wij in 2000 in Christus geloven en niet in iemand anders? Hoe komt het dat vele intelligente, verstandige mensen toch in de verlossende werk van iemand geloven alhoewel Hij is 2000 geleden gestorven. En hoe komt het dat na zoveel jaren mensen nog vol houden dat hij is opgestaan terwijl heel veel mensen zeggen dat het niet kan?  Er zijn redenen genoeg om dit te bewijzen en die zijn in het Woord te vinden. Er zijn veel profetieën aangaande Zijn komst,leven en waar en uit wie de Messias moest verschijnen. De Joden kenden de Schriften en op basis van hun kennis in de Schriften lezen wij in Johannes 5:32-47 vnl: vers 39 -

"Er is een ander, die van Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis, welke hij van Mij getuigt, waarachtig is. Gijlieden hebt tot Johannes gezonden, en hij heeft der waarheid getuigenis gegeven. Doch Ik neem geen getuigenis van een mens; maar dit zeg Ik, opdat gijlieden zoudt behouden worden. Hij was een brandende en lichtende kaars; en gij hebt ulieden voor een korten tijd in zijn licht willen verheugen. Maar Ik heb een getuigenis meerder, dan [die] van Johannes; want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft, om die te volbrengen, dezelve werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat Mij de Vader gezonden heeft. En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. Gij hebt noch Zijn stem ooit gehoord, noch Zijn gedaante gezien. En Zijn woord hebt gij niet in u blijvende; want gij gelooft Dien niet, Dien Hij gezonden heeft. Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen. En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben. Ik neem geen eer van mensen; Maar Ik ken ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt. Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.

Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van  God alleen is, niet zoekt? Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?"

Op basis van deze Schriften en zoals Hij later tegen de discipelen zei in Lukas 24:44 - "En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u

sprak, als Ik nog met u was, [namelijk] dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen".

 (Wat wij in het Hebreeuws de Thenach noemen, de wet de profeten den de geschriften) Op die schriften baseren wij dat Christus God was en dat Zijn komst geen toeval was maar vooraf door God voorspeld, door de profeten. En op basis van deze schriften geloven wij in wat Hij voor ons aan het kruis heeft gedaan. Het is belangrijk omdat in deze maatschappij veel mensen uit de christelijke cultuur komen en dan krijgen we met vrijzinnigheid te maken, mensen die niet meer geloven in het verlossende werk van Christus aan het kruis, mensen die Hem alleen als een profeet of een goede leraar zien. Voor deze mensen hebben wij bewijs nodig, een schriftuurlijk bewijs dat Hij is Degene Die God heeft gestuurd, Hij is God Zelf die kwam om voor onze zonden te sterven.

De eerste profetie die u moet weten gaat over de komst van Christus vanuit het zaad van de vrouw.

Genesis 3:15 - "En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen".

Hier lezen wij dat al vooraf bekend was dat de Messias uit het zaad van de vrouw zou komen, Hij is de zoon van een mens. Wij leren hieruit dat Hij een overwinning zal hebben over satan en dat Hij zal lijden. Satan kende deze profetieën, hij wist veel over de aardse profetieën van de Christus, later weten wij dat hij niet wist dat door Zijn bloed wij de vergeving van zonden hebben.

De volgende profetieën gaan over de komst van Christus vanuit het zaad van Abraham.

Genesis 12:3 - "En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden".

Dit was de volgende stap in het goddelijke plan, de Messias zou niet alleen uit het zaad van de vrouw komen, maar ook vanuit het huis van Abraham. Achteraf leren wij dat Abraham de vader is van al de heidenen, van miljoenen moslims, katholieken, protestanten.

Galaten 3:16 - "Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben".

leert ons dat zijn beloften onze beloften zijn geworden door het geloof.

Genesis 17:19 ( Abraham Izaak) - " En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem".

Genesis 24:60 (Rebekka) - " En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!"

Genesis 28:14 (Jakob) - " En uw zaad zal wezen als het stof der aarde, en gij zult uitbreken in menigte, westwaarts en oostwaarts, en noordwaarts en zuidwaarts; en in u, en in uw zaad zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden".

Hier zien wij de samenhang van een zaad en een zaad, van Christus en het volk Israël. Abraham heeft de aardse zegeningen in Christus. Terwijl wij de hemelse zegeningen hebben in Christus.

Genesis 49:10 - "De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn".

Hier gaat het over de tijd van de komst van de Rechter of van Christus, zolang Juda aan de macht is, voordat Juda verstrooid werd.

Deuteronomium 18:15 - "Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen"  

Christus als de Profeet, de Joden hebben een Verlosser, Messias, Profeet verwacht, zie Johannes 6:14. - "De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou".

 Zij kenden de oude profetieën, degenen die in Hem geloofden hadden voldoende bewijs om in Hem te geloven, want Hij heeft de oude geschriften vervuld. Johannes 7:40 - "Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet".

Op basis van zoveel profetieën weten wij dat wij geloven in de juiste Persoon. Johannes 1:21 - 

"En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen". (Johannes de Doper kon niet zeggen dat hij de Profeet was, want die Profeet was Christus Zelf), Handelingen 3:22, 7:37.  (22)

" Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. (37) Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen".

Christus was meer dan een profeet, dat is één van de aspecten waarin Christus is geopenbaard, Hij is ook God Zelf, de Koning. Als wij over de Persoon van Christus spreken moeten wij duidelijk zien dat we het hebben over Christus in verschillende gedaanten, wij noemen dit de verschillende taken van Christus. Christus de Profeet, het Hoofd van het Lichaam, de Verlosser, de Zoon, de Hogepriester, het eerste dat wij nu doornemen is Christus de Koning.  

2 Samuël 7:12,13 - "Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen. Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid".

Christus is de Koning in dat Koninkrijk, wij weten uit Kolossenzen 1:13 -  "Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft  in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde"

dat wij ook in Zijn Koninkrijk leven, maar dat is het hemelse Koninkrijk, niet op aarde, ons burgerschap is in de hemel, wij weten dat Hij de Koning is die werkelijk op deze aarde gaat regeren.

Lukas 1:32 - "Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven".

Voor deze wereld met zoveel problemen is er een duidelijke belofte dat Christus de Koning is.

Handelingen 2:30,31 - " Alzo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner lenden, zoveel het vlees aangaat, den Christus verwekken zou, om [Hem] op zijn troon te zetten; Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien".

Dat is Koning David die geprofeteerd heeft, hij sprak niet over zichzelf, maar over Christus. Aangaande Christus hebben wij ook veel profetieën die met Zijn lijden hebben te maken, Hij was een Koning, maar Hij kwam eerst als Verlosser en Hij moest lijden.

Psalm 40:6-8 - "Gij, o HEERE, mijn God! hebt Uw wonderen en Uw gedachten aan ons vele gemaakt, men kan ze niet in orde bij U verhalen; zal ik ze verkondigen en uitspreken, zo zijn zij menigvuldiger dan dat ik ze zou kunnen vertellen. Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist. Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven".

 Paslm 69:7-9 - " Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels! Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt. Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen".

Johannes 2:17. - "En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden".

Het lijden van Christus is al eerder geprofeteerd.

Romeinen 15:3 - "Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen".

Hij moest lijden en dat was al eerder bekend.

Er zijn ook verschillende profetieën over de Zoon en over de geboorte.

Psalm 2:7 - "Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd".

Mattheus 26:63 - " Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?"

Johannes 1:49 - "Nathanael zeide tot Hem: Van waar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer u Filippus riep, daar gij onder den vijgeboom waart, zag Ik u".

Deze teksten helpen u om de overtuiging te hebben dat uw geloof in Christus het juiste geloof is in de juiste Persoon.

Handelingen 13:33 - "Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd".

Hebreeen 1:5 - "Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?"

Het Oude Testament spreekt veel over de Godheid van Christus:

Psalm 110:1 -  "Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten".

Christus was de Heere Zelf.

Mattheus 22:42 - " En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon".

Markus 12:35 - " En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?"

Lukas 20:41-44 - " En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is? En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?"

Handelingen 2:34,35 - "Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand. Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten."

De Here Jezus heeft Zelf deze Schrift gebruikt, maar ook Petrus tijdens de Pinksterdag en de schrijver van Hebreeen 1:13 - 

" En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?"  

maken aanspraak op deze profetie in de Psalm, die duide­lijk laat zien dat Christus God is.

Hebreeen 10:12,13  - "Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter [hand] Gods; Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten".

 Het volgende aspect van Zijn taak is: Hij is de Hogepriester.

Psalm 110:4 - "De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek". Melchizedek, de koning der gerechtigheid, degene die Abra­ham had ontmoet,  is Christus)

Hebreeen 7:1-28 - "Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes; Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. Aanmerkt nu, hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden gegeven heeft uit den buit. En die uit de kinderen van Levi het priesterdom ontvangen, hebben wel bevel om tienden te nemen van het volk, naar de wet, dat is, van hun broederen, hoewel die uit de lenden van Abraham voortgekomen zijn. Maar hij, die zijn geslachtsrekening uit hen niet heeft, die heeft van Abraham tienden genomen, en hem, die de beloftenissen had, heeft hij gezegend. Nu, zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is. En hier nemen wel tienden de mensen, die sterven, maar aldaar neemt ze die, van welken getuigd wordt, dat hij leeft.  En, om zo te spreken, ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven; Want hij was nog in de lenden des vaders, als hem Melchizedek tegemoet ging. Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap ware want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvangen, wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aaron? Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet. Want Hij, op Wien deze dingen gezegd worden, behoort tot een anderen stam, van welken niemand zich tot het altaar begeven heeft. Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap. En [dit] is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizedek een ander priester opstaat: Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens. Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. Want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil; Want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken. voor zoveel het niet zonder eedzwering [is] [geschied], (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden; Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere  heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek). Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd werden altijd te blijven; Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap. Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zonda­ren, en hoger dan de hemelen geworden; Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft. Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd, stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is."

Hij was onbekend, er was zo'n koning niet, hij kwam uit de eeuwig­heid en dat was Christus. En op basis van Die eeuwig­heid laat de schrijver van de Hebreen brief duidelijk aan het volk Israël zien dat Christus niet alleen de Verlosser of de Messias is, maar ook de Hogepriester. Niet zoals Aaron die elk jaar opnieuw dieren offerde, maar deze heeft dit voor ééns en voor altijd en zonder zonde gedaan.

Nu een aantal profetieën over de kruisiging:

Psalm 41:9 - " Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die neder­ligt, zal niet weder opstaan".

 Johannes 13:18,19 - "Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven. Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij gelo­ven moogt, dat Ik het ben".

Psalm 22:2 - "Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?"

Deze Psalm laat duidelijk het lijden van Christus zien, het blijft altijd een geheimenis: Christus tijdens de kruisiging, God Zelf, die Zich verlaten voelt - een profetie over iets was honderden jaren later zal gaan gebeuren.

Mattheus 27:46-50 - "En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waar­om hebt Gij Mij verlaten! En som­migen van die daar stonden, [zulks] horende, zeiden: Deze roept Elias. En terstond een van hen [toe] lopende, nam een spons, en [die] met edik gevuld hebben­de, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken. Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien, of Elias komt, om Hem te verlossen. En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest."

De Koning der koningen, de Hogepriester, Die voor eeuwig is, moest ook lijden aan het kruis als één van de criminelen. Daarom overtuigt de Heilige Geest van zonde, van gerechtigheid  en van oordeel (Joh.1­6:9,10) - "Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; En van gerechtigheid, omdat Ik tot Mijn Vader heenga, en gij zult Mij niet meer zien";  

omdat zij voldoende schriften hadden om te weten dat zij de onjuiste man kruisig­den.

Er zijn ook profetieën over de opstanding:

Psalm 16:9,10 -  "Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer ver­heugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen. Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie."

Dat is een profetie van Christus' opstanding uit de doden ook in verband met:

Handelingen 2:22-28 - " Gij Israelietische mannen, hoort deze woorden: Jezus den Nazarener, een Man van God, onder ulieden betoond door krachten, en wonderen, en tekenen, die God door Hem gedaan heeft, in het mid­den van u, gelijk ook gijzelven weet; Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgege­ven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood; Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven [dood] zou gehouden worden. Want David zegt van Hem: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechter hand, opdat ik niet bewogen worde. Daarom is mijn hart verblijd; en mijn tong verheugt zich; ja, ook mijn vlees zal rusten in hope; Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige over ge­ven, om verderving te zien. Gij hebt mij de wegen des levens bekend gemaakt; Gij zult mij vervullen met verheuging door Uw aangezicht". 

 Handelingen 13:34,35 - "En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, alzo dat Hij niet meer zal tot verderving keren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden de wel­dadigheden Davids geven, die getrouw zijn; Waarom hij ook in een anderen psalm zegt: Gij zult Uw Heilige niet over geven, om verderving te zien."

Er zijn ook schriften die gaan over de tweede komst van Christus:

Psalm 2:3-6 - " Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen. Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten. Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken. Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid."

Eerst: God woont in de hemel, Hij lacht, Hij verdraagt wat mensen toen en ook in deze tijd doen met Zijn Zoon. Maar dan: komt er een moment, nadat de gemeente is opgenomen, dat Hij gaat spreken in toorn en grimmigheid en dan zal Zijn Zoon heersen, dat is de toekomst van de wereld. Niet de vredesbesprekingen van tegenwoordig maar de werkelijke rege­ring van Christus in en vanuit Israël en het besturen van de hele wereld, het is geen verhaal het is werkelijkheid.

Psalm 72:11,17 - " Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen  hem dienen. Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft. Hij zal den arme en nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen. Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen. En hij zal leven; en men zal hem geven van het goud van Scheba, en men zal geduriglijk voor hem bidden; den gansen dag zal men hem zegenen. Is er een hand vol koren in het land op de hoogte der bergen, de vrucht  daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als het kruid der aarde. Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen".

Probeer u in te denken, de leiders van Engeland, Rusland, Nederland gaan naar Israël om voor de Koning der koningen te buigen.

Een ander facet van Christus en Zijn bestaan in het Oude Testament, is Christus in het profetische Woord.

Jesaja 7:14 - "Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten."

Veel Joden ontkennen deze schriften en in de NBG vertaling wordt alleen gesproken over een jonge vrouw, terwijl hier in de Statenvertaling duidelijk wordt gesproken over een maagd. Een ander argument is dat de Schrift spreekt over iemand die Immanuel heet, terwijl onze Heiland Jezus heet. Maar hier wordt over een man gesproken met de betekenis van het woord God is met ons, en wie is die jonge man die Immanuël heet?

En die met ons was als God? Dat kon alleen de Here Jezus Christus zijn. Ook al staat hier niet letterlijk Here Jezus Christus, als wij alle profetieën verzamelen en op een rij zetten, dan zult u zien dat er maar één persoon in de geschiedenis is die voldeed aan al de eisen, en dat is de Here Jezus Christus. Eén van de vereisten voor de Messias was dat Hij uit een maagd zou geboren worden.

 "En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden."  Mattheus 1:21 is de vervulling van deze profetie.

 Jesaja 9:6 - " Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe.  De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen."

Lukas 1:32 - " Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven".

Hier zien wij weer een profetie die de profeet Jesaja heeft uitgesproken en de schrift in het Nieuwe Testament bevestigt het, het zijn niet onze eigen woorden, maar de harmonie tussen het Oude en het Nieuwe Testament.

Jesaja 42:1-3; 44:2 - " Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten. Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlas­wiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen". "Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!"

Mattheus 12:16-18 - "En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij Hem niet openbaar maken zouden; Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen".

Naar aanleiding van deze profetieën had Israël het recht, of zij moesten Hem aannemen als de Messias, Hij kwam en Hij was de Enige die de bewijzen had.

Jesaja 52:13-53:12 - " Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden. Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen; Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, [ja], de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan. Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard? Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en [een] [iege­lijk] was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerech­tigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door 

Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest. En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich [tot] een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlen­gen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, [en] verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft".

 een profetie over de komst van de lijdende Messias.

 Jesaja 61:1,2 - "De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten"

Lukas 4:17 - "En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was"

Hier hebben wij aan de ene kant de profeet die al honderden jaren tevoren over de Messias spreekt en aan de andere kant hebben wij in Lukas de vervulling.

Jesaja 4:2 - "En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste".

Jesaja 11:1 - "Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen".

Wij leren hier dat de Messias uit de tak van Isaï moest komen, uit het huis van David en uit de tak van Isaï.

Jesaja 23:5 - "Gelijk als geweest is de tijding van Egypte, zal men ook in weedom zijn, als men van Tyrus horen zal".

Jesaja 33:15 - "Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uit­schudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie"

Zacharia 3:5 - "Dies zeg Ik: Laat ze een reinen hoed op zijn hoofd zetten. En zij zetten dien reinen hoed op zijn hoofd, en zij togen hem klederen aan; en de Engel des HEEREN stond daarbij"

Zacharia 6:12,13 - "En spreek tot hem, zeggende: Alzo spreekt de HEERE der heirscharen, zeggende: Ziet, een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des HEEREN tempel bouwen. Ja, Hij zal den tempel des HEEREN bouwen, en Hij zal het sieraad dragen, en Hij zal zitten, en heersen op Zijn troon; en Hij zal priester zijn op Zijn troon; en de raad des vredes zal tussen die Beiden wezen".

De Messias heet ook wel de Spruit.

Daniël is eigenlijk één van de belangrijkste profeten,hij spreekt met name over wanneer de Messias zou komen. Wij weten dat de Messias uit het zaad van de vrouw moest komen, uit het volk Israël, uit de stam Juda, uit de familie van David, Isaï. Maar de schriften zijn ook duidelijk over de tijd!

Daniël 9:25,26 - "Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden. En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, [en] vastelijk besloten verwoestingen".

De Messias moest komen voordat de tempel werd verwoest, Hij moest komen tijdens dat de tempel er stond. Dus als vandaag iemand zou zeggen: ik ben de Messias , dan moet hij ook een tempel hebben en het geslachtsregister. Dat zijn dingen die satan, de antichrist, nadat de gemeente is opgeno­men, zal moeten bewijzen en het zal hem waarschijnlijk ook lukken want hij zal in de tempel zitten en een plaats innemen die niet voor Hem is. Micha 5:2 -

Mattheus 2:5-12 - " En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judea [gele­gen]; want alzo is geschreven door den profeet: En gij Bethlehem, [gij] land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israel weiden zal. Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was; En hen naar Bethlehem zenden­de, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstiglijk naar dat Kindeken, en als gij Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Datzelve aanbidde. En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster,  die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven [de] [plaats], waar het Kindeken was. Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn  moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre. En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land".

Bethlehem is het broodhuis en de Here Jezus zei: Ik ben het Brood des levens, Bethlehem was de plaats vanwaar de Messias moest ko­men. Het is alleen de Here Jezus Christus, de enige mens, God Zelf, Die op deze aarde deze dingen tot vervulling kon brengen.

Een ander punt: de vleeswording van onze Heere.

Wij geloven dat Christus bestond voordat Hij een mens is geworden. Er zijn veel mensen, sekten die geloven dat alle zielen voor de geboorte bestonden. De Schrift leert dat niet. Het is alleen God Zelf, Christus Die bestond voordat Hij mens is geworden. Hier hebben wij teksten waar Christus over Zichzelf spreekt.

Johannes 6:38,41,51,61,62 - 38 "Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft". 41 "De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is". 51 "Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld". 61 "Jezus nu, we­tende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit?" 62 "Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?"

Johannes 8:56-58 - "Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft [hem] gezien, en is verblijd geweest. De Joden dan zeiden tot Hem: Gij hebt nog geen vijftig jaren, en hebt Gij Abraham gezien?" Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik".

Zij hebben Hem ook gestenigd omdat Hij Zich gelijk aan God verklaarde.

Johannes 10:30,31 - "Ik en de Vader zijn een. De Joden dan namen wederom stenen op, om Hem te stenigen".

Eer de wereld was, was Christus bij God

Johannes 17:5,8 -  "En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt".

Spreuken 8:22-36 - "De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de  stofjes der wereld. Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde; Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn verma­kingen, te aller tijd voor Zijn aange­zicht spelende; Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen. Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren. Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet. Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren. Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.

Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen, die Mij haten, hebben den dood lief".

Jesaja 9:6 - "Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen".

Micha 5:2 - "Daarom zal Hij henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe; dan zullen de overigen Zijner broede­ren zich bekeren met de kinderen Israels".

Dit zijn teksten die u moet weten als u met mensen over de Godheid van Christus praat, wie Hij was en Zijn Koninkrijk.

Johannes 1:1-3 "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat ge­maakt is".  

Filippenzen 2:5,6 - "Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn"

Christus heeft het geen roof geacht Gode even gelijk te zijn, met satan is het een ander geval, hij heeft die positie beroofd.

Kolossenzen 1:15 - "Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen".

Het gaat hier niet over het feit of Hij de eerste is die geschapen is, het is meer een eer, een naam voor reinheid, voor volmaaktheid en Hij is de eersteling.

Psalm 89:28 - "Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde".

Jeremia 31:9 - "Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene"

Genesis 41:51,52 - "En Jozef noemde den naam des eerstgeborenen Manasse; want, zeide hij, God heeft mij doen vergeten al mijn moeite, en het ganse huis mijns vaders. En den naam des tweeden noemde hij Efraim; want, zeide hij, God heeft mij doen wassen in het land mijner verdrukking".

Christus bestond voor de grondlegging der wereld, en Hij is God Zelf, God de Zoon is nu in het vlees geopenbaard.

Hebreeen 2:12,14 - "Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen. En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft. Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelach­tig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel"

Het hele punt van de vleeswording van Christus is dat Hij aan het vlees deelachtig wilde worden omdat de kinderen ook vleselijk waren. Hij is gekomen tot het Zijne, namelijk het volk Israël, en het volk zelf wilde Hem niet accepteren, Hij kwam speciaal voor hen. Als u denkt over uw zondige natuur, de twijfels, de strijd  die u elke dag meemaakt, Christus heeft dat in feite met u meegemaakt, maar Hij heeft dit overwonnen. Hij heeft dat met u meegemaakt, dus als wij in Hem zijn ten eerste als Zijn kinderen, maar daarna als wij de kracht van de opstanding gebruiken, dan kunnen wij ook samen met  Hem de satan overwinnen. Omdat Hij hem al heeft overwonnen.

1 Timotheus 3:16 - "En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid".

God is geopenbaard in het vlees, dan hebben wij het niet alleen over Christus, omdat in deze bedeling van genade deze schrift niet alleen spreekt over de persoon van Christus in Zijn aardse gedaante, maar over de openbaring van Christus in de Gemeente. God de Geest open­baart Zich nu het vlees,

God woont in iedereen die Christus als Zijn Verlosser heeft aangenomen.  Maar wij kunnen ook leren over Christus in het vlees geopenbaard, in deze schrift.

Johannes 1:14 - "En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid".  

1 Johannes 4:2 - " Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God"

Er zijn sekten die belijden dat Christus in het vlees is gekomen, maar over welke Christus spreken zij. Wij spreken over God de Zoon, maar vaak geloven zij niet dat Christus God Zelf was. Zij spreken dus over een heel andere Christus. Onze Christus is Gods Zoon Die voor enige tijd vlees is geworden.

Een ander belangrijk aspect in onze studie is de geboorte van Christus uit de maagd Maria.

Zijn bovennatuurlijke geboorte is heel essentieel, het is namelijk onze bereidheid om te geloven dat God wonderen kan doen. Net zoals wij geloven in de schepping, de uittocht uit Egypte, zo geloven wij ook in Zijn geboorte uit de maagd Maria. De moderne theologie accepteert dit dogma niet meer. De schriften verklaren dit heel duidelijk.

Mattheus 1:23 - "En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit"

Lukas 1:34 - "En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?"

Galaten 4:4 - "Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet"

Je kunt hier uren aan besteden en er zijn zoveel boeken, met zoveel wijsheid maar het gaat eerst om de schriften. Meer dan de schrift zegt kunt u er niet uithalen. Het enige dat u met deze 3,4 plaatsen kunt doen is aannemen en gebruiken. Men wil dogma's met het menselijk verstand begrijpen . Maar het is niet te begrijpen, de leer dat Christus uit de maagd Maria is geboren is schriftuurlijk en u moet het geloven zoals het er staat. Christus had een normale geboorte, Hij is vlees geworden, Hij was een mens zoals de andere mensen behalve dat Hij niet heeft gezondigd. Maar verder was Hij een gewone jongen toen Hij klein was, wij weten weinig over Zijn jeugd.

Lukas 2:1-7 Hij is gewoon geboren en besneden.

"En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrie stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad. En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, omdat hij uit het huis en geslacht van David was Om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was. En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg"

Mattheus 26:38 - "Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel be­droefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij"   Hij had ook een ziel, Hij kon voelen, Hij kon huilen, Hij was bedroefd, de ziel is de bron van onze gevoe­lens.

Johannes 12:27- "Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen".

Wij weten achteraf, dat wij door Zijn geloof zijn gerechtvaardigd, Hij had het moeilijk, wij zeggen dat wat aan het kruis gebeurde genade is, gratis, maar het is niet goedkoop.

Handelingen 2:27 - "Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige over geven, om verderving te zien".

Dit is één van de belangrijke profetieën over Zijn opstanding, David heeft al honderden jaren tevoren over Christus geprofeteerd, over het geloof van Christus, over de zekerheid dat zijn ziel geen verderving zal zien.

Markus 2:8 Hij had ook een geest - "En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?"

Johannes 13:21 - "Jezus, deze dingen gezegd hebbende, werd ontroerd in den geest, en betuigde, en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, dat een van ulieden Mij zal verraden".

Lukas 23:46 - "En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Va­der, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest"

Dus Hij had een lichaam een ziel en een geest, hetzelfde als iedere mens, zij hebben Hem ook de Zoon des mensen genoemd.

Mattheus 11:19 - "De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerecht­vaardigd geworden van Haar kinderen"

Mattheus 1:1 -  "Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham"

Mattheus 4:2 Hij had ook menselijke beperkingen - "En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste".

Johannes 4:6 Hij was ook moe - "En aldaar was de fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein. Het was omtrent de zesde ure".

Johannes 11:33,34 Hij was bewogen en ontroerd - "Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven; En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het".

Johannes 19:28 Hij had dorst - "Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst".

Mattheus 8:24 - "En ziet, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep".

Markus 13:32 Hij was beperkt in de menselijke kennis - "Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader".

Lukas 2:40 Hij moest vervuld worden met wijsheid en met de genade van God. - "En het Kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en vervuld met wijsheid; en de genade Gods was over Hem".

Hebreeen 2:17 Hij was in alles gelijk aan de mensen, alleen Hebreeen 7:26

"Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God  te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen".

Hebreen 4:15 Hij kende geen zonde. - "Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde".

De Goddelijke natuur van de Here Jezus Christus.

Hij was God Zelf en daarin is Hij verschillend met alle ande­ren, veel mensen geloven in Jezus als de profeet, de goede man, maar ons geloof is eigenlijk geloof in God Zelf Die de mensen hier op aarde heeft bezocht. Veel sekten zoals mormonen, Jehova getuigen spreken over Jezus maar niet als God, ze hebben vaak een menselijke beschrijving van Zijn Persoon. Maar de Bijbel beschrijft Hem als God Zelf.

Johannes 3:16 - "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".

Hebreeen 1:8 - "Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter"

Wanneer God over Zijn Zoon spreekt, spreekt Hij over de troon van God, de Zoon van David Die God Zelf is.

Kolossenzen 1:15 -  "Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen"

Hebreeen 1:3 - "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter [hand] der Majesteit in de hoogste hemelen"

Niemand komt tot de Vader dan alleen door de Zoon, alleen door Hem kunnen wij de Vader leren kennen, Hij is het afschijnsel van Zijn heerlijkheid, het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid. God is in de hemelen, maar ja wij kennen Hem niet en als wij de Here Jezus Christus zoals de Bijbel Hem beschrijft leren kennen dan is de zelfstandigheid van God ergens uitgedrukt 't is net een foto maar ik moet het ergens bedrukt zien, in de Persoon van de Here Jezus Christus, is Zijn karakter, Zijn zelfstandigheid uitgedrukt.

Een ander belangrijk aspect van de Here Jezus Christus is dat Hij Zijn Godheid heeft uitgeoefend.

Mattheus 9:2 - "En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven"

Hij was God Zelf, Hij heeft vergeving geoefend.

Lukas 7:47,48 - "Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig verge­ven wordt, die heeft weinig lief. En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven".

Wie is de persoon die de zonde van een ander kan vergeven? Hij is de Enige die straks voor de zonde van de hele wereld zal sterven.

Hij heeft ook andere mensen geoordeeld.

Johannes 5:22-27 - "Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven. Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven; En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des men­sen Zoon is".

Handelingen 17:31 - "Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering [daarvan] doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft".

Mattheus 25:31,32 - "En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. Aan Hem gaf God de macht om mensen te oordelen".

2 Timotheus 4:1 - "Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en [in] Zijn Koninkrijk"

Deze schrift laat ons duidelijk zien dat Hij in Zijn verschij­ning voor de Gemeente ons zal oordelen, Romeinen leert ons dat wij allemaal zullen verschijnen voor de troon van de Here, voor de rechterstoel van Christus. Uit Romeinen 8:1 -

  "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest" 

weten wij dat er geen verdoemenis is voor degenen die in Christus Jezus zijn, wij spreken meer over loon, over de één krijgt een kroon voor het gene dat hij heeft gedaan en een ander zal eigenlijk schade lijden volgens 1 Korinthe 3:14 - 

"Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen" maar zelf zal hij behouden worden als door vuur.

2 Korinthe 5:10 - "Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad".

Dus wij zijn in Christus, maar wij dragen nog steeds verantwoordelijkheid voor het leven in dit lichaam. Dus de taak van de beoordeling heeft God aan Zijn Zoon overgelaten.

Christus heeft ook de Goddelijke attributen of het karakter van God,

Micha 5:2 Hij is eeuwig - "Daarom zal Hij henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe; dan zullen de overigen Zijner broederen zich bekeren met de kinderen Israels".

Johannes 1:1 - "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God"

Johannes 16:30 Hij is alwetend - "Nu weten wij, dat Gij alle dingen weet, en Gij hebt niet van node, dat U iemand vrage. Hierom geloven wij, dat Gij van God uitgegaan zijt".

Kolossenzen 2:3 - "In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn".

Hebreeen 1:3  alles is door en voor Hem geschapen - "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel [Zijner] heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter [hand] der Majesteit in de hoogste hemelen"

Kolossenzen 1:16 - "Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen"

Genesis 1:1 - "In den beginne schiep God den hemel en de aarde"

Wij geloven toch niet in twee Goden? Wij geloven in één God Die in het vlees is geopenbaard.

Openbaring 1:8 - "Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige"

Het laatste aspect van dit onderwerp over de leer van Christus is: Waarom is de Heere Jezus Christus naar deze aarde gekomen? (Waar­om heb ik Christus nodig, vertel mij wat heeft Hij precies gedaan dat anderen niet hebben gedaan).

1. Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien - "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard" , Mozes, Abraham, Adam en Eva niet niemand kan God zien en in leven blijven. De eniggeboren Zoon heeft Hem ons verklaart. Hebr.1:3 - "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen"

"Het is de Here Jezus Christus die aan de mensen God laat zien. En wie nu Christus kent kent ook de Vader, voor de eerste keer in de geschiedenis kunnen mensen door de Zoon, de Vader Zoon relatie leren kennen.

2. Romeinen 5:8,9 - "Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren; Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn"

Hij kwam om de beloften aan de vaderen te vervullen. God had tevoren aan Abraham, Izaak en Jacob iets beloofd, Hij heeft tegen Abraham gezegd dat in zijn zaad de wereld gezegend zal worden. De Here Jezus Christus is de vervulling van deze belofte.

3. 1 Johannes 3:5 - "En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem".

Hij kwam om de zonde op Zich te nemen.

4 Hebreen 2:17,18 - "Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen; Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen".

Hij kwam om een barmhartige en getrouwe Hogepriester te zijn.

Hebreen 4:14-16 Hij bidt en pleit voor ons. - "Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwak­heden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde; Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd".

Hebreen 5:1-10

Hebreen 7:11-28 - "Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap ware want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvan­gen), wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aaron? Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet. Want Hij, op Wien deze dingen gezegd worden, behoort tot een anderen stam, van welken niemand zich tot het altaar begeven heeft. Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap.

En dit is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizedek een ander priester opstaat: Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens. Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. Want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil; Want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken.

En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden; Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek). Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd werden altijd te blijven; Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap. Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden; Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd  heeft. Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd, stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is"

De Hogepriester vertegenwoordigde de mens bij God, nu is dat Christus Zelf.

5. Romeinen 3:23 - "Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods"

 Hij kwam om volmaaktheid te laten zien. Allen behalve Christus(:23), Hij heeft niet gezondigd. Hij kwam naar de wereld om te laten zien hoe mensen moeten leven, wat zij moeten doen en hoeveel zij tekort komen. Maar God heeft zijn liefde bewezen door Christus te laten sterven voor onze zonden, niet omdat wij goed waren maar omdat wij zondig waren,zijn.

1 Johannes 2:6 - "Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft".

1 Petrus 2:21 - "Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt  navolgen"

Filippenzen 2:5-8 - "Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises".

De kracht van Gods genade evangelie is dat wij nu begrijpen hoe we opgebouwd en gesterkt kunnen worden om aan de Goddelijke normen te kunnen voldoen. Wij hebben Christus, Hij stierf voor onze zonden, vergeving hebben wij al, de Geest is in ons gegeven, wij kennen de kracht van de opstanding, dus met andere woorden wij hebben al het gereedschap gekregen om de zonde niet te dienen en juist voor de rechtvaardigheid te leven.

6. Efeze 1:20-23 - "Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel; Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult"

Hij kwam om het Hoofd van de Gemeente te zijn. Veel mensen spreken alleen over de opstanding, maar het is nog meer, omdat wij onder de bedeling van genade leven ging Hij verder dan de opstanding Hij heeft Hem ver boven alle overheid enz. gezet. Die zijn in de hemelen,  Efeze 6 leert ons dat onze strijd niet is tegen vlees en bloed maar tegen machten en overheden en de Here Jezus Christus is boven hen gezet!

7. Openbaring 19:16 - "En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren".

Hebreeen 2:8 - "Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn"

Hij kwam om de wereld terug aan God te geven. Vanaf het moment dat de zonde in de wereld is gekomen is God niet meer de God van deze wereld. De god van deze wereld is satan. Maar op een dag zal alles onderworpen zijn, hier prediken wij geen alverzoening, of behoudenis voor satan en zijn volgelingen, maar wij prediken voor hen een eeuwige verdoemenis.

1 Korinthe 15:25-28 - "Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onder­worpen heeft, opdat God zij alles in allen"

Als wij later spreken over bedelingen, rechtvaardigheid, verzoening, of over uitverkiezing spreken wij eigenlijk niet anders dan over de Persoon van de Here Jezus Christus.

Kolossenzen 2:3 - "In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn"

In Hem zijn al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen. Dat is niet abstract, of in de lucht, maar op het moment dat mensen het Evangelie van Gods genade leren kennen, als zij begrijpen hoe de Bijbel in elkaar zit, en wat God doet in deze tijd dan begrijpen zij inderdaad dat alle rijkdom alle schatten alle wijsheid in Hem zijn. En Gods Woord is de enige manier waardoor wij God in deze tijd kunnen leren kennen. Voor Joden en niet Joden zijn deze dingen doorslaggevend alleen de Here Jezus Christus is de waarachtige God in wie wij moeten geloven om eeuwig leven te hebben. Hij heeft geleefd en alles gedaan maar zonder zonde. Daarom is ons Evangelie: neem Christus aan als uw persoonlijke Verlosser, vestig uw geloof op Hem, want Hij is waarachtig, Hij is betrouwbaar. U kunt gerust uw geloof op Hem vestigen en zeker weten dat u eeuwig leven heeft.

Hier willen wij God danken en de glorie geven in de naam van onze Here en Heiland Jezus Christus, Amen.